﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-20221/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Mededeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie van 1 juni 2026, nr. 2026-0000181472, over per 1 juli 2026 gewijzigde bedragen in enkele wetten, besluiten en regelingen [KetenID WGK029068]</intitule>
    <circulaire>
      <circulaire-tekst>
        <tekst status="goed">
          <al>
            <nadruk type="vet">De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie;</nadruk>
          </al>
          <al>Gelet op artikel 2:8, tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, artikel 2, tweede, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 9, zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 7c van het Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021, artikel 38, eerste tot en met derde en zesde lid, van de Participatiewet, artikel 2, vijfde lid, van de Regeling tegemoetkoming Wajongers, artikel 5, derde lid, van de Regeling vermogenswaardering Ioaz, de artikelen 3, zesde lid, en 8, vierde lid, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW, artikel 9 van de Toeslagenwet, artikel 1b, zevende en achtste lid, van de Werkloosheidswet, artikel 475da, achtste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 5, vijfde, zesde en negende lid, en 8, achtste, tiende, twaalfde, dertiende, vijftiende en zestiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 5, zevende en tiende lid, en 8, vierde, zesde, achtste en elfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 15, eerste en tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 16, eerste en tweede lid, van de Ziektewet;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Delen mede:</nadruk>
          </al>
          <al>dat met ingang van 1 juli 2026 in de hierna genoemde wet- en regelgeving de bedragen en percentages zijn gewijzigd en als volgt komen te luiden:</al>
        </tekst>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">A</nr>
            <titel>Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>De premie, genoemd in artikel 2:8, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, bedraagt: € 3.446.</al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">B</nr>
            <titel>Algemene nabestaandenwet</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17 van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het eerste lid: € 1.676,53;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid: € 1.082,00; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in het vijfde lid: € 1.082,00.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De brutowezenuitkering, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 536,49;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 804,73; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in onderdeel c: € 1.072,98.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">C</nr>
            <titel>Algemene Ouderdomswet</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>Het bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, bedraagt:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in onderdeel a: € 1.662,16; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in onderdeel b: € 1.139,39.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">D</nr>
            <titel>Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 7a van het Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 390,07;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 312,06;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in onderdeel c: € 234,05;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in onderdeel d: € 195,04;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>in onderdeel e: € 154,08;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>in onderdeel f: € 134,58; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>g.</li.nr>
                    <al>in onderdeel g: € 117,03.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 7b van het Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021, bedraagt: € 234,05.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">E</nr>
            <titel>Participatiewet</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 20 van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het eerste lid, onderdeel a: € 350,42;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het eerste lid, onderdeel b: € 700,84;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in het eerste lid, onderdeel c: € 1.364,32;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid, onderdeel a: € 350,42;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid, onderdeel b: € 1.106,40;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid, onderdeel c: € 1.769,88; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>g.</li.nr>
                    <al>in het derde lid: € 762,24.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 21 van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 1.419,46; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 2.027,79.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 22 van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 1.587,34; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in de onderdelen b en c: € 2.176,10.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 22a, derde lid, van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 755,98; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 350,42.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 449,44; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 699,11.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>6.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel j: € 3.446,00;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel n: € 289,00;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in onderdeel r: € 180,17;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in onderdeel y: € 182,73;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>in onderdeel z: € 182,73; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>in onderdeel aa: € 182,73.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">F</nr>
            <titel>Regeling tegemoetkoming Wajongers</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling tegemoetkoming Wajongers, bedraagt:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in onderdeel a: € 24,74;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in onderdeel b: € 23,76; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in onderdeel c: € 14,26.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">G</nr>
            <titel>Regeling vaststelling grondslagen IOAW</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>De bedragen, genoemd in artikel 1 van de Regeling vaststelling grondslagen IOAW, bedragen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in het eerste lid: € 2.346,08;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in het tweede lid: € 1.173,04; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in het derde lid: € 1.802,78.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">H</nr>
            <titel>Regeling vaststelling grondslagen IOAZ</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>De bedragen, genoemd in artikel 1 van de Regeling vaststelling grondslagen IOAZ, bedragen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in het eerste lid: € 2.346,08;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in het tweede lid: € 1.173,04; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in het derde lid: € 1.802,78.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I</nr>
            <titel>Regeling vermogenswaardering Ioaz</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>Het bedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling vermogenswaardering Ioaz, bedraagt: € 175.022.</al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">J</nr>
            <titel>Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel d, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW, bedraagt: € 175.022,00.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in onderdeel a: € 1.669,24; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in onderdeel b: € 1.086,15.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 8, derde lid, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW, bedraagt: € 1.086,15.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">K</nr>
            <titel>Toeslagenwet</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Toeslagenwet, bedraagt: € 107,45.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Toeslagenwet, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>onder 1°: € 67,75;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>onder 2°: € 60,15;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>onder 3°: € 44,02; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>onder 4°: € 35,95.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 2, zevende lid, onderdeel b, van de Toeslagenwet, bedraagt: € 49,94.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>Het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Toeslagenwet, bedraagt: € 107,45.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">L</nr>
            <titel>Werkloosheidswet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en Ziektewet</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>Het percentage, bedoeld in artikel 1b, zevende lid, van de Werkloosheidswet, artikel 15, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 14, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 16, eerste lid, van de Ziektewet, bedraagt: 1,86%.</al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">M</nr>
            <titel>Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>De beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475da, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bedraagt:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in onderdeel a: € 2.208,48;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in onderdeel b: € 2.543,75;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in onderdeel c: € 2.905,79; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>in onderdeel d: € 3.179,68.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">N</nr>
            <titel>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het derde lid, onderdelen a en b: € 1.013,90; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het vierde lid: € 1.419,46.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid: € 448,90;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het vijfde lid: € 280,95;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in het zevende lid: € 285,20;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in het negende lid: € 285,20; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>in het tiende lid: € 285,20.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">O</nr>
            <titel>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 5, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het tweede lid, onderdeel 3: € 36.780;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het vierde lid, onderdeel a: € 1.013,90;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in het vierde lid, onderdeel b: € 1.419,46; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in het vierde lid, onderdeel c: € 1.013,90.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De bedragen, genoemd in artikel 8, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, bedragen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in het derde lid: € 448,90;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in het negende lid: € 280,95;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>in het elfde lid: € 285,20;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>in het dertiende lid: € 285,20; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>in het veertiende lid: € 285,20.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
            <al>Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
      </circulaire-tekst>
      <circulaire-sluiting status="goed">
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Werk en Participatie,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.A.</voornaam>
            <achternaam>Aartsen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </circulaire-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al>Per 1 juli 2026 worden verschillende bedragen in de SZW-wet- en regelgeving herzien.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Zie <extref doc="stcrt-2025-43553" soort="document" status="actief"><nadruk type="cur">Stcrt. 2025, 43553</nadruk></extref> en <extref doc="stcrt-2025-43567" soort="document" status="actief"><nadruk type="cur">Stcrt. 2025, 43567</nadruk></extref> voor de verschillende bedragen en percentages in de SZW-wet- en regelgeving die gelden sinds 1 januari 2026.</noot.al></noot> In deze bekendmaking worden de nieuwe bedragen en percentages gepubliceerd, zoals voorgeschreven door de genoemde wetten, besluiten en regelingen. De wijzigingen zijn zo veel mogelijk gebundeld.</al>
        <al>Onderstaand wordt per wet, besluit of regeling toegelicht op welke wijze de bedragen zijn herzien.</al>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</titel>
          </kop>
          <al>Per 1 juli 2026 zijn de normbedragen uit de Participatiewet (hierna: Pw) herzien. Zoals is opgenomen in artikel 475da van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden de bedragen voor de beslagvrije voet berekend aan de hand van onder andere de verschillende normwaarden uit de PW. In deze mededeling zijn de nieuwe maximumbedragen voor de beslagvrije voet gepubliceerd, zoals voorgeschreven door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Wijziging minimumloon</titel>
          </kop>
          <al>Bij Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 april 2026, tot aanpassing wettelijk minimumloon per 1 juli 2026 (<extref doc="stcrt-2026-16505" soort="document" status="actief"><nadruk type="cur">Stcrt. 2026, 16505</nadruk></extref>) is het bruto wettelijk minimumloon met ingang van 1 juli 2026 vastgesteld op € 2.337,00 per maand. Dit bedrag is exclusief de vakantie-uitkering van 8%. De bedragen in de onderstaande regelingen zijn aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon. Per regeling is, waar nodig, onderstaand een nadere toelichting gegeven.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten</tussenkop>
          <al>Het bedrag is gewijzigd overeenkomstig de wijze waarop het bedrag, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet is gewijzigd.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Algemene nabestaandenwet</tussenkop>
          <al>Op grond van artikel 2, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet (hierna: Anw) zijn de bedragen, bedoeld in de artikelen 17 (bruto nabestaandenuitkering) en 29 (bruto wezenuitkering) van die wet aangepast aan de wijziging van het netto minimumloon. In de berekeningen is rekening gehouden met de bevriezing van de afbouw van de dubbele heffingskorting, genoemd in artikel 2, vijfde lid, Anw.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Algemene Ouderdomswet</tussenkop>
          <al>Op grond van artikel 9, zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet wordt het bruto-ouderdomspensioen herzien wanneer het netto minimumloon wijzigt. Het bruto wettelijk minimumloon is met ingang van 1 juli 2026 gewijzigd. Het netto minimumloon is in het verlengde daarvan gewijzigd.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021</tussenkop>
          <al>In het Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021 zijn in artikel 7a de minimummaandbedragen per leeftijdscategorie voor de studietoeslag vastgesteld en is in artikel 7b het maandelijkse vrijlatingsbedrag voor de stagevergoeding vastgesteld. Deze bedragen zijn netto bedragen waarover de gemeenten loonheffing en de werkgeversheffing Zvw afdraagt. Als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet zijn deze bedragen aangepast. De bedragen worden aangepast met hetzelfde percentage als waarmee het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet wijzigt. Dit is het percentage waarmee de bijstandsnormen wijzigen.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Participatiewet</tussenkop>
          <al>Als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet zijn de normbedragen en maximale vrijlatingsbedragen in de Participatiewet aangepast.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Regeling tegemoetkoming Wajongers</tussenkop>
          <al>Op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Regeling tegemoetkoming Wajongers wordt de hoogte van de tegemoetkoming aangepast met het percentage van de verhoging van het bruto wettelijk minimumloon met ingang van 1 juli 2026.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW</tussenkop>
          <al>De bedragen, genoemd in artikel 8, tweede en derde lid, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW worden herzien in verband met een wijziging van het nettominimumloon zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025 (zie artikel 32, eerste lid, van de regeling), maar blijft van toepassing op voor dat tijdstip toegekende uitkeringen. Vanaf 1 januari 2025 is er geen nieuwe instroom meer. Per 1 januari 2027 stromen de laatste gerechtigden uit en is indexatie niet meer nodig.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Toeslagenwet</tussenkop>
          <al>De bedragen zijn gewijzigd overeenkomstig de wijze waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Participatiewet zijn gewijzigd.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Werkloosheidswet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en Ziektewet</tussenkop>
          <al>Het dagloon, berekend op grond van deze wetten en de daarop berustende bepalingen, wordt herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag van het wettelijke minimumloon wordt herzien. Het maximumdagloon is het onafgeronde maximumpremieloon (jaarbedrag) per 1 januari, gedeeld door 261. In de Staatscourant wordt medegedeeld met ingang van welke dag en met welk percentage een herziening plaatsvindt. Herziening van de uitkeringen als gevolg van een herziening van het dagloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Regeling vaststelling grondslagen IOAW en Regeling vaststelling grondslagen IOAZ en de Regeling vermogenswaardering Ioaz</tussenkop>
          <al>In de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) zijn de netto bedragen opgenomen waaraan de op grond van artikel 5 van de IOAW en IOAZ vast te stellen grondslagen netto gelijk dienen te zijn. De genoemde bedragen dienen te worden herzien met ingang van de dag waarop en met het percentage waarmee het nettominimumloon wordt herzien. Aangezien met ingang van 1 juli 2026 het nettominimumloon wijzigt, dienen de in de IOAW en de IOAZ en in de Regeling vaststelling grondslagen IOAW en de Regeling vaststelling grondslagen IOAZ genoemde bedragen eveneens te worden gewijzigd. Ook de vrijlatingen en een bedrag genoemd in de Regeling vermogenswaardering Ioaz worden gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het nettominimumloon.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Regeldruk</titel>
          </kop>
          <al>Er wordt geen extra regeldruk voorzien als gevolg van de mededeling. Er zijn, met uitzondering van de aanpassing van het wettelijk minimumloon, geen extra handelingen vereist van burgers of bedrijven; er worden alleen bedragen medegedeeld. Werkgevers passen de lonen van werknemers met het wettelijk minimumloon aan met ingang van 1 juli 2026.</al>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Werk en Participatie,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.A.</voornaam>
            <achternaam>Aartsen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </circulaire>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>