﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-16532/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 15 mei 2026, nr. WJZ/104092078, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de artikelen 15, 19, 27 en 28 van de Landbouwwet;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Uitvoeringsregeling GLB 2023 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>In artikel 10, eerste lid wordt ‘Wanneer 15 mei een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is’ vervangen door ‘Wanneer 15 mei op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In onderdeel b, eerste subonderdeel, wordt na ‘aanvraagjaar’ ingevoegd ‘, doch uiterlijk 15 oktober van dat jaar,’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In onderdeel c, eerste subonderdeel, wordt na ‘aanvraagjaar’ ingevoegd ‘, doch uiterlijk 15 oktober van dat jaar,’.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>In artikel 32, tweede lid, wordt ‘6, 7 en 10’ vervangen door ‘6 en 7’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>In artikel 33, tweede lid, onderdeel h, wordt ‘tweede lid’ vervangen door ‘eerste en tweede’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">E</lidnr>
            <wat>Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het tweede lid, wordt ‘de vrijstelling van controle van bedrijven met een maximale omvang van tien ha landbouwareaal, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van verordening 2021/2116’ vervangen door ‘de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2116, van bedrijven met een maximale omvang van tien ha areaal dat in aanmerking komt voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel en is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van verordening 2021/2116, bedoelde geospatiale aanvraag’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Er wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, lid 2 bis, van verordening (EU) 2021/2116, van bedrijven met een maximale omvang van dertig ha landbouwareaal dat is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van Verordening 2021/2116, bedoelde geospatiale aanvraag, is 15 mei.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">F</lidnr>
            <wat>Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In RBE 2.7, derde kolom, vervalt ‘in samenhang met de verplichting om alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat meststoffen in oppervlaktewater terecht komen’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In RBE 8.10, tweede kolom, wordt na ‘Artikelen’ ingevoegd ‘2.11, ’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In RBE 9.16, derde kolom, vervalt ‘en wanneer deze ouder is dan 8 weken’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <wat>In RBE 10.19, derde kolom, wordt ‘bestaande uit’ vervangen door ‘zoals’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <wat>In RBE 11.14, derde kolom, wordt ‘regelmatig’ vervangen door ‘maandelijks’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">6.</nr>
              <wat>In RBE 11.16, derde kolom, wordt ‘tot een minimum beperkt worden wordt voorkomen’ vervangen door ‘tot een minimum wordt beperkt of wordt voorkomen’.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">G</lidnr>
            <wat>Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Aan het opschrift van artikel 4 wordt toegevoegd ‘en aanleg van bufferstroken langs oppervlaktewaterlichamen die van 1 april tot 1 oktober normaliter droog staan’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In artikel 4, eerste lid vervalt ‘met uitzondering van de oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in GLMC 10’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>Artikel 4a vervalt.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <wat>In de aanhef van artikel 6, zevende lid wordt ‘zevende’ vervangen door ‘zesde’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <wat>Aan artikel 7 wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">9.</lidnr>
                  <al>Dit artikel is niet van toepassing op landbouwers met een bedrijf met een maximale omvang van dertig ha landbouwareaal, dat is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van Verordening 2021/2116, bedoelde geospatiale aanvraag.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-05-15">15 mei 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J. van</voornaam>
            <achternaam>Essen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>De onderhavige wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 voorziet met name in een aantal technische aanpassingen, waaronder de doorwerking van de Algemene termijnenwet, het Besluit houders van dieren, het Nationaal Strategisch Plan en het Besluit activiteiten leefomgeving.</al>
          <al>Twee verplichtingen worden inhoudelijk gewijzigd. Ten eerste wordt de periode voor het uitvoeren van de eco-activiteiten ‘precisiegewasbescherming’ en ‘precisiebemesting’ verkort tot 15 oktober van het aanvraagjaar. Zie voor een toelichting de artikelsgewijze toelichting bij Artikel I, onderdeel B. Ten tweede worden bedrijven tot maximaal dertig ha landbouwareaal uitgezonderd van sancties en controles op de verplichte gewasrotatie. Zie voor een toelichting de artikelsgewijze toelichting bij Artikel I, onderdeel E.</al>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Regeldruk</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Geraakte doelgroep</titel>
              </kop>
              <al>De wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 raakt alle agrarische bedrijven die een aanvraag doen voor rechtstreekse betalingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dit zijn elk jaar ongeveer 43.000 bedrijven. Er worden voor deze bedrijven geen bedrijfseffecten verwacht.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Regeldrukeffecten</titel>
              </kop>
              <al>De voorgestelde wijzigingen zijn voor het grootste deel technisch van aard. Er zijn twee wijzigingen van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 waarbij verplichtingen worden ingevoerd of (deels) afgeschaft.</al>
              <al>Voor de eco-activiteiten ‘precisiegewasbescherming’ en ‘precisiebemesting’ wordt de periode waarin de activiteit kan worden uitgevoerd, beperkt van 1 januari tot 15 oktober van het aanvraagjaar, in plaats van tot 31 december van het aanvraagjaar. Deze beperking komt de uitvoerbaarheid voor de overheid ten goede en heeft naar verwachting geen nadelig effect voor landbouwbedrijven. Deze datum biedt agrariërs namelijk voldoende ruimte om voor de hoofdteelt hun precisiegewasbescherming toe te passen en de kosten voor het uitvoeren van de activiteit blijven hetzelfde.</al>
              <al>De uitzondering van sancties en controles op GLMC 7 voor bedrijven tot maximaal 30 ha landbouwareaal betekent een verlichting van de regeldruk voor deze bedrijven. Het gaat naar schatting om mogelijk de helft van de bedrijven die niet meer worden gecontroleerd op de gewasrotatie. Een gedeelte van deze agrarische bedrijven zal mogelijk al onder een van de uitzonderingen op gewasrotatie vallen, regulier gewasrotatie toepassen in hun bouwplan of gewasrotatie toepassen in kader van de geldende mestregelgeving. Dit maakt het niet direct kwantificeerbaar wat de effecten hiervan op bedrijfsniveau of sectorniveau zijn.</al>
              <al>Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>MKB-toets of (agrarische) praktijktoets</titel>
              </kop>
              <al>De wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 heeft geen substantiële gevolgen voor de agro-en visserijketen. Er heeft daarom geen agrarische praktijktoets plaatsgevonden.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten en wordt de regeling niet twee maanden voor inwerkingtreding gepubliceerd. Dit is gerechtvaardigd, omdat de sluitingsdatum voor de Gecombineerde opgave 2026 ligt voor het vaste verandermoment. De versoepelingen kunnen zo voorafgaand aan die datum in werking treden. De aanpassing van de eco-regeling is reeds met vertegenwoordigers van de sector besproken en breder bekend en kan daarom ook na publicatie geïmplementeerd worden.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel A</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB inzake het indienen van de aanvraag voor de rechtstreekse betaling bevatte enkel een voorziening ingeval 15 mei een zaterdag of zondag is, maar regelde niets voor de situatie dat 15 mei een algemeen erkende feestdag of een daarmee gelijk te stellen dag is. Met de wijziging van artikel 10 wordt dit alsnog geregeld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel B</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 20, onderdeel b, wordt aan de subsidievoorwaarden van de eco-activiteit precisiegewasbescherming een einddatum toegevoegd van 15 oktober in het aanvraagjaar. Deze aanpassing is nodig om de eco-activiteit precisiegewasbescherming uitvoerbaar en controleerbaar te houden. Door het hanteren van een einddatum kunnen RVO en NVWA hun controles beter inrichten en bevindingen tijdig verwerken, zodat de subsidieaanvraag voor de eco-regeling binnen de gestelde termijnen kan worden afgehandeld.</al>
            <al>In overleg met de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) is besloten om 15 oktober vast te stellen als einddatum voor precisiegewasbescherming ten behoeve van de hoofdteelt in het aanvraagjaar. Naar verwachting biedt deze datum agrariërs voldoende ruimte om voor de hoofdteelt hun precisiegewasbescherming toe te passen. Daarnaast behouden melkveehouders met deze einddatum, indien nodig, mogelijkheid om precisiegewasbescherming toe te passen voor de bestrijding van ridderzuring.</al>
            <al>Het opnemen van een einddatum betekent niet dat landbouwers na deze datum geen precisielandbouw meer mogen toepassen. Toepassingen na deze datum tellen uitsluitend niet mee voor de eco-regeling.</al>
            <al>Met de wijziging van artikel 20, onderdeel c, wordt aan de subsidievoorwaarden van de eco-activiteit precisiebemesting een einddatum van 15 oktober in het aanvraagjaar toegevoegd. Deze aanpassing is noodzakelijk om de eco-activiteit precisiebemesting uitvoerbaar en controleerbaar te houden. Door het vaststellen van een einddatum kunnen RVO en NVWA hun controles beter inrichten en bevindingen tijdig verwerken, zodat de subsidieaanvraag voor de eco-regeling binnen de geldende termijnen kan worden afgehandeld.</al>
            <al>In overleg met LTO en NAV is besloten om 15 oktober vast te stellen als einddatum voor precisiebemesting ten behoeve van de hoofdteelt in het aanvraagjaar. In het kader van eenvoud wordt hierbij dezelfde einddatum gehanteerd als voor precisiegewasbescherming. Daarbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat bij het toepassen van mest de mestwetgeving altijd leidend is. Indien de mestwetgeving voorschrijft dat in een bepaald gebied of in een bepaalde periode geen bemesting is toegestaan, prevaleren deze regels.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel C</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 32, tweede lid, vervalt de verwijzing naar GLMC 10, omdat deze GLMC wordt samengevoegd met GLMC 4. Zie hiervoor de toelichting bij artikel I, onderdeel G.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel D</titel>
            </kop>
            <al>Een onderdeel van het sanctiebeleid is een bewustmakingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat bij kleine overtredingen eerst een waarschuwing wordt gegeven voordat er gesanctioneerd wordt. Voor welke overtredingen dit geldt blijkt uit artikel 33, tweede lid.</al>
            <al>Artikel 33, tweede lid, onderdeel h, heeft betrekking op een overtreding van artikel 2.22 van het Besluit houders van dieren. Dit artikel implementeert Richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens. Het bewustmakingsmechanisme omtrent overtredingen van dit artikel geldt specifiek voor het incidenteel ontbreken van materiaal, waarbij een waarschuwing worden gegeven met een verplichting tot het verbeteren van de situatie.</al>
            <al>In deze wijziging wordt, naast de reeds opgenomen verwijzing naar de voorwaarden inzake verrijking en vloerbedekking voor zeugen en gelten, ook de verwijzing naar de voorwaarden inzake verrijking en vloerbedekking voor varkens uit artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit houders van dieren toegevoegd. Bevindingen op de voorwaarden over verrijking en vloerbedekking worden binnen dit bewustmakingsmechanisme op al een gelijke manier behandeld. Deze wijziging bevat dus een codificatie van de praktijk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel E</titel>
            </kop>
            <al>Met de publicatie van verordening (EU) 2025/2649<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2025/2649 van het Europees parlement en de Raad van 19 december 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2115 wat betreft het conditionaliteitssysteem, interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen, interventietypes in bepaalde sectoren en plattelandsontwikkeling, en jaarlijkse prestatieverslagen, en van Verordening (EU) 2021/2116 wat betreft de opschorting van betalingen in verband met de jaarlijkse prestatiegoedkeuring, en controles en sancties.</noot.al></noot> is de uitzondering voor de sancties en controles voor bedrijven met een maximale omvang van tien ha landbouwareaal gewijzigd. Als gevolg van de wijziging van artikel 82, tweede lid van verordening (EU) 2021/2116 wordt de tien ha gebaseerd op het volledig areaal inclusief landschapselementen wat voor steun in aanmerking komt. Voor het bepalen van de tien ha wordt uitgegaan van het areaal waarover steun wordt aangevraagd. Aanvullend is er een extra uitzondering opgenomen voor bedrijven tot maximaal dertig ha landbouwareaal ingevolge artikel 83, lid 2 bis, van verordening (EU) 2021/2116. Deze bedrijven worden uitgezonderd van sancties en controles op GLMC 7 (gewasrotatie op bouwland). Voor het bepalen van de dertig ha wordt uitgegaan van het landbouwareaal dat door de landbouwer is opgegeven in de geospatiale aanvraag, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening 2021/2116.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel F</titel>
            </kop>
            <al>Bijlage 3 wordt op verschillende punten gewijzigd. In een voorgaande wijziging<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref soort="document" doc="stcrt-2026-1855" status="actief">Stcrt-2026-1855</extref>.</noot.al></noot> is eiscode 2.7 bij RBE 2 (nitraatrichtlijn) aangepast. De zorgplicht uit het artikel van het Besluit activiteiten leefomgeving is vervallen, maar deze stond per abuis nog wel in de toelichting. Dit wordt middels deze wijziging gecorrigeerd.</al>
            <al>In RBE 8.10 (duurzaam gebruik pesticiden) wordt de algemene zorgplicht uit artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving toegevoegd aan de na te leven voorschriften. Deze wettelijke zorgplicht heeft een ruimere strekking, maar voor de toepassing van deze RBE gaat het uitsluitend om zorgvuldig handelen in relatie tot de opslag van gewasbeschermingsmiddelen. Door het toevoegen van dit artikel aan RBE 8.10 wordt het mogelijk gemaakt dat de Omgevingsdiensten een doormelding maken aan de NVWA bij een constatering van een niet naleving of bij nalatig handelen inzake opslagplaatsen voor gewasbeschermingsmiddelen indien daardoor gevaar ontstaat of kan ontstaan voor mens, dier, plant, bodem of water.</al>
            <al>Tot slot worden een aantal omschrijvingen van eiscodes aangepast om deze in overeenstemming te brengen met de regelgeving waarnaar verwezen wordt. De regelgeving waarnaar verwezen wordt, bevat de voorwaarden waarop gecontroleerd wordt. De voorwaarden veranderen inhoudelijk niet.</al>
            <al>In RBE 9 (bescherming van kalveren), wordt in eiscode 9.16 de minimale oppervlakte die van toepassing is voor kalveren in overeenstemming gebracht met artikel 2.32, derde lid, van het Besluit houders van dieren. Deze minimale oppervlakte geldt namelijk niet alleen voor kalveren die ouder zijn dan 8 weken. Het tekstdeel ‘en wanneer deze ouder is dan 8 weken’ staat daarom onterecht in de beschrijving.</al>
            <al>In RBE 10 (bescherming van varkens), wordt in eiscode 10.19 ‘bestaande uit’ vervangen door ‘zoals’, om de tekst precies in overeenstemming te brengen met artikel 2.22, eerste en tweede lid, van het Besluit houders van dieren.</al>
            <al>In RBE 11 (bescherming landbouwhuisdieren), wordt in eiscode 11.14 ‘regelmatig’ vervangen door ‘maandelijks’, om de omschrijving in overeenstemming te brengen met artikel 9.6, tweede lid, van de Regeling houders van dieren. In eiscode 11.16 wordt een schrijffout gecorrigeerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel G</titel>
            </kop>
            <al>Bijlage 4 wordt op verschillende punten gewijzigd. Naar aanleiding van een aanpassing in het Nationaal Strategisch Plan (NSP), waarbij GLMC 10 is samengevoegd met GLMC 4, wordt deze aanpassing ook in de regeling doorgevoerd. GLMC 4 (aanleg van bufferstroken langs oppervlaktewaterlichamen) en GLMC 10 (aanleg van bufferstroken langs oppervlaktewaterlichamen die van 11 april tot 1 oktober normaliter droog staan) worden samengevoegd onder GLMC 4. Inhoudelijk veranderen de voorwaarden niet: het aanhouden van bufferstroken langs droogvallende sloten blijft verplicht.</al>
            <al>GLMC 10 betrof een nationaal specifieke norm, terwijl Verordening (EU) 2021/2115 uitgaat van negen GLMC’s. Wijzigingen in deze verordening voor GLMC 4 werkten daardoor niet direct door naar GLMC 10. Door de samenvoeging van GLMC 4 en GLMC 10 gelden toekomstige wijzigingen van GLMC 4 voortaan ook in Nederland voor alle bufferstroken.</al>
            <al>In GLMC 7 (gewasrotatie op bouwland) wordt een technische aanpassing doorgevoerd naar aanleiding van een verkeerde verwijzing en er wordt een aanvullend lid toegevoegd in verband met de uitzondering voor bedrijven tot dertig ha landbouwareaal, zoals uitgewerkt in de toelichting bij artikel I, onderdeel E.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel II</titel>
            </kop>
            <al>Artikel II regelt de inwerkingtreding van deze regeling. Zie voor een toelichting hierop het algemeen deel van de toelichting.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J. van</voornaam>
            <achternaam>Essen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>