Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekStaatscourant 2021, 27039Overig

Call for proposals RAAK-publiek indieningsronde november 2021, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Handleiding RAAK-publiek,

indieningsronde november 2021

Utrecht, mei 2021

Nationaal Regieorgaan

Praktijkgericht Onderzoek (onderdeel van NWO)

Inhoud

1.

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

1

 

1.3

Geldigheidsduur call for proposals

1

2.

Doel

2

3.

Richtlijnen voor aanvragers

2

 

3.1

Wie kan subsidie aanvragen

2

 

3.2

Wanneer kan aangevraagd worden

2

 

3.3

Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend

2

 

3.4

Subsidievoorwaarden

2

 

3.5

Financiële voorwaarden

6

4.

Procedure

7

 

4.1

In behandeling nemen van de aanvraag

7

 

4.2

Procedure beoordeling

8

 

4.3

Beoordelingscriteria

8

 

4.4

Besluitvorming

9

 

4.5

Tijdpad

9

5.

Uitvoering

9

6.

Contact en overige informatie

10

1. Inleiding

1.1 Achtergrond

Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna te noemen Regieorgaan SIA), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. In dat kader voeren we onder andere de regeling RAAK-publiek uit.

Samenwerken en innoveren

Het versterken van de innovatiekracht van het mkb en de publieke sector is een speerpunt in het nationale en Europese beleid. In ‘Houdbaar voor de toekomst’, de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2019, stelt het kabinet dat het praktijkgericht onderzoek van hogescholen daarbij een essentiële schakel vormt.

Zeker op regionaal niveau is behoefte aan kennisinstellingen die intensief samenwerken met het veranderende werkveld en in continue verbinding staan met de maatschappij. Hogescholen zijn bij uitstek in staat om onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk met elkaar te verbinden.

Gezamenlijk kunnen zij tot kennis en innovaties komen die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken.

1.2 Beschikbaar budget

Het beschikbare budget voor deze call is € 7,2 miljoen (subsidieplafond). Per subsidieaanvraag (hierna aanvraag genoemd) kunt u maximaal € 300.000 aanvragen.

1.3 Geldigheidsduur call for proposals

Deze call for proposals is geldig voor indieningsronde november 2021 en geldt tot en met de datum waarop door het bestuur van Regieorgaan SIA het besluit over de aanvragen wordt genomen. Voor gehonoreerde projecten binnen deze call for proposals blijven de vermelde voorwaarden van toepassing tijdens de volledige looptijd van het project.

De sluitingsdatum- en tijd voor het indienen van aanvragen is 4 november 2021, 14:00:00 uur CE(S)T.

2. Doel

Met de regeling RAAK-publiek wil Regieorgaan SIA de samenwerking tussen hogescholen en het beroepenveld van hbo-professionals die werkzaam zijn in de publieke sector bevorderen. Gestuurd door een vraag vanuit het beroepenveld wordt in netwerken van hogescholen, kennisinstellingen en het beroepenveld onderzoek uitgevoerd.

Het resultaat van het onderzoek is praktisch toepasbare kennis voor de beroepspraktijk. Het onderzoek levert daarnaast een aantoonbare bijdrage aan de vernieuwing van het hoger beroepsonderwijs.

3. Richtlijnen voor aanvragers

3.1 Wie kan subsidie aanvragen

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC, wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

3.2 Wanneer kan aangevraagd worden

U kunt uw aanvraag indienen tot uiterlijk 4 november 2021, 14:00:00 uur CE(S)T. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

3.3 Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend

Een volledige aanvraag omvat de volgende documenten:

  • het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;

  • het projectvoorstel;

  • de begroting in Excel met daarin de aangevraagde subsidie, cofinanciering en kostenonderbouwing;

  • een overzicht in Excel van betrokken projectgroepleden in het kader van de ‘Code omgang met persoonlijke belangen’ van NWO.

U vindt al deze documenten in het online aanvraagsysteem ISAAC. Het is verplicht de via ISAAC beschikbare documenten te gebruiken.

Indienen via ISAAC

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

> Bekijk deze call for proposals in ISAAC (directe link)

U bent als aanvrager verplicht de aanvraag via uw eigen ISAAC-account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost.

  • Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl

  • De handleiding ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl/help

  • De ISAAC helpdesk is bereikbaar via: isaac.helpdesk@nwo.nl

3.4 Subsidievoorwaarden

Voor alle aanvragen geldt de ‘NWO subsidieregeling 2017’.

Inzet en omvang van de subsidie

De subsidie is bestemd voor de aanvragende hogeschool.

U kunt maximaal € 300.000 subsidie aanvragen. De looptijd van het project is maximaal 24 maanden. U kunt de subsidie niet buiten die periode gebruiken. Het beoogde project dat u wilt uitvoeren, start vanaf 1 mei 2022 met een uiterste startdatum van 1 november 2022.

De subsidie is uitsluitend bestemd voor het uitvoeren van de activiteiten conform de gehonoreerde aanvraag. Financiering van (deel)activiteiten die reeds zijn gefinancierd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk.

Uitgesloten van subsidie zijn aanvragen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.

Cofinanciering

De consortiumpartners dragen via cofinanciering bij aan de uitvoering van het project. De cofinanciering is ten minste 50% van de totale projectkosten.

De cofinanciering kan zowel in cash en/of in kind (op geld waardeerbare zaken als materiële kosten en uren) plaatsvinden.

De omvang van de in cash en/of in kind cofinanciering geeft u bij uw aanvraag in de begroting aan.

Consortium

Het project wordt ondersteund door een actief betrokken consortium. Het consortium heeft voldoende kennis en kunde in huis om het onderzoek uit te voeren. Het consortium dient minimaal te bestaan uit twee publieke partijen.

In het kader van RAAK-publiek worden tot publieke partijen gerekend die organisaties die wettelijke taken uitvoeren en/of een uitgesproken publiek belang dienen en (grotendeels) worden gefinancierd door de overheid. Hiertoe behoort onder andere de dienstverlening rondom zorg en welzijn, kunst en cultuur, veiligheid, volkshuisvesting en onderwijs.

Ook kunnen private partijen, kennisinstellingen, koepel- of brancheorganisaties, beroepsverenigingen, en bestuurlijke eenheden zoals gemeenten en provincies in het consortium zitting nemen. Internationale partners kunnen ook deel uitmaken van het consortium.

Afspraken consortium

Binnen het consortium dienen afspraken te worden gemaakt over onder andere open access en datamanagement, zoals hieronder weergegeven. Indien van toepassing dienen ook afspraken te worden gemaakt over intellectueel eigendom.

DORA

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen. DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd. Voor NWO betekent dit dat commissieleden en referenten verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index.

Aanvragers mogen deze in hun aanvragen ook niet vermelden. Bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van kandidaten gaat NWO uit van een brede definitie van wetenschappelijke output. Naast publicaties worden aanvragers gestimuleerd ook andere wetenschappelijke producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software, code, enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: site dora.

Open Access

Als ondertekenaar van de Berlin Declaration (2003) en lid van cOAlitie S (2018) zet NWO zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. De richtlijnen per type publicatie zijn als volgt:

  • Wetenschappelijke artikelen

    Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

    • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

    • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

    • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever.

      Zie daarover: https://www.openaccess.nl/

  • Boeken

    Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel op https://www.nwo.nl/open-science

  • CC BY licentie

    Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

  • Kosten

    Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: https://www.nwo.nl/open-science

Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn.

NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan middels de datamanagementparagraaf in de onderzoeksaanvraag, en het datamanagementplan na honorering.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de onderzoeksaanvraag. Onderzoekers worden dus gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet meegenomen in de beoordeling en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet te honoreren. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Datamanagementplan

Na honorering van een aanvraag dient de penvoerder de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. De penvoerder beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de kennisinstelling waar het onderzoek wordt uitgevoerd.

Uiterlijk 4 maanden na de startdatum van het project dient het datamanagementplan via ISAAC te zijn ingediend bij Regieorgaan SlA. Het datamanagementplan vereist goedkeuring door Regieorgaan SlA. Het formulier voor het datamanagementplan is te vinden op www.nwo.nl/datamanagement.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.

Ethische verklaring of vergunning

Een aanvrager is ervoor verantwoordelijk om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is, en dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante ethische commissie. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het onderzoeksproject kan niet starten voordat SIA een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht geworden en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing, ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (http://www.absfocalpoint.nl/). NWO gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

Aansluiting op thema’s uit ‘Onderzoek met impact’ (VH)

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de onderzoekseenheid – waarbinnen de lector zijn of haar activiteiten uitvoert – zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Onderzoek met impact, Strategische onderzoeksagenda hbo 2016 – 2020 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.

Bijdrage aan Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

Klimaatverandering, cybersecurity, vergrijzing: onze samenleving staat voor een aantal grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om baanbrekende innovatieve oplossingen met impact. Dit biedt economische kansen voor publieke en private partijen om samen innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.

Centraal in het nieuwe Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid staan een viertal maatschappelijk belangrijke thema’s:

  • Energietransitie & duurzaamheid

  • Landbouw, water & voedsel

  • Gezondheid & zorg

  • Veiligheid

Deze thema’s zijn uitgewerkt in 25 missies die concrete ambities bevatten.

Daarnaast wordt ingezet op:

  • Sleuteltechnologieën

  • Maatschappelijk verdienvermogen

Voor meer informatie zie de SIA-pagina over het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. Indien van toepassing dient in de aanvraag te worden aangegeven bij welke Kennis- en Innovatie Agenda (KIA) het project aansluit.

Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het project bij de topsectoren. Voor meer informatie zie de website van de topsectoren. Indien van toepassing dient ook dat in het aanvraagformulier te worden aangegeven.

Bijdrage aan NWA

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Voor meer informatie zie Voor meer informatie zie de NWO-pagina over NWA. Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het project aansluit.

3.5 Financiële voorwaarden

Subsidiabele kosten

De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn: de loonkosten van (door de overheid bekostigde) hogescholen die deelnemen aan het consortium, de kosten van studenten en materiële kosten (waaronder kosten van de overige consortiumpartners). Alle op te voeren kosten zijn inclusief eventuele niet-verrekenbare btw.

Loonkosten hogescholen

Voor de loonkosten worden de tarieven conform de Handleiding Overheidstarieven (HOT) uit het jaar 2017 gehanteerd. De tarieven 2017 mogen voor de gehele looptijd van de subsidie worden toegepast. De toegestane tarieven in de HOT betreffen uitsluitend de tarieven conform de volgende tabel.

Tabel: integrale loonkosten per salarisschaal 2017 (bedragen in euro’s)

Schaal

Kostendekkend tarief per uur

1

43

2

46

3

48

4

53

5

53

6

56

7

59

8

63

9

68

10

72

11

79

12

87

13

95

14

103

15

111

16

119

17

127

18

136

Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zonder toelichting of berekening toepassen.

Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de cao hbo inschaling van de betreffende medewerker. Hogere tarieven dan de HOT zijn niet toegestaan. Lagere tarieven dan de HOT zijn wel toegestaan, maar mogen niet willekeurig worden opgevoerd. Eventuele lagere tarieven moeten kunnen worden onderbouwd, bijvoorbeeld op basis van een interne kostprijsberekening. De instellingsaccountant hoeft hier geen accountantscontrole op toe te passen; tarieven lager dan de HOT zijn voor Regieorgaan SIA altijd akkoord.

Consistente toepassing is vereist.

Projectmanagement

In de HOT zit een opslag voor overhead. Voor projectmanagement mag de aanvrager daarom maximaal 10% van de totale projectkosten in de begroting als kosten opvoeren en uiteindelijk ook besteden.

Kosten studenten

U mag studenten, verbonden aan de hogeschool, inzetten voor het project. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren.

Per subsidiejaar kunt u het volgende opvoeren:

  • De inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het project. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw hogeschool gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten.

  • De inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het project. Per student kunt u maximaal 250 uur als kosten opvoeren.

In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het project.

Materiële kosten

Tot materiële kosten behoren de voor de uitvoering van het project noodzakelijke kosten als inhuur derden (kosten van de overige consortiumpartners). Bepaling van het uurtarief van de consortiumpartners (anders dan hogescholen) is als volgt:

Partner

Uurtarief vastgelegd in

Universiteiten: aio’s en postdocs

VSNU-akkoord

Universiteiten: overige wetenschappelijke functies

Handleiding Overheidstarieven 2017

TO2-instituten

Handleiding Overheidstarieven 2017

Overige partners, waaronder publieke partijen en mkb-partijen

Bepaling uurtarief is vrij, met een maximum van € 130 per uur, excl. btw

Onder overige partners worden ook verstaan:

  • onderwijsinstellingen anders dan een door de overheid bekostigde hogeschool zoals gedefinieerd in paragraaf 3.1;

  • projectmedewerkers die gedetacheerd zijn bij een hogeschool en die alleen voor dit project worden ingeleend. Een uitzondering geldt voor project-medewerkers die een detacheringsovereenkomst hebben met een hogeschool die niet alleen betrekking heeft op detachering binnen dit project; de kosten van deze projectmedewerkers mogen onder de loonkosten van de hogeschool worden opgevoerd.

Tot materiële kosten behoren ook de aan de uitvoering van het project verbonden kosten als verbruik van materialen, hulpmiddelen, prototypes, testopstellingen en overige kosten zoals dienstreizen en publicaties.

Aanschaffingen van machines en apparatuur worden niet tot de projectkosten gerekend. Voor machines en apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten of leasetermijnen worden opgevoerd.

Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.

Besteding subsidie

In totaal mag maximaal 25% van het subsidiebedrag besteed worden aan de kosten van de consortiumpartners, zijnde niet de hogescholen.

De aangevraagde subsidiebedragen in de ingediende begroting gelden als maxima. Bij de uitvoering van het project is het mogelijk om te schuiven binnen en tussen deze posten. Hiervoor dient u binnen de looptijd van uw project een wijzigingsverzoek in.

Cofinanciering

De cofinanciering is ten minste 50% van de totale projectkosten. De cofinanciering kan zowel in cash en/of in kind (op geld waardeerbare zaken als materiële kosten en uren) plaatsvinden.

4. Procedure

4.1 In behandeling nemen van de aanvraag

U dient uw subsidieaanvraag in via ISAAC. Deze wordt vervolgens direct geregistreerd en voorzien van een uniek dossiernummer. Dit nummer is het vaste kenmerk voor alle correspondentie over de aanvraag.

Na de sluitingsdatum van de call controleert Regieorgaan SIA uw aanvraag op volledigheid en vormvereisten: de volledig ingevulde (en ondertekende) documenten, zoals gevraagd in hoofdstuk 3.1 van deze call for proposals. Als uw aanvraag voldoet dan verklaren wij deze ontvankelijk. We nemen de aanvraag dan in behandeling. U ontvangt hier bericht over.

Als uw aanvraag niet voldoet, bieden wij u de mogelijkheid om de ontbrekende en/of incorrecte gegevens binnen vijf werkdagen alsnog aan ons door te geven. U ontvangt hier bericht over. Als u de gegevens binnen de gestelde termijn verstrekt en deze akkoord zijn, verklaren we de aanvraag alsnog ontvankelijk en nemen we deze in behandeling. U ontvangt hier bericht over.

Als u de ontbrekende en/of incorrecte gegevens niet binnen de gestelde termijn aanlevert of corrigeert, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. (In ISAAC betekent dat niet-ontvankelijk verklaard). U ontvangt hier bericht over.

4.2 Procedure beoordeling

Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, leggen wij deze voor aan een onafhankelijke beoordelingscommissie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk.

Vanwege de relatief beperkte looptijd van het onderzoek en het belang van vraagsturing vanuit de praktijk, wordt niet gewerkt met referenten.

De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk. De commissie beoordeelt op basis van de vastgestelde beoordelingscriteria. Deze vindt u in paragraaf 4.3.

De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvraag in een eerste ronde.

Deze voorlopige beoordeling wordt schriftelijk onderbouwd aan de aanvrager medegedeeld. De aanvrager heeft, vanuit het principe van hoor en wederhoor, de gelegenheid hier binnen de gestelde termijn schriftelijk op te reageren.

De beoordelingscommissie stelt het eindoordeel voor elke aanvraag afzonderlijk vast, op basis van het projectvoorstel, de voorlopige beoordeling en de eventuele reactie hierop van de aanvrager.

Voor iedereen die betrokken is bij de beoordeling of besluitvorming van uw aanvraag, geldt de Code omgang met persoonlijke belangen van NWO.

4.3 Beoordelingscriteria

De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen op de criteria vraagarticulatie, netwerkvorming en onderzoeksplan.

Vraagarticulatie
  • De vraag is aanwijsbaar afkomstig van (professionals werkzaam in) de publieke sector. Door middel van de beoogde doorwerking, voorziet het antwoord op de vraag in een daadwerkelijke behoefte van de professionele praktijk.

  • De aanvraag beschrijft het proces waarlangs de vraagarticulatie plaatsgevonden heeft (workshops in het veld, surveys, verwijzingen naar presentaties, etc.).

  • De vraag is maatschappelijk relevant en gekoppeld aan een concrete uitdaging uit de professionele praktijk. Meerwaarde is als het gaat om een urgente vraag die uitnodigt tot het ontwikkelen van innovatieve kennis.

Netwerkvorming
  • Betrokken organisaties uit de publieke sector hebben een actieve rol in het onderzoek.

  • Het consortium heeft aantoonbaar voldoende kennis en kwaliteit om het onderzoek uit te voeren.

  • Het netwerk van personen of organisaties staat niet geïsoleerd, er zijn relaties met relevante initiatieven in het vakgebied, in Nederland en/of het buitenland.

  • Het is een meerwaarde als het samengestelde consortium voor de aanvraag een uitbreiding van een bestaand netwerk betreft.

Onderzoeksplan
  • Het onderzoeksplan bevat:

    • een volledige maar beknopte weergave van de state of the art-kennis in de professionele praktijk en wetenschap, binnen en buiten Nederland. Hiertoe behoort een literatuurreview met actuele studies over het onderwerp van de aanvraag. Dit vraagt ook om een overzicht van toonaangevende regionale, landelijke of internationale kennisagenda’s op dit onderwerp, de daaruit voortkomende initiatieven, de relevantie en de positie die de aanvraag hierin inneemt;

    • een zorgvuldig geformuleerde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag is een vertaling van de praktijkvraag en sluit aan bij de state of the art-kennis;

    • een beschrijving en onderbouwing van de voorgestelde methoden en analysetechnieken waarmee de onderzoeksvraag beantwoord zal worden. De methoden passen optimaal bij de aard van de vraagstelling. De methoden en analysetechnieken verlopen volgens een bepaalde systematiek en zijn daardoor inzichtelijk, reproduceerbaar en overdraagbaar;

    • een activiteitenplan met meetbare (tussen)doelstellingen en te verwachten (tussen)resultaten, waaruit zichtbaar wordt wie wat wanneer doet, waarom en wat het oplevert;

    • een beschrijving van de wijze waarop de doorwerking van de onderzoeksresultaten naar het onderwijs en de onderzoeksgemeenschap wordt gerealiseerd;

  • De consortiumpartners komen in gezamenlijkheid tot kennisontwikkeling door zelf kennis in te brengen (kenniscirculatie). In het activiteitenplan staat genoemd welke rol praktijk-, onderzoeks- en onderwijspartners op zich nemen (bijvoorbeeld deelname focusgroepen, leerkringen, uitvoering van pilots).

  • Het onderzoeksplan moet haalbaar en uitvoerbaar zijn. Hieronder wordt verstaan:

    • de mate waarin de gevraagde financiële middelen in een redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en verwachte impact van het onderzoek;

    • de mate van personele bezetting en kwaliteit alsook de mate van beschikbare middelen en tijdsinvestering;

    • de mate waarin sprake is van duidelijk belegd en gekwalificeerd projectmanagement;

    • de mate waarin het beroepenveld bereid is zelf substantieel bij te dragen aan de uitvoering van het project (zoals financieel, bijdrage in het beschikbaar stellen van apparatuur, werkruimte, bijdrage in tijd door begeleiding, projectdeelname en dergelijke, bijdrage in beschikbaar stellen van patenten, licenties, etc.).

De aanvragen krijgen per criterium een score in gehele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score is.

De kwaliteit van het onderzoeksplan weegt 50% mee in de beoordeling. De criteria vraagarticulatie en netwerkvorming wegen elk 25% mee in de beoordeling.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore en worden op basis van deze score in rangorde gezet. Alleen aanvragen die op elk criterium een 4.00 of hoger scoren worden voorzien van een positief oordeel. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

4.4 Besluitvorming

De beoordelingscommissie brengt verslag uit van haar werkwijze en geeft advies over het subsidiëren van aanvragen aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag, de begroting van de aanvraag en het maximaal beschikbare budget voor deze call.

Het bestuur toetst de gevolgde procedure en besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toekennen van subsidie. Als aanvrager krijgt u altijd schriftelijk bericht over de toekenning of afwijzing van uw aanvraag.

Regieorgaan SIA streeft ernaar in april 2022 het besluit van het bestuur aan u bekend te maken.

4.5 Tijdpad

Data (tijd CE(S)T)

Processtap

4 november 2021, 14:00:00 uur

Sluitingsdatum

december 2021

Vergadering beoordelingscommissie

januari 2022

Hoor en wederhoor

februari 2022

Vergadering beoordelingscommissie

maart 2022

Vaststelling beoordeling door beoordelingscommissie en besluitvorming door bestuur Regieorgaan SIA

april 2022

Bekendmaking

Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze subsidieronde aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

5. Uitvoering

Als aanvrager bent u verantwoordelijk voor het uitvoeren van het project. U bent penvoerder.

De aanvrager benoemt de (beoogde) contactpersoon.

Monitoring

U houdt Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang van uw project. Na afloop van de subsidieperiode informeert u ons over de resultaten. In het subsidiebesluit leest u op welke manier u ons op de hoogte houdt van de voortgang en de resultaten.

Wijzigingsverzoeken

Voor iedere wezenlijke verandering van het gefinancierde projectvoorstel heeft u schriftelijk toestemming van Regieorgaan SIA nodig.

6. Contact en overige informatie

Actuele informatie en contact

Op de webpagina over RAAK-publiek op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

ISAAC-helpdesk

Bij technische problemen met ISAAC neemt u contact op met de ISAAC-helpdesk. Lees voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC door.

De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10:00 uur tot 17:00 uur (met uitzondering van feestdagen). Telefoonnummer: 020 346 71 79. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen: isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.