Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BeekStaatscourant 2019, 71260Instelling gemeenschappelijke regelingen



Centrumregeling Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2020

Logo Beek

 

De colleges van de gemeenten Beek en Sittard-Geleen ieder voor zover bevoegd.

 

Overwegende dat:

 

De gemeenten Beek en Sittard-Geleen hun werk- en inkomenstaken en de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wensen onder te brengen bij het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek, zulks met dien verstande dat schuldhulpverlening, minima- en armoedebeleid bij de individuele gemeenten blijft;

 

Het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek wordt georganiseerd in een centrumregeling met Sittard-Geleen in de rol van centrumgemeente, zulks conform artikel 1 lid 1 en artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

De raad van de gemeente Sittard-Geleen [DATUM] en de raad van de gemeente Beek op [DATUM ] hun colleges hiertoe, conform artikel 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen, toestemming hebben gegeven;

 

Het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek op 1 januari 2020 zal starten op basis van het Meerjarig ondernemingsplan Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2020;

 

De colleges van de gemeenten Sittard-Geleen, Beek, Beekdaelen, Stein en het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke regeling VIXIA, ieder voor zover bevoegd, gezamenlijk het gestelde in het bestuursconvenant in overweging hebben genomen, overeengekomen en op 8 oktober 2019 hebben getekend.

 

Gelet op:

 

het bepaalde in artikel 1 lid 1 en artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (mandaat).

 

Besluiten:

 

de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

 

Centrumregeling Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2020

Waarvan de inhoud als volgt luidt:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling worden de volgende begrippen gehanteerd (kenbaar doordat deze in de tekst met een hoofdletter worden geschreven):

 

1. Afnemende gemeente: gemeente die producten en/of diensten afneemt en geen deelnemer is van de Centrumregeling;

2. AVG: Algemene verordening gegevensbescherming;

3. Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen;

4. BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid (vanaf 1 januari 2020 van kracht);

5. Bestuurlijk overleg: overleg tussen de portefeuillehouders van de gemeenten-deelnemers;

6. Centrumregeling: de voorliggende regeling;

7. College/colleges: burgemeester en wethouders;

8. Centrumgemeente: de gemeente Sittard-Geleen;

9. Debiteuren: een uitkeringsgerechtigde of een gewezen uitkeringsgerechtigde op grond van of krachtens de Pw, Wet IOAW, Wet IOAZ en/of het Bbz waarop de Deelnemende gemeente een vordering heeft;

10. Deelnemende gemeente: gemeente die de taken als bedoeld in artikel 3 heeft opgedragen aan de Centrumgemeente en deelneemt aan de Centrumregeling;

11. DVO: dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 5 en/of 5a van deze Centrumregeling;

12. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg;

13. Gemeenten-deelnemers: de Centrumgemeente en de Deelnemende gemeente(n) gezamenlijk;

14. Mandaat: mandaat, volmacht en/of machtiging, zulks al naar gelang de betreffende bevoegdheid;

15. Meerjarig ondernemingsplan: plan waarin de Gemeenten-deelnemers de gewenste ontwikkeling en doelstellingen van het Participatiebedrijf voor een bepaalde periode vastleggen en financieel onderbouwen;

16. Netto uitvoeringskosten: de Uitvoeringskosten verminderd met de toerekenbare door het Participatiebedrijf gegenereerde opbrengsten;

17. Participatiebedrijf: de organisatorische eenheid binnen de Centrumgemeente en de met deze organisatorische eenheid verbonden juridische entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de werk- en inkomenstaken en de taken van de Wet sociale werkvoorziening, die door Deelnemende en Afnemende gemeenten aan de Centrumgemeente zijn opgedragen;

18. Personele frictiekosten: kosten in verband met de overgang van ambtelijk personeel van een Deelnemende gemeente naar de Centrumgemeente als gevolg van verschillen in arbeidsvoorwaarden en/of van verschillen in de omvang van het dienstverband dat overgaat naar de Centrumgemeente doordat ambtelijk personeel voor de volledige omvang van het dienstverband overgaat naar de Centrumgemeente wanneer voor minimaal 60% van het dienstverband taken worden verricht die horen bij het Participatiebedrijf;

19. Programmakosten: uitkeringen en verstrekkingen betreffende de bij mandaat opgedragen taken ingevolge de Participatiewet ten behoeve van cliënten van de betreffende gemeente doch met uitzondering van de Uitvoeringskosten;

20. Pw: Participatiewet;

21. Uitvoeringskosten: alle directe kosten en toerekenbare overhead doch met uitzondering van de personele frictiekosten, die gemoeid zijn met de uitvoering door de Centrumgemeente, en de met haar verbonden vennootschappen waaronder Vixia BV, van de bij mandaat en/of DVO opgedragen taken; de toerekenbare overheadkosten worden bepaald met inachtneming van de geldende regels van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV);

22. Verantwoordelijke: de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4 lid 7 AVG;

23. Verwerker: de verwerker van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4 lid 8 AVG;

24. Wet BRP: Wet basisregistratie personen;

25. Wet IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

26. Wet IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen;

27. Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

28. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

29. Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

30. Wsw: Wet sociale werkvoorziening.

 

Artikel 2 Aanwijzing, belang, doel en uitgangspunten van de Centrumregeling

 

1. De gemeente Sittard-Geleen wordt aangewezen als centrumgemeente.

2. Het belang van deze regeling is vorm te geven aan de samenwerking tussen de gemeenten op het terrein van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de daarmee samenhangende wetten en uitvoeringsregelingen, om de begeleiding van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en de inzet van de beschikbare middelen te optimaliseren.

3. Deze Centrumregeling heeft als doel te zorgen voor een democratische, gelijkwaardige, kwalitatief hoogwaardige, effectieve en efficiënte uitvoering van de in lid 2 bedoelde wet- en regelgeving voor de burgers en de betrokken gemeentelijke bestuursorganen.

4. De Gemeenten-deelnemers streven naar verdere harmonisatie van beleid op het gebied van werk en inkomen met behoud van de ‘couleur locale’ waar dat gewenst is, een betere benutting en doorontwikkeling van het arbeidspotentieel en een verbeterde dienstverlening aan de doelgroep van het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek.

5. In het belang van deze Centrumregeling is het mogelijk vorm te geven aan een dienstverlenende samenwerking tussen Centrumgemeente en een Afnemende gemeente op het terrein van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de daarmee samenhangende wetten en uitvoeringsregelingen.

 

Hoofdstuk 2 Omvang en kwaliteit van de uit te voeren taken en bevoegdheden

 

Artikel 3 Taakomschrijving

 

1. De werk- en inkomenstaken en de taken van de Wet sociale werkvoorziening van de Centrumgemeente welke door de Deelnemende gemeente aan de Centrumgemeente worden opgedragen omvatten:

• de uitvoering van de Participatiewet, IOAW (NB. De uitvoering van de Bbz en IOAZ is gemandateerd aan het college van de gemeente Maastricht);

• de integrale uitvoering van de Wsw;

• de uitvoering van artikel. 1.13 juncto 1.6 Wko en de hierop geformuleerde beleidsregels, met uitzondering van de doelgroep “sociaal medische indicatie”;

• de uitvoering met betrekking tot de bijzondere bijstand;

• de maatschappelijke begeleiding van statushouders en het aanbieden van het participatieverklaringstraject;

• de administratieve verwerking van besluiten op klantniveau;

• terugvordering en verhaal;

• handhaving en bijzonder onderzoek (sociale recherche);

• financiële verwerking en verantwoording en interne controle;

• archivering;

• de voorbereiding in het kader van aanhangig gemaakte bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures evenals het in dit kader voeren van verweer (NB. Voor de behandeling van bezwaarschriften geldt dat de commissie voor de bezwaarschriften van de Centrumgemeente adviseert en de vigerende Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen van toepassing is);

• de voorbereiding in het kader van verzoeken om voorlopige voorzieningen, welke aanhangig worden gemaakt in het kader van lopende bezwaar-, beroeps- en/of hoger beroepsprocedures en het in dit kader voeren van verweer;

• de voorbereiding en het voeren van verweer in het kader van verzet-, herzienings- en andere procedures in het kader van de Algemene wet bestuursrecht;

• de uitvoering en de sturing van re-integratieprojecten en instrumentarium (onder andere de werkplaats);

• het werkgeversservicepunt;

• de afhandeling van verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet hergebruik overheidsinformatie, de AVG zulks voor zover betrekking hebbende op voornoemde wet- en regelgeving;

• de afhandeling van ingebrekestellingen op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen en anderszins;

• de uitvoering van de Wet inburgering met ingang van 1 januari 2021 tenzij de wet

op een ander moment in werking treedt;

• de uitvoering van alle op deze wetten gebaseerde nadere regelgeving, verordeningen en beleidsregels.

 

2. In afwijking van lid 1 van deze bepaling worden de volgende werk- en inkomenstaken niet aan de Centrumgemeente opgedragen:

• de toegang tot de collectieve ziektekostenverzekering;

• de tegemoetkoming collectieve ziektekostenverzekering;

• beleid en verordeningen Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz;

• beleid schuldhulpverlening;

• minima- en armoedebeleid;

• uitvoering en besluiten schuldhulpverlening;

• beslissen in het kader van bezwaar/beroep/hoger beroep en voorlopige voorziening;

• ouderentoeslag;

• sport- en cultuurpas.

 

3. De beleidsverantwoordelijkheid voor de aan de Centrumgemeente opgedragen Wsw-taken, werk- en inkomenstaken en de daarop gebaseerde regelgeving behoort toe aan de raad en het college van de Deelnemende gemeente, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft.

 

4. Ingeval de in lid 1 genoemde wetten worden gewijzigd of vervangen blijft de Centrumgemeente zorgdragen voor de uitvoering van de taken van de gewijzigde of vervangende wet- en regelgeving, zulks voor zover vallend binnen doel en reikwijdte van gewijzigde of vervangen wet- en regelgeving.

 

5. De Centrumgemeente is jegens de Deelnemende gemeente verantwoordelijk voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering, zulks binnen het geldende wettelijke kader.

 

Artikel 3a Exclusiviteit gemeenten

 

De Gemeenten-deelnemers van deze Centrumregeling nemen deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw die is opgericht ten behoeve van de werkgeverstaken van Wsw-personeel.

 

Artikel 4 Mandaat Deelnemende gemeente

 

1. Het college van de Deelnemende gemeente draagt de taken en bevoegdheden welke noodzakelijk zijn voor de realisering van het doel van de Centrumregeling, zoals omschreven in artikel 2 en artikel 3, op aan het college van de Centrumgemeente.

 

2. Voor de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken zal het college van de Deelnemende gemeente zijn daarop betrekking hebbende wettelijke bevoegdheden mandateren aan het college van de Centrumgemeente.

 

3. Het college van de Deelnemende gemeente draagt zelf zorg voor de wettelijk vereiste bekendmaking zoals bedoeld in Afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

4. Het college van de Centrumgemeente wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan zijn medewerkers. De Centrumgemeente draagt zorg voor de hiervoor vereiste wettelijke bekendmaking zoals bedoeld in Afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

5. Het college van de Deelnemende gemeente blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken.

 

Artikel 4a Mandaat Afnemende gemeente

 

1. Gemeenten, die niet deelnemen aan de Centrumregeling, kunnen op basis van een DVO specifieke producten en diensten afnemen van het Participatiebedrijf. In de DVO wordt specifiek overeengekomen, welke taken en bevoegdheden het college van de Afnemende gemeente opdraagt aan het college van de Centrumgemeente.

 

2. Voor zover nodig zal het college van de Afnemende gemeente de wettelijke bevoegdheden, die betrekking hebben op de in de DVO opgedragen taken en bevoegdheden, mandateren aan het college van de Centrumgemeente.

 

3. Het college van de Afnemende gemeente draagt, voor zover aan de orde, zelf zorg voor de wettelijk vereiste bekendmaking zoals bedoeld in Afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

4. Het college van de Centrumgemeente wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan zijn medewerkers. De Centrumgemeente draagt zorg voor de hiervoor vereiste wettelijke bekendmaking zoals bedoeld in Afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

5. Het college van de Afnemende gemeenten blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken en bevoegdheden welke behoren bij de producten en/of diensten.

 

Artikel 5 Dienstverleningsovereenkomst met een Deelnemende gemeente / specifiek beleid

 

1. De Centrumgemeente sluit met de Deelnemende gemeente een DVO, waarin nadere afspraken worden gemaakt omtrent de uit te voeren taken, te leveren diensten en de financiering.

 

2. De Centrumgemeente kan op verzoek van de Deelnemende gemeente een nadere DVO sluiten met betrekking tot specifiek beleid. In een dergelijke specifieke DVO worden in ieder geval contractuele afspraken gemaakt met betrekking tot de daarmee samenhangende kosten.

 

Artikel 5a Dienstverleningsovereenkomst met een Afnemende gemeente

 

1. De Centrumgemeente sluit met de Afnemende gemeente een DVO waarin afspraken worden gemaakt over de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden behorende bij de te leveren producten en/of diensten, de prijs en de informatievoorziening

 

2. De DVO, het dienstenpakket en de prijslijst voor de Afnemende gemeente worden, gehoord het Bestuurlijk overleg, door de Centrumgemeente vastgesteld en ondertekend door of namens de Burgemeesters van de Centrumgemeente en de Afnemende gemeente.

 

Artikel 6 Bestuurlijk overleg / evaluatie

 

1. De portefeuillehouders van de Gemeenten-deelnemers voeren tenminste tweemaal per jaar Bestuurlijk overleg over de Centrumregeling met bijbehorende DVO en de samenwerking in dat kader.

 

2. De organisatie en voorbereiding van het bestuurlijk overleg berust bij de directeur Participatiebedrijf van de Centrumgemeente dan wel zijn plaatsvervanger.

 

3. De Centrumregeling wordt in ieder geval eenmaal per jaar door de Gemeenten-deelnemers geëvalueerd op doeltreffendheid, kostenbewustzijn en efficiency. De resultaten van de evaluatie worden schriftelijk ter kennisname aan de gemeenteraden aangeboden.

 

4. Er wordt tevens minimaal eenmaal per jaar een informatiebijeenkomst voor de gezamenlijke raadswerkgroep georganiseerd om de blijvende betrokkenheid te bevorderen.

 

Hoofdstuk 3 Financiën

 

Artikel 7 Financiële zeggenschap, financiering uitvoeringskosten en personele frictiekosten

 

1. De financiële zeggenschap berust bij de afzonderlijke gemeenten. Door deze regeling wordt het budgetrecht van de raden van de afzonderlijke gemeenten niet aangetast.

 

2. De Gemeenten-deelnemers stellen bij gewone meerderheid van stemmen jaarlijks de (meer jaren) begroting op van het Participatiebedrijf en dragen er zorg voor dat de Netto uitvoeringskosten conform deze (meer jaren) begroting structureel opgenomen worden in hun gemeentebegroting. Voor het behalen van een meerderheid als bedoeld in dit artikel 7 lid 2 dient de Centrumgemeente voor te stemmen. De Gemeenten-deelnemer hebben ieder één (1) stem.

 

3. De verdeelsleutel van de Netto uitvoeringskosten wordt gevormd door de onderlinge verhoudingen tussen de Gemeenten-deelnemers met betrekking tot het verwachte volume voor de Pw, Wet IOAW en Wsw van het desbetreffende uitvoeringsjaar. Gemeenten-deelnemers kunnen voor de toerekenbare overheadkosten in de Uitvoeringskosten een groeipad overeenkomen.

 

4. Het college van de Centrumgemeente brengt overeenkomstig het bepaalde in lid 3 de Netto uitvoeringskosten van het uitvoeringsjaar op basis van voorschot in rekening bij de Deelnemende gemeente. Definitieve afrekening vindt plaats aan de hand van de vastgestelde jaarrekening.

 

5. Bedrag en looptijd van Personele frictiekosten worden bij de overgang van het ambtelijk personeel specifiek overeengekomen tussen de Centrumgemeente en de latende Deelnemende gemeente met inachtneming van mogelijke wijzigingen in de geldende cao, uitdiensttreding vanwege pensionering en dergelijke.

 

6. De latende Deelnemende gemeente neemt de Personele frictiekosten structureel in de (meer jaren) begroting op.

 

7. Het college van de Centrumgemeente brengt overeenkomstig het bepaalde in lid 5 de Personele frictiekosten op basis van voorschot in rekening bij de latende Deelnemende gemeente. Definitieve afrekening vindt plaats op basis van de vastgestelde jaarrekening.

 

Artikel 8 Financiering Programmakosten

 

1. De voor de overeengekomen uitvoering noodzakelijke Programmakosten wordt door de Deelnemende gemeente afzonderlijk, op basis van zijn programmabegroting voor het volgende kalenderjaar, per maand en vooraf aan de Centrumgemeente voldaan op voorschotbasis.

 

2. Voor de in lid 1 bedoelde Programmakosten stuurt de Centrumgemeente periodiek een factuur naar de Deelnemende gemeente.

 

3. De werkelijke ontvangsten van Debiteuren worden per maand aan de Deelnemende gemeente voldaan.

 

4. Na afloop van elk kalenderjaar maakt het college van de Centrumgemeente in een afrekening voor de Deelnemende gemeente de financiële voor- en nadelen van de met deze Centrumregeling en bijbehorende DVO gemoeide Programmakosten en ontvangsten uit Debiteuren inzichtelijk.

 

5. De financiële voor- en nadelen van de Programmakosten komen voor rekening en verantwoording van de betreffende Deelnemende gemeente.

 

6. De Centrumgemeente levert de afrekening zoals bedoeld in lid 4 in een zodanige vorm aan dat de betreffende Deelnemende gemeente de hierin vervatte gegevens kan verwerken in zijn exploitatie/jaarrekening.

 

Artikel 9 Spaarfonds

 

1. Gemeenten-deelnemers kunnen besluiten om het financiële voordeel, dat ontstaat door de efficiëntiewinst van de samenwerking in het kader van deze Centrumregeling, in te brengen in een spaarfonds dat wordt ingezet voor noodzakelijke (des)investeringen in het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2020.

 

2. Onder efficiëntiewinst zoals bedoeld in lid 1 wordt verstaan de besparingen op de Uitvoeringskosten door de samenvoeging van de in artikel 3 genoemde taken.

 

3. De looptijd van het spaarfonds is in beginsel vier jaar. Bij opheffing wordt het resterende bedrag verdeeld conform de verdeelsleutel als genoemd in artikel 7 lid 3.

 

4. Voorstellen voor onttrekking aan het spaarfonds worden gedaan door de directeur Participatiebedrijf aan de colleges van de Gemeenten-deelnemers. Datzelfde geldt voor voorstellen voor opheffing of verlenging van het spaarfonds.Ook elk van de Gemeenten-deelnemers individueel kan voorstellen in dit kader doen.

 

5. De colleges van de Gemeenten-deelnemers ontvangen minimaal eenmaal per jaar een overzicht van het spaarfonds volgens de planning- en control cyclus.

 

6. Alle besluiten aangaande het spaarfonds worden bij gewone meerderheid van de Gemeenten-deelnemers genomen, waarbij de Centrumgemeente voor dient te stemmen. De Gemeenten-deelnemer hebben ieder één (1) stem.

 

Artikel 10 Jaarrekening

 

1. Het college van de Centrumgemeente draagt er bij het opstellen van de jaarrekening zorg voor dat de uitgaven in het kader van deze Centrumregeling en bijbehorende DVO zodanig verantwoord worden dat deze voor de Deelnemende gemeente afzonderlijk inzichtelijk zijn en aan het college van de Deelnemende gemeente ter beschikking gesteld worden.

 

2. Op de in lid 1 bedoelde separate financiële verantwoordingen wordt door tussenkomst van het college van de Deelnemende gemeente een accountantscontrole uitgevoerd. De Centrumgemeente voorziet de accountant van de Deelnemende gemeente van informatie mocht deze niet voorhanden zijn bij de Deelnemende gemeente.

 

3. Het college van de Deelnemende gemeente draagt er zorg voor dat de voor deze gemeente relevante verantwoordingsgegevens in de concept gemeentelijke jaarrekening worden opgenomen.

 

 

Hoofdstuk 4 Informatie en verantwoording

 

Artikel 11 Informatie voor Deelnemende gemeente

 

1. Het college van de Centrumgemeente stuurt in aansluiting op de eigen planning- en control cyclus en de rapportage -en informatie systemen van het Participatiebedrijf de van belang zijnde informatie, welke in relatie staat tot deze regeling en bijbehorende DVO aan het college van de Deelnemende gemeente. De DVO omvat een specificatie van de te verstrekken documenten, de informatie die deze bevatten en de frequentie waarmee deze verstrekt worden.

 

2. Het college van de Deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor het informeren van de eigen gemeenteraad.

 

3. Het college van de Centrumgemeente maakt jaarlijks afspraken met de Deelnemende gemeente(n) over een geactualiseerde productenlijst en over de prijsstelling voor Deelnemende en Afnemende gemeenten.

 

Artikel 11a Informatie voor Afnemende gemeente

 

1. Het college van de Centrumgemeente stuurt in overeenstemming met de afspraken in de DVO de van belang zijnde informatie, welke in relatie staat tot de opgedragen taken en overeengekomen diensten aan het college van de Afnemende gemeente.

 

2. Het college van de Afnemende gemeente is verantwoordelijk voor het informeren van hun eigen gemeenteraad.

 

Artikel 12 Verantwoording voor Deelnemende gemeente

 

1. Het college van de Centrumgemeente zendt ten minste eenmaal per jaar aan het college van de Deelnemende gemeente een verantwoordingsrapportage betreffende de realisatie van de DVO, een eventuele specifieke DVO zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 en de mogelijke effecten daarvan voor de meerjarenplanning.

 

2. Het college van de Deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor het informeren van zijn eigen gemeenteraad.

 

Hoofstuk 5 Wijzigen, toetreden, uittreden en opheffen

 

Artikel 13 Wijziging

 

1. De colleges van de Gemeenten-deelnemers kunnen aan het Bestuurlijk overleg voorstellen doen tot wijziging van deze Centrumregeling.

 

2. Indien het Bestuurlijk overleg wijziging van de Centrumregeling wenselijk acht, doet het college van de Centrumgemeente een voorstel tot een wijzigingsbesluit.

 

3. Voor de totstandkoming van een rechtsgeldig wijzigingsbesluit is een besluit met gewone meerderheid van stemmen van de colleges van de Gemeenten-deelnemers nodig, waarbij de Centrumgemeente voort dient te stemmen. De colleges besluiten na voorafgaande toestemming van hun gemeenteraden.

 

4. In het wijzigingsbesluit wordt de datum van inwerkingtreding van de wijziging vermeld.

 

5. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de wijziging.

 

Artikel 14 Toetreding

 

1. Toetreding tot de Centrumregeling door het college van een andere gemeente (na verkregen toestemming van zijn gemeenteraad) behoeft de instemming van alle colleges van de Gemeenten-deelnemers.

 

2. De Centrumgemeente regelt, in overleg met de Deelnemende gemeente(n), de rechten en verplichtingen welke voor de toetredende gemeente uit de toetreding voortvloeien.

 

3. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden. Hierover zal het college van de Centrumgemeente voorstellen doen en overleg plegen met het college van de Deelnemende gemeente(n) evenals met het college van de gemeente die wenst toe te treden.

 

4. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de toetreding.

 

Artikel 15 Uittreding

 

1. Voor uittreding is een daartoe strekkend besluit van het college van de uittredende gemeente vereist, welk besluit eerst genomen kan worden na verkregen toestemming van zijn gemeenteraad. Uittreding geschiedt uitsluitend met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, voor het eerst per 1 januari 2025.

 

2. Een voornemen tot uittreding van een gemeente wordt door het college van de betreffende gemeente (minimaal) één jaar van tevoren schriftelijk kenbaar gemaakt aan de colleges van de Gemeenten-deelnemers.

 

3. De financiële gevolgen van uittreding - inclusief de kosten van de betrokken ambtenaren en werknemers van Vixia B.V. welke in verhouding staan tot de voor de uittredende gemeente op grond van deze Centrumregeling uit te voeren taken en te leveren diensten zoals uitgewerkt in de DVO en een eventuele specifieke DVO - komen voor rekening van de uittredende Deelnemende gemeente.

 

4. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen zoals bedoeld in lid 3, wordt voorafgaande aan de uittreding door de Gemeenten-deelnemers getracht te komen tot een gezamenlijk afwikkelingsvoorstel. Indien de Gemeenten-deelnemers daarin niet slagen wordt een bindend advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. De deskundigenkosten zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

 

5. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de uittreding.

 

Artikel 16 Opheffing

 

1. De Centrumregeling wordt opgeheven bij besluit van de meerderheid van Gemeenten-deelnemers onder wie in ieder geval de Centrumgemeente, zulks na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad. Opheffing geschiedt uitsluitend met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar,

 

2. Een voornemen om te besluiten tot opheffing wordt door het college van de betreffende gemeente (minimaal) één jaar van tevoren schriftelijk kenbaar gemaakt aan de colleges van de Gemeenten-deelnemers.

 

3. Ingeval van opheffing van de regeling regelt de Centrumgemeente de financiële gevolgen in een liquidatieplan. Hierbij worden de bepalingen van deze regeling in acht genomen.

 

4. Het liquidatieplan wordt vastgesteld nadat de meerderheid van de colleges van de Gemeenten-deelnemers onder wie in ieder geval de Centrumgemeente, daarmee heeft ingestemd.

 

5. Het liquidatieplan voorziet tenminste in de financiële en personele consequenties voor de Gemeenten-deelnemers. Ook de gevolgen voor de archivering worden geregeld.

 

6. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de opheffing.

 

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

 

Artikel 17 Archief

 

1. De colleges van de Gemeenten-deelnemers zijn belast met de zorg voor de archiefbescheiden, zulks met inachtneming van de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering.

 

2. De gemeentesecretaris van de Centrumgemeente is belast met het beheer van het archief voor zover deze bescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Over de wijze van beheer maakt de gemeentesecretaris van de Centrumgemeente afspraken met de gemeentesecretaris van de Deelnemende gemeente.

 

3. De gemeentearchivaris van de Centrumgemeente is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

 

4. Voor de bewaring overeenkomstig de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering, van de over te brengen archiefbescheiden is aangewezen: de archiefbewaarplaats van de Centrumgemeente.

 

5. Bij opheffing van de Centrumregeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform de dan ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering.

 

Artikel 18 Klachtenregeling

 

Klachten over de dienstverlening of over personeel werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college van de Centrumgemeente, worden overeenkomstig de voor de Centrumgemeente geldende klachtenregeling afgehandeld.

 

Artikel 19 Privacy en informatiebeveiliging

 

1. De Centrumgemeente verwerkt persoonsgegevens voor de Deelnemende en de Afnemende gemeente, ten behoeve van de doelstellingen en taken zoals omschreven in artikel 2 en 3 van deze regeling.

 

2. Gegevensverwerking vindt plaats conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving, waaronder minimaal wordt verstaan: de AVG, de Wet SUWI en de Wet BRP dan wel daarvoor in de plaats tredende wet- en regelgeving.

 

3. De Deelnemende en de Afnemende gemeente blijft verantwoordelijk voor de gegevensverwerking, zoals bedoeld in artikel 4 lid 7 AVG dan wel daarvoor in de plaats tredende wet- en regelgeving.

 

4. De Centrumgemeente treedt voor de Deelnemende en de Afnemende gemeente op als verwerker zoals bedoeld in artikel 4 lid 8 van de AVG dan wel daarvoor in de plaats tredende wet- en regelgeving.

 

5. De gegevensverwerking door de Centrumgemeente ten behoeve van de Deelnemende en de Afnemende gemeente zal nader worden gespecificeerd in de DVO (bijlage Privacyprotocol met verwerkersovereenkomst bij DVO).

 

6. Ten aanzien van informatiebeveiliging conformeert de Centrumgemeente, evenals de Deelnemende en de Afnemende gemeente, zich aan de daartoe geldende landelijke standaard(en) inzake informatiebeveiliging. Daaronder wordt minimaal verstaan: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de aanvullende eisen uit de Wet SUWI en de Wet BRP.

 

7. Een specificatie van te treffen beveiligingsmaatregelen wordt uitgewerkt in de daartoe strekkende verwerkersovereenkomst tussen de Centrumgemeente en de Deelnemende gemeente.

 

Artikel 20 Geschillenregeling

 

Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr verplichten de Gemeenten-deelnemers zich ertoe om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.

 

Artikel 21 Inwerkingtreding, toezending, bekendmaking en inschrijving

 

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

 

2. Het college van de Centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten.

 

3. Het college van de Centrumgemeente draagt op de wettelijk vereiste wijze zorg voor tijdige bekendmaking van de regeling in de Staatscourant. Bij een wijziging, toetreding, uittreding of opheffing draagt het college van de Centrumgemeente eveneens zorg voor tijdige bekendmaking in de Staatscourant.

 

4. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor inschrijving in hun register van gemeenschappelijke regelingen.

 

Artikel 22 Citeertitel

 

Deze centrumregeling wordt aangehaald als:

“Centrumregeling Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2020”

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,

in de vergadering van [DATUM] 2019

 

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Beek,

in de vergadering van [DATUM] 2019

 

Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,

drs. G.J.M. Cox, mr .G.J.C. Kusters

burgemeester secretaris

Burgemeester en wethouders van Beek,

mr. C. E. van Basten-Boddin M.V.J. De Louw

burgemeester secretaris