Aanvullende Voorkeursbeslissing Wieringerhoek, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

25 juni 2024

IENW/BSK-2024/141001

Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), werken aan een levende delta in het IJsselmeergebied; project Wieringerhoek

Inleiding

Het project Wieringerhoek is één van de projecten van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Het hoofddoel van het project is “het versterken van het deltakarakter van de verbinding IJsselmeer-Waddenzee door natuurlijke overgangen te creëren”.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft op 27 juni 2023 mede namens de Minister voor Natuur en Stikstof (NenS) een definitieve MIRT-Voorkeursbeslissing genomen voor het PAGW-project Wieringerhoek.

De definitieve MIRT-Voorkeursbeslissing bevat een nader te bestemmen financiële reservering van 15 miljoen euro waar destijds geen kansrijke bestemming voor is gevonden. Een aanvullende studie op de MIRT-verkenning heeft een kansrijke optie opgeleverd voor deze reservering. Daarom wordt hieronder een aanvulling op de MIRT-Voorkeursbeslissing uit 2023 geformuleerd.

Aanvulling op de MIRT-Voorkeursbeslissing

De volgende tekst is een aanvulling op paragraaf 2.4 uit de definitieve MIRT-Voorkeursbeslissing.

2.4 Vismaatregelen schut- en spuicomplex Den Oever

Er wordt € 15 miljoen bestemd voor vismaatregelen bij het schut- en spuicomplex van Den Oever in de Afsluitdijk. Deze maatregelen bestaan uit het realiseren van een waarschuwingszone tegen uitspoeling van zoetwatervis bij het spuicomplex en het optimaliseren van een bestaande vispassage tussen de voorhaven en Zuiderhaven. De maatregelen dragen bij aan verbetering van de ecologische connectiviteit tussen Waddenzee en IJsselmeer en het beperken van uitspoeling van zoetwatervis en lopen niet vooruit op varianten voor een eventuele zoet-zoutovergang bij Den Oever.

Toelichting

Voor nadere toelichting over de totstandkoming, afweging en onderbouwing van de aanvulling op de definitieve Voorkeursbeslissing wordt verwezen naar de bijlagen:

  • Toelichting bij de Aanvulling op de Voorkeursbeslissing PAGW Wieringerhoek

Uitgebreide beschrijving aanvulling op de MIRT-Voorkeursbeslissing

De volgende tekst is een aanvulling op paragraaf 4.4 uit de definitieve MIRT-Voorkeursbeslissing.

4.4 Vismaatregelen schut- en spuicomplex Den Oever

De Afsluitdijk met de spuisluizen en schutcomplexen vormen een obstakel voor migrerende vis tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. Verbetering van de ecologische connectiviteit bij Den Oever is dus effectief voor zowel het ecologisch systeem van het IJsselmeer als voor de migratie van vissen in het gehele Rijnsysteem tot aan Zwitserland. Hieraan kan worden bijgedragen door verbetering van de passeerbaarheid van het schut- en spuicomplex. Daarnaast wordt uitspoeling van zoetwatervis naar de Waddenzee beperkt. De maatregelen moeten zorgvuldig gebeuren zodat de zoetwatervoorraad beschermd blijft.

Doelbereik waarschuwingszone

De waarschuwingszone aan de IJsselmeerzijde functioneert door zout water binnen te laten door de spuisluis vlak voor het spuien begint. Dit schrikt zoetwatervissen af, waardoor zij zich niet in dit gebied begeven en daarmee wordt voorkomen dat ze uitspoelen naar de Waddenzee. Het binnengelaten zout wordt tijdens het spuien grotendeels weer afgevoerd naar de Waddenzee. Met een praktijkproef zal onderzocht kunnen worden in hoeverre er daadwerkelijk zout water achterblijft, en hoeveel water maximaal binnengelaten kan worden om het achterblijven van zout te voorkomen.

Doelbereik optimalisatie vispassage

De huidige vispassage functioneert niet optimaal voor grotere vissoorten. Met een groter debiet voor de lokstroom en een grote stroomsnelheid kan de passage hiervoor wel geschikt worden gemaakt. Door monitoring kan de passage worden geoptimaliseerd. Optimalisatie van de huidige vispassage heeft naar verwachting een positief effect op de migratie van diadrome vis, maar alleen als dit ervoor zorgt dat de vispassage daarmee geschikter wordt voor grotere soorten vis èn voor zwakke zwemmers blijft functioneren.

Een aanvullende maatregel is het realiseren van doorsteek door de strekdam tussen de buitenhaven en de noordelijke spuikom. Hierdoor is de vispassage naar verwachting beter vindbaar voor migrerende vis. De toegenomen vindbaarheid van de vispassage is gunstig voor diadrome vis en in theorie ook voor uitgespoelde zoetwatervis.

Vervolgprocedure

  • Rijkswaterstaat Midden-Nederland maakt een plan van aanpak voor de planuitwerkingsfase.

  • Er zal worden gekeken of er voordelen zijn aan gelijktijdige uitvoering met verziltingsmaatregelen Den Oever van het Deltaprogramma Zoetwater.

  • Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

MEDE NAMENS DE MINISTERVOOR NATUUR EN STIKSTOF, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, M.G.J. Harbers

Naar boven