Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Waterschap ScheldestromenStaatscourant 2020, 23910Verkeersbesluiten



Tijdelijke instelling geslotenverklaring voor alle verkeer op de zuidelijke parallelbaan N61 ter hoogte van de draaibrug Sluiskil te Terneuzen

Logo Waterschap Scheldestromen

 

De programmamanager Wegen van waterschap Scheldestromen,

gelet op de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb),

Overwegingen ten aanzien van het besluit

- dat Rijkswaterstaat en Engie op dit moment werken aan het op afstand bestuurbaar maken van de Draaibruggen Kanaal Gent-Terneuzen (DKGT);

- dat deze werkzaamheden tijdelijk van aard zijn en gereed zijn in juni 2021;

- dat onder andere de zuidelijke parallelbaan van de N61 ter hoogte van de brug Sluiskil is ingezet als werkterrein;

- dat tot op heden alle verkeer, lopend, fietsend of rijdend, langs het werkterrein kon worden afgewikkeld of indien dit niet mogelijk was tijdelijk om moesten rijden (er was sprake van een flexibele afsluiting);

- dat dit geresulteerd heeft in knelpunten met betrekking tot de veiligheid van het doorgaand verkeer op de parallelbaan van de draaibrug Sluiskil en voor de werknemers die de werkzaamheden aan genoemde brug uitvoeren;

- dat bijvoorbeeld bij een gehele afsluiting weggebruikers alsnog geprobeerd hebben via het werkvak de overzijde van de brug te bereiken;

- dat dit in verband met botsgevaar door aanwezige machines en materieel niet verantwoord was;

- dat het tijdelijk gesloten verklaren van de zuidelijke parallelbaan van de brug de volgende voordelen heeft:

-- werknemers kunnen veilig werken zonder dat ze steeds moeten uitkijken of er geen (langzaam) verkeer op de parallelbaan aanwezig is;

-- de parallelbaan kan deels gebruikt worden voor opslag van materiaal en materieel. Dit materiaal en materieel behoeft dan niet dagelijks verplaatst te worden. Hierdoor vinden er minder transportbewegingen plaats, wat positief is voor het milieu;

-- de situatie is voor het (langzaam) verkeer ((brom)fietsers en voetgangers overzichtelijk. Langzaam verkeer wordt in de nieuwe situatie over het fietspad aan de noordzijde van de brug geleid. Omrijden is hierdoor niet nodig. Men kan het fietspad veilig bereiken door over te steken bij de aanwezige verkeersregelinstallaties bij de aansluiting van de N61/N252 en de N61 / Finlandweg;

- dat landbouwvoertuigen en overig verkeer richting Terneuzen ter hoogte van de brug tijdelijk over de hoofdrijbaan mag rijden;

- dat dit verkeer alvorens de N61 op te rijden, dient te stoppen om aan doorgaand verkeer voorrang te verlenen;dat gelet op het voorgaande, met het onderhavige verkeersbesluit de volgende doelstellingen worden beoogd:

-- het verzekeren van de veiligheid op de weg;

-- het beschermen van de weggebruikers en passagiers;

-- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast of hinder;

Met het afsluiten van de zuidelijke parallelbaan pakt het Waterschap (in zijn rol als beheerder van de weg) de verantwoordelijkheid op om te zorgen voor een veilige omgeving voor de gebruikers van de weg (veiligere route). De omrijdafstand is nihil waardoor overlast voorkomen wordt.

- dat ter zake ingevolge artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de korpschef van de politie Zeeland – West-Brabant, namens deze de beleidsadviseur verkeer (positief advies d.d. 2 april 2020), met de opmerking ook de voetgangerstrappen aan de zuidzijde van de brug met hekken dicht te zetten;

- dat de maatregel voorgelegd is aan gemeente Terneuzen en provincie Zeeland d.d. 24 maart 2020;

besluit:

Tot het instellen van een (tijdelijke) geslotenverklaring voor alle verkeer en voetgangers, door het plaatsen van borden C01 en C16, zoals opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990, op de zuidelijke parallelbaan van de N61 ter hoogte van de brug Sluiskil, vanaf de aansluiting van de Finlandweg tot aan de aansluiting met de N252;

E.e.a. conform bijgevoegde tekening “Toepassen tijdelijke verkeersmaatregelen ten behoeve van werkzaamheden aan het fietspad Draaibrug te Sluiskil” (d.d. 30-03-2020).

 

Middelburg, 02-04-2020

Dagelijke bestuur van het Waterschap Scheldestromen

Namens deze,

ing. T. Goossen

programmamanager Wegen

 

Mededelingen en bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekend gemaakt een bezwaarschrift worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen, Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

 

  • 1.

    de naam en het adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    vermelding van de datum en het nummer of kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • 4.

    een opgave van redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West Brabant, Team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van dat besluit;

  • 4.

    de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden gevoegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de Rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.