﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-16528/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 april 2026, nr. 2026-0000126313 inhoudende de aanwijzing van inspectie-instellingen (Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta)</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12s van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en artikel 1b:9 en 1b:10 van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">1</nr>
            <titel>Rechtspersoonlijkheid van de inspectie-instelling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toetst aan de hand van de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en het relevante juridisch kader, zoals voornamelijk vastgelegd in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of de aanvrager rechtspersoonlijkheid heeft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Bij twijfel over de vraag of een buitenlandse rechtsvorm vergelijkbaar is met rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht, doet de Minister nader onderzoek naar de buitenlandse rechtsvorm.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">2</nr>
            <titel>Accreditatie door de Raad voor Accreditatie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De inspectie-instelling is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd op basis van de internationale standaard ISO/IEC 17020 en de eisen uit het normenkader, inspectieschema en deze beleidsregel (hierna gezamenlijk te noemen: het ‘Accreditatieschema’).</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De in het buitenland gevestigde inspectie-instelling kan volstaan met het overleggen van een accreditatie op basis van het Accreditatieschema van de nationale accreditatie-instantie van het desbetreffende land.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toetst aan de hand van de accreditatierapportage en het openbaar register van de Raad voor Accreditatie, dan wel een andere nationale accreditatie-instantie, indien de inspectie in het buitenland gevestigd is, of de inspectie-instelling is geaccrediteerd, of de accreditatie nog steeds geldig is, en of de accreditatie van toepassing is op de desbetreffende werkzaamheden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">3</nr>
            <titel>Onafhankelijkheid van de inspectie-instelling</titel>
          </kop>
          <al>De inspectie-instelling en haar intern en extern personeel is onafhankelijk van de te beoordelen en beoordeelde organisaties, personen of diensten. Onafhankelijk betekent dat de inspectie-instelling voldoet aan de Type A voorschriften voor onafhankelijkheid zoals opgenomen in Bijlage A van ISO/IEC 17020. Voorgaande geldt voor belangen, functies en adviesdiensten tot drie jaar terug in de tijd.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">4</nr>
            <titel>Kennis en deskundigheid</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Binnen de organisatie van de inspectie-instelling zijn in ieder geval de functies van inspecteur en technisch manager aanwezig. Voor iedere functie zijn in Bijlage 1 bijbehorende eisen aan kennis en deskundigheid geformuleerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De inspectie-instelling beschikt over een gedocumenteerde procedure voor de opleiding van inspecteurs. De opleidingsprocedure bestaat in ieder geval uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een inwerkperiode;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een periode van begeleid werken met ervaren inspecteurs; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>permanente bijscholing om kennis en vaardigheden op peil te houden.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>De inspectie-instelling beschikt voorts over een gedocumenteerde procedure voor de monitoring van de prestaties van inspecteurs. De resultaten van deze controles worden eveneens gebruikt om de opleidingsbehoeften voor inspecteurs in kaart te brengen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">5</nr>
            <titel>Uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Onder ‘uitbesteding’, bedoeld in artikel 1b:9, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs, wordt verstaan het laten uitvoeren van inspectiewerkzaamheden door een andere rechtspersoon, die werkt onder een eigen kwaliteitssysteem.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Bij uitbesteding van inspectiewerkzaamheden vergewist de inspectie-instelling zich ervan dat de onderaannemer voldoende deskundig en toegerust is om de inspecties naar behoren uit te voren, conform de eisen die ISO/IEC 17020 aan uitbesteding stelt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Onder ‘uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel’ wordt verstaan het inhuren van extern personeel om extra capaciteit of expertise te leveren. Dit wordt niet gezien als uitbesteding in voornoemde zin, op voorwaarde dat de desbetreffende personen zijn opgenomen in het kwaliteitssysteem van de inspectie-instelling en aantoonbaar zijn geïnstrueerd om te opereren in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van de inspectie-instelling als ware het intern personeel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>Het opvragen van informatie bij inleners om te toetsen of een uitlener voldoet aan eisen in het normenkader die betrekking hebben op de naleving van de artikelen 8 en 8a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs geldt niet als uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">6</nr>
            <titel>Administratie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Tot de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van de taken van de inspectie-instelling, bedoeld in art. 1b:9, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs, behoren in ieder geval:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de backoffice voor planning, capaciteitsbeheer en monitoring van inspecties;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>het kwaliteitssysteem van de inspectie-instelling;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>de inspectiedossiers; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>de contracten met uitleners, intern en extern personeel en derden aan wie inspectiewerkzaamheden worden uitbesteed.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>De administratie moet zijn ingericht conform geldende Administratieve Organisatie en Interne Controle principes en voldoen aan de eisen van ISO/IEC 17020.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">7</nr>
            <titel>Geheimhouding</titel>
          </kop>
          <al>Onder ingezet personeel als bedoeld in artikel 1b:9, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs, wordt zowel intern als extern personeel verstaan. Het gaat hierbij om al het personeel dat toegang kan krijgen tot informatie die tijdens de uitvoering van inspectieactiviteiten is verkregen.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">8</nr>
            <titel>Verbonden ondernemingen, onderaannemers, bestuurders en feitelijk leidinggevenden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De inspectie-instelling draagt er op grond van artikel 1b:9, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs, zorg voor dat de activiteiten van verbonden ondernemingen, onderaannemers, bestuurders en feitelijk leidinggevenden geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, integriteit, objectiviteit of onpartijdigheid van de inspectiewerkzaamheden met betrekking tot de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat de inspectie-instelling risico’s voor de vertrouwelijkheid, integriteit, objectiviteit en onpartijdigheid van controles identificeert en op een passende wijze mitigeert.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Een verbonden onderneming, als bedoeld in artikel 1b:9, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs, is een onderneming waarover de inspectie-instelling zeggenschap kan uitoefenen of die zulke zeggenschap kan uitoefenen over de inspectie-instelling. Zeggenschap kan zowel direct als indirect worden uitgeoefend. In de volgende gevallen is sprake van zeggenschap:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>ondernemingen maken onderdeel uit van dezelfde groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde een economische eenheid waarin deze rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een onderneming heeft direct of indirect de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een onderneming heeft direct of indirect het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>een onderneming heeft direct of indirect het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming; of</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>een onderneming die direct of indirect aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming en die op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap heeft over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan een netwerktekening op laten stellen om inzicht te krijgen in onderlinge relaties, faillissementen en ontbindingen. De Minister gebruikt de netwerktekening om te beoordelen of de activiteiten van verbonden ondernemingen, onderaannemers, bestuurders en feitelijk leidinggevenden afbreuk kunnen doen aan de vertrouwelijkheid, integriteit, objectiviteit of onpartijdigheid van de inspectiewerkzaamheden. De netwerktekening kan ook worden gebruikt om te toetsen of de inspectie-instelling voldoet aan de eisen ten aanzien van de onafhankelijkheid.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">9</nr>
            <titel>Klachtenprocedure</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De klachtenprocedure van de inspectie-instelling bestaat uit een schriftelijke procedure waaruit blijkt hoe:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een uitlener de bevindingen en resultaten van een inspectie bij de inspectie-instelling ter discussie kan stellen. Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over hoor en wederhoor zoals opgenomen in het inspectieschema.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>uitleners of derden andersoortige klachten kunnen indienen bij de inspectie-instelling en hoe die klachten worden behandeld.</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over klachtbehandeling (‘complaints’) opgenomen in ISO/IEC 17020.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Indien een uitlener na de hoor- en wederhoorprocedure nog een blijvende klacht heeft over een feitelijke bevinding van de inspectie-instelling, is in afwijking van het bepaalde in ISO/IEC 17020 voor de aanwijzing niet vereist dat de inspectie-instelling hiervoor een bezwaar- en beroepsprocedure heeft opengesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">10</nr>
            <titel>Bewijsstukken en procedure</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Bij de aanvraag tot aanwijzing legt de inspectie-instelling de volgende documenten over:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>Een volledig ingevuld aanvraagformulier zoals beschikbaar gesteld op de website <extref doc="http://www.toelatinguitleenmarkt.nl/" soort="URL" status="actief">www.toelatinguitleenmarkt.nl</extref>.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>De volledige accreditatierapportage met betrekking tot het accreditatieschema van de Raad voor Accreditatie of een andere nationale accreditatie-instantie, indien de inspectie-instelling in het buitenland gevestigd is.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Na ontvangst van een volledige aanvraag neemt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de aanvraag in behandeling en plant een verificatiebezoek in. Tijdens dit bezoek, dat plaatsvindt op kantoor van de inspectie-instelling, wordt nader onderzocht of de inspectie-instelling voldoet aan alle voorwaarden voor aanwijzing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Zowel voorafgaand, tijdens als na afloop van het verificatiebezoek kan de Minister inzage vragen in aanvullende inlichtingen en gegevens. Daartoe behoren in ieder geval de volgende inlichtingen en gegevens:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de wijze waarop de inspectie-instelling de onafhankelijkheid van de controles naleving normenkader waarborgt, risico’s voor de onafhankelijkheid van controles identificeert en deze risico’s mitigeert;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een overzicht van verbonden ondernemingen, onderaannemers en nevenactiviteiten van bestuurders en feitelijk leidinggevenden;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een lijst met inspecteurs en technisch managers met onderbouwing van de kwalificaties van de desbetreffende medewerkers en aanduiding van de aard van het dienstverband;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>de wijze waarop de inspectie-instelling ervoor zorgt dat de kwaliteit en vaardigheden van medewerkers op orde is, en dit ook blijft, d.m.v. een intern opleidingsprogramma, externe trainingen/cursussen of anderszins;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>het beloningsbeleid van de inspectie-instelling;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>het register met uitbestede activiteiten;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>loonstroken, facturen en/of betalingsafschriften betreffende intern of extern personeel;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>h.</li.nr>
                <al>relevante onderdelen van de administratie, zoals het kwaliteitssysteem van de inspectie-instelling, de inspectiedossiers of de contracten met uitleners, intern en extern personeel en (andere) derden aan wie inspectiewerkzaamheden worden uitbesteed;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>i.</li.nr>
                <al>beleid ten aanzien van interne audits, resultaten van interne audits en de opvolging die aan bevindingen is gegeven;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>j.</li.nr>
                <al>een kopie van de polis waaruit blijkt dat de inspectie-instelling is verzekerd tegen beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheid of een schriftelijke verklaring van de verzekeraar betreffende het bestaan van de verzekering;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>k.</li.nr>
                <al>bewijs van premiebetaling van de verzekering;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>l.</li.nr>
                <al>een klachtenprocedure ten behoeve van de behandeling van klachten over de door de inspectie-instelling aangeboden dienstverlening.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">11</nr>
            <titel>Kwaliteitsbewaking</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bewaakt de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de inspectie-instellingen door gebruik te maken van de volgende instrumenten:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>informatieverzoeken;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>verificatiebezoeken;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>meeloopinspecties; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Een aangewezen inspectie-instelling wordt aan het begin van ieder kalenderjaar verzocht om voor 1 maart, of een andere door de Minister aangegeven – latere – datum, informatie aan te leveren over de door haar in verband met de aanwijzing verrichte werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar. Het informatieverzoek heeft betrekking op de volgende onderwerpen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>eventuele wijzigingen in de inschrijving in het handelsregister;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>eventuele wijzigingen in de status en scope van de accreditatie van de inspectie-instelling;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>de uitkomsten en rapportages van controle- en herbeoordelingen met betrekking tot het Accreditatieschema uitgevoerd door de Raad voor Accreditatie of een andere nationale accreditatie-instantie, indien de inspectie-instelling in het buitenland gevestigd is;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>door de inspectie-instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>de door de inspectie-instelling uitgevoerde controles naleving normenkader, inclusief uitgevoerde herstelinspecties en toepassing van de 4O-systematiek;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>de termijn waarbinnen de inspectie-instelling een controle op verzoek van een uitlener heeft uitgevoerd;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>het gevoerde beleid ten aanzien van permanente educatie.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Indien daartoe aanleiding bestaat kan de Minister tussentijds aanvullende informatie opvragen bij een aangewezen inspectie-instelling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>De Minister voert jaarlijks een verificatiebezoek uit. Tijdens dit bezoek, dat plaatsvindt op kantoor van de inspectie-instelling, wordt nader onderzocht of de inspectie-instelling voldoet aan alle voorwaarden voor behoud van de aanwijzing. De informatie genoemd onder het tweede lid fungeert als vertrekpunt voor een gesprek hierover met de inspectie-instelling. Indien daartoe aanleiding bestaat kan ook tussentijds een extra verificatiebezoek plaatsvinden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
            <al>Zowel voorafgaand, tijdens als na afloop van het verificatiebezoek kan de Minister inzage vragen in aanvullende inlichtingen en gegevens. Daartoe behoren in ieder geval de gegevens genoemd in artikel 10. Ook kan inzage worden gevraagd in werkinstructies, om te controleren of afspraken gemaakt tijdens overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie daarin zijn verwerkt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
            <al>Ambtenaren kunnen namens de Minister periodiek meelopen met een of meerdere inspecties om te beoordelen of de inspecties worden uitgevoerd met de vereiste deskundigheid en conform het inspectieschema.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
            <al>De Minister organiseert periodiek overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie tussen aangewezen inspectie-instellingen, als bedoeld in artikel 1b:10, tweede lid, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">12</nr>
            <titel>Schorsen en intrekken van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Bij de besluitvorming om al dan niet over te gaan tot schorsing of intrekking van de aanwijzing worden in ieder geval de volgende belangen afgewogen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>belang bij deskundige en integere controles; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>evenredigheid van het middel.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt rekening met de volgende factoren:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de aard, ernst en duur van de tekortkoming;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>de opzettelijke of nalatige aard van de tekortkoming;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>de door de inspectie-instelling genomen maatregelen om de tekortkoming te herstellen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>eerdere relevante tekortkomingen door de inspectie-instelling;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>de wijze waarop de Minister kennis heeft gekregen van de tekortkoming, met name of, en zo ja, in hoeverre, de inspectie-instelling de tekortkoming heeft gemeld aan de Minister; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>de mate waarin de inspectie-instelling de Minister in staat stelt zich een goed beeld te vormen van de kwaliteit van uitgevoerde inspecties, onder andere door mee te werken aan informatieverzoeken en meeloopinspecties.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">14</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage status="goed">
        <kop>
          <label>BIJLAGE</label>
          <nr status="officieel">1</nr>
          <titel>KENNIS EN DESKUNDIGHEID</titel>
        </kop>
        <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
          <title>Inspecteur</title>
          <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="113*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="340*" />
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Taken</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het uitvoeren van inspecties naleving normenkader en het opstellen van inspectierapporten.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Kennis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over kennis met betrekking tot: (a) de Wtta, de Waadi, het Baadi en de Regeling Waadi, in het bijzonder het normenkader en het inspectieschema; (b) de arbeidswetten, sociale zekerheidswetten en fiscale wet- en regelgeving waarnaar in het normenkader wordt verwezen; (c) relevante cao’s; en (d) personeels- loon- en financiële administratie.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Opleiding</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over hbo werk- en denkniveau verkregen door: (a) een afgeronde opleiding op hbo of academisch niveau; of (b) een afgeronde financieel administratieve vooropleiding op ten minste mbo-, meao-, of mba-niveau, aangevuld met relevante interne en/of externe opleidingen.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Werkervaring</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over minimaal twee jaar relevante werkervaring: (a) binnen het werkveld personeels- loon- en financiële administratie, accountancy of audits/inspecties (intern of extern); of (b) bij het UWV, de Svb, de NLA, de Belastingdienst of een andere relevante overheidsinstantie.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Permanente educatie</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Neemt deel aan passende bijscholingsactiviteiten in het kader van permanente educatie om kennis en vaardigheden op peil te houden. Voert jaarlijks minimaal 20 reguliere inspecties naleving normenkader uit en 75 inspecties over een periode van 3 jaar.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Kerncompetenties</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">1. Onafhankelijke oordeelsvorming. </nadruk>De inspecteur vormt een objectief en feitelijk oordeel, bewaakt professionele distantie en voorkomt (de schijn van) belangenverstrengeling. De inspecteur laat zijn oordeelsvorming niet beïnvloeden door tijdsdruk of weerstand van derden.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">2. Analytisch en onderzoekend vermogen. </nadruk>De inspecteur verzamelt, analyseert en beoordeelt administratieve gegevens op systematische en zorgvuldige wijze. Daarbij scheidt de inspecteur hoofd- van bijzaken, legt de nodige verbanden, toetst aannames en benoemt mogelijke oorzaken voor onregelmatigheden.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">3. Communiceren en rapporteren. </nadruk>De inspecteur communiceert helder, begrijpelijk en professioneel. Inspectierapporten zijn volledig, logisch gestructureerd en feitelijk onderbouwd.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">4. Plannen en organiseren. </nadruk>De inspecteur werkt gestructureerd, bewaakt voortgang en werkt binnen vastgestelde termijnen, conform het inspectieschema.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
          <title>Technisch manager</title>
          <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="113*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="340*" />
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Taken</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Ziet erop toe dat de inspecties naleving normenkader op een onafhankelijke en deskundige manier worden uitgevoerd, in overeenstemming met het Accreditatieschema en de afspraken die volgen uit overleggen ten behoeve van kennisuitwisseling en harmonisatie tussen inspectie-instellingen. Verantwoordelijk voor kennisontwikkeling, kennisoverdracht, kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering binnen de organisatie van de inspectie-instelling.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Kennis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over kennis met betrekking tot: (a) de Wtta, de Waadi, het Baadi en de Regeling Waadi, in het bijzonder het normenkader en het inspectieschema; (b) de arbeidswetten, sociale zekerheidswetten en fiscale wet- en regelgeving waarnaar in het normenkader wordt verwezen; (c) relevante cao’s; (d) personeels- loon- en financiële administratie; (e) kwaliteitsmanagement; en (f) het Accreditatieschema.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Opleiding</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over academisch werk- en denkniveau verkregen door: (a) een afgeronde academische opleiding; (b) werkervaring in academische functies; of (c) werkervaring opgedaan binnen een geaccrediteerde certificatie- of inspectie-instelling als inspecteur. Beschikt daarnaast over relevante afgeronde interne en/of externe opleidingen, vooral op het gebied van kwaliteitsmanagement en leiderschap.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Werkervaring</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Beschikt over minimaal vier jaar relevante werkervaring: (a) binnen het werkveld personeels- loon- en financiële administratie, accountancy of audits/inspecties (intern of extern); of (b) bij het UWV, de Svb, de NLA, de Belastingdienst of een andere relevante overheidsinstantie. Beschikt daarnaast over minimaal twee jaar praktijkervaring met het uitvoeren van inspectiewerkzaamheden.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Permanente educatie</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Neemt deel aan passende bijscholingsactiviteiten in het kader van permanente educatie om kennis en vaardigheden op peil te houden. Voert jaarlijks minimaal 10 reguliere inspecties naleving normenkader uit en 40 inspecties over een periode van 3 jaar.</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al-groep>
          <al>De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) voert een toelatingsstelsel in voor ondernemingen of rechtspersonen (hierna: uitleners) die arbeidskrachten ter beschikking stellen. De kern van het toelatingsstelsel is dat uitleners alleen arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen indien zij daartoe toegelaten zijn door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister). De toelatingsplicht is opgenomen in Hoofdstuk 3A van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediair (Waadi).</al>
          <al>Een van de voorwaarden voor toelating is dat de uitlener voldoet aan het normenkader (art. 12q Waadi). Het normenkader is opgenomen in bijlage I van de Regeling Waadi en bestaat uit eisen die betrekking hebben op de naleving van arbeidswetten, sociale zekerheidswetten en fiscale wet- en regelgeving. De uitlener moet aan de Minister een rapport naleving normenkader verstrekken waarmee hij de naleving van het normenkader onderbouwt. Dit rapport moet worden opgesteld door een door de Minister aangewezen inspectie-instelling (art. 1, eerste lid, onderdeel h en art. 12r, tweede lid, van de Waadi). De aangewezen inspectie-instelling stelt het rapport op overeenkomstig het inspectieschema dat is opgenomen in bijlage II van de Regeling Waadi.</al>
          <al>De Minister kan op aanvraag inspectie-instellingen aanwijzen en is bevoegd een aanwijzing te schorsen of in te trekken (art. 12s, eerste lid, Waadi). Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de nadere regels in acht genomen zoals omschreven in deze beleidsregel. Het doel van deze beleidsregel is om duidelijkheid en uniformiteit in het uitvoeringsbeleid te waarborgen.</al>
          <al>Om te kunnen worden aangewezen als inspectie-instelling moet een inspectie-instelling voldoen aan de voorwaarden genoemd in art. 1b:9 Baadi. Een belangrijke voorwaarde voor aanwijzing is dat de inspectie-instelling is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA) voor de internationale standaard ISO/IEC 17020. De overige voorwaarden hebben raakvlakken met de eisen in de ISO/IEC 17020. Voor de uitleg van deze voorwaarden wordt aangesloten bij de eisen in de ISO/IEC 17020. Op punten worden deze eisen echter aangevuld met elementen die specifiek van belang zijn voor de rol van inspectie-instellingen binnen het toelatingsstelsel. Dit geldt in het bijzonder voor de kennis en deskundigheid waarover een inspectie-instelling moet beschikken en de wijze waarop een inspectie-instelling moet omgaan met hoor en wederhoor.</al>
          <al>Artikel 1b:10 Baadi regelt wanneer de aanwijzing kan worden geweigerd, geschorst of ingetrokken.</al>
        </al-groep>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 1 Rechtspersoonlijkheid van de inspectie-instelling</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een voorwaarde voor aanwijzing geldt dat de inspectie-instelling rechtspersoonlijkheid moet hebben (art. 1b:9, eerste lid, onder a, van het Baadi). Dit artikel regelt hoe de Minister toetst of de inspectie-instelling rechtspersoonlijkheid heeft.</al>
              <al>Buitenlandse entiteiten kunnen zich ook registeren in het handelsregister. Bij twijfel over de buitenlandse rechtsvorm doet de Minister nader onderzoek daarnaar.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 2 Accreditatie door de Raad voor Accreditatie (RvA)</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een inspectie-instelling dient te zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA) (art. 1b:9, eerste lid, onder b, van het Baadi). Dit artikel bepaalt voor welke standaard de instelling geaccrediteerd moet zijn.</al>
              <al>Is een inspectie-instelling gevestigd in het buitenland, dan is het in de regel niet mogelijk voor de inspectie-instelling om een accreditatie van de RvA te verkrijgen.</al>
              <al>Dit is, kort samengevat, alleen mogelijk als een nationale accreditatie-instantie in het desbetreffende land ontbreekt of die instantie de activiteiten niet kan uitvoeren, aldus artikel 7 van Verordening 765/2008. Een in het buitenland gevestigde inspectie-instelling kan daarom volstaan met het overleggen van een accreditatie voor het Accreditatieschema door de nationale accreditatie-instantie van het desbetreffende land.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 3 Onafhankelijkheid van de inspectie-instelling</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De inspectie-instelling en haar personeel moeten onafhankelijk zijn van de te beoordelen en beoordeelde organisaties, personen of diensten (art. 1b:9, eerste lid, onder c, van het Baadi). Dit artikel regelt wat wordt verstaan onder onafhankelijkheid en waaraan dit wordt getoetst. Hiervoor wordt aangesloten bij de Type A voorschriften voor onafhankelijkheid zoals opgenomen in Bijlage A van ISO/IEC 17020.</al>
              <al>Dit betekent onder andere dat de inspectie-instelling en zijn intern en extern personeel geen activiteiten mogen ondernemen die hun onafhankelijkheid van oordeel en integriteit met betrekking tot hun inspectiewerkzaamheden in gevaar kunnen brengen. De inspectie-instelling wordt in ieder geval geacht de controlewerkzaamheden niet op een onafhankelijke manier te kunnen uitvoeren wanneer de inspectie-instelling, zijn bestuurders of het door hem ingeschakelde interne of externe personeel:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>direct of indirect aandelen houdt of een ander financieel belang heeft in de onderneming van de te inspecteren uitlener;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>direct of indirect een bestuurs-, toezicht- of andere functie uitoefent in de onderneming van de te inspecteren uitlener;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>naast de controlewerkzaamheden betaalde of onbetaalde adviesdiensten levert aan de te inspecteren uitlener op het gebied van onderwerpen die zijn opgenomen in het normenkader.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De eisen ten aanzien van de onafhankelijkheid gelden ook voor belangen, functies en adviesdiensten tot drie jaar terug in de tijd.</al>
              <al>Onder ‘adviesdiensten’ wordt verstaan: het beheren van bedrijfsadministraties of het geven van advies over het inrichten of optimaliseren van processen of administraties met het oog op het verkrijgen van een ‘positief’ inspectierapport naleving normenkader. Niet als adviesdienst geldt: algemene voorlichting of training over wet- en regelgeving. Zulke voorlichting of training mag niet gericht zijn op het (vooraf) oplossen van tekortkomingen bij een specifieke uitlener en er mag geen betrokkenheid zijn bij de inrichting en totstandkoming van te beoordelen administratieve gegevens.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 4 Kennis en deskundigheid</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De inspectie-instelling en zijn intern en extern personeel moet beschikken over voldoende kennis, deskundigheid en toerusting om de controles adequaat en conform het inspectieschema te kunnen uitvoeren (art. 1b:9, eerste lid, onder d, van het Baadi). Dit artikel regelt hoe dit wordt getoetst en wat van de inspectie-instelling wordt verwacht.</al>
              <al>Monitoring als bedoeld in het derde lid kan bestaan uit observaties tijdens inspecties, beoordeling van rapporten, interviews, gesimuleerde inspecties en andere methoden om de prestaties te evalueren.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 5 Uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Op grond van artikel 1b:9, eerste lid, onder e, van het Baadi, dienen inspectie-instellingen in geval van uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel, dit naar behoren te documenteren.</al>
              <al>Dit dient daarnaast te geschieden bij schriftelijke overeenkomst waarin onder meer de vertrouwelijkheid en belangenconflicten worden geregeld.</al>
              <al>Dit artikel regelt wat onder uitbesteding aan of raadpleging van personeel wordt verstaan en wat van de inspectie-instelling wordt verwacht. Daarbij wordt aangesloten bij de eisen die ISO/IEC 17020 aan uitbesteding stelt. Dit betekent in de praktijk dat de onderaannemer geaccrediteerd moet zijn voor het Accreditatieschema en aangewezen door de Minister.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 6 Administratie</titel>
            </kop>
            <al>Een inspectie-instelling moet beschikken over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van de taken van inspectie-instellingen, op een systematische wijze zijn vastgelegd (art. 1b:9, eerste lid, onder f, van het Baadi). Dit artikel regelt welke gegevens in ieder geval worden bedoeld en waar de inrichting van de administratie aan wordt getoetst.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 7 Geheimhouding</titel>
            </kop>
            <al>Een inspectie-instelling moet waarborgen dat de informatie die tijdens de uitvoering van de inspectieactiviteiten wordt verkregen geheim blijft en moet daartoe in ieder geval geheimhoudingsverplichtingen opnemen in alle contracten met door haar ingezet personeel. Deze geheimhoudingsverplichting staat er niet aan in de weg dat een inspectie-instelling aan de Minister gegevens of inlichtingen verstrekt als bedoeld in art. 2:5 van het Baadi. Dit artikel verduidelijkt dat de geheimhouding ziet op zowel intern als extern personeel.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 8 Verbonden ondernemingen</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een inspectie-instelling moet ervoor zorgen dat de activiteiten van verbonden ondernemingen, onderaannemers, bestuurders en feitelijk leidinggevenden geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, integriteit, objectiviteit of onpartijdigheid van de inspectiewerkzaamheden (art. 1b:9, eerste lid, onder h, van het Baadi). Dit artikel regelt wat hieronder wordt verstaan en dat de Minister gebruik kan maken van de bevoegdheid om een netwerktekening op te laten stellen (art. 6 lid 1 onderdeel c Wet controle op rechtspersonen).</al>
              <al>Een netwerktekening brengt het netwerk rondom de inspectie-instelling, met de daarbij betrokken rechtspersonen, samenwerkingsverbanden en natuurlijke personen, in kaart. Dit kan worden opgesteld door Justis (onderdeel van Ministerie van Justitie en Veiligheid) Met deze netwerktekening worden onderlinge relaties, faillissementen en ontbindingen zichtbaar.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 9 Klachtenprocedure</titel>
            </kop>
            <al>Iedere inspectie-instelling moet beschikken over een klachtenprocedure ten behoeve van de behandeling van klachten over de door de inspectie-instelling aangeboden dienstverlening (art. 1b:9, eerste lid, onder l, van het Baadi). Voor de klachtenprocedure wordt aangesloten bij de klachtbehandeling zoals opgenomen in ISO/IEC 17020. Het tweede lid geeft een uitzondering voor de situatie waarin een uitlener na de hoor- en wederhoorprocedure een blijvende klacht heeft over een feitelijke bevinding van de inspectie-instelling. In die situatie is voor de aanwijzing niet vereist dat de inspectie-instelling een bezwaar- en beroepsprocedure heeft opengesteld. De hoor- en wederhoorprocedure is voldoende, nu voor de uitlener ook de mogelijkheid van bezwaar open staat tegen de beslissing van de Minister op het verzoek om toelating.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 10 Bewijsstukken en procedure</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Dit artikel bepaalt welk aanvraagformulier moet worden gebruikt en welke gegevens daarbij moeten worden overgelegd. De Minister heeft voor het indienen van aanvragen een formulier heeft vastgesteld (art. 4:4 Awb).</al>
              <al>Daarnaast beschrijft dit artikel de procedure na de aanvraag en ten aanzien van welke inlichtingen en gegevens in ieder geval inzicht kan worden gevraagd. Dit zijn gegevens die zien op de voorwaarden om voor aanwijzing in aanmerking te kunnen komen (art. 1b:9 Baadi).</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 11 Kwaliteitsbewaking</titel>
            </kop>
            <al>Een aanwijzing heeft een geldigheidsduur van vier jaar (art. 12s, tweede lid, van de Waadi). Ook nadat een inspectie-instelling is aangewezen, dient de inspectie-instelling te blijven voldoen aan de voorwaarden voor aanwijzing. Dit artikel beschrijft op welke wijze de Minister de kwaliteit en onafhankelijkheid blijft bewaken.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Informatieverzoeken</titel>
              </kop>
              <al>Het bepaalde in dit artikel ten aanzien van de informatieverzoeken laat onverlet dat een aangewezen inspectie-instelling geacht wordt de Minister proactief te informeren over relevante ontwikkelingen, zoals een schorsing van de accreditatie van de RvA of een ernstige integriteitsschending door een inspecteur.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Deelname aan de periodieke overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie, en het verwerken van de uitkomsten van die overleggen in werkinstructies, is een voorwaarde voor behoud van de aanwijzing. Inspectie-instellingen dienen de afspraken die volgen uit deze te verwerken in hun werkinstructies (art. 1b:10 lid 2 onder c en d Baadi).</al>
                <al>Deelname is van belang, zodat inspectie-instellingen een geharmoniseerd beeld hebben over de omgang met vraagstukken die raken aan het normenkader dan wel het inspectieschema. Door de afspraken uit de overleggen te volgen en te verwerken in werkinstructies wordt gewaarborgd dat inspectie-instellingen dezelfde werkinstructies geven aan inspecteurs en dat inspecteurs in dezelfde gevallen tot het zelfde oordeel zullen komen.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 12 Schorsen en intrekken van de aanwijzing</titel>
            </kop>
            <al>De Minister kan de aanwijzing schorsen of intrekken onder de omstandigheden genoemd in art. 1b:10, tweede lid, van het Baadi. In dit artikel wordt geregeld hoe de belangenafweging plaats vindt.</al>
            <al>Inspectie-instellingen hebben een belangrijke ondersteunende taak in het toelatingsstelsel. Door de periodieke controles die zij bij uitleners uitvoeren, wordt het risico dat misstanden in de uitleensector ongezien kunnen voortduren aanzienlijk kleiner. Voor de goede invulling van deze taak is het cruciaal dat inspectie-instellingen deskundig en integer te werk gaan. De mate waarin een tekortkoming afbreuk doet aan die kwaliteit en integriteit wordt meegewogen bij besluitvorming over schorsing en intrekking van een aanwijzing.</al>
            <al-groep>
              <al>Intrekking is een verstrekkender middel dan schorsing. Bij een geconstateerde overtreding zal de Minister daarom eerst nagaan of kan worden volstaan met een schorsing. Is een overtreding van tijdelijke aard dan zal de Minister in de regel kiezen voor het middel schorsing. Is een overtreding echter van blijvende aard of is de overtreding stelselmatig of ernstig van aard dan kan de Minister direct overgaan tot intrekking van de aanwijzing. In het geval van een schorsing krijgt de inspectie-instelling een termijn van in beginsel zes maanden om de benodigde verbeteringen door te voeren en te laten beoordelen. Gedurende de schorsingstermijn mag de inspectie-instelling geen inspecties naleving normenkader uitvoeren.</al>
              <al>Bij een besluit tot schorsing of intrekking van een aanwijzing zal de Minister in de motivering uiteenzetten waarom de Minister het besluit in kwestie evenredig acht.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 13 Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 14 Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel regelt de citeertitel van deze beleidsregel.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>