﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-15359/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 8 april 2026, houdende de aanwijzing van de gegevensuitwisselingsentiteit Energiewet als aangewezen organisatie onder de Wet digitale overheid</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al>handelende in overeenstemming met de Minister van Klimaat en Groene Groei,</considerans.al>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 2, zesde lid, van de Wet digitale overheid;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel </label>
            <nr status="officieel">1</nr>
          </kop>
          <al>Als organisatie als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet digitale overheid, wordt aangewezen: de gegevensuitwisselingsentiteit, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Energiewet.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel </label>
            <nr status="officieel">2</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-04-08">8 april 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>W.J.M.</voornaam>
            <achternaam>Aerdts</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al>Met de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 heeft de zogeheten gegevensuitwisselingsentiteit (hierna: GUE) de wettelijke taak gekregen te zorgen voor de efficiënte, beveiligde en beschermde toegang tot en uitwisseling van gegevens binnen het elektriciteits- en gassysteem. Beoogd is dat de GUE hierbij ook gebruik maakt van het publieke identificatiemiddel DigiD, dat valt onder het gereguleerde kader van de Wet digitale overheid (hierna: Wdo). De Wdo regelt de toegang tot elektronische diensten in het publieke domein en in deze wet is onder meer geregeld dat het publieke identificatiemiddel (DigiD) uitsluitend mag worden gebruikt door bestuursorganen en aangewezen organisaties. Met dit besluit wordt de GUE, bedoeld in artikel 4.15 Energiewet, aangemerkt als aangewezen organisatie in de zin van de Wdo.</al>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Juridische context Wdo</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 8, eerste lid, van de Wdo bepaalt dat het publieke identificatiemiddel uitsluitend mag worden gebruikt voor de toegang tot elektronische dienstverlening door (1) bestuursorganen en (2) aangewezen organisaties. Onder bestuursorganen worden, conform artikel 2 van de Wdo, verstaan de organen als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht (de zogenaamde a-organen). Hier valt de GUE niet onder. Aangewezen organisaties in de zin van de Wdo zijn de organisaties die zijn genoemd in de bijlage bij de Wdo, dit zijn onder meer pensioenuitvoerders en instellingen voor hoger onderwijs (zie artikel 2, tweede lid, Wdo). Daarnaast kunnen bij algemene maatregel van bestuur categorieën organisaties worden aangewezen (zie artikel 2, vierde lid, Wdo). Ook kan op grond van het zesde lid van dat artikel een specifieke organisatie worden aangewezen bij besluit van ‘Onze Minister’<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Waar de Wdo nog verwijst naar ‘Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’, is in februari 2026 vastgelegd dat dit een bevoegdheid is van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (digitale economie en soevereiniteit). Zie: Ministerie van Algemene zaken, ‘Portefeuilleverdeling kabinet-Jetten’, nieuwsbericht d.d. 23 februari 2026.</noot.al></noot>, in overeenstemming met de minister die beleidsmatig verantwoordelijk is voor het werkterrein van de desbetreffende organisatie.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Juridische context Energiewet en Energiebesluit</titel>
          </kop>
          <al>De Energiewet is per 1 januari 2026 in werking getreden en vervangt de voormalige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. In vergelijking met deze twee voormalige wetten, is in de Energiewet veel aandacht voor het verder versterken van de doelmatige, doeltreffende en veilige uitwisseling van gegevens binnen het elektriciteits- en het gassysteem. Dit hangt samen met Elektriciteitsrichtlijn<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB 2019, L 158).</noot.al></noot> (artikel 23 en 24) en de Gasrichtlijn<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking).</noot.al></noot> (artikel 22 en 23) die vereisen dat lidstaten de efficiënte en beveiligde toegang tot en uitwisseling van gegevens organiseren. Hierbij moeten betrokken burgers en bedrijven<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>In beide richtlijnen wordt gesproken over ‘eindafnemers’. In de Energiewet is dit nader gespecificeerd en gaat het in de meeste gevallen om een ‘aangeslotene’ op het elektriciteits- of gassysteem. Dit zijn huishoudens, bedrijven, instellingen, kerken, etc.</noot.al></noot> de mogelijkheid hebben om hun eigen gegevens in te zien en moeten ze deze gegevens naar eigen keuze ook kunnen delen met een derde partij, bijvoorbeeld een prijsvergelijker of adviseur. In veel gevallen gaat het om (meet-)gegevens die ook classificeren als persoonsgegevens in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).</al>
          <al>De Energiewet bevat, ter implementatie van de Elektriciteitsrichtlijn en de Gasrichtlijn, allerlei voorschriften welke (meet-)gegevens binnen het elektriciteits- en het gassysteem moeten worden verzameld, geregistreerd en uitgewisseld en welke partijen daar een wettelijke taak in hebben. Hierbij is voortgebouwd op de reeds bestaande regelgeving en (IT-)infrastructuur onder het regime van de voormalige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Op basis hiervan worden (onbalans-)verrekeningen binnen het energiesysteem gedaan en worden miljoenen huishoudens en bedrijven bediend, bijvoorbeeld bij het eenvoudig overstappen naar een nieuwe energieleverancier, het ontvangen van facturen en verbruiksoverzichten en inzage in de eigen meetgegevens.</al>
          <al>Nieuw in de Energiewet is de introductie van een aparte rechtspersoon die nu exclusief verantwoordelijk is voor het algehele systeem van gegevensuitwisseling. Het gaat dan zowel om de technische (IT-)systemen als om de voorwaarden en procedures waaronder allerlei sectorpartijen betrokken zijn en gegevens kunnen worden uitgewisseld. De wettelijke taken van deze ‘gegevensuitwisselingsentiteit’ (GUE) zijn vastgelegd in afdeling 4.3 Energiewet (artikel 4.15 tot en met 4.25). De Energiewet verplicht de aangewezen systeembeheerders (zoals TenneT, GTS, Stedin, Liander, Enexis) in dit kader gezamenlijk tot de oprichting van een aparte rechtspersoon die de wettelijke taken van de GUE gaat uitvoeren. In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Energiewet is deze rechtspersoon in december 2021 opgericht onder de statutaire naam ‘Beheerder Afsprakenstelsel (BAS) B.V.’ en opereert sinds het najaar van 2025 onder de handelsnaam ‘Het Normo’. De gezamenlijke systeembeheerders zijn eigenaar van deze rechtspersoon.</al>
          <al>Teneinde de efficiënte, beveiligde en beschermde toegang en uitwisseling van gegevens te waarborgen (zoals de Elektriciteitsrichtlijn en de Gasrichtlijn vereisen), legt de Energiewet diverse taken en verplichtingen aan de GUE op. Van de GUE wordt onder meer vereist dat deze passende maatregelen neemt ter identificatie, authenticatie en autorisatie van (i) betrokken sectorpartijen, maar ook van (ii) huishoudens en bedrijven op het moment dat zij bijvoorbeeld toegang wensen tot geregistreerde gegevens uit hun ‘slimme meter’. Waar dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke taken, is de GUE bevoegd het burgerservicenummer (BSN) van natuurlijke personen te verwerken of te raadplegen (zie artikel 4.20 Energiewet). In het Energiebesluit (artikel 4.19) is vastgelegd dat de GUE hierbij voor natuurlijke personen een publiek identificatiemiddel (DigiD) als bedoeld in artikel 5 Wdo hanteert. Hierbij wordt invulling gegeven aan de, op grond van de Elektriciteitsrichtlijn opgestelde, uitvoeringsverordening inzake de toegang tot meter- en verbruiksgegevens.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1162 van de Commissie van 6 juni 2023 inzake interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor toegang tot meter- en verbruiksgegevens.</noot.al></noot> Deze uitvoeringsverordening beveelt aan om, rondom de toegang tot energiegegevens, identificatiemiddelen in te zetten die voldoen aan de eIDAS-verordening.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Aanwijzing gegevensuitwisselingsentiteit op grond van artikel 2, zesde lid, Wdo</titel>
          </kop>
          <al>Om het gebruik van een publiek identificatiemiddel (DigiD) overeenkomstig de wettelijke taken in artikel 4.20 Energiewet en 4.19 Energiebesluit mogelijk te maken, moet de GUE worden aangewezen op grond van artikel 2 Wdo, meer in het bijzonder het zesde lid. Gelet op de memorie van toelichting bij de Wdo gaat het hier om ‘<nadruk type="cur">instanties die elektronische diensten verlenen ter uitvoering van een publieke taak, in het algemeen belang of waarbij het burgerservicenummer wordt verwerkt, waarvoor, gelet op de aard en kenmerken van deze diensten, veilige en betrouwbare authenticatie noodzakelijk is</nadruk>’.<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2017/18, <extref doc="kst-34972-3" soort="document" status="actief">34 972, nr. 3</extref>.</noot.al></noot></al>
          <al>Gelet op het voorgaande is aanwijzing van de GUE op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wdo wenselijk en passend. Kort samengevat gaat het om het volgende. De publieke taak van de GUE is expliciet vastgelegd in de Energiewet, namelijk de exclusieve wettelijke taak om te zorgen voor de toegang tot en het faciliteren van de uitwisseling van gegevens binnen de elektriciteits- en gassysteem (artikel 4.16 Energiewet). Onderdeel van deze taak is ‘<nadruk type="cur">het nemen van technische en organisatorische maatregelen ter identificatie, authenticatie en autorisatie</nadruk>’ van betrokkenen, waaronder natuurlijke personen (artikel 4.20 Energiewet). Hierbij is de GUE ook bevoegd om burgerservicenummers te verwerken of te raadplegen (artikel 4.20 Energiewet). Verder is de GUE verplicht om bij deze identificatie door natuurlijke personen een publiek identificatiemiddel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Wet digitale overheid (DigiD), op betrouwbaarheidsniveau substantieel als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de eIDAS-verordening te hanteren (artikel 4.19 Energiebesluit). De aanwijzing van de GUE en de inzet van DigiD als publiek identificatiemiddel maakt het vervolgens mogelijk dat de identiteit van natuurlijke personen kan worden geverifieerd op het moment dat zij inzage willen in de (meet-)gegevens die voor hun elektriciteits- of gasaansluiting zijn geregistreerd en zij deze gegevens eventueel met een derde partij willen delen. Hiermee wordt ook voldaan aan de verplichtingen in de Elektriciteitsrichtlijn en de Gasrichtlijn, namelijk het voorzien in een efficiënte en beveiligde toegang tot de eigen gegevens en het kunnen delen met derden. Tot slot wordt hiermee ook uitvoering gegeven aan de aanbeveling in de eerder genoemde Europese uitvoeringsverordening inzake de toegang tot meter- en verbruiksgegevens.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. De GUE is klaar voor het uitvoeren van dit besluit en voor andere belanghebbenden ontstaan met dit besluit geen verplichtingen, maar enkel meer mogelijkheden om toegang te krijgen tot gegevens binnen het energiesysteem. Daarom is zo spoedig mogelijke inwerkingtreding wenselijk.</al>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>W.J.M.</voornaam>
            <achternaam>Aerdts</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>