﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-16515/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Advies Raad van State inzake het ontwerp wijziging van het besluit energie vervoer en
      het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van Richtlijn
      (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van
      Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering
      van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652
      van de Raad</intitule>
    <adviesRvS>
      <nader-rapport>
        <kop>
          <titel>Nader Rapport</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">IENW/BSK-2026/75952</context.al>
          <context.al type="origine">Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische zaken, Ministerie van
            Infrastructuur en Waterstaat</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nader rapport inzake het ontwerp wijziging van het besluit energie
                  vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de
                  implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad
                  van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU)
                  2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare
                  bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de
                  Raad</nadruk>
            </al>
            <al>Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 6 november 2025,
               nr. 2025002526, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State
               haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur
               rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 18 februari 2026,
               nr. W17.25.00328/IV, bied ik U hierbij aan.</al>
            <al>De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan met daaronder mijn
               reactie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Bij Kabinetsmissive van 6 november 2025, no.2025002526, heeft Uwe
                  Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, bij
                  de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het
                  ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit energie vervoer en het Besluit
                  brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van Richtlijn
                  (EU) 2O23/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot
                  wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
                  98/7O/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot
                  intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, met nota van
                  toelichting.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het ontwerpbesluit betreft een wijziging van het Besluit energie
                  vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de
                  implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413<noot id="n89" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad van
                        18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU)
                        2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
                        hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652
                        van de Raad (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> (hierna: wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie). In die richtlijn
                  werden de Richtlijn hernieuwbare energie<noot id="n90" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                        11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit
                        hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</noot.al></noot> en de Richtlijn brandstofkwaliteit<noot id="n91" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                        13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof
                        en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PbEG L 350).</noot.al></noot> gewijzigd. De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt, voor de
                  sector vervoer, geïmplementeerd met een wijziging van de Wet milieubeheer<noot id="n92" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Dit voorstel is thans aanhangig bij de Eerste Kamer: voorstel van Wet
                        van [...] tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns in
                        verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees
                        Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU)
                        2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de
                        bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
                        van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-A" soort="document" status="actief">36 766,
                        A</extref>.</noot.al></noot> en vervolgens nader uitgewerkt in het nu voorliggende
                  ontwerpbesluit.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het wijzigingsbesluit legt, kort gezegd, verplichtingen op aan
                  leveranciers van brandstof voor de vervoerssector om in de periode 2026–2030 een
                  minimale CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductie<noot id="n93" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Ketenemissiereductie houdt in dat reductie niet per definitie hoeft te
                        worden gerealiseerd bij de eindgebruiker van de betreffende brandstof, maar
                        ook hoger in de productie-distributieketen kan worden behaald, bijvoorbeeld
                        door CO<inf>2eq</inf>-reductie te bewerkstellingen bij het productieproces.
                        De meeteenheid CO<inf>2eq</inf> (koolstofdioxide-equivalent) maakt het
                        mogelijk dat de emissiereductie ook kan worden bereikt met reductie van
                        andere broeikasgassen dan CO<inf>2</inf>. Alle reducties worden bij elkaar
                        opgeteld en uitgedrukt in een equivalente CO<inf>2</inf>-reductie
                           (CO<inf>2</inf>-equivalent).</noot.al></noot> te realiseren, uitgedrukt als een percentage van de gehele op de markt te
                  brengen hoeveelheid betreffende brandstof. Het voorstel bevat daartoe
                     CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductiedoelen per deelsector, die verschillend
                  zijn voor de deelsectoren land, zeevaart en binnenvaart.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zullen worden toegepast
                  vanaf het kalenderjaar 2026. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste
                  Kamer. In december 2025 is de jaarverplichting voor 2026 verlaagd met het oog op
                  de concurrentieverhoudingen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling stelt vragen over de rechtszekerheid en over de
                  handhaving van verplichtingen die nog niet in werking zijn getreden. Verder
                  adviseert zij te verduidelijken hoe de landsverplichting van 42,5% en de diverse
                  deelverplichtingen voor vervoerssectoren zich verhouden tot het streefcijfer van
                  45% CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductie. Zij stelt vragen bij het ontbreken van
                  deelverplichtingen voor de spoorsector en de luchtvaartsector en over de
                  handhaafbaarheid van enkele verplichtingen door de Nederlandse Emissieautoriteit
                  (hierna: NEa).</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">In verband met deze opmerkingen is aanpassing van de toelichting
                  wenselijk.</nadruk>
            </al>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Invoering van verplichtingen voor het lopende jaar</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De verplichting om een jaarlijks oplopend percentage
                     CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductie te bereiken is, op basis van het
                  ontwerpbesluit en het wetsvoorstel, voor het eerst van toepassing voor het
                  kalenderjaar 2026. Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zijn echter nog niet in
                  werking getreden; het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste
                  Kamer.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De tekst van het ontwerpbesluit, waarin de verplichtingen al
                  concreet waren uitgewerkt, is eind 2024 in internetconsultatie geweest.<noot id="n94" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1</extref>.</noot.al></noot> De jaarprestaties voor 2026 in het ontwerpbesluit komen daarmee
                  overeen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wel heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op
                  10 december 2025 aan de Tweede Kamer gemeld dat, voor de sectoren zeevaart en
                  binnenvaart, de eerder aangekondigde jaarprestaties voor 2026 worden verlaagd.
                  Daartoe is besloten omdat onzeker was of België de richtlijnverplichtingen tijdig
                  voor 1 januari 2026 zou hebben geïmplementeerd en omdat er rekening mee moest
                  worden gehouden dat Nederlandse reders goedkoper zouden gaan tanken in
                     België.<noot id="n95" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1546" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1546</extref>.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De staatssecretaris heeft op 19 december 2025 aan de Tweede Kamer
                  geschreven dat de regeling in werking treedt met terugwerkende kracht per
                  1 januari 2026.<noot id="n96" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1549" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1549</extref>. Zie ook het verslag van de
                        Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 14 januari 2026,
                           <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617</extref>,
                        p. 34.</noot.al></noot> Nu het wetsvoorstel daarvoor geen grondslag biedt,<noot id="n97" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Het wetsvoorstel maakt geen gebruik van de modelbepalingen die een
                        grondslag geven voor het toekennen van terugwerkende kracht in het
                        koninklijk besluit dat de inwerkingtreding regelt (Aanwijzing 5.63, tweede
                        lid, en model H bij Aanwijzing 4.22 van de Aanwijzingen voor de
                        regelgeving).</noot.al></noot> is de vraag hoe een en ander zich verhoudt tot het
                  rechtszekerheidsbeginsel. Het lijkt erop dat de brandstofleveranciers tijdig voor
                  1 januari 2026 voldoende zekerheid hadden over de verplichtingen die al in 2024
                  waren aangekondigd.<noot id="n98" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-C" soort="document" status="actief">36 766, C</extref>, p. 5–6, en E, p. 9. Over het
                        rechtszekerheidsbeginsel, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
                        15 december 2021 (Catom Distribution B.V tegen de Nederlandse
                        Emissieautoriteit), ECLI:NL:RVS:2021:2842. Daarin is onder 11.1. overwogen:
                        ‘Hoewel het beginsel van rechtszekerheid zich in het algemeen verzet tegen
                        terugwerkende kracht van een regeling, kan hiervan volgens vaste
                        jurisprudentie van het Hof van Justitie (onder meer de arresten van
                        25 januari 1979, Racke, ECLI:EU:C:1979:14 en 15 juli 2004, Gerekens,
                        ECLI:EU:C:2004:454) bij wijze van uitzondering worden afgeweken, indien dit
                        voor het te bereiken doel noodzakelijk is en het gewettigd vertrouwen van de
                        belanghebbenden naar behoren in acht wordt genomen.’</noot.al></noot> Wel is de vraag of zij worden benadeeld door de in december 2025
                  aangekondigde verlaging van de jaarverplichting voor 2026, bijvoorbeeld omdat zij
                  mogelijk meer duurzame brandstoffen hebben ingekocht dan ze nu kunnen
                  afzetten.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Daarnaast is bestuurlijke of strafrechtelijke handhaving van de
                  nieuwe verplichtingen niet mogelijk zolang de wet niet in werking is
                     getreden.<noot id="n99" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Terugwerkende kracht bij strafbaarstelling is niet toegestaan op grond
                        van artikel 16 van de Grondwet en artikel 7 van het EVRM. Voor bestraffende
                        bestuurlijke sancties, zoals de bestuurlijke boete, wordt het geregeld in
                        artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 EVRM.</noot.al></noot> De vraag is of het handhaven van de jaarverplichting door de
                  toezichthouder hierdoor wordt bemoeilijkt.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag wat
                  het voorgaande betekent voor de rechtszekerheid en voor de mogelijkheden tot
                  handhaving.</nadruk>
            </al>
            <al>De systematiek hernieuwbare energie vervoer, zoals verankerd in titel 9.7 van de Wet
               milieubeheer, is gebaseerd op een systeem van jaarverplichtingen:
               brandstofleveranciers zijn verplicht om over hun leveringen per kalenderjaar een bij
               Besluit energie vervoer vastgesteld percentage reductie-eenheden te beschikken.
               Inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke systematiek met terugwerkende kracht tot
               1 januari 2026 zorgt voor een ononderbroken overgang van de oude naar de nieuwe
               wettelijke systematiek, gekoppeld aan vastgestelde jaarpercentages die met ingang van
               kalenderjaar 2026 een uitdrukking zijn van die nieuwe regelgeving.
               Brandstofleveranciers en overige geadresseerden van de nieuwe regelgeving zijn
               ruimschoots vóór 1 januari 2026 geïnformeerd over deze nieuwe regelgeving en daardoor
               in staat gesteld hiermee rekening te houden. Voor de brandstofleveranciers aan de
               binnenvaart geldt dat de biobrandstoffen door gelijke kwaliteitseisen relatief
               makkelijk inzetbaar zijn in het wegverkeer; het ministerie voorziet daarom dat het
               geschetste probleem vanwege de in december 2025 aangekondigde verlaging van de
               jaarverplichting 2026 voor die sector zich niet zal voordoen.</al>
            <al>Overtreding van de nieuwe verplichtingen op grond van de titels 9.7 en 9.8 van de
               Wet milieubeheer en dientengevolge het treffen van eventuele handhavende maatregelen
               door het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit, zijn zolang de wet niet in
               werking is getreden niet te verwachten. Dit komt in de eerste plaats vanwege
               koppeling van de inwerkingstelling van het aangepaste register hernieuwbare energie
               vervoer aan het moment dat de nieuwe wettelijke systematiek in werking treedt,
               waardoor eventuele onrechtmatige handelingen met betrekking tot inboekingen e.d. in
               het register zich in deze periode niet kunnen voordoen. En in de tweede plaats zijn
               de meest belangrijke verplichtingen waarvoor ingevolge artikel 18.16s van de Wet
               milieubeheer door het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit een bestuurlijke
               boete kan worden opgelegd, eerst handhaafbaar begin 2027. Zo is bijvoorbeeld de
               leverancier tot eindgebruik eerst in 2027 het aantal emissiereductie-eenheden
               verschuldigd over zijn levering tot eindverbruik over het kalenderjaar 2026 (artikel
               9.7.2.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer), dient hij hiertoe voor 1 maart 2027
               zijn leveringen tot eindverbruik in het register in te voeren (artikel 9.7.2.3,
               eerste lid, van de Wet milieubeheer) en heeft hij op 1 april 2027 het aantal
               verschuldigde emissiereductie-eenheden op zijn rekening.</al>
            <al>Het ontwerpbesluit en de toelichting zal met bovenstaande worden aangevuld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Verhouding tussen streefcijfer, landsverplichting en
                  deelverplichtingen</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie schrijft voor dat de
                  lidstaten van de Unie er gezamenlijk voor zorgen dat het aandeel energie uit
                  hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030
                  minstens 42,5% bedraagt (de zgn. ‘landsverplichting’). Diezelfde bepaling regelt
                  ook dat de lidstaten er samen naar streven om het aandeel energie uit hernieuwbare
                  bronnen in het bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030 tot minstens 45%
                  te verhogen.<noot id="n100" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Artikel 3 van de Richtlijn hernieuwbare energie zoals gewijzigd in
                        artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare
                        energie.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het ontwerpbesluit bevat de eisen waaraan de totale hoeveelheid
                  aan de vervoersector geleverde energie moet voldoen in 2030. De
                  Wijzigingsrichtlijn geeft de keuze aan de lidstaten om de vervoerssector te laten
                  bijdragen aan einddoel van een bruto- eindverbruik van 42,5% op twee manieren. Zij
                  kunnen kiezen voor een aandeel hernieuwbare energie in het eindverbruik van
                  energie in de vervoerssector van ten minste 29% of een reductie van de
                  broeikasgasintensiteit van ten minste 14,5% tegen 2030.<noot id="n101" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                        11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit
                        hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328), artikel 25, eerste
                        lid, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese
                        Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU)
                        2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de
                        bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
                        van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> In Nederland is gekozen voor een reductie van de broeikasgasintensiteit
                  van ten minste 14,5% tegen 2030, die door de vervoerssector als geheel moet worden
                  behaald, met variatie binnen enkele deelsectoren.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Uit de toelichting blijkt niet in hoeverre de minimumeisen voor de
                  vervoerssector als geheel en de deelsectoren daarbinnen uit het voorstel tevens
                  zullen bijdragen aan het behalen van het streefcijfer van 45% en hoe de eisen die
                  aan de vervoerssector worden gesteld zich daartoe verhouden. Met name ontbreekt
                  inzicht in de vraag hoe is verzekerd dat de vervoerssector voldoende geprikkeld
                  blijft om voortgang te boeken in het licht van het streefcijfer, zowel wat betreft
                  de verschillende deelsectoren van de vervoerssector onderling, als wat betreft de
                  prestaties van de vervoersector als geheel tegenover de prestaties van de andere
                     deelsectoren.<noot id="n102" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Te weten: de deelsector opwekking van elektriciteit en de deelsector
                        stadsverwarming en -koeling, conform artikel 7 van Richtlijn (EU)
                        2018/2001.</noot.al></noot> Ervan uitgaande dat het streefcijfer van 45% juridisch neerkomt op een
                  inspanningsverplichting, is de vraag of de lidstaten ermee kunnen volstaan de
                  landsverplichting van 42,5% te realiseren zonder zich in te spannen voor het
                  bereiken van de streefverplichting van 45%.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert om de toelichting op dit punt aan te
                  vullen.</nadruk>
            </al>
            <al>De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie stelt een bindende doelstelling voor het
               aandeel hernieuwbare energie in het totale Europese verbruik vast van tenminste 42,5%
               in 2030 met een vrijwillige extra bijdrage van 2,5%, waarmee het totaal op 45%
               uitkomt. De richtlijn stelt geen separate, nationaal verplichte doelstelling vast
               voor de lidstaten wat betreft het aandeel hernieuwbare energie in het totale
               verbruik. Elke lidstaat draagt nationaal bij aan de Europese doelstelling van 42,5%
               hernieuwbare energie, met inzet in de drie deelsectoren elektriciteit,
               verwarming/koeling en vervoer. De Europese Commissie verwacht op basis van de
               indicatieve formule die in de Governance Verordening (Verordening (EU) 2018/1999) is
               vastgelegd een bijdrage van Nederland van 39% in 2030. De bijdrage van de
               onderscheidende sectordoelen aan het overkoepelend Europese doel (of aan de nationale
               bijdrage) is niet eenvoudig te kwantificeren, dit hangt namelijk onderling samen en
               de totale bijdrage hangt ook af van de totale hoeveelheid energie, dit kan ook weer
               variëren door bijvoorbeeld weer (koude winters bijv.), energieprijzen en de mate van
               energiebesparing.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Deelverplichtingen voor de spoorsector en de luchtvaartsector</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het ontwerpbesluit bevat geen specifieke doelen voor de
                  spoorvervoersector terwijl die wel kan bijdragen aan het bereiken van de
                  verplichting die de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie stelt. In de
                  toelichting wordt niet ingegaan op de vraag of de spoorvervoersector een bijdrage
                  levert aan het behalen van de emissiereductiedoelen en of het dan gaat om de
                  deelverplichting voor de vervoerssector, de landsverplichting of beide.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ook voor de luchtvaartsector bevat het ontwerpbesluit geen
                  concrete minimumeisen. In de toelichting<noot id="n103" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                        uitgangspunten’.</noot.al></noot> wordt op dit punt uiteengezet dat de minimumeisen voor de luchtvaartsector
                  rechtstreeks voortvloeien uit Verordening (EU) 2023/2405.<noot id="n104" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van
                        18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam
                        luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart), (PbEU 2023 L 2405).</noot.al></noot> In die Verordening zijn concrete energieprestatiedoelen voorgeschreven
                  waar die sector aan moet voldoen en waar de lidstaten van de Unie niet van mogen
                  afwijken.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Enerzijds geeft de toelichting bij het ontwerpbesluit aan dat de
                  onmogelijkheid om van die Unierechtelijke verplichting af te wijken tot gevolg
                  heeft dat de sector luchtvaart geen onderdeel uitmaakt van het systeem
                  hernieuwbare energie vervoer.<noot id="n105" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                        uitgangspunten’.</noot.al></noot> Anderzijds is in de toelichting ook aangegeven dat de sector ‘land’ het
                  gedeelte van minimumbijdrage voor zijn rekening neemt dat de sector luchtvaart
                  niet voor zijn rekening kan nemen als gevolg van de verplichtingen die
                  voortvloeien uit Verordening (EU) 2023/2405. Dit laatste zou betekenen dat de
                  bijdrage van de luchtvaart wel meetelt voor het systeem hernieuwbare energie
                  vervoer.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert om de toelichting aan te vullen wat betreft
                  de bijdragen die de spoorvervoersector en de luchtvaartsector leveren aan de
                  landverplichting en hoe die bijdragen verlopen.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <al>Ook brandstofleveranciers aan de spoorvervoersector leveren een bijdrage aan het
                  behalen van de emissiereductiedoelen, zowel ten aanzien van de deelverplichting
                  voor de vervoerssector als bedoeld in artikel 25 van de Wijzigingsrichtlijn
                  hernieuwbare energie, als voor de landsverplichting van artikel 3, juncto artikel
                  7, eerste lid, onderdeel c, van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie.
                  Spoorvoertuigen vallen onder de definitie van <nadruk type="cur">sector
                     land</nadruk> (wegvoertuigen, <nadruk type="cur">spoorvoertuigen</nadruk>,
                  mobiele machines en vaste installaties; artikel 9.7.1.1 (nieuw) van de Wet
                  milieubeheer) en daarmee hebben ook deze leveranciers met een <nadruk type="cur">levering tot eindverbruik sector land</nadruk> (uitslag tot verbruik als
                  bedoeld in artikel 2 van de wet op de accijns van benzine, diesel een zware
                  stookolie aan de sector land; artikel 9.7.1.1 (nieuw) van de Wet milieubeheer) een
                  jaarverplichting, gelijk aan het percentage gesteld in artikel 3 van het
                  ontwerpbesluit.</al>
              <al>In tegenstelling tot bovengenoemde leveranciers van brandstoffen (i.c. diesel)
                  aan de spoorsector, maken leveranciers van elektriciteit aan de spoorsector geen
                  onderdeel uit van de systematiek hernieuwbare energie vervoer. Het gebruik van
                  elektriciteit door spoorvoertuigen is geen onderdeel van de berekening van het
                  aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in de vervoerssector (artikel 7, eerste
                  lid, onder c, van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie), maar onderdeel van
                  de noemer van de berekening van het bruto-eindverbruik van elektriciteit uit
                  hernieuwbare bronnen (artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wijzigingsrichtlijn
                  hernieuwbare energie).</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Met de EU-verordening inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor
                  duurzaam luchtvervoer (Verordening (EU) 2023/2405; PbEU 2023 L 31/10/2023;
                  ReFuelEU Luchtvaart), heeft de Uniewetgever voor de sector luchtvaart een
                  bijzondere wetgeving (lex specialis) uitgevaardigd. Maatregelen van lidstaten, al
                  dan niet gebaseerd op de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, die tot gevolg
                  hebben dat brandstofleveranciers meer hernieuwbare luchtvaartbrandstoffen moeten
                  bijmengen dan de verordening voorziet, zijn niet toegestaan. Dit bewerkstelligt in
                  Europa een gelijk speelveld voor brandstofleveranciers aan de luchtvaartsector.
                  Deze uitsluiting heeft echter tot gevolg dat de sector luchtvaart geen onderdeel
                  uitmaakt van de wettelijke systematiek hernieuwbare energie vervoer van titel 9.7
                  van de Wet milieubeheer en brandstofleveranciers aan de luchtvaart dus ook geen
                  jaarverplichting hebben.</al>
              <al>Hoewel leveranciers van brandstoffen aan de sector luchtvaart geen verplichting
                  opgelegd krijgen binnen deze nationale systematiek, mogen de aan deze sector
                  geleverde hernieuwbare brandstoffen die volgen uit ReFuelEU Luchtvaart, wel
                  meegeteld worden voor de berekening van de totale reductie van de
                  broeikasgasintensiteit die in Nederland wordt gepresteerd, om zo te kunnen
                  bijdragen aan de gestelde verplichting van 14,5% reductie in 2030. In de
                  inrichting van de nationale systematiek is gestreefd om deze verplichting van
                  14,5% reductie zo gelijkmatig mogelijk te verdelen over de sectoren. Het verlagen
                  of afzien van een verplichting in een van de sectoren, zou kunnen worden
                  gecompenseerd met een hogere verplichting in een andere sector. In de berekening
                  van de jaarverplichting voor de sector Land is echter rekening gehouden met de
                  verwachte bijmenging van duurzame luchtvaartbrandstoffen die in 2030 in Nederland
                  plaatsvindt als gevolg van de verordening ReFuelEU Luchtvaart. Omdat de leveringen
                  aan de sector Luchtvaart mogen meetellen voor het totaal, is beredeneerd dat de
                  sector Land dit gedeelte niet voor zijn rekening hoeft te nemen in de vorm van een
                  hogere verplichting.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de verplichtingen voor de
                  zeevaartsector</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De NEa heeft over het ontwerpbesluit en twee eerdere versies
                  daarvan driemaal een (gedeeltelijke) handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en
                  fraudegevoeligheidstoets (‘HUF-toets’) uitgevoerd.<noot id="n106" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
                        van 1 november 2023, ‘HUF-toets RED III’ met kenmerk NEA-2023/14324; brief
                        van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van 16 mei
                        2025, ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer 2026’ (geen
                        kenmerk); brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en
                        Waterstaat van 23 december 2024, ‘Uitvoeringstoets Besluit RED III’, met
                        kenmerk NEA-2024/22321.</noot.al></noot> In haar derde (gedeeltelijke) HUF-toets<noot id="n107" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
                        van 16 mei 2025, ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer
                        2026’ (geen kenmerk).</noot.al></noot> van 16 mei 2025 wijst zij op problemen met de handhaafbaarheid van een
                  aantal bepalingen die gelden voor brandstofleveranciers in de zeevaartsector. Die
                  bepalingen waren gewijzigd ten opzichte van een eerder concept van het
                     ontwerpbesluit.<noot id="n108" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Ten aanzien van dat eerdere concept bracht de NEa een HUF-toets uit op
                        23 december 2024: Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en
                        Waterstaat van 23 december 2024, ‘Uitvoeringstoets Besluit RED III’, met
                        kenmerk NEA-2024/22321.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De NEa uit zorgen over een aantal onderwerpen die het gevolg zijn
                  van die nagekomen wijzigingen. In algemene zin uit zij zorgen over de
                  uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de verplichtingen voor de zeevaartsector.
                  Zij geeft aan dat zij geen volledige kennis heeft kunnen opdoen van de relevante
                  wetgeving en stakeholders zijn volgens haar slechts in beperkte mate gehoord over
                  de wijziging. De NEa wijst er op dat zij hierdoor niet goed kan overzien wat
                  precies de gevolgen zijn voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het
                  voorstel voor haarzelf en partijen die onder haar toezicht (komen te)
                  staan.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Verder formuleert de NEa in de genoemde HUF-toets een aantal
                  specifieke bevindingen, die zien op de reikwijdte van het voorstel en vraagt zij
                  aandacht voor een mogelijk ongelijk speelveld met België als gevolg van mogelijk
                  andere reikwijdte van vergelijkbare verplichtingen aldaar. Vervolgens geeft de NEa
                  aan dat er mogelijk hoge uitvoeringlasten uit het voorstel voortvloeien voor
                  verificateurs, die ook tot extra uitvoeringslasten voor de NEa zouden kunnen
                  leiden.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Tot slot wijst de NEa er op dat er voor het welslagen van de
                  uitvoering en handhaving inspanningen nodig zijn van de Inspectie Leefomgeving en
                  Transport (hierna: ILT). Daarvoor zouden er wellicht nog nadere bevoegdheden aan
                  de ILT moeten worden toegekend. NEa geeft daarbij aan dat voor de goede uitvoering
                  van haar eigen toezichtsbevoegdheden op onderdelen afhankelijk is van de
                  inspanningen van de ILT en de bevoegdheden waarover de ILT beschikt.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De toelichting gaat echter niet in op deze bedenkingen die de NEa
                  heeft geuit in haar voornoemde (gedeeltelijke) HUF-toets van 16 mei 2025.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert om in de toelichting in te gaan op de
                  voornoemde HUF-toets</nadruk>
            </al>
            <al>Het ministerie realiseert zich dat de nieuwe wettelijke systematiek ten aanzien van
               de jaarverplichting van de sector zeevaart, waarbij de brandstofleveringsnota’s als
               grondslag dienen bij levering van brandstoffen aan de zeevaart, onzekerheden en
               risico’s kent. Het is daarom van belang dat het ministerie in nauw contact blijft met
               zowel NEa als ILT, de jaarverplichting hernieuwbare energie voor de sector zeevaart
               uitdrukkelijk een onderdeel zal zijn van een evaluatie na het eerste jaar en dat de
               regelgeving wordt aangepast bij gebleken onvolkomenheden. Intussen wordt gewerkt aan
               een convenant tussen ILT en NEa, om zo te zorgen voor een informatie-uitwisseling
               tussen beide organisaties en verstrekt ILT het toezicht op de registratie van de
               brandstofleveringsnota’s.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal
                  opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat
                  een besluit wordt genomen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De vice-president van de Raad van State,</nadruk>
            </al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <titel>Andere wijzigingen</titel>
            </kop>
            <al>Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om nog enkele aanpassingen aan het
               ontwerpbesluit en de nota van toelichting te doen.</al>
            <al-groep>
              <al>In de eerste plaats zijn in artikel 3, eerste lid, van het ontwerpbesluit, de
                  percentages van de jaarverplichting voor de sector land verhoogd voor de
                  kalenderjaren 2028–2030, als reactie op de uitkomsten van de Klimaat- en
                  Energieverkenning 2024 waarbij is vastgesteld dat de mobiliteitssector de
                  indicatieve restemissie voor 2030 niet haalt zonder aanvullend beleid. In totaal
                  wordt hierdoor aanvullend 1,5 Mton CO<inf>2</inf>-uitstoot bespaard. Daarmee
                  levert de sector mobiliteit de benodigde bijdrage aan de doelen in de Klimaatwet.
                  Van de 1,5 Mton is 0,3 Mton nodig om te voorkomen dat de afgesproken normering van
                  leaseauto’s leidt tot een kleiner effect vanuit de brandstoftransitieverplichting.
                  Ook de vergroting van de subverplichting voor RFNBO’s als gevolg van de afspraken
                  rondom de raffinageroute, gebruikt 0,3 Mton van de verhoging van de
                  jaarverplichting. Van de verhoging van de jaarverplichting zal naar verwachting
                  0,9 Mton CO<inf>2</inf> worden bespaard door inzet van geavanceerde hernieuwbare
                  brandstoffen. De bovengenoemde afspraken leiden ertoe dat de hoogtes van de
                  jaarverplichtingen in deze jaren licht zijn verhoogd.</al>
              <al>De percentages van de jaarverplichtingen voor de sectoren binnenvaart en zeevaart
                  zijn daarentegen voor het kalenderjaar 2026 naar beneden bijgesteld in de
                  artikelen 5a, eerste lid, en 5d, eerste lid, van het ontwerpbesluit. Deze
                  verlagingen houden verband met zorgen ten aanzien van een ongelijk speelveld voor
                  leveranciers van brandstofleveringen aan zee- en binnenvaart, vanwege het
                  achterlopen van de implementatie van de RED-III in België. Daarmee bestaat er
                  onzekerheid over de invoeringsdatum en de aard van implementatie aldaar.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Een belangrijke toevoeging aan het ontwerpbesluit is de bepaling in artikel 7,
                  zevende lid (nieuw), waarbij regels bij ministeriële regeling kunnen worden
                  gesteld aan de bio-ethanol die voor inboeking in aanmerking komt.</al>
              <al>Zoals aangegeven in de zesde voortgangsbrief implementatie RED-III vervoer<noot id="n109" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z21660&amp;did=2025D51229" soort="URL" status="actief">Kabinetsaanpak Klimaatbeleid | Tweede Kamer der
                           Staten-Generaal</extref></noot.al></noot> is het amendement Veltman c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-36766-15" soort="document" status="actief">36 766, nr. 15</extref>), aangenomen met
                  vaststelling van artikel 9.7.4.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet
                  milieubeheer, naar de letterlijke tekst van onderdeel e niet uitvoerbaar gebleken.
                  De formulering van het amendement gebiedt om alleen leveringen van pure,
                  ongemengde ethanol als biobrandstof inboekbaar te maken, om mee te kunnen tellen
                  voor invulling van de jaarverplichting. Bio-ethanol wordt echter gebruikt in
                  mengsels met benzine (bijvoorbeeld E10), maar niet geleverd als brandstof in pure
                  vorm (E100). Gelet hierop is besloten om het bij amendement vastgestelde
                  artikellid niet in werking te laten treden, maar een alternatieve wettelijke
                  delegatiegrondslag (artikel 9.7.4.2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet
                  milieubeheer) te gebruiken om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
                  alsnog uitvoering te geven aan de bedoeling van het amendement.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De eisen die ingevolge artikel 10 van het ontwerpbesluit worden gesteld aan het
                  inboeken van elektriciteit, worden op enkele punten aangepast.</al>
              <al>In het kader van de implementatie van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie
                  wordt een nieuwe partij geïntroduceerd, namelijk de inboekdienstverlener. De
                  inboekdienstverlener is een onderneming die een hoeveelheid door een andere
                  onderneming geleverde of door een natuurlijke persoon geladen elektriciteit
                  inboekt. Echter, in de hoedanigheid van inboekdienstverlener kan hij geen
                  aangeslotene zijn van de elektriciteit die door zijn klanten zijn geleverd. Daarom
                  bepaalt het vierde lid dat het vereiste van aangeslotene niet geldt voor de
                  inboekdienstverlener, maar onverkort voor de onderneming of de natuurlijke persoon
                  die hem machtigt. Dat betekent, dat wanneer de machtiging verlenende onderneming
                  of natuurlijke persoon niet zelf aan de voorwaarden van artikel 10, eerste tot en
                  met het derde lid, van het besluit voldoet, de machtiging niet mag leiden tot een
                  inboeking van een geleverde of afgenomen hoeveelheid elektriciteit door de
                  inboekdienstverlener. Met andere woorden, de leveringsvereisten van artikel 10
                  blijven ook bij inboeken door de inboekdienstverlener onverkort gelden voor de
                  ondernemingen of de natuurlijke personen die hij bedient (hem hebben gemachtigd).
                  Levert de inboekende onderneming, naast zijn functie als inboekdienstverlener, ook
                  zelf elektriciteit aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.7.4.1 van de Wet
                  milieubeheer, dient hij uiteraard ook zélf te voldoen aan de leveringsvereisten
                  van artikel 10. En hiervoor heeft de onderneming ook een eigen inboekrekening
                  nodig, naast de beschikking over een inboekrekening in zijn functie als
                  inboekdienstverlener.</al>
              <al>Met de wijziging van artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet
                  milieubeheer, is de bepaling op wetsniveau dat aan spoorvoertuigen geleverde
                  elektriciteit niet voor inboeking in aanmerking komt, vervangen door een
                  delegatiebepaling dat geleverde elektriciteit aan bepaalde bij of krachtens
                  algemene maatregel van bestuur te bepalen bestemmingen van inboeking worden
                  uitgesloten. In het ontwerpbesluit was verzuimd om aan spoorvoertuigen geleverde
                  elektriciteit van inboeking uit te sluiten, maar met het nieuw ingevoegde zesde
                  lid in artikel 10 is dit verzuim hersteld.</al>
            </al-groep>
            <al>En ten slotte is de algemene en artikelsgewijze toelichting in enkele passages voor
               de duidelijkheid redactioneel aangepast.</al>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van
               toelichting aan en verzoek u overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>A.W.H.</voornaam>
              <achternaam>Bertram.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </nader-rapport>
      <advies>
        <kop>
          <titel>Advies Raad van State</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">No. W17.25.00328/IV</context.al>
          <context.al type="datum">’s-Gravenhage, 18 februari 2026</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>Bij Kabinetsmissive van 6 november 2025, no.2025002526, heeft Uwe Majesteit, op
               voordracht van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, bij de Afdeling
               advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit
               houdende wijziging van het Besluit energie vervoer en het Besluit brandstoffen
               luchtverontreiniging in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2O23/2413 van
               het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn
               (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/7O/EG wat de bevordering
               van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU)
               2015/652 van de Raad, met nota van toelichting</al>
            <al>Het ontwerpbesluit betreft een wijziging van het Besluit energie vervoer en het
               Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van
               Richtlijn (EU) 2023/2413<noot id="n50" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad van
                     18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU)
                     2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare
                     bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
                     (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> (hierna: wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie). In die richtlijn werden
               de Richtlijn hernieuwbare energie<noot id="n51" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                     11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
                     bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</noot.al></noot> en de Richtlijn brandstofkwaliteit<noot id="n52" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober
                     1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot
                     wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PbEG L 350).</noot.al></noot> gewijzigd. De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt, voor de sector
               vervoer, geïmplementeerd met een wijziging van de Wet milieubeheer<noot id="n53" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Dit voorstel is thans aanhangig bij de Eerste Kamer: voorstel van Wet van
                     [...] tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns in verband
                     met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en
                     de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001,
                     verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie
                     uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652
                     van de Raad, Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-A" soort="document" status="actief">36 766, A</extref>.</noot.al></noot> en vervolgens nader uitgewerkt in het nu voorliggende ontwerpbesluit.</al>
            <al>Het wijzigingsbesluit legt, kort gezegd, verplichtingen op aan leveranciers van
               brandstof voor de vervoerssector om in de periode 2026–2030 een minimale
                  CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductie<noot id="n54" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Ketenemissiereductie houdt in dat reductie niet per definitie hoeft te
                     worden gerealiseerd bij de eindgebruiker van de betreffende brandstof, maar ook
                     hoger in de productie-distributieketen kan worden behaald, bijvoorbeeld door
                        CO<inf>2eq</inf>-reductie te bewerkstellingen bij het productieproces. De
                     meeteenheid CO<inf>2eq</inf> (koolstofdioxide-equivalent) maakt het mogelijk
                     dat de emissiereductie ook kan worden bereikt met reductie van andere
                     broeikasgassen dan CO<inf>2</inf>. Alle reducties worden bij elkaar opgeteld en
                     uitgedrukt in een equivalente CO<inf>2</inf>-reductie
                     (CO<inf>2</inf>-equivalent).</noot.al></noot> te realiseren, uitgedrukt als een percentage van de gehele op de markt te
               brengen hoeveelheid betreffende brandstof. Het voorstel bevat daartoe
                  CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductiedoelen per deelsector, die verschillend zijn
               voor de deelsectoren land, zeevaart en binnenvaart.</al>
            <al>Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zullen worden toegepast vanaf het
               kalenderjaar 2026. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. In
               december 2025 is de jaarverplichting voor 2026 verlaagd met het oog op de
               concurrentieverhoudingen.</al>
            <al>De Afdeling stelt vragen over de rechtszekerheid en over de handhaving van
               verplichtingen die nog niet in werking zijn getreden. Verder adviseert zij te
               verduidelijken hoe de landsverplichting van 42,5% en de diverse deelverplichtingen
               voor vervoerssectoren zich verhouden tot het streefcijfer van 45% CO<inf>2eq</inf>
               ketenemissiereductie. Zij stelt vragen bij het ontbreken van deelverplichtingen voor
               de spoorsector en de luchtvaartsector en over de handhaafbaarheid van enkele
               verplichtingen door de Nederlandse Emissieautoriteit (hierna: NEa).</al>
            <al>In verband met deze opmerkingen is aanpassing van de toelichting wenselijk.</al>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Invoering van verplichtingen voor het lopende jaar</titel>
            </kop>
            <al>De verplichting om een jaarlijks oplopend percentage CO<inf>2eq</inf>
               ketenemissiereductie te bereiken is, op basis van het ontwerpbesluit en het
               wetsvoorstel, voor het eerst van toepassing voor het kalenderjaar 2026. Het
               wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zijn echter nog niet in werking getreden; het
               wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer.</al>
            <al>De tekst van het ontwerpbesluit, waarin de verplichtingen al concreet waren
               uitgewerkt, is eind 2024 in internetconsultatie geweest.<noot id="n55" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1</extref>.</noot.al></noot> De jaarprestaties voor 2026 in het ontwerpbesluit komen daarmee overeen.</al>
            <al>Wel heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 10 december 2025
               aan de Tweede Kamer gemeld dat, voor de sectoren zeevaart en binnenvaart, de eerder
               aangekondigde jaarprestaties voor 2026 worden verlaagd. Daartoe is besloten omdat
               onzeker was of België de richtlijnverplichtingen tijdig voor 1 januari 2026 zou
               hebben geïmplementeerd en omdat er rekening mee moest worden gehouden dat Nederlandse
               reders goedkoper zouden gaan tanken in België.<noot id="n56" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1546" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1546</extref>.</noot.al></noot></al>
            <al>De staatssecretaris heeft op 19 december 2025 aan de Tweede Kamer geschreven dat de
               regeling in werking treedt met terugwerkende kracht per 1 januari 2026.<noot id="n57" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1549" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1549</extref>. Zie ook het verslag van de
                     Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 14 januari 2026, <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617</extref>,
                     p. 34.</noot.al></noot> Nu het wetsvoorstel daarvoor geen grondslag biedt,<noot id="n58" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Het wetsvoorstel maakt geen gebruik van de modelbepalingen die een
                     grondslag geven voor het toekennen van terugwerkende kracht in het koninklijk
                     besluit dat de inwerkingtreding regelt (Aanwijzing 5.63, tweede lid, en model H
                     bij Aanwijzing 4.22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).</noot.al></noot> is de vraag hoe een en ander zich verhoudt tot het rechtszekerheidsbeginsel.
               Het lijkt erop dat de brandstofleveranciers tijdig voor 1 januari 2026 voldoende
               zekerheid hadden over de verplichtingen die al in 2024 waren aangekondigd.<noot id="n59" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-C" soort="document" status="actief">36 766, C</extref>, p. 5–6, en E, p. 9. Over het
                     rechtszekerheidsbeginsel, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
                     15 december 2021 (Catom Distribution B.V tegen de Nederlandse
                     Emissieautoriteit), ECLI:NL:RVS:2021:2842. Daarin is onder 11.1. overwogen:
                     ‘Hoewel het beginsel van rechtszekerheid zich in het algemeen verzet tegen
                     terugwerkende kracht van een regeling, kan hiervan volgens vaste jurisprudentie
                     van het Hof van Justitie (onder meer de arresten van 25 januari 1979, Racke,
                     ECLI:EU:C:1979:14 en 15 juli 2004, Gerekens, ECLI:EU:C:2004:454) bij wijze van
                     uitzondering worden afgeweken, indien dit voor het te bereiken doel
                     noodzakelijk is en het gewettigd vertrouwen van de belanghebbenden naar behoren
                     in acht wordt genomen.’</noot.al></noot> Wel is de vraag of zij worden benadeeld door de in december 2025
               aangekondigde verlaging van de jaarverplichting voor 2026, bijvoorbeeld omdat zij
               mogelijk meer duurzame brandstoffen hebben ingekocht dan ze nu kunnen afzetten.</al>
            <al>Daarnaast is bestuurlijke of strafrechtelijke handhaving van de nieuwe
               verplichtingen niet mogelijk zolang de wet niet in werking is getreden.<noot id="n60" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Terugwerkende kracht bij strafbaarstelling is niet toegestaan op grond
                     van artikel 16 van de Grondwet en artikel 7 van het EVRM. Voor bestraffende
                     bestuurlijke sancties, zoals de bestuurlijke boete, wordt het geregeld in
                     artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 EVRM.</noot.al></noot> De vraag is of het handhaven van de jaarverplichting door de toezichthouder
               hierdoor wordt bemoeilijkt.</al>
            <al>De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag wat het voorgaande
               betekent voor de rechtszekerheid en voor de mogelijkheden tot handhaving.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Verhouding tussen streefcijfer, landsverplichting en
                  deelverplichtingen</titel>
            </kop>
            <al>De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie schrijft voor dat de lidstaten van de
               Unie er gezamenlijk voor zorgen dat het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in
               het bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030 minstens 42,5% bedraagt (de
               zgn. ‘landsverplichting’). Diezelfde bepaling regelt ook dat de lidstaten er samen
               naar streven om het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het
               bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030 tot minstens 45% te verhogen.<noot id="n61" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Artikel 3 van de Richtlijn hernieuwbare energie zoals gewijzigd in
                     artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare
                     energie.</noot.al></noot></al>
            <al>Het ontwerpbesluit bevat de eisen waaraan de totale hoeveelheid aan de vervoersector
               geleverde energie moet voldoen in 2030. De Wijzigingsrichtlijn geeft de keuze aan de
               lidstaten om de vervoerssector te laten bijdragen aan einddoel van een bruto-
               eindverbruik van 42,5% op twee manieren. Zij kunnen kiezen voor een aandeel
               hernieuwbare energie in het eindverbruik van energie in de vervoerssector van ten
               minste 29% of een reductie van de broeikasgasintensiteit van ten minste 14,5% tegen
                  2030.<noot id="n62" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                     11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
                     bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328), artikel 25, eerste lid, zoals
                     gewijzigd door Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad
                     van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening
                     (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
                     hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van
                     de Raad (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> In Nederland is gekozen voor een reductie van de broeikasgasintensiteit van
               ten minste 14,5% tegen 2030, die door de vervoerssector als geheel moet worden
               behaald, met variatie binnen enkele deelsectoren.</al>
            <al>Uit de toelichting blijkt niet in hoeverre de minimumeisen voor de vervoerssector
               als geheel en de deelsectoren daarbinnen uit het voorstel tevens zullen bijdragen aan
               het behalen van het streefcijfer van 45% en hoe de eisen die aan de vervoerssector
               worden gesteld zich daartoe verhouden. Met name ontbreekt inzicht in de vraag hoe is
               verzekerd dat de vervoerssector voldoende geprikkeld blijft om voortgang te boeken in
               het licht van het streefcijfer, zowel wat betreft de verschillende deelsectoren van
               de vervoerssector onderling, als wat betreft de prestaties van de vervoersector als
               geheel tegenover de prestaties van de andere deelsectoren.<noot id="n63" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Te weten: de deelsector opwekking van elektriciteit en de deelsector
                     stadsverwarming en -koeling, conform artikel 7 van Richtlijn (EU)
                     2018/2001.</noot.al></noot> Ervan uitgaande dat het streefcijfer van 45% juridisch neerkomt op een
               inspanningsverplichting, is de vraag of de lidstaten ermee kunnen volstaan de
               landsverplichting van 42,5% te realiseren zonder zich in te spannen voor het bereiken
               van de streefverplichting van 45%.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om de toelichting op dit punt aan te vullen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Deelverplichtingen voor de spoorsector en de luchtvaartsector</titel>
            </kop>
            <al>Het ontwerpbesluit bevat geen specifieke doelen voor de spoorvervoersector terwijl
               die wel kan bijdragen aan het bereiken van de verplichting die de wijzigingsrichtlijn
               hernieuwbare energie stelt. In de toelichting wordt niet ingegaan op de vraag of de
               spoorvervoersector een bijdrage levert aan het behalen van de emissiereductiedoelen
               en of het dan gaat om de deelverplichting voor de vervoerssector, de
               landsverplichting of beide.</al>
            <al>Ook voor de luchtvaartsector bevat het ontwerpbesluit geen concrete minimumeisen. In
               de toelichting<noot id="n64" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                     uitgangspunten’.</noot.al></noot> wordt op dit punt uiteengezet dat de minimumeisen voor de luchtvaartsector
               rechtstreeks voortvloeien uit Verordening (EU) 2023/2405.<noot id="n65" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van
                     18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam
                     luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart), (PbEU 2023 L 2405).</noot.al></noot> In die Verordening zijn concrete energieprestatiedoelen voorgeschreven waar
               die sector aan moet voldoen en waar de lidstaten van de Unie niet van mogen
               afwijken.</al>
            <al>Enerzijds geeft de toelichting bij het ontwerpbesluit aan dat de onmogelijkheid om
               van die Unierechtelijke verplichting af te wijken tot gevolg heeft dat de sector
               luchtvaart geen onderdeel uitmaakt van het systeem hernieuwbare energie vervoer.<noot id="n66" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                     uitgangspunten’.</noot.al></noot> Anderzijds is in de toelichting ook aangegeven dat de sector ‘land’ het
               gedeelte van minimumbijdrage voor zijn rekening neemt dat de sector luchtvaart niet
               voor zijn rekening kan nemen als gevolg van de verplichtingen die voortvloeien uit
               Verordening (EU) 2023/2405. Dit laatste zou betekenen dat de bijdrage van de
               luchtvaart wel meetelt voor het systeem hernieuwbare energie vervoer.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om de toelichting aan te vullen wat betreft de bijdragen die
               de spoorvervoersector en de luchtvaartsector leveren aan de landverplichting en hoe
               die bijdragen verlopen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de verplichtingen voor de
                  zeevaartsector</titel>
            </kop>
            <al>De NEa heeft over het ontwerpbesluit en twee eerdere versies daarvan driemaal een
               (gedeeltelijke) handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudegevoeligheidstoets
               (‘HUF-toets’) uitgevoerd.<noot id="n67" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     1 november 2023, ‘HUF-toets RED III’ met kenmerk NEA-2023/14324; brief van de
                     NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van 16 mei 2025,
                     ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer 2026’ (geen kenmerk);
                     brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     23 december 2024, ‘Uitvoeringstoets Besluit RED III’, met kenmerk
                     NEA-2024/22321.</noot.al></noot> In haar derde (gedeeltelijke) HUF-toets<noot id="n68" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     16 mei 2025, ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer 2026’
                     (geen kenmerk).</noot.al></noot> van 16 mei 2025 wijst zij op problemen met de handhaafbaarheid van een aantal
               bepalingen die gelden voor brandstofleveranciers in de</al>
            <al>Het ontwerpbesluit betreft een wijziging van het Besluit energie vervoer en het
               Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van
               Richtlijn (EU) 2023/2413<noot id="n69" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad van
                     18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU)
                     2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare
                     bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
                     (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> (hierna: wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie). In die richtlijn werden
               de Richtlijn hernieuwbare energie<noot id="n70" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                     11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
                     bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</noot.al></noot> en de Richtlijn brandstofkwaliteit<noot id="n71" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober
                     1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot
                     wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PbEG L 350).</noot.al></noot> gewijzigd. De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt, voor de sector
               vervoer, geïmplementeerd met een wijziging van de Wet milieubeheer<noot id="n72" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>Dit voorstel is thans aanhangig bij de Eerste Kamer: voorstel van Wet van
                     [...] tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns in verband
                     met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en
                     de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001,
                     verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie
                     uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652
                     van de Raad, Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-A" soort="document" status="actief">36 766, A</extref>.</noot.al></noot> en vervolgens nader uitgewerkt in het nu voorliggende ontwerpbesluit.</al>
            <al>Het wijzigingsbesluit legt, kort gezegd, verplichtingen op aan leveranciers van
               brandstof voor de vervoerssector om in de periode 2026–2030 een minimale
                  CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductie<noot id="n73" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>Ketenemissiereductie houdt in dat reductie niet per definitie hoeft te
                     worden gerealiseerd bij de eindgebruiker van de betreffende brandstof, maar ook
                     hoger in de productie-distributieketen kan worden behaald, bijvoorbeeld door
                        CO<inf>2eq</inf>-reductie te bewerkstellingen bij het productieproces. De
                     meeteenheid CO<inf>2eq</inf> (koolstofdioxide-equivalent) maakt het mogelijk
                     dat de emissiereductie ook kan worden bereikt met reductie van andere
                     broeikasgassen dan CO<inf>2</inf>. Alle reducties worden bij elkaar opgeteld en
                     uitgedrukt in een equivalente CO<inf>2</inf>-reductie
                     (CO<inf>2</inf>-equivalent).</noot.al></noot> te realiseren, uitgedrukt als een percentage van de gehele op de markt te
               brengen hoeveelheid betreffende brandstof. Het voorstel bevat daartoe
                  CO<inf>2eq</inf> ketenemissiereductiedoelen per deelsector, die verschillend zijn
               voor de deelsectoren land, zeevaart en binnenvaart.</al>
            <al>Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zullen worden toegepast vanaf het
               kalenderjaar 2026. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. In
               december 2025 is de jaarverplichting voor 2026 verlaagd met het oog op de
               concurrentieverhoudingen.</al>
            <al>De Afdeling stelt vragen over de rechtszekerheid en over de handhaving van
               verplichtingen die nog niet in werking zijn getreden. Verder adviseert zij te
               verduidelijken hoe de landsverplichting van 42,5% en de diverse deelverplichtingen
               voor vervoerssectoren zich verhouden tot het streefcijfer van 45% CO<inf>2eq</inf>
               ketenemissiereductie. Zij stelt vragen bij het ontbreken van deelverplichtingen voor
               de spoorsector en de luchtvaartsector en over de handhaafbaarheid van enkele
               verplichtingen door de Nederlandse Emissieautoriteit (hierna: NEa).</al>
            <al>In verband met deze opmerkingen is aanpassing van de toelichting wenselijk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Invoering van verplichtingen voor het lopende jaar</titel>
            </kop>
            <al>De verplichting om een jaarlijks oplopend percentage CO<inf>2eq</inf>
               ketenemissiereductie te bereiken is, op basis van het ontwerpbesluit en het
               wetsvoorstel, voor het eerst van toepassing voor het kalenderjaar 2026. Het
               wetsvoorstel en het ontwerpbesluit zijn echter nog niet in werking getreden; het
               wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer.</al>
            <al>De tekst van het ontwerpbesluit, waarin de verplichtingen al concreet waren
               uitgewerkt, is eind 2024 in internetconsultatie geweest.<noot id="n74" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1</extref>.</noot.al></noot> De jaarprestaties voor 2026 in het ontwerpbesluit komen daarmee overeen.</al>
            <al>Wel heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 10 december 2025
               aan de Tweede Kamer gemeld dat, voor de sectoren zeevaart en binnenvaart, de eerder
               aangekondigde jaarprestaties voor 2026 worden verlaagd. Daartoe is besloten omdat
               onzeker was of België de richtlijnverplichtingen tijdig voor 1 januari 2026 zou
               hebben geïmplementeerd en omdat er rekening mee moest worden gehouden dat Nederlandse
               reders goedkoper zouden gaan tanken in België.<noot id="n75" type="voet"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1546" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1546</extref>.</noot.al></noot></al>
            <al>De staatssecretaris heeft op 19 december 2025 aan de Tweede Kamer geschreven dat de
               regeling in werking treedt met terugwerkende kracht per 1 januari 2026.<noot id="n76" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32813-1549" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1549</extref>. Zie ook het verslag van de
                     Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 14 januari 2026, <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/commissieverslagen/detail?id=2026D01617&amp;did=2026D01617</extref>,
                     p. 34.</noot.al></noot> Nu het wetsvoorstel daarvoor geen grondslag biedt,<noot id="n77" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Het wetsvoorstel maakt geen gebruik van de modelbepalingen die een
                     grondslag geven voor het toekennen van terugwerkende kracht in het koninklijk
                     besluit dat de inwerkingtreding regelt (Aanwijzing 5.63, tweede lid, en model H
                     bij Aanwijzing 4.22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).</noot.al></noot> is de vraag hoe een en ander zich verhoudt tot het rechtszekerheidsbeginsel.
               Het lijkt erop dat de brandstofleveranciers tijdig voor 1 januari 2026 voldoende
               zekerheid hadden over de verplichtingen die al in 2024 waren aangekondigd.<noot id="n78" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I 2025/26, <extref doc="kst-36766-C" soort="document" status="actief">36 766, C</extref>, p. 5–6, en E, p. 9. Over het
                     rechtszekerheidsbeginsel, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
                     15 december 2021 (Catom Distribution B.V tegen de Nederlandse
                     Emissieautoriteit), ECLI:NL:RVS:2021:2842. Daarin is onder 11.1. overwogen:
                     ‘Hoewel het beginsel van rechtszekerheid zich in het algemeen verzet tegen
                     terugwerkende kracht van een regeling, kan hiervan volgens vaste jurisprudentie
                     van het Hof van Justitie (onder meer de arresten van 25 januari 1979, Racke,
                     ECLI:EU:C:1979:14 en 15 juli 2004, Gerekens, ECLI:EU:C:2004:454) bij wijze van
                     uitzondering worden afgeweken, indien dit voor het te bereiken doel
                     noodzakelijk is en het gewettigd vertrouwen van de belanghebbenden naar behoren
                     in acht wordt genomen.’</noot.al></noot> Wel is de vraag of zij worden benadeeld door de in december 2025
               aangekondigde verlaging van de jaarverplichting voor 2026, bijvoorbeeld omdat zij
               mogelijk meer duurzame brandstoffen hebben ingekocht dan ze nu kunnen afzetten.</al>
            <al>Daarnaast is bestuurlijke of strafrechtelijke handhaving van de nieuwe
               verplichtingen niet mogelijk zolang de wet niet in werking is getreden.<noot id="n79" type="voet"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>Terugwerkende kracht bij strafbaarstelling is niet toegestaan op grond
                     van artikel 16 van de Grondwet en artikel 7 van het EVRM. Voor bestraffende
                     bestuurlijke sancties, zoals de bestuurlijke boete, wordt het geregeld in
                     artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 EVRM.</noot.al></noot> De vraag is of het handhaven van de jaarverplichting door de toezichthouder
               hierdoor wordt bemoeilijkt.</al>
            <al>De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag wat het voorgaande
               betekent voor de rechtszekerheid en voor de mogelijkheden tot handhaving.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Verhouding tussen streefcijfer, landsverplichting en
                  deelverplichtingen</titel>
            </kop>
            <al>De Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie schrijft voor dat de lidstaten van de
               Unie er gezamenlijk voor zorgen dat het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in
               het bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030 minstens 42,5% bedraagt (de
               zgn. ‘landsverplichting’). Diezelfde bepaling regelt ook dat de lidstaten er samen
               naar streven om het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het
               bruto-eindverbruik van energie in de Unie in 2030 tot minstens 45% te verhogen.<noot id="n80" type="voet"><noot.nr>31</noot.nr><noot.al>Artikel 3 van de Richtlijn hernieuwbare energie zoals gewijzigd in
                     artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare
                     energie.</noot.al></noot></al>
            <al>Het ontwerpbesluit bevat de eisen waaraan de totale hoeveelheid aan de vervoersector
               geleverde energie moet voldoen in 2030. De Wijzigingsrichtlijn geeft de keuze aan de
               lidstaten om de vervoerssector te laten bijdragen aan einddoel van een
               bruto-eindverbruik van 42,5% op twee manieren. Zij kunnen kiezen voor een aandeel
               hernieuwbare energie in het eindverbruik van energie in de vervoerssector van ten
               minste 29% of een reductie van de broeikasgasintensiteit van ten minste 14,5% tegen
                  2030.<noot id="n81" type="voet"><noot.nr>32</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                     11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
                     bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328), artikel 25, eerste lid, zoals
                     gewijzigd door Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad
                     van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening
                     (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
                     hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van
                     de Raad (PbEU L van 31.10.2023).</noot.al></noot> In Nederland is gekozen voor een reductie van de broeikasgasintensiteit van
               ten minste 14,5% tegen 2030, die door de vervoerssector als geheel moet worden
               behaald, met variatie binnen enkele deelsectoren.</al>
            <al>Uit de toelichting blijkt niet in hoeverre de minimumeisen voor de vervoerssector
               als geheel en de deelsectoren daarbinnen uit het voorstel tevens zullen bijdragen aan
               het behalen van het streefcijfer van 45% en hoe de eisen die aan de vervoerssector
               worden gesteld zich daartoe verhouden. Met name ontbreekt inzicht in de vraag hoe is
               verzekerd dat de vervoerssector voldoende geprikkeld blijft om voortgang te boeken in
               het licht van het streefcijfer, zowel wat betreft de verschillende deelsectoren van
               de vervoerssector onderling, als wat betreft de prestaties van de vervoersector als
               geheel tegenover de prestaties van de andere deelsectoren.<noot id="n82" type="voet"><noot.nr>33</noot.nr><noot.al>Te weten: de deelsector opwekking van elektriciteit en de deelsector
                     stadsverwarming en -koeling, conform artikel 7 van Richtlijn (EU)
                     2018/2001.</noot.al></noot> Ervan uitgaande dat het streefcijfer van 45% juridisch neerkomt op een
               inspanningsverplichting, is de vraag of de lidstaten ermee kunnen volstaan de
               landsverplichting van 42,5% te realiseren zonder zich in te spannen voor het bereiken
               van de streefverplichting van 45%.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om de toelichting op dit punt aan te vullen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Deelverplichtingen voor de spoorsector en de luchtvaartsector</titel>
            </kop>
            <al>Het ontwerpbesluit bevat geen specifieke doelen voor de spoorvervoersector terwijl
               die wel kan bijdragen aan het bereiken van de verplichting die de wijzigingsrichtlijn
               hernieuwbare energie stelt. In de toelichting wordt niet ingegaan op de vraag of de
               spoorvervoersector een bijdrage levert aan het behalen van de emissiereductiedoelen
               en of het dan gaat om de deelverplichting voor de vervoerssector, de
               landsverplichting of beide.</al>
            <al>Ook voor de luchtvaartsector bevat het ontwerpbesluit geen concrete minimumeisen. In
               de toelichting<noot id="n83" type="voet"><noot.nr>34</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                     uitgangspunten’.</noot.al></noot> wordt op dit punt uiteengezet dat de minimumeisen voor de luchtvaartsector
               rechtstreeks voortvloeien uit Verordening (EU) 2023/2405.<noot id="n84" type="voet"><noot.nr>35</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van
                     18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam
                     luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart), (PbEU 2023 L 2405).</noot.al></noot> In die Verordening zijn concrete energieprestatiedoelen voorgeschreven waar
               die sector aan moet voldoen en waar de lidstaten van de Unie niet van mogen
               afwijken.</al>
            <al>Enerzijds geeft de toelichting bij het ontwerpbesluit aan dat de onmogelijkheid om
               van die Unierechtelijke verplichting af te wijken tot gevolg heeft dat de sector
               luchtvaart geen onderdeel uitmaakt van het systeem hernieuwbare energie vervoer.<noot id="n85" type="voet"><noot.nr>36</noot.nr><noot.al>Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, kopje ‘Verwerking
                     uitgangspunten’.</noot.al></noot> Anderzijds is in de toelichting ook aangegeven dat de sector ‘land’ het
               gedeelte van minimumbijdrage voor zijn rekening neemt dat de sector luchtvaart niet
               voor zijn rekening kan nemen als gevolg van de verplichtingen die voortvloeien uit
               Verordening (EU) 2023/2405. Dit laatste zou betekenen dat de bijdrage van de
               luchtvaart wel meetelt voor het systeem hernieuwbare energie vervoer.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om de toelichting aan te vullen wat betreft de bijdragen die
               de spoorvervoersector en de luchtvaartsector leveren aan de landverplichting en hoe
               die bijdragen verlopen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de verplichtingen voor de
                  zeevaartsector</titel>
            </kop>
            <al>De NEa heeft over het ontwerpbesluit en twee eerdere versies daarvan driemaal een
               (gedeeltelijke) handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudegevoeligheidstoets
               (‘HUF-toets’) uitgevoerd.<noot id="n86" type="voet"><noot.nr>37</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     1 november 2023, ‘HUF-toets RED III’ met kenmerk NEA-2023/14324; brief van de
                     NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van 16 mei 2025,
                     ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer 2026’ (geen kenmerk);
                     brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     23 december 2024, ‘Uitvoeringstoets Besluit RED III’, met kenmerk
                     NEA-2024/22321.</noot.al></noot> In haar derde (gedeeltelijke) HUF-toets<noot id="n87" type="voet"><noot.nr>38</noot.nr><noot.al>Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van
                     16 mei 2025, ‘Aanvullende HUF-toets wijziging Besluit Energie Vervoer 2026’
                     (geen kenmerk).</noot.al></noot> van 16 mei 2025 wijst zij op problemen met de handhaafbaarheid van een aantal
               bepalingen die gelden voor brandstofleveranciers in de zeevaartsector. Die bepalingen
               waren gewijzigd ten opzichte van een eerder concept van het ontwerpbesluit.<noot id="n88" type="voet"><noot.nr>39</noot.nr><noot.al>Ten aanzien van dat eerdere concept bracht de NEa een HUF-toets uit op
                     23 december 2024: Brief van de NEa aan het Ministerie van Infrastructuur en
                     Waterstaat van 23 december 2024, ‘Uitvoeringstoets Besluit RED III’, met
                     kenmerk NEA-2024/22321.</noot.al></noot></al>
            <al>De NEa uit zorgen over een aantal onderwerpen die het gevolg zijn van die nagekomen
               wijzigingen. In algemene zin uit zij zorgen over de uitvoerbaarheid en
               handhaafbaarheid van de verplichtingen voor de zeevaartsector. Zij geeft aan dat zij
               geen volledige kennis heeft kunnen opdoen van de relevante wetgeving en stakeholders
               zijn volgens haar slechts in beperkte mate gehoord over de wijziging. De NEa wijst er
               op dat zij hierdoor niet goed kan overzien wat precies de gevolgen zijn voor de
               uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het voorstel voor haarzelf en partijen die
               onder haar toezicht (komen te) staan.</al>
            <al>Verder formuleert de NEa in de genoemde HUF-toets een aantal specifieke bevindingen,
               die zien op de reikwijdte van het voorstel en vraagt zij aandacht voor een mogelijk
               ongelijk speelveld met België als gevolg van mogelijk andere reikwijdte van
               vergelijkbare verplichtingen aldaar. Vervolgens geeft de NEa aan dat er mogelijk hoge
               uitvoeringlasten uit het voorstel voortvloeien voor verificateurs, die ook tot extra
               uitvoeringslasten voor de NEa zouden kunnen leiden.</al>
            <al>Tot slot wijst de NEa er op dat er voor het welslagen van de uitvoering en
               handhaving inspanningen nodig zijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport
               (hierna: ILT). Daarvoor zouden er wellicht nog nadere bevoegdheden aan de ILT moeten
               worden toegekend. NEa geeft daarbij aan dat voor de goede uitvoering van haar eigen
               toezichtsbevoegdheden op onderdelen afhankelijk is van de inspanningen van de ILT en
               de bevoegdheden waarover de ILT beschikt.</al>
            <al>De toelichting gaat echter niet in op deze bedenkingen die de NEa heeft geuit in
               haar voornoemde (gedeeltelijke) HUF-toets van 16 mei 2025.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om in de toelichting in te gaan op de voornoemde HUF-toets van
               de NEa en met name om daarin in te gaan op de voornoemde problemen met de
               uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het voorstel.</al>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het
               ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt
               genomen.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De vice-president van de Raad van State,</functie>
            <naam>
              <voornaam>Th.C. de</voornaam>
              <achternaam>Graaf.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </advies>
      <object_van_advies>
        <kop>
          <titel>Tekst zoals aangeboden aan de Raad van State. Besluit van .... tot wijziging energie
            vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie
            van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
            tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
            98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot
            intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad [WGK026978]</titel>
        </kop>
        <wet-besluit>
          <aanhef>
            <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, prins van
               Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
            <considerans>
              <considerans.al bevat="voordracht">Op de voordracht van de Staatssecretaris van
                  Infrastructuur en Waterstaat van 30 oktober 2025, IENW/BSK-2025/259897,
                  Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;</considerans.al>
              <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de artikelen 9.2.2.1, 9.7.1.2, 9.7.2.1,
                  eerste, derde een vierde lid, 9.7.2.4, derde lid, 9.7.2.5, tweede lid, 9.7.2.6,
                  derde lid, 9.7.3.8, 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e en derde lid, 9.7.4.2, eerste
                  lid, onderdelen a en c, 9.7.4.3, onderdelen a en b, 9.7.4.4, 9.7.4.6, tweede lid,
                  9.7.4.7, tweede lid, 9.7.4.11, tweede lid, 9.7.4.12, 9.7.4.14, tweede lid,
                  9.7.5.6, tweede en derde lid, 9.8.3.1, tweede lid, 9.8.3.3, derde lid, 9.8.3.4,
                  tweede lid, 9.8.3.6, vierde lid, 9.8.3.7, vierde lid, 9.8.4.4, tweede lid, en
                  9.8.4.5, tweede lid;</considerans.al>
              <considerans.al bevat="gehoord">De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord
                  (advies van [datum en nummer]);</considerans.al>
              <considerans.al bevat="gezien">Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van
                  Infrastructuur en Waterstaat van [datum en nummer], Hoofddirectie Bestuurlijke en
                  Juridische Zaken;</considerans.al>
            </considerans>
            <afkondiging>
              <al>Hebben goedgevonden en verstaan:</al>
            </afkondiging>
          </aanhef>
          <wettekst>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>ARTIKEL</label>
                <nr status="officieel">I</nr>
              </kop>
              <wat type="wijziging">Het Besluit energie vervoer wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">A</lidnr>
                <wat>Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen met
                        bijbehorende omschrijvingen ingevoegd:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>aangeslotene:</term>
                        <definitie>
                          <al>aangeslotene als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>aansluiting:</term>
                        <definitie>
                          <al>aansluiting als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>adres:</term>
                        <definitie>
                          <al>één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot
                                    en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>allocatiepunt:</term>
                        <definitie>
                          <al>allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Energiewet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>brandstofleveringsnota:</term>
                        <definitie>
                          <al>brandstofleveringsnota als bedoeld in artikel 1.1 van het
                                    Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>eindafnemer:</term>
                        <definitie>
                          <al>eindafnemer als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid bijlage IX-B:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid bijlage IX-B als bedoeld in artikel
                                    9.7.3.2, tweede lid, onderdeel c, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid conventioneel:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid conventioneel als bedoeld in artikel
                                    9.7.3.2, tweede lid, onderdeel a, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid elektriciteit:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede
                                    lid, onderdeel e, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid geavanceerd:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid geavanceerd als bedoeld in artikel
                                    9.7.3.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van
                                 niet-biologische oorsprong:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 9.7.3.2,
                                    tweede lid, onderdeel d, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>emissiereductie-eenheid overig:</term>
                        <definitie>
                          <al>emissiereductie-eenheid overig als bedoeld in artikel 9.7.3.2,
                                    tweede lid, onderdeel f, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>levering tot eindverbruik sector zeevaart:</term>
                        <definitie>
                          <al>levering van de brandstoffen, bedoeld in artikel 3.0, eerste
                                    lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, en zoals
                                    opgenomen in de brandstofleveringsnota;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>LPG:</term>
                        <definitie>
                          <al>vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 26, zesde
                                    lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van
                                    artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van
                                    die wet voor het tarief van vloeibaar gemaakt petroleumgas aan
                                    de accijns onderworpen zijn;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>transmissiesysteem voor gas:</term>
                        <definitie>
                          <al>transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Energiewet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificateur biomassa:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de
                                    wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificateur levering tot eindverbruik:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste lid, van de
                                    wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificatie biomassa:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificatie als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de
                                    wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificatie levering tot eindverbruik:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificatie als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste lid, van de
                                    wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificatieverklaring biomassa:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificatieverklaring als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede
                                    lid, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificatieverklaring levering tot eindverbruik:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificatieverklaring als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste
                                    lid, van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>walstroomvoorziening:</term>
                        <definitie>
                          <al>de levering van walstroom door middel van een
                                    gestandaardiseerde, vaste of mobiele koppeling aan zeeschepen of
                                    binnenschepen die aangemeerd zijn aan de kade;.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>De volgende begripsbepalingen vervallen:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">belastingentrepot;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">dubbeltellingverificateur;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">dubbeltellingverificatie;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">dubbeltellingverklaring;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid overig;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">massabalans van hernieuwbare brandstoffen;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">opslaglocatie;</nadruk>
                    </al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">vrijwillig systeem;.</nadruk>
                    </al>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">bemeterd leverpunt</nadruk>
                        komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>bemeterd leverpunt:</term>
                        <definitie>
                          <al>tank- of laadpunt voor de levering van gasvormige brandstof of
                                    elektriciteit voorzien van een voertuigaansluiting of een
                                    vaartuigaansluiting en van een meter die de hoeveelheid van de
                                    levering meet, niet zijnde de meter op de aansluiting, het
                                    allocatiepunt of elke andere meter buiten het tank- of
                                    laadpunt;.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">4.</nr>
                  <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">directe lijn</nadruk> komt
                        te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>directe lijn:</term>
                        <definitie>
                          <al>directe lijn als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Energiewet;.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">5.</nr>
                  <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">redelijke mate van
                           zekerheid</nadruk> komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>redelijke mate van zekerheid:</term>
                        <definitie>
                          <al>een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid ten aanzien
                                    van de vraag of de in de verificatieverklaring levering tot
                                    eindverbruik verantwoorde levering tot eindverbruik, de in de
                                    verificatieverklaring biomassa verantwoorde hoeveelheid
                                    vervaardigd LPG uit biomassa of de in de
                                    inboekverificatieverklaring verantwoorde inboekingen in het
                                    register vrij zijn van materiële onjuistheden;.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">B</lidnr>
                <wat>Na artikel 1 wordt de paragraafaanduiding ‘§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare
                     energie vervoer’ ingevoegd.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">C</lidnr>
                <wat>Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid komen de onderdelen a en b te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de leverancier tot eindverbruik over het kalenderjaar waarin zijn
                                 levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot
                                 eindverbruik sector binnenvaart, of zijn levering tot eindverbruik
                                 sector zeevaart opgeteld minder is dan 500.000 liter;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>brandstoffen die ingezet worden in bilaterale of multilaterale
                                 militaire operaties en samenwerking of in nationale militaire
                                 operaties.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                              onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector land
                                    overeenkomstig artikel 5;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector
                                    binnenvaart overeenkomstig artikel 5c;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector
                                    zeevaart overeenkomstig artikel 5f.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">D</lidnr>
                <wat>Na artikel 2 wordt de paragraafaanduiding ‘§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare
                     energie’ vervangen door de subparagraaf aanduiding ‘§ 2.1 Jaarverplichting
                     sector land’.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">E</lidnr>
                <wat>Artikel 3 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">3</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van de
                              levering tot eindverbruik sector land, bedoeld in artikel 9.7.2.1,
                              eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal
                              emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>2026: 14,4 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>2027: 16,5 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>2028: 22,9 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>2029: 25,0 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>2030: 27,5 procent.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden anders dan
                              met emissiereductie-eenheden van de sector land, is niet
                              toegestaan.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenhedenconventioneel
                              voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste
                              1,2 procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel
                              naar beneden wordt afgerond.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>Het percentage ingevuld met emissiereductie-eenheden geavanceerd,
                              waarbij het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd naar boven
                              wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>2026: ten minste 3,1 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>2027: ten minste 4,5 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>2028: ten minste 5,9 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>2029: ten minste 7,3 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>2030: ten minste 8,8 procent.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenheden bijlage IX-B
                              voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste
                              4,3 procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B
                              naar beneden wordt afgerond.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                      <al>Het percentage, ingevuld met emissiereductie-eenheden hernieuwbare
                              brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het aantal
                              emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>2026: ten minste 0,05 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>2027: ten minste 0,10 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>2028: ten minste 0,46 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>2029: ten minste 0,96 procent;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>2030: ten minste 1,45 procent.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                      <al>Bij het voldoen aan het zesde lid, is de invulling van het percentage
                              met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij ministeriële
                              regeling bepaald percentage.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">F</lidnr>
                <wat>Artikel 5 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">5</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                              onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt
                                    afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid,
                                    genoemde percentage;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal
                                    emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt
                                    met het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde
                                    percentage;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel
                                    3, derde lid, genoemde percentage;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel
                                    3, vijfde lid, genoemde percentage;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    elektriciteit wordt afgeschreven;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>f.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    overig wordt afgeschreven;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>g.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>h.</li.nr>
                          <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt
                                    afgeschreven.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid,
                              niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort
                              verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot
                                    als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de
                                    leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de
                                    jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet
                                    gebruikt heeft;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot
                                    als het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de
                                    leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de
                                    jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet
                                    gebruikt heeft;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de
                                    resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en
                                    b.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">G</lidnr>
                <wat>Na artikel 5 worden de volgende subparagrafen en de bijbehorende artikelen
                     ingevoegd:</wat>
                <wijziging>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                    <kop>
                      <label>§</label>
                      <nr status="officieel">2.2</nr>
                      <titel>Jaarverplichting sector binnenvaart</titel>
                    </kop>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5a</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van
                                 de levering tot eindverbruik sector binnenvaart, bedoeld in artikel
                                 9.7.2.1, eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal
                                 emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het
                                 kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2026: 3,8 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2027: 5,1 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2028: 7,6 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2029: 10,2 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>2030: 14,5 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden anders
                                 dan met emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart, is
                                 toegestaan voor het kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2026: tot ten hoogste 0,8 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2027: tot ten hoogste 1,0 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2028: tot ten hoogste 1,5 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2029: tot ten hoogste 2,0 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>2030: tot ten hoogste 2,9 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>Invulling van het percentage is niet toegestaan:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>met emissiereductie-eenheden-conventioneel; en</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>met emissiereductie-eenheden elektriciteit en hernieuwbare
                                       brandstof van niet biologische oorsprong uit een andere
                                       sector.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                        <al>Het percentage, ingevuld met emissiereductie-eenheden bijlage IX-B
                                 voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030, is ten hoogste
                                 11,1 procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden bijlage
                                 IX-B naar beneden wordt afgerond.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                        <al>Het percentage ingevuld met emissiereductie-eenheden hernieuwbare
                                 brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het aantal
                                 emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                                 niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het
                                 kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2026: ten minste 0,02 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2027: ten minste 0,04 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2028: ten minste 0,09 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2029: ten minste 0,17 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>2030: ten minste 0,34 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                        <al>Bij het voldoen aan het vijfde lid, is de invulling van het
                                 percentage met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij
                                 ministeriële regeling bepaald percentage.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5b</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 9.7.2.4, eerste
                                 of tweede lid, van de wet, wordt gemaakt op basis van een redelijke
                                 inschatting.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling worden verrekend met
                                 het saldo van het lopende kalenderjaar.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5c</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                                 onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd,
                                 waarbij eerst emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart en
                                 vervolgens emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart en de
                                 sector land in deze volgorde van de soorten worden
                                 afgeschreven:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het
                                       aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                       niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt
                                       met het in artikel 5a, vijfde en zesde lid, genoemde
                                       percentage;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot
                                       ten hoogste het in artikel 5a, vierde lid, genoemde
                                       percentage;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt
                                       afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>f.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                       niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste
                                 lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per
                                 soort verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt
                                 vastgesteld:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even
                                       groot als het percentage, bedoeld in artikel 5a, vierde lid,
                                       dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van
                                       de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel b,
                                       niet gebruikt heeft;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als
                                       de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdeel
                                       a.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>In afwijking van het eerste lid kan door de leverancier tot
                                 eindverbruik de volgorde van afschrijving over de sectoren en
                                 soorten emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, aanhef
                                 en onderdelen a tot en met f, worden gewijzigd, voor invulling van
                                 het percentage, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, met inachtneming
                                 van de percentages, bedoeld in artikel 5a, vierde en vijfde
                                 lid.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                        <al>De wijziging, bedoeld in het derde lid, kan vanaf 1 maart tot
                                 1 april van enig kalenderjaar door de leverancier tot eindverbruik
                                 in het register worden verwerkt.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                  </wijzig-divisie>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                    <kop>
                      <label>§</label>
                      <nr status="officieel">2.3</nr>
                      <titel>Jaarverplichting sector zeevaart</titel>
                    </kop>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5d</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van
                                 de levering tot eindverbruik sector zeevaart, bedoeld in artikel
                                 9.7.2.1, eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal
                                 emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het
                                 kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2026: 3,6 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2027: 4,8 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2028: 5,9 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2029: 7,1 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>2030: 8,2 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden, anders
                                 dan met emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart, is
                                 toegestaan voor het kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2026: tot ten hoogste 1,1 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2027: tot ten hoogste 1,5 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2028: tot ten hoogste 1,8 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2029: tot ten hoogste 2,2 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>2030: tot ten hoogste 2,5 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>Invulling van het percentage is niet toegestaan:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>met emissiereductie-eenheden-conventioneel en bijlage IX-B;
                                       en</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>met emissiereductie-eenheden elektriciteit hernieuwbare
                                       brandstof van niet biologische oorsprong uit een andere
                                       sector.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                        <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden
                                 hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij
                                 het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                                 niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het
                                 kalenderjaar:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>2027: ten minste 0,02 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>2028: ten minste 0,08 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>2029: ten minste 0,16 procent;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>2030: ten minste 0,32 procent.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                        <al>Bij het voldoen aan het vierde lid, is de invulling van het
                                 percentage met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij
                                 ministeriële regeling bepaald percentage.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5e</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 9.7.2.4, eerste
                                 of tweede lid, ten aanzien van een levering tot eindverbruik sector
                                 zeevaart, wordt gemaakt op basis van een redelijke inschatting,
                                 waarbij het bestuur van de emissieautoriteit zich in ieder geval
                                 baseert op de gegevens over geleverde brandstoffen op basis van de
                                 brandstofleveringsnota’s van de leverancier tot eindverbruik.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling worden verrekend met
                                 het saldo van het lopende kalenderjaar.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">5f</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                                 onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd,
                                 waarbij eerst emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart en
                                 vervolgens emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart en de
                                 sector land in deze volgorde van de soorten worden
                                 afgeschreven:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het
                                       aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                       niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt
                                       met het in artikel 5d, vierde en vijfde lid, genoemde
                                       percentage;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt
                                       afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>d.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>e.</li.nr>
                            <al>het aantal op de rekening beschikbare
                                       emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                       niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste
                                 lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, is het aantal
                                 emissiereductie-eenheden overig even groot als de resterende
                                 jaarverplichting.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>In afwijking van het eerste lid kan door de leverancier tot
                                 eindverbruik de volgorde van afschrijving over de sectoren en
                                 soorten emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, aanhef
                                 en onderdelen a tot en met f, worden gewijzigd, voor invulling van
                                 het percentage, bedoeld in artikel 5d, tweede lid, met inachtneming
                                 van de percentages, bedoeld in artikel 5d, vierde lid.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                        <al>De wijziging, bedoeld in het derde lid, kan vanaf 1 maart tot
                                 1 april van enig kalenderjaar door de leverancier tot eindverbruik
                                 in het register worden verwerkt.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                  </wijzig-divisie>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">H</lidnr>
                <wat>§ 3. Hernieuwbare brandstofeenheden en het bijbehorende artikel 6 komen te
                     luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                    <kop>
                      <label>§</label>
                      <nr status="officieel">3.</nr>
                      <titel>Emissiereductie-eenheden</titel>
                    </kop>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">6</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                                 conventioneel op een rekening minder dan nul is, worden
                                 bijgeschreven emissiereductie-eenheden conventioneel, bijlage IX-B,
                                 elektriciteit, overig, geavanceerd en hernieuwbare brandstof van
                                 niet-biologische oorsprong in deze volgorde afgeschreven.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                                 bijlage IX-B op een rekening minder dan nul is, worden
                                 bijgeschreven emissiereductie-eenheden bijlage IX-B, elektriciteit,
                                 overig, geavanceerd en hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                                 oorsprong in deze volgorde afgeschreven.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                                 overig op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                                 emissiereductie-eenheden overig, elektriciteit, geavanceerd en
                                 hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong in deze
                                 volgorde afgeschreven.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                        <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                                 hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong op een
                                 rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                                 emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                 niet-biologische oorsprong en raffinagereductie-eenheden in die
                                 volgorde afgeschreven.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                        <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                                 geavanceerd op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                                 emissiereductie-eenheden geavanceerd afgeschreven.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                        <al>Indien het aantal emissiereductie-eenheden op een rekening minder
                                 is dan nul in meer dan een sector, worden bijgeschreven
                                 emissiereductie-eenheden ter voldoening van de jaarverplichting per
                                 sector afgeschreven, in de volgorde van de jaarverplichting van de
                                 sector land, de jaarverplichting van de sector binnenvaart en de
                                 jaarverplichting van de sector zeevaart.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                        <al>Bij de afschrijving worden de bepalingen van de paragrafen 2.1,
                                 2.2 en 2.3 in acht genomen.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                  </wijzig-divisie>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">I</lidnr>
                <wat>Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid wordt in de aanhef na ‘de Nederlandse markt’ ingevoegd
                        ‘voor vervoer’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>De onderneming, bedoeld in het eerste lid, die ingevoerd LPG
                              vervaardigd uit biomassa aan de Nederlandse markt voor vervoer niet
                              levert vanaf zijn opslaglocatie of een opslaglocatie waarover zijn
                              certificering zich uitstrekt, voert in afwijking van artikel 9.7.4.2,
                              eerste lid, onderdeel b, van de wet, alleen een massabalans van
                              biobrandstoffen.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>Onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid
                        wordt na het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de sector binnenvaart
                              die leiden tot de bijschrijving van een emissiereductie-eenheid
                              conventioneel, alsmede leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de
                              sector zeevaart die leiden tot de bijschrijving van een
                              emissiereductie-eenheid conventioneel of bijlage IX-B, zijn van de
                              toepassing van paragraaf 9.7.4 van de wet uitgesloten.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">4.</nr>
                  <wat>In het zevende lid (nieuw) wordt aan het einde van de zin toegevoegd ‘van
                        vervoer, de soort brandstof waarin de vloeibare biobrandstof is bijgemengd
                        en het bijmengpercentage’.</wat>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">J</lidnr>
                <wat>Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>Het eerste lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland wordt geleverd
                              met behulp van het transmissiesysteem voor gas, kan slechts worden
                              ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is en
                              die:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die
                                    uitsluitend bestemd is voor de levering van gas aan vervoer in
                                    Nederland en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>over een bemeterd leverpunt beschikt, voorzien van een geregeld
                                    meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet,
                                    met een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel
                                    5, eerste lid, onderdeel c, van die wet en voorzien van de voor
                                    dat meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in
                                    artikel 8 van die wet.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan gasvormige
                              biobrandstof die aan vervoer in Nederland geleverd wordt, slechts
                              worden ingeboekt in het register door de onderneming die met behulp
                              van een directe lijn aan het adres van de onderneming geleverde
                              gasvormige biobrandstof levert met een bemeterd leverpunt.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">K</lidnr>
                <wat>Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid, aanhef, wordt na ’Vloeibare hernieuwbare brandstof’
                        ingevoegd ‘van niet-biologische oorsprong’ en wordt na ‘onderneming’
                        toegevoegd ‘die gecertificeerd is door een vrijwillig systeem’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die
                              wordt ingeboekt voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels,
                              bedoeld in artikel 29 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare
                              energie.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>Het derde lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het
                              aantonen, bedoeld in artikel 9.7.1.1, onderdeel ‘leveren aan de
                              Nederlandse markt’ en de soort brandstof waarin de vloeibare
                              hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is bijgemengd en
                              het bijmengpercentage.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">L</lidnr>
                <wat>Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste tot en met derde lid wordt telkens na ‘hernieuwbare
                        brandstof’ ingevoegd ‘van niet-biologische oorsprong’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>In het eerste lid vervalt ‘die gecertificeerd is door een vrijwillig
                        systeem en’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>In het derde lid wordt ‘artikel 25, tweede lid,’ vervangen door ‘artikel
                        29 bis, eerste lid,’.</wat>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">M</lidnr>
                <wat>Artikel 10 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">10</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Elektriciteit die geleverd wordt aan de bestemmingen, bedoeld in
                              artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, kan slechts
                              worden ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene
                              is en die:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die
                                    uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan
                                    die bestemmingen en gekoppeld is aan een bemeterd
                                    leverpunt;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>beschikt over een bemeterd leverpunt, voorzien van een geregeld
                                    meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet,
                                    met een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel
                                    5, eerste lid, onderdeel c, van die wet en van de voor dat
                                    meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in artikel
                                    8 van die wet; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die
                                    uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan
                                    openbaar vervoersbestemmingen en die als onderneming openbaar
                                    vervoersdiensten aanbiedt.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit worden
                              ingeboekt in het register door een onderneming die:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>elektriciteit aan wegvoertuigen of mobiele machines levert met
                                    behulp van verwisselbare accu’s, of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>elektriciteit aan binnenschepen of zeeschepen levert met behulp
                                    van een accupakket of elektrolyt.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit opgewekt
                              uit hernieuwbare bronnen, met uitzondering van energie uit biomassa,
                              stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas, die geleverd
                              wordt aan de bestemmingen als bedoeld in artikel 9.7.4.1, eerste lid,
                              onderdeel e, van de wet, slechts worden ingeboekt in het register door
                              een onderneming die:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>met behulp van een directe lijn aan het adres van de
                                    onderneming geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
                                    levert met een bemeterd leverpunt; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op hetzelfde adres van
                                    de onderneming opwekt en levert met behulp van een bemeterd
                                    leverpunt.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt het vereiste van
                              aangeslotene niet voor de inboekdienstverlener.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Met ingang van 1 januari 2030 is elektriciteit die geleverd wordt met
                              een walstroomvoorziening van inboeking als bedoeld in artikel 9.7.4.1
                              van de wet uitgesloten.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                      <al>Voor de elektriciteit als bedoeld in het derde lid die wordt
                              ingeboekt in het register is geen exploitatiesubsidie betaald.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                      <al>Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>elektriciteit die geleverd wordt met behulp van een directe
                                    lijn als bedoeld in het derde lid, onderdeel a of op dezelfde
                                    locatie opgewekte en geleverde elektriciteit zoals bedoeld in
                                    het derde lid, onderdeel b;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>het aantonen van geleverde elektriciteit met behulp van
                                    verwisselbare accu’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a,
                                    of een accupakket of elektrolyt als bedoeld in het tweede lid,
                                    onderdeel b;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>de inboekdienstverlener;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>de minimale hoeveelheid in te boeken elektriciteit door een
                                    inboeker of een inboekdienstverlener;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>de minimale hoeveelheid gemachtigde eindafnemers van een
                                    inboekdienstverlener; en</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>f.</li.nr>
                          <al>het aantonen van het voldoen aan de vereisten voor inboeken van
                                    geleverde elektriciteit door de inboekdienstverlener.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">N</lidnr>
                <wat>Artikel 11 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">11</nr>
                    </kop>
                    <al>De CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met
                           inachtneming van bijlagen V en VI van de richtlijn hernieuwbare
                           energie.</al>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">O</lidnr>
                <wat>Artikel 12 vervalt.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">P</lidnr>
                <wat>In artikel 13 wordt ‘hernieuwbare brandstofeenheden’ steeds vervangen door
                     ‘emissiereductie-eenheden’.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">Q</lidnr>
                <wat>Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Artikel 5, artikel 5c, onderscheidenlijk artikel 5f is van
                              overeenkomstige toepassing.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">R</lidnr>
                <wat>Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid wordt ‘bedoeld in de artikelen 19 en 22’ vervangen door
                        ‘bedoeld in de artikelen 16, 19 en 22’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>In het tweede lid wordt ‘bedoeld in de artikelen 20 en 23‘’ vervangen door
                        ‘bedoeld in de artikelen 17, 20 en 23’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>In het vierde lid wordt aan het einde van de zin toegevoegd ‘en vervalt
                        bij de inwerkingtreding van een wijziging van de regelgeving wanneer en voor
                        zover de wijziging het verificatieprotocol van de desbetreffende verificatie
                        betreft’.</wat>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">S</lidnr>
                <wat>Artikel 16 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">16</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>De verificateur levering tot eindverbruik voert de
                              verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit,
                              werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld
                              in artikel 15 en is voor het onderdeel levering tot eindverbruik van
                              het werkveld hernieuwbare energie vervoer:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                    voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door
                                    de Raad voor Accreditatie;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                    voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door
                                    een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4,
                                    eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees
                                    Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot
                                    vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht
                                    betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van
                                    verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218).</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als
                              bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat
                              lid, op in het register.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">T</lidnr>
                <wat>Artikel 17 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">17</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>De verificateur levering tot eindverbruik verkrijgt een redelijke
                              mate van zekerheid dat de hoeveelheid in de verificatieverklaring
                              levering tot eindverbruik verantwoorde levering tot eindverbruik van
                              de sector binnenvaart of de levering eindverbruik sector zeevaart geen
                              materiële afwijkingen bevat. De verificateur levering tot eindverbruik
                              verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een
                              aanvaardbaar laag controlerisico.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>De verificateur levering tot eindverbruik toetst met een
                              materialiteitsgrens van twee procent de volledigheid van de in het
                              register ingevoerde levering tot eindverbruik sector binnenvaart en de
                              levering tot eindverbruik sector zeevaart.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Indien de verificateur levering tot eindverbruik geen
                              verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen
                              op.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">U</lidnr>
                <wat>Artikel 18 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">18</nr>
                    </kop>
                    <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de
                           verificatie levering tot eindverbruik.</al>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">V</lidnr>
                <wat>Artikel 19 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">19</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>De verificateur biomassa voert de verificatiewerkzaamheden op een
                              onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een
                              goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 15 en is voor
                              het onderdeel verificatie biomassa van het werkveld hernieuwbare
                              energie vervoer:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                    voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door
                                    de Raad voor Accreditatie;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                    voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door
                                    een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4,
                                    eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees
                                    Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot
                                    vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht
                                    betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van
                                    verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218).</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als
                              bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat
                              lid, op in het register.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">W</lidnr>
                <wat>Artikel 20 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">20</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>De verificateur biomassa verkrijgt een redelijke mate van zekerheid
                              dat de hoeveelheid in de verificatieverklaring biomassa verantwoord
                              LPG uit biomassa geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur
                              biomassa verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt
                              voor een aanvaardbaar laag controlerisico.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>De verificateur biomassa toetst met een materialiteitsgrens van twee
                              procent de vervaardiging uit biomassa van de hoeveelheid LPG.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">X</lidnr>
                <wat>Artikel 21 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">21</nr>
                    </kop>
                    <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de
                           verificatie biomassa.</al>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">Y</lidnr>
                <wat>Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt na ‘geaccrediteerd of
                        tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden’ ingevoegd ‘op basis
                        van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als
                              bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat
                              lid, op in het register.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">Z</lidnr>
                <wat>In artikel 23, tweede lid, wordt:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">a.</nr>
                  <wat>‘ingeboekte hernieuwbare energie’ telkens vervangen door ‘ingeboekte
                           CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie’;</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">b.</nr>
                  <wat>in onderdeel a ‘hoeveelheid hernieuwbare energie’ vervangen door
                        ‘hoeveelheid CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie.</wat>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AA</lidnr>
                <wat>Artikel 25 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">25</nr>
                    </kop>
                    <al>Als categorie, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, wordt
                           aangewezen ondernemingen die als hoofdactiviteit bedrijfsmatig handelen
                           in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of
                           emissiereductie-eenheden.</al>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AB</lidnr>
                <wat>In artikel 28, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het eind
                     van onderdeel c door een puntkomma, een nieuw onderdeel d toegevoegd,
                     luidende:</wat>
                <?xpp qa?>
                <?xpp lead;1?>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>een rekening met een inboekfaciliteit enkel voor het inboeken van
                                 elektriciteit niet langer voldoet aan de minimale hoeveelheden in
                                 te boeken elektriciteit of de minimale hoeveelheid gemachtigde
                                 eindafnemers van een inboekdienstverlener.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AC</lidnr>
                <wat>Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid wordt ‘1.000 hernieuwbare brandstofeenheden’ telkens
                        vervangen door ’45.000 emissiereductie-eenheden’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>In het tweede en derde lid wordt ‘hernieuwbare brandstofeenheden’
                        vervangen door ‘emissiereductie-eenheden’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <wat>Het vierde lid komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>Voor de toepassing van het eerste lid, wordt het aantal
                              emissiereductie-eenheden gespaard in de volgende volgorde:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                                    niet-biologische oorsprong;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden geavanceerd;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden overig;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden bijlage IX-B;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden conventioneel;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>f.</li.nr>
                          <al>emissiereductie-eenheden elektriciteit.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AD</lidnr>
                <wat>Artikel 30 komt te luiden:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">30</nr>
                    </kop>
                    <al>Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst
                           verstreken kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de totale hoeveelheid
                                 CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie per ingeboekte soort
                                 hernieuwbare energie;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>de aard en herkomst van de grondstof van de totale hoeveelheid
                                 ingeboekte vloeibare en gasvormige biobrandstof, alsmede het
                                 gehanteerde duurzaamheidsysteem;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare en gasvormige
                                 hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, alsmede het
                                 gehanteerde vrijwillige systeem.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AE</lidnr>
                <wat>In artikel 31 wordt na ‘per soort’ telkens ingevoegd ‘en sector’, wordt
                     ‘hernieuwbare brandstofeenheden’ telkens vervangen door
                     ‘emissiereductie-eenheden’ en ‘1 mei’ vervangen door ‘1 april’.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AF</lidnr>
                <wat>In artikel 32, onderdeel c, wordt ‘de gehanteerde duurzaamheidsystemen’
                     vervangen door ‘het gehanteerde duurzaamheidsysteem’.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AG</lidnr>
                <wat>Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies,
                     vervalt.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">AH</lidnr>
                <wat>Na artikel 32 wordt een nieuw hoofdstuk met bijbehorende artikelen ingevoegd,
                     luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="hoofdstuk">
                    <kop>
                      <label>Hoofdstuk</label>
                      <nr status="officieel">2.</nr>
                      <titel>Raffinagereductie vervoersbrandstoffen</titel>
                    </kop>
                    <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                      <kop>
                        <label>§</label>
                        <nr status="officieel">1.</nr>
                        <titel>Algemeen</titel>
                      </kop>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">33</nr>
                        </kop>
                        <al>In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                                 onder:</al>
                        <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                          <definitie-item>
                            <term>redelijke mate van zekerheid:</term>
                            <definitie>
                              <al>een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid ten
                                          aanzien van de vraag of de in de verificatieverklaring
                                          raffinagereductie vervoersbrandstoffen verantwoorde
                                          hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                                          brandstof van niet-biologische oorsprong bij de
                                          vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele
                                          vervoersbrandstoffen vrij zijn van materiële
                                          onjuistheden;</al>
                            </definitie>
                          </definitie-item>
                          <definitie-item>
                            <term>rekeninghouder:</term>
                            <definitie>
                              <al>onderneming die beschikt over een rekening als bedoeld in
                                          artikel 9.8.4.3 van de wet;</al>
                            </definitie>
                          </definitie-item>
                          <definitie-item>
                            <term>verificateur raffinagereductie
                                       vervoersbrandstoffen:</term>
                            <definitie>
                              <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.8.3.6, eerste lid,
                                          van de wet;</al>
                            </definitie>
                          </definitie-item>
                          <definitie-item>
                            <term>wet:</term>
                            <definitie>
                              <al>Wet milieubeheer.</al>
                            </definitie>
                          </definitie-item>
                        </definitielijst>
                      </artikel>
                    </wijzig-divisie>
                    <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                      <kop>
                        <label>§</label>
                        <nr status="officieel">2.</nr>
                        <titel>Inboeken</titel>
                      </kop>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">34</nr>
                        </kop>
                        <al>De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                                 oorsprong die wordt ingeboekt voldoet aan de
                                 broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 29 bis,
                                 eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.</al>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">35</nr>
                        </kop>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                          <al>Onze Minister keurt op aanvraag van de verificateur, bedoeld in
                                    artikel 36, eerste lid, een verificatieprotocol, of wijzigingen
                                    daarvan, goed.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                          <al>Onze Minister verleent goedkeuring aan het verificatieprotocol,
                                    of wijzigingen daarvan, indien hij een gerechtvaardigd
                                    vertrouwen heeft dat de verklaringen, bedoeld in artikel 36,
                                    derde, vierde en vijfde lid, op een juiste wijze tot stand
                                    komen.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                          <al>Onze Minister beslist binnen twaalf weken na ontvangst van een
                                    aanvraag als bedoeld in het eerste lid. De termijn kan eenmaal
                                    met ten hoogste vier weken worden verlengd.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                          <al>De goedkeuring geldt voor de duur van een door onze Minister te
                                    bepalen termijn van ten hoogste vijf kalenderjaren, met inbegrip
                                    van het kalenderjaar waarin de goedkeuring is gegeven en vervalt
                                    bij de inwerkingtreding van een wijziging van de regelgeving
                                    wanneer en voor zover de wijziging het verificatieprotocol
                                    betreft.</al>
                        </lid>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">36</nr>
                        </kop>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                          <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffenvoert de
                                    verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze
                                    uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol
                                    als bedoeld in artikel 35 en is voor het onderdeel
                                    raffinagereductie vervoersbrandstoffen van het werkveld
                                    hernieuwbare energie vervoer:</al>
                          <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                            <li>
                              <li.nr>a.</li.nr>
                              <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder
                                          beperkende voorwaarden door de Raad voor
                                          Accreditatie;</al>
                            </li>
                            <li>
                              <li.nr>b.</li.nr>
                              <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder
                                          beperkende voorwaarden door een nationale
                                          accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste
                                          lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees
                                          Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008
                                          tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en
                                          markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en
                                          tot intrekking van verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008,
                                          L 218).</al>
                            </li>
                          </lijst>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                          <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een instelling als
                                    bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen, gesteld in
                                    dat lid, op in het register.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                          <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen
                                    verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de
                                    verificatieverklaring verantwoorde hoeveelheid in de
                                    raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                                    biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen geen
                                    materiële afwijkingen bevat. De verificateur raffinagereductie
                                    vervoersbrandstoffen verzamelt hiervoor toereikende
                                    controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag
                                    controlerisico.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                          <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen toetst
                                    met een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in
                                    de raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                                    biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                          <al>Indien de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen
                                    geen verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van
                                    bevindingen op.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                          <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
                                    over de verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen.</al>
                        </lid>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">37</nr>
                        </kop>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                          <al>Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van
                                    raffinagereductie-eenheden voor ten hoogste vier weken
                                    opschorten. Het bestuur doet van de opschorting onverwijld
                                    mededeling aan de raffinaderijhouder.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                          <al>Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen de termijn,
                                    bedoeld in het eerste lid, over de bijschrijving van de
                                    raffinagereductie-eenheden. Indien niet binnen die termijn is
                                    beslist, schrijft het bestuur de raffinagereductie-eenheden bij
                                    op de rekening van de raffinaderijhouder.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                          <al>De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal met ten
                                    hoogste vier weken worden verlengd. Het tweede lid is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
                        </lid>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">38</nr>
                        </kop>
                        <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel
                                 9.8.3.7, eerste lid, van de wet, worden verrekend met het saldo van
                                 het lopende kalenderjaar.</al>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">39</nr>
                        </kop>
                        <al>De CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend
                                 met inachtneming van bijlage V van de richtlijn hernieuwbare
                                 energie.</al>
                      </artikel>
                    </wijzig-divisie>
                    <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                      <kop>
                        <label>§</label>
                        <nr status="officieel">3.</nr>
                        <titel>Register raffinagereductie-eenheden</titel>
                      </kop>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">40</nr>
                        </kop>
                        <al>Aan de eisen, bedoeld in artikel 9.8.4.4, eerste lid, van de wet
                                 is in elk geval niet voldaan indien de aanvrager niet:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>heeft aangetoond de voor de aangevraagde rekening vereiste
                                       hoedanigheid te bezitten;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>de vereiste gegevens heeft overgelegd.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">41</nr>
                        </kop>
                        <al>Een vermoeden van fraude of misbruik van een rekening als bedoeld
                                 in artikel 9.8.4.4 van de wet bestaat in elk geval, indien:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>de handelingen met betrekking tot de rekening afwijken van
                                       het gebruikelijke patroon van handelingen met betrekking tot
                                       die rekening;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>derden zich mogelijk toegang tot de rekening hebben
                                       verschaft, of</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>de rekeninghouder een vermoeden van fraude of misbruik heeft
                                       geuit.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">42</nr>
                        </kop>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                          <al>Het bestuur van de emissieautoriteit kan een rekening in elk
                                    geval ambtshalve opheffen indien:</al>
                          <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                            <li>
                              <li.nr>a.</li.nr>
                              <al>de rekeninghouder niet langer de hoedanigheid bezit op
                                          basis waarvan hij een rekening heeft gekregen;</al>
                            </li>
                            <li>
                              <li.nr>b.</li.nr>
                              <al>ondanks herhaalde kennisgevingen de gronden voor de
                                          blokkering niet binnen een redelijke termijn zijn
                                          opgeheven;</al>
                            </li>
                            <li>
                              <li.nr>c.</li.nr>
                              <al>gedurende twaalf maanden geen activiteit is geweest op de
                                          rekening;</al>
                            </li>
                            <li>
                              <li.nr>d.</li.nr>
                              <al>de rekeninghouder daarom verzoekt.</al>
                            </li>
                          </lijst>
                        </lid>
                        <lid>
                          <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                          <al>Een rekening wordt niet opgeheven als op de rekeninghouder nog
                                    een verplichting rust als bedoeld in de artikel 9.8.3.7, vijfde
                                    lid, van de wet.</al>
                        </lid>
                      </artikel>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">43</nr>
                        </kop>
                        <al>Het gedeelte, bedoeld in artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet,
                                 bedraagt:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>voor de raffinaderijhouder, ten hoogste tien procent van het
                                       aantal raffinagereductie-eenheden dat door het bestuur van de
                                       emissieautoriteit op zijn rekening is bijgeschreven in het
                                       kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld in
                                       artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>voor de leverancier tot eindverbruik, bedoeld in artikel
                                       9.7.1.1, van de wet, ten hoogste twintig procent van het
                                       percentage, bedoeld in de artikelen 3, zesde lid, 5a, vijfde
                                       lid, en 5d, vierde lid, dat hij minimaal verschuldigd is over
                                       het kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld
                                       in artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c.</li.nr>
                            <al>voor de onderneming, bedoeld in artikel 25, ten hoogste
                                       45.000 raffinagereductie-eenheden.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </artikel>
                    </wijzig-divisie>
                    <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                      <kop>
                        <label>§</label>
                        <nr status="officieel">4.</nr>
                        <titel>Rapportage</titel>
                      </kop>
                      <artikel status="goed">
                        <kop>
                          <label>Artikel</label>
                          <nr status="officieel">44</nr>
                        </kop>
                        <al>Het overzicht, bedoeld in artikel 9.8.3.4, eerste lid, van de wet,
                                 vermeldt met betrekking tot het gedeelte van het kalenderjaar of
                                 het kalenderjaar waarop het overzicht betrekking heeft:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>het aantal in het register bijgeschreven
                                       raffinagereductie-eenheden;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>het aantal in dat kalenderjaar gespaarde
                                       raffinagereductie-eenheden.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </artikel>
                    </wijzig-divisie>
                  </wijzig-divisie>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
            </wijzig-artikel>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>ARTIKEL</label>
                <nr status="officieel">II</nr>
              </kop>
              <wat type="wijziging">Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging wordt als volgt
                  gewijzigd:</wat>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">A</lidnr>
                <wat>Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">biobrandstoffen</nadruk>
                        komt te luiden:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <al>biobrandstoffen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van richtlijn
                           (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018
                           ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen
                           (PbEU 2018, L 328);</al>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>In de alfabetische rangschikking wordt de volgende begripsbepaling en
                        bijbehorende begripsomschrijving ingevoegd:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>Verordening (EU) 2023/1805:</term>
                        <definitie>
                          <al>Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de
                                    Raad van 13 september 2023 betreffende het gebruik van
                                    hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en
                                    tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PbEU L 234/48);</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">B</lidnr>
                <wat>Onder het plaatsen van de aanduiding ‘ 1.’ voor de tekst van artikel 2.1,
                     wordt aan artikel 2.1 een nieuw lid toegevoegd, luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                              onder:</al>
                      <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                        <definitie-item>
                          <term>leverancier:</term>
                          <definitie>
                            <al>leverancier tot eindverbruik als bedoeld in artikel 9.7.1.1
                                       van de Wet milieubeheer, met uitzondering van de daar
                                       genoemde leverancier met een levering tot eindverbruik sector
                                       zeevaart;</al>
                          </definitie>
                        </definitie-item>
                      </definitielijst>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">C</lidnr>
                <wat>Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid vervalt de zinsnede ‘, met dien verstande dat diesel in
                        afwijking van die specificaties meer dan 7% methylvetzuurgehalte mag
                        bevatten’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt na het eerste
                        lid een lid ingevoegd, luidende:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Leveranciers brengen in ieder geval diesel met een
                              methylvetzuurgehalte (FAME) tot 7% in de handel.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">D</lidnr>
                <wat>Artikel 2.9, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:</wat>
                <?xpp qa?>
                <?xpp lead;1?>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>het maximale percentage methylvetzuur (FAME), in het geval de
                                 diesel meer dan 7% methylvetzuur (FAME) bevat, en</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">E</lidnr>
                <wat>Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘ten minste drie jaar’ vervangen
                        door ‘ten minste vijf jaar’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Na het tweede lid worden twee leden toegevoegd, luidende:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>De leverancier, bedoeld in het eerste lid:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>registreert zich bij Onze Minister;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>stuurt elke drie maanden een afschrift van zijn
                                    brandstofleveringsnota’s, aangevuld overeenkomstig bijlage I van
                                    Verordening (EU) 2023/1805, aan Onze Minister.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
                              betrekking tot het derde lid.</al>
                    </lid>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
            </wijzig-artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>ARTIKEL</label>
                <nr status="officieel">III</nr>
              </kop>
              <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
                  dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
                  vastgesteld.</al>
            </artikel>
          </wettekst>
          <wetsluiting status="goed">
            <slotformulering>
              <al>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting
                  in het Staatsblad zal worden geplaatst.</al>
            </slotformulering>
            <ondertekening>
              <functie>De Staatssecretaris van
                  Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en
               Milieu,</functie>
            </ondertekening>
          </wetsluiting>
          <nota-toelichting>
            <kop>
              <titel>NOTA VAN TOELICHTING</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">I</nr>
                <titel>Algemeen deel</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <titel>Inleiding</titel>
                </kop>
                <al>Dit besluit betreft een wijziging van het Besluit energie vervoer (hierna:
                     Bev) en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging (hierna: Bbl) in verband
                     met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad van
                           18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening
                           (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
                           hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU)
                           2015/652 van de Raad (Pb L van 31.10.2023).</noot.al></noot> (hierna: wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie). Met de
                     wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie worden de richtlijn hernieuwbare
                        energie<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                           11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit
                           hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</noot.al></noot> en de richtlijn brandstofkwaliteit<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                           13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van
                           dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad
                           (PbEG L 350).</noot.al></noot> gewijzigd. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt in eerste
                     instantie geïmplementeerd met het wetsvoorstel tot wijziging van de titels 9.7
                     en 9.8 van de Wet milieubeheer<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Wet van PM... tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de
                           accijns in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van
                           het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van
                           Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
                           98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft,
                           en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad.</noot.al></noot> en vervolgens nader uitgewerkt met dit wijzigingsbesluit. Bij het
                     wijzigingsbesluit worden ook de afspraken uit het Klimaatakkoord<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2018/19, <extref doc="kst-32813-342" soort="document" status="actief">32 813, nr. 342</extref>. p. 9
                           e.v.</noot.al></noot> ten aanzien van aanvullende inzet van hernieuwbare energie in het
                     wegverkeer betrokken, de afspraken gemaakt bij de voorjaarsbesluitvorming van
                     2023 en 2025 inzake het verhogen van het verplichte aandeel hernieuwbare
                     energie in het wegverkeer<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-36350-1" soort="document" status="actief">36 350, nr. 1</extref>.</noot.al></noot>, alsmede de Visie duurzame energiedragers in mobiliteit 2020<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2020/21, <extref doc="kst-32813-572" soort="document" status="actief">32 813, nr. 572</extref>.</noot.al></noot> en het Nationaal plan energiesysteem<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2023/24, <extref doc="kst-32813-1319" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1319</extref>.</noot.al></noot>. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie moet uiterlijk 21 mei 2025
                     zijn omgezet.</al>
                <al-groep>
                  <al>Volgens artikel 25 van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, dient
                        de lidstaat zijn brandstofleveranciers te verplichten om te zorgen dat in
                        2030 ofwel het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het eindgebruik
                        van energie 29 procent is, dan wel dat in dat kalenderjaar een besparing van
                        de broeikasgasintensiteit van ten minste 14,5 procent ten opzichte van een
                        referentiescenario behaald wordt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat
                        primair op CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie wordt gestuurd in Nederland
                           (CO<inf>2</inf>-ketensturing). Hiervoor wordt voor elke levering van
                        hernieuwbare energie gekeken naar de daadwerkelijke WtW
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Well to wheel: emissies die vrijkomen vanaf de bron tot en met
                              gebruik in het voertuig.</noot.al></noot> die is behaald ten opzichte van de fossiele referentie<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Fossiele referentie voor brandstoffen (94 gCO<inf>2</inf>eq/MJ)
                              of elektriciteit (183 gCO<inf>2</inf>eq/MJ) zoals beschreven in
                              bijlage V van Richtlijn (EU) 2023/2413. Deze fossiele referentie wordt
                              vergeleken met resterende ketenemissies van de hernieuwbare energie.
                              Hiermee wordt bij inboeking vastgesteld hoeveel ketenemissiereductie
                              er is behaald waarvoor eenheden zullen worden toegekend.</noot.al></noot>. Dit stimuleert de verduurzaming van de productieketen van
                        hernieuwbare energie. Deze ketenbenadering wijkt af van de TtW<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Tank to Wheel: emissies die vrijkomen bij gebruik van het
                              voertuig.</noot.al></noot>-benadering waar het Klimaatwet<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Wet van 2 juli 2019, houdende een kader voor het ontwikkelen van
                              beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de
                              Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming
                              van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken
                              (Klimaatwet) (<extref doc="stb-2019-253" soort="document" status="actief">Stb. 2019, 253</extref>).</noot.al></noot> van uitgaat.</al>
                  <al>In een TtW-benadering wordt de uitstoot in de productieketen, van zowel
                        fossiele als hernieuwbare energie, niet toebedeeld aan de
                        vervoersdoelstelling. Dit verschil heeft tot gevolg dat dezelfde hoeveelheid
                        geleverde hernieuwbare energie een verschillende TtW- en WtW-bijdrage kan
                           hebben<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al><inf /> Bijvoorbeeld een fossiele diesel. Deze heeft in een WtW
                              benadering een uitstoot van 94 gCO<inf>2</inf>/MJ, conform de
                              Richtlijn hernieuwbare energie, maar in een TtW benadering is deze
                              uitstoot 72,5 gCO<inf>2</inf>/MJ.</noot.al></noot>.</al>
                </al-groep>
                <al>Het uitgangspunt van het Klimaatakkoord, te weten dat de vervuiler financieel
                     voor zijn eigen verduurzaming verantwoordelijk wordt gehouden, is omgezet in de
                     vorm van vervoerssectorspecifieke verplichtingen op brandstofleveranciers
                     (sectorsturing). In de voorjaarsnota van 2023 is afgesproken dat
                     brandstofleveranciers aan de wegsector, naast de prestatie hernieuwbare energie
                     die de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie verlangt, een aanvullende
                     prestatie van 20 PJ hernieuwbare energie moeten leveren. Deze hoeveelheid komt
                     met 1,7 Mton WtW<noot id="n14" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>1,5 Mton TtW.</noot.al></noot> CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie overeen. Omwille van het behalen
                     van de klimaatdoelen voor de vervoerssector in 2030, is vervolgens in de
                     voorjaarsbesluitvorming van 2025 een aanvullende prestatie van biobrandstoffen
                     of hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter waarde van
                     1,4 Mton WtW<noot id="n15" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>1,2 Mton TtW.</noot.al></noot> afgesproken. Ook is toen besloten om geen correctiefactor toe te passen
                     bij het gebruik van zogenaamde raffinage<?xpp afbm?>reductie-eenheden bij het
                     voldoen aan het onderdeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                     oorsprong van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, met als gevolg
                     dat dit onderdeel van de jaarverplichting van de sector land wordt verhoogd om
                     de doelen van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie veilig te stellen.
                     Bij deze besluitvorming is bovendien een maatregel aangekondigd die leidt tot
                     de aanvullende inzet van hernieuwbare elektriciteit ter waarde van
                        0,4 Mton<noot id="n16" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>0,3 Mton TtW.</noot.al></noot>. De jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer voor de sector land
                     is aldus in het voorjaar van 2025 met 1,8 Mton WtW<noot id="n17" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>1,5 Mton TtW.</noot.al></noot> verhoogd voor de jaren 2028, 2029 en 2030.</al>
                <al>Voor het behalen van de doelstelling hernieuwbare energie voor vervoer, heeft
                     Nederland de wettelijke systematiek hernieuwbare energie vervoer ingevoerd.
                     Deze systematiek, neergelegd in titel 9.7 van de Wet milieubeheer, wordt
                     aangepast opdat de brandstofleveranciers in Nederland tot het behalen van een
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie verplicht worden. De systematiek
                     bestaat uit twee hoofdonderdelen. Het eerste onderdeel betreft de
                     jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer voor leveranciers tot
                     eindverbruik, te weten de verplichting voor brandstofleveranciers om jaarlijks
                     ter grootte van de tot eindverbruik aan een sector geleverde brandstof een
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie te behalen in de vorm van een
                     hoeveelheid emissiereductie-eenheden (ERE’s) op zijn rekening in het Register
                     hernieuwbare energie vervoer. Het tweede onderdeel van de systematiek ziet op
                     het inboeken van geleverde hernieuwbare energie aan de sectoren land,
                     binnenvaart en zeevaart, een handeling die het Register hernieuwbare energie
                     vervoer beloont met de bijschrijving van de verhandelbare eenheid ERE.</al>
                <al>De onderhavige wijzigingen van het Besluit energie vervoer, met een nadere
                     uitwerking van de systematiek hernieuwbare energie vervoer, worden in
                     hoofdlijnen in hoofdstuk 2 van deze nota van toelichting toegelicht. In
                     hoofdstuk 3 wordt in hoofdlijnen ingegaan op de wijzigingen van het Besluit
                     brandstoffen luchtverontreiniging. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 nader
                     ingegaan op aspecten rondom de uitvoering en handhaving van de (nieuwe) regels
                     van de systematiek hernieuwbare energie vervoer en de het gewijzigde besluit
                     brandstoffen luchtverontreiniging, terwijl in hoofdstuk 5 de gevolgen voor
                     burgers, bedrijven, overheid en milieu worden toegelicht. Hoofdstuk 6 behandelt
                     de advisering en consultatie van dit wijzigingsbesluit. Het tweede deel van
                     deze toelichting bevat een artikelsgewijze toelichting van de
                     wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie. En ten slotte is in de bijlage de
                     implementatietabel opgenomen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <titel>Hoofdlijnen wijziging Besluit energie vervoer</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.1</nr>
                    <titel>Samenvatting op hoofdlijnen</titel>
                  </kop>
                  <al>Het hoofddoel van het nationale beleid inzake hernieuwbare energie voor
                        vervoer (en daarmee de systematiek hernieuwbare energie vervoer), is het
                        vervangen van fossiele brandstof in de vervoerssector door een vorm van
                        hernieuwbare energie. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie biedt
                        lidstaten ruimte om de doelstellingen met nationaal beleid in te vullen, op
                        de voorwaarde dat ze overeenkomstig de in de richtlijn opgenomen
                        berekeningsmethoden (zie artikelen 7 en 25 tot en met 27 richtlijn
                        hernieuwbare energie) kunnen aantonen in 2030 te hebben voldaan aan de
                        nationale doelstelling en de bindende streefcijfers voor
                        brandstofleveranciers. Zoals in de inleiding reeds is vermeld, wordt deze
                        beleidsruimte in Nederland in belangrijke mate ingevuld door de afspraken
                        uit het Klimaatakkoord en de Klimaatwet, uit de voorjaarsnota’s van 2023 en
                        2025, uit de Visie duurzame energiedragers in mobiliteit 2021 en het
                        Nationaal plan energiesysteem in het kader van de Parijsdoelstelling.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Bovengenoemde doelstellingen dienen binnen een robuuste systematiek
                           verwezenlijkt te worden, waarin de nadruk ligt op een hernieuwbare
                           energiedrager van hoge kwaliteit, te weten biobrandstof uit bijlage IX
                           deel A-grondstoffen (geavanceerde biobrandstof) van de richtlijn
                           hernieuwbare energie, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare
                           waterstof of daarop gebaseerde brandstoffen. De noodzakelijke wijziging
                           van de systematiek energie vervoer wordt vormgegeven langs zes
                           beleidsdoelen, te weten:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>de inrichting van de sectordoelen in de systematiek hernieuwbare
                                 energie vervoer (paragraaf 2.2);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het gebruik van op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen
                                 in raffinageprocessen (paragraaf 2.3);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het verhandelen van eenheden tussen vervoerssectoren (paragraaf
                                 2.4);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het inboeken van geleverde elektriciteit aan vervoer en mobiele
                                 machines (paragraaf 2.5);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het gebruik van de inboekdienstverlener voor geleverde
                                 elektriciteit (paragraaf 2.6);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>de kwantitatieve bijdrage aan de klimaatdoelstellingen (paragraaf
                                 2.7); en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het afschrijven van ERE’s bij het voldoen aan de jaarafsluiting en
                                 het sparen van ERE’s.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.2</nr>
                    <titel>Inrichting van de sectordoelen in de systematiek hernieuwbare energie
                           vervoer; uitgangspunten</titel>
                  </kop>
                  <al>Bij het vaststellen van de hoogte van de jaarlijkse reductiedoelstellingen
                        tot en met 2030 van de vervoerssectoren land, binnenvaart en zeevaart,
                        gelden de volgende uitgangspunten:</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>De vervuiler betaalt</titel>
                    </kop>
                    <al>Het Klimaatakkoord en de Klimaatwet stelt als uitgangspunt bij
                           klimaatbeleid dat de vervuiler betaalt. De Tweede Kamer heeft de regering
                           bij motie opgeroepen afbouwpaden te presenteren voor fossiele
                              subsidies.<noot id="n18" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2023/24, <extref doc="kst-32813-1300" soort="document" status="actief">32 813,
                                 nr. 1300</extref>.</noot.al></noot> Als sommige vervoerssectoren een verplichting krijgen die in 2030
                           lager dan 14,5% CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie is, dan heeft dat
                           tot gevolg dat een andere sector dat tekort moet opvangen (de berekening
                           van de richtlijn hernieuwbare energie ziet immers op het totaal van
                           geleverde brandstoffen aan de vervoerssector). Elke sector die een
                           reductiedoelstelling verkrijgt die hoger dan 14,5% is, betaalt dan voor
                           dat hogere gedeelte voor de vervuiling die een andere sector veroorzaakt
                           heeft. Een dergelijke verlegging van de verantwoordelijkheid valt onder
                           de definitie van een fossiele subsidie, omdat de overheid op die manier
                           een voordeel verschaft aan een vervuilende sector.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Elke sector verduurzaamt</titel>
                    </kop>
                    <al>De wijziging van de Wet milieubeheer heeft sectorsturing mogelijk
                           gemaakt, hetgeen betekent dat brandstofleveranciers voor hun leveringen
                           aan de sectoren land, binnenvaart en zeevaart een onderscheidenlijke
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenreductieverplichting kunnen krijgen. Een
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenreductie<?xpp afbm?>verplichting die op het
                           totaal aan alle vervoerssectoren geleverde brandstof zou rusten, zal tot
                           gevolg hebben dat hernieuwbare energie vooral aan de vervoerssector
                           geleverd zal worden met de meest kostenefficiënte inzet van hernieuwbare
                           energie. In dat geval zou naar verwachting de meeste hernieuwbare energie
                           naar de sector zeevaart gaan, terwijl de overige vervoerssectoren
                           beduidend minder leveringen van biobrandstof kregen. In het
                           Klimaatakkoord, beleidsnota’s en in verschillende sectorafspraken (zoals
                           de Green Deal binnenvaart), zijn afspraken gemaakt over het vergroten van
                           de inzet van hernieuwbare energie in verschillende sectoren. Deze
                           afspraken kunnen verwezenlijkt worden door de verschillende
                           vervoerssectoren een eigen verplichting op te leggen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Investeringszekerheid</titel>
                    </kop>
                    <al>Voor producenten van hernieuwbare energie voor vervoer en
                           brandstofleveranciers is helderheid over de vormgeving van de
                           verplichting van groot belang. Een ruime bevoegdheid voor
                           brandstofleveranciers om een brandstoftransitieverplichting van een
                           bepaalde vervoerssector te voldoen met ERE’s uit een andere sector,
                           schept onzekerheid en bewerkstelligt dat bedrijven minder investeren in
                           productiecapaciteit. De investeringzekerheid is gebaat bij duidelijke
                           subverplichtingen voor de meest gewenste hernieuwbare energie vervoer,
                           zoals geavanceerde biobrandstoffen (bijlage IX, deel A, van de richtlijn
                           hernieuwbare energie) en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Eindbestemming brandstoffenvisie</titel>
                    </kop>
                    <al>De brandstoffenvisie ziet voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen
                           (biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong) een eindbestemming in de sectoren binnenvaart en zeevaart (de
                           luchtvaartsector is van de systematiek hernieuwbare energie vervoer
                           uitgesloten, maar geldt ook als eindbestemming). In de sector land hebben
                           ze slechts een transitierol, op weg naar volledig elektrische
                           motorisering. Om alvast naar het einddoel van de brandstoffenvisie te
                           bewegen, dienen de sectoren binnenvaart en zeevaart een hogere
                           verplichting te krijgen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Innovatiebevordering</titel>
                    </kop>
                    <al>De toekomst van hernieuwbare brandstoffen ligt in geavanceerde
                           biobrandstoffen (uit grondstoffen uit de lijst van bijlage IX, deel A,
                           van de richtlijn hernieuwbare energie) en hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong. Zoals in de brandstoffenvisie is neergelegd,
                           vinden dergelijke brandstoffen met name een toepassing in de luchtvaart
                           en de zeevaart. Voor de sector zeevaart geldt dat verschillende
                           geavanceerde biobrandstoffen reeds beschikbaar zijn.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Kostenefficiëntie</titel>
                    </kop>
                    <al>De inzet van hernieuwbare energie is niet in elke vervoerssector even
                           gemakkelijk. Motoren van zeeschepen zijn dikwijls in staat op eenvoudige
                           biobrandstoffen te varen. Motoren van wegvoertuigen en binnenschepen
                           kunnen slechts op kwalitatief hoogwaardige vormen van hernieuwbare
                           energie functioneren. Luchtvaartuigen kunnen op een beperkt aantal
                           hernieuwbare brandstoffen vliegen. Als gevolg hiervan, zijn leveringen
                           van hernieuwbare energie aan de sector zeevaart het goedkoopst en
                           leveringen aan de sector luchtvaart het duurst. De kosten van leveringen
                           van hernieuwbare energie aan de sectoren land en binnenvaart zitten
                           daartussenin. De goedkoopste manier om aan de nationale doelstelling
                           hernieuwbare energie voor vervoer te voldoen, is daarom een hoge inzet
                           van hernieuwbare energie in de sector zeevaart. Dat kan bewerkstelligd
                           worden door een hoge verplichting aan de sector zeevaart op te leggen of
                           door een ruime bevoegdheid voor brandstofleveranciers om hun
                           brandstoftransitieverplichting van een bepaalde vervoerssector te voldoen
                           met ERE’s uit een andere sector.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Behoud concurrentiepositie</titel>
                    </kop>
                    <al-groep>
                      <al>Omdat de brandstoftanks van zeeschepen en binnenschepen grote
                              hoeveelheden brandstof kunnen bevatten, kan een prijsverschil voor
                              brandstof tot gevolg hebben dat schepen buiten Nederland gaan tanken
                              (bunkeren). Het gevolg daarvan zou zijn dat de
                              CO<inf>2eq</inf>-uitstoot verplaatst uit Nederland, maar ook dat de
                              bijdrage van deze sectoren aan de Nederlandse economie verdwijnt.</al>
                      <al>Gelet op de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, die een
                                 CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductieverplichting oplegt over de
                              gehele brandstoffenplas, met inbegrip van de internationale sectoren
                              luchtvaart en zeevaart aan alle lidstaten, is dat risico beperkt tot
                              landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Indien de
                              verplichting in Nederland op de sectoren binnenvaart en zeevaart hoger
                              zou zijn dan in omringende landen binnen de EER en de vaarbewegingen
                              zich zouden verplaatsen naar die landen, dan heeft dat tot gevolg dat
                              die landen een CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductieverplichting over
                              een grotere brandstoffenplas moeten behalen. Dat is een onwenselijke
                              situatie voor deze landen. Het risico van het verplaatsen van de
                              bunkering naar landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER), is
                              bij een te hoge prijsstijging mogelijk, vanwege van het vermijden van
                              de CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductieverplichting.</al>
                    </al-groep>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Beperken prijsstijgingen aan de pomp</titel>
                    </kop>
                    <al>Omdat hernieuwbare brandstoffen duurder zijn dan fossiele brandstoffen,
                           vertaalt zich een hogere verplichting in de sector land direct naar een
                           prijsstijging voor de consument aan de brandstofpomp. Indien de sector
                           land een groter deel van de nationale doelstelling hernieuwbare energie
                           voor vervoer moet dragen, betekent dit een hogere prijs aan de pomp;
                           omgekeerd, indien andere sectoren een groter deel van de verplichting op
                           zich nemen, betekent dit een lagere prijs aan de pomp voor
                           automobilisten. Om een brandstofprijsstijging aan de pomp te matigen, zou
                           de verplichting in de overige sectoren verhoogd kunnen worden zodat deze
                           in de sector land lager kan zijn. De invoering van een bevoegdheid voor
                           brandstofleveranciers om een brandstoftransitieverplichting sector land
                           te voldoen met ERE’s uit een andere sector, zou kostenverlagend kunnen
                           werken, maar dat zou betekenen dat de sector land betaalt voor de
                           verduurzaming van andere vervoerssectoren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Hogere bijdrage aan nationale klimaatdoelen</titel>
                    </kop>
                    <al>Alleen de binnenlandse brandstoffenplas telt mee voor het Klimaatakkoord
                           en de Klimaatwet. Deze plas omvat de sector land en een gedeelte van de
                           sector binnenvaart. Wanneer met de omzetting van de wijzigingsrichtlijn
                           hernieuwbare energie rekening gehouden moet worden met het binnenlandse
                           klimaatdoel, dan moet de verplichting op de sectoren land- en binnenvaart
                           hoog zijn en die op de sector zeevaart laag.</al>
                    <al>De vertaling van bovenstaande uitgangspunten in keuzes ter inrichting
                           van de systematiek is schematisch in de onderstaande tabel
                           weergegeven.</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Tabel 1: Schematische vertaling van uitgangspunten in
                              keuzemogelijkheden ter inrichting van de systematiek</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="6" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="92*" />
                        <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="79*" />
                        <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*" />
                        <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="72*" />
                        <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="49*" />
                        <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="117*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoogte verplichting land</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoogte verplichting zeevaart</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoogte verplichting binnenvaart</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Grootte vrije ruimte</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Subverplichtingen hernieuwbare brandstoffen/bijlage
                                          IX-deel A</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">De vervuiler betaalt</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Klein</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Elke sector verduurzaamt</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Klein</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Investeringszekerheid</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Klein</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Eindbestemming
                                             brandstoffenvisie</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Innovatiebevordering</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Klein</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Kosten-efficiëntie</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gemiddeld</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gemiddeld</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Groot</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Internationale
                                             concurrentiepositie</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gemiddeld</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Beperken prijseffecten pomp</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Groot</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag (voor land)</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" thscope="row" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Hogere bijdrage aan nationale
                                             klimaatdoelen</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Laag</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Hoog</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Klein</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>.</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Verwerking uitgangspunten</titel>
                    </kop>
                    <al-groep>
                      <al>Op basis van deze uitgangspunten, is de 14,5%-reductie in
                              broeikasgasintensiteit van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie
                              zo evenredig mogelijk verdeeld over de drie vervoerssectoren.</al>
                      <al>Voor de sector binnenvaart geldt daarom een verplichting van 14,5%.
                              Voor de sector zeevaart bepaalt artikel 27, vijfde lid, van de
                              wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie dat bij de berekening van
                              14,5%-minimumbijdrage, de hoeveelheid aan de zeevaartsector geleverde
                              energie verondersteld wordt niet meer dan 13% van het
                              bruto-eindverbruik van energie van de lidstaat te bedragen. Gelet op
                              deze bepaling, leidt een evenredige verdeling van de
                              14,5%-minimumbijdrage tot een jaarverplichting voor de sector zeevaart
                              die lager is dan die voor de sectoren land en binnenvaart. Met name
                              vanwege het uitgangspunt ‘behoud concurrentiepositie’, is gekozen het
                              aandeel niet te verhogen tot 14,5%.</al>
                    </al-groep>
                    <al>De verplichting die aan de zeevaartsector wordt opgelegd, is hoger dan
                           de grenswaarde voor de broeikasgasintensiteit
                           (CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie) die de verordening (EU) 2023/1805
                           betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in
                           zeevervoer (hierna: FuelEU Maritiem<noot id="n19" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de
                                 Raad van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare
                                 en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging
                                 van Richtlijn 2009/16/EG (FuelEU Maritiem (PbEU
                                 L 234/48).</noot.al></noot>) van rederijen verlangt. Dat komt enerzijds doordat de hoogte van
                           de CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in die verordening lager is en
                           anderzijds doordat fossiel LNG kan worden gebruikt om aan die
                           verplichting te voldoen, waar dit voor de wijzigingsrichtlijn
                           hernieuwbare energie niet geldt. Het opleggen van een jaarverplichting
                           aan de brandstofleveranciers in de sector zeevaart, verhindert dat de
                           sector land opdraait voor de kosten voor de verduurzaming van de sector
                           zeevaart. Bilaterale afspraken tussen Nederland en België verzekeren dat
                           België ten minste een even hoge verplichting aan de
                           zeevaartbrandstofleveranciers zal opleggen als Nederland<noot id="n20" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2024-18385" soort="document" status="actief">Staatscourant 2024, nr. 18385</extref>.</noot.al></noot>, waardoor de concurrentiepositie van Nederlandse
                           bunkerbrandstofleveranciers ten opzichte van de voornaamste concurrent in
                           de Europese Unie behouden blijft. De afspraken met België bewaken ook de
                           concurrentiepositie van Nederlandse brandstofleveranciers aan de sector
                           binnenvaart.</al>
                    <al-groep>
                      <al>Met de EU-verordening inzake het waarborgen van een gelijk speelveld
                              voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart<noot id="n21" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en
                                    de Raad van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk
                                    speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (PbEU
                                    2023 L 31/10/2023).</noot.al></noot>), heeft de Uniewetgever voor de sector luchtvaart een
                              bijzondere wetgeving (lex specialis) uitgevaardigd. Maatregelen van
                              lidstaten, al dan niet gebaseerd op de wijzigingsrichtlijn
                              hernieuwbare energie, die tot gevolg hebben dat brandstofleveranciers
                              meer luchtvaartbrandstoffen moeten bijmengen dan de verordening
                              voorziet, zijn niet toegestaan. Dit verbod heeft tot gevolg dat de
                              sector luchtvaart geen onderdeel uitmaakt van het systeem hernieuwbare
                              energie vervoer.</al>
                      <al>Van de sector land wordt de hoogste bijdrage verwacht. Ten eerste
                              levert deze sector het deel van de minimumbijdrage dat evenredig aan
                              hem toekomt (14,5%). Ten tweede neemt de sector land dat gedeelte van
                              minimumbijdrage dat de sector luchtvaart niet voor zijn rekening kan
                              nemen als gevolg van de ReFuelEU Luchtvaart (3,5%). Ten derde krijgt
                              de sector land een verhoging zoals afgesproken in de voorjaarsnota’s
                              van 2023 (4,3%) en 2025 (4,5%), om zo de klimaatdoelen die zijn
                              afgesproken in het Klimaatakkoord en de Klimaatwet te behalen. Ten
                              vierde is een ophoging van (0,3%) opgenomen ter compensatie van de
                              mogelijke inzet van raffinagereductie-eenheden bij het voldoen aan het
                              onderdeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van
                              de jaarverplichting. De sector land is in staat deze verhoging te
                              dragen. De komende jaren wordt een forse toename van het aantal
                              elektrische wegvoertuigen verwacht. Dit is het gevolg van de Visie
                              duurzame energiedragers en het Nationaal plan energiesysteem, alsook
                              aanpalend beleid, zoals het verbod op de verkoop van nieuw
                              geproduceerde auto’s met een verbrandingsmotor per 2035 en het systeem
                              van verhandelbare emissierechten voor vervoer en de bebouwde omgeving
                              (EU ETS-2). Ook dragen nationale instrumenten, zoals de fiscale
                              normering van de zakelijke leasemarkt, de subsidieregeling waterstof
                              in mobiliteit, de MRB-gewichtscorrectie<noot id="n22" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Dit is een regeling die verhindert dat elektrische auto’s
                                    in een hoge schrijf van de motorrijtuigenbelasting vallen op
                                    grond van hun dikwijls hogere gewicht dan auto’s met een
                                    verbrandingsmotor.</noot.al></noot> en het beleid rondom zero-emissiezones en logistieke
                              laadinfrastructuur, bij aan de toename van elektrische wegvoertuigen.
                              In de internetconsultatie is overwegend positief gereageerd op de
                              hoogte van de jaarverplichting.</al>
                    </al-groep>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.1</nr>
                      <titel>Limiet gebruik conventionele biobrandstof tot 2030 op niveau
                              2020</titel>
                    </kop>
                    <al>Onder een conventionele biobrandstof wordt een biobrandstof uit voedsel-
                           en voedergewassen, zoals bedoeld in de richtlijn hernieuwbare energie,
                           verstaan. In het Klimaatakkoord en de Klimaatwet is afgesproken dat, voor
                           het behalen van de doelstelling hernieuwbare energie in vervoer, het
                           aandeel van conventionele biobrandstoffen niet groter is dan dat in
                              2020<noot id="n23" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>In het Klimaatakkoord is afgesproken: <nadruk type="cur">‘Daarom komen alle partijen overeen dat voor het realiseren van
                                    deze hernieuwbare energiedoelstelling voor transport (inclusief
                                    de 27 PJ) in ieder geval niet meer additionele biobrandstoffen
                                    uit voedsel- en voedergewassen in Nederland worden ingezet dan
                                    het niveau van 2020’</nadruk></noot.al></noot>. Ter uitvoering van deze afspraak, wordt het gebruik van
                           conventionele biobrandstof beperkt tot 1,4% van de energie-inhoud van de
                           levering tot eindverbruik in 2020 (dus: 1,2%
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie), een hoeveelheid die dus niet
                           meegroeit met de uitbreiding van de jaarverplichting hernieuwbare energie
                           vervoer naar de sectoren binnenvaart en zeevaart. Op wetsniveau is
                           daarnaast vastgelegd dat alleen geleverde biobrandstof uit voedsel- en
                           voedergewassen, die volgens de gedelegeerde verordening (EU)
                              2019/807<noot id="n24" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>Gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de commissie van
                                 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het
                                 Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de
                                 grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in
                                 landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het
                                 productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen
                                 valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa
                                 en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte
                                 veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133). Indirecte
                                 verandering in landgebruik vindt plaats wanneer de traditionele
                                 productie van gewassen voor voedsel- en voederdoeleinden wordt
                                 vervangen door de teelt van gewassen voor biobrandstof, vloeibare
                                 biomassa en biomassabrandstof. Dergelijke bijkomende vraag vergroot
                                 de druk op land en kan leiden tot de uitbreiding van landbouwgrond
                                 naar gebieden met hoge koolstofvoorraden, zoals bos en veen, met
                                 extra broeikasgasemissies tot gevolg.</noot.al></noot> een laag risico op indirecte veranderingen van landgebruik (ILUC)
                           hebben, ingeboekt mag worden. Behalve palmolie geldt in Nederland ook
                           sojaolie als een grondstof met een hoog risico op ILUC en mag een
                           geleverde biobrandstof uit palmolie of sojaolie daarom niet ingeboekt
                           worden, tenzij de olie een gecertificeerd laag risico op ILUC heeft.
                           Daarnaast volgt de regering gedelegeerde verordening (EU) 2019/807, om te
                           bepalen welke grondstoffen een hoog risico op ILUC hebben. De
                           gedelegeerde verordening is namelijk vastgesteld op basis van de best
                           beschikbare en meest actuele wetenschappelijke data ten aanzien van ILUC.
                           Deze gedelegeerde verordening wordt door de Europese Commissie regelmatig
                           geactualiseerd. De regering volgt dus in regelgevend opzicht de invulling
                           die is gegeven met gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 voor gewassen
                           met hoog ILUC-risico, maar tegelijkertijd zal ze zich actief blijven
                           inspannen om de partijen te wijzen op de afspraak uit het Klimaatakkoord
                           waarin ze toezeggen de huidige praktijk waarin geen palm- en sojaolie
                           wordt ingezet voor biobrandstoffen, voort te zetten.</al>
                    <al>Het gebruik van biobrandstof uit voedsel- en voedergewassen is nagenoeg
                           stabiel gebleven tussen 2011 en 2023<noot id="n25" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>NEa, Rapportage hernieuwbare energie vervoer in Nederland
                                 2023, <extref doc="https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/rapportages-hernieuwbare-energie-voor-vervoer/documenten/publicatie/2024/06/14/rapportage-hernieuwbare-energie-voor-vervoer-in-nederland-2023" soort="URL" status="actief">https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/rapportages-hernieuwbare-energie-voor-vervoer/documenten/publicatie/2024/06/14/rapportage-hernieuwbare-energie-voor-vervoer-in-nederland-2023</extref>.</noot.al></noot>. Het betrof bijna uitsluitend de inzet van biobrandstof uit
                           suiker- en zetmeelhoudende gewassen als bio-ethanol in benzine. Voor
                           biobrandstoffen die in Nederland worden ingezet komen de grondstoffen op
                           basis van suiker- en zetmeelhoudende gewassen van buiten Nederland. Ook
                           blijkt dat de sector werkt op basis van het cascaderingbeginsel, waardoor
                           de stromen, die bij de voedselproductie vrijkomen, maximaal worden benut:
                           eiwitten uit mais en tarwe voor veevoer worden gescheiden voor suikers
                           voor de ethanol. Een verband tussen hogere voedselprijzen of
                           voedseltekort en de vraag naar deze grondstoffen voor biobrandstof is
                           vaak onderzocht, maar niet gevonden of verwaarloosbaar gebleken. Gelet op
                           deze vaststelling, wordt de afspraak uit het Klimaatakkoord, om de limiet
                           gelijk te houden aan het niveau van fysieke inzet 2020, voortgezet. De
                           productie van biobrandstoffen levert ook kansen op voor investeringen in
                           duurzaam landgebruik voor voedsel en brandstoffen. Ontwikkelingen van
                           voedselprijzen zijn afhankelijk van meerdere factoren, dus dit blijft
                           altijd een aandachtpunt. Er zijn instrumenten beschikbaar, en reeds
                           geïmplementeerd, om de ontwikkelingen op het gebied van biobrandstoffen
                           duurzaam laten verlopen.<noot id="n26" type="voet" xml:lang="en"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>Reconciling food security and bioenergy: Priorities for
                                 action; Kline et al 2016; <extref doc="https://www.researchgate.net/publication/303963314_Reconciling_food_security_and_bioenergy_Priorities_for_action" soort="URL" status="actief">(PDF) Reconciling food security and
                                    bioenergy: Priorities for action</extref>.</noot.al></noot><sup>,</sup> <noot id="n27" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Zie ook rapport Studio Gear Up: Inzet van biobrandstoffen uit
                                 voedsel- en voedergewassen, par 2.7 (<extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/09/02/inzet-van-biobrandstoffen-uit-voedsel--en-voedergewassen" soort="URL" status="actief">Inzet van biobrandstoffen uit voedsel-
                                    en voedergewassen | Rapport |
                                 Rijksoverheid.nl</extref>).</noot.al></noot></al>
                    <al>Voorheen gold de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer niet voor
                           geleverde brandstoffen aan de binnenvaart en zeevaart. De mogelijkheid om
                           een biobrandstof uit voedsel- en voedergewassen in te zetten om te
                           voldoen aan de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, wordt niet
                           uitgebreid naar de nieuwe sectoren binnenvaart en zeevaart. Op die manier
                           blijft het bestaande niveau van biobrandstof uit voedsel- en
                           voedergewassen behouden voor de sector land, te weten voor een sector
                           waarop reeds een economie is gebaseerd.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.2</nr>
                      <titel>Limiet gebruik biobrandstof bijlage IX-deel B tot 2030 fysiek
                              gelijk aan niveau 2020</titel>
                    </kop>
                    <al>Bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie, vermeldt
                           grondstoffen die geen geavanceerde technologie vergen bij de omzetting
                           naar een biobrandstof. Sinds de uitbreiding in 2024 bestaat bijlage IX,
                           deel B, van de richtlijn uit gebruikte bak- en braadolie, dierlijke
                           vetten categorie 1 en 2, beschadigde gewassen, stedelijk afvalwater,
                           gewassen op ernstig aangetaste grond en tussengewassen.</al>
                    <al>Bij de berekening van de hoeveelheid geleverde hernieuwbare energie voor
                           het voldoen aan het artikel 25-doelstelling van de richtlijn hernieuwbare
                           energie, beperkt de richtlijn het aandeel van biobrandstof uit
                           grondstoffen uit bijlage IX, deel B, van de richtlijn in de
                           energie-inhoud van geleverde brandstoffen en elektriciteit aan de
                           vervoerssector tot 1,7%. In de context van het behalen van het artikel
                           7-doelstelling, stelt de richtlijn daarentegen geen limiet op het gebruik
                           van biobrandstof uit deze grondstoffen. Het succesvolle Nederlandse
                           beleid op de inzet van biobrandstof uit afval en residuen heeft
                           bewerkstelligd dat biobrandstof, vervaardigd uit gebruikt frituurvet en
                           gebruikte bakolie, in 2024 ongeveer 37% van alle ingezette
                           biobrandstoffen in vervoer vertegenwoordigde. Het hanteren van de limiet
                           uit de richtlijn hernieuwbare energie, zal de inzet van deze biobrandstof
                           beperken op het huidige absolute niveau. Bij het voldoen aan de
                           brandstoftransitieverplichting, wordt de beperking tot 1,7% ingesteld
                           voor het gebruik van ERE’s bijlage IX-B en verdeeld over de
                           vervoerssectoren, niettemin opgehoogd met de 20 PJ die is afgesproken in
                           de Voorjaarsnota van 2023. In de internetconsultatie is wisselend
                           gereageerd op de hoogte van de limiet.</al>
                    <al>De beperking van de inboekbaarheid van annex IX-b-biobrandstoffen, maakt
                           een vergroting van de inzet noodzakelijk van met name geavanceerde
                           biobrandstof (vervaardigd uit grondstoffen, genoemd in bijlage IX, deel
                           A, van de richtlijn), hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Hernieuwbare brandstoffen
                           van niet-biologische oorsprong en geavanceerde biobrandstoffen, zijn
                           gebaseerd op geavanceerde conversietechnieken en bevinden zich veelal in
                           een ontwikkelingsfase. De beperking van het gebruik van biobrandstof uit
                           bijlage IX deel B-grondstoffen, beoogt een goede afweging van de belangen
                           van beperking, stabiliteit en groeiperspectief voor geavanceerde
                           grondstofketens, omwille van de verwezenlijking van de opklimmende
                           klimaatdoelen.</al>
                    <al>De beperking voor het gebruik van ERE’s bijlage IX-B bij het voldoen aan
                           de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, moet verdeeld worden
                           over de verschillende vervoerssectoren. Deze beperking is niet
                           gelijkelijk over de sectoren verdeeld: voor de sector land geldt dezelfde
                           hoeveelheid biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage IX-deel B
                           beschikbaar moet blijven als die in 2023 aan die sector geleverd is. Wat
                           aan ruimte binnen de limiet overblijft, wordt verdeeld over de sectoren
                           land en binnenvaart (gelet op de 20 PJ uit de voorjaarsnota van
                           2023).</al>
                    <al-groep>
                      <al>In de sector zeevaart, zal ook in de periode vanaf 2026 geen ruimte
                              bestaan voor het gebruik van biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage
                              IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie. Een dergelijke
                              mogelijkheid zou naar verwachting tot een sterke kostenstijging van
                              brandstoffen in de overige vervoerssectoren leiden, omdat deze
                              sectoren dan geen of veel minder ruimte hebben voor biobrandstof uit
                              grondstoffen uit bijlage IX-deel B en dan aangewezen zijn op duurdere
                              geavanceerde biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong, met mogelijke sterker stijgende
                              brandstofprijzen aan de pomp. Het uitgangspunt ‘beperken van
                              brandstofprijsstijgingen' verzet zich hiertegen. Met België is
                              afgesproken het eveneens biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage IX,
                              deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie voor de zeevaartsector
                              zal uitsluiten, opdat het speelveld gelijk blijft, in lijn met het
                              uitgangspunt ‘behoud concurrentiepositie’.</al>
                      <al>In de internetconsultatie hebben verschillende partijen afwijzend
                              gereageerd op de uitsluiting van het gebruik van deze grondstoffen
                              voor de sector zeevaart.</al>
                    </al-groep>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.3</nr>
                      <titel>Subverplichting gebruik biobrandstof bijlage IX, deel A, van de
                              richtlijn hernieuwbare energie</titel>
                    </kop>
                    <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, draagt lidstaten op om
                           brandstofleveranciers te verplichten een gekoppeld minimumaandeel
                           geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong (op hernieuwbare waterstof gebaseerde
                           brandstoffen) te leveren<noot id="n28" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de herziene
                                 richtlijn hernieuwbare energie.</noot.al></noot>. Voor kalenderjaar 2030 is deze minimumhoeveelheid 5,5%, met dien
                           verstande dat het aandeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong in 2030 ten minste 1 procentpunt bedraagt. Het koppelen van
                           doelstellingen heeft als nadeel dat investeringen meer onzekerheid
                           kennen. Dat is niet wenselijk, omdat zowel hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong als geavanceerde biobrandstoffen nodig zijn
                           voor de energietransitie. Daarom is besloten om deze doelen te
                           ontkoppelen en ze als afzonderlijke verplichtingen vorm te geven.</al>
                    <al>De levering van de totaal benodigde hoeveelheid geavanceerde
                           biobrandstoffen wordt op twee manieren geborgd in de voorgestelde
                           wijziging van het systeem hernieuwbare energie vervoer. Ten eerste wordt
                           in de sector zeevaart – door uitsluiting van conventionele
                           biobrandstoffen en biobrandstoffen uit grondstoffen uit bijlage IX-deel B
                           van de richtlijn hernieuwbare energie – weinig alternatief geboden voor
                           het gebruik van geavanceerde biobrandstoffen. Hoewel ook hernieuwbare
                           elektriciteit, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                           en overige biobrandstoffen kunnen worden ingezet, is de beschikbaarheid
                           daarvan naar verwachting niet toereikend om aan de
                           brandstoftransitieverplichting sector zeevaart te voldoen. Hierdoor zal
                           de sector zeevaart een aanzienlijke hoeveelheid geavanceerde biobrandstof
                           nodig hebben. Ten tweede zal een subverplichting aan
                           brandstofleveranciers in de sector land worden opgelegd. De hoogte van
                           deze subverplichting bewerkstelligt enerzijds dat aan de doelstelling van
                           de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt voldaan, wanneer aan de
                           sector zeevaart de verwachte hoeveelheid geavanceerde biobrandstof wordt
                           geleverd. Anderzijds biedt de subverplichting aan brandstofleveranciers
                           in de sector land de brandstofproducenten de zekerheid van een
                           afzetmarkt.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.4</nr>
                      <titel>Subverplichting gebruik hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong</titel>
                    </kop>
                    <al>Zoals de vorige subparagraaf uitlegt, verlangt de wijzigingsrichtlijn
                           hernieuwbare energie dat de lidstaat zijn brandstofleveranciers verplicht
                           om een gekoppeld minimumaandeel geavanceerde biobrandstoffen en
                           hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong te leveren, maar
                           dat nationaal besloten is om dit doel als afzonderlijke verplichtingen
                           vorm te geven.</al>
                    <al>Als gevolg van deze beleidskeuze, zal in de systematiek hernieuwbare
                           energie vervoer voor elke sector een subdoelstelling voor hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong gelden. Op deze wijze wordt
                           de inzet van deze brandstoffen in alle sectoren gestimuleerd. Deze
                           subdoelstelling kan, overeenkomstig de mogelijkheden van de
                           wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, worden ingevuld met directe
                           inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                           vervoerssectoren, of door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong als tussenproduct bij de vervaardiging van
                           conventionele vervoersbrandstoffen en biobrandstoffen in
                           raffinageprocessen. Voor elke sector is een eigen ingroeipad voor de
                           subverplichting bepaald. De hoogte van de subverplichting in de sector
                           binnenvaart is gebaseerd op aangekondigde projecten, terwijl de hoogte
                           van de subverplichting voor de sector zeevaart in overleg met België is
                           vastgesteld. Het restant van het subdoelstelling van de
                           wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, is belegd bij de sector land en
                           is opgehoogd met de afspraak uit de voorjaarsbesluitvorming van 2025
                           omwille van het bieden van aanvullende ruimte voor het gebruik van
                           hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong als
                           tussenproduct bij de vervaardiging van conventionele vervoersbrandstoffen
                           en biobrandstoffen in raffinageprocessen. Naar aanleiding van de wens van
                           de Tweede Kamer om meer investeringszekerheid te bieden voor directe
                           inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en de
                           afgesproken ruimte voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong als tussenproduct bij de vervaardiging van
                           conventionele vervoersbrandstoffen en biobrandstoffen in
                           raffinageprocessen te behouden, is besloten tot een aanvullende verhoging
                           van de subverplichting voor de sector land vanaf 2027. Deze aanvullende
                           ruimte zal enkel kunnen worden ingevuld met de directe inzet van
                           hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de sector
                           land; dit laatste zal in de Regeling energie vervoer worden
                           vastgelegd.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.3</nr>
                    <titel>Het gebruik van op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen in
                           raffinageprocessen</titel>
                  </kop>
                  <al>De hoeveelheid gebruikte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong bij de vervaardiging van conventionele vervoersbrandstoffen en
                        biobrandstoffen, mag de raffinaderijhouder inboeken ter verwerving van
                        zogenaamde raffinagereductie-eenheden (RARE’s). Deze RARE’s mag een
                        leverancier tot eindverbruik enkel inzetten voor het voldoen aan zijn
                        subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in
                        de verschillende sectoren, waarmee een afzetmarkt voor deze verhandelbare
                        eenheden geschapen is. Hiermee kunnen deze RARE’s ook bijdragen aan de
                        jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer van de leverancier tot
                        eindverbruik in deze sectoren, ter hoogte van de subverplichting
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.</al>
                  <al>Niettemin geniet het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong in vervoer de voorkeur boven de inzet in
                        raffinaderijprocessen, omdat dit daadwerkelijk tot de vervanging van
                        fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiedragers leidt. Om te
                        voorkomen dat de inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong in raffinaderijprocessen ten koste gaat van de directe inzet van
                        deze brandstoffen in vervoer, bevat de systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer de mogelijkheid tot het voeren van een vermenigvuldigingsfactor
                        (i.c. correctiefactor kleiner dan één) voor de inzet van RARE’s bij het
                        voldoen aan de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong in de verschillende sectoren. In de periode tot
                        en met 2030 zal in ieder geval de vermenigvuldigingsfactor één worden
                        gehanteerd, om zo grotere investeringszekerheid voor bedrijven te
                           bieden.<noot id="n29" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>Zie amendement Groningen/Veldman/Bontenbal, Kamerstukken II
                              2024/25, <extref doc="kst-36766-16" soort="document" status="actief">36 766, nr. 16</extref>.</noot.al></noot></al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.4</nr>
                    <titel>Het verhandelen van eenheden tussen vervoerssectoren</titel>
                  </kop>
                  <al>De keuze voor sectorsturing waarborgt dat elke vervoerssector verduurzaamt
                        en dat de vervuiler betaalt. Om ook kosteneffectiviteit te borgen, is
                        beperkte handel van ERE’s en RARE’s tussen de vervoerssectoren mogelijk. De
                        leveranciers tot eindverbruik van de sectoren binnenvaart en zeevaart,
                        kunnen een gedeelte van hun jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
                        met ERE’s uit een andere sector invullen, alsook met RARE’s voor het
                        onderdeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van deze
                        jaarverplichting. Op die manier wordt bewaakt dat de kostenverschillen in
                        deze sectoren beperkt zijn en wordt voorkomen dat een ongewenst weglekeffect
                        naar buurlanden zou kunnen ontstaan. Binnen de sector land mogen geen
                        eenheden uit een andere vervoerssector worden ingezet, maar bestaat wel de
                        mogelijkheid om RARE’s in te zetten voor het voor het onderdeel hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting
                        hernieuwbare energie vervoer. De reacties uit de internetconsultatie zijn
                        overwegend positief over het beperkt kunnen verhandelen van eenheden tussen
                        vervoerssectoren.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.5</nr>
                    <titel>Het inboeken van geleverde elektriciteit aan wegvoertuigen of mobiele
                           machines</titel>
                  </kop>
                  <al>Het Besluit energie vervoer voert een nieuw soort inboeker in, te weten de
                        onderneming die elektriciteit aan wegvoertuigen en mobiele machines levert
                        met behulp van verwisselbare accu’s. Het betreft bijzondere accu’s die
                        ontworpen zijn om snel verwisseld te kunnen worden. Deze verruiming van de
                        soort inboeker, houdt verband met nieuwe ontwikkelingen op de
                        elektriciteitsmarkt, waarbij elektriciteit op een andere manier wordt
                        geleverd dan rechtstreeks van het elektriciteitsnet met behulp van een
                        laadstekker.</al>
                  <al>Het inboeken van geleverde elektriciteit aan een accu wordt niet mogelijk
                        gemaakt in de systematiek hernieuwbare energie vervoer, omdat accu's voor
                        diverse doeleinden gebruikt kunnen worden en niet vastgesteld kan worden dat
                        de elektriciteit voor geen andere bestemming dan vervoer en mobiele machines
                        gebruikt zal worden. Een inboekbevoegdheid voor geleverde elektriciteit aan
                        een accu zou de systematiek hernieuwbare energie vervoer fraudegevoeliger
                        maken en de geboden controle op de naleving zou gepaard gaan met het
                        aanvullende uitvoeringslasten.</al>
                  <al>Deze nieuwe inboeker vertoont een sterke gelijkenis met de onderneming die
                        aan binnenschepen elektriciteit levert met behulp van een accupakket of
                        elektrolyt. Gelet op de toename van het gebruik van elektriciteit voor de
                        voortbeweging van zeeschepen, breidt het Besluit energie vervoer deze
                        mogelijkheid uit naar geleverde elektriciteit met behulp van een accupakket
                        of elektrolyt aan zeeschepen. De inboekbevoegdheid ziet op zowel volledig
                        elektrisch aangedreven vaartuigen als hybride vaartuigen, te weten
                        vaartuigen die ook een verbrandingsmotor aan boord hebben.</al>
                  <al>De inboeker is verantwoordelijk voor het aantonen van de bestemming van de
                        geleverde elektriciteit. Geleverde elektriciteit die enkel bedoeld is voor
                        de stroombehoefte op de ligplaats van vaartuigen (walstroom), mag de
                        inboeker vanaf kalenderjaar 2030 geen onderwerp van een inboeking maken.
                        Tevens geldt dat vanaf 2030 een deel van de zeeschepen (container- en
                        passagiersschepen met een brutotonnage van meer dan 5.000) onder de FuelEU
                        Maritiem wordt verplicht tot het gebruik van walstroom in grote havens.</al>
                  <al>De ERE-elektriciteit biedt de mogelijkheid om duidelijker te sturen op de
                        ingroei van elektriciteit. Bovendien wordt nog gewerkt aan de aansluiting
                        van het systeem hernieuwbare energie vervoer op dat van EU ETS-2, waarbij
                        van belang is om geleverde elektriciteit aan vervoer te kunnen
                        onderscheiden, aangezien opgewekte elektriciteit onder het (bestaande)
                        systeem van verhandelbare emissierechten (EU ETS-1) valt.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.6</nr>
                    <titel>Het gebruik van de inboekdienstverlener voor geleverde
                           elektriciteit</titel>
                  </kop>
                  <al>Kleine hoeveelheden in een kalenderjaar geleverde elektriciteit, moeten met
                        behulp van een inboekdienstverlener ingeboekt worden. In het huidige systeem
                        hernieuwbare energie vervoer wegen de administratieve lasten voor kleine
                        ondernemingen en huishoudens niet op tegen de opbrengst van de bijgeschreven
                        verhandelbare eenheden voor de ingeboekte elektriciteit. Bovendien staan de
                        uitvoeringslasten voor de NEa voor rekeningen van kleine ondernemingen en
                        huishoudens niet in verhouding tot de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit
                        per rekening; uitvoeringslasten die voornamelijk het gevolg zijn van de
                        onbekendheid van deze inboekers met de systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer. Een inboekdienstverlener zal de administratieve lasten van kleine
                        ondernemingen en huishoudens overnemen, waardoor de voordelen van deelname
                        aan de systematiek hernieuwbare energie vervoer ook voor deze groep mogelijk
                        gemaakt worden. Omdat de inboekdienstverlener met het systeem hernieuwbare
                        energie vervoer bekend moet zijn en op eigen naam met eigen rekening moet
                        kunnen inboeken, zal het aantal rekeningen in het Register hernieuwbare
                        energie vervoer als ook de uitvoeringslasten van de NEa afnemen.</al>
                  <al>Voor ondernemingen die grotere hoeveelheden elektriciteit inboeken, staan
                        de uitvoeringslasten voor de NEa beter in verhouding. Ze kunnen daarom een
                        eigen rekening blijven openen en hoeven geen gebruik van een
                        inboekdienstverlener te maken. Indien een dergelijke onderneming gebruik van
                        een inboekdienstverlener wenst te maken, dan is dit niettemin mogelijk. De
                        Regeling energie vervoer zal een inboekdrempelwaarde voor het gebruik van de
                        inboekdienstverlener bepalen. Inboekers van geleverde of geladen
                        elektriciteit die onder een drempelwaarde uitkomen, moeten vanaf 2026 van
                        een inboekdienstverlener gebruikmaken. De drempelwaarde geldt niet voor een
                        inboeker die, naast geleverde elektriciteit, ook andere soorten hernieuwbare
                        energie levert. In de Regeling energie vervoer zullen ook aanvullende
                        vereisten gesteld worden, zoals op het gebied van de inboekverificatie.
                        Reacties uit de internetconsultatie met voorstellen voor de uitwerking van
                        de inboekdienstverlener zullen worden meegewogen bij de uitwerking van de
                        Regeling energie vervoer. Enkele partijen stelden in de internetconsultatie
                        voor om de inboekdienstverlener ook voor inboekers van andere soorten
                        hernieuwbare energie vervoer dan elektriciteit beschikbaar te stellen. De
                        inboekdienstverlener wordt vooralsnog alleen voor inboekers van
                        elektriciteit mogelijk gemaakt.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.7</nr>
                    <titel>Kwantitatieve bijdrage aan de klimaatdoelstellingen</titel>
                  </kop>
                  <al>Voor het Klimaatakkoord en de Klimaatwet kunnen alleen biobrandstoffen en
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong niet zijnde
                        waterstof (e-fuels)<noot id="n30" type="voet"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>Koolstofhoudende synthetische brandstoffen die met behulp van
                              elektriciteit worden vervaardigd uit afgevangen koolstofdioxide of
                              koolstofmonoxide, samen met waterstof, verkregen uit duurzame
                              elektriciteitsbronnen zoals wind- en zonne-energie, of uit
                              kernenergie.</noot.al></noot> een aanvullende bijdrage aan de beperking van de uitlaatemissie
                        leveren. Voor elektriciteit en waterstof (grijs en groen) gelden immers geen
                        uitlaatemissie, omdat deze energiedragers lokaal geen CO<inf>2</inf>
                        uitstoten, waardoor de bevordering in de systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer van elektriciteit en waterstof geen aanvullende uitstoorbesparing
                        behalen voor de vervoersdoelstelling.</al>
                  <al>Voor elektriciteit en waterstof geldt dat de
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie binnen het Klimaatakkoord en de
                        Klimaatwet al wordt toegerekend aan de bijbehorende stimuleringsmaatregel
                        (zoals Stimulans EV, SWiM)<noot id="n31" type="voet"><noot.nr>31</noot.nr><noot.al>SWiM: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit,
                              paragraaf Waterstof in Mobiliteit.</noot.al></noot>. Geleverde elektriciteit en waterstof aan deze <nadruk type="cur">zero emission</nadruk> (ZE) voertuigen, kan niettemin ingeboekt worden,
                        hetgeen ten koste gaat van de inzet van biobrandstoffen en hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong niet zijnde waterstof, waardoor
                        de hoogte van de bijdrage aan de klimaatdoelstelling moeilijk te bepalen is.
                        Bij een hogere inzet van elektriciteit in vervoer in de systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer, daalt de inzet van biobrandstoffen en
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong en neemt de bijdrage aan de
                        doelstelling in het Klimaatakkoord en de Klimaatwet dus af. Daarnaast zorgt
                        de toename van het gebruik van ZE-voertuigen voor een afname van het gebruik
                        van brandstoffen. Door efficiëntieverschillen zal de inzet van elektriciteit
                        per PJ zorgen voor de afname van ongeveer 2 PJ aan biobrandstoffen en
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong niet zijnde
                        waterstof.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.7.1</nr>
                      <titel>Bijdrage van de jaarverplichting sector land aan de
                              klimaatdoelstelling</titel>
                    </kop>
                    <al-groep>
                      <al>Met de verwachtte grootte van de brandstofplas in 2030 op basis van
                              de KEV22<noot id="n32" type="voet"><noot.nr>32</noot.nr><noot.al>PBL, Klimaat- en Energieverkenning 2022, <extref doc="https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022" soort="URL" status="actief">https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022</extref></noot.al></noot> en de hoogte van de subverplichting op geavanceerde
                              biobrandstof (uit grondstoffen uit bijlage IX, deel A, van de
                              richtlijn hernieuwbare energie), is de
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in de sector land in dat
                              kalenderjaar naar verwachting 3,5 Mton<noot id="n33" type="voet"><noot.nr>33</noot.nr><noot.al>Vanaf het moment van grondstofdelving tot het moment van
                                    gebruik (well-to-wheel).</noot.al></noot>. De verwachte inzet van geavanceerde biobrandstof is 40 PJ.
                              Voor het Klimaatakkoord en de Klimaatwet levert dit dan ongeveer
                              2,9 Mton aan CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie op<noot id="n34" type="voet"><noot.nr>34</noot.nr><noot.al>Het klimaatakkoord neemt slechts de emissies in
                                    beschouwing die uit de uitlaat komen (tank-to-wheel).</noot.al></noot>.</al>
                      <al>Daarnaast bestaat binnen de jaarverplichting hernieuwbare energie
                              vervoer van de sector land ruimte om een besparing te behalen met
                              conventionele biobrandstoffen, biobrandstof uit grondstoffen uit
                              bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie,
                              hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong,
                              elektriciteit en biobrandstoffen uit vetten categorie 1 en 2.</al>
                    </al-groep>
                    <al>Met de aannames uit voorgenoemde nota, tezamen met de ramingen uit de
                           KEV22, zal naar verwachting voor 16 PJ aan elektriciteit worden
                           ingeboekt. Dit heeft tot gevolg dat nog 43 PJ aan biobrandstoffen en
                           hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong nodig zijn om
                           aan de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer in de sector land te
                           voldoen. Dit komt overeen met een besparing van ongeveer 2,9 Mton
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n35" type="voet"><noot.nr>35</noot.nr><noot.al>Tank-to-wheel.</noot.al></noot>. Indien meer geleverde elektriciteit in de systematiek
                           hernieuwbare energie vervoer ingeboekt wordt, als gevolg van een hoger
                           aandeel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in het elektriciteitsnet
                           of een verdere uitbreiding van het elektrische wagenpark, dan zullen
                           minder biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong benodigd zijn om aan de brandstoftransitieverplichting te
                           voldoen.</al>
                    <al>Het gevolg van een hoger aandeel elektriciteit in de vervoerssector, is
                           dat met de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer minder
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n36" type="voet"><noot.nr>36</noot.nr><noot.al>Tank-to-wheel.</noot.al></noot> in deze sector behaald wordt. De jaarverplichting kan alleen
                           bijdragen aan deze uitstootbesparing door inzet van hernieuwbare
                           vloeibare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, omdat de besparing
                           ingevolge de Klimaatwet toegerekend wordt aan het stimuleringsbeleid van
                           elektrische voertuigen. Groene en grijze stroom zijn immers
                              emissievrij<noot id="n37" type="voet"><noot.nr>37</noot.nr><noot.al><sup /> Tank-to-wheel.</noot.al></noot>.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.7.2</nr>
                      <titel>Bijdrage van de jaarverplichting van de sector binnenvaart aan de
                              klimaatdoelstelling</titel>
                    </kop>
                    <al>In de binnenvaart zal het grootste deel van de verduurzaming
                           plaatsvinden als gevolg van de jaarverplichting hernieuwbare energie
                           vervoer van de sector binnenvaart. Om de 14,5%-ketenemissiereductie te
                           behalen, is naar verwachting een besparing van 0,7 Mton CO<inf>2</inf>
                              nodig<noot id="n38" type="voet"><noot.nr>38</noot.nr><noot.al>Well-to-wake.</noot.al></noot>. De vastgestelde grondstoflimieten en de veronderstelde besparing
                           per soort hernieuwbare energie zal naar verwachting tot een inzet van 8
                           PJ aan biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong leiden. Deze inzet in de sector binnenvaart behaalt voor het
                           Klimaatakkoord en de Klimaatwet een besparing van 0,6 Mton aan
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie <noot id="n39" type="voet"><noot.nr>39</noot.nr><noot.al>Tank-to-wake.</noot.al></noot>.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.7.3</nr>
                      <titel>Bijdrage van de jaarverplichting van de sector zeevaart aan de
                              klimaatdoelstelling</titel>
                    </kop>
                    <al>In de sector zeevaart, zal de jaarverplichting hernieuwbare energie
                           vervoer tot de inzet van meer biobrandstoffen en hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong leiden dan de FuelEU Maritiem
                           verlangt. De jaarverplichting van 8,2% behaalt naar verwachting een
                           ketenemissiereductie van 3,3 Mton CO<inf>2eq</inf><noot id="n40" type="voet"><noot.nr>40</noot.nr><noot.al>Well-to-wake.</noot.al></noot>, wat naar verwachting de inzet van 39 PJ aan geleverde
                           biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong aan zeevaart betekent. Aangezien de FuelEU Martiem en de
                           systematiek hernieuwbare energie vervoer van de sector zeevaart afwijken
                           in hoogte van de verplichting en in de reikwijdte van brandstoffen die
                           ter nakoming van de verplichting ingezet kunnen worden, is niet in te
                           schatten wat de aanvullende hoeveelheid hernieuwbare energie is die met
                           de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer van de sector zeevaart
                           behaald wordt. De zeevaart telt als internationale sector niet mee voor
                           het behalen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord en de
                           Klimaatwet.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.8</nr>
                    <titel>Het afschrijven ERE’s bij het voldoen aan de jaarafsluiting en sparen
                           van ERE’s</titel>
                  </kop>
                  <al>Het Register hernieuwbare energie vervoer schrijft de jaarverplichting
                        hernieuwbare energie vervoer in een vaste volgorde af. Wel bestaat de
                        mogelijkheid voor leveranciers tot eindverbruik van de sectoren binnenvaart
                        en zeevaart om, bij het voldoen aan de brandstoftransitieverplichting van
                        die sectoren, desgewenst de afschrijfvolgorde voor ERE’s uit een andere
                        sector te wijzigen. Dit betekent dat het afschrijven van ERE’s voor het
                        voldoen aan de streefwaarden (ERE’s-geavanceerd en ERE’s-hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong), de grenswaarden
                        (ERE’s-conventioneel en ERE’s-Bijlage IX-deel B) en de ERE’s-overig en
                        -elektriciteit altijd begint met de afschrijving van ERE’s binnen de sector,
                        om vervolgens over te gaan tot de afschrijving van de desbetreffende soort
                        ERE buiten de sector.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Ten aanzien van de afschrijfvolgorde van de soort ERE, schrijft het
                           register eerst het aantal ERE’s van de rekening af om te voldoen aan
                           subverplichtingen geavanceerd en hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong, te weten de streefwaarden, ongeacht het
                           saldo. Voor de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong, worden eerst RARE’s afgeschreven en
                           vervolgens ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong.</al>
                    <al>Voor deze volgorde is gekozen, omdat RARE’s niet inzetbaar zijn buiten
                           de subverplichting. Vervolgens schrijft het register de
                           ERE’s-conventioneel en ERE’s-bijlage IX-B af tot aan de maximale inzet
                           van die eenheden, te weten de grenswaarden. Als laatste schrijft het
                           register de ERE’s-elektriciteit en ERE’s-overig af. Mocht de
                           brandstoftransitieverplichting voor de sector nog niet voldaan zijn, dan
                           schrijft het register ERE’s-geavanceerd en ERE’s-hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong af, te weten de ERE’s die de
                           rekeninghouder heeft na afschrijving van de subverplichting. Deze
                           afschrijfvolgorde is gekozen op basis van de huidige kosten voor de
                           verschillende energiedragers, om te komen tot een kostenefficiënte
                           invulling van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer. Na
                           afschrijving van de jaarverplichting, worden overgebleven ERE’s en RARE’s
                           beperkt gespaard naar het volgende kalenderjaar.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <titel>Hoofdlijnen wijziging Besluit brandstoffen luchtverontreiniging</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">3.1</nr>
                    <titel>Samenvatting op hoofdlijnen</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging bevat grotendeels
                           implementatiewetgeving, waaronder onder andere in hoofdstuk 2 regelgeving
                           ter implementatie van de richtlijn brandstofkwaliteit, met regels over
                           milieutechnische specificaties van benzine en diesel en voorwaarden voor
                           het in de handel brengen van deze brandstoffen, en in hoofdstuk 3 regels
                           over scheepsbrandstoffen.</al>
                    <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie bevat twee soorten
                           wijzigingen van de richtlijn brandstofkwaliteit, waarbij de hierna in
                           paragraaf 3.2 toegelichte tweede soort in elk geval aanleiding geeft tot
                           wijziging van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. Een derde
                           soort wijziging van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging houdt
                           verband met de sector zeevaart van de systematiek hernieuwbare energie
                           vervoer.</al>
                  </al-groep>
                  <al>Met de eerste soort wijziging worden de bepalingen geschrapt die zien op de
                        rapportage- en reductieverplichting van vervoersemissies. Deze bepalingen
                        waren in 2018 volledig geïmplementeerd met de wijziging van titel 9.8 van de
                        Wet milieubeheer<noot id="n41" type="voet"><noot.nr>41</noot.nr><noot.al>Zie Kamerstukken II, 2017/18, 35717.</noot.al></noot>, maar komen nu te vervallen met het wetsvoorstel tot wijziging van
                        de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer (zie noot 4). Dit deel van de
                        wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie heeft geen gevolgen voor het
                        Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. De tweede soort wijziging heeft
                        wel tot gevolg dat het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging moet worden
                        gewijzigd en heeft betrekking op de milieutechnische specificaties van
                        diesel, met regels over het biobrandstofgehalte van diesel, in het bijzonder
                        het percentage methylvetzuur (FAME) in diesel, en met regels over het
                        zwavelgehalte van diesel. De derde soort wijziging van het Besluit
                        brandstoffen luchtverontreiniging is nodig om de leverancier tot
                        eindverbruik van de sector zeevaart in de systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer te kunnen duiden.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">3.2</nr>
                    <titel>Methylvetzuurgehalte (FAME) in diesel van 7% naar 10%</titel>
                  </kop>
                  <al>De verwijzing in de richtlijn brandstofkwaliteit naar dieselbrandstof B7,
                        dat wil zeggen dieselbrandstof met een biogebaseerd bestanddeel in de vorm
                        van een gehalte aan methylvetzuur (FAME) tot 7%, beperkt de beschikbare
                        mogelijkheid om hogere streefcijfers voor de opname van biobrandstoffen te
                        bereiken, zoals vastgesteld in de richtlijn hernieuwbare energie. Dit is te
                        wijten aan het feit dat bijna het volledige aanbod van diesel in de Europese
                        Unie al B7 is. Bijgevolg wordt met de wijziging van de richtlijn
                        brandstofkwaliteit het maximumaandeel biogebaseerde bestanddelen verhoogd
                        van 7% naar 10%, in de vorm van een B10. Dit verhoogde percentage is
                        opgenomen in bijlage II van de richtlijn brandstofkwaliteit. Ondanks deze
                        ondersteuning van de marktpenetratie van B10, blijft beschermingsklasse B7
                        van 7% methylvetzuurgehalte in dieselbrandstof vereist, vanwege het grote
                        aantal niet met B10 compatibele voertuigen dat naar verwachting tegen 2030
                        in het voertuigenbestand aanwezig zal zijn. Brandstofleveranciers zijn dan
                        ook verplicht om in ieder geval B7 in de handel te blijven brengen.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">3.3</nr>
                    <titel>Leverancier van brandstoffen aan de sector zeevaart met een
                           brandstoftransitieverplichting</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>De systematiek hernieuwbare energie vervoer van titel 9.7 van de Wet
                           milieubeheer verplicht leveranciers met een levering tot eindverbruik
                           sector land, met een levering tot eindverbruik sector binnenvaart en een
                           levering tot eindverbruik sector zeevaart, tot het jaarlijks behalen van
                           een vooraf vastgesteld percentage CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie,
                           met de inzet van emissiereductie-eenheden en raffinagereductie-eenheden
                           (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer). De Wet milieubeheer
                           identificeert leveranciers met leveringen tot eindverbruik sector land en
                           sector binnenvaart, alsmede de hoeveelheid en aard van de door deze
                           partijen geleverde brandstoffen, aan de hand van de accijnswetgeving (zie
                           definitie in artikel 9.7.1.1 van <nadruk type="cur">leverancier tot
                              eindverbruik</nadruk>). De accijnswetgeving biedt echter geen of
                           onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wie als
                           leverancier met een levering tot eindverbruik sector zeevaart moet worden
                           aangemerkt, terwijl de accijnsvrijstelling voor geleverde brandstoffen
                           voor voortbeweging en scheepsbehoeften aan boord van schepen de bepaling
                           van de hoeveelheid geleverde brandstoffen aan een zeeschip bemoeilijkt.
                           Voor het vaststellen van de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik
                           van de sector zeevaart, alsook de bepaling van de hoeveelheid en aard van
                           de geleverde scheepsbrandstoffen, is daarom aansluiting gezocht bij de
                           bepalingen uit het Internationale Verdrag ter voorkoming van
                           verontreiniging door schepen (MARPOL-verdrag), in het bijzonder bijlage
                           VI, voorschrift 18<noot id="n42" type="voet"><noot.nr>42</noot.nr><noot.al>Op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal
                                 Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met
                                 Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (<extref doc="trb-1975-147" soort="document" status="actief">Trb. 1975, 147</extref>), en met
                                 het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij
                                 dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (<extref doc="trb-1978-188" soort="document" status="actief">Trb. 1978,
                                 188</extref>).</noot.al></noot>, over geleverde scheepsbrandstoffen (bunkering), zoals uitgewerkt
                           in hoofdstuk 3 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. Deze
                           bepalingen stellen regels over de gegevens die door de
                           brandstofleverancier aangeleverd en opgenomen moeten worden in de
                           zogenaamde brandstofleveringsnota. Deze brandstofleveringsnota’s moeten
                           ten minste voor een periode van drie jaar op het beleverde zeeschip
                           worden bewaard, terwijl de leverancier een afschrift moet bewaren. Het
                           Besluit brandstoffen luchtverontreiniging bevat hierover al regels, maar
                           wordt nu aangevuld met regels die de leverancier van scheepsbrandstoffen
                           verplichten om zich te registeren en elk kwartaal een afschrift van al
                           zijn brandstofleveringsnota’s aan de minister van Infrastructuur en
                           Waterstaat te sturen. Tevens dienen deze afschriften te zijn voorzien van
                           de extra informatie die brandstofleveringsnota’s moeten bevatten in het
                           kader van de FuelEU Maritiem<noot id="n43" type="voet"><noot.nr>43</noot.nr><noot.al>Zie voetnoot 12; artikel 10, derde lid, en bijlage I van
                                 FuelEU Maritiem.</noot.al></noot>.</al>
                    <al>De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), verantwoordelijk voor de
                           uitvoering en handhaving van de systematiek hernieuwbare energie vervoer
                           en gebruikmakend van haar bevoegdheid om bij de minister van
                           Infrastructuur en Waterstaat gegevens op te vragen die nodig zijn voor
                           een goede uitvoering van haar taken, zal vervolgens de beschikbare
                           informatie over de leveranciers van scheepsbrandstoffen en de afschriften
                           van de brandstofleveringsnota’s benutten voor de controle op deze
                           leveranciers met een levering tot eindverbruik zeevaart, voor het voldoen
                           van hun jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">4.</nr>
                  <titel>Uitvoering en handhaving</titel>
                </kop>
                <al>De NEa is primair verantwoordelijk voor de uitvoering (artikel 2.2, eerste
                     lid, van de Wet milieubeheer) en handhaving (artikel 18.2f, tweede lid, van de
                     Wet milieubeheer) van de systematiek onder de richtlijn hernieuwbare energie en
                     de raffinagereductie vervoersbrandstoffen, uitgewerkt in de titels 9.7 en 9.8
                     van de Wet milieubeheer. Ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet
                     milieubeheer, dient het bestuur van de NEa te zorgen dat de werkzaamheden, die
                     voortvloeien uit artikel 18.2f, gescheiden van de overige werkzaamheden
                     uitgevoerd worden.</al>
                <al-groep>
                  <al>De NEa beheert het Register hernieuwbare energie vervoer en het Register
                        raffinagereductie-eenheden, bedoeld in paragrafen 9.7.5, onderscheidenlijk
                        9.8.4, van de Wet milieubeheer.</al>
                  <al>Deze registers zijn essentieel voor het halen van de doelstellingen van de
                        richtlijn hernieuwbare energie. Het eerste register bevat de
                        emissiereductie-eenheden van de verschillende sectoren en het tweede
                        register de raffinagereductie-eenheden. De systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer, zoals neergelegd in de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en
                        uitgewerkt in het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer,
                        kent een samenspel van certificering, verificatie en publiekrechtelijke
                        toezicht en handhaving.</al>
                </al-groep>
                <al>De NEa is tevens de handhavende instantie. Daartoe beschikt de NEa over de
                     bevoegdheid om handhavend op te treden, zoals het opleggen van een last onder
                     dwangsom (artikel 18.6b van de Wet milieubeheer) of een bestuurlijke boete
                     (artikel 18.16s van de Wet milieubeheer). De NEa sluit onder meer
                     overeenkomsten met de rijksbelastingdienst en distributiesysteembeheerders over
                     het uitwisselen van gegevens ten behoeve van het toezicht en de
                     handhaving.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">5.</nr>
                  <titel>Gevolgen voor burgers, bedrijven, overheid en milieu</titel>
                </kop>
                <al>Met betrekking tot de regeldruk, kan onderscheid worden gemaakt tussen
                     verschillende rollen in de systematiek: sommige partijen zijn leverancier tot
                     eindverbruik (brandstofleveranciers met een brandstoftransitieverplichting) in
                     het systeem, anderen zijn inboeker, terwijl sommige partijen beide rollen
                     vervullen. Daarnaast zullen sommige partijen in meerdere vervoerssectoren
                     actief zijn.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Gevolgen voor burgers</titel>
                  </kop>
                  <al>CE Delft concludeert dat ontwikkelingen van de olieprijs het meest bepalend
                        zijn voor de opbouw en hoogtes van de brandstofprijzen in alle
                        modaliteitssectoren. De jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer zorgt
                        voor een verhoging van de prijs aan pomp, maar de verhoging is volgens het
                        model aanzienlijk beperkt. Voor de burger met een brandstofauto, leidt de
                        hogere CO<inf>2eq</inf>-ketenreductie<?xpp afbm?>doelstelling uit de
                        wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie en de nationaal afgesproken
                        aanvullende ophoging van deze doelstelling tot een prijsdaling van 1 tot
                        3 cent per liter benzine (zonder btw) en een prijsstijging van 7 tot 11 cent
                        per liter diesel (zonder btw) in 2030. Burgers die hun elektrische of
                        hybride auto thuis opladen, betalen in 2030 juist 4 tot 12 Eurocent minder
                        per kWh. CE Delft heeft dit onderzocht.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Gevolgen voor bedrijven</titel>
                  </kop>
                  <al>Voor bedrijven heeft de overgang op sectorsturing tot gevolg dat meer
                        brandstofleveranciers de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik
                        verkrijgen en aan een brandstoftransitieverplichting onderworpen worden.
                        Deze gevolgen voor de brandstofleveranciers aan de sectoren binnenvaart en
                        zeevaart zijn reeds in het voorstel tot de wijziging van de Wet milieubeheer
                        beschreven.</al>
                  <al>De mogelijkheid van leveranciers tot eindverbruik om bijgeschreven
                        raffinagereductie-eenheden (RARE’s), te weten verhandelbare eenheden die uit
                        de inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in
                        raffinageprocessen van conventionele brandstoffen en biobrandstoffen
                        verkregen zijn, te gebruiken voor voldoening aan de subverplichting
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, biedt ze een
                        alternatief om aan deze subverplichting te voldoen.</al>
                  <al>Voor de bedrijven die inboekers van geleverde hernieuwbare energie aan
                        vervoer zijn, betekent de aanscherping van de doelstelling van de sector
                        land en de uitbreiding van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
                        naar de sectoren binnenvaart en zeevaart, dat een grotere vraag naar
                        leveringen van hernieuwbare energie aan de vervoer ontstaat. Tevens schept
                        de gestelde subverplichting voor hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong en geavanceerde biobrandstoffen vraag naar deze
                        energiedragers. Dit biedt een grotere investeringzekerheid voor de
                        producenten van deze energiedragers.</al>
                  <al>Voor rederijen leidt deze regelgeving tot een prijsstijging van 4 tot
                        5 cent per liter diesel geleverd aan de binnenvaart en voor stookolie van 17
                        tot 19 cent per liter, zoals berekend door CE Delft.</al>
                  <al>De mogelijkheid om verhandelbare eenheden RARE’s te gebruiken voor het
                        voldoen aan de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong, biedt leveranciers van hernieuwbare waterstof
                        (en hiervan afgeleide hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong) aanvullende mogelijkheden om deze energiedragers in de
                        systematiek hernieuwbare energie vervoer in te zetten, alsmede
                        raffinaderijen een nieuwe mogelijkheid om deze inzet te verzilveren. Voor
                        deze ondernemingen is dit een keuze; willen ze hiervan gebruik maken, dan
                        zullen ze de benodigde administratieve handelingen moeten voltooien, zoals
                        het openen van een rekening in het Register raffinagereductie-eenheden en
                        het bijhouden en inboeken van de (bij het raffinageproces) gebruikte
                        hoeveelheid hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.
                        Hierbij geldt dat dit een nieuwe en vrijwillige inboekmogelijkheid betreft,
                        zonder dat voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong in raffinageprocessen een jaarverplichting geldt.
                        Op basis van ontvangen reacties uit de internetconsultatie, is besloten om
                        een ruime marge te hanteren bij de bepaling van de te verwachten
                        administratieve lasten.</al>
                  <al>De uitbreiding van de hoedanigheid van inboeker naar ondernemingen die
                        elektriciteit aan wegvoertuigen en mobiele machines leveren met behulp van
                        verwisselbare accu’s, brengt geen aanvullende administratieve lasten met
                        zich mee, omdat de brandstoftransitieverplichting zich niet over geleverde
                        elektriciteit uitstrekt.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Met de invoering van een inboekdienstverlener voor geleverde of geladen
                           elektriciteit, zullen de administratieve lasten voor kleine ondernemingen
                           en huishoudens die geringe hoeveelheden elektriciteit leveren
                           onderscheidenlijk laden, worden overgenomen door de
                           inboekdienstverlener.</al>
                    <al>Voor inboekdienstverleners zullen de administratieve lasten structureel
                           aanwezig zijn, aangezien zij tegen vergoeding de administratieve lasten
                           op zich nemen als bedrijf. Ook hier gaat het om een vrijwillige
                           activiteit die niet met aanvullende administratieve lasten in de vorm van
                           een jaarverplichting gepaard gaat. Om in aanmerking te komen voor de
                           hoedanigheid van inboekdienstverlener, moet de onderneming aantonen dat
                           ze naar verwachting boven de gestelde inboekondergrens (drempelwaarde)
                           zullen uitkomen. Dit heeft eenmalige administratieve lasten tot gevolg.
                           Aangezien met de verruiming van de inboekmogelijkheden een nog onbekend
                           aantal nieuwe partijen zullen deelnemen aan de systematiek, zijn voor de
                           inboekdienstverlener zijn de administratieve lasten vooraf niet goed in
                           te schatten; de administratieve lasten zijn immers sterk afhankelijk van
                           het aantal inboekers dat zij faciliteren.</al>
                  </al-groep>
                  <table colsep="0" frame="all" pgwide="1" rowsep="0" tabstyle="xml1">
                    <title>Tabel 2: Administratieve lasten inboekers van inzet hernieuwbare
                           brandstoffen in raffinageprocessen</title>
                    <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="7" tgroupstyle="xml1">
                      <colspec colname="col1" colnum="1" colsep="0" colwidth="140*" />
                      <colspec colname="col2" colnum="2" colsep="0" colwidth="55*" />
                      <colspec colname="col3" colnum="3" colsep="0" colwidth="53*" />
                      <colspec colname="col4" colnum="4" colsep="0" colwidth="43*" />
                      <colspec colname="col5" colnum="5" colsep="0" colwidth="67*" />
                      <colspec colname="col6" colnum="6" colsep="0" colwidth="47*" />
                      <colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="63*" />
                      <thead valign="bottom">
                        <row rowsep="1">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Activiteit</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Grootte bedrijf *</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Aantal bedrijven</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" nameend="col5" namest="col4" rotate="0" valign="top">
                            <al>Aantal uren of FTE</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Kosten per eenheid (€) **</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Totaal (x1.000 €)</al>
                          </entry>
                        </row>
                      </thead>
                      <tbody valign="top">
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Kennisneming regelgeving</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>groot</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>5</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>24</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>Uur</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>47</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>6</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Implementatie regelgeving</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>groot</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>5</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>100 – 1.000</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>Uur</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>47</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>24 – 235</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Openen rekening bij de NEa</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>groot</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>5</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>8</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>Uur</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>47</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>2</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Totaal eenmalige kosten</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">32 – 243</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Inboeken, handelen en gebruik RARE’s</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>groot</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>5</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>0.05 – 0.5</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>FTE</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>84.600</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>21 – 210</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Controle / inspecties / audits voor gecertificeerde
                                       hernieuwbare brandstoffen</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>groot</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>5</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>nvt</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>auditkosten</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>4.000</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>100</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Totaal structurele kosten</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="right" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">121 – 310</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="bottom">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Gecombineerd / totaal</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col3" colsep="0" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="bottom" />
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Activiteit</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Grootte bedrijf</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">
                            <al>
                              <nadruk type="vet">Totaal (x1.000 €)</nadruk>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Eenmalig</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>n.v.t.</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>32 – 243</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                        </row>
                        <row rowsep="0">
                          <entry align="left" colname="col1" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>Structureel</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col2" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>middel</al>
                          </entry>
                          <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                            <al>121- 310</al>
                          </entry>
                          <entry align="left" colname="col4" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col5" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col6" colsep="0" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                          <entry align="left" colname="col7" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                        </row>
                      </tbody>
                    </tgroup>
                  </table>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gevolgen verificateurs</titel>
                    </kop>
                    <al>De wijzigingen in het wettelijk stelsel leiden tot vier soorten
                           verificateurs: de verificateur levering tot eindverbruik (nieuw), de
                           verificateur biomassa (nieuw), de verificateur raffinagereductie
                           vervoersbrandstoffen (nieuw) en de inboekverificateur. Met de afschaffing
                           van dubbeltelling, is de dubbeltellingsverificateur overbodig geworden,
                           terwijl de verificatie hernieuwbare brandstof in 2025 afgeschaft is. De
                           huidige verificateurs zijn niet verplicht om zich te laten accrediteren
                           voor deze nieuwe onderdelen van het werkveld hernieuwbare energie
                           vervoer, maar ze zullen naar verwachting van de mogelijkheid gebruik
                           maken. Omdat de verificateurs in het verleden vergelijkbare werkzaamheden
                           verricht hebben, zal de regeldruk naar verwachting niet toenemen.</al>
                    <al>Het opstellen van een verificatieprotocol als ook de accreditatie kosten
                           tijd en geld. Deze kosten houden verband met de voorbereiding van het
                           (door de minister) goed te keuren verificatieprotocol en de
                           accreditatieprocedure (bijvoorbeeld het ontwikkelen van werkinstructies,
                           procedures en modellen), alsook met de opleiding van het personeel. Deze
                           voorbereiding en opleiding kan enkele maanden in beslag nemen. Daarbij
                           geldt dat de kosten voor de accreditatie jaarlijks terugkomen.</al>
                    <al>Daarnaast zal de verificatie-instelling, die voor de nieuwe onderdelen
                           van het werkveld hernieuwbare energie vervoerd geaccrediteerd wil worden,
                           te maken krijgen met meer werkzaamheden, terwijl de werkzaamheden van de
                           verificatie-instelling, die voor het onderdeel inboekverificatie
                           geaccrediteerd is, enigszins wijzigen als gevolg van de
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiesturing. Afhankelijk van de hoeveelheid werk
                           per verificatie, de hoeveelheid klanten per verificatie en de verdeling
                           van de werklast over het kalenderjaar, zal de inzet van nieuwe
                           medewerkers geboden zijn. Niettemin zullen verificatie-instellingen
                           alleen bereid zijn om de aanvullende werkzaamheden te verrichten indien
                           daarvoor een zakelijke rechtvaardiging bestaat. De huidige arbeidsmarkt
                           kampt echter met een tekort aan deskundig personeel. Deze omstandigheden
                           kunnen tot gevolg hebben dat verificatie-instellingen hogere tarieven
                           zullen vragen voor hun werkzaamheden.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gevolgen voor het milieu</titel>
                    </kop>
                    <al>De in het Besluit energie vervoer opgenomen
                           brandstoftransitieverplichting per sector, zullen leiden tot een groei
                           van de inzet van hernieuwbare energiedragers in de verschillende
                           vervoerssectoren, met een bijbehorende
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in de verschillende sectoren tot
                           gevolg, zoals beschreven in paragraaf 2.7 van deze nota van toelichting.
                           De toename van het gebruik van elektriciteit, waterstof en
                           biobrandstoffen (in die volgorde) leiden bovendien tot een afname van
                           gezondheids- en natuurschade veroorzakende uitstoot, zoals stikstofoxiden
                           en fijnstof.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">6.</nr>
                  <titel>Advisering, consultatie en voorhang Eerste en Tweede Kamer</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">1.</nr>
                    <titel>MKB-Toets</titel>
                  </kop>
                  <al>Op 20 augustus 2024 heeft de MKB-bijeenkomst plaatsgevonden over de
                        implementatie van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie en konden
                        MKB’ers zich uitspreken over de gevolgen van de implementatie voor hun
                        bedrijf. Bij de bijeenkomst waren 18 partijen aanwezig, zowel MKB’ers die
                        zelf in sectoren wegvervoer, binnenvaart en zeevaart actief zijn, als
                        organisaties die brandstofleveranciers (met inbegrip van
                        binnenvaartbunkeraars) vertegenwoordigen.</al>
                  <al>De bijeenkomst duurde anderhalf uur en bestond uit een inleidende
                        presentatie, gevolgd door vier momenten waarin MKB’ers konden reageren op
                        wijzigingen die met dit besluit worden doorgevoerd. De vier thema’s waren
                        onderscheidenlijk: subdoelen en -limieten (streef- en grenswaarden);
                        elektriciteit; van HBE’s naar ERE’s; en waterstof. Onderstaande geeft een
                        samenvatting van de belangrijkste punten die tijdens de bijeenkomst
                        besproken zijn. De reacties vanuit MKB’ers hebben niet geleid tot
                        wijzigingen in het Besluit energie vervoer, omdat de wijzigingen voor
                        MKB-bedrijven werkbaar bleken.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Thema 1 – grenswaarden en streefwaarden</titel>
                    </kop>
                    <al>Voor conventionele biobrandstoffen en bijlage IX-deel B biobrandstoffen
                           geldt een limiet oftewel een grenswaarde, terwijl voor geavanceerde
                           biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong (op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen) juist een
                           subverplichting oftewel een streefwaarde geldt. Eén partij sprak zijn
                           zorg uit over de beschikbaarheid van voldoende hernieuwbare brandstoffen
                           van niet-biologische oorsprong.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie beseft dat
                           zorgen bestaan over de hoogte van de subverplichting voor hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong en het aanbod van die soort
                           hernieuwbare energie. Deze subverplichting volgt echter uit de
                           wijzigingsrichtlijn en geldt daarom voor alle lidstaten.</al>
                    <al>Verschillende partijen vragen zich af of de mogelijkheid om met RARE’s
                           aan de subverplichting voor hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong te voldoen, de directe inzet van die
                           brandstoffen in de vervoerssector niet ondermijnt.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie deelt die
                           zorg en overwoog daarom in de ministeriële regeling een correctiefactor
                           lager dan één te stellen voor het gebruik van RARE’s bij het voldoen aan
                           de subverplichting. Gelet op de afspraken bij de Voorjaarsbesluitvorming
                           van 2025, zal in de ministeriële regeling geen correctiefactor worden
                           bepaald.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Thema 2: Elektriciteit</titel>
                    </kop>
                    <al>Thuisladers kunnen voortaan ook geleverde elektriciteit inboeken,
                           terwijl ook elektriciteit geleverd aan mobiele machines onderwerp van een
                           inboeking gemaakt mag worden. Kleine hoeveelheden geleverde
                           elektriciteit, kunnen in de nieuwe systematiek hernieuwbare energie
                           vervoer uitsluitend met behulp van inboekdienstverlener worden ingeboekt.
                           Enkele partijen waren bezorgd dat de grotere hoeveelheid ingeboekte
                           elektriciteit tot een verminderde vraag naar biobrandstoffen zou
                           leiden.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het gebruik van de
                           energiedrager elektriciteit in het wegvervoer geniet de voorkeur boven
                           biobrandstoffen. Niettemin zorgt de subverplichting voor geavanceerde
                           biobrandstof dat er een markt blijft bestaan voor de best presterende
                           biobrandstoffen in de overgangsperiode.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Thema 3: Van HBE’s naar ERE’s</titel>
                    </kop>
                    <al>Het Register hernieuwbare energie vervoer zal op 1 april 2026 de HBE’s,
                           die de rekeninghouder naar kalenderjaar 2026 mag sparen, omzetten naar
                           ERE’s. Het register zal de HBE-reductiebijdrage voor kalenderjaar 2025
                           gebruiken om de hoeveelheid kg CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie per
                           HBE vast te stellen. De ERE’s worden vervolgens verdeeld over de sectoren
                           volgens de verdeling van de inboekingen in 2025.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Thema 4: Waterstof</titel>
                    </kop>
                    <al>Een partij vraagt of e-methanol, geleverd aan de sector binnenvaart, tot
                           de bijschrijving van een RARE of een ERE-hernieuwbare brandstof van
                           niet-biologische oorsprong sector binnenvaart leidt.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> een ingeboekte levering van
                           e-methanol aan de sector binnenvaart leidt tot de bijschrijving in het
                           Register hernieuwbare energie vervoer van een ERE-hernieuwbare brandstof
                           van niet-biologische oorsprong voor de sector binnenvaart.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.</nr>
                    <titel>ATR-advies</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) is tweeledig
                           (dictum 2: indienen met lichte aanpassing van de onderbouwing).
                           Allereerst geeft het ATR aan dat de reactie van het ministerie op de
                           MKB-bijeenkomst en op de internetconsultatie ontbreken. <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> Beide zijn nu toegevoegd.</al>
                    <al>Tevens adviseert het om, na de afronding van de implementatie van de
                           wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, te onderzoeken of zich
                           onverwachte knelpunten in de uitvoering voordoen. <nadruk type="cur">Reactie IenW</nadruk>: Het ministerie zal de regelgeving hernieuwbare
                           energie vervoer volgens de reguliere processen evalueren. Het is daarom
                           niet nodig om ook nog een implementatietoets te doen.</al>
                  </al-groep>
                  <al>Ten tweede adviseert het ATR om de regeldrukberekening overeenkomstig de
                        Rijksbrede systematiek aan te vullen met de regeldruk voor de inboeker,
                        inboekdienstverleners, verificateurs en de certificerende instellingen.
                           <nadruk type="cur">Reactie IenW</nadruk>: Dit is gebeurd voor zover
                        mogelijk. Er zijn niet voor alle genoemde partijen gegevens beschikbaar die
                        een kwantitatieve berekening mogelijk maken. In het geval dit niet mogelijk
                        was, is een kwalitatieve inschatting gemaakt.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">3.</nr>
                    <titel>HUF-toets NEa</titel>
                  </kop>
                  <al>Uit de handhaafbaarheid-, uitvoerbaarheid- en fraudebestendigheidtoets
                        (HUF-toets) van de NEa, zijn de volgende belangrijke bevindingen naar voren
                        gekomen: ten eerste constateert de NEa dat, sinds de HUF-toets op de
                        aangekondigde wetswijziging, de complexiteit verder toegenomen is, door
                        bijvoorbeeld de invoering van een nieuwe soorten verhandelbare eenheid
                        (ERE-elektriciteit) en benadrukt dat een hoge complexiteit schadelijk is
                        voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de systematiek hernieuwbare
                        energie vervoer.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> de verschillende verhandelbare
                        eenheden, waaronder de ERE-elektriciteit, hebben elk een specifieke rol in
                        de systematiek hernieuwbare energie vervoer; het wegvallen van de sector
                        luchtvaart en de bijbehorende ERE’s van die sector (na het uitbrengen van de
                        HUF-toets) staat hier tegenover; dit wegvallen heeft tot een vereenvoudiging
                        van de systematiek geleid.</al>
                  <al>Verder benadrukt de NEa de noodzaak van een goede afstemming tussen de
                        systematiek hernieuwbare energie vervoer en het systeem van verhandelbare
                        emissierechten voor vervoer en de bebouwde omgeving (EU ETS-2). Daarnaast
                        vraagt de NEa ook aandacht voor een ander raakvlak, te weten dat van de
                        systematiek van de raffinagereductie vervoersbrandstoffen met de RARE (titel
                        9.8 van de Wet milieubeheer (nieuw)) met de systematiek van jaarverplichting
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie met
                        de hernieuwbare waterstofeenheid industrie (HWI; titel 9.10 van de Wet
                        milieubeheer (nieuw)).</al>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> De genoemde instrumenten EU ETS-2
                        en de systematiek jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet
                        biologische oorsprong in de industrie zijn nog in voorbereiding. De
                        ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Klimaat en Groene Groei
                        hebben oog voor de samenhang tussen deze systemen en het systeem
                        hernieuwbare energie vervoer bij de verdere uitwerking van deze twee
                        systemen die nog in voorbereiding zijn.</al>
                  <al>Verder stelt de NEa dat de afschrijfvolgorde van ERE’s nadere uitleg
                        behoeft, verzoekt ze om duidelijke eisen te stellen aan handelaren in het
                        Register hernieuwbare energie vervoer en adviseert ze om in de nota van
                        toelichting de gebruikte rekenregels voor de
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie, waaronder de uitgangswaarde, te
                        verduidelijken.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> in de nota van toelichting is de
                        afschrijfvolgorde van ERE’s en de rekenregels voor de
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie verduidelijkt, terwijl de vereisten
                        voor de rekening van de handelaar in de Regeling energie vervoer gesteld
                        zullen worden.</al>
                  <al>Ten slotte vraagt de NEa aandacht voor het verschil in de sectoren
                        binnenvaart en zeevaart tussen de artikelen en nota van toelichting over de
                        inboekmogelijkheid van geleverde biobrandstoffen van de categorie overig.
                        Bovendien stelt de NEa voor om in de nota van toelichting de afwezigheid van
                        een subdoelstelling geavanceerd in de sector binnenvaart te verklaren en de
                        verduidelijken dat, voor de subdoelstelling hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong voor de sector binnenvaart, ook
                        ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong uit een
                        andere sector ingezet mogen worden tot het percentage dat ERE’s uit een
                        andere sector voor het voldoen aan de jaarverplichting hernieuwbare energie
                        vervoer gebruikt mogen worden. Bovendien stelt de NEa enkele wijzigingen in
                        de nota van toelichting voor (die verwerkt zijn). Met inachtneming van de
                        bovenstaande punten, stelt de NEa dat de wijzigingen van het Besluit energie
                        vervoer uitvoerbaar, handhaafbaar en fraudebestendig zijn.</al>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> in lijn met de nota van
                        toelichting en de eerdere consultaties met de sector, zijn geleverde
                        biobrandstoffen uit de categorie overig voor beide sectoren in te boeken.
                        Gelet op de inboekbeperking voor de sector zeevaart van biobrandstoffen uit
                        bijlage IX-deel B van de richtlijn hernieuwbare energie, zou een beperking
                        van biobrandstoffen uit de categorie overig een te grote belemmering zijn
                        voor de inzet van hernieuwbare energie in deze sector. Omdat de sector
                        binnenvaart zich nog in de beginfase van de energietransitie bevindt, is een
                        sterke beperking van het gebruik van ERE’s-bijlage IX-B onwenselijk.</al>
                  <al>Hoewel ook de sector binnenvaart een subverplichting voor het gebruik van
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong heeft, kan die
                        verplichting ook met RARE’s worden ingevuld.</al>
                  <al-groep>
                    <al>In een aanvullende HUF over de definitie van de zeevaartleverancier
                           geeft de NEa aan afhankelijk te zijn van de ILT voor de uitvoering
                           daarvan en dat dit een nieuwe samenwerking voor hen betreft. Zij vinden
                           het lastig inschatten hoe dit werkt. NEa geeft aan dat het van belang is
                           dat de bunkerverklaring enige tijd bewaard blijft.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> Op verzoek van de NEa is een
                           bewaartermijn voor de bunkerverklaring in het besluit opgenomen.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">4.</nr>
                    <titel>Internetconsultatie</titel>
                  </kop>
                  <al>De internetconsultatie van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit
                        energie vervoer vond in de periode 6 november 2024 tot en met 6 december
                        2024 plaats. Over het ontwerpbesluit zijn 81 zienswijzen ingediend. In het
                        hoofdlijnenverslag wordt per thema op de zienswijzen ingegaan (<extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1" soort="URL" status="actief">Overheid.nl | Consultatie Wijziging Besluit energie vervoer
                           REDIII</extref>). De belangrijkste bevindingen van de internetconsultatie
                        worden hieronder beschreven.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Hoogte jaarverplichting</titel>
                    </kop>
                    <al>De indieners zijn over het algemeen tevreden met de voorgestelde hoogte
                           van de jaarverplichting van de verschillende sectoren, alsook die van de
                           subverplichtingen binnen de jaarverplichting. Sommige partijen geven aan
                           de verplichtingen voor de sectoren zeevaart en binnenvaart te hoog te
                           vinden met het oog op een gelijk speelveld. Andere partijen zijn van
                           mening dat de verplichtingen juist te laag zijn, gelet op de
                           klimaatdoelen en de investeringszekerheid die nodig is voor de opschaling
                           van de productie van geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Verschillende partijen
                           stellen voor om de jaarverplichting van de sector land te verhogen om
                           rekening te houden met de toenemende hoeveelheid ingeboekte
                           elektriciteit, dan wel om haar te verhogen wanneer het aandeel ingeboekte
                           elektriciteit boven een nog te bepalen grens komt.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W: </nadruk>de hoogte van de
                           jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer wordt zo gelijk mogelijk
                           verdeeld over de sectoren, rekening houdend met het tempo waarin de
                           sector kan verduurzamen. Daarbij geldt dat de hoogte van de
                           jaarverplichting voor de sector land al hoger is dan het gemiddelde van
                           14,5 procent CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie die de sectoren
                           gezamenlijk moeten behalen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Hoogte grenswaarden en streefwaarden van de
                              jaarverplichting</titel>
                    </kop>
                    <al>Verschillende opmerkingen betreffen de hoogte van de grenswaarden
                           (limieten voor het gebruik van ERE’s-conventioneel en ERE’s-bijlage IX-B)
                           en streefwaarden (subverplichtingen voor het gebruik van
                           ERE’s-geavanceerd en ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong) bij het voldoen aan de jaarverplichting van de verschillenden
                           sectoren. Partijen zijn grotendeels tevreden over de hoogte van de grens-
                           en streefwaarden.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Limiet gebruik ERE’s-conventioneel</titel>
                    </kop>
                    <al>Door verschillende partijen wordt voorgesteld om de grenswaarde van
                           conventionele biobrandstoffen (biobrandstoffen vervaardigd uit voedsel-
                           en voedergewassen) in de sector land te verhogen, alsook de inboeking van
                           geleverde conventionele biobrandstoffen in de sector binnenvaart toe te
                           staan.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> in het Klimaatakkoord is
                           afgesproken het gebruik van voedsel- en voedergewassen voor de productie
                           van biobrandstoffen te beperken tot de omvang van 2020. Daarnaast is in
                           het Duurzaamheidskader biogrondstoffen afgesproken om biomassa zo
                           hoogwaardig mogelijk in te zetten. Het gebruik van voedsel- en
                           voedergewassen voor de vervaardiging van biobrandstoffen moet voldoen aan
                           strenge duurzaamheidscriteria, zodat gewaarborgd wordt dat het gebruik
                           van deze biobrandstoffen niet ten koste gaat van de voedselvoorziening of
                           leidt tot extra landgebruik. Nederland zet in op het gebruik van rest- en
                           afvalstromen voor biobrandstofproductie.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Limiet gebruik ERE’s-bijlage IX-B</titel>
                    </kop>
                    <al>Veel partijen geven aan dat de limiet voor het gebruik van ERE’s-bijlage
                           IX-B verhoogd moet worden. Deze partijen zijn ook van mening dat dit
                           soort ERE ook voor het voldoen aan de jaarverplichting van de sector
                           zeevaart gebruikt zou mogen worden.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> de ruimte om
                           biobrandstoffen vervaardigd uit grondstoffen vermeld in bijlage IX – deel
                           B van de richtlijn hernieuwbare energie in te zetten, is door de
                           Uniewetgever beperkt. Het toestaan van het gebruik van dergelijke
                           biobrandstoffen bij het voldoen aan de jaarverplichting van de sector
                           zeevaart, heeft tot gevolg dat het gebruik van die biobrandstoffen in
                           andere sectoren beperkt zou moeten worden. Omdat in het huidige systeem
                           van hernieuwbare energie vervoer een geleverde hoeveelheid biobrandstof
                           vervaardigd uit grondstoffen vermeld in bijlage IX deel B van de
                           richtlijn hernieuwbare energie aan een zeeschip evenmin ingeboekt mag
                           worden, kiest het ministerie voor een bestendiging van deze lijn en wordt
                           de inboekbevoegdheid van deze biobrandstoffen en het gebruik van
                           ERE’s-bijlage IX-B voor het voldoen aan de brandstoftransitieverplichting
                           beperkt tot de sectoren land en binnenvaart.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Subverplichting gebruik ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong</titel>
                    </kop>
                    <al>Enkele partijen bepleiten een algemene streefwaarde voor de inzet van
                           ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> een belangrijke rol voor de
                           inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong is
                           voorzien voor de sector zeevaart, terwijl deze brandstoffen naar
                           verwachting ook voor een deel van het zwaar wegtransport van belang zal
                           zijn. Om deze ontwikkelingen te ondersteunen zijn sectorspecifieke
                           subverplichtingen van belang, omdat anders hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong enkel in de vervoerssector ingezet zullen
                           worden waar deze het makkelijkst inzetbaar zijn. Bovendien zijn de
                           subverplichtingen per sector onderwerp van de bilaterale afspraken die
                           Nederland met België heeft gemaakt om de implementatie van de herziene
                           richtlijn gezamenlijk vorm te geven.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gebruik ERE-overig</titel>
                    </kop>
                    <al>Ook het inboeken van biobrandstof uit de categorie ‘overig’ kan rekenen
                           op zowel steun als bedenkingen, terwijl sommige partijen het ministerie
                           in overweging geven om deze categorie niet uit te sluiten voor de
                           sectoren binnenvaart en zeevaart.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het inboeken van
                           biobrandstoffen in de categorie ‘overig’ wordt mogelijk binnen de sector
                           binnenvaart en zeevaart. In het ontwerpbesluit verzette de opsomming in
                           artikel 7 zich onbedoeld tegen een inboeking van de levering van een
                           dergelijk biobrandstof, terwijl de nota van toelichting wel de bedoeling
                           van het ministerie juist weergaf. Het desbetreffende artikel is
                           aangepast.</al>
                    <al>Aanvullend vragen partijen rekening te houden met de beschikbaarheid van
                           grondstoffen.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> de
                           brandstoftransitieverplichting van de verschillende sectoren houdt
                           rekening met het eerder door de Europese Commissie gepubliceerde
                              onderzoek<noot id="n44" type="voet"><noot.nr>44</noot.nr><noot.al><extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN" soort="URL" status="actief">Impact assessment reports –
                                    accompanying the revision RED</extref> (<extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN" soort="URL" status="actief">https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN</extref>).</noot.al></noot> waarin de beschikbaarheid van grondstoffen is onderzocht.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Inboeken geleverde elektriciteit – algemeen</titel>
                    </kop>
                    <al>Partijen hebben verschillende opvattingen over het inboeken van
                           geleverde elektriciteit. Sommige partijen steunen de mogelijkheid, andere
                           partijen vinden dat de inboekbevoegdheid ten koste gaat van de inzet van
                           geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong. Verschillende partijen betreuren de beperking
                           tot zonne- en windenergie binnen de inboekbevoegdheid voor op locatie
                           opgewekte en geleverde elektriciteit.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> in lijn met het
                           regeerprogramma wordt de opwekking van hernieuwbare energie uit biomassa
                           niet langer bevorderd. Naar aanleiding van de internetconsultatie is het
                           ontwerpbesluit aangepast en mag alle op locatie, uit hernieuwbare bronnen
                           anders dan biomassa, opgewekte en geleverde elektriciteit worden
                           ingeboekt.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Inboeken geleverde elektriciteit – inboekdienstverlener</titel>
                    </kop>
                    <al>De reactie van partijen op de invoering van de inboekdienstverlener is
                           overwegend positief. Diverse partijen hebben ideeën gedeeld over en
                           randvoorwaarden voorgesteld bij de uitwerking van de
                           inboekdienstverlener.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie neemt de
                           ideeën en randvoorwaarden mee bij de uitwerking van de
                           inboekdienstverlener in de Regeling energie vervoer.</al>
                    <al>Enkele partijen bepleiten het gebruik van de inboekdienstverlener bij
                           andere energiedragers dan elektriciteit, in die gevallen dat de
                           administratieve lasten van het inboeken hoger zijn dan de opbrengsten van
                           de ERE, zoals voor kleine ondernemers in de sector binnenvaart.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het aantal rekeningen met
                           een inboekfaciliteit in het Register hernieuwbare energie vervoer dat
                           kleine hoeveelheden geleverde hernieuwbare energie inboeken, betreffen
                           met name rekeningen waarop geleverde elektriciteit inboeken wordt.
                           Daarnaast geldt dat voor het inboeken van geleverde elektriciteit andere
                           voorwaarden bestaan dan voor andere energiedragers.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Inboeken van geleverde elektriciteit – walstroom</titel>
                    </kop>
                    <al>Partijen verzoeken om de uitsluiting van walstroom in de systematiek
                           hernieuwbare energie vervoer te herzien. Het inboeken van geleverde
                           walstroom bevordert de uitrol van walstroom en het behalen van de
                           klimaatdoelen.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> de uitsluiting van
                           walstroom wordt tot 2030 opgeschort. Geleverde elektriciteit die enkel
                           bedoeld is voor de stroombehoefte op de ligplaats van vaartuigen
                           (walstroom), mag de inboeker vanaf 2030 geen onderwerp meer van een
                           inboeking maken. Vanaf 2030 wordt een deel van de zeeschepen, te weten
                           container- en passagiersschepen met een brutotonnage van meer dan 5.000,
                           door de FuelEU Maritiem verplicht tot het gebruik van walstroom in grote
                           havens.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gebruik RARE’s</titel>
                    </kop>
                    <al>Een meerderheid van de partijen steunt de mogelijkheid van het gebruik
                           van RARE’s (raffinagereductie-eenheden) bij het voldoen aan de
                           subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                           van de vervoerssectoren. Tegelijk zijn partijen verdeeld over het gevolg
                           voor de directe inzet van die brandstoffen in de vervoerssectoren.
                           Sommige partijen bepleiten een hogere correctiefactor voor RARE’s bij het
                           voldoen aan de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong dan die de Staatssecretaris in oktober 2024
                           aan de Tweede Kamer voorstelde. Andere partijen zien juist het nut van de
                           voorgestelde correctiefactor in.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Bij de
                           voorjaarsbesluitvorming van 2025 is besloten om in elk geval tot en met
                           2030 geen correctiefactor te voeren op de inzet van RARE’s, om zo de
                           electrolysecapaciteit in Nederland te stimuleren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Inzicht hoogte jaarverplichting na 2030</titel>
                    </kop>
                    <al>Bij partijen bestaat een brede steun voor het verlengen van de horizon
                           van de jaarverplichting. Partijen geven aan dat de bekendmaking van de
                           jaarverplichting van de verschillende vervoerssectoren tot en met 2030
                           niet de benodigde investeringszekerheid bieden. Het verlengen van de
                           horizon van de jaarverplichting met 10 jaar zou in die behoefte
                           voorzien.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie onderzoekt
                           hoe een verlenging van de tijdshorizon van de jaarverplichting vorm kan
                           krijgen. Bij de opvolging van het Klimaatplan zal hiervoor aandacht
                           zijn.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Massabalans</titel>
                    </kop>
                    <al>Sommige partijen beweren dat Nederlandse regelgeving meer vereisten aan
                           het voeren van de massabalans stelt dan andere EU-lidstaten.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Nederlandse regelgeving
                           stelt geen eisen bovenop die uit hoofde van de richtlijn hernieuwbare
                           energie en de Uitvoeringsverordening 2022/996 gelden. Onduidelijkheden
                           over de uitleg van Uniewetgeving, brengt Nederland onder de aandacht bij
                           de Europese Commissie.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Aardgas, bio-LNG</titel>
                    </kop>
                    <al>Omwille van de opschaling van biogas in de vervoerssector, bepleiten
                           verschillende partijen het gebruik van netwerken en LNG-terminals een
                           plaats te geven in het systeem van hernieuwbare energie vervoer.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Opschaling van groen gas
                           wordt bewerkstelligd door de bijmengverplichting groen gas in de gebouwde
                           omgeving die het Ministerie van Klimaat en Groene Groei op dit moment
                           voorbereidt. Het systeem hernieuwbare energie vervoer beoogt juist
                           hernieuwbare brandstoffen te stimuleren die geleverd kunnen worden aan de
                           vervoerssectoren. LNG heeft geen rol in de transitie van het wegverkeer
                           naar nulemissie-aandrijving.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Overige punten</titel>
                    </kop>
                    <al>Verschillende partijen verzoeken om het begrip E10 aan te passen ter
                           bevordering van het gebruik van geavanceerde biomethanol.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Dit voorstel valt buiten de
                           directe reikwijdte van de wijzigingsrichtlijn.</al>
                    <al>Een partij verzoekt om BioDME op te nemen onder de definitie van
                           LPG.</al>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> BioDME is volgens de Wet op
                           de accijns een minerale olie die overeenkomstig het tarief van gasolie
                           (diesel) aan de accijns onderworpen is. Gelet op de koppeling van de
                           systematiek hernieuwbare energie vervoer voor accijnsgoederen aan die
                           wet, is een gelijkstelling met LPG niet aan de orde.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">5.</nr>
                    <titel>Voorhang Eerste en Tweede Kamer</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het ontwerp van het wijzigingsbesluit is van 26 mei 2025 tot en met
                           2 oktober 2025 voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer, in dezelfde
                           periode dat het wetsvoorstel ter implementatie van de wijzigingsrichtlijn
                           hernieuwbare energie (zie noot 4) bij de Tweede Kamer in behandeling is
                           geweest. Het voorgehangen wijzigingsbesluit is op 29 september 2025
                           geagendeerd geweest tijdens het wetgevingsoverleg van het wetsvoorstel,
                           hetgeen aanleiding is geweest om het wijzigingsbesluit op enkele punten
                           aan te passen. Zo is de RFNBO-subverplichting voor de sector land in 2030
                           met 2 PJ verhoogd, enkel invulbaar met directe inzet in de sector land.
                           Dit heeft geleid tot een verhoging van de jaarverplichtingen en de
                           RFNBO-subverplichting in de sector land (zie artikel 3, eerste en zesde
                           lid, wijzigingsbesluit). Het aspect van de ‘directe inzet in de sector
                           land’ zal worden vastgelegd in de te wijzigen Regeling energie
                           vervoer.</al>
                    <al>Voorts is motie Van Groningen/Veldman<noot id="n45" type="voet"><noot.nr>45</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-36766-12" soort="document" status="actief">36 766, nr. 12</extref></noot.al></noot> aangenomen, waardoor de jaarlijkse hoogte van de jaarverplichting
                           tot in ieder geval 2035 zal moeten worden vastgesteld, teneinde grotere
                           investeringszekerheid voor bedrijven te bieden. Dit is nu niet meegenomen
                           in het ontwerpbesluit. Momenteel wordt onderzoek door RVO en Trinomics
                           uitgevoerd naar de mogelijkheden hiervoor en de bijbehorende effecten. De
                           Tweede Kamer zal, conform de toezegging in het wetgevingsoverleg van
                           29 september 2025, begin 2026 over de uitkomsten worden
                           geïnformeerd.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">II</nr>
                <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel I (wijziging Besluit energie vervoer)</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel A (artikel 1)</titel>
                  </kop>
                  <al>Veel nieuwe begrippen, alsook de wijziging van bestaande begrippen, houden
                        onder meer verband met het gewijzigde begrippenkader van de Energiewet, die
                        van belang is bij de bewoording van de inboekbevoegdheid voor geleverde
                        elektriciteit. Aan het begrippenkader worden de omschrijvingen van ‘LPG’,
                        ‘walstroomvoorziening’ en ‘leverancier tot eindverbruik sector zeevaart’
                        toegevoegd. De begrippen ‘belastingentrepot’, ‘opslaglocatie’ en ‘vrijwillig
                        systeem’ worden geschrapt, omdat ze reeds in de Wet milieubeheer staan;
                        andere begrippen worden geschrapt, omdat ze in de systematiek hernieuwbare
                        energie vervoer niet langer worden gebruikt. De omschrijving van ‘redelijke
                        mate van zekerheid’ worden aan de bepalingen van de nieuwe systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer aangepast.</al>
                  <al>De gewijzigde begripsomschrijving van ‘bemeterd leverpunt’ benadrukt dat de
                        meter, op basis waarvan de inboeker de hoeveelheid geleverde (of geladen)
                        elektriciteit bepaalt die hij onderwerp van een inboeking maakt, zich in het
                        tank- of laadpunt zelf moet bevinden. Een meter buiten het bemeterd
                        leverpunt mag derhalve niet gebruikt worden voor de bepaling van de
                        hoeveelheid geleverde (of geladen) elektriciteit. Hetzelfde geldt voor een
                        meter buiten het bemeterd leverpunt die de meting van de meter in het
                        bemeterde leverpunt beoogt te kalibreren of anderszins aan te vullen.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel B en C (paragraafaanduiding en artikel 2)</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 2 wordt naar de paragraaf over de jaarverplichting hernieuwbare
                           energie verplaatst (zie onderdeel B) en aangepast aan de nieuwe
                           systematiek hernieuwbare energie vervoer. Het eerste lid, onderdeel a,
                           verduidelijkt dat de ondergrens van 500.000 liter van de levering tot
                           eindverbruik per sector vastgesteld moet worden. Met de wijziging in het
                           eerste lid, onderdeel b, worden de brandstoffen die ingezet worden in
                           nationale of internationale militaire operaties en samenwerking van de
                           jaarverplichting hernieuwbare energie uitgesloten.</al>
                    <al>Het tweede lid beschrijft de volgorde van afschrijving tussen de
                           vervoerssectoren. Deze volgorde is van belang indien de
                           brandstofleverancier de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik in
                           meerdere vervoerssectoren heeft. In dat geval schrijft het Register
                           hernieuwbare energie vervoer (register) als eerste de jaarverplichting
                           van de sector land af, om vervolgens en voor zover van toepassing, de
                           jaarverplichting van de sector binnenvaart en ten slotte de sector
                           zeevaart af te schrijven.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel D en E (nieuwe subparagraaf en artikel 3, jaarverplichting
                           sector land)</titel>
                  </kop>
                  <al>Met de zogenoemde sectorsturing, waarbij elke vervoerssector een eigen
                        jaarverplichting krijgt, wordt het Besluit energie vervoer van
                        verduidelijkende subparagrafen voorzien. Subparagraaf 2.1 bevat de
                        bepalingen over de jaarverplichting hernieuwbare energie van de sector
                        land.</al>
                  <al>Artikel 3 somt de percentages van de jaarverplichting van de sector land
                        op. Evenals het huidige artikel 3, bestaat de bepaling uit het algemene
                        percentage van de jaarverplichting (eerste lid), verplichte aandelen
                        hernieuwbare energie (streefwaarden voor geavanceerde biobrandstoffen en
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong) (vierde en zesde
                        lid) en beperkingen aan het gebruik van soorten biobrandstof (grenswaarden
                        conventionele biobrandstof en bijlage IX-B) (derde en vijfde lid). Voor de
                        sector land is van belang dat de jaarverplichting uitsluitend met ERE’s uit
                        de sector land voldaan mag worden (tweede lid). Voor het verplichte aandeel
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                        jaarverplichting, is de inzet van RARE’s tot een (bij ministeriële regeling)
                        bepaald percentage toegestaan (zevende lid).</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel F (artikel 5)</titel>
                  </kop>
                  <al>Het eerste lid beschrijft de volgorde waarop het register de ERE’s
                        afschrijft voor de jaarverplichting van de sector land. Voor het verplichte
                        aandeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                        jaarverplichting, schrijft het register eerst RARE’s tot het (bij
                        ministeriële regeling) bepaalde percentage af, voordat het de ERE’s
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong afschrijft. RARE’s
                        mogen uitsluitend worden gebruik voor het onderdeel hernieuwbare brandstof
                        van niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting. Het tweede lid
                        beschrijft de opbouw van een eventueel negatief saldo aan ERE’s, waarbij
                        geldt dat het register de verplichte aandelen hernieuwbare energie (voor
                        geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong) uit het eerste lid afschrijft ongeacht het
                        saldo, waardoor die voor soorten ERE’s ook een negatief saldo kan
                        ontstaan.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel G (artikelen 5a, 5b, 5c (jaarverplichting sector
                           binnenvaart) en 5d, 5e, 5f (jaarverplichting sector zeevaart))</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 5a maakt deel uit van de nieuwe subparagraaf 2.2 Jaarverplichting
                        sector binnenvaart. Anders dan de sector land, is het gebruik van ERE’s uit
                        een andere vervoerssector toegestaan tot een per kalenderjaar bepaald
                        percentage (tweede lid; vrije ruimte). Daarentegen mogen ERE’s-conventioneel
                        geheel niet voor het voldoen aan de jaarverplichting ingezet worden (derde
                        lid, onderdeel a), terwijl voor de invulling van het verplichte aandeel
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                        jaarverplichting uitsluitend RARE’s (tot een bij ministeriële regeling
                        bepaald percentage) en ERE-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong uit de sector binnenvaart gebruikt mogen worden (derde lid,
                        onderdeel b). Voor het voldoen aan de jaarverplichting sector binnenvaart,
                        mogen alleen ERE’s-elektriciteit uit die sector ingezet worden (derde lid,
                        onderdeel b).</al>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 5c, eerste lid, bepaalt in de onderdelen a tot en met f de
                           volgorde die het register hanteert bij de afschrijving van de
                           verschillende soorten ERE’s voor de jaarverplichting van de sector
                           binnenvaart. Omdat bij het voldoen aan de jaarverplichting sector
                           binnenvaart ook het gebruik van ERE’s uit een of meer andere
                           vervoerssectoren tot een (bij ministeriële regeling) bepaald percentage
                           toegestaan is (zie artikel 5a, tweede lid), bepaalt het eerste lid,
                           aanhef, de volgorde van afschrijving binnen de verschillende sectoren.
                           Daarbij geldt, dat het register bij de afschrijving van de
                           jaarverplichting eerst de verschillende soorten ERE’s binnen de sector
                           binnenvaart afschrijft en vervolgens de verschillende soorten ERE’s
                           afschrijft in de volgorde sector zeevaart en de sector land.</al>
                    <al>Van deze vaste afschrijfregels binnen de verschillende soorten ERE’s en
                           sectoren kan ingevolge het derde lid worden afgeweken, echter alleen voor
                           zover het betreft de invulling van de maximum percentages van de
                           jaarverplichting die zijn opgenomen in artikel 5a, tweede lid (vrije
                           ruimte) en met inachtneming van de percentages, bedoeld in artikel 5a,
                           vierde en vijfde lid. De vaste afschrijfregels zullen altijd moeten
                           worden gehanteerd bij het voldoen aan de percentages van de
                           jaarverplichting als genoemd in artikel 5a, eerste lid, minus de
                           percentages als genoemd in artikel 5a, tweede lid (vrije ruimte).</al>
                    <al>De leverancier tot eindverbruik moet voor 1 maart van elke kalenderjaar
                           zijn levering tot eindverbruik in het register opvoeren. Daarna mág de
                           leverancier tot 1 april van elk kalenderjaar de door hem gewenste
                           wijzigingen van de afschrijfvolgorde over het percentage van de vrije
                           ruimte doorgeven, via het register (vierde lid). Als de leverancier tot
                           eindverbruik dat niet doet, volgt het register op 1 april de vaste
                           afschrijfregels van het eerste lid. Op 1 april schrijft de NEa de
                           jaarverplichting af via de standaard volgorde of de aangepaste
                           versie.</al>
                    <al>Het tweede lid beschrijft de opbouw van een eventueel negatief saldo aan
                           ERE’s, waarbij geldt dat het register de verplichte aandelen hernieuwbare
                           energie (voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong)
                           uit het eerste lid ongeacht het saldo afschrijft, waardoor voor
                           ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor de
                           sector binnenvaart ook een negatief saldo kan ontstaan.</al>
                  </al-groep>
                  <al>Artikel 5d maakt deel uit van de nieuwe subparagraaf 2.3 Jaarverplichting
                        sector zeevaart. In deze sector rust een verplichting op geleverde <nadruk type="cur">dieselolie voor de scheepvaart</nadruk>, <nadruk type="cur">gasolie voor de scheepvaart</nadruk> en <nadruk type="cur">scheepsbrandstof</nadruk> (dat behelst diesel en stookolie, alsook
                        eventuele bestanddelen biobrandstof en andere toevoegingen, maar niet
                        bijvoorbeeld LNG en methanol) en is het gebruik van ERE’s uit een andere
                        vervoerssector toegestaan tot een per kalenderjaar bepaald percentage
                        (tweede lid; vrije ruimte). ERE’s-conventioneel en -bijlage IX-B mogen niet
                        voor het voldoen aan de jaarverplichting sector zeevaart ingezet worden.
                        Voor de invulling van het verplichte aandeel hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting mogen uitsluitend RARE’s
                        (tot een bij ministeriële regeling bepaald percentage) en ERE-hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong uit de sector zeevaart gebruikt
                        worden. Tevens geldt dat voor het voldoen aan de jaarverplichting sector
                        zeevaart alleen ERE’s-elektriciteit uit die sector ingezet worden.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 5f, eerste lid, bepaalt in de onderdelen a tot en met e de
                           volgorde die het register hanteert bij de afschrijving van de
                           verschillende soorten ERE’s voor de jaarverplichting van de sector
                           zeevaart. Omdat bij het voldoen aan de jaarverplichting sector zeevaart
                           ook het gebruik van ERE’s uit een of meer andere vervoerssectoren tot een
                           (bij ministeriële regeling) bepaald percentage toegestaan is (zie artikel
                           5d, tweede lid), bepaalt het eerste lid, aanhef, de volgorde van
                           afschrijving binnen de verschillende sectoren. Daarbij geldt, dat het
                           register bij de afschrijving van de jaarverplichting eerst de
                           verschillende soorten ERE’s binnen de sector zeevaart afschrijft en
                           vervolgens de verschillende soorten ERE’s afschrijft in de volgorde
                           sector binnenvaart en de sector land.</al>
                    <al>Van deze vaste afschrijfregels binnen de verschillende soorten ERE’s en
                           sectoren kan ingevolge het derde lid worden afgeweken, echter alleen voor
                           zover het betreft de invulling van de maximum percentages van de
                           jaarverplichting die zijn opgenomen in artikel 5d, tweede lid (vrije
                           ruimte) en met inachtneming van de percentages, bedoeld in artikel 5d,
                           derde en vierde lid. De vaste afschrijfregels zullen altijd moeten worden
                           gehanteerd bij het voldoen aan de percentages van de jaarverplichting als
                           genoemd in artikel 5d, eerste lid, minus de percentages als genoemd in
                           artikel 5d, tweede lid (vrije ruimte).</al>
                    <al>De leverancier tot eindverbruik moet voor 1 maart van elke kalenderjaar
                           zijn levering tot eindverbruik in het register opvoeren. Daarna mág de
                           leverancier tot 1 april van elk kalenderjaar de door hem gewenste
                           wijzigingen van de afschrijfvolgorde over het percentage van de vrije
                           ruimte doorgeven, via het register (vierde lid). Als de leverancier tot
                           eindverbruik dat niet doet, volgt het register op 1 april de vaste
                           afschrijfregels van het eerste lid. Op 1 april schrijft de NEa de
                           jaarverplichting af via de standaard volgorde of de aangepaste
                           versie.</al>
                    <al>Het tweede lid beschrijft de opbouw van een eventueel negatief saldo aan
                           ERE’s, waarbij geldt dat het register de verplichte aandelen hernieuwbare
                           energie (voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong)
                           uit het eerste lid ongeacht het saldo afschrijft, waardoor voor
                           ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor de
                           sector zeevaart ook een negatief saldo kan ontstaan.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel H (artikel 6)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 6 is onderdeel van de paragraaf over ERE’s en bepaalt evenals het
                        huidige artikel 6 wat bij een negatief saldo aan ERE’s gebeurt indien door
                        een inboeking van geleverde hernieuwbare energie of door een overboeking
                        ERE’s op de rekening worden bijgeschreven. Indien de rekeninghouder voor
                        meerdere sectoren een negatief saldo op zijn rekening heeft, dan schrijft
                        het register de bijgeschreven ERE’s ter voldoening aan de jaarverplichting
                        af in de volgorde van de sector land, de sector binnenvaart en de sector
                        zeevaart. Daarbij houdt het register de beperkingen die voor het gebruik van
                        ERE’s uit een andere sector, alsook de grenswaarden voor het gebruik van
                        ERE’s-conventioneel en -biobrandstoffen bijlage IX-B gelden, in acht. Zo
                        bestaan ERE’s-conventioneel uitsluitend binnen de sector land en terwijl
                        ERE’s-bijlage IX-B niet in de sector zeevaart kunnen ontstaan, mag de
                        jaarverplichting van de sector land uitsluitend met ERE’s uit de sector land
                        ingevuld worden en kunnen ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong en ERE’s-elektriciteit niet buiten de sector
                        ingezet worden.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel I (artikel 7)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 7 is onderdeel van paragraaf 4 over het inboeken van geleverde
                        hernieuwbare energie en heeft betrekking op geleverde vloeibare
                        biobrandstoffen. In het tweede lid is de uitzondering op de regel neergelegd
                        dat de inboeker de massabalans van biobrandstoffen voert over de
                        opslaglocatie waar de vloeibare biobrandstof (al dan niet als onderdeel van
                        een mengsel van fossiele brandstof) zich direct voorafgaand aan de levering
                        aan de Nederlandse markt voor vervoer bevond. Deze uitzondering geldt
                        uitsluitend voor ingevoerd bioLPG en bioLNG, omdat deze vloeibare
                        biobrandstoffen op de productielocatie in verrijdbare opslagtanks gepompt
                        wordt en die, aangekomen in Nederland, met opleggers van vrachtwagens direct
                        naar de locaties (tankstations) verplaatst worden waar de bioLPG en bioLNG
                        gebruikt wordt. Hierbij is van belang dat het begrip LPG in artikel 1 ook
                        bioLNG omvat.</al>
                  <al>Ingevolge het vijfde lid, mogen geleverde conventionele biobrandstoffen
                        (biobrandstoffen uit voedsel- en voedergewassen) aan binnenschepen niet
                        ingeboekt worden. Hetzelfde geldt voor conventionele biobrandstoffen en
                        biobrandstoffen op grondstoffen die op de lijst van bijlage IX, deel B, van
                        de richtlijn hernieuwbare energie staan die aan zeeschepen geleverd
                        zijn.</al>
                  <al>Het nieuwe zevende lid vult het bestaande zesde lid aan, opdat bij
                        ministeriële regeling regels gesteld kunnen worden over het aantonen van het
                        leveren aan de Nederlandse markt en de soort fossiele brandstof waarin de
                        vloeibare biobrandstof is bijgemengd.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel J (artikel 8)</titel>
                  </kop>
                  <al>In het eerste lid zijn de bewoordingen en verwijzingen aangepast aan de
                        Energiewet, die de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet vervangt.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel J (artikel 9)</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit artikel beschrijft de randvoorwaarden van het inboeken van een
                        geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                        oorsprong. Ingevolge het derde lid en evenals bij een geleverde vloeibare
                        biobrandstof, kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden over
                        het aantonen van het leveren aan de Nederlandse markt en de soort fossiele
                        brandstof waarin de vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                        oorsprong is bijgemengd.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel L (artikel 9a)</titel>
                  </kop>
                  <al>De bewoording van artikel 9a wordt aangepast aan het nieuwe begrip
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Tevens worden twee
                        verschrijvingen hersteld, te weten de verplichting van een vulstation van
                        waterstof om gecertificeerd te worden en de verwijzing naar artikel 25,
                        tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel M (artikel 10)</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 10 somt de voorwaarden op voor het inboeken van geleverde (of
                           geladen) elektriciteit. De bewoording van het eerste lid wordt aangepast
                           aan het begrippenkader van de Energiewet. De wijzigingen in het tweede
                           lid voert een nieuwe inboeker in, te weten de inboeker die elektriciteit
                           aan wegvoertuigen of mobiele machines met verwisselbare accu’s levert en
                           breidt de bestaande hoedanigheid van inboeker, die elektriciteit met
                           behulp van een accupakket of elektrolyt aan binnenschepen levert, uit
                           naar zeeschepen. Tevens verduidelijkt het tweede lid dat beide inboekers
                           ook aan de vereisten over de zogenaamde exclusiviteit van de aansluiting
                           of het allocatiepunt voor leveringen aan vervoer of mobiele machines uit
                           het eerste lid moet voldoen.</al>
                    <al>Het derde lid behandelt geleverde elektriciteit uit hernieuwbare
                           bronnen. Het inboeken van dergelijke elektriciteit, met uitzondering van
                           elektriciteit opgewekt uit biomassa (in brede zijn, dus ook uit stortgas,
                           gas van rioolzuiveringsinstallaties of biogas), mag ingeboekt worden in
                           twee gevallen, te weten wanneer ze door een producent met behulp van een
                           directe lijn op het adres van de inboeker geleverd wordt en hij die
                           hernieuwbare elektriciteit op zijn beurt (met een bemeterd leverpunt) aan
                           vervoer of mobiele machines doorlevert of wanneer de inboeker een
                           onderneming is die elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op zijn eigen
                           adres opwekt (en met een bemeterd leverpunt) aan vervoer of mobiele
                           machines levert. Een adres is in dit verband een onroerende zaak als
                           bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering
                           onroerende zaken.</al>
                    <al>De inboekdienstverlener is tevens inboeker (zie artikel 9.7.1.1 van de
                           Wet milieubeheer) en daarmee gelden onverkort ook op hem de in artikel 10
                           opgenomen eisen voor het kunnen inboeken van elektriciteit. Echter, in de
                           hoedanigheid van inboekdienstverlener kan hij geen aangeslotene zijn van
                           de elektriciteit die door zijn klanten zijn geleverd. Daarom wordt in het
                           vierde lid geregeld dat het vereiste van aangeslotene niet geldt voor de
                           inboekdienstverlener. Ter verduidelijking, de leveringsvereisten van
                           artikel 10 blijven ook bij geaggregeerd inboeken door de
                           inboekdienstverlener onverkort gelden voor de ondernemingen of de
                           natuurlijke personen die hij bedient. Volgens het vijfde lid is geleverde
                           walstroom in te boeken; deze bevoegdheid vervalt voor walstroom die met
                           ingang van kalenderjaar 2030 geleverd wordt, omdat vanaf dat jaar een
                           deel van de vloot de verplichting verkrijgt vanuit de FuelEU Maritiem
                           verordening om walstroom te gebruiken. Het zevende lid wordt aangevuld
                           opdat bij ministeriële regeling regels over de inboekdienstverlener
                           gesteld kunnen worden.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel N (artikel 11)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 11 geeft invulling aan de opdracht in artikel 9.7.4.6 van de Wet
                        milieubeheer om regels te stellen over de berekening van de
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie. Dit artikel verwijst derhalve naar
                        bijlagen V en VI van de richtlijn hernieuwbare energie. Voor een juiste
                        toepassing van de berekeningsregels dient ook gebruik te worden gemaakt van
                        de – rechtstreeks werkende – Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1185. <noot id="n46" type="voet"><noot.nr>46</noot.nr><noot.al>Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1185 van de commissie van
                              10 februari 2023 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het
                              Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van een
                              minimumdrempel voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen op
                              basis van hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren
                              voor de beoordeling van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare
                              vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische
                              oorsprong en door brandstoffen op basis van hergebruikte
                              koolstof.</noot.al></noot></al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel O (artikel 12)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 12 komt te vervallen vanwege de wijziging van de systematiek
                        hernieuwbare energie van energiesturing naar CO<inf>2</inf>-sturing.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel P en Q (artikelen 13 en 14)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 13 beschrijft de bevoegdheid van het bestuur van de NEa om de
                        bijschrijving van ERE’s in bepaalde gevallen voor een termijn van vier weken
                        op te schorten; deze termijn mag het met vier weken verlengen. Artikel 14
                        beschrijft de gevolgen voor de afschrijving van ERE’s naar aanleiding van
                        een ambtshalve vaststelling van een hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare
                        energie. Bij de afschrijving zijn de bepalingen voor het afschrijven van de
                        jaarverplichting van de desbetreffende sector van overeenkomstige
                        toepassing.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel R tot en met Z (artikelen 15 tot en met 23)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikelen 15 tot en met 21 hebben betrekking op de verificaties die de
                        nieuwe systematiek hernieuwbare energie vervoer kent, te weten de
                        verificatie levering tot eindverbruik, de verificatie biomassa en de
                        inboekverificatie. In artikel 15 is de bevoegdheid van de minister
                        neergelegd om op aanvraag een verificatieprotocol goed te keuren uitgebreid
                        naar de nieuwe verificaties. Bovendien wordt in het artikel verduidelijkt
                        dat een goedkeuring van het verificatieprotocol vervalt bij de
                        inwerkingtreding van een wijziging van de regelgeving indien en voor zover
                        de wijziging het verificatieprotocol van de desbetreffende verificatie
                        betreft.</al>
                  <al>De artikelen 16, 17 en 18 beschrijven de verificatie levering tot
                        eindverbruik. Deze verificatie is van toepassing op de minerale oliën die
                        met een accijnsvrijstelling geleverd worden. Bij afwezigheid van jaarlijkse
                        informatie over de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen hoeveelheden
                        accijnsvrijgestelde brandstoffen, beoogt deze verificatie de volledigheid te
                        controleren van de (in het register) ingevoerde levering tot eindverbruik
                        van de leverancier tot eindverbruik sector binnenvaart.</al>
                  <al>De verificatie biomassa wordt in de artikelen 19, 20 en 21 beschrijven.
                        Deze verificatie is van toepassing op geleverd bioLPG en bioLNG en beoogt
                        zekerheid te verschaffen over de vervaardiging uit biomassa van de vloeibare
                        biobrandstof.</al>
                  <al>In artikelen 16, 19 en 22 is verduidelijkt dat de accreditatie op basis van
                        de norm ISO/IEC 17020 moet gebeuren. Artikel 23 bepaalt dat de
                        inboekverificatie ziet op de (ingeboekte) hoeveelheid
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel AA (artikel 25)</titel>
                  </kop>
                  <al>Met de wijziging van artikel 25 wordt de onderneming, die in aanmerking
                        komt voor een rekening in het register met alleen een overboekfaciliteit,
                        beperkt tot de onderneming die bedrijfsmatig hoofdzakelijk in
                        energieproducten handelt, zoals derivaten, emissierechten, ERE’s en
                        RARE’s.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel AB (artikel 28)</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 28 bevat een opsomming van de gevallen waarin het bestuur van de
                        NEa een rekening ambtshalve mag opheffen. Nieuw is de bevoegdheid om een
                        rekening op te heffen wanneer een rekening, met een inboekfaciliteit alleen
                        voor het inboeken van elektriciteit, niet langer voldoet aan de minimale
                        hoeveelheden in te boeken elektriciteit of de minimale hoeveelheid
                        gemachtigde eindafnemers van een inboekdienstverlener.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel AC</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 29 verwoordt de spaarbevoegdheid van ERE’s naar een volgend
                        kalenderjaar. Voor zover het aantal op de rekening aanwezige ERE’s groter is
                        dan de spaarruimte, beschrijft het vierde lid de volgorde waarin het
                        register soorten ERE’s spaart.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdelen AD, AE en AF (artikelen 30, 31 en 32)</titel>
                  </kop>
                  <al>De bestaande artikelen 30, 31 en 32 maken deel uit van de paragraaf over
                        rapportages. Ze worden aangepast aan de nieuwe systematiek hernieuwbare
                        energie vervoer.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel AG (Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting
                           vervoersemissies)</titel>
                  </kop>
                  <al>Met het vervallen van titel 9.8 van de Wet milieubeheer, die ziet op de
                        rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies ter implementatie van
                        de reductieverplichting van de richtlijn brandstofkwaliteit, vervalt ook de
                        grondslag voor de uitwerking van titel 9.8 in hoofdstuk 2 inzake de
                        rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies van het besluit. Dit
                        hoofdstuk wordt vervangen door een nieuw hoofdstuk (zie hierna).</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel AH (Hoofdstuk 2. Raffinagereductie
                           vervoersbrandstoffen)</titel>
                  </kop>
                  <al>Hoofdstuk 2 werkt titel 9.8 van de Wet milieubeheer inzake de
                        raffinagereductie vervoersbrandstoffen uit. Paragraaf 1 (algemeen) bestaat
                        slechts uit het begrippenkader dat in artikel 33 neergelegd is.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 34 van paragraaf 2 (inboeken) stelt de randvoorwaarde voor het
                           inboeken van hoeveelheden in een raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                           conventionele vervoersbrandstoffen of biobrandstoffen.</al>
                    <al>Artikel 35 en 36 beschrijven de verificatie die beoogt zekerheid te
                           verschaffen over de hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                           brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                           biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen. Evenals de
                           verificaties die hoofdstuk 1 van het Besluit energie vervoer kent, geldt
                           ook voor deze verificatie de verplichting dat de verificateur
                           raffinagereductie vervoersbrandstoffen een verificatieprotocol ter
                           goedkeuring aan de minister voorlegt.</al>
                    <al>Artikel 37 beschrijft de bevoegdheid van het bestuur van de NEa om de
                           bijschrijving van RARE’s in bepaalde gevallen voor een termijn van vier
                           weken op te schorten; deze termijn mag het met vier weken verlengen.</al>
                    <al>Artikel 38 bepaalt dat de gevolgen van een ambtshalve vaststelling van
                           de ingeboekte hoeveelheid in een raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                           conventionele vervoersbrandstoffen of biobrandstoffen, wordt verrekend
                           met het saldo aan RARE’s van het lopende kalenderjaar.</al>
                    <al>Artikel 39 geeft invulling aan de opdracht in artikel 9.8.3.3 van de Wet
                           milieubeheer om regels te stellen over de berekening van de
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie. Dit artikel verwijst naar
                           bijlage V van de richtlijn hernieuwbare energie. Voor een juiste
                           toepassing van de berekeningsregels dient ook gebruik te worden gemaakt
                           van de – rechtstreeks werkende – Gedelegeerde Verordening (EU)
                              2023/1185.<noot id="n47" type="voet"><noot.nr>47</noot.nr><noot.al>Zie noot 46.</noot.al></noot></al>
                  </al-groep>
                  <al-groep>
                    <al>Paragraaf 3 (register raffinagereductie-eenheden) bevat in artikelen 40,
                           41 en 42 bepalingen van registerbeheer.</al>
                    <al>Artikel 43 bevat de regels voor het sparen van
                           raffinagereductie-eenheden. Bij de uitwerking van de spaarregels voor de
                           raffinagereductie-eenheden is gekozen voor drie verschillende spaarregels
                           voor de verschillende soorten entiteiten die deze eenheden op hun
                           rekening kunnen hebben. Dit is in lijn met de verschillende spaarregels
                           die gelden voor inboekers als bedoeld in titel 9.7 van de wet,
                           leveranciers tot eindverbruik en handelaren voor
                           emissiereductie-eenheden. Voor raffinaderijhouders wordt een hoger
                           spaarlimiet voor raffinagereductie-eenheden gehanteerd dan voor inboekers
                           van andere eenheden, rekening houdend met de vroege fase waarin de markt
                           zich bevindt en de uitdagingen qua afstemming tussen vraag en aanbod. Tot
                           2025 gold de limiet van 10 procent voor inboekers van alle hernieuwbare
                           energiedragers. Voor leveranciers tot eindverbruik is een balans gezocht
                           tussen het bieden van flexibiliteit en het behouden van zekerheid van het
                           halen van het Europese RFNBO-subdoel voor Nederland.</al>
                  </al-groep>
                  <al>Ten slotte verlangt paragraaf 4 (rapportage), dat slechts uit artikel 44
                        bestaat, de samenstelling door de NEa van een overzicht van het aantal in
                        het register bijgeschreven en het aantal in dat kalenderjaar gespaarde
                        RARE’s.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel II (wijziging Besluit brandstoffen luchtverontreiniging)</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Onderdeel A (artikel 1.1)</titel>
                  </kop>
                  <al>De begripsomschrijving van biobrandstoffen wordt geactualiseerd aan de hand
                        van een verwijzing naar Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement
                        en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie
                        uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>B (artikel 2.1)</titel>
                  </kop>
                  <al>De begripsomschrijving van leverancier wordt geactualiseerd aan de hand van
                        een verwijzing naar het gedefinieerd begrip van leverancier tot
                        eindverbruik, zoals bedoeld in artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer.
                        Omdat het begrip leverancier tot eindverbruik ook ziet op de leverancier met
                        een levering tot eindverbruik sector zeevaart, maar leveringen van
                        brandstoffen aan de sector zeevaart (lees zeeschepen) geen onderdeel
                        uitmaken van de reikwijdte van hoofdstuk 2 van het Besluit brandstoffen
                        luchtverontreiniging, maakt de leverancier met een levering tot eindverbruik
                        sector zeevaart geen onderdeel uit van het gedefinieerde begrip in het
                        nieuwe tweede lid van artikel 2.1.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>C (artikel 2.5)</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Met het vervallen in het eerste lid van de zinsnede ‘, met dien
                           verstande dat diesel in afwijking van die specificaties meer dan 7%
                           methylvetzuurgehalte mag bevatten’, wordt verduidelijkt dat in alle
                           gevallen waarin diesel ten behoeve van het wegverkeer ten verkoop wordt
                           aangeboden, verkocht of afgeleverd, de diesel dient te voldoen aan de
                           milieutechnische specificaties van bijlage II van de richtlijn
                           brandstofkwaliteit, met inbegrip van het (verhoogde) maximale gehalte aan
                           methylvetzuur (FAME) van 10% (bekend als B10). Het in de zinsnede
                           genoemde gehalte aan methylvetzuur (FAME) van 7%, als maximaal gehalte
                           genoemd in bijlage II en waarvan mag worden afgeweken mits aan alle
                           overige milieutechnische specificaties van bijlage II is voldaan, is
                           daarmee niet meer relevant.</al>
                    <al>Het nieuwe tweede lid richt zich, in afwijking van het eerste lid, tot
                           de leverancier zoals gedefinieerd in artikel 2.1 van het Besluit
                           brandstoffen luchtverontreiniging. Leveranciers zijn gehouden om in ieder
                           geval diesel met een methylvetzuurgehalte (FAME) tot 7% (bekend als B7)
                           in de handel te (blijven) brengen, vooral bedoeld om het grote aantal
                           niet met B10 compatibele voertuigen dat naar verwachting tegen 2030 nog
                           in de vloot aanwezig zal zijn, van een passende brandstof te kunnen
                           blijven voorzien.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>D (artikel 2.9)</titel>
                  </kop>
                  <al>De consument dient te worden geïnformeerd over de soort en het gehalte
                        biobrandstof dat benzine en diesel aan de pomp bevat, immers niet elk
                        voertuig is geschikt om op elke biobrandstof te kunnen rijden. Artikel 2.9,
                        derde lid, bevat de regels omtrent het soort informatie dat de
                        brandstofleverancier de consument over dient te informeren indien de diesel
                        biobrandstof bevat. Onderdeel b van het derde lid is in lijn gebracht met
                        het uitgangspunt dat diesel (B7) biobrandstof bevat waaronder maximaal 7%
                        methylvetzuurgehalte (FAME). Gezien de risico’s voor motoren van
                        methylvetzuurgehalte (FAME), moet de consument worden geïnformeerd over
                        hogere percentages methylvetzuur (FAME) dan het gebruikelijke maximale
                        percentage van 7%.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>E (artikel 3.3)</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 3.3 bevat regels over de brandstofleveringsnota, op te stellen
                           door de leverancier van scheepsbrandstoffen, overeenkomstig bijlage VI,
                           aanhangsel 5, bij het Internationale Verdrag ter voorkoming van
                           verontreiniging door schepen (MARPOL-verdrag)<noot id="n48" type="voet"><noot.nr>48</noot.nr><noot.al>Zie voetnoot 38.</noot.al></noot>. De beleverde zeeschepen dienen deze brandstofleveringsnota,
                           samen met een door de leverancier bijgeleverd monster van de geleverde
                           brandstof, voor een periode van ten minste drie jaar te bewaren. De in
                           artikel 3.3 gestelde regels zijn in eerste instantie gericht tot de
                           kapitein van een zeeschip, maar worden met de toevoeging van een nieuw
                           derde lid aangevuld met regels die gelden voor de leverancier van
                           scheepsbrandstoffen (bunkering)</al>
                    <al> In de eerste plaats geldt voor de leverancier van scheepsbrandstoffen
                           de verplichting om zich te registeren bij de Minister van Infrastructuur
                           en Waterstaat. In de praktijk geschiedt dit door registratie bij de
                           Inspectie Leefomgeving en Transport, verantwoordelijk voor het toezicht
                           en de naleving van de in hoofdstuk 3 van het Besluit brandstoffen
                           luchtverontreiniging opgenomen regels. In de tweede plaats dient de
                           brandstofleverancier jaarlijks een afschrift van alle
                           brandstofleveringsnota’s, met informatie over de door hem aan zeeschepen
                           geleverde scheepsbrandstoffen, aan de Minister van Infrastructuur en
                           Waterstaat te sturen. Deze brandstofleveringsnota’s dienen aangevuld te
                           zijn met de informatie die nodig is voor FuelEU Maritiem (bijlage I
                           FuelEU Maritiem), zoals de hoeveelheid geleverde brandstof (bunkering),
                           calorische onderwaarde en het soort brandstof (en waar nodig, de
                           emissiefactor).</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
              </divisie>
            </divisie>
            <ondertekening>
              <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en
                     Milieu,</functie>
            </ondertekening>
          </nota-toelichting>
          <bijlage status="goed">
            <kop>
              <label>BIJLAGE</label>
              <titel>Implementatietabel</titel>
            </kop>
            <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie ziet – naast bepalingen op het gebied
               van de sector vervoer – ook op bepalingen op het gebied van hernieuwbare energie voor
               de sector elektriciteit en de verwarmings- en koelingssector. Laatstgenoemde
               bepalingen vormen echter geen onderdeel van onderhavig wijzigingsbesluit, maar zullen
               onder verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Minister
               van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de desbetreffende wet- en regelgeving
               worden omgezet. In onderstaande implementatietabel is zoveel als mogelijk aangegeven
               hoe de bepalingen van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie (Richtlijn (EU)
               2023/2413) worden omgezet.</al>
            <table colsep="1" frame="all" pgwide="2" rowsep="1" tabstyle="xml1">
              <title>Transponeringstabel Richtlijn EU/2023/2413 tot wijziging van Richtlijn (EU0
                  2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van
                  energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU)
                  2015/652 van de Raad (RED III)</title>
              <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="4" tgroupstyle="xml1">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*" />
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="170*" />
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="376*" />
                <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel, -lid of -onderdeel EU-regeling</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Bepaling in implementatieregeling of in bestaande regelgeving;
                              toelichting indien niet geïmplementeerd of uit zijn aard geen
                              implementatie behoeft</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Omschrijving invulling beleidsruimte</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Wijziging Richtlijn (EU) 2018/2001</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 2 Definities</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Punt 1 (energie uit hernnieuwbare bronnen)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Reeds geïmplementeerd in art. 9.7.1.1 Wet milieubeheer (definitie
                                 <nadruk type="cur">hernieuwbare energie</nadruk>)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Punt 4 (bruto-eindverbruik van energie)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door feitelijkhandelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lidstaten stellen nationale bijdrage vast. Zie INEK, paragraaf 2.1.2,
                              onderdeel i, en voor de voortgang KEV.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Punt 22bis (hernieuwbare brandstoffen)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geïmplementeerd via definities van <nadruk type="cur">biobrandstof</nadruk> en <nadruk type="cur">hernieuwbare
                                 brandstoffen van niet-biologische oorsprong</nadruk> in art.
                              9.7.1.1 Wet milieubeheer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Punt 36 (hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                              oorsprong)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>geïmplementeerd in art. 9.7.1.1 Wet milieubeheer (definitie <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                                 oorsprong</nadruk>)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 3 Bindend algemneen streefcijfer voor de
                                 Unie voor 2030</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, eerste alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lidstaten stellen nationale bijdragen vast. Bereiken van het doel van
                              42,5% wordt meegenomen in INEK en via monitoringscyclus, in de KEV en
                              in de jaarlijkse klimaat- en energienota.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, eerste lid, tweede alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven via feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Streefcijfer van 45% wordt meegenomen in INEK nadat EC de INEK
                              updates heeft geïnventariseerd. Er wordt gewerkt aan een
                              rekenmethodiek.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, eerste lid, derde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Samen met RVO wordt momenteel gewerkt aan een rekenmethodiek. Er
                              wordt een streefcijfer vastgesteld na een eerste berekening vanuit RVO
                              over waar we nu staan. Richting EC wordt voor het eerst gecommuniceerd
                              over de voortgang en het vastgestelde streefcijfer in de INEK-update
                              2027.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in steunregelingen biomassa</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Mogelijkheden tot nemen van extra criteria: geen genomen. Dit blijkt
                              uit de voorwaarden die worden gesteld in (subsidie)regelingen, zoals
                              de SDE++.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in steunregelingen biomassa, er moet voldaan worden aan
                              de eisen uit artikel 3 waarbij er niet wordt afgeweken van de
                              voorwaarden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Er is voor gekozen om niet af te wijken van het beginsel van het
                              cascaderend gebruik van biomassa.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 ter</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie niet nodig, omdat ervoor is gekozen om niet af te
                              wijken van cascaderend gebruik biomassa.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Rapportageverplichting aan EU, indien alsnog wordt gekozen af te
                              wijken.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 quater</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in steunregelingen biomassa</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wordt als eis opgenomen in de Aanwijzingsregeling categorieën
                              stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 quinquies</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in steunregelingen biomassa</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Voor zover bekend niet relevant voor NL. In de SDE++ zit in ieder
                              geval geen categorie voor die type project.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 7 berekening van het aandeel energie uit
                                 hernieuwbare bronnen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>ALid 1</al>
                      <al>Lid 2</al>
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Betreft
                              rekenregels (ook via toepassing van artikel 7, zesde lid, Richtlijn
                              (EU) 2018/2001), in afstemming met CBS, PBL en TNO.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 9 Gezamenlijke projecten tussen
                                 lidstaten</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Invulling en
                              aantal gezamenlijke projecten aan LS</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 7 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Er wordt (voorlopig) geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om
                              hernieuwbare-energiegemeenschappen op te nemen in gezamenlijke
                              projecten voor hernieuwbare offshore-energie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 Administratieve procedures,
                                 voorschriften en regels</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en door eisen
                              op te nemen in aanbestedingsprocedures en steunregelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2 bis</al>
                      <al>Lid 3</al>
                      <al>Lid 8</al>
                      <al>Lid 9</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 bis Integratie van hernieuwbare energie
                                 in gebouwen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijke handelen en vraagt
                              vaststelling streefcijfer voor gebouwde omgeving en
                              rapportageverplichting aan EU</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Streefcijfer wordt meegenomen in INEK 2024 en voorgenomen is aan te
                              sluiten bij indicatiefscijfer van EU van 49% hernieuwbare energie</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en
                              rapportageverplichting aan EU. Keuzemogelijkheid voor wel of niet
                              meenemen restwarmte.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>De keuze om restwarmte en -koude mee te nemen wordt momenteel
                              onderzocht. In de INEK 2027 update zal de keuze richting de EC worden
                              gecommuniceerd.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt deels vormgegeven door feitelijk handelen en
                              deels zal het Bbl hierop moeten worden aangepast, LS kunnen
                              hernieuwbare energie in bouwvoorschriften bevorderen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Er zal beleidsarme implementatie plaatsvinden, want het is
                              grotendeels al verankerd in bestaand feitelijk handelen en het Bbl.
                              Deels zal aanpassing van het Bbl (artikel 5.20 en als gevolg daarvan
                              een wijziging in tabel 5.8) plaatsvinden. Dit geldt alleen voor het
                              stuk ‘vervanging van het verwarmingssysteem’.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen,
                              voorbeeldfunctie zon op daken van publieke gebouwen.</al>
                      <al>Mogelijkheid om daken publieke of publiek-private gebouwen door derde
                              partijen te laten gebruiken voor dit doel. Het gaat hier om een
                              ‘kan’-bepaling dus dat geeft beleidsruimte om hier wel of niet iets
                              mee te doen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.
                              Beleidsruimte is groot: ‘kunnen’ samenwerking tussen lokale overheden
                              en hernieuwbare energiegemeenschappen versterken</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wordt uitvoering gegeven aan de kan-bepaling, door bijvoorbeeld
                              participatiecoalitie Regionale Energie Strategieën.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.
                              Beleidsruimte: groot, LS maken gebruik van passende maatregelen voor
                              het stimuleren en certificeren van hernieuwbare energie en kunnen
                              innovatieve technologie bevorderen (kan-bepaling).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>NL geeft al uitvoering aan deze kan-bepaling. Voorbeelden:</al>
                      <al>SDE+++</al>
                      <al>Salderingsregeling</al>
                      <al>ISDE</al>
                      <al>SVVE</al>
                      <al>SCE</al>
                      <al>Innovatiesubsidies Nationaal Warmtefonds</al>
                      <al>Verbeteren benutten hypotheek voor het financieren van
                              verduurzamingsmaatregelen</al>
                      <al>Verbeter Je Huis Platform</al>
                      <al>Convenant Verduurzaming Koopketen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 ter In kaart brengen van gebieden die
                                 nodig zijn voor nationale bijdragen aan het algemeen streefcijfer
                                 voor de Unie voor hernieuwbare energie voor 2030</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door een overzicht van bestaande
                              (ruimtelijke) plannen voor het bereiken van de doelstelling voor
                              hernieuwbare energie</al>
                      <al>Uiterlijk op 21 mei 2025 aan te voldoen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Beleidsruimte is groot, wijze waarop is niet bepaald.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Voorkeur voor locaties voor hernieuwbare energie in overzicht waar
                              meervoudig ruimtelijk gebruik kan, is al onderdeel van huidig
                              beleid.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 quater Gebieden voor de versnelde uitrol
                                 van hernieuwbare energie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Vaststellen gebieden voor versnelde uitrol van hernieuwbare energie
                              vóór 21/2/2026.</al>
                      <al>Implementatie aan de orde.</al>
                      <al>Implementatie door aanvulling van artikel 2.21 van de Omgevingswet
                              (de Minister van KGG wijst gebieden aan in de Omgevingsregeling) en
                              een nieuw artikel 2.47: de Minister, gemeenten en provincies kunnen
                              gebieden aanwijzen voor het opwekken van hernieuwbare energie en voor
                              infrastructuurgebieden.</al>
                      <al>De genoemde artikelen zijn ook van toepassing op de Noordzee.</al>
                      <al>Bij amvb wordt geregeld in welke gevallen welk bestuursorgaan
                              aanwijst.</al>
                      <al>Eerste lid, onder a</al>
                      <al>Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen de gekozen gebieden moeten
                              voldoen.</al>
                      <al>Eerste lid, onder b</al>
                      <al>In de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9 van de Omgevingswet wordt bepaald dat
                              het bestuursorgaan dat een gebied heeft aangewezen voor dat gebied een
                              plan moet vaststellen met daarin mitigerende maatregelen. Bij amvb
                              wordt geregeld aan welke eisen het plan moet voldoen.</al>
                      <al>Bij amvb wordt geregeld dat proefprojecten kunnen worden uitgevoerd
                              en dat de keuze van het gebied moet worden gemotiveerd.</al>
                      <al>De inhoud van het plan moet worden gemotiveerd op grond van artikel
                              3:46 Awb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Nationale
                              regelgeving voldoet, geen nadere implementatie nodig.</al>
                      <al>Bestaande regelgeving:</al>
                      <al>Artikel 16.36 Ow: planmer</al>
                      <al>Artikel 16.53c Ow: passende beoordeling.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Omdat ervoor gekozen is (onder voorwaarden) vrijstelling te verlenen
                              van de project mer (beoordelings)plicht voor projecten binnen
                              versnellingsgebieden, wordt het bevoegd gezag in de toelichting
                              aangeraden om op planniveau de plan-MER gedetailleerder en concreter
                              uit te voeren, zodat met inachtneming van de mitigerende maatregelen
                              voldoende zekerheid wordt verkregen over het uitblijven van
                              significante effecten op projectniveau.</al>
                      <al>Tekst opgenomen in toelichting bij art 11.8a Ob.</al>
                      <al>Er is niet voor gekozen de gedetailleerdere plan-mer wettelijk te
                              regelen, omdat de inhoud van de mer afhankelijk is van het gebied en
                              de projecten.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Voorwaarden voor het kiezen van gebieden en regels over het op
                              gezette tijden herzien van plannen worden geregeld bij amvb.</al>
                      <al>Openbaar maken van het plan is al geregeld in artikel 16.77b Ow en
                              artikel 3.42 Awb, artikelen 5 en 6 Bekendmakingswet.</al>
                      <al>Openbaar maken van het aanwijzen van het gebied in het Omgevingsplan,
                              de Omgevingsverordening en de Omgevingsregeling: artikel 3:42 Awb en
                              artikelen 5 en 6 Bekendmakingswet.</al>
                      <al>Verder wordt implementatie vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Vaststellen gebieden voor versnelde uitrol waar al een planMER is
                              uitgevoerd voor 21/5/2024.</al>
                      <al>Nederland maakt geen gebruik van deze mogelijkheid, aangezien dit
                              weinig versnelling brengt en wel veel aanpassingen in bestaande
                              procedures vraagt.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 16bis.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 quinquies Inspraak van het
                                 publiek</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Is reeds geborgd in bestaande wetgeving.</al>
                      <al>Mogelijkheden tot inspraak bij gebieden uit art. 15 quater lid.1,
                              geregeld in Ow en onderliggende regelgeving, artikel 16.23 Ow en
                              afdeling 3.4 Awb.</al>
                      <al>Dit is al geregeld, voor programma’ s in art. 10.8 Ob.</al>
                      <al>– Omgevingsplan: art. 16.30 Ow, 10.2 Ob.</al>
                      <al>– Omgevingsverordening: art. 16.32 Ow, 10.3a Ob.</al>
                      <al>– Projectbesluit: art. 5.47, 5.48 en 5.51 Ow en art. 5.3 en 5.5
                              Ob.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 16.23 van de Omgevingswet regelt dat zienswijzen kunnen
                              worden ingebracht door een ieder: breed publiek dus, niet alleen
                              belanghebbenden.</al>
                      <al>Dit geldt voor toepassing 3.4 Awb. Op grond van art 16.27, 16.30 en
                              16.32 Ow is afd 3.4 Awb van toepassing op het vaststellen van een
                              programma, een omgevingsplan en een omgevingsverordening.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen, mede op
                              grond van artikel 6.12 van de Energiewet.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al></al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 15 sexies Gebieden voor netwerk- en
                                 opslaginfrastructuur die nodig is om hernieuwbare energie in
                                 elektriciteiitssystemen te integreren</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top">
                      <al>Mogelijkheid tot vaststellen van specifieke infrastructuurgebieden
                              voor versnelde uitrol van energie-infrastructuur en opslag nodig voor
                              integratie van hernieuwbare energie in het elektriciteitssysteem.</al>
                      <al>Implementatie door aanvulling van artikel 2.21 van de Omgevingswet
                              (de Minister van KGG kan gebieden aanwijzen in de Omgevingsregeling)
                              en een nieuw artikel 2.47: de Minister, gemeenten en provincies kunnen
                              gebieden aanwijzen voor het opwekken van hernieuwbare energie en voor
                              infrastructuurgebieden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>De genoemde artikelen zijn ook van toepassing op de Noordzee.</al>
                      <al>Bij amvb wordt geregeld in welke gevallen welk bestuursorgaan
                              aanwijst.</al>
                      <al>Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen de gekozen gebieden moeten
                              voldoen.</al>
                      <al>In de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9 van de Omgevingswet wordt bepaald dat
                              het bestuursorgaan dat een gebied heeft aangewezen voor dat gebied een
                              plan moet vaststellen met daarin mitigerende maatregelen. Bij amvb
                              wordt geregeld aan welke eisen het plan moet voldoen.</al>
                      <al>Plan-mer moet worden uitgevoerd op grond van het bestaande artikel
                              16.36 Ow.</al>
                      <al>Passende beoordeling voor een plan is verplicht gesteld in artikel
                              16.53c, eerste lid, Ow</al>
                      <al>Betrekken van infrastructuursysteembeheerders is feitelijk handelen
                              en vaste praktijk.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Mogelijkheid tot vrijstellen van projecten binnen gebieden als
                              bedoeld in art. 15 sexies lid 1 van de projectMER-plicht, passende
                              beoordeling op projectniveau en mitigerende maatregelen.</al>
                      <al>Vrijstelling van de merplicht en mer-beoordelingsplicht wordt op
                              grond van artikel 16.43, vierde lid, Ow geregeld bij amvb.</al>
                      <al>Vrijstelling van de passende beoordeling wordt geregeld in artikel
                              16.53c Ow en uitgewerkt bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie vindt plaats via artikel 16.53d Ow, op grond waarvan
                              een screening moet worden uitgevoerd.</al>
                      <al>Bij amvb worden nadere regels gesteld over de screening, bijvoorbeeld
                              de termijn waarbinnen deze moet plaatsvinden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie vindt voornamelijk bij amvb plaats, waarin geregeld
                              wordt dat mitigerende maatregelen getroffen moeten worden of
                              gecompenseerd moet worden als uit de screening blijkt dat er
                              onverwachte aanzienlijke effecten zijn.</al>
                      <al>Voor financiële compensatie wordt een grondslag toegevoegd met
                              artikel 13.6a Ow.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Zonodig
                              worden bij amvb nadere regels gesteld.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nationale regelgeving voorziet hier al in.</al>
                      <al>Artikel geeft aan dat alleen extra effecten bij ingrepen in de
                              energie-infrastructuur moeten worden beschouwd.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 Organisatie en belangrijkste beginselen
                                 van de vergunnngsprocedure</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie vindt plaats door implementatie van de volgende
                              artikelleden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door wijzigingen van termijnen in ons vergunningstelsel
                              voor wat betreft de bevestiging van de volledigheid van de ontvangen
                              aanvraag binnen 30 (land)/45 dagen (zee). Dit wordt geregeld bij
                              amvb.</al>
                      <al>Op dit moment geldt er overeenkomstig de art. 4:5 en 4:15 Awb geen
                              termijn voor het aanvullen van een onvolledige aanvraag (slechts een
                              redelijke termijn). Dat zal in zaken waarop dit lid van toepassing is
                              moeten worden opgevat als ‘onverwijld’.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 2.48 Ow: de Minister van KGG wordt aangewezen als
                              contactpunt.</al>
                      <al>De mogelijkheid om stukken elektronisch in te dienen bestaat al op
                              grond van artikel 16.1 Ow en 14.1 Omgevingsbesluit.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wettelijk kader bestaat in afdeling 3.4 Awb en hoofdstuk 6 en 7
                              Awb</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door Artikel II van het wetsvoorstel waarmee in de Awb
                              geregeld wordt dat tegen hernieuwbare energieprojecten beroep
                              openstaat in één instantie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 7</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 8</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard geen implementatie.</al>
                      <al>Kan worden toegepast binnen de huidige kaders van de Ow en de
                              Awb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 9</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie. Reeds verankerd in nationale
                              regelgeving.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Openbaarheid van besluiten rond vergunningen is al geregeld. Moet
                              worden toegepast binnen de huidige kaders van de Ow en de Awb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 bis Vergunningsprocedure in gebieden
                                 voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Is grotendeels reeds verankerd in nationale regelgeving.</al>
                      <al>Kennisgeving bij verlenging is deels geregeld in bestaand recht
                              (artikel 16.66, derde lid, Ow voor de uniforme openbare
                              voorbereidingsprocedure) en wordt aangevuld bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Maximale termijnen vallen binnen ons huidige stelsel, geen
                              aanpassingen nodig.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Is grotendeels verankerd in nationale regelgeving.</al>
                      <al>Kennisgeving bij verlenging wordt geregeld bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>In artikel 16.53c, derde en vierde lid, Ow is een grondslag
                              toegevoegd voor uitzondering op de verplichting een passende
                              beoordeling uit te voeren.</al>
                      <al>Een grondslag voor uitzondering op de mer(beoordelings)plicht zit al
                              in artikel 16.43, vierde lid, Ow. Uitzonderingen worden uitgewerkt bij
                              amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 16.53d Ow: screening en doelen van de screening.</al>
                      <al>Vierde lid: als blijkt dat er toch effecten zijn wordt daarover een
                              besluit genomen.</al>
                      <al>Verstrekken aanvullende informatie en termijn waarbinnen de screening
                              moet worden afgerond worden geregeld bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Bij amvb wordt geregeld dat de uitzonderingen op de
                              mer(beoordelings)plicht en passende beoordelingsplicht niet gelden als
                              naar aanleiding van de screening in een besluit wordt vastgelegd dat
                              er effecten zijn.</al>
                      <al>Mitigerende maatregelen en regels over compensatie worden op grond
                              van de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9, nader uitgewerkt bij amvb, in een
                              plan beschreven en vervolgens in een vergunning aan de exploitant
                              verplicht gesteld.</al>
                      <al>Voor financiële compensatie wordt in artikel 13.6a Ow een grondslag
                              opgenomen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 ter Vergunningsprocedure buiten gebieden
                                 voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig, dit is al geregeld in artikel 4:13 Awb en
                              de artikelen 16.61 en 16.64 Ow (reguliere procedure) en artikel 3:18
                              Awb en artikel 16.66 Ow (uniforme openbare
                              voorbereidingsprocedure).</al>
                      <al>Kennisgeven reden uitstel is voor de uniforme openbare
                              voorbereidingsprocecure geregeld in artikel 16.66, derde lid Ow. Voor
                              de regulier procedure is geen implementatie nodig, de verlenging past
                              binnen de basis-termijn uit de richtlijn.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Maximale termijnen vallen binnen ons huidige stelsel.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Eén procedure voor de verschillende beoordelingen is al geregeld in
                              artikel 11.15 van het Omgevingsbesluit.</al>
                      <al>Advies over de gedetailleerdheid van de informatie voor de
                              mer-beoordeling is al geregeld in artikel 16.46 Ow.</al>
                      <al>Niet als opzettelijk beschouwen van doden of verstoren wordt geregeld
                              bij amvb. Hetzelfde geldt voor het mogelijk maken van maatregelen als
                              proef.</al>
                      <al>De genoemde termijnen passen binnen het Nederlandse recht, zie de
                              toelichting bij het eerste lid.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nog te bezien (door beleid) of de energietrajecten ook kunnen leiden
                              tot doden van ‘andere soorten’ (niet VHR-soorten); in</al>
                      <al>dat geval is art. 11.54 Bal ook relevant.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 quater Bespoediging van de
                                 vergunningsprocedure voor repowering</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie vereist.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie vindt zonodig plaats bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door artikel 16.53d, vijfde lid, Ow</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 quinquies Vergunningsprocedure voor de
                                 installatie van apparatuur voor zonne-energie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door artikel 16.64, vijfde en zesde lid, Ow.</al>
                      <al>Vrijstelling van de project-mer wordt geregeld bij amvb.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>In artikel 16.64 Ow is een uitzondering opgenomen van de
                              standaardtermijn van 12 tot 18 weken.</al>
                      <al>We maken gebruik van de mogelijkheid uit de laatste zin van dit
                              artikellid om zonnepanelen op monumenten uit te zonderen van deze
                              verkorte procedure.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie vereist.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Voor deze projecten geldt in Nederland geen vergunningplicht.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 sexies Vergunningsprocedure voor de
                                 installatie van warmtepompen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie via artikel 16.64, vijfde en zesde lid Ow.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie via artikel 16.64, zesde lid.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>We maken gebruik van de uitzondering voor warmtepompen op
                              monumenten.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie vereist</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 16 septies Hoger openbaar belang</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie vindt bij amvb (Bkl) plaats.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>We kiezen er niet voor om de reikwijdte te beperken.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 18 Informatie en opleiding</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door niet-wettelijke
                              maatregelen:</al>
                      <al>Opleiden, kwalificeren en certificeren van installateurs die nodig
                              zijn in de energietransitie, bijvoorbeeld:</al>
                      <al>• Voor laadinfrastructuur is voor het opleiden en certificeren van
                              installateurs hebben elf partners (waaronder IenW) in november 2023
                              een <extref doc="https://www.mensenmakendetransitie.nl/startschot-agenda-laadinfra-eerste-afspraken-al-in-ontwikkeling/" soort="URL" status="actief">convenant</extref> getekend. Mensen Maken
                              de Transitie pakt een deel van deze agenda op (met steun van IenW), en
                              er zijn taken belegd bij de PPS<noot id="n49" type="tabel"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.connectr.nu/actueel/publiek-private-samenwerking-leidt-tot-effectieve-aanpak-tekort-laadpaalspecialisten/" soort="URL" status="actief">Publiek-private samenwerking leidt
                                       tot effectieve aanpak tekort laadpaalspecialisten –
                                       Connectr</extref></noot.al></noot></al>
                      <al>• De Redesign.Life foundation werkt aan voorlichting en de instroom
                              van leerlingen voor de automotive sector (met steun van IenW).</al>
                      <al>Ook heeft het EV Kenniscentrum de afgelopen jaren gratis
                              studiemateriaal ontwikkeld voor docenten om te gebruiken in hun lessen
                              (met steun van IenW).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>De overheid heeft geen lijst gepubliceerd. Wel kan via de website van
                                 <extref doc="https://installq.nl/" soort="URL" status="actief">https://installq.nl/</extref> worden gezocht naar erkende
                              installateurs.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 19 garanties van oorsprong voor energie uit
                                 hernieuwbare bronnen </nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2, eerste alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Op grond van artikel 3, eerste lid van de Wet implementatie
                              EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong kunnen
                              GVO's afgegeven worden voor gasvormige hernieuwbare brandstoffen van
                              niet biologische oorsprong.</al>
                      <al>In de REDIII kamerbrief van 7 juni 2024 is aangegeven dat geen
                              gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid de standaardhoeveelheid in
                              fractie te verdelen tot een veelvoud van 1 Wh. Er wordt middels de
                              ‘wet implementatie REDIII overig’ een grondslag gecreëerd om verdere
                              verfijning in de toekomst mogelijk te maken.Er wordt middels de ‘wet
                              implementatie REDIII overig’ een grondslag gecreëerd om verdere
                              verfijning in de toekomst mogelijk te maken.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2, tweede alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Er wordt middels de ‘wet implementatie REDIII overig’ een grondslag
                              gecreëerd om vereenvoudigde registratieprocessen en lagere
                              registratiekosten in te kunnen voeren.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2, vierde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>In Nederland worden GVO’s enkel aan producenten van hernieuwbare
                              energie afgegeven.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nederland maakt gebruik van de reeds bestaande optie b (de
                              marktwaarde van de garanties van oorsprong in aanmerking nemen bij de
                              vaststelling van de financiële steun) om aan te tonen dat voldoende
                              rekening is gehouden met de marktwaarde van de garantie van
                              oorsprong.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Dit wordt geregeld in artikel 26 van de GVO-regeling.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>De restenergiemix wordt op het moment dat de Association of Issuing
                              Bodies berekend en gepubliceerd.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 7</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c van de Energiewet is de kapstok
                              om dit te regelen. Is al uitgewerkt in artikel 24, eerste lid,
                              onderdeel d van de GVO-regeling</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 8</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>In de Gasrichtlijn is geregeld hoe en wat dit precies moet. De
                              Gasrichtlijn hoeft echter pas in 2026 te worden geïmplementeerd.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 13</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig, actie voor EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 13 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig, actie voor EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 20 Toegang tot en beheer van de
                                 netwerken</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 20 bis Bevorderen van systeemintegratie van
                                 hernieuwbare elektriciteit</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 3.78 (actief en passief openbaar maken) van de Energiewet
                              biedt de kapstok om dit bij MR te regelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Deze gegevens zijn reeds te vinden op <extref doc="https://ned.nl/nl/dataportaal/dataportaal-overzicht" soort="URL" status="actief">https://ned.nl/api.</extref></al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Mogelijke verankering in Energiewet, na overleg met ESNL.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie via (het voorstel tot) Wet houdende regels ter
                              uitvoering van Verordening (EU) 2023/1804.</al>
                      <al>In een NTA Slimme private laadpunten en laaddiensten is geregeld wat
                              een laadpaal moet kunnen om aan deze vereisten te kunnen voldoen.
                              Bedrijven kunnen de NTA gebruiken om aan te tonen dat een laadpaal
                              slim kan laden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Het is voor deze systemen mogelijk om deel te nemen aan de
                              elektriciteitsmarkt, omdat het niet is uitgesloten in een gelijk
                              speelveld er is, zonder dat dit ergens is geëxpliciteerd. De volgende
                              artikelen uit de Energiewet zijn hierbij van belang: 2.1, 2.3, 2.34,
                              3.28 en 3.29.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Toegang tot elektriciteitsmarkten, met inbegrip van congestiebeheer
                              en het aanbieden van flexibiliteits- en balanceringsdiensten, is
                              uitgewerkt in methoden en voorwaarden conform de vereisten van
                              Verordening (EU) 2019/943 en Richtlijn (EU) 2019/944. Deze regels
                              verbieden de facto oneigenlijke uitsluiting of nadelige behandeling
                              van technieken en typen deelnemers, waaronder kleine of mobiele
                              systemen zoals thuisbatterijen en elektrische voertuigen en andere
                              kleine gedecentraliseerde energiebronnen. Hiervoor zijn dus geen
                              nieuwe regels nodig.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 22 bis Integratie van hernieuwbare energie
                                 in de industrie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en vraagt
                              vaststelling streefcijfer.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <?xpp ep?>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 22 ter Voorwaarden voor de verlaging van
                                 het streefcijfer voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                                 niet-biologische oorsprong in de industriesector</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Keuze om gebruik te maken van uitzonderingsgrond. deze
                              uitzonderingsgrond, aangezien niet aan de gestelde voorwaarden kan
                              worden voldaan.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie. Rapportageverplichting indien gebruik
                              wordt gemaakt van uitzonderingsgrond artikel 22 ter lid 1.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 23 Integratie van hernieuwbare energie in
                                 verwarming en koeling</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen,
                              berekeningswijze.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1 ter</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Verwezen wordt naar onderzoek TNO.</al>
                      <al>Zie art. 15 lid 3 en INEK.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2, aanhef</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen,
                              berekeningswijze.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2, vierde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top">
                      <al>Van deze opsommingen van maatregelen gebruikt NL al twee of meer
                              maatregelen. Dit zijn in ieder geval b, d, f en h t/m l. Dit blijkt
                              uit:</al>
                      <al>B: Home owners.</al>
                      <al>• NWF (financing) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.warmtefonds.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162837464%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=gshMvMtk0kJ3Z22EDnolMNH7FUyy9uOwE7IGk1T4G0M%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Groen licht voor jouw verduurzaming –
                                 Warmtefonds</extref></al>
                      <al>• ISDE (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fisde%2Fwoningeigenaren&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162877216%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=aUhYXYOtqahWrhKkuvvs34OEDaboklRiRTgPvnBZsx4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">ISDE: Subsidie voor verduurzaming van uw
                                 woning | RVO.nl</extref></al>
                      <al>Housing associations</al>
                      <al>• SAH (subsidy district heating) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsah&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162897201%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=%2B7OjBtNAlq%2FwHjWbGlRqWxRcfaCVZp6YaZkGjMYgMnc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Stimuleringsregeling aardgasvrije
                                 huurwoningen (SAH) voor verhuurders aanvragen |
                              RVO.nl</extref></al>
                      <al>• ISDE <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fisde%2Fwoningeigenaren&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162912346%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=CVWRiNqOhUjkStdF3K%2Fp9toMWCjlZRYiMSqVOX49sog%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">ISDE: Subsidie voor verduurzaming van uw
                                 woning | RVO.nl</extref></al>
                      <al>Owners associations</al>
                      <al>• SVVE (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsvve&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162928495%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=FupglFiS5iMAfncm5tohunGc09n7tjf%2Bs2ZBA%2FAM%2FB4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">SVVE: Subsidieregeling verduurzaming voor
                                 VvE's</extref></al>
                      <al>• SAH (subsidy district heating) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsah&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162946355%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=h6Et9fcoqkqNgnrytFbm6HyMiqQyXJuHWuQSSjvWsn8%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Stimuleringsregeling aardgasvrije
                                 huurwoningen (SAH) voor verhuurders aanvragen | RVO.nl</extref>
                              (gemengde VvE’s)</al>
                      <al>• NWF: <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.warmtefonds.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162960682%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=%2BQ9ROlIFeY3TiwJKsYIAiuiaFDbPvlALBwhGnYuVrkc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Groen licht voor jouw verduurzaming –
                                 Warmtefonds</extref></al>
                      <al>Landlords (private)</al>
                      <al>• SVOH (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsvoh&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162974394%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=IXOPxXUmX6jZ9H0k7GJnxjPhjiCCwMqh6zpBk7KqwBk%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Subsidieregeling Verduurzaming en
                                 Onderhoud Huurwoningen (SVOH) | RVO.nl</extref></al>
                      <al>Public buildings</al>
                      <al>• DuMaVa (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fdumava&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162988862%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=6k1YszjuQR8buowA2XnSDgQ3%2FH3Yeo23yMMQS5DMFMU%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk
                                 vastgoed (DUMAVA) | RVO.nl</extref></al>
                      <al>• Bevorderen toegang tot financiering voor maatschappelijk vastgoed
                              via bijdragen aan (doelgroepgerichte) fondsen.</al>
                      <al>• Extra middelen voor verduurzaming van het Rijksvastgoed.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>D: Municipalities and provinces</al>
                      <al>• CDOKE (Financing for municipalities and provinces to support
                              planning, implementing and advice/support energy projects) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fcdoke&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163003143%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=HMfHc%2FmU8hiKyaLFXmIZbDDlgv2xMrVbX2akCrDYqmc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Tijdelijke regeling capaciteit decentrale
                                 overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) |
                              RVO.nl</extref></al>
                      <al>• NPLW (inter-governmental program, knowledge, support) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.nplw.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163016316%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=oC1nh89n%2FmmrvFnuZZLBtBmSCWClNxbrpAdftdlJxOs%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Informatie voor gemeenten over de
                                 warmtetransitie | NPLW</extref></al>
                      <al>F: Legislation (collective transformation/district heating)</al>
                      <al>• Artikel 3.6, derde lid van de Omgevingswet. Obligates
                              municipalities to draft and execute a heat program for all districts
                              of the municipality or city.</al>
                      <al>• WGIW <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwetgevingskalender.overheid.nl%2Fregeling%2FWGK010405&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163107727%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=f%2Bk%2BiNU%2Bxj2zBx4AAgkA2HSiBASBXlirZuSQ%2Fn%2FPfMU%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Wet gemeentelijke instrumenten
                                 warmtetransitie | Overheid.nl | Wetgevingskalender</extref></al>
                      <al>• Heat Act: <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36576&amp;cfg=wetsvoorsteldetails" soort="URL" status="actief"> Wet collectieve warmte</extref></al>
                      <al>I: Programma Groen Gas en onderdeel daarvan is bijmengverplichting
                              groen gas voor energieleveranciers. Hier valt alleen geïnjecteerd
                              groen gas onder.</al>
                      <al>J: Routekaart Energieopslag</al>
                      <al>K: bevorderen van energie-efficiënte stadsverwarming in de
                              Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) en de Subsidie
                              Warmte-Infrastructuur Glastuinbouw (SWiG). Ontwikkelfonds Warmte voor
                              warmtegemeenschappen.</al>
                      <al>L: Other than subsidies, financing, support and legislation,
                              sustainability is promoted through tax incentives. examples</al>
                      <al>• Energy taxation. Relative high marginal taxation on energy, both
                              for gas as well as electricity, which is reduced with a fixed
                              reduction. This dampens the total tax on energy, while retaining a
                              marginal incentive to reduces energy consumption. <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.belastingdienst.nl%2Fwps%2Fwcm%2Fconnect%2Fbldcontentnl%2Fbelastingdienst%2Fzakelijk%2Foverige_belastingen%2Fbelastingen_op_milieugrondslag%2Fenergiebelasting%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163141353%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=tIgNAMUEnTc1vEJmXNLoqMjueZY2rQRjp5giY8fyYow%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Energiebelasting</extref></al>
                      <al>• EIA/MIA. For businesses it is possible to apply the Energy
                              Investment Allowance (EIA). <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Feia%2Fondernemers&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163157448%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=kPebz3HRc2Sj9gfnfXO1kMjUgJ38MtbkJQ51PeFUW%2B4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Energie Investeringsaftrek (EIA)</extref><extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fmia-vamil%2Fondernemers&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163171256%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=LU%2BoSUhxM5D0%2FWPa5nTexy%2F0pZR%2FiYs7RNfTj4ypP5o%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Mia en Vamil | RVO.nl</extref> With the
                              EIA companies pay less tax when they invest in energy-efficient
                              technologies and sustainable energy. Companies can deduct 40% of the
                              investment costs from the fiscal profits, on top of the usual
                              depreciation, which results in an average tax deduction of 10%.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 24 Stadsverwarming en -koeling</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in bestaande en nieuwe regelgeving.</al>
                      <al>Warmtewet art. 12a en artikel 7a van de warmteregeling.</al>
                      <al>Nieuwe wetgeving: art. 2.22 en art. 2.23 in WcW, uitwerking in AMvB
                              (nog in ontwikkeling).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                              warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                              warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Vergt
                              vaststellen indicatief cijfer van ten minste 2.2 procentpunt.
                              Rapportage in INEK.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Vaststellen indicatief cijfer aandeel energie uit hernieuwbare
                              bronnen en uit restwarmte en -koude in stadsverwarming en
                              -koeling.</al>
                      <al>LS mogen hernieuwbare elektriciteit meetellen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4 ter</al>
                      <al>Lid 5</al>
                      <al>L:id 6</al>
                      <al>Lid 8</al>
                      <al>Lid 9</al>
                      <al>Lid 10</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                              warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 25 Toename van hernieuwbare energie en
                                 reductie van de broeikasgasintensiteit in de
                                 vervooerssector</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, eerste alinea, onderdeel a</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door wijziging van titel 9.7 Wet milieubeheer (art.
                              9.7.2.1). Streefcijfer CO<inf>2</inf>-reductie nader vastgesteld in
                              Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 1), 5a (lid 1), 5d (lid
                              1).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lidstaten kunnen bij de verplichting onderscheid maken in sturing op
                              een hernieuwbare energiedoelstelling of een
                              CO<inf>2</inf>-reductiedoelstelling. In titel 9.7 Wet milieubeheer
                              (specifiek art. 9.7.2.1) wordt gekozen voor sturing op een
                                 CO<inf>2</inf>-reductiedoelstelling.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, eerste alinea, onderdeel b, en tweede alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1), 9.7.3.2 (lid 2), 9.7.4.6 (lid
                              1), van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in streefcijfers in het
                              Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 4, 5 en 6), 5a (lid 4 en 5), 5d
                              (lid 3 en 4).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, derde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1 t/m 3), 9.7.3.2 (lid 2, onder d)
                              en 9.7.4.6 (lid 1, onder d) van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt
                              in streefcijfers in Besluit energie vervoer in art. 5d (lid 4).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, vierde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen in
                              verslaglegging.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, vijfde alinea</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1), 9.7.3.2 (lid 2) en 9.7.4.6
                              (lid 1) van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in streefcijfers in
                              het Besluit energie vervoer in art 3, 5a en 5d.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1 en lid 4) juncto titel 9.8,
                              9.7.3.2 (lid 2), 9.7.4.6 (lid 1) van de Wet milieubeheer. nader
                              uitgewerkt in Hoofdstuk 2 van het Besluit energie vervoer en Hoofdstuk
                              2 van de Regeling energie vervoer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie door feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lidstaten kunnen brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof in
                              aanmerking nemen: van kan-bepaling wordt geen gebruik gemaakt.</al>
                      <al>Lidstaten mogen bij de vaststelling van de verplichting voor
                              brandstofleveranciers:</al>
                      <al>a. bij leveranciers van elektriciteit en hernieuwbare brandstoffen
                              van niet-biologische oorsprong, vrijstellen van een minimumaandeel
                              geavanceerde biobrandstoffen en biogas: van kan-bepaling wordt gebruik
                              gemaakt t.a.v. leveranciers van elektriciteit.</al>
                      <al>b. sturen op volumes, energie-inhoud of broeikasgasemissies: gekozen
                              voor sturen op broeikasgasemissies.</al>
                      <al>c. onderscheid maken tussen verschillende energiedragers: van
                              kan-bepaling wordt gebruik gemaakt, bijv. geen jaarverplichting op
                              elektriciteit, LNG of CNG.</al>
                      <al>d. onderscheid maken tussen zeevervoerssector en andere sectoren; van
                              kan-bepaling wordt gebruik gemaakt met vaststelling eigen
                              jaarverplichting inzake sector zeevaart (artikel 9.7.2.1 Wet
                              milieubeheer).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie in par. 9.7.4 juncto art. 9.7.2.1 van de Wet
                              milieubeheer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lidstaten mogen particuliere oplaadpunten opnemen in mechanisme: van
                              kan-bepaling wordt gebruik gemaakt via artikel 9.7.4.1, lid 1,
                              onderdeel e, van de Wet milieubeheer.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <?xpp ep?>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 26 Specifieke regels voor biobrandstoffen,
                                 vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen die worden geproduceerd
                                 uit voedsel- en voedergewassen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>(Reeds) geïmplementeerd in de Wet milieubeheer in titel 9.7 Wet
                              milieubeheer (art. 9.7.2.1, 9.7.4.1, lid 1, onderdelen a en b,
                              9.7.4.6, lid 1, onderdeel a); streefcijfers nader ingevuld in Besluit
                              energie vervoer in art. 3 (lid 3), 5a (lid 3) en 5d (lid 3).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Vierde alinea: Lidstaten kunnen de art. 25-doelstelling verlagen in
                              geval van een lager gebruik van voedsel- en voedergewassen van 7%: van
                              deze kan-bepaling wordt geen gebruik gemaakt.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>(Reeds) geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.2.1,
                              9.7.4.1, 9.7.4.2, 9.7.4.6, lid 1, onderdeel a) Vijfde alinea: behoeft
                              naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 27 Berekeningsvoorschriften in de
                                 vervoerssector en met betrekking tot hernieuwbare brandstoffen van
                                 niet-biologische oorsprong, ongeacht hun eindgebruik</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, 2 en 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Adresseert de lidstaat: wordt vormgegeven door de berekening door de
                              lidstaat bij de vaststelling van de hoogte van de jaarverplichting en
                              het verschuldigd aantal per soort emissiereductie-eenheden ex artikel
                              9.7.2.1 van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in het Besluit
                              energie vervoer in art. 3, 5a en 5d.</al>
                      <al>En wordt ingevuld ex artikel 9.7.4.6, vierde lid, bij het vaststellen
                              van regels over de berekening van de
                              CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissie (zie definitie <nadruk type="cur">CO<inf>2</inf></nadruk><nadruk type="cur">-equivalent-ketenemissie</nadruk>
                              in artikel 9.7.1.1).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1, onderdeel d: van de kan-bepaling om brandstoffen op basis van
                              hergebruikte koolstof mee te nemen in de berekening, wordt geen
                              gebruik gemaakt.</al>
                      <al>Lid 1, tweede alinea: van de kan-bepaling tot verhoging van de max.
                              1,7% Bijlage IX-deel B-brandstoffen, wordt geen gebruik gemaakt.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 en 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van de bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wordt geregeld via erkenning door de Cie. van vrijwillige systemen ex
                              artikel 30, vierde lid, RED.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 28 Overige bepalingen inzake hernieuwbare
                                 energie in de vervoerssector</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                      <al>Lid 7</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                              bevoegdheid EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 29 Duurzaamheids- en
                                 broeikasgasemissiereductiecriteria voor biobrandstoffen, vloeibare
                                 biomassa en biomassabrandstoffen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Eerste alinea: art. 9.7.4.2, lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3,
                              onderdeel a), van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in het Besluit
                              energie vervoer in art. 3 (lid 1), 5a (lid 1) en 5d (lid 1).</al>
                      <al>Tweede alinea: art. 9.7.4.2, lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3,
                              onderdeel a), van de Wet milieubeheer,: deels reeds geïmplementeerd in
                              art. 7 (lid 4), en art. 8 (lid 4), van het Besluit energie
                              vervoer.</al>
                      <al>Vierde alinea: niet van toepassing op sector vervoer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Tweede alinea, tweede volzin: Lidstaten kunnen sorteersystemen voor
                              gemengd afval voorschrijven: van deze kan-bepaling wordt geen gebruik
                              gemaakt.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3 tot en met lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Deels reeds geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.4.2, lid
                              1, onderdeel a, en 9.7.4.3, onderdeel a), en in art. 7 (lid 3) en art.
                              8 (lid 3) van het Besluit energie vervoer.</al>
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 7 bis</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van de bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 7 ter</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van de bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 10</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 13</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Geen implementatie nodig: Niet van toepassing op NL</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>De ultraperifere regio's van de EU zijn Guadeloupe, Frans Guyana,
                              Martinique, Mayotte, Réunion en Saint Martin (Frankrijk), de
                              Canarische Eilanden (Spanje) en de Azoren en Madeira (Portugal)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 15</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Feitelijk handelen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 29 bis Broeikasgasemissiereductiecriteria
                                 voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en
                                 brandstoffen op basis van hernieuwbare koolstof</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en is
                              uitgewerkt in art. 9.7.4.4, onderdeel a, van de Wet milieubeheer,
                              nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer in art. 9 (lid 2) en
                              9a (lid 2).</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft geen implementatie, bevoegdheid EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 30 Verificatie van de naleving van de
                                 duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1–2</al>
                      <al>(vervoer)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Deels reeds geïmplementeerd met: onderdeel van certificering
                              duurzaamheidssysteem ex artikel 30, lid 4, richtlijn (EU) 2008/2001;
                              verwerkt in bewijs van duurzaamheid (Proof of Sustainability; PoS) ex
                              artikel 9.7.4.2 en 9.7.4.3 Wet milieubeheer; nader uit te werken in
                              het Besluit energie vervoer nader uitgewerkt in het Besluit energie
                              vervoer in art. 7 (lid 3) en 8 (lid 3).</al>
                      <al>Toepassing massabalans in artikel 9.7.6.2 Wet milieubeheer: nader
                              uitgewerkt in artikel 6 van de Regeling energie vervoer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="1" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top">
                      <al>Eerste alinea: art. 9.7.4.12 van de Wet milieubeheer, nader uit te
                              werken in het Besluit energie vervoer in art. 16 tot en met 24.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" rowsep="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Tweede alinea, tweede volzin: bekendmaking art. 9.7.4.14 van de Wet
                              milieubeheer, nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer in art.
                              32.</al>
                      <al>Opstellen passende norm voor onafhankelijke audits: nader uit te
                              werken in het Besluit energie vervoer</al>
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Tweede alinea:</al>
                      <al>Eerste volzin: Behoeft geen omzetting, in de wetgeving wordt geen
                              onderscheid gemaakt in geografische oorsprong en type grondstof.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie niet nodig.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 9</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 10</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar haar aard geen implementatie, bevoegdheid EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 31 bis Uniedatabank</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 1</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie, opdracht
                              voor EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 2</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>artikel 9.7.1.3 Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in artikel 3b
                              Regeling energie vervoer</al>
                      <al>Artikel 9.10.1.2. Concept wetsvoorstel Wet jaarverplichting
                              hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                              industrie</al>
                      <al>Artikel 9.9.1.2. Concept wetsvoorstel jaarverplichting groen gas</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 4</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Artikel 9.10.1.2. Concept wetsvoorstel Wet jaarverplichting
                              hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                              industrie</al>
                      <al>Artikel 9.9.1.2. Concept wetsvoorstel jaarverplichting groen gas</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 5</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>artikel 9.7.1.3 Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in artikel 3b
                              Regeling energie vervoer</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Beleidsmatige keuze over wel/geen nationale databank moet nog gemaakt
                              worden.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 6</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie, opdracht
                              voor EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 3 Toezicht door de Commissie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Lid 3</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie, opdracht
                              voor EC.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 35 Uitoefening van de
                                 bevoegdheidsdelegatie</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Bijlage I Totale nationale streefcijfers voor het
                                 aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik
                                 van energie in 2020</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Reeds geïmplementeerd in artikel 9.7.2.1 Wm en nader uitgewerkt in
                              Besluit Energievervoer (art. 3)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Bijlage I bis nationale aandelen energie uit
                                 hernieuwbare bronnen voor verwarming en koeling in het
                                 bruto-eindverbruik van energie voor 2020–2030</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Bijlage III Energie-inhoud van
                                 brandstoffen</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Bijlage IX</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie Wet milieubeheer (art. 9.7.4.6, lid 1, onderdelen b en
                              c, en art. 9.7.4.8, lid 1)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 2 Wijziging verordening (EU)
                                 2019/1999</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>Verwerkt in INEK</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 3 Wijzigingen van Richtlijn
                                 98/70/EG</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 1</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Reeds geïmplementeerd in hoofdstuk 2 (art. 2.1) van het Besluit
                              brandstoffen luchtverontreiniging</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 2</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wijziging van artikel 1.1 van het Besluit brandstoffen
                              luchtverontreiniging (gewijzigde definitie van biobrandstoffen; nieuwe
                              definitie van leverancier)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 4, lid 1</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Wijziging van artikel 2.5 (lid 1) van het Besluit brandstoffen
                              luchtverontreiniging</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 4, lid 2</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Reeds geïmplementeerd in art. 1.1 (definitie van gasolie voor mobile
                              machines) en art. 2.6 (lid 1 en 2) van het Besluit brandstoffen
                              luchtverontreiniging</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 7bis tot en met 7sexies</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Implementatie via vervallen van titel 9.8 van de Wet milieubeheer
                              (Rapportage – en reductieverplichting vervoersemissies)</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Artikel 9</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Bijlage I, II, IV en V</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                      <al>Bijlage I en II: Implementatie via reeds bestaande art. 2.3 en 2.5
                              van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging en wijziging
                              Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.</al>
                      <al>Bijlage III en IV: implementatie via vervallen titel 9.8. van de Wet
                              milieubeheer.</al>
                    </entry>
                    <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </bijlage>
        </wet-besluit>
      </object_van_advies>
    </adviesRvS>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>