﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12702/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 5 april 2026 tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met het mogelijk maken van een verlengde betalingsregeling bij de aanwezigheid van vermogen waarvan het onredelijk bezwarend wordt geacht om deze terstond liquide te maken</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <context>
          <context.al type="datum">5 april 2026</context.al>
          <context.al type="kenmerk">Nr. 2026-0000027411</context.al>
          <context.al type="origine">Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen en Toeslagen</context.al>
        </context>
        <wie>De Staatssecretaris van Financiën,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 31 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <wat>In het zesde lid vervalt ‘voldoende’. Voorts wordt ‘artikel 12’ vervangen door ‘artikel 12, eerste tot en met vierde lid,’.</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <wat>Onder vernummering van het zevende en achtste lid tot achtste en negende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:</wat>
            <artikeltekst>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                <al>In afwijking van het zesde lid kan de Dienst Toeslagen op verzoek van de belanghebbende indien het vermogen van de belanghebbende of de partner, bedoeld in het vijfde lid, bestaat uit bezittingen waarvan het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken, ten aanzien van een of meer terugvorderingen een betalingsregeling als bedoeld in het vijfde lid toestaan, met een verlenging van de betalingstermijn met maximaal 48 maanden, waarin een bedrag gelijk aan de waarde in het economische verkeer van de betreffende bezittingen, verminderd met de op die bezittingen betrekking hebbende bevoorrechte schulden van de belanghebbende of die partner, wordt voldaan onder door de Dienst Toeslagen te stellen voorwaarden. In geval een belanghebbende onvoldoende betalingscapaciteit heeft om een bedrag gelijk aan deze waarde af te lossen, lost de belanghebbende maandelijks een lager bedrag af gebaseerd op de aanwezige betalingscapaciteit.</al>
              </lid>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <wat>In het negende lid (nieuw) wordt ‘vierde of vijfde lid’ vervangen door ‘vierde, vijfde of zevende lid’.</wat>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <titel>ll</titel>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Financiën,</functie>
          <naam>
            <voornaam>E.</voornaam>
            <achternaam>Eerenberg</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Algemeen deel</titel>
          </kop>
          <al>In de kabinetsreactie op het rapport ‘<nadruk type="cur">Ongekend onrecht</nadruk>’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet toegezegd de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen te herzien, met bijzondere aandacht voor mensen die langdurig kampen met hoge schulden.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2020/21, <extref doc="kst-35510-4" soort="document" status="actief">35 510, nr. 4</extref>, p. 11.</noot.al></noot> Op 23 december 2022 zijn de herziene invorderingsstrategieën aan de Tweede Kamer aangeboden.<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-31066-1161" soort="document" status="actief">31 066, nr. 1161</extref>.</noot.al></noot> De strategieën schetsen de meest wenselijke aanpak voor het invorderen van belasting- en toeslagschulden. Vervolgens hebben de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen gewerkt aan de uitwerking van deze strategieën in concrete maatregelen. De Tweede Kamer is hierover meermaals geïnformeerd.<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Zie onder meer: Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-31066-1279" soort="document" status="actief">31 066 nr. 1279</extref>, Kamerstukken II 2023/24, <extref doc="kst-31066-1339" soort="document" status="actief">31 066, nr. 1339</extref>, Kamerstukken II 2023/24, <extref doc="kst-31066-1380" soort="document" status="actief">31 066, nr. 1380</extref>, Kamerstukken II 2024/25, <extref doc="kst-31066-1433" soort="document" status="actief">31 066, nr. 1433</extref>.</noot.al></noot></al>
          <al>In de Kamerbrief van 26 april 2024 zijn diverse verbetermaatregelen aangekondigd waarbij de verwachting is dat deze op korte termijn kunnen worden ingevoerd.<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2023/24, <extref doc="kst-31066-1380" soort="document" status="actief">31 066, nr. 1380</extref>.</noot.al></noot> Eén van deze maatregelen betreft het leveren van maatwerk in situaties waarin mensen met openstaande vorderingen gedwongen zouden worden vermogensbestanddelen, zoals een woning, te verkopen om hun schulden af te kunnen lossen. Dit kan namelijk een onevenredige impact hebben op deze mensen. In de eerdergenoemde Kamerbrief is toegezegd dat in dergelijke situaties aanvullende regelingen mogelijk worden gemaakt. Met betrekking tot belastingschulden is ingevolge een wijziging van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (URIW 1990) een aanvullende betalingsregeling per 1 juli 2025 in werking getreden en is het mogelijk om mensen in bepaalde situaties in aanmerking te laten komen voor kwijtschelding van belastingschulden zodat vermogensbestanddelen niet hoeven te worden verkocht om aan de betalingsverplichting te voldoen.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Artikel 12, vijfde lid, URIW 1990 in samenhang met artikel 25.5a. LI 2008 Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen.</noot.al></noot></al>
          <al>De wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (UR Awir) en de Leidraad Invordering 2008 (LI 2008) biedt, onder door de Dienst Toeslagen te stellen voorwaarden, mensen de mogelijkheid om voor een of meer terugvorderingen, naast de reguliere looptijd van een persoonlijke betalingsregeling van 24 maanden, een schuld over een aanvullende periode van 48 maanden af te lossen, zodat vermogensbestanddelen, waarvan het onredelijk bezwarend wordt geacht deze liquide te maken, niet hoeven te worden verkocht om aan de betalingsverplichting te voldoen. Deze maatregel ziet niet op de betaling van bestuurlijke boetes. In verband met de opstart van het Intensief Toezicht-proces, zal pas na de start van het proces aan de hand van de casuïstiek volledig beoordeeld kunnen worden of toepassing van de verlengde betalingsregeling voor het aflossen van een boete wenselijk en noodzakelijk is.</al>
          <al>Met de wijziging van de UR Awir en de LI 2008 wordt invulling gegeven aan de toezegging om mensen met schulden meer ademruimte te bieden. Daarnaast maakt de onderhavige wijziging van de UR Awir het mogelijk om mensen in bepaalde situaties in aanmerking te laten komen voor een beschikking waarin is opgenomen dat wordt afgezien van verdere invorderingsmaatregelen ten aanzien van een toeslagschuld. Dit kan aan de orde zijn wanneer de openstaande toeslagschuld groter is dan de waarde van de bezitting(en) in het economische verkeer verminderd met eventueel op die bezitting(en) betrekking hebbende schulden van de burger en zijn echtgenoot die hoger bevoorrecht zijn dan de in te vorderen schuld en een bedrag gelijk aan deze waarde, of een lager bedrag gebaseerd op de betalingscapaciteit, met een betalingsregeling is voldaan. Hiermee wordt aan mensen de mogelijkheid geboden om, nadat zij een deel van hun schuld hebben afgelost, alsnog een toekomst vrij van toeslagschulden te krijgen zonder dat deze mensen eerst gedwongen zijn hun vermogensbestanddeel te verkopen.</al>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Deze maatregel is doeltreffendheid en doelmatig, omdat het mensen met een of meer openstaande vorderingen de mogelijkheid biedt om via een verlengde betalingsregeling hun toeslagschuld af te lossen, zonder dat ze gedwongen worden om bepaalde vermogensbestanddelen, zoals een woning, te verkopen. Hiermee wordt een onevenredige grote impact op het leven van deze mensen voorkomen. Zoals aangegeven, zal het eventueel van toepassing verklaren van de verlengde betalingsregeling op boetes, op een later moment bepaald worden. Er is geen evaluatie voorzien.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Uitvoeringsgevolgen Belastingdienst en Dienst Toeslagen</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling is door de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen beoordeeld met een Uitvoeringstoets en uitvoerbaar geacht per de voorgestelde datum van inwerkingtreding.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Doenvermogen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de verlengde betalingsregeling moet een burger zelf een verzoek doen. Dit verzoek wijkt niet af van een gebruikelijk verzoek voor een betalingsregeling gebaseerd op betalingscapaciteit. Ook de aan te leveren informatie is gelijk. Wel is de regeling langer en lopen betalingen dus ook langer door, dit is een aandachtspunt voor de burger. Daarnaast kan er een jaarlijkse monitoring van de betalingscapaciteit gedaan worden, hier komt mogelijk het verzoek voor aanleveren aanvullende informatie naar voren. Ingeschat wordt dat de aanspraak op het doenvermogen iets groter is, maar de verwachting is dat dit goed uitvoerbaar is voor de burger. Daarnaast kan verlenging van de aflossingsperiode financiële stress voor de doelgroep verminderen, wat hun doenvermogen ten goede kan komen.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel l (artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regeling)</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 7, zesde lid, UR Awir</titel>
              </kop>
              <al>Het artikel 7, zesde lid, UR Awir is aangepast naar aanleiding van de wijziging van artikel 12 URIW 1990 met ingang van 1 juli 2025. Het woord ‘voldoende’ is verwijderd om duidelijker te maken dat er bij de aanwezigheid van vermogen geen persoonlijke betalingsregeling gebaseerd op de betalingscapaciteit mogelijk is. Gebleken is dat dit door het woord ‘voldoende’ in de praktijk anders uitgelegd werd.</al>
              <al>Daarnaast werd voor de bepaling van vermogen eerst verwezen naar het gehele artikel 12 URIW 1990. Aan dit artikel is per 1 juli 2025 een lid toegevoegd (artikel 12, vijfde lid, URIW 1990). In het artikel 12, vijfde lid, URIW 1990 is bepaald dat bij de vaststelling van het vermogen een bezitting buiten beschouwing wordt gelaten indien het onredelijk bezwarend is deze terstond liquide te maken. De mogelijkheid om dergelijke bezittingen buiten beschouwing te laten is voor het vaststellen van een persoonlijke betalingsregeling opgenomen in artikel 7, zevende lid, UR Awir. Overeenkomstig deze systematiek wordt in artikel 7, zesde lid, UR Awir verwezen naar het vermogen, bedoeld in artikel 12, eerste tot en met vierde lid, URIW 1990, zonder de mogelijkheid om bezittingen buiten beschouwing te laten waarvan het onredelijk bezwarend is deze liquide te maken.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 7, zevende lid, UR Awir</titel>
              </kop>
              <al>Het ingevoegde artikel 7, zevende lid, UR Awir regelt een uitzondering op het uitsluiten van de mogelijkheid tot een persoonlijke betalingsregeling gebaseerd op de betalingscapaciteit bij aanwezigheid van vermogen als bedoeld in artikel 12, eerste tot en met vierde lid, URIW 1990.</al>
              <al>Op basis van artikel 7, vijfde lid, UR Awir, in samenhang met artikel 79.8 LI 2008, is het mogelijk om op verzoek van belanghebbende een betaling in 24 maandelijkse termijnen toe te staan, gebaseerd op de betalingscapaciteit. De betalingscapaciteit is het bedrag dat overblijft nadat het gemiddelde netto-besteedbare maandinkomen van de belanghebbende in de twaalf maanden na het verzoek wordt verminderd met de gemiddelde maandelijkse kosten van bestaan in diezelfde periode.<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Artikel 7, vierde lid, UR Awir in samenhang met artikel 13, eerste lid, URIW 1990.</noot.al></noot></al>
              <al>Artikel 7, zesde lid, UR Awir staat een betalingsregeling als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, UR Awir niet toe bij aanwezigheid van vermogen van belanghebbende en zijn partner als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, UR Awir. Onder vermogen wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belanghebbende en zijn partner, verminderd met de schulden van de belanghebbende en zijn partner die hoger bevoorrecht zijn.<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Artikel 7, vijfde lid, UR Awir in samenhang met artikel 12, eerste lid, URIW 1990.</noot.al></noot></al>
              <al>Het in artikel 7 UR Awir ingevoegde lid regelt dat ten aanzien van een of meer terugvorderingen een betalingsregeling gebaseerd op de betalingscapaciteit ook mogelijk wordt bij aanwezigheid van dit vermogen, wanneer het onredelijk bezwarend is om van de belanghebbende te eisen om zijn vermogensbestanddeel terstond liquide te maken ter voldoening van een openstaande toeslagschuld (artikel 7, zevende lid, UR Awir). In dat geval kan de Dienst Toeslagen een verlengde betalingsregeling van maximaal 72 maanden toestaan: 24 maanden conform artikel 7, vijfde lid, UR Awir plus maximaal 48 maanden extra. Dit stelt de belanghebbende in staat om, wanneer het onredelijk bezwarend is de bezitting(en) terstond liquide te maken, een bedrag maximaal gelijk aan de nettowaarde te voldoen in maximaal 48 maanden extra. Deze nettowaarde wordt bepaald op basis van de waarde in het economische verkeer van de bezitting(en), verminderd met eventuele daarop betrekking hebbende bevoorrechte schulden van de belanghebbende en zijn partner.</al>
              <al>In bepaalde gevallen kan het onredelijk bezwarend zijn om van de belanghebbende en zijn partner te eisen om zijn vermogensbestanddeel terstond liquide te maken ter voldoening van een openstaande toeslagschuld. Wanneer het onredelijk bezwarend is om van de belanghebbende te verlangen dat hij het vermogensbestanddeel terstond liquideert, hangt af van de relevante feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Dit kan zich in ieder geval voordoen bij een belanghebbende die vanwege een beperkte betalingscapaciteit zijn schuld niet kan voldoen binnen een standaard betalingsregeling van 24 maanden en ook niet in aanmerking komt voor een betalingsregeling gebaseerd op zijn betalingscapaciteit (persoonlijke betalingsregeling) vanwege de waarde van zijn eigen woning in relatie tot zijn hypotheekschuld. In dergelijke situaties kan het onevenredig zijn om van de belanghebbende te verlangen zijn woning te verkopen om de toeslagschuld te voldoen. Het wordt in beginsel niet passend geacht vermogensbestanddelen te ontzien die kunnen kwalificeren als een luxe goed, zoals een plezierjacht of tweede auto.</al>
              <al>Met de termijn van 72 maanden wordt rekening gehouden met de bijzonderheid dat belanghebbenden hun bezittingen niet liquide hoeven te maken, wanneer het onredelijk bezwarend is deze liquide te maken. Belanghebbenden krijgen boven op de termijn van 24 maanden, nog eens maximaal 48 maanden de tijd om de schuld of het bedrag maximaal gelijk aan de nettowaarde van de bezitting(en), waarvan is vastgesteld dat het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken, te voldoen. Deze aanvullende termijn van 48 maanden moet belanghebbenden voldoende ruimte bieden om de schuld of het bedrag maximaal gelijk aan de nettowaarde van de bezitting(en) waarvan is vastgesteld dat het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken, alsnog te kunnen voldoen. Terwijl het tegelijkertijd bijdraagt aan een evenwichtige afwikkeling van de schuld, nu deze niet leidt tot een onnodig langdurige termijn waarin de belanghebbende zijn maandelijkse betalingscapaciteit moet aanwenden voor het voldoen van zijn schuld.</al>
              <al>Een belanghebbende hoeft zijn maandelijkse betalingscapaciteit niet voor de maximale termijn van 72 maanden in te zetten wanneer hij in de verlengende termijn van 48 maanden een schuld heeft afgelost die gelijk is aan de nettowaarde van de bezitting(en) waarvan is vastgesteld dat het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken. Oftewel, de belanghebbende heeft een bedrag maximaal gelijk aan de nettowaarde van de bezitting(en) waarvan is vastgesteld dat het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken, ingezet voor de voldoening van de schuld.</al>
              <al>Als de maandelijkse betalingscapaciteit ontoereikend is om in 48 maanden een bedrag gelijk aan de nettowaarde van de bezitting(en) waarvan is vastgesteld dat het onredelijk bezwarend is om deze terstond liquide te maken af te lossen, lost de belanghebbende in 72 maanden een bedrag af ter hoogte van de aanwezige betalingscapaciteit. Hier kan zich ook de situatie voordoen dat er geen betalingscapaciteit aanwezig is. Voor deze situatie is in de LI 2008 bepaald dat een betalingsregeling voor 72 maanden voor € 0 kan worden afgesloten. Daarnaast is in de LI 2008 bepaald, dat jaarlijks door de Dienst Toeslagen kan worden getoetst of er wijzigingen in het inkomen hebben plaatsgevonden en indien dat het geval is, de betalingscapaciteit opnieuw wordt berekend. Dit kan tot een aanpassing van het maandbedrag leiden.</al>
              <al>Na een betalingsregeling met een periode van maximaal 72 maanden wordt in het geval dat er nog een toeslagschuld open staat, een beschikking als bedoeld in artikel 79.9 LI 2008 afgegeven, waarin wordt afgezien van verdere invorderingsmaatregelen.</al>
              <al>In die gevallen wanneer het niet onredelijk bezwarend is om het vermogen liquide te maken, zal het vermogen (deels) geliquideerd en ingezet ter aflossing van de toeslagschuld moeten worden. Om te voorkomen dat een vermogensbestanddeel terstond geliquideerd moet worden, wordt in de LI 2008 opgenomen dat de Dienst Toeslagen de belanghebbende in dergelijke gevallen een redelijke termijn zal gunnen om een andere oplossing te vinden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 7, negende lid (nieuw), UR Awir</titel>
              </kop>
              <al>Met de wijziging van artikel 7, negende lid (nieuw), UR Awir wordt geregeld dat het verzoek van de belanghebbende om een betalingsregeling als bedoeld in artikel 7, zevende lid, UR Awir ook kan worden afgewezen indien het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling. Hierbij kan gedacht worden aan het herhaald verzoeken om een betalingsregeling door de belanghebbende, nadat eerder toegekende betalingsregelingen zijn stopgezet, waardoor de invordering wordt gefrustreerd. Tegen de afwijzing van het verzoek van de belanghebbende staat bezwaar en beroep open volgens het reguliere proces.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel ll (inwerkingtredingsbepaling)</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze regeling, die per 1 juli 2026 in werking treedt. Dit moment is afgestemd op de gelijktijdige inwerkingtreding van de aanpalende wijzigingen van de LI 2008.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Financiën,</functie>
          <naam>
            <voornaam>E.</voornaam>
            <achternaam>Eerenberg</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
      <bijlage status="goed">
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Verlengde betalingsregeling illiquide vermogen</titel>
          </kop>
          <plaatje>
            <illustratie kleur="nee" type="lijn" uitlijning="start" formaat="png" naam="stcrt-2026-12702-001.png" breedte="84mm" hoogte="116mm" />
          </plaatje>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Beschrijving voorstel/regeling</titel>
            </kop>
            <al>Vermogen moet worden aangewend voor het aflossen van een toeslagschuld voordat een persoonlijke betalingsregeling kan worden verleend, ook wanneer het vermogen ontoereikend is om de gehele schuld te voldoen. Wanneer er sprake is van vermogen waarvan het onredelijk bezwarend is om dit liquide te maken, biedt deze regeling mensen de mogelijkheid om − naast de reguliere tweejarige looptijd van een betalingsregeling − over een aanvullende periode van vier jaar hun toeslagschuld (niet zijnde boete) te voldoen. Dat wil zeggen: na een vaste periode van 24 maanden volgt een verlenging van maximaal 48 maanden, waardoor de duur in totaal 72 maanden bedraagt. Dit moet onder de voorwaarde dat de burger Dienst Toeslagen informeert als er een verandering in zijn situatie komt. Daarnaast kan Dienst Toeslagen een verzoek afwijzen wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling (zoals bij gegronde vrees voor verduistering). Eventuele nieuw ontstane terugvorderingen kunnen op verzoek worden meegenomen in de verlengde betalingsregeling.</al>
            <al>Wanneer de betalingscapaciteit ontoereikend is om het bedrag gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen of de (rest)schuld af te lossen gedurende de verlengde betalingsregeling, lost de burger 72 maanden zijn aanwezige betalingscapaciteit af. Wanneer er geen betalingscapaciteit is, krijgt de burger een (verlengde) betalingsregeling van € 0. Wanneer de burger (inkomsten)wijzigingen meldt, of Dienst Toeslagen in de jaarlijkse beoordeling constateert dat er wijzigingen zijn, wordt de betalingscapaciteit opnieuw beoordeeld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Interactie burgers/bedrijven</titel>
            </kop>
            <al>De communicatie vindt plaats via de reguliere kanalen. Scripts voor de BelastingTelefoon en de tekst voor de website over betalingsregelingen Toeslagen moeten worden aangepast, waarbij aandacht wordt geschonken aan de begrijpelijkheid van de uitleg over het betreffende voorstel. Daarnaast moet er een standaardbrief voor burgers worden aangemaakt. Daarbij moet aandacht worden besteed aan de begrijpelijkheid van de gebruikte teksten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Maakbaarheid systemen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de automatisering wordt er gebruik gemaakt van de bestaande functionaliteit.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Handhaafbaarheid</titel>
            </kop>
            <al>De benodigde gegevens om de toets op illiquide vermogen te doen, zijn bij de Belastingdienst aanwezig of kunnen bij de belanghebbende worden opgevraagd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Fraudebestendigheid</titel>
            </kop>
            <al>Het voorstel leidt niet tot een veranderd risico in fraude of oneigenlijk gebruik.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Complexiteitsgevolgen</titel>
            </kop>
            <al>Het voorstel leidt niet per definitie tot een toename in de complexiteit, omdat niet zonder meer kan worden gesteld dat het invorderen van de schuld door middel van het reeds bestaande alternatief (vermogen liquide laten maken en eventueel daarop beslag leggen) minder complex zou zijn. De regeling biedt handvatten om in schrijnende gevallen maatwerk te leveren met een lange betalingsregeling, wanneer sprake is van illiquide vermogen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Risico procesverstoringen</titel>
            </kop>
            <al>Het risico op procesverstoringen is klein. Er is geen sprake van extra (geautomatiseerde) koppelingen in dit proces.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Uitvoeringskosten</titel>
            </kop>
            <al>De structurele uitvoeringskosten bedragen € 130.000.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Personele gevolgen</titel>
            </kop>
            <al>Het voorstel vergt de structurele inzet van 1 fte.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Invoeringsmoment</titel>
            </kop>
            <al>Invoering is mogelijk per: 1 juli 2026.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Eindoordeel</titel>
            </kop>
            <al>Het voorstel is uitvoerbaar.</al>
          </divisie>
        </divisie>
      </bijlage>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>