﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12114/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <kop>
      <titel>Besluit Normbedragen Voorzieningen UWV 2026</titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op het bepaalde in de artikelen 34a, 35 en 36 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de artikelen 2:22 en 2:23 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en artikel 19a Wet overige OCW-subsidies, artikel 3a.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de artikelen 7 en 10g Participatiewet;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">1</nr>
          </kop>
          <al>Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het toekennen van voorzieningen voor de werksituatie of de onderwijssituatie en bij het toekennen van een tolkvoorziening voor de leefsituatie, de normbedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">2</nr>
          </kop>
          <al>UWV indexeert de normbedragen voorzieningen als volgt:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Jaarlijks, per 1 januari:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>De normbedragen C20-I, C20-III, Z1, Z2 en Z3 met dezelfde index als het maximum premieloon;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>De normbedragen met de codes C18-II, C18-III, C18-IV, C22, C25-I, C25-V, C25-VI, C26-I, C26-II, C27, C31, C32, C33, C34, C35, C71, E17-A1, G22-I en I12 met de consumentenprijsindex (CPI);</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>De normbedragen met de codes E17-I, E17-II, E17-III, E17-A3, Q1 en Q2 met dezelfde index als de Cao-lonen in de gezondheid – en welzijnszorg;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Normbedrag B11 op basis van dezelfde index als het wettelijk minimumloon;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>Normbedrag Z4 op basis van het door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde percentage.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>De aanpassingspercentages per 1 januari 2026 bedragen;</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Voor de normbedragen die worden geïndexeerd met dezelfde index als het maximum premieloon: 4,67%;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Voor de normbedragen die worden geïndexeerd met de CPI: 3,27% Het betreft hier het indexcijfer september 2025;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>Voor het normbedrag dat wordt geïndexeerd op basis van het wettelijke minimumloon: 4,62%. Dit betreft het aanpassingspercentage zoals opgenomen in het Besluit van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 oktober 2025, <extref doc="stb-2025-34131" soort="document" status="actief">Staatsblad 2025, 34131</extref>;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Voor de normbedragen, die worden geïndexeerd op basis van de CAO lonen in de gezondheid- en welzijnszorg: 5,66%. Het betreft hier het indexcijfer september 2025.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>Voor normbedrag Z4 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het indexcijfer vastgesteld op 3,0%.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">3</nr>
          </kop>
          <al>De subsidiebedragen voor interne Jobcoaching voor een proefplaatsing zijn exclusief BTW.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">4</nr>
          </kop>
          <al>UWV laat periodiek onafhankelijk (markt)onderzoek uitvoeren naar de actualiteit van de normbedragen.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">5</nr>
          </kop>
          <al>Het Besluit Normbedragen Voorzieningen UWV 2025 (Staatscourant van 26 februari 2025, nummer <extref doc="stcrt-2025-3045" soort="document" status="actief">3045</extref>) wordt ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">6</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">6</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit wordt aangehaald als het Besluit Normbedragen Voorzieningen UWV 2026.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>Amsterdam,</plaats>
            <datum isodatum="2025-12-09">9 december 2025</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <naam>
            <voornaam>M.</voornaam>
            <achternaam>Camps</achternaam>
          </naam>
          <functie>Voorzitter Raad van Bestuur</functie>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Als een persoon – naar het oordeel van UWV – structureel functionele beperkingen heeft, kan UWV hem voorzieningen toekennen op grond van artikelen 34a, 35 en 36 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of de artikelen 2:22 en 2:23 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en uitsluitend als het om een tolkvoorziening gaat artikel 10g Participatiewet. De voorziening dient dan om het werk mogelijk te maken of te behouden. Het kan gaan om werk in een dienstbetrekking of om werk in zelfstandige arbeid.</al>
          <al>Ook kan UWV een persoon op grond van artikel 19a Wet overige OCW-subsidies (WOOS) een voorziening verstrekken, die hem in staat stelt om regulier onderwijs te volgen.</al>
          <al>UWV kan – enkel aan personen met een auditieve beperking – op basis van artikel 3a.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een tolkvoorziening toekennen.</al>
          <al-groep>
            <al>De voorwaarden waaronder UWV een voorziening kan toekennen, zijn neergelegd in de volgende besluiten:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>de Beleidsregel Protocol Voorzieningen UWV;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>de Beleidsregel Protocol Interne Jobcoach UWV en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV.</al>
              </li>
            </lijst>
          </al-groep>
          <al>Bij de toekenning van voorzieningen zijn normbedragen van toepassing die UWV met dit besluit vaststelt. De bijlage bij dit besluit bevat het overzicht van deze normbedragen. Het overzicht met de normbedragen bevat de normbedragen voor de intermediaire activiteiten in het werk-, onderwijs- en leefdomein en de vervoers- en de computervoorzieningen in zowel het werk- als onderwijsdomein. Tevens bevat het de normbedragen voor de persoonlijke ondersteuning/Jobcoach en interne Jobcoach, die ter ondersteuning van de persoon in een dienstbetrekking kan worden ingezet ter compensatie van de structurele functionele beperkingen. Om het overzicht te completeren bevat de bijlage ook de door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde bedragen met betrekking tot zelfstandige arbeid (code Z4 Starterskrediet). Zo ontstaat een compleet overzicht van alle normbedragen op het gebied van voorzieningen.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Onafhankelijk marktonderzoek</tussenkop>
          <al>UWV heeft in 2018 onafhankelijk marktonderzoek laten verrichten naar de actualiteit van de normbedragen voorzieningen. Gekeken is naar de samenstelling en onderbouwing van de normbedragen alsmede naar de wijze van indexeren. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in de normbedragen per 1 juli 2019 verwerkt. De normbedragen dekken de plausibele kosten die gemaakt moeten worden om de voorziening te realiseren.</al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Tolkvoorziening en daarmee samenhangende normbedragen</tussenkop>
          <al>UWV heeft- na overleg met zijn opdrachtgevers de Ministeries SZW, OCW en VWS – aanvullend onderzoek verricht naar de normbedragen van voorzieningen die verband houden met een auditieve beperking. De resultaten van het onderzoek waren aanleiding om per 1 januari 2022 nieuwe normtarieven vast te stellen.</al>
          <al>Het aanvullende onderzoek hield o.a. verband met de centralisatie van de tolkvoorziening. UWV voert per 1 juli 2019 namelijk ook voor het leefdomein (naast het onderwijs- en werkdomein) de tolkvoorziening uit. De tolkvoorziening in het leefdomein was in het onderzoek dat in 2018 was uitgevoerd niet betrokken.</al>
          <al>Per 1 januari 2022 wordt een uniform uurtarief gehanteerd voor het werk- en leefdomein te vinden onder het normbedrag E17-I. Het onderwijsdomein heeft daarmee een apart tarief gekregen, te vinden onder het normbedrag E17-II.</al>
          <al>Daarnaast is de onregelmatigheidstoeslag per 1 januari 2022 aangepast, deze verhoging wordt gepubliceerd in het Protocol Voorzieningen en in de Uitvoeringsregeling Wmo 2015.</al>
          <al>Tot slot geldt er per 1 januari 2022 ook een uniform tarief voor de kilometervergoeding binnen de tolkvoorziening, zie hiervoor normbedrag E17-A1. Dit betreft een wijziging ten opzichte van de situatie van voor 1 januari 2022. Eerst werd er namelijk enerzijds een tarief gehanteerd voor de kilometervergoeding binnen het werk- en onderwijsdomein en anderzijds werd er een kilometervergoeding gehanteerd voor het leefdomein.</al>
          <al>De nieuwe normbedragen E17-I, E17-II en E17-A1 zijn vastgesteld met inachtneming van het aanvullend verrichtte onafhankelijk marktonderzoek naar de actualiteit van de normbedragen binnen de tolkvoorziening.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Toelichting per artikel</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 1</titel>
            </kop>
            <al>In de bijlage bij dit Normbedragenbesluit zijn de per 1 januari 2026 geldende normbedragen opgenomen voor voorzieningen die UWV inzet in de werk- en onderwijssituatie en de tolk- en vervoersvoorziening in de leefsituatie. De indexering per 1 januari 2026, zoals bedoeld in artikel 2 van dit besluit, is in de bijlage bij dit besluit vermelde normbedragen op en na 1 januari 2026 verwerkt.</al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">B11 – Drempelbedrag</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag is vastgesteld op 1,85 maal het wettelijk minimum loon per dag (artikel 3 lid 1 van het Reïntegratiebesluit). Dit betreft een jaarbedrag.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C18-II – Normbedrag referentieauto</nadruk>
                  </al>
                  <al>De referentieauto staat voor de auto die aangeschaft en gebruikt wordt door gezinnen rond de inkomensgrens (normbedrag C20-I). Onderzoek wijst uit dat een gezin met een inkomen rond de inkomensgrens een auto aanschaft met een waarde die beduidend lager ligt dan de gemiddelde verkoopprijs van nieuwe auto’s. Per 1 juli 2019 hanteert UWV de gemiddelde aanschafwaarde van een auto door gezinnen met een inkomen rond de inkomensgrens als normbedrag voor de referentieauto.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C18-III – Normbedrag eigen bijdrage verzekeringskosten</nadruk>
                  </al>
                  <al>In de eigen bijdrage zijn de kosten voor een WA-verzekering begrepen, zoals deze geldt voor de referentieauto. Het gaat hier om een bedrag per maand.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C18-IV – Normbedrag eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting</nadruk>
                  </al>
                  <al>De basis voor dit normbedrag is de (gemiddelde) gewichtsklasse van de referentieauto en de gemiddelde kosten motorrijtuigenbelasting per provincie. Het betreft een bedrag per maand.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C20-I – Inkomensgrens vervoersvoorzieningen</nadruk>
                  </al>
                  <al>Deze grens geldt voor gezinnen die gebruik maken van één vervoersvoorziening/vervoersmiddel. De inkomensgrens bedraagt in dat geval 261 x 70% van het maximum premiedagloon (artikel 5 lid 1 van het Reïntegratiebesluit).</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C20-III Inkomensgrens vervoersvoorzieningen</nadruk>
                  </al>
                  <al>Deze grens is van toepassing als binnen een gezin meer dan één vervoersvoorziening/vervoersmiddel noodzakelijk is. En de al aanwezige vervoersvoorziening/middel voor 75% of meer uit het gezinsinkomen wordt betaald. Deze grens bedraagt 1,5x de hoogte van normbedrag C20-I.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C22 Kilometervergoeding voor een bruikleenauto</nadruk>
                  </al>
                  <al>UWV gaat uit van het (gemiddelde) brandstofgebruik van een door UWV verstrekte bruikleenauto.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C25-I en V Kilometervergoeding voor gebruik van een eigen personenauto of bestelauto/bus </nadruk>
                  </al>
                  <al>In deze vergoeding zijn vaste kosten (w.o. afschrijving, verzekering en wegenbelasting) en variabele kosten (w.o. onderhoud) van de auto/bestelbus verwerkt.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C25-VI Kilometervergoeding eigen bestelauto/bus leefdomein boven de inkomensgrens</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit normbedrag betreft de kilometervergoeding voor de meerkosten van het gebruik van een eigen bestelauto of bus binnen het leefdomein wanneer de cliënt een inkomen heeft boven de inkomensgrens. Dit bedrag is gelijk aan normbedrag C25-V minus normbedrag C25-I.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C26-I Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer onder inkomensgrens C20-I en/of C20-III</nadruk>
                  </al>
                  <al>De algemeen gebruikelijke kosten (dit betreft de eigen bijdrage) voor woon-werkvervoer zijn gebaseerd op de (gemiddelde) kosten openbaar vervoer.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C26-II Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer boven de inkomensgrens C20-I en/of C20-III</nadruk>
                  </al>
                  <al>De algemeen gebruikelijke kosten (dit betreft de eigen bijdrage) voor woon- werkvervoer zijn bepaald aan de hand van de kosten van de referentieauto.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C27 Normbedrag maximale eigen bijdrage woon-werkvervoer</nadruk>
                  </al>
                  <al>Ongeacht de van toepassing zijnde situatie, betaalt een persoon aan eigen bijdrage als bedoeld in C26-I of C26-II nooit meer dan het in normbedrag C27 genoemde bedrag per maand.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C31 en C33 (Rolstoel)taxikostenvergoeding leefdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>In dit normbedrag is het maximale start-, kilometer- en tijdtarief – zoals door de Rijksoverheid is vastgesteld – opgenomen. Dit bedrag is vermenigvuldigd met een reisafstand van 2.000 kilometer op jaarbasis.</al>
                </li>
                <?xpp ep?>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C32 en C34 Taxikostenvergoeding voor personen met een visuele beperking</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit normbedrag is de helft van normbedrag C31.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C35 Normbedrag voor meerkosten rolstoeltaxi boven de inkomensgrens leefdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit normbedrag betreft de vergoeding voor meerkosten van de rolstoeltaxi binnen het leefdomein wanneer de cliënt een inkomen heeft boven de inkomensgrens. Dit normbedrag is gelijk aan normbedrag C33 minus normbedrag C31.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">C71 Vergoeding reiskosten voor een begeleider</nadruk>
                  </al>
                  <al>Het gaat om de maximale reiskosten openbaar vervoer als de begeleider op eigen gelegenheid heen en weer moet reizen om de persoon in het openbaar vervoer te begeleiden. Het gaat hier om een bedrag per jaar.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">E17-I Uurvergoeding geregistreerde tolk werk/leefdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag betreft de uurvergoeding die een geregistreerde tolk ontvangt wanneer hij of zij een tolkopdracht binnen het werkdomein of leefdomein vervult.</al>
                  <al>Bij de totstandkoming van dit bedrag is met verschillende aspecten rekening gehouden met als doel om tot een representatief inkomen van tolken te komen. Zo is er rekening gehouden met het aantal uren dat een tolk daadwerkelijk kan tolken wat onder andere afhangt van feest-, vakantie- en ziektedagen. Maar ook voorbereidingstijd, uitlooptijd, administratie, bijscholing en klantcontact bepalen hoeveel een tolk daadwerkelijk op een dag kan tolken. Tot slot wordt er bij de totstandkoming van dit normbedrag rekening gehouden met de bedrijfskosten. Deze betreffen onder andere administratiekosten, automatiseringskosten en kosten voor huisvestiging.</al>
                  <al>Voor de uurvergoeding van de geregistreerde tolk leefdomein geldt dat dit bedrag formeel door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt vastgesteld, zie hoofdstuk 3a Tolkdiensten voor auditief beperkten onder artikel 3e van het Uitvoeringsregeling WMO 2015.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">E17-II Uurvergoeding geregistreerde tolk onderwijsdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag betreft de uurvergoeding die een geregistreerde tolk ontvangt wanneer hij of zij een tolkopdracht binnen het onderwijsdomein vervult. De grondslag voor dit normbedrag is hetzelfde als de grondslag voor normbedrag E17-I.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">E17-III Uurvergoeding voor intermediaire dienstverlener werk/onderwijsdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag betreft de uurvergoeding voor de intermediaire dienstverlener zoals een voorleeshulp of een hulp bij presentaties. Wanneer een tolk als intermediaire dienstverlener optreedt, gelden er andere vergoedingen o.a. vanwege de zwaarte van het werk en omdat er minder sprake is van assistentie.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">E17-A1 Vergoeding reiskosten voor een geregistreerde tolk in het werkdomein, onderwijsdomein en leefdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag betreft de kilometervergoeding voor een geregistreerde tolk in het werkdomein, onderwijsdomein en leefdomein. Voor 1 januari 2022 werd de code bij dit normbedrag alleen gebruikt voor de vergoeding van de reiskosten voor een geregistreerde tolk in het werk- en onderwijsdomein. De vergoeding voor het leefdomein betrof toen een ander tarief.</al>
                  <al>De kilometervergoeding vergoedt naast de materiële (auto)kosten ook (deels) de tijdsbesteding van het reizen. Het heeft dus een materiële component en een personele component. Dit komt doordat tolken op een dag over het algemeen veel moeten reizen waardoor zij niet aaneengesloten tolkopdrachten kunnen vervullen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">E17-A3 Reisvergoeding voor intermediaire dienstverlener werk/onderwijsdomein</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag betreft de reisvergoeding voor de intermediaire dienstverlener, zoals een voorleeshulp of een hulp bij presentaties. Wanneer een tolk als intermediaire dienstverlener optreedt, gelden er andere vergoedingen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">G22-I Vergoeding computer</nadruk>
                  </al>
                  <al>Het normbedrag G22-I betreft een fictief bedrag welke in het verleden werd gebruikt om de vergoeding voor een eenvoudige computer voor de lees- en schrijffunctie te berekenen.</al>
                  <al>Wanneer computers als voorziening worden verstrekt, gebeurt dit tegenwoordig door de computer zelf te verstrekken en geen bedrag voor aanschaf toe te kennen. Echter, het normbedrag G-22-I is nog van belang om normbedrag I12 te berekenen. Daarom wordt het normbedrag nog steeds gepubliceerd in dit besluit.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">I12 Normbedrag voor verstrekking in bruikleen</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit normbedrag is de middeling van een voorziening die in bruikleen wordt verstrekt (normbedrag C18-II – de referentieauto) en een voorziening die in eigendom wordt verstrekt (normbedrag G22-I computer).</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Q1 Uurvergoeding Persoonlijke ondersteuning/Jobcoaching</nadruk>
                  </al>
                  <al>In dit normbedrag zijn o.a. kosten voor sociale lasten, overhead en pensioenbijdrage opgenomen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Q2 Subsidiebedrag voor Interne Jobcoaching (dienstbetrekking</nadruk>)</al>
                  <al>Normbedrag Q1 vormt de basis voor de subsidiebedragen. De focus ligt op de begeleiding op de werkplek zelf en niet op andere leefgebieden. UWV gaat uit van een dienstbetrekking van 24 uur per week of meer.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Q2 Subsidiebedrag voor Interne Jobcoaching op een proefplaatsing</nadruk>
                  </al>
                  <al>Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag voor het opstarten van de begeleiding alsmede een variabel bedrag voor de begeleiding zelf, waarbij wordt uitgegaan van 24 werkuren per week.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Z1 Inkomensgrens voor startende zelfstandige</nadruk>
                  </al>
                  <al>Deze inkomensgrens bedraagt 1,5x normbedrag C20-III.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Z2 Kosten begeleiding startende zelfstandigen voor en na de start</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit normbedrag bedraagt 4,5% van normbedrag Z1.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Z3 Voorbereidingskrediet startende zelfstandigen</nadruk>
                  </al>
                  <al>De hoogte van het voorbereidingskrediet bedraagt 3,5% van normbedrag Z1.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="cur">Z4 Starterskrediet</nadruk>
                  </al>
                  <al>Dit bedrag wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld, zie artikel 15 lid 1 van het Reïntegratiebesluit.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>UWV indexeert periodiek de normbedragen. UWV onderscheidt daarbij de volgende categorieën normbedragen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Bedragen met een vast referentiepunt;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Bedragen die uitsluitend uit materiële kosten bestaan en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>Bedragen die (deels) uit personele kosten bestaan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Bedragen die door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden geïndexeerd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ad. a</tussenkop>
            <al>Het normbedrag, met als vast referentiepunt het wettelijk minimumloon volgt de index van het wettelijk minimumloon. UWV indexeert dit normbedrag eenmaal per jaar, te weten per 1 januari. Hoewel het minimumloon tweemaal per jaar wordt geïndexeerd is er op basis van Artikel 3 lid 1 van het Reïntegratiebesluit geen grondslag om dit normbedrag tweemaal per jaar te indexeren. De halfjaarlijkse indexatie die op het minimumloon plaatsvindt wordt meegenomen in de jaarlijkse indexatie. Het gaat hierbij om het normbedrag, met de code:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>B11 Drempelbedrag voorzieningen.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ad. b</tussenkop>
            <al>De normbedragen, die uitsluitend uit materiële kosten bestaan, hebben betrekking op goederen of diensten. UWV hanteert voor de indexering van deze normbedragen als index de meest bekende en complete prijsindex voor materiële kosten; te weten de consumentenprijsindex (CPI). De CPI wordt periodiek door het Centraal Bureau voor de Statistiek bepaald.</al>
            <al-groep>
              <al>UWV indexeert de volgende normbedragen op basis van het CPI:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C18- II – de hoogte van de referentieauto;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C18-III en C 18-IV – de eigen bijdrage van een persoon aan de verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C22 en C25 -I, C25-V en C25-VI – de kilometervergoedingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C26-I en II – de algemeen gebruikelijke kosten per kilometer;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C27 – maximale eigen bijdrage woon-werkvervoer;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C31 tot en met C35 – de taxikostenvergoedingen in het leefdomein;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>C71 – de vergoeding reiskosten voor een begeleider;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>E17-A1 – de reisvergoeding geregistreerde tolk werkdomein, onderwijsdomein en leefdomein;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>G22-I – het normbedrag voor vergoeding computer en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>I12 – normbedrag verstrekking in bruikleen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ad. c</tussenkop>
            <al>Personele normbedragen hebben betrekking op het inkomen van mensen. Het gaat specifiek om de normbedragen voor tolken en Jobcoaches. UWV sluit voor het indexeren aan bij de Cao-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg. Geïndexeerd wordt met de contractuele loonkosten per uur. De volgende normbedragen worden geïndexeerd op basis van de Cao-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>E17-I – de uurvergoeding geregistreerde tolk werk/leefdomein;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>E17-II – de uurvergoeding geregistreerde tolk in het onderwijsdomein;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>E17-III – de uurvergoeding intermediaire dienstverlener werk/onderwijs;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>E17-A3 – de reisvergoeding intermediaire dienstverleners werk/onderwijs;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>Q1 – de uurvergoeding persoonlijke ondersteuning/Jobcoaching en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>Q2 – de diverse subsidiebedragen Interne Jobcoaching.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ad. d</tussenkop>
            <al>Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt het indexcijfer voor normbedrag Z4 Starterskrediet vast.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 3</titel>
            </kop>
            <al>UWV monitort de vastgestelde normbedragen. Om deze zo actueel mogelijk te houden, laat UWV periodiek onafhankelijk marktonderzoek doen. Dit onderzoek vindt eens per 5 – 10 jaar plaats. Het marktonderzoek richt zich op de samenstelling, onderbouwing en wijze van indexering van de normbedragen voorzieningen. De normbedragen in dit besluit zijn gebaseerd op onderzoek in 2018. Dit betekent dat UWV uiterlijk in 2028 een nieuw onderzoek laat uitvoeren.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>Amsterdam,</plaats>
            <datum isodatum="2025-12-09">9 december 2025</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <naam>
            <voornaam>M.</voornaam>
            <achternaam>Camps</achternaam>
          </naam>
          <functie>Voorzitter Raad van Bestuur</functie>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>