Call for proposals Kennis voor onderwijs van de toekomst – Groot, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

2024

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadline(s)

2

2

Doel

2

 

2.1

Doelstelling van het programma

2

 

2.2

Maatschappelijke impact

3

3

Voorwaarden voor aanvragers

4

 

3.1

Wie kan aanvragen

4

 

3.2

Wat kan aangevraagd worden

6

 

3.3

Het opstellen en indienen van de intentieverklaring, de vooraanmelding en de aanvraag

6

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

8

 

3.5

Subsidievoorwaarden

9

4

Beoordelingsprocedure

10

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

11

 

4.2

Procedure

11

 

4.3

Criteria

15

5

Subsidieverplichtingen

16

 

5.1

Aanvullende voorwaarden

16

6

Contact en overige informatie

20

 

6.1

Contact

20

 

6.2

Overige informatie

20

7

Bijlagen

20

 

7.1

Toelichting op budgetmodules

20

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Kennis voor onderwijs van de toekomst – Groot’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NRO coördineert en financiert onderwijsonderzoek en bevordert de verbinding tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs. Zo werkt het NRO aan vernieuwing en verbetering van het onderwijs.

Het NRO programmeert en financiert onderzoek langs de volgende lijnen:

  • 1. Onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs;

  • 2. Onderzoek naar kansrijke aanpakken;

  • 3. Vrij onderzoek met als doel de ontwikkeling van kennis voor de toekomst van het onderwijs;

  • 4. Individuele talent-, innovatie- en stimuleringsbeurzen voor kennisgedreven werken door onderwijsprofessionals.

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

De subsidieronde Kennis voor onderwijs van de toekomst – Groot valt onder de eerste financieringslijn, onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs, en is onderdeel van het subsidieprogramma Kennis voor onderwijs van de toekomst van de Programmaraad voor wetenschappelijk onderwijsonderzoek (Prowo). Dit subsidieprogramma bestaat uit drie samenhangende subsidierondes: Klein, Middel en Groot.

Meer informatie over dit subsidieprogramma is te vinden op: https://www.nro.nl/onderzoeksprogrammas/Kennis-voor-onderwijs-van-de-toekomst

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.530.000,–. Voor een aanvraag in deze Call for proposals kan in totaal minimaal € 600.000,– en maximaal € 900.000,– worden aangevraagd.

1.3 Indieningsdeadline(s)

De deadline voor het indienen van Intentieverklaringen is donderdag 5 september 2024, voor 14:00:00 CEST.

De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is donderdag 10 oktober 2024, voor 14:00:00 CEST.

De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 18 maart 2025, voor 14:00:00 CEST.

Let op: Lees hoofdstuk 4 met alle stappen in de beoordelingsprocedure goed door. Er zijn enkele wijzigingen in de beoordelingsprocedure voor Kennis voor onderwijs van de toekomst 2024 ten opzichte van de subsidieronde 2022.

Bij het indienen van uw intentieverklaring, vooraanmelding en aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw intentieverklaring, vooraanmelding en aanvraag. Intentieverklaringen, vooraanmeldingen aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Het doel van dit onderzoeksprogramma is de financiering van onderzoek dat bijdraagt aan de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis over de thema’s uit de Kennisagenda voor het onderwijs. De wetenschappelijke kennis die voortkomt uit deze onderzoeken dient zoveel mogelijk generaliseerbaar en toepasbaar te zijn en draagt daarmee bij aan de verbetering en vernieuwing van het Nederlandse onderwijs. Zo moeten de opbrengsten van de onderzoeken zoveel mogelijk bruikbaar zijn voor andere onderwijsinstellingen binnen de onderwijscontext waarin het onderzoek plaatsvindt. Uit de aanvraag moet duidelijk blijken in welke onderwijscontext het beoogde onderzoek wordt uitgevoerd en op welke manier het project van belang is voor onderwijsinstellingen die niet direct bij het onderzoek betrokken zijn. Tevens worden in dit programma kansen geboden aan beginnende wetenschappers (talent) om bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling van het onderwijsonderzoek in Nederland.

Kenmerkend voor het programma is de hoeveelheid ruimte en mogelijkheden die aan aanvragers wordt geboden om onderbouwde keuzes te maken in de aanvraag die zij willen indienen. Hieronder worden de verschillende mogelijkheden toegelicht.

Onderzoeksperspectief

Afhankelijk van het doel en de vraagstelling van een onderzoek kunnen aanvragers een onderzoek doen met een (combinatie van) praktijkgericht, beleidsgericht en/of fundamenteel onderzoeksperspectief. Bij een praktijkgericht en/of beleidsgericht perspectief ligt de focus op het ontwikkelen van kennis en inzichten die gebruikt kunnen worden bij het maken van onderbouwde keuzes voor de verbetering van de onderwijspraktijk of het onderwijsbeleid. Het programma biedt ook ruimte voor fundamenteel onderzoek, waarvan de resultaten wellicht niet direct door praktijkprofessionals of beleidsmakers gebruikt kunnen worden, maar die wel tot impact op het onderwijs op de langere termijn of sturing op verder onderzoek kunnen leiden.

Sectoren

Aanvragen kunnen zich alleen richten op de onderwijssectoren voor- en vroegschoolse educatie (vve), basisonderwijs (po), speciaal basisonderwijs (sbo), voortgezet onderwijs (vo), (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en/of het middelbaar beroepsonderwijs (mbo)1. Aanvragers worden aangemoedigd om, waar mogelijk en passend, het mbo te betrekken bij het onderzoek. Dit kan bijvoorbeeld zijn als onderzoekssubject, als mede-aanvrager of als samenwerkingspartner.

Aandacht voor talent

Het NRO wil in het programma mogelijkheden bieden aan beginnende wetenschappers die onderzoek doen naar het onderwijs in Nederland. In de aanvraag moet helder worden gemaakt of en hoe er aandacht is voor het betrekken van beginnende wetenschappers. Hierbij kan worden gedacht aan het coördineren van het onderzoeksproject. Onder beginnende wetenschappers vallen phd’s, postdocs die maximaal drie jaar gepromoveerd zijn en gepromoveerde docenten in po, vo, mbo of hbo die maximaal drie jaar gepromoveerd zijn en onderzoek willen doen. Alle beginnende wetenschappers moeten worden begeleid door ervaren onderzoekers gedurende het project.

2.1.1. Thema’s

Binnen dit programma kan financiering worden aangevraagd voor onderzoek dat aansluit bij de thema‘s uit de Kennisagenda voor het onderwijs. De Kennisagenda benoemt de zes belangrijkste thema’s waarover meer kennis nodig is om nu én in de toekomst kwalitatief hoogstaand onderwijs te kunnen bieden. Binnen de thema’s kunnen de onderzoeken zich aansluiten op meerdere gamechangers die ook in de Kennisagenda voor het onderwijs worden benoemd: onderwerpen waar kansen liggen om belangrijke veranderingen teweeg te brengen.

Aanvragen kunnen worden ingediend binnen een of meerdere van de volgende thema’s:

  • 1. Kennis en vaardigheden van leerlingen

  • 2. Toegang tot een inclusieve(re) leeromgeving

  • 3. Technologie in het onderwijs

  • 4. Gelijke kansen

  • 5. Kwalificaties van toekomstige leraren en de kwaliteit van hun opleiding

  • 6. De school als lerende en professionele organisatie

Aanvragers dienen kennis te nemen van de beschrijvingen van de thema’s in de Kennisagenda voor het onderwijs en de Kennisagenda voor het hoger onderwijs en hun aanvraag hierop te laten aansluiten. Zij moeten duidelijk onderbouwen op welke manier de aanvraag aansluit op een of meerdere thema’s, en – eventueel – bij welke gamechanger(s). Voor elk thema is ook verdiepende informatie beschikbaar. De kennisvragen in deze uitgebreide themabeschrijvingen kunnen door aanvragers gebruikt worden om richting te geven aan de eigen gekozen vraagstelling, maar dat is niet verplicht. U kunt voor verdere informatie over deze thema’s eveneens de Strategische Kennisagenda OCW 2019–2024 en de Kennisagenda voor het hoger onderwijs raadplegen.

Er is veel overlap tussen de thema’s. Kennis over bijvoorbeeld technologie kan wellicht zorgen voor meer kansengelijkheid én een meer inclusieve leeromgeving. Leiderschap en de bekwaamheid van onderwijsprofessionals worden in meerdere thema’s genoemd. Dit geeft aan hoe nauw deze in het onderwijsveld met elkaar verweven zijn, en elkaar kunnen beïnvloeden. Het is daarom mogelijk om een aanvraag te richten op meerdere thema’s. In de aanvraag dient de meerwaarde daarvan en de onderlinge samenhang duidelijk beschreven te worden.

Aanvragers worden aangemoedigd om, waar mogelijk, thema 6 ‘de school als lerende en professionele organisatie’ mee te nemen in het onderzoek wanneer zij zich richten op één of meer van de andere vijf thema’s. Aanvragers worden hierbij gevraagd overkoepelend te kijken naar welke rol thema 6 speelt bij onderzoek naar de andere thema’s.

2.2 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan kansengelijkheid, teruglopende geletterdheid en thuiszitters. Vragen die leven in het brede onderwijsveld en die het verdienen om, op basis van kennis, gezamenlijk opgepakt te worden. Om hier aan bij te dragen is kennisbenutting een belangrijk onderdeel van onderzoeken die worden gefinancierd door NRO.

2.2.1 Impact op maat

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten. Het vraagstuk kan zowel beleidsgericht en/of praktijkgericht van aard zijn. Fundamenteel onderzoek is ook een optie, maar daarbij is van belang dat het onderzoek van waarde is voor de praktijk en/of het beleid, ook al is dat pas op langere termijn zichtbaar.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact – Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

2.2.2 Digitaal matchmakingsplatform: Onderzoeksplein Onderwijs

Het is mogelijk om gebruik maken van het digitaal matchingsplatform van het NRO: het Onderzoeksplein Onderwijs (onderzoeksplein.nro.nl). Op dit platform kunt u uw onderzoeksidee, zowel vanuit de praktijk als vanuit wetenschap, delen. Vervolgens kunt u contact zoeken met mogelijke onderzoeks- of (onderwijs)praktijkpartners. Deze partners krijgen de mogelijkheid aan te sluiten bij uw idee om zo samen een consortium te vormen voor een aanvraag binnen dit programma. Meer uitleg is te vinden op het matchingsplatform zelf.

Ga voor meer informatie over het gebruik van het platform Onderzoeksplein Onderwijs naar onderzoeksplein.nro.nl en klik op ‘uitleg’.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de intentieverklaring, vooraanmelding en aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Bij de ambitie van het NRO past zowel het financieren van individuele onderzoekers als het financieren van consortia. Aanvragers maken zelf de afweging of het passend is om het project als individuele onderzoeker uit te voeren, als consortium van wetenschappers en relevante praktijk- en/of beleidspartners, of als consortium van wetenschappers alleen. De keuze om als individu of als consortium een aanvraag in te dienen moet worden onderbouwd en passend zijn bij het doel en de vraagstelling van het onderzoek.

Hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, (docent-)onderzoekers, hogeschool(hoofd)docenten, (associate) lectoren en andere onderzoekers met een vergelijkbare functie2, onderwijsprofessionals, docenten, mogen als hoofd- of medeaanvrager een aanvraag indienen als zij in dienst zijn bij één van de onderstaande organisaties:

  • Een universiteit, zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • Een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • Een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • Een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden waar onafhankelijk (onderwijs)onderzoek wordt uitgevoerd;

  • Een regionaal opleidingscentrum (ROC) of een beroepscollege zoals bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het bekostigd onderwijs betreft3

  • Een bekostigde onderwijsinstelling primair en/of voortgezet onderwijs in het Koninkrijk der Nederlanden.

Aanvullende voorwaarden (van toepassing op zowel hoofdaanvrager als medeaanvragers):

  • Een hoofdaanvrager mag slechts één aanvraag binnen deze Call for proposals indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager;

  • Een hoofdaanvrager mag binnen deze Call for proposals maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium. Het NRO stelt geen eisen aan hoeveel keer de hoofdaanvrager betrokken is als consortiumpartner bij een ander consortium binnen Kennis voor onderwijs van de toekomst;

  • Aanvragers moeten een dienstverband hebben voor de duur van het gehele project. Het kan voorkomen dat de huidige arbeidsovereenkomst van de aanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd of eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van zijn werkgever bij, waarin de betreffende organisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project;

  • De organisatie van de aanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd;

  • Aanvragers met een nuluren-arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening;

  • De keuze voor de hoofdaanvrager is definitief bij het indienen van de intentieverklaring en kan gedurende het beoordelingsproces niet meer gewijzigd worden;

  • Aanvragers hebben aantoonbaar ruime ervaring in onderwijsonderzoek naar de sector waarop het onderzoek zicht richt en heeft aantoonbaar ervaring, indien van toepassing, met (het leiden van) brede samenwerkingsprojecten in het onderwijsonderzoek, de onderwijspraktijk en/of onderwijsbeleid.

U dient als hoofdaanvrager een aanvraag individueel in of namens een consortium. Daarmee wordt bedoeld een samenwerkingsverband tussen aanvragers en samenwerkingspartners en eventueel cofinanciers.

Aanvullende voorwaarden consortium:

  • Bij iedere aanvraag mogen maximaal vier medeaanvragers betrokken zijn.

  • Een medeaanvrager mag binnen deze Call for proposals in maximaal twee consortia als medeaanvrager deelnemen. Het NRO stelt geen eisen aan hoeveel keer de medeaanvrager betrokken is als consortiumpartner bij een ander consortium binnen Kennis voor onderwijs van de toekomst.

3.1.1 Samenwerkingspartners

Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven, publieke en private organisaties, en overige instellingen. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden. De samenwerkingspartners in deze Call for proposals zijn medewerkers van aan het onderwijs gerelateerde instellingen, medewerkers van beleidsinstellingen, medewerkers van onderwijsadviesinstellingen en medewerkers van gemeenten.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan alleen vergoeding voor salaris- of onderzoekskosten worden aangevraagd via het materieel budget in de subsidieaanvraag.

3.1.2 Cofinanciers

Een cofinancier is een partij die deelneemt aan het consortium en cash en/of in kind bijdraagt aan het project. De rol die de cofinancier speelt bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Een cofinancier ontvangt geen subsidie van NWO op basis van deze Call for proposals. Ook is het niet mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via budgetmodules.

Organisaties waarvan medewerkers, conform artikel 3.1, als (hoofd- of mede)aanvrager mogen deelnemen, mogen in deze Call for propoals niet deelnemen als cofinanciers.

De bijdrage van de cofinancier wordt bekend gemaakt door middel van een verklaring cofinanciering en is een netto bijdrage aan het project.

3.1.3 Hoofd- en medeaanvragers

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De kennisinstelling van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

3.2 Wat kan aangevraagd worden

Voor een aanvraag in deze Call for proposals kan in totaal minimaal € 600.000 en maximaal € 900.000,– worden aangevraagd. De minimale looptijd van het voorgestelde project is één jaar, de maximale looptijd van het voorgestelde project is vijf jaar. De voor deze Call for proposals beschikbare budgetmodules (inclusief de maximum bedragen) staan vermeld in de tabel hieronder. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u in de bijlage bij deze Call for proposals (7.1).

Budgetmodule

Maximaal bedrag

Promovendus

Volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven

Postdoc

Volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

€ 100.000, volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven, in combinatie met promovendi en/of postdoc(s)

Personeel onderwijsinstellingen (wo (met uitzondering van promovendi, postdocs en NWP’s), hbo, mbo, vve, (v)so, po, vo,) en overige organisaties

Volgens de op het moment van het subsidieverleningsbesluit geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven Salaristabellen | NWO.

Materiële kosten

€ 15.000 per jaar per fte wetenschappelijke positie en/of per 0,2 fte aangevraagde wetenschappelijk medewerker aan een hogeschool, onderwijsinstelling of overige organisatie (met een minimale aanstelling van 0,2 fte gedurende 12 maanden)

Investeringen (t/m € 150.000)

Maximaal € 150.000

Investeringen (€ 150.000 t/m € 500.000)

Groter of gelijk aan € 150.000 (voor dataverzamelingen geldt een minimum van € 25.000) en kleiner of gelijk aan € 500.000

Kennisbenutting

Richtlijn: 5% van het totaal aangevraagde budget

Internationalisering

€ 25.000

3.3 Het opstellen en indienen van de intentieverklaring, de vooraanmelding en de aanvraag

De intentieverklaring wordt direct in ISAAC ingevuld. Er is geen standaard formulier beschikbaar. De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen.

Let op! U kunt na het indienen van de intentieverklaring de hoofdaanvrager niet meer wijzigen.

Een intentieverklaring bestaat uit twee invulvelden in ISAAC: de titel en de samenvatting. In het eerste invulveld vult u de titel van de aanvraag in. Deze kan bij het indienen van de vooraanmelding gewijzigd worden.

Let op! U wordt gevraagd in de intentieverklaring de volgende informatie te geven en in te vullen in het vak ‘samenvatting’:

  • Een opgave van de namen en instellingen/organisaties van de consortiumpartners en – indien relevant – onderwijsinstellingen/besturen die betrokken worden bij de uitvoering (zonder individuele namen). Dit mag nog wijzigen bij de vooraanmelding/aanvraag.

  • Het thema of de thema’s waarop het onderzoek zich gaat richten van de Kennisagenda voor het onderwijs.

  • De onderwijssector of sectoren waarop het onderzoek zich richt;

  • Het onderzoeksperspectief of de onderzoeksperspectieven (praktijkgericht, beleidsgericht en/of fundamenteel onderzoek)

Het consortium, de keuze voor sectoren en thema’s kan nog worden uitgebreid in de vooraanmelding.

Optionele bijlage(n) vooraanmelding:

  • consortiumformulier

Optionele bijlage(n) aanvraag:

  • consortiumformulier

  • letter of commitment

  • verklaring aanstelling en projectbegeleiding

  • verklaring cofinanciering

Verplichte bijlage aanvraag:

  • begroting

Voor het opstellen van uw vooraanmelding en aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NRO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

  • vul het vooraanmeldings- of aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

De bijlage dient conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.

Het indienen van een intentieverklaring, vooraanmelding en aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe organisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een organisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de organisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de organisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

Disciplinecodes

U bent verplicht om in het aanvraagformulier één of meerdere disciplinecode(s) in te vullen die van toepassing is of zijn op het voorgestelde onderzoek. U kunt hiervoor alleen gebruikmaken van de NWO-disciplinecodes, te vinden via Disciplinecodes | NWO. U moet deze informatie ook in ISAAC invullen voor u de aanvraag indient. Dit doet u in het tabblad ‘Algemeen’ bij ‘Disciplines’.

Zowel in het aanvraagformulier als in ISAAC neemt u in ieder geval de disciplinecode voor ‘Onderwijswetenschappen’ (1.90.00) op. U zet in rangorde van boven naar onder de belangrijkste (sub)disciplines.

3.3.1 Expertise aanvragers

Aanvragers wordt in deze Call for proposals gevraagd hun expertise te beschrijven door het opstellen van een professioneel profiel en het vermelden van key outputs. Hieronder worden deze twee onderdelen toegelicht:

  • 1. Professioneel profiel: een verhalende beschrijving van de expertise van de aanvragers. Aanvragers moeten in dit onderdeel uiteenzetten wat voor onderzoeker of onderwijsprofessional zij zijn: wat is de professionele focus en agenda van de aanvragers? Het professioneel profiel kan bestaan uit relevante academische, beleids- en praktijkervaring. Het is aan de aanvragers om te laten zien waarom zij over de juiste en relevante expertise om het voorgestelde onderzoek uit te voeren. In alle gevallen geldt dat aanvragers verzocht wordt te schetsen in welke context deze ervaringen zijn opgedaan.

  • 2. Key output: een lijst van maximaal 10 key output items4 met een toelichting waarom de aanvragers dit als belangrijkste output beschouwen. Ook het onderdeel waarin aanvragers hun gerealiseerde output tonen heeft een narratief karakter. Alle typen output die relevant zijn om de expertise van de aanvragers in relatie tot de aanvraag aan te tonen, kunnen genoemd worden. Per output item wordt gevraagd in te gaan op de rol en/of bijdrage van de aanvragers, de impact van de output, en waarom het item bij uitstek de kwaliteit van de aanvragers in relatie tot de aanvraag toont. In deze toelichting kan men tevens verwijzen naar bepaalde kwaliteitsindicatoren.

Richtlijn voor het gebruik van kwaliteitsindicatoren

U mag enkel kwaliteitsindicatoren gebruiken op het niveau van het individuele output item, zoals indicatoren over een specifiek artikel. Het is niet toegestaan om lijsten of totale aantallen van publicaties, beurzen of prijzen te noemen, noch is het toegestaan om het totale ontvangen bedrag te noemen. U kunt wel aantallen voor losse beurzen etc. noemen. Kwaliteitsindicatoren kunnen zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren zijn. Zo mag bijvoorbeeld het aantal keer dat een dataset is gedownload worden genoemd, of de impact op beleid van een eerder gepubliceerd artikel worden vermeld. Per output item kunnen meerdere, verschillende, indicatoren vermeld worden. Bijvoorbeeld niet alleen dat een artikel uitzonderlijk vaak geciteerd is of tot verandering in lesmethoden of -materiaal heeft geleid, maar ook dat samenwerking in een consortium heeft geleid tot een succesvolle subsidieaanvraag.

Verwijs niet naar reputatie van publicatieplatformen maar geef onderbouwing van relevante kwaliteiten en bijdragen.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening vooraanmelding

NWO toetst uw vooraanmelding op onderstaande voorwaarden. Alleen als uw vooraanmelding aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een vooraanmelding beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de hoofdaanvrager, medeaanvrager(s) en consortium partner(s) voldoet/voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • Er is tijdig door de hoofdaanvrager een intentieverklaring ingediend via ISAAC, die na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies in ingevuld;

  • het vooraanmeldingsformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de vooraanmelding voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • de vooraanmelding en bijlage(n) zijn ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de vooraanmelding en bijlage(n) zijn ontvangen via ISAAC voor de gestelde deadline;

  • de vooraanmelding en de bijlage(n) zijn in het Engels opgesteld;

3.4.2 Formele voorwaarden indiening aanvraag

NWO toetst uw aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de hoofdaanvrager, medeaanvrager(s) en consortium partner(s) voldoet/voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden. Wijzigingen in het consortium ten opzichte van de vooraanmelding zijn toegestaan. Ook de uitbreiding van het thema/de thema’s, de sector(en) en het onderzoeksperspectief is nog mogelijk. De beperking van het aantal in te dienen aanvragen waarbij iemand betrokken mag zijn, blijft van toepassing;

  • Er is tijdig door de hoofdaanvrager een vooraanmelding ingediend via ISAAC, die na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies in ingevuld;

  • De aanvraagformulier en de bijlage(n) zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • de aanvraag en bijlage(n) zijn ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag en bijlage(n) zijn ontvangen via ISAAC voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag en de bijlage(n) zijn in het Engels opgesteld;

  • de aanvraagbegroting is voorzien van de meest recente tarieven en volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 1 en maximaal 5 jaar.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2017 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers.

NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting.

Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken.

Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.3 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.4 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

3.5.5 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.6 Eigen bijdrage of Cofinanciering

Het NRO waardeert publieke en/of private cofinanciering en/of eigen bijdragen in de vorm van personele en materiele bijdragen, cash en/of in-kind.

U moet de rol en de garantie van deze cofinanciering en/of eigen bijdrage duidelijk toelichten in het aanvraagformulier. Daarnaast dient u samen met uw aanvraag een ‘Verklaring cofinanciering’/‘letter of commitment’ in. Een voorbeeldbrief vindt u onder aan de financieringspagina van deze ronde op NWO | Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. De cofinanciering en/of eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan het bij het NRO aangevraagde budget, omdat het NRO de hoofdfinancier moet zijn. De verdere voorwaarden voor private cofinanciering leest u in artikel 1.5 van de NWO Subsidieregeling 2017. Voor deze Call geldt het NWO-beleid over intellectueel eigendom waarbij de projectleider de regie heeft bij de verdeling van de IE-rechten op de projectresultaten (art. 4.2.4. derde lid NWO Subsidieregeling 2017).

Verschil tussen cofinanciering en eigen bijdrage

  • Eigen bijdrage is een bijdrage, cash of in-kind, door een aanvrager of samenwerkingspartner.

  • Cofinanciering is een bijdrage, cash of in-kind door een publieke of private cofinancier.

    In geval van cofinanciering is het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen.

    De (model) consortiumovereenkomst die NWO beschikbaar stelt op de financieringspagina voor deze Call for proposals dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2017.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO). Voor wat betreft het kunnen indienen van een aanvraag betekent dit concreet dat leden van de beoordelingscommissie niet tevens aanvrager of consortiumpartners van een aanvraag kunnen zijn in deze subsidieronde. Leden van de beoordelingscommissie zijn echter niet uitgesloten van het indienen van een aanvraag in de andere calls (Klein en Middel) in het subsidieprogramma Kennis voor onderwijs van de toekomst.

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert referenten en leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Informatiebijeenkomst;

  • indiening van de intentieverklaring;

  • indiening van de vooraanmelding;

  • in behandeling nemen van de vooraanmelding;

  • beoordeling van de vooraanmelding;

  • advies;

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • peer review door referenten;

  • preadvisering beoordelingscommissie;

  • weerwoord

  • vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap, de praktijk en het beleid met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven selectiecriteria in deze Call.

4.2.1 Informatiebijeenkomst

Het NRO organiseert begin september een online informatiebijeenkomst. Aanvragers kunnen tijdens deze informatiebijeenkomst vragen stellen over de Call for proposals en de aanvraagprocedure. Ook krijgen aanvragers tijdens deze bijeenkomst een toelichting op het werken met zogeheten impactbenaderingen. Met het sturen op wetenschappelijke en maatschappelijke impact wil het NRO aanvragers helpen om de kans op impact van het onderzoek te vergroten. Informatie over (het aanmelden voor) deze bijeenkomst is te vinden op de website van het NRO. Deelname aan de informatiebijeenkomst is niet verplicht.

4.2.2 Indiening van de intentieverklaring

Met een intentieverklaring geeft u aan dat u een aanvraag wilt indienen voor deze Call for proposals. Het indienen van een intentieverklaring is verplicht om in een latere fase een aanvraag in te mogen dienen.

De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen. U moet uw intentieverklaring voor de deadline indienen via ISAAC (zie paragraaf 1.3).

U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de intentieverklaring. De hoofdaanvrager kan niet meer wijzigen.

Een intentieverklaring bestaat uit twee invulvelden: de titel en de samenvatting. In het eerste invulveld vult u de titel van de aanvraag in. Deze kan bij het indienen van de vooraanmelding gewijzigd worden. In het vak ‘samenvatting’ vult u de volgende gegevens in:

  • Een opgave van de namen en instellingen/organisaties van de medeaanvrager(s), consortiumpartner(s) en – indien relevant – onderwijsinstellingen/besturen die betrokken worden bij de uitvoering (zonder individuele namen). Dit mag nog wijzigen bij de vooraanmelding/aanvraag.

  • Het thema of de thema’s waarop het onderzoek zich gaat richten van de Kennisagenda voor het onderwijs.

  • De onderwijssector of sectoren waarop het onderzoek zich richt;

U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de intentieverklaring.

Let op! U kunt na het indienen van de intentieverklaring de hoofdaanvrager niet meer wijzigen. U mag een intentieverklaring intrekken. Dit doet u via uw account in ISAAC.

4.2.3 Indiening van de vooraanmelding

Voor deze Call for proposals is het indienen van een vooraanmelding verplicht. Een vooraanmelding is een beknopte aanvraag. Voor indiening van de vooraanmelding is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. De door u ingevulde vooraanmelding moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de vooraanmelding een ontvangstbevestiging. NB: de begroting hoeft alleen als bijlage bij de aanvraag te worden geüpload. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de vooraanmelding een ontvangstbevestiging.

4.2.4 In behandeling nemen van de vooraanmelding

Zo snel mogelijk nadat u uw vooraanmelding heeft ingediend, hoort u of NWO uw vooraanmelding in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw vooraanmelding hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.5 Beoordeling vooraanmelding

Hierna wordt uw vooraanmelding voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs).

De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de vooraanmelding. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de vooraanmelding per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ slecht).

Vooraanmeldingen die de preadviseurs beoordelen als kansrijk voor toewijzing ontvangen een positief advies (vooraanmelding uitwerken tot aanvraag). Vooraanmeldingen die volgens de preadviseurs een lage kans op toewijzing hebben, ontvangen een negatief advies (vooraanmelding niet uitwerken tot aanvraag). Om een positief advies te ontvangen, moet de vooraanmelding als geheel tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Daarnaast moet de vooraanmelding tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen. De aanvragers ontvangen de schriftelijke beoordeling van de commissie.

4.2.6 Advies vooraanmelding

De beoordeling van de vooraanmelding resulteert in een advies om de vooraanmelding al dan niet verder uit te werken.

4.2.7 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.8 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen. Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.9 Peer review door referenten

Voordat de beoordelingscommissie zich over uw aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee onafhankelijke externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. De referenten geven een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij maken daarbij gebruik van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (paragraaf 4.3) en van een standaard formulier. De referenten worden gekozen op basis van hun expertise.

Het is mogelijk om (maximaal drie) non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non-referenten opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de vooraanmelding. NWO zal deze non-referenten niet benaderen om als externe referent de aanvraag te beoordelen.

Het NRO-bureau bepaalt wie als referenten worden benaderd. Indien blijkt dat een referentencommentaar zich te zeer richt op de persoon van de aanvrager of uitvoerder, of anderszins onzakelijk is, behoudt het bureau zich het recht voor dit commentaar te doen herzien alvorens het voor te leggen aan de aanvrager, dan wel het commentaar niet door te zenden.

4.2.10 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna worden uw aanvraag en de referentenrapporten voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij gebruiken de referentenrapporten ter ondersteuning van hun oordeelsvorming. Tevens kunnen zij een oordeel vormen over de objectiviteit van de geraadpleegde referentenrapporten. De preadviseurs formuleren het commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).

4.2.11 Weerwoord

Het schriftelijke commentaar van de preadviseurs (de preadviezen) wordt vervolgens geanonimiseerd voorgelegd aan de aanvrager. De aanvrager ontvangt het inhoudelijke commentaar, niet de voorlopige scores. Tevens ontvangt de aanvrager de geanonimiseerde referentenrapporten die de preadviseurs hebben geraadpleegd in hun oordeelsvorming. Het NRO streeft er naar om medio juni 2025 de preadviezen en rapporten op te sturen. Aanvragers wordt aangeraden om deze periode beschikbaar te zijn om een weerwoord te schrijven.

De aanvrager krijgt vijf werkdagen de gelegenheid om een reactie van maximaal 1500 woorden te schrijven volgens een standaard formulier, en deze te versturen naar programmaraad@nro.nl.

Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail (programmaraad@nro.nl) aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.

4.2.12 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten en pre-adviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de referenten en pre-adviseurs (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten en pre-adviezen. De commissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de commissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten.

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de Prowo over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).

4.2.13 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,1 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium relevantie en impact als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.7, derde lid, sub a, onderdeel iv van de NWO Subsidieregeling 2017). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.14 Besluitvorming

Tot slot toetst de Prowo de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.15 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen.

Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Begin september

Informatiebijeenkomst

Intentieverklaringen

 

5 september 2024, 14:00:00 uur CEST

Deadline intentieverklaringen

Vooraanmeldingen

 

10 oktober 2024, 14:00:00 uur CEST

Deadline vooraanmeldingen

10 oktober 2024 t/m 24 oktober

In behandeling nemen vooraanmeldingen

November 2024 t/m januari 2025

Commissie beoordeelt vooraanmeldingen

Januari 2025

Aanvragers ontvangen advies wel/niet uitwerken vooraanmelding tot een aanvraag

Aanvragen

 

18 maart 2025

Deadline aanvragen

18 maart t/m 1 april 2025

In behandeling nemen aanvragen

April t/m juni 2025

Raadplegen referenten en preadviseurs

Medio juni 2025 (circa de week van 16 / 23 juni 2025)

Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

September 2025

Vergadering beoordelingscommissie

Oktober 2025

Besluit Prowo

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

In deze Call for proposals wordt gewerkt met vooraanmeldingen en aanvragen. In de vooraanmelding wordt het onderzoeksidee beknopt beschreven, maar wordt dit nog niet volledig uitgewerkt. De vooraanmelding wordt daarom beoordeeld op andere beoordelingscriteria dan de aanvraag. De vooraanmeldingen die binnen deze Call for Proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Relevantie van het onderzoek (60%)

  • 2. Kwaliteit van de aanvrager(s) (40%)

  • 1. Relevantie van het onderzoek (60%)

    • Bijdrage wetenschappelijke kennisbasis en/of onderwijspraktijk en/of -beleid:

      • a. In hoeverre levert het onderzoek een significante bijdrage aan de wetenschappelijke kennisbasis en/of levert het onderzoek relevante kennis en inzichten op die bijdragen aan de verbetering van de onderwijspraktijk en/of -beleid?

    • Aansluiting Kennisagenda voor het onderwijs:

      • b. In hoeverre sluit de globale uitwerking van de probleemstelling en voorlopige hoofd- en deelvragen aan bij één of meerdere thema’s van de Kennisagenda voor het onderwijs?

  • 2. Kwaliteit aanvrager(s) (40%)

    • Professioneel profiel:

      • a. In hoeverre is de individuele onderzoeker of samenstelling van het consortium deskundig en wekt de onderzoeker of het consortium vertrouwen dat het project tot een goed einde kan worden gebracht, blijkend uit het professioneel profiel?

    • Aandacht voor talent:

      • b. In hoeverre wordt voldoende toegelicht waarom er wel of geen ontwikkelmogelijkheden voor beginnende wetenschappers zijn opgenomen en, indien wel, hoe deze ontwikkelmogelijkheden in het project worden ingevuld?

Op beide criteria moet ten minste sprake zijn van een kwalificatie ‘goed’ om een positief advies te kunnen krijgen. Ook moet de vooraanmelding als geheel de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

4.3.2 Inhoudelijke beoordelingscriteria aanvraag

De aanvragen die binnen deze Call for Proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Wetenschappelijk kwaliteit en haalbaarheid van de aanvraag (35%)

  • 2. Relevantie en impact (35%)

  • 3. Kwaliteit aanvrager(s) (30%)

  • 1. Wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid (35%)

    • Probleemstelling en aansluiting bestaand onderzoek:

      • a. In hoeverre is de probleemstelling duidelijk beschreven, afgebakend en logisch uitgewerkt in onderzoeksvragen en – voor zover van toepassing – in een conceptueel model of hypothesen?

      • b. In hoeverre sluit het voorgestelde onderzoek aan op bestaande kennis en theorieën en is het onderzoek een significante bijdrage aan de wetenschappelijke kennisbasis?

      • c. In hoeverre zijn de voorgestelde methoden, meetinstrumenten en technieken betrouwbaar, valide en geschikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden?

    • Haalbaarheid:

      • d. In hoeverre is het projectplan, waaronder de beschreven activiteiten, planning en begroting, helder omschreven, haalbaar en passend voor de uitvoering van het onderzoek?

      • e. In hoeverre is het aannemelijk, op basis van een risicoanalyse, verkenning, pilot of eerder onderzoek, dat het onderzoek praktisch uitvoerbaar is.

  • 2. Relevantie en impact (35%)

    • Relevantie van het onderzoek:

      • a. In hoeverre is de relevantie van het voorgestelde onderzoek helder en overtuigend voor één of meer van de in hoofdstuk 2 beschreven thema’s uit de Kennisagenda voor het onderwijs? Indien de aanvraag zich richt op meer dan één thema: in hoeverre wordt de meerwaarde hiervan en onderlinge samenhang duidelijk beschreven in de aanvraag?

      • b. In hoeverre levert het onderzoek relevante kennis en inzichten op die bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van de onderwijspraktijk en/of -beleid? (De uitkomsten van fundamenteel onderwijsonderzoek moeten ook van waarde zijn voor de praktijk en/of het beleid, ook al kan dat vaak pas op langere termijn zichtbaar zijn).

      • c. In hoeverre wordt er voldoende toegelicht waarom het mbo en/of thema 6 wel of niet in het onderzoek is opgenomen en indien wel, wordt voldoende toegelicht hoe het mbo en/of thema 6 bij het onderzoek worden betrokken?

    • Impact:

      • d. In hoeverre worden de stakeholders van het onderzoek (onderwijspraktijk- en/of onderwijsbeleidsprofessionals) aantoonbaar betrokken in het gehele proces van vraagarticulatie tot en met de activiteiten om de beoogde impact te bereiken?

      • e. In hoeverre is de bruikbaarheid van de opbrengsten voor andere onderwijsinstellingen binnen de onderwijscontext waarin het onderzoek plaatsvindt, duidelijk omschreven?

      • f. In hoeverre is overtuigend beschreven hoe de resultaten en inzichten uit het onderzoek bijdragen aan de beoogde maatschappelijke impact en is er een passend kennisdelingsplan (de plannen voor verspreiding van de (tussentijdse) resultaten) onderwijspraktijk en/of onderwijsbeleidsprofessionals?

  • 3. Kwaliteit van aanvrager(s) (30%)

    • Deskundigheid aanvrager(s):

      • a. In hoeverre wordt duidelijk gemaakt waarom gekozen is om als individuele onderzoeker aan te vragen of als consortium?

      • b. In hoeverre is de individuele onderzoeker of samenstelling van het consortium deskundig, blijkend uit het professioneel profiel, en worden daarmee de wetenschappelijke disciplines waar het onderzoek zich op richt vertegenwoordigd?

      • c. In hoeverre is de rol van de onderzoeker of rolverdeling tussen de verschillende leden van het consortium duidelijk omschreven en is deze passend bij de expertise?

    • Aandacht voor talent:

      • d. In hoeverre wordt voldoende toegelicht waarom er wel of geen ontwikkelmogelijkheden voor beginnende wetenschappers zijn opgenomen en, indien wel, wordt er voldoende uitgelegd hoe deze ontwikkelmogelijkheden in het project worden ingevuld?

Op alle criteria moet ten minste sprake zijn van een kwalificatie ‘goed’ om in aanmerking te komen voor subsidietoewijzing. Ook moet de aanvraag als geheel de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1 Aanvullende voorwaarden

Uiterste startdatum

Een toegekend project moet uiterlijk zes maanden na de toewijzing beginnen. Als het project te laat start dan kan het NRO het subsidieverleningsbesluit intrekken.

Voor de start van het project dient u de volgende startdocumenten in via ISAAC:

  • Een volledig ingevuld en ondertekend projectmeldingsformulier (PMF);

  • Een consortiumovereenkomst (in geval van cofinanciering);

Daarnaast registreert u iedere aanstelling van een promovendus of postdoc via ISAAC voor de aanstellingsduur op het project. U kunt alle documenten downloaden via Projectbeheer NRO | NRO.

Kick-off meeting

Het project start met een kick-off meeting, georganiseerd door het NRO, waarbij eerder uitgevoerde projecten worden gepresenteerd. De exacte datum en het programma ontvangt u na het besluit aan het einde van het beoordelingsproces.

Tussentijdse wijzigingen melden

U bent als hoofdaanvrager verplicht om wijzigingen in de planning of uitvoering van het onderzoek onmiddellijk te melden. In die melding geeft u het NRO een beargumenteerde motivatie voor de wijzigingen.

Voortgang onderzoek

Vanaf een looptijd van twee jaar vragen wij u halverwege de looptijd van het onderzoek verslag te doen van het tot dan toe uitgevoerde onderzoek. Daarbij dient u aan te geven hoe het onderzoek in de resterende looptijd wordt uitgevoerd.

Het NRO volgt en ondersteunt de voortgang en evalueert de resultaten van het onderzoek. Hierbij wordt uitgegaan van de planning en beoogde opbrengsten zoals vermeld in uw aanvraag. Een aanzienlijke afwijking op de aanvraag, zonder voorafgaande instemming van het NRO, kan ertoe leiden dat het NRO de betaling van tranches (tijdelijk) stop zet, en de subsidie gedeeltelijk of geheel intrekt, en waar nodig terugvordert.

Daarnaast vraagt het NRO u gedurende de looptijd, en tot twee jaar na de looptijd van het project, iedere publicatie of andere vorm van output te registreren in ISAAC. U volgt hierbij het Standaard Evaluatie Protocol (SEP). Op www.isaac.nwo.nl vindt u een uitgebreide beschrijving van welke stappen u doorloopt om producten in ISAAC te registreren.

Kennisbenutting

Voor NRO is het van belang dat de gegenereerde kennis voortkomend uit door NRO gefinancierd onderzoek ook zijn weg vindt naar de maatschappij. Om de potentie voor maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke gebruikers vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project.

Gedurende de uitvoering van het onderzoek vraagt het NRO consortia te reflecteren op de impact van het onderzoek en na te denken op welke manier informatie uit het onderzoek benut, verspreid en geborgd kan worden onder eindgebruikers en andere belanghebbenden. Dit komt terug in het monitoren van de voortgang van het onderzoek.

Onderwijskennis

In het kader van kennisdisseminatie en kennisbenutting kunnen uitvoerders gedurende de looptijd van het onderzoek uitgenodigd worden om in relatie tot het thema van de aanvraag een bijdrage te leveren aan een themapagina op het nationale kennisknooppunt Onderwijskennis.nl. Dit platform wordt mogelijk gemaakt door NRO en toont wetenschappelijk onderbouwde bronnen van diverse partners met als doel het toegankelijk maken van kennis en het verbinden van onderwijsonderzoek met de onderwijspraktijk en onderwijsbeleid. De website biedt thematische pagina’s over relevante onderwijsthema’s, met onder andere thematische overzichten, praktische handvatten en verdiepende bronnen.

Een bijdrage kan gevraagd worden in de vorm van het aanleveren van een geschikte bron, maar ook in de vorm van het reviewen van een thematisch overzicht of van reeds geselecteerde bronnen over het onderzoeksthema van de aanvraag. Een bijdrage is mogelijk ongeacht de onderwijssector of het perspectief van het onderzoek. Indien een bijdrage aan Onderwijskennis gewenst is, neemt het NRO contact op met de projectleider. U kunt ook contact opnemen via de contactpagina op Onderwijskennis.nl indien u zelf een bijdrage wilt leveren.

Eindrapport, Factsheet en Procesverslag

Twee maanden voor de einddatum (van een (deel)project) verwacht de Pogrammaraad een digitale conceptversie van het eindrapport, een factsheet plus een procesverslag. In de factsheet staan puntsgewijs de kenmerken van de publicatie beknopt beschreven. Deze informatie helpt de gebruiker van kennis te bepalen of de publicatie past bij de informatiebehoefte. De hoofdaanvrager dient beide documenten in via ISAAC.

De Prowo of een Programmacommissie beoordeelt het concepteindrapport en de factsheet op zichzelf, maar ook tegen de achtergrond van de oorspronkelijke aanvraag en het procesverslag. Binnen dertig dagen ontvangt de hoofdaanvrager een reactie van de programmaraad in de vorm van een goed- of afkeuring van de conceptversie en inhoudelijk commentaar. Indien:

  • het rapport wordt afgekeurd, dient de onderzoeker het rapport aan te passen op grond van het commentaar totdat het wordt goedgekeurd door de programmaraad;

  • het rapport is goedgekeurd, verwerkt de onderzoeker het (laatste) commentaar in het rapport waarna de definitieve versie binnen de gestelde termijn wordt ingediend via ISAAC

Het eindrapport moet de volgende onderdelen bevatten:

  • de publicatie is gericht op een breed publiek waaronder in ieder geval professionals uit de onderwijspraktijk, wetenschappelijke onderzoekers en beleidmakers;

  • het eindrapport wordt in het Engels opgesteld.

  • het bevat een leesbare Engelse samenvatting/managementsamenvatting van de belangrijkste resultaten van maximaal twee pagina’s, bij voorkeur voorin het rapport;

  • de tekst moet overzichtelijk zijn, de lezer moet zich snel een beeld kunnen vormen van de inhoud en de relevantie voor de eigen praktijk;

  • het rapport dient de methodologische en wetenschappelijke verantwoording van de gebruikte procedure te bevatten. Deze informatie moet helder en toegankelijk worden weergegeven.

  • een beschrijving van de opzet van het onderzoek, de verantwoording van het gebruikte instrumentarium (betrouwbaarheid en validiteit), de steekproef, de werving en de respons (incl. verantwoording respons/representativiteit);

  • indien van toepassing, de opzet en uitvoering van het veldwerk en de dataverzameling (incl. een beschrijving en verantwoording van de kwaliteit van het databestand);

  • de resultaten van de analyses ter beantwoording van de onderzoeksvragen.

Het onderzoek is pas succesvol afgerond als de in de aanvraag genoemde output is opgeleverd. Nadat uw project succesvol is afgerond publiceert het NRO het rapport en de factsheet op de website.

Presentatie projecten

Het NRO belegt regelmatig bijeenkomsten waar onderzoeken die zijn toegewezen gepresenteerd worden. Daarmee beoogt het NRO, conform zijn missie, bij te dragen aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs. Het NRO kan de projectleider uitnodigen om aan de bijeenkomsten een bijdrage te leveren.

Daarnaast wordt van de uitvoerders gevraagd om hun onderzoek te presenteren op andere bijeenkomsten in relatie tot financieringslijn 1: Onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs ofwel de Kennisagenda voor het onderwijs en om dit mee te nemen in het kennisbenuttingsplan en de begroting.

Financiële verantwoording

Uiterlijk binnen drie maanden na afronding van het onderzoek dient de hoofdaanvrager een financiële verantwoording in via ISAAC.

Let op: Indien de instelling van de hoofdaanvrager geen onderwijsinstelling is en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ dus niet van toepassing is, moet tevens een accountantsverklaring worden ingediend.

Daarnaast registreert u afzonderlijk in ISAAC alle tot dan toe in het project gerealiseerde en in de aanvraag genoemde output. Als de programmaraad het eindverslag heeft goedgekeurd, sluit het NRO de subsidieperiode af en stelt de definitieve subsidie vast.

DANS

Alle producten en tussenproducten moet u binnen drie maanden na publicatie van een rapport uploaden in DANS Data Stations. Dit is het online archiveringssysteem van Data Archiving and Networked Services (DANS) van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW, i.c. Data Stations – DANS (knaw.nl). Het gaat hier met name om de databestanden met onderzoeksgegevens die zich lenen voor meervoudig gebruik. Uiteraard moet u ervoor zorgen dat de bestanden geen vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde gegevens bevatten. Ook schrapt u de gegevens waarvan op grond van de wet- en regelgeving het openbaar maken achterwege moet blijven. U moet bij het aanbieden van de databestanden het unieke OND-nummer vermelden. Ook moeten de databestanden voldoen aan de richtlijnen van DANS. Na opname van de databestanden in een van de vier domeinspecifieke DANS Data Stations kent DANS een Persistent Identifier toe aan het databestand.

NCO

Omvangrijke landelijk representatieve databestanden moet u mogelijk ter beschikking stellen aan het CBS. Daarmee is een verbinding mogelijk met het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO), dat gefinancierd wordt door het NRO. De NCO-coördinatoren adviseren over de wenselijkheid hiervan bij de start van het project. Als het bestand integraal onderdeel wordt van het NCO dan ontvangt u instructies en handleidingen over de voorwaarden waaraan de dataverzameling moet voldoen en hoe u de respondenten informeert.

5.1.1 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd. Uiterlijk vier maanden na toewijzing van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.2 Intellectueel eigendom

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2017.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de kennisinstelling werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

5.1.3 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “NFU-19.3793 Maatschappelijk Verantwoord Licenseren CMYK 7.indd”.

5.1.4 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Open Access |.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

Overige typen publicaties

NWO moedigt aan dat ook niet-wetenschappelijke publicaties zo vroeg mogelijk en onder een open licentie open access beschikbaar gesteld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om rapporten, working papers, posters, protocollen, prototypen, presentaties en projectwebsites. Om de vindbaarheid, hergebruik en langdurige beschikbaarheid te garanderen, is het advies:

  • een DOI (Digital Object Identifier) of andere persistent identifier toe te passen;

  • een open licentie, bij voorkeur een Creative Commons Licentie, te hanteren;

  • het materiaal in een trusted repository op te slaan die langdurige toegankelijkheid garandeert.

NWO adviseert om gebruik te maken van Zenodo dat gratis opslag en geautomatiseerde diensten aanbiedt op deze drie terreinen.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Reza Cheuk-Alam en Rachel Kleijweg

Tel: +31 (0)70 344 05 51

E-mail: programmaraad@nro.nl

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Toelichting op budgetmodules

Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan het onderzoek kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. Subsidiëring van deze salariskosten is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel is/wordt aangesteld.

  • Voor de aanstelling van een promovendus, postdoc of NWP aan een universitaire instelling worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende UNL-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor universitair medisch centra worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende NFU-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor personeel van onderwijsinstellingen (m.u.v. promovendi, postdocs en NWP's aan een universiteit of universitair medisch centrum) worden salariskosten gefinancierd op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker conform de op het moment van subsidieverlening geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven (Salaristabellen | NWO). Voor overige organisaties gelden maximale tarieven op basis van functieniveau.

  • Voor de Nederlandse Cariben geldt dat de Rijksoverheid in Caribisch Nederland ambtenaren op de BES-eilanden onder andere voorwaarden in dienst neemt dan in Europees Nederland.

    Arbeidsvoorwaarden | Werken bij Rijksdienst Caribisch Nederland | Rijksdienst Caribisch Nederland (rijksdienstcn.com).

NWO past eenmalig een ambtshalve indexering van de salariskosten5 toe met betrekking tot:

  • UNL-tarieven: op aanvragen die voor 1 juli worden ingediend en na 1 juli worden toegewezen;

  • NFU-tarieven: op aanvragen die voor 1 augustus worden ingediend en na 1 augustus worden toegewezen;

  • HOT-tarieven: op aanvragen die voor 1 januari worden ingediend en na 1 januari worden toegewezen.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op de hoogte van het subsidieplafond of op de maximum hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag. De hoogte van het subsidieplafond en de maximum hoogte van het subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. De ambtshalve indexering wordt toegepast na afronding van de besluitvorming over toe- en afwijzing over de aanvragen.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de cofinancieringseis, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.

De tarieven voor alle budgetmodules zijn verwerkt in het begrotingsformat bij het aanvraagformulier. Voor de budgetmodules ‘Promovendus’ en ‘Postdoc’ komt bovenop de salariskosten een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 ter stimulering van de wetenschappelijke carrière van de door NWO gefinancierde projectmedewerker. Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen aan een Nederlandse universiteit komen niet in aanmerking voor subsidie van NWO. Hieronder volgt een toelichting op de beschikbare budgetmodules.

Promovendus (inclusief MD-PhD)

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een afwijkende aanstellingsduur noodzakelijk wordt geacht, kan, mits goed gemotiveerd, hier van afgeweken worden. De aanstellingsduur moet wel altijd minimaal 48 maanden zijn.

Postdoc

De omvang van de aanstelling van een postdoc is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van een postdoc staat het materieel budget ter beschikking.

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

Financiering voor de aanstelling van niet-wetenschappelijk personeel dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het project kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Voor NWP kan maximaal € 100.000 aangevraagd worden. Het kan gaan om student-assistenten, programmeurs, technisch assistenten of analisten. Afhankelijk van het functieniveau kan worden gekozen uit de salaristabellen NWP MBO, NWP HBO en NWP Academisch.

De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van NWP staat het materieel budget ter beschikking.

Personeel onderwijsinstellingen en overige organisaties

Voor personeel van onderwijsinstellingen (m.u.v. promovendi, postdocs of NWP's aan een universitaire instelling of universitair medisch centrum) worden salariskosten vergoed conform tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven. (Salaristabellen | NWO). Zie ook paragraaf 3.1 voor een beschrijving van de onderwijsinstellingen die voor financiering in aanmerking komen.

Bij berekening dient te worden uitgegaan van het aantal productieve uren genoemd in de geldende jaargang van de Handleiding Overheidstarieven.

Personeel overige organisaties

Voor personeel aan overige organisaties moet worden uit gegaan van de volgende maximale uurtarieven conform tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven (www.nwo.nl/salaristabellen):

Projectondersteuning

€ 57

Junior

€ 87

Medior

€ 147

Senior/directie

€ 158

U neemt een onderbouwing van de tarieven op in de aanvraagbegroting en geeft aan hoe u de aangevraagde personele kosten verdeelt over de verschillende leden van het consortium (indien van toepassing). Benoem hierbij wat uw overwegingen zijn achter deze verdeling. In de begroting neemt u per type personeel de benodigde uren met het van toepassing zijnde tarief op. Deze tarieven zijn bindend als er geen sprake is van indexatie. Indien wij bij toewijzing de tarieven moeten indexeren dan zijn de geïndexeerde tarieven bindend. In de toewijzingsbrief verwijzen wij naar de tarieven die geldend zijn gedurende de looptijd van het project en bij een uiteindelijke subsidievaststelling.

Toelichting op budgetmodule Materieel

Per fte aangevraagde wetenschappelijke positie (promovendus en postdocD) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd. Materieel budget voor kleinere aanstellingen wordt naar rato aangevraagd en door NWO beschikbaar gesteld. Per 0,2 fte aangevraagde wetenschappelijk medewerker aan een hogeschool, onderwijsinstelling of overige organisatie (met een minimale aanstelling van 0,2 fte gedurende 12 maanden) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd.

De verdeling van het totaalbedrag aan materieel budget over de door NWO gesubsidieerde personeelsposities ligt bij de aanvrager. Het aan te vragen materieel budget is gespecificeerd naar de onderstaande drie posten:

Projectgebonden goederen/diensten

  • verbruiksgoederen (glaswerk, chemicaliën, cryogene vloeistoffen, etc.);

  • meet- en rekentijd (bijv. supercomputertoegang, etc.);

  • kosten voor aanschaf of gebruik van dataverzamelingen (bijv. van het CBS), waarvoor het totaalbedrag niet meer dan € 25.000 per aanvraag bedraagt;

  • toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten (bijv., cleanroom, synchrotron, etc.);

  • werk door derden (bijv. laboratoriumanalyses, dataverzameling, citizen science, etc.);

  • personele kosten voor een aanstelling van een postdoc en/of niet-wetenschappelijk personeel voor een kleinere omvang dan aangeboden onder deze personele budgetmodules.

Reis- en verblijfskosten ten behoeve van de aangevraagde personeelsposities

  • reis- en verblijfskosten;

  • congresbezoek (maximaal 2 per jaar per aangevraagde wetenschappelijke personeelspositie);

  • veldwerk;

  • werkbezoek.

Uitvoeringskosten

  • zelf te organiseren binnenlands symposium/conferentie/workshop;

  • kosten voor Open Access-publiceren (uitsluitend in full gold Open Access tijdschriften, geregistreerd in de ‘Directory of Open Access Journals’ Directory of Open Access Journals – DOAJ);

  • kosten datamanagement;

  • kosten voor vergunningaanvragen (bijv. dierproeven);

  • auditkosten (alleen voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW), maximaal € 5.000 per aanvraag; voor projecten van drie jaar of korter maximaal € 2.500 per aanvraag.

Niet aangevraagd kunnen worden:

  • basisvoorzieningen binnen de instelling (bijvoorbeeld laptop, kantoormeubilair etc.);

  • onderhouds- en verzekeringskosten.

Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Citizen science

Het betrekken van burgers, ‘citizen science’ of ‘burgerwetenschap’ genoemd, kan bijdragen aan de kwaliteit van de wetenschap. Met behulp van burgers kunnen data en inzichten verkregen worden die anders niet beschikbaar zouden zijn voor onderzoek. NWO financiert ook citizen science. Via de budgetmodule ‘materieel, projectgebonden goederen/diensten-werk door derden’, kunnen aanvragers een vergoeding aanvragen voor het betrekken van burgers bij projecten. De budgetmodule biedt een mogelijkheid, niet een verplichting.

Aanvragers kunnen zelf besluiten of het zinvol is burgers te betrekken bij het project en waaraan zij dit budget precies besteden (bijvoorbeeld onkostenvergoeding voor burgers, vaardigheidstrainingen voor burgers of technische hulpmiddelen voor participerende burger).

Toelichting op budgetmodule Investeringen (t/m € 150.000)

In deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd tot maximaal € 150.000 voor investeringen in apparatuur, dataverzamelingen en/of software (bijv. lasers, specialistische computers of computerprogramma's).

Toelichting op budgetmodule Investeringen (van € 150.000 t/m € 500.000)

Zonder verplichte eigen bijdrage door kennisinstellingen

In deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor projectgebonden investeringen in wetenschappelijk vernieuwende apparatuur en/of dataverzameling van (inter)nationaal belang. De kosten voor deze projectgebonden investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden. Het minimaal aan te vragen bedrag is € 150.000. Het maximaal aan te vragen bedrag is € 500.000.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • kosten voor investeringen in datasets;

  • personeelskosten voor het opzetten van databases en de initiële digitalisering van het bibliografisch apparaat, indien deze niet gekocht kunnen worden;

  • personeelskosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Bij het aanvragen van financiering voor personeelskosten moet worden onderbouwd waarom deze personeelskosten noodzakelijk zijn. Indien de aanvrager deze expertise niet tot zijn beschikking heeft, moet worden aangegeven dat deze kosten moeten worden ingekocht. De interne inkoopprocedures en/of voorwaarden van de aanvrager zijn van toepassing.

Niet-subsidiabel zijn:

  • kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden;

  • dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

Toelichting op budgetmodule Kennisbenutting

Het doel van deze budgetmodule is het bevorderen van de benutting van de uit het onderzoek voortkomende kennis6. De richtlijn is dat u 5% van het totaal aangevraagde budget aan kennisbenutting besteedt.

Aangezien kennisbenutting in de verschillende wetenschapsgebieden zeer veel verschillende vormen kent, is het aan de aanvrager om te specificeren welke kosten nodig zijn, bijvoorbeeld voor het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, of kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag.

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden.

Toelichting op budgetmodule Internationalisering

Met budget voor internationalisering wordt het stimuleren van internationale samenwerking beoogd. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 25.000. Het aangevraagde bedrag moet worden gespecificeerd. Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Subsidiabel zijn:

  • reis- en verblijfskosten voor zover het om directe projectkosten gaat voortvloeiende uit de internationale samenwerking en additionele kosten voor internationalisering die niet op een andere manier – bijvoorbeeld vanuit de benchfee – worden gedekt;

  • reis- en verblijfskosten voor buitenlandse gastonderzoekers;

  • kosten voor de organisatie van internationale workshops/ symposia / wetenschappelijke bijeenkomsten.


X Noot
1

Alleen voor het thema ‘Kwalificaties van leraren en de kwaliteit van hun opleiding’ kunnen aanvragen ook gericht zijn op de lerarenopleidingen in het hoger onderwijs (ho). Met lerarenopleidingen in het ho worden de opleidingen bedoeld die betrekking hebben op het opleiden van leerkrachten voor het po, vo en mbo.

X Noot
2

Onder een vergelijkbare functie wordt verstaan dat een onderzoeker aantoonbaar een vergelijkbaar aantal jaren ervaring heeft met het doen van wetenschappelijk onderzoek en het begeleiden van andere onderzoekers als een hoogleraar c.q. universitair (hoofd)docent.

X Noot
3

Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs en bekostigd voortgezet algemeen volwassenen onderwijs. Contractonderwijs dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.

X Noot
4

In het aanvraagformulier vindt u een toelichting op wat NRO onder ‘key output’ verstaat.

X Noot
5

De data van 1 juli, 1 augustus respectievelijk 1 januari zijn de data waarop de desbetreffende tarieven in de regel worden aangepast, bij indexering wordt uitgegaan van de datum van daadwerkelijk jaarlijkse aanpassing.

X Noot
6

In deze budgetmodule wordt aangesloten bij de definitie voor “kennisoverdracht” die de Europese Commissie hanteert in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).

Naar boven