﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12180/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 maart 2026, nr. WJZ/1787349, houdende regels voor subsidieverstrekking voor de instandhouding van monumenten met een woonfunctie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026)</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
          <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
            <definitie-item>
              <term>beschermd stads- of dorpsgezicht:</term>
              <definitie>
                <al>beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Monumentenwet BES;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>bestuurscollege:</term>
              <definitie>
                <al>het bestuurscollege van het desbetreffende openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>bouwkundig inspectierapport:</term>
              <definitie>
                <al>rapport dat de technische staat van het monument of beschermd monument beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>instandhoudingskosten:</term>
              <definitie>
                <al>kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten die volgens de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>instandhoudingswerkzaamheden:</term>
              <definitie>
                <al>werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het herstel van het monument of beschermd monument en waarvoor op grond van deze regeling subsidie is of kan worden verleend;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>kaderregeling:</term>
              <definitie>
                <al>Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>leidraad:</term>
              <definitie>
                <al>Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidie<?xpp afbm?>regeling instandhouding monumenten;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>monument:</term>
              <definitie>
                <al>onroerend monument als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Monumentenwet BES;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>beschermd monument:</term>
              <definitie>
                <al>onroerend monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet BES;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <term>particuliere eigenaar:</term>
              <definitie>
                <al>natuurlijk persoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een monument of beschermd monument.</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
          </definitielijst>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <titel>Toepassing Kaderregeling</titel>
          </kop>
          <al>Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <titel>Te subsidiëren activiteiten</titel>
          </kop>
          <al>De minister kan aan particuliere eigenaren van een monument als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d, of beschermd monument met een woonfunctie subsidie verstrekken voor de instandhoudingskosten ten behoeve van dat monument of beschermd monument.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">4.</nr>
            <titel>Subsidiabele kosten en hoogte subsidiebedrag</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Subsidiabel zijn de instandhoudingskosten, met dien verstande dat kosten waarvoor op grond van artikel 7 subsidie wordt geweigerd als niet-subsidiabel worden aangemerkt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn, in combinatie met instandhoudingskosten die worden gemaakt na een besluit tot subsidieverlening, ook de instandhoudingskosten subsidiabel ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges voor de toestemming van het bestuurscollege voor de instandhoudingswerkzaamheden, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Het subsidiebedrag is gelijk aan de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van $ 100.000 per monument of beschermd monument.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">5.</nr>
            <titel>Subsidieplafond</titel>
          </kop>
          <al>Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is ten hoogste een bedrag beschikbaar van:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>voor Bonaire: $ 550.000;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>voor Sint Eustatius: $ 275.000;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>voor Saba: $ 275.000.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">6.</nr>
            <titel>Aanvraag subsidie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De subsidie kan voor alle drie eilanden worden aangevraagd van 1 september 2026 tot en met 30 september 2026 (UTC-4).</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De aanvraag kan digitaal worden ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar is gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Bij de aanvraag om subsidie worden de volgende documenten ingediend:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een document met een omschrijving van de voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een gespecificeerde begroting volgens een door de minister vastgesteld model;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een actueel bouwkundig inspectierapport;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>een schriftelijke verklaring van het bestuurscollege van het desbetreffende openbare lichaam, waaruit blijkt dat:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>de onroerende zaak waarvoor subsidie wordt gevraagd een monument of een beschermd monument is, en tot welke categorie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a tot en met d, het monument behoort;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>de aanvrager van de subsidie een particuliere eigenaar van het monument of beschermd monument is;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3°.</li.nr>
                    <al>het monument of beschermd monument een woonfunctie heeft; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>4°.</li.nr>
                    <al>de voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd vereiste toestemmingen zijn verleend; en</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>indien de technische staat van het monument of beschermd monument en de noodzaak van de instandhoudingswerkzaamheden onvoldoende blijken uit het bouwkundig inspectierapport: aanvullende documenten waaruit de technische staat nauwkeurig blijkt en de noodzaak van de instandhoudingswerkzaamheden voldoende wordt onderbouwd.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>De minister kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
            <al>Per monument of beschermd monument kan maximaal één aanvraag worden gedaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">7.</nr>
            <titel>Weigeringsgronden</titel>
          </kop>
          <al>In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de vereisten, bedoeld in artikel 6, derde lid;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>indien van de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd minder dan $ 25.000 subsidiabel is;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument of beschermd monument;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <al>voor zover de instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <al>voor zover voor de instandhoudingskosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds subsidie is of wordt verstrekt, of de kosten op andere wijze worden vergoed;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>f.</li.nr>
              <al>voor zover bij schade de subsidiabele instandhoudingskosten op grond van een verzekering worden gedekt;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>g.</li.nr>
              <al>voor zover de instandhoudingskosten betrekking hebben op instandhoudingswerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de instandhoudingskosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>h.</li.nr>
              <al>indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">8.</nr>
            <titel>Wijze van verdeling beschikbare middelen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Indien een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 niet hoog genoeg is om alle aanvragen ten laste van het beschikbare bedrag te honoreren, wordt op die aanvragen op de hierna aangegeven volgende volgorde beslist:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>aanvragen voor een beschermd monument dat deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>aanvragen voor een monument ten aanzien waarvan het bestuurscollege heeft verklaard dat het ouder is dan vijftig jaar en van algemeen belang moet worden geacht wegens zijn schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde, en dat deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>aanvragen voor een beschermd monument dat geen deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>aanvragen voor een monument ten aanzien waarvan het bestuurscollege heeft verklaard dat het ouder is dan vijftig jaar en van algemeen belang moet worden geacht wegens zijn schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde, en dat geen deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Indien bij toepassing van het eerste lid een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 zou worden overschreden door subsidieverlening aan alle aanvragen in het eerste lid, onder a, b, c of d, wordt op de aanvragen in het desbetreffende onderdeel beslist in volgorde van de totale begrote kosten uit de aanvraag, waarbij een aanvraag met lagere totale begrote kosten voorrang krijgt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Indien na toekenning van de subsidie, na toepassing van het eerste en tweede lid, nog voor een of meer van de eilanden budget resteert, wordt dit budget samengevoegd en aangewend voor de eerstvolgende aanvraag die op basis van die rangschikking voor subsidieverlening in aanmerking komt, ongeacht op welk van de eilanden het monument of beschermd monument is gelegen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">9.</nr>
            <titel>Subsidieverlening en bevoorschotting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De minister besluit binnen 22 weken na de sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, op de aanvragen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De minister verleent een voorschot bij verleningsbeschikking dat wordt uitbetaald bij de start van de instandhoudingswerkzaamheden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>De subsidiebedragen worden in Amerikaanse dollars verleend, uitbetaald en vastgesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">10.</nr>
            <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Aan de subsidieontvanger worden, in aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, de volgende verplichtingen opgelegd:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>De activiteiten waarvoor subsidie is verleend starten binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>De aanvang van de instandhoudingswerkzaamheden wordt zo spoedig mogelijk gemeld bij de minister;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>De activiteiten waarvoor subsidie is verleend worden binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening afgerond;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>Voor zover de gesubsidieerde instandhoudingskosten bij schade worden gedekt op grond van een verzekering na de subsidieaanvraag, meldt de subsidieontvanger zo spoedig mogelijk aan de minister welke instandhoudingskosten het betreft.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De minister kan de subsidieontvanger verplichten advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen activiteiten wordt gestart voor zover de monumentale waarde van het monument of beschermd monument of die activiteiten daartoe aanleiding vormen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">11.</nr>
            <titel>Verantwoording</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger toont aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, volledig zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De minister kan voor de prestatieverklaring een model vaststellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de subsidieontvanger zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">12.</nr>
            <titel>Vaststelling subsidie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen 22 weken na de afronding van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar wordt gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">13.</nr>
            <titel>Intrekking subsidieverlening, uitstel startdatum en verlenging activiteitenperiode</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De minister kan de subsidieverlening intrekken indien de eigenaar niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, behoudens overmacht of onvoorziene omstandigheden aan de kant van de eigenaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De minister kan de periode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger eenmalig uitstellen met maximaal zes maanden, indien het door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is om de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode aan te laten vangen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Een verzoek om uitstel bevat:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet kunnen aanvangen op de oorspronkelijke startdatum; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een planning van de werkzaamheden, met een voorgenomen startdatum en einddatum, waaruit blijkt dat de instandhoudingswerkzaamheden binnen zes maanden na de oorspronkelijke uiterste startdatum aanvangen en binnen 18 maanden na aanvang worden afgerond.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het tweede lid onverwijld in en uiterlijk voor de oorspronkelijke startdatum waarvoor de subsidie is verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
            <al>De minister kan de periode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger maximaal twee keer met zes maanden verlengen, indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode af te ronden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
            <al>Een verzoek om verlenging bevat:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke activiteitenperiode kunnen worden afgerond;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een opgave van de instandhoudingswerkzaamheden waarvoor de verlenging noodzakelijk is; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een nieuwe planning van de werkzaamheden, met een voorgenomen einddatum waaruit blijkt dat de instandhoudingswerkzaamheden binnen zes maanden na de oorspronkelijke uiterste einddatum worden afgerond.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het zesde lid onverwijld in en uiterlijk voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">14.</nr>
            <titel>Eigendomsoverdracht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een monument of beschermd monument overdraagt aan een nieuwe eigenaar, dient de subsidieontvanger in afwijking van artikel 12, eerste lid, binnen drie maanden na de overdracht een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar is gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan de minister de nieuwe particuliere eigenaar op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van de instandhoudingswerkzaamheden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">15.</nr>
            <titel>Aanvraag subsidie nieuwe particuliere eigenaar</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Een nieuwe particuliere eigenaar kan een aanvraag voor subsidie indienen nadat de subsidie van de vorige particuliere eigenaar is vastgesteld. In afwijking van artikel 6, derde lid, bevat de aanvraag alleen de gegevens en bescheiden, bedoeld in de onderdelen a, b, d, onder 2°, en f.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De subsidie wordt verleend voor maximaal de periode die resteerde op grond van de verleningsbeschikking van de vorige particuliere eigenaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Onverminderd artikel 4 bedraagt het subsidiebedrag maximaal het verschil tussen de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 9, en de vaststellingsbeschikking, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de vorige particuliere eigenaar.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">16.</nr>
            <titel>Terugvordering</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen voorschotten onverwijld terug te betalen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">17.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en vervaldatum</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 april 2026.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Deze regeling vervalt met ingang van 8 april 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">18.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</functie>
          <naam>
            <voornaam>R.M.</voornaam>
            <achternaam>Letschert</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Algemene toelichting</titel>
          </kop>
          <al>Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan een pilot gericht op de financiële ondersteuning van particuliere eigenaren bij de instandhouding van beschermde monumenten en andere onroerende monumenten als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Monumentenwet BES (hierna wordt met monumenten, tenzij anders vermeld, zowel beschermde monumenten als monumenten bedoeld) met een woonfunctie in Caribisch Nederland. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een bedrag van € 1 miljoen ($ 1.1 miljoen) beschikbaar. Op 20 juni 2024 is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. Doel van de regeling is enerzijds om bij te dragen aan de instandhouding van deze monumenten en anderzijds om praktijkervaring op te doen met subsidieverstrekking voor instandhouding van monumenten in Caribisch Nederland.</al>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Samenhang met evaluatie Monumentenwet BES</titel>
            </kop>
            <al>Net als in Europees Nederland ligt er in Caribisch Nederland een opgave voor instandhouding van het cultureel erfgoed. In Caribisch Nederland is de Monumentenwet BES van toepassing. De Erfgoedwet geldt daar niet. Dit maakt dat de financiële regelingen die op de Erfgoedwet zijn gebaseerd evenmin van toepassing zijn in Caribisch Nederland. Op dit moment vindt er een evaluatie plaats van de Monumentenwet BES. In dit traject wordt aandacht besteed aan de verbetering van de erfgoedzorg in Caribisch Nederland, waarbij er ook aandacht is voor de financieringsopgave. Door parallel aan de evaluatie een pilot uit te voeren waarbij er subsidie wordt verstrekt aan particuliere eigenaren kan er door de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed praktijkervaring worden opgedaan met de inzet van dit type instrument bij de ondersteuning van monumenteigenaren in Caribisch Nederland. Uiteindelijk kunnen de ervaringen en uitkomsten van beide trajecten worden benut om de werking van het erfgoedstelsel in Caribisch Nederland te verbeteren.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Doelgroep</titel>
            </kop>
            <al>Doelgroep van deze regeling zijn particuliere eigenaren van monumenten met een woonfunctie gelegen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Aangetoond moet worden dat de monumenten in slechte staat van onderhoud verkeren. Omdat veel monumenten nog niet de status van beschermd monument hebben, maar cultuurhistorisch wel van waarde zijn, komen ook niet-beschermde monumenten in aanmerking voor de regeling. Concreet betreft het hier panden waarvan het bestuurscollege verklaart dat ze ouder zijn dan vijftig jaar en van algemeen belang moeten worden geacht wegens zijn schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde. Alleen projecten die startklaar zijn komen in aanmerking voor de subsidie.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Verdeling middelen</titel>
            </kop>
            <al>Het subsidiebudget is in drie deelbudgetten onderverdeeld: voor Bonaire is $ 550.000 beschikbaar en voor zowel Sint Eustatius als Saba $ 275.000. Voor het geval er meer aanvragen worden gedaan dan er kunnen worden gehonoreerd, krijgen monumenten gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht in voorkomend geval voorrang bij de verdeling van het deelbudget. Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een groep van onroerende zaken, hieronder begrepen bomen, wegen, straten en pleinen, die met een of meer tot de groep behorende monumenten een beeld vormen dat van algemeen belang is wegens de schoonheid of het karakter van het geheel. Met deze voorrangsbepaling wordt geborgd dat de subsidiemiddelen in elk geval worden ingezet voor het in goede staat brengen van de historische kernen van Rincon en Kralendijk op Bonaire en Oranjestad op Sint Eustatius. Met name in Rincon en Oranjestad kampen historische gebouwen met achterstallig onderhoud en dit vormt een bedreiging voor het behoud van dit waardevolle erfgoed en de sociale cohesie in die buurten. Met de voorrangsbepaling wordt ook aangesloten op andere beleidstrajecten, wat in lijn is met de wensen van het eilandbestuur. Voor het in goede staat brengen van woningen in Rincon zijn ook middelen beschikbaar gesteld via de Erfgoed Deal Bonaire. Voor de versterking van cultureel erfgoed in Oranjestad zijn middelen beschikbaar gesteld via de Regio Deal Sint-Eustatius. Bovenstaande leidt tot de volgende volgorde voor subsidieverlening:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>−</li.nr>
                <al>Categorie 1: Beschermde monumenten gelegen binnen beschermde stads- en dorpsgezichten</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>−</li.nr>
                <al>Categorie 2: Overige monumenten gelegen binnen beschermde stads- en dorpsgezichten</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>−</li.nr>
                <al>Categorie 3: Overige beschermde monumenten</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>−</li.nr>
                <al>Categorie 4: Overige monumenten</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>In het geval er in een categorie onvoldoende budget is om alle in aanmerking komende aanvragen te honoreren, wordt voorrang gegeven aan aanvragen met lagere totale begrote kosten, zodat meer projecten gerealiseerd kunnen worden binnen het beschikbare budget.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Subsidiabele kosten en subsidiepercentage</titel>
            </kop>
            <al>De subsidie wordt verleend voor de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monument (hierna: instandhoudingswerkzaamheden). Hierbij gelden als algemene uitgangspunten dat de instandhoudingswerkzaamheden technisch noodzakelijk moeten zijn, sober en doelmatig moeten worden uitgevoerd, en gericht moeten zijn op instandhouding van de monumentale waarden van het monument. Het subsidiepercentage bedraagt 100 procent van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van $ 100.000 aan subsidie per monument. De verwachting is dat eigenaren over onvoldoende middelen beschikken om zelf te kunnen bijdragen aan de instandhouding.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Consultatie</titel>
            </kop>
            <al>Over de inhoud van deze ontwerpregeling heeft een directe consultatie plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: vertegenwoordigers). In het overleg hebben de vertegenwoordigers aangegeven de inhoud van de ontwerpregeling te onderschrijven.</al>
            <al>De vertegenwoordiger van Saba heeft opgemerkt dat het bestuurscollege nog werkt aan de vaststelling van een lijst van beschermde monumenten en dat er geen beschermde gezichten zijn op Saba. Dit betekent dat voor de verdeling van het subsidieplafond op Saba mogelijk alleen categorie 4 van toepassing is. De vraag die door de vertegenwoordiger van Saba wordt gesteld is of het bestuurscollege ook een voorselectie of lijst moet maken van monumenten die in aanmerking zouden moeten komen voor deze subsidieregeling. In reactie hierop is aangegeven dat een voorselectie van het bestuurscollege niet noodzakelijk is. Het bestuurscollege dient alleen een verklaring te ondertekenen waarin onder meer bevestigd wordt dat er sprake is van een pand dat voldoet aan de definitie van onroerend monument zoals bedoeld in de Monumentenwet BES. Dit punt is verduidelijkt in de toelichting op de begripsbepaling in artikel 1.</al>
            <al>De vertegenwoordiger van Bonaire geeft aan dat de lokale wens is om de middelen in deze regeling in te zetten aanvullend op de middelen die beschikbaar zijn via de Erfgoeddeal. Daarmee zou de subsidie zoveel mogelijk ten goede moeten komen aan beschermde monumenten of monumenten die gelegen zijn buiten de beschermde gezichten. Aangezien het aantal beschermde monumenten en monumenten met een woonfunctie in particulier eigendom en in slechte staat van onderhoud beperkt is, geeft Bonaire aan dat de verwachting is dat de verdelingswijze van de subsidies zoals uitgewerkt in artikel 8 voor Bonaire toereikend is. De vertegenwoordiger van Sint Eustatius benadrukt dat de volgorde voor subsidieverdeling in artikel 8 volledig in lijn is met de lokale wensen. In reactie op deze punten is aangegeven dat als er geen aanvragen zijn in een categorie, het startpunt voor de verdeling begint bij de eerstvolgende categorie. Dit punt is verduidelijkt in de toelichting op artikel 8.</al>
            <al>Alle vertegenwoordigers benadrukken dat zij voorstander zijn van het subsidiepercentage van 100 procent, zoals opgenomen in de ontwerpregeling. Het vragen van een eigen bijdrage in de instandhoudingskosten, zoals gebruikelijk in Europees Nederland, brengt risico’s met zich mee voor de haalbaarheid, vanwege de beperktere financiële mogelijkheden van eigenaren.</al>
            <al>Alle vertegenwoordigers geven aan een voorkeur te hebben voor sluiting van het aanvraagtijdvak voor de regeling in het najaar van 2026, zodat er genoeg tijd en gelegenheid is voor voorbereiding en communicatie. In reactie hierop wordt opgemerkt dit in de regeling te verwerken. Het aanvraagtijdvak opgenomen in artikel 6 is hierop aangepast.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Regeldruk</titel>
            </kop>
            <al>Met de uitvoering van deze regeling zijn administratieve lasten gemoeid voor de eigenaren. Onder administratieve lasten wordt verstaan: de kosten om te voldoen aan informatieverplichtingen aan de overheid, voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Bij deze regeling is de insteek expliciet geweest om de administratieve lasten voor de doelgroep tot een minimum te beperken. Inschatting is dat het invullen van het aanvraagformulier, het begrotingsmodel en het verzamelen of opstellen van de vereiste documenten (artikel 6 van deze regeling) ongeveer 12 uur kost. Indien er subsidie is verleend kost de verantwoording door middel van het invullen van een prestatieverklaring nog ongeveer 4 uur. In totaal gaat het dus om ongeveer 16 uur aan administratieve lasten per eigenaar. Omdat het een open regeling betreft, is moeilijk vooraf in te schatten hoeveel eigenaren subsidie zullen gaan aanvragen. Uitgaande van 20 aanvragen die worden gehonoreerd bedragen de totale administratieve lasten: 20 x € 15 (uurtarief) x 16 (uur) = € 4.800.</al>
            <al>De subsidieregeling is met een kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing van de gevolgen voor de regeldruk aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) voorgelegd. ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen heeft voor de regeldruk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Uitvoerbaarheid</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De regeling is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE).</al>
              <al>De RCE heeft de regeling als uitvoerbaar beoordeeld.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In dit artikel zijn de belangrijkste begrippen opgenomen die in deze regeling worden gehanteerd. De begripsomschrijvingen van monument, beschermd monument en beschermd stads- of dorpsgezicht sluiten aan bij de Monumentenwet BES om de consistentie met het bestaande wettelijke kader te waarborgen. Wat betreft het begrip monument wordt nog opgemerkt dat elk pand dat ouder is dan vijftig jaar en dat van algemeen belang wordt geacht wegens zijn schoonheid, zijn kunstwaarde, zijn betekenis voor de wetenschap, de geschiedenis van het land of zijn volkskundige waarde op basis van dit criterium in aanmerking kan komen voor subsidie op grond van deze regeling.</al>
            <al>Bij het bouwkundig inspectierapport gaat het om een rapport van een onderzoek door een ter zake deskundige persoon of instantie, dat inzicht geeft in de bouwkundige gebreken van het monument en zo mogelijk in de oorzaak daarvan. Het bouwkundig inspectierapport bevat actuele overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken en een toelichting daarbij. De bouwkundige inspectie dient (mede) ter onderbouwing van de voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden en de begroting. Het inspectierapport moet daarom voldoende actueel zijn. Dit betekent concreet dat het op het moment van de aanvraag niet ouder mag zijn dan circa twee jaar.</al>
            <al>Met het begrip instandhoudingskosten wordt gedoeld op de kosten van instandhoudingswerkzaamheden en andere kosten, die in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten (hierna: de Leidraad) als subsidiabel zijn aangemerkt. De Leidraad is als bijlage opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten, die primair gericht is op rijksmonumenten in Europees Nederland. Een toelichting op het begrip instandhoudingswerkzaamheden volgt in de alinea hierna. Bij andere kosten gaat het bijvoorbeeld om kosten van onderzoek dat noodzakelijk is voor de voorbereiding van het plan voor de instandhoudingswerkzaamheden, of om legeskosten voor het verkrijgen van de vereiste toestemming voor de uitvoering daarvan.</al>
            <al-groep>
              <al>Bij instandhoudingswerkzaamheden gaat het om de werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het herstel en behoud van het monument, en waarvoor op grond van deze regeling subsidie is of kan worden verleend. Dit betekent dat werkzaamheden die niet in de Leidraad zijn genoemd of daarin expliciet als niet-subsidiabel zijn aangemerkt, niet gelden als instandhoudingswerkzaamheden als bedoeld in deze regeling.</al>
              <al>De uitgangspunten voor het bepalen van de subsidiabele instandhoudingskosten staan in hoofdstuk 1.1 van de Leidraad, en zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 1.2. In hoofdstuk 1.3 staat vervolgens een opsomming van de subsidiabele instandhoudingswerkzaamheden, die in samenhang met de hoofdstukken 1.1 en 1.2 moet worden gelezen. Onder andere staat in de Leidraad vermeld dat de instandhoudingswerkzaamheden technisch noodzakelijk moeten zijn, sober en doelmatig moeten worden uitgevoerd, en dat ze gericht moeten zijn op maximaal behoud van de monumentale waarden van het monument, in het bijzonder historische materialen en constructies.</al>
            </al-groep>
            <al>De omschrijving van particuliere eigenaar is ruim geformuleerd, zodat ook natuurlijke personen die niet volledig eigenaar zijn maar wel een zakelijk recht op het pand hebben (zoals erfpachters of opstalhouders), in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Deze ruime omschrijving is consistent met subsidieregelingen gericht op instandhouding van monumenten in Europees Nederland en biedt ruimte in het geval eigendomstitels complex blijken te zijn of historisch onvolledig geregistreerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 2. Toepassing Kaderregeling</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vormt het algemene juridische kader voor subsidiëring door de Minister van OCW. De Kaderregeling gaat onder meer over de subsidieverlening, verplichtingen na subsidieverlening, bevoorschotting, vaststelling van de subsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en over eventuele terugvordering.</al>
              <al>Artikel 2 maakt duidelijk dat de bepalingen uit de Kaderregeling onverkort gelden, tenzij ze niet van toepassing zijn verklaard of in deze regeling anders is bepaald. Vanwege het bijzondere karakter van een subsidie voor de ondersteuning van de instandhouding van monumenten wordt op een aantal punten afgeweken van de Kaderregeling. In artikel 2 is duidelijkheidshalve geëxpliciteerd welke artikelen van de Kaderregeling niet op deze regeling van toepassing zijn. Daarnaast is in artikel 4, vierde lid, afzonderlijk aangegeven dat op een specifiek punt wordt afgeweken van de Kaderregeling.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De regeling is gericht op de instandhouding van woonhuis-monumenten in Caribisch Nederland in particulier eigendom. Het gaat om werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn om verdere achteruitgang te voorkomen en de monumentale waarden van het monument te behouden. Voorbeelden zijn herstel van gevels, daken, kozijnen en funderingen.</al>
              <al>De regeling biedt ruimte voor zowel beschermde monumenten als monumenten die nog niet formeel zijn aangewezen, maar waarvan het bestuurscollege heeft verklaard dat ze van algemeen belang zijn wegens schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde. Daarmee wordt recht gedaan aan de erfgoedpraktijk op de eilanden, waar veel monumenten nog geen beschermde status hebben maar wel onderdeel zijn van het lokale culturele geheugen.</al>
              <al>De subsidie is niet bedoeld voor regulier onderhoud of modernisering, maar uitsluitend voor herstelwerkzaamheden die aantoonbaar bijdragen aan het behoud van monumentale waarden.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Met woonfunctie wordt bedoeld dat het monument in gebruik is voor permanente bewoning.</al>
              <al>Teneinde de woonfunctie aan te kunnen tonen, is er een formulier beschikbaar waarop het bestuurscollege onder meer dient te verklaren dat het monument een woonfunctie heeft en dat de aanvrager een particuliere eigenaar is.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 4. Subsidiabele kosten en hoogte subsidiebedrag</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat instandhoudingskosten subsidiabel zijn indien het totaalbedrag ten minste $ 25.000 aan subsidiabele instandhoudingskosten bedraagt. Met deze ondergrens wordt gestimuleerd dat de middelen worden ingezet voor herstel dat het reguliere onderhoud te boven gaat. Ook wordt voorkomen dat middelen worden versnipperd over kleine projecten wat bijdraagt aan een doelmatige inzet van het beschikbare budget.</al>
              <al>Het tweede lid sluit kosten uit die reeds uit andere bronnen zijn gefinancierd of door een verzekering worden gedekt. Daarmee wordt dubbele financiering voorkomen, in lijn met de Kaderregeling en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze kosten gelden niet als subsidiabele instandhoudingskosten als bedoeld in het eerste lid, en tellen dus ook niet mee met het berekenen van het drempelbedrag, bedoeld in het eerste lid.</al>
              <al>Het derde lid stelt dat het subsidiebedrag gelijk is aan de subsidiabele instandhoudingskosten, tot een maximum van $ 100.000 per monument. De volledige dekking is gerechtvaardigd omdat particuliere eigenaren op de eilanden vaak beperkte financiële draagkracht hebben en alternatieve financieringsinstrumenten ontbreken. Het plafond zorgt dat er voor minimaal 10 projecten subsidie kan worden verstrekt. De subsidiabele instandhoudingskosten worden in Amerikaanse dollars genoemd omdat het aanvraag-, uitvoerings- en verantwoordingsproces in Amerikaanse dollars zal worden gedaan. Op deze manier worden de aanvragers niet verantwoordelijk gesteld voor de wisselkoersrisico’s.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 5 Subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het beschikbare bedrag van $ 1.100.000 wordt verdeeld over de drie openbare lichamen. De verdeling (Bonaire $ 550.000; Sint Eustatius $ 275.000; Saba $ 275.000 weerspiegelt de omvang van het monumentenbestand.</al>
              <al>Deze systematiek garandeert dat elk eiland in beginsel kan beschikken over eigen middelen voor monumentenzorg, maar laat – via artikel 8, derde lid – herverdeling toe als op een eiland budget resteert.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 6. Aanvraag subsidie</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Dit artikel beschrijft de indieningsperiode (1 september 2026 tot en met 30 september 2026 tijdszone UTC-4 voor alle drie eilanden gelijk, waarbij geen zomertijd van toepassing is), de wijze van aanvragen en de daarbij te overleggen stukken. Een aanvraag kan elektronisch worden ingediend door een eigenaar, via aanvraagformulier dat door RCE beschikbaar wordt gesteld op <extref soort="URL" doc="http://www.cultureelerfgoed.nl" status="actief">www.cultureelerfgoed.nl</extref>, zodat een uniforme en efficiënte procedure geldt. Hierbij speelt ook een rol dat de beoordeling van de aanvragen door de RCE plaatsvindt in Europees Nederland.</al>
              <al>De opsomming in het derde lid geeft aan welke documenten samen met het aanvraagformulier vereist zijn voor de subsidieaanvraag. Het gaat onder meer om een omschrijving van de voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden, een begroting volgens vastgesteld model, een actueel bouwkundig inspectierapport en een verklaring van het bestuurscollege.</al>
              <al>Onderdeel a, b en c worden hieronder nader toegelicht:</al>
              <al>Onderdeel a betreft een werkomschrijving van de uit te voeren instandhoudingswerkzaamheden, met daaraan gekoppeld het materiaalgebruik en de wijze van bewerking en verwerking daarvan. Onderdeel b betreft een gespecificeerde begroting van de instandhoudingskosten. Hiervoor stelt de RCE een verplicht model met toelichting beschikbaar op de website <extref soort="URL" doc="http://www.cultureelerfgoed.nl" status="actief">www.cultureelerfgoed.nl</extref>. Per werkzaamheid worden de daarbij behorende hoeveelheden en kosten van arbeid, materiaal en materieel aangeven. Daarnaast moeten de staartkosten worden ingevuld. Het model berekent zelf de totalen. De RCE gebruikt het model bij de beoordeling van de subsidiabele kosten en geeft erin aan welke kosten subsidiabel zijn en welke niet. Het model bevordert een transparante en uniforme beoordeling van de aanvragen.</al>
              <al>Onderdeel c betreft een actueel bouwkundig inspectierapport. Voor een toelichting op wat een inspectierapport inhoudt wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De nadruk ligt op een zorgvuldige onderbouwing: alleen projecten die inhoudelijk goed zijn voorbereid en waarvoor de benodigde toestemmingen al zijn verkregen, komen in aanmerking. Dit sluit aan bij het pilotkarakter van de regeling, die is bedoeld voor ‘startklare’ projecten.</al>
              <al>Het vierde lid biedt de minister de mogelijkheid een onvolledige of niet goed beoordeelbare aanvraag buiten behandeling te laten, mits de aanvrager eerst de gelegenheid heeft gekregen deze aan te vullen, maar dat niet of onvoldoende heeft gedaan.</al>
              <al>Tot slot waarborgt het vijfde lid dat voor ieder monument slechts één aanvraag wordt ingediend.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 7. Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>In de Kaderregeling is bepaald dat titel 4.2 van de Awb van overeenkomstige toepassing is op subsidieverstrekking in Caribisch Nederland. Naast deze algemene bepalingen zijn in artikel 7 specifieke weigeringsgronden opgenomen die zijn toegesneden op het doel en de systematiek van deze regeling.</al>
            <al>De subsidie wordt geweigerd indien de aanvraag niet voldoet aan de gestelde vereisten of indien de aangevraagde subsidie lager is dan $ 25.000. Met deze ondergrens wordt beoogd de regeling uitvoerbaar te houden en te waarborgen dat subsidie wordt ingezet voor substantiële restauratieprojecten. Daarnaast wordt subsidie geweigerd voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument of beschermd monument. Dit betekent dat niet alleen wordt beoordeeld of werkzaamheden op zichzelf noodzakelijk zijn, maar ook dat er een daadwerkelijke subsidiebehoefte moet zijn. Worden instandhoudingskosten geheel door derden gefinancierd, of zijn de werkzaamheden al uitgevoerd (zie ook onderdeel g), dan is de subsidie niet noodzakelijk.</al>
            <al>Voorts wordt subsidie geweigerd voor zover de instandhoudingswerkzaamheden naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn. Sober betekent dat er niet meer wordt gesubsidieerd dan nodig vanuit oogpunt van instandhouding van het monument. Doelmatig wil zeggen dat het voor subsidie ingediende restauratieplan in beginsel betrekking dient te hebben op de werkzaamheden die in het inspectierapport als het meest urgent zijn aangemerkt. Hiermee wordt gewaarborgd dat publieke middelen uitsluitend worden ingezet voor noodzakelijke en efficiënte werkzaamheden. Ook wordt geen subsidie verstrekt voor instandhoudingskosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt of die op andere wijze worden vergoed, bijvoorbeeld op grond van een verzekering. Hiermee wordt cumulatie van financiering voorkomen.</al>
            <al>Tevens wordt subsidie geweigerd voor instandhoudingskosten die betrekking hebben op instandhoudingswerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de instandhoudingskosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid. Tot slot wordt geen subsidie verstrekt indien voor zover de aanvrager, alleen of in combinatie met subsidies en bijdragen van derden, meer dan 100% van de subsidiabele instandhoudingskosten zou ontvangen. Hiermee wordt verzekerd dat het totaal verkregen bedrag aan subsidies of bijdragen van derden nooit meer kan zijn dan het totaal aan instandhoudingskosten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De verdeling bij overvraag is allereerst gebaseerd op een hiërarchische prioritering. De volgorde in het eerste lid weerspiegelt dit: hoogste prioriteit krijgen beschermde monumenten binnen beschermde stads- of dorpsgezichten, daarna andere monumenten binnen dergelijke gebieden, vervolgens beschermde monumenten daarbuiten, en tot slot overige monumenten. Als er geen aanvragen zijn in een categorie, start de verdeling in de eerstvolgende categorie.</al>
              <al>Bij een gelijk aantal aanvragen binnen een categorie wordt voorrang gegeven aan aanvragen met lagere totale begrote kosten (tweede lid), zodat meer projecten gerealiseerd kunnen worden binnen het beschikbare budget. Het gaat hierbij dus om het totaalbedrag van de bij de aanvraag ingediende begroting en niet om de subsidiabele instandhoudingskosten. Het is dus belangrijk om in de begroting geen kosten op te nemen die op grond van de Leidraad (evident) niet subsidiabel zijn. Dit plaatst de aanvraag namelijk automatisch in een ongunstiger positie.</al>
              <al>Het derde lid voorziet in herverdeling van resterende middelen tussen de eilanden. Dit voorkomt onbenutte budgetten en verhoogt de doelmatigheid van de pilot. Ook de herverdeling van eventueel onbenut budget vindt plaats conform de verdeelcriteria in dit artikel. Daarbij wordt het resterende budget aangewend voor de eerstvolgende aanvraag die op basis van de rangschikking van de totale begrote kosten, met het resterende budget geheel kan worden gehonoreerd, ongeacht op welk van de twee overige eiland het monument staat.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 9. Verstrekking en betaling</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De minister beslist binnen 22 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak.</al>
              <al>De volledige subsidie (100%) wordt als voorschot verleend bij de start van de instandhoudingswerkzaamheden. Deze keuze is ingegeven door de financiële realiteit op de eilanden, waar particuliere eigenaren doorgaans niet in staat zijn om grote herstelprojecten voor te financieren.</al>
              <al>De RCE kan, voorafgaand aan uitbetaling van het voorschot, controleren of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn gestart. Hiermee wordt de rechtmatigheid van de uitgaven geborgd.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De verplichtingen in dit artikel waarborgen dat de toegekende subsidie worden benut voor daadwerkelijke instandhouding van het monument binnen een redelijke termijn.</al>
              <al>De werkzaamheden moeten binnen zes maanden na de subsidieverlening starten en binnen twee jaar na de subsidieverlening zijn afgerond. Daarmee wordt enerzijds voortgang gestimuleerd, terwijl anderzijds rekening wordt gehouden met de beperkte beschikbaarheid van materialen en vakmensen op de eilanden.</al>
              <al>Daarnaast geldt een meldplicht voor de start van de instandhoudingswerkzaamheden aan het monument en voor situaties waarin instandhoudingskosten alsnog door een verzekering worden vergoed.</al>
              <al>Het tweede lid geeft de minister de mogelijkheid de subsidieontvanger in de subsidiebeschikking te verplichten om vooraf advies in te winnen bij de RCE. Dit kan aan de orde zijn als de restauratie wezenlijke gevolgen kan hebben voor de monumentale waarden van het monument.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 11. Verantwoording</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger moet na afronding van de werkzaamheden aantonen dat deze overeenkomstig de subsidie zijn uitgevoerd. Dat gebeurt via een prestatieverklaring, met inbegrip van foto’s van het monument na de uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden, volgens een door de minister vastgesteld model. Deze vorm van verantwoording is het meest effectief gelet op de grote afstand tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland, waardoor fysieke controle ter plaatse lastiger uitvoerbaar is. Wanneer de instandhoudingswerkzaamheden slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd of verplichtingen niet volledig zijn nagekomen, moet dit in de prestatieverklaring worden gemotiveerd. De minister kan dan een evenredige correctie toepassen bij de vaststelling van de subsidie en deze naar rato lager vaststellen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikelen 12 en 16. Vaststelling en terugvordering</titel>
            </kop>
            <al>De aanvraag tot vaststelling moet uiterlijk 22 weken na voltooiing worden ingediend. Deze termijn sluit aan bij de Kaderregeling en is voldoende om de financiële afwikkeling zorgvuldig te kunnen voorbereiden. De minister beslist eveneens binnen 22 weken na aanvraag tot vaststelling. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijk uitgevoerde instandhoudingswerkzaamheden en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Indien blijkt dat er minder werk is verricht dan waarvoor subsidie is verleend, wordt het uiteindelijk vast te stellen subsidiebedrag evenredig verlaagd. Teveel betaalde voorschotten moeten dan op grond van artikel 16 worden terugbetaald.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 13. Uitstel startdatum en verlenging activiteitenperiode</titel>
            </kop>
            <al>Indien de subsidieontvanger geen melding maakt of niet binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening tot uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden is overgegaan, kan de minister de subsidieverlening intrekken. In het geval de subsidieontvanger redelijkerwijs niet in staat is om aan deze verplichting te voldoen, biedt artikel 13, tweede lid, de mogelijkheid om een schriftelijk verzoek in te dienen tot verlenging van deze periode met maximaal één keer zes maanden. Dit verzoek moet uiterlijk voor de oorspronkelijke uiterste startdatum worden ingediend.</al>
            <al>Indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is om de instandhoudingswerkzaamheden binnen de in de verleningsbeschikking gestelde activiteitenperiode af te ronden, biedt de subsidieregeling een mogelijkheid tot verlenging van de activiteitenperiode met maximaal twee keer zes maanden. Hiertoe moet de subsidieontvanger uiterlijk voor het einde van de oorspronkelijke activiteitenperiode een aanvraag indienen bij RCE. Een aanvraag om verlenging moet worden gemotiveerd en bevat een planning van de werkzaamheden, met een nieuwe einddatum waaruit blijkt dat de instandhoudingswerkzaamheden binnen zes maanden na de oorspronkelijke uiterste einddatum worden afgerond.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikelen 14 en 15. Eigendomsoverdracht en aanvraag subsidie nieuwe particuliere eigenaar</titel>
            </kop>
            <al>Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht overdraagt aan een nieuwe eigenaar, moet de eigenaar binnen drie maanden na de eigendomsoverdracht of de overdracht van een ander zakelijk recht een verzoek doen tot vaststelling van de subsidie. Vervolgens kan de nieuwe eigenaar een subsidie aanvragen om de instandhoudingswerkzaamheden af te ronden. De hoogte van de subsidie is maximaal het verschil tussen de verleningsbeschikking en de vaststellingsbeschikking van de vorige eigenaar, en de lengte van de activiteitenperiode bedraagt ook maximaal het restant van de van de vorige eigenaar.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum</titel>
            </kop>
            <al>De pilotperiode duurt twee jaar. Het tijdelijke karakter onderstreept dat het hier gaat om een pilot, bedoeld om ervaring op te doen met financiële ondersteuning van particuliere monumenteigenaren in Caribisch Nederland. De uitkomsten daarvan worden benut bij de herziening van de Monumentenwet BES en toekomstige beleidsvorming.</al>
            <al>De regeling treedt daarom in werking met ingang van 8 april 2026 en loopt tot 8 april 2028. De regeling vervalt na afloop van deze pilotperiode op 8 april 2028, maar blijft wel van toepassing op subsidies die vóór deze vervaldatum zijn verleend.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 18. Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</functie>
          <naam>
            <voornaam>R.M.</voornaam>
            <achternaam>Letschert</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>