Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2019, 52789Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Vlakglasbranche Opleidings- en Ontwikkelingsfonds 2019/2021

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 oktober 2019 tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche (STOOV)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de AWVN namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Bouwend Nederland;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III en IV is bepaald:

Artikel 1 Werkingssfeer

De cao geldt voor iedere natuurlijke of rechtspersoon die in een onderneming of een afdeling daarvan zich uitsluitend of in hoofdzaak bezig houdt met:

  • 1. de groothandel in vlakglas, al dan niet in combinatie met het plaatsen van bewerkt en/of onbewerkt vlakglas; en/of

  • 2. de bedrijfsmatige bewerking e/of verwerking van vlakglas (zoals de productie van isolerend dubbelglas, gelaagd glas en voorgespannen / gehard glas), waaronder niet begrepen het plaatsen van vlakglas; en/of

  • 3. het vervaardigen van glas in metaal (zoals geëtst en gebrandschilderd glas).

De cao geldt ook voor bedrijven die lid zijn van Bouwend Nederland Vakgroep glas en die vallen onder de werkingssfeer van de cao voor het schilders- afwerkings- en glaszettersbedrijf in Nederland (SAG-cao), maar die dispensatie hebben van deze SAG-cao.

Dispensatie

De dispensatiecommissie van de vaste commissie kan dispensatie van de cao inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche verlenen aan de werkgever die lid is, en op 28 mei 2018 reeds lid was van OnderhoudNL, en tevens aangesloten is, en op 28 mei 2018 reeds aangesloten was bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf en onder de werkingssfeer van de cao inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche voor de vlakglasbranche valt.

De werkgever richt zijn verzoek om dispensatie aan het secretariaat van de dispensatiecommissie. De dispensatiecommissie kan de werkgever om een nadere toelichting vragen in verband met de beoordeling van het verzoek. De dispensatiecommissie neemt binnen 3 maanden een beslissing over het dispensatieverzoek. De dispensatiecommissie deelt de beslissing schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de werkgever. De dispensatiecommissie houdt een lijst bij met dispensatiebesluiten.

Definities

Deze overeenkomst verstaat onder:

Werkgever:

de natuurlijke of rechtspersoon die valt onder de werkingssfeer van deze cao.

Groothandel:

de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico goederen betrekt, naar behoefte in voorraad houdt dan wel in bestelling heeft, en verkoopt aan bedrijfsmatige ge- en/of verbruikers of verwerkers dan wel groot- of kleinhandelaren.

werknemer:

iedere werknemer die werkt bij een werkgever als hierboven.

Stichting:

de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche (STOOV).

Artikel 2 Werkingssfeer

De bepalingen van deze CAO zijn van toepassing op alle werkgevers en werknemers, als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Opleidingen

  • 1. Werknemers hebben het recht om met behoud van loon scholing te volgen; dit recht geldt voor het volgen van scholing welke noodzakelijk is oor de huidige dan wel de toekomstige functie van de werknemer.

  • 2. Het in lid 1 genoemde recht geldt voor 5 scholingsdagen per kalenderjaar met dien verstande dat een in enig jaar aangevangen scholing zonder beperking mag worden afgemaakt.

  • 3. Het volgen van scholing zoals bedoeld in lid 1 wordt in goed overleg tussen werkgever en werknemer geregeld; van deze scholing en alle andere scholing die de werknemer volgt op verzoek van de werkgever, zijn alle kosten voor rekening van de werkgever.

Artikel 4 Bijdragen en invordering

  • 1. De werkgever is jaarlijks aan de Stichting een bijdrage verschuldigd waarvan de hoogte wordt vastgesteld in het bijdragereglement van de Stichting.

  • 2. Het bestuur van de Stichting stelt in het bijdragereglement tevens nadere regels vast betreffende de invordering van de door werkgevers verschuldigde gelden.

  • 3. Het bijdragereglement en de statuten van de Stichting worden geacht deel uit te maken van deze CAO.

Artikel 5 Besteding der gelden

  • 1. De ter beschikking gekomen gelden worden gebruikt voor de financiering dan wel subsidiering van de volgende activiteiten:

    • 1. Het bevorderen van de opleiding en ontwikkeling van werknemers in de vlakglasbranche teneinde een goede werking van de arbeidsmarkt in de sector te bewerkstelligen en de employability van de werknemers in de sector te verbeteren;

    • 2. het ontwikkelen en organiseren van om-, her- en nascholing voor werknemers in de vlakglasbranche, alsmede het bewaken van de kwaliteit ervan;

    • 3. het stimuleren, ontwikkelen en implementeren van beleid en het uitvoeren van projecten en scholing, gericht op het verlengen van de inzetbaarheid van werknemers in de Groothandel in Vlakglas, het glasbewerkings- en het glazeniersbedrijf;

      het onder de aandacht brengen van de mogelijkheden en gevolgen van het eerder stoppen met werken of doorgaan met werken;

    • 4. het stimuleren en subsidiëren van voorlichting over de collectieve arbeidsvoorwaarden ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • 5. het handhaven en verbeteren van het positieve imago van de branche door middel van publiciteit in relatie tot de arbeidsvoorwaarden;

    • 6. het verzorgen van werkgelegenheidstrajecten voor mensen zonder werk of met werkloosheid bedreigde werknemers door middel van het aanbieden van een vakopleiding ter vervulling van vacatures in de branche;

    • 7. het stimuleren en subsidiëren van ontwikkelingen gericht op het bevorderen van de medezeggenschap, participatie, personeelsvertegenwoordigingen en ondernemingsraden als vormen van overleg op ondernemingsniveau tussen werknemers en werkgevers;

    • 8. het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geformaliseerde overleg met uitzondering van CAO-overleg – tussen sociale partners ten behoeve – van alle werkgevers en werknemers in de branche;

    • 9. het financieren van de beheerskosten samenhangend met de werkzaamheden van het bestuur en secretariaat van de stichting.

  • 2. Het bestuur van de Stichting heeft nadere regels betreffende de vergoeding van cursussen vastgelegd in het financieringsreglement. Dit financieringsreglement wordt geacht deel uit te maken van deze CAO.

Artikel 6 Aanmelding bij de Stichting

De werkgever is verplicht zich bij de Stichting aan te melden binnen 30 dagen nadat hij werkgever in de zin van deze overeenkomst is geworden.

Bijdragereglement van de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche

Artikel 1 Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

1. Opleidings-CAO:

de CAO inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche.

2. Stichting:

de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche (STOOV).

3. Het bestuur:

het bestuur van de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche (STOOV).

4. Werkgever:

de werkgever zoals omschreven in de artikel 1 van de STOOV CAO.

5. Loonsom:

het totaal van de jaarsalarissen van alle bij de werkgever in dienst zijnde werknemers.

Artikel 2 Vaststelling en betaling bijdrage

  • 1. De werkgever is per kalenderjaar een bijdrage verschuldigd aan de Stichting van 0,5% van het Uniform Loonbegrip (ULB).

  • 2.

    • a. De werkgever is verplicht de verschuldigde bijdragen te voldoen binnen de op te nota(‘s) gestelde termijn.

    • b. De Stichting is bevoegd van de werkgever te vorderen dat hij op de door de Stichting te bepalen tijdstippen en tot door de Stichting te bepalen bedragen voorschotten op de verschuldigde bijdrage zal betalen.

  • 3. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de Stichting bepaald, alle gegevens te verstrekken die het bestuur nodig heeft om de door de werkgever volgens de STOOV-CAO verschuldigde bijdrage of de door de Stichting te vorderen voorschotbijdrage vast te stellen. In voorkomende gevallen kan de Stichting ter onderbouwing van de door de werkgever aangeleverde gegevens een gewaarmerkte accountantsverklaring vragen.

  • 4. Indien de werkgever niet aan het gestelde in het vorige lid voldoet, zal het bestuur bij besluit bepalen welke loonsom aangehouden moet worden ter berekening van de bijdrage van de werkgever.

  • 5. De Stichting zal controle uitoefenen op naleving van alle voorwaarden van dit reglement.

Artikel 3

  • 1. Bij niet-tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage of het verschuldigde voorschot is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in gebreke.

  • 2. De Stichting is dan bevoegd te vorderen:

    • rente over het verschuldigd bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;

    • vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten, onverminderd de overige kosten van vervolg verschuldigd volgens de wet.

  • 3. De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke intrest bedoeld in artikel 6:119 en 6:120 BW, dat geldt op de datum waarop de rente door de Stichting wordt gevorderd. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van € 50,–.

Artikel 4 Slotbepaling

  • 1. In gevallen waarin toepassing van het bijdragereglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen die afwijkt van de bepalingen van dit reglement.

  • 2. In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.

  • 3. Dit bijdragereglement vormt een onafscheidelijk geheel met de statuten en de -STOOV- CAO.

Financieringsreglement

Algemeen

  • 1. Dit financieringsreglement is een onderdeel van de CAO inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche.

  • 2. STOOV publiceert jaarlijks een cursuscatalogus en vermeldt daarbij per cursus de van toepassing zijnde vergoedingen.

  • 3. De werkgever komt per kalenderjaar voor de in de STOOV-catalogus genoemde vergoedingen in principe in aanmerking tot ten hoogste een bedrag van 80% van de bijdrage verschuldigd aan de Stichting.

  • 4. Om voor deze vergoedingen in aanmerking te komen, dient de werkgever hiervoor – indien aanwezig – de instemming te hebben van de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad.

  • 5. Deze vergoedingsregeling is van kracht zolang de financiële middelen van STOOV daartoe toereikend zijn.

  • 6. In bijzondere situaties kan een werkgever niet-verbruikt budget benutten in het direct daarop volgende kalenderjaar. Daartoe dient de werkgever uiterlijk 1 oktober een beargumenteerd verzoek in te dienen bij het STOOV-bestuur, inclusief een opleidingsplan en begroting.

  • 7. In de cursuscatalogus staan alle cursussen uitgevoerd door STOOV-erkende opleiders.

Cursussen uitgevoerd door STOOV-erkende opleiders

  • 1. De werkgever meldt één of meer van zijn werknemers aan voor een cursus van een STOOV-erkende opleider door het invullen en ondertekenen van een aanmeldingsformulier en dit op te sturen naar het secretariaat van het Kenniscentrum Glas.

  • 2. Bij inschrijving wordt dit door het opleidingsinstituut schriftelijk bevestigd aan zowel de werkgever als de werknemer.

  • 3. Bij cursussen uitgevoerd door STOOV-erkende opleiders zijn de voorwaarden van het desbetreffende opleidingsinstituut van toepassing.

  • 4. In-company en maatwerkcursussen uitgevoerd door STOOV-erkende opleiders komen ook in aanmerking voor een vergoeding. Nadat de offerte hiervoor aan STOOV ter beoordeling is overlegd, ontvangt de werkgever een opgave hiervan.

    In-company en maatwerkcursussen kunnen tot 100% vergoed worden, dit ook ter beoordeling van het STOOV-bestuur.

  • 5. Vergoedingen voor cursussen uitgevoerd door STOOV-erkende opleiders worden verstrekt als de werkgever aan STOOV overhandigt:

    • * een kopie van de factuur van de STOOV-erkende opleider;

    • * een declaratieformulier voor de door STOOV uit te keren vergoeding.

Subsidie voor overige activiteiten

  • 1. Ook voor andere activiteiten die niet in de STOOV-catalogus zijn vermeld en die passen binnen de statutaire bepalingen en bovengenoemde CAO, kunnen vergoedingen worden aangevraagd.

  • 2. Voor de aanvraag van vergoedingen voor scholingsactiviteiten dient STOOV te ontvangen:

    • * informatie over het uitvoerend opleidingsinstituut;

    • * een omschrijving van de desbetreffende cursus;

    • * een kopie van de factuur;

    • * kopieën van de uitgereikte certificaten of diploma's.

Slotbepaling

  • 1. Teneinde een efficiënte werking van het opleidings- en ontwikkelingsfonds te verzekeren, kunnen door het STOOV-bestuur nadere voorschriften worden gegeven.

  • 2. Indien uit onderzoek van het bestuur blijkt dat er sprake is van onjuiste informatie, houdt het bestuur zich het recht voor reeds betaalde vergoedingen terug te vorderen en eventuele rente en verhaalkosten in rekening te brengen.

  • 3. In gevallen waarin dit financieringsreglement niet voorziet beslist het bestuur.

STATUTEN

Artikel 1. Naam en zetel

De stichting draagt de naam: Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche (Stichting STOOV) en is gevestigd te Gouda.

Artikel 2. Doel

De stichting heeft de volgende doelen:

  • 1. Het bevorderen van de opleiding en ontwikkeling van werknemers in de vlakglasbranche, teneinde een goede werking van de arbeidsmarkt in de sector te bewerkstelligen en de employability van de werknemers in de sector te verbeteren.

  • 2. Het ontwikkelen en organiseren van om-, her- en nascholing voor werknemers in de vlakglasbranche, alsmede het bewaken van de kwaliteit ervan.

  • 3.

    • a. Het stimuleren, ontwikkelen en implementeren van beleid en het uitvoeren van projecten en scholing, gericht op het verlengen van de inzetbaarheid van werknemers in de groothandel in Vlakglas, het glasbewerkings- en het glazeniersbedrijf

    • b. Het onder de aandacht brengen van de mogelijkheden en gevolgen van het eerder stoppen met werken of doorgaan met werken

  • 4. Het stimuleren en subsidiëren van voorlichting over de collectieve arbeidsvoorwaarden ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche.

  • 5. Het handhaven en verbeteren van het positieve imago van de branche door middel van publiciteit in relatie tot de arbeidsvoorwaarden.

  • 6. Het verzorgen van werkgelegenheidstrajecten voor mensen zonder werk of met werkloosheid bedreigde werknemers door middel van het aanbieden van een vakopleiding ter vervulling van vacatures in de branche;

  • 7. Het stimuleren en subsidiëren van ontwikkelingen gericht op het bevorderen van de medezeggenschap, participatie, personeelsvertegenwoordigingen en ondernemingsraden als vormen van overleg op ondernemingsniveau tussen werknemers en werkgevers.

  • 8. Het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geformaliseerde overleg met uitzondering van CAO-overleg – tussen sociale partners ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche.

  • 9. Het financieren van de beheerskosten samenhangend met de werkzaamheden van het bestuur en secretariaat van de stichting.

Artikel 3. Financiële middelen

  • 1. De financiële middelen van de stichting bestaan uit:

    • a. de door de werkgevers te storten bijdragen als bepaald in de cao en reglementen;

    • b. inkomsten uit het vermogen van de stichting;

    • c. subsidies;

    • d. andere baten.

  • 2. De voor belegging beschikbare gelden van de stichting worden belegd met inachtneming van redelijke eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling, ondermeer door kortlopende depositorekeningen bij solide Nederlandse bankinstellingen.

  • 3. Het bestuur is belast met het beheer van het vermogen van de stichting.

  • 4. Subsidie-ontvangende instellingen dienen jaarlijks een door een registeraccountant gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding der gelden. Deze verklaring dient evenals de begroting, die jaarlijks moet worden overlegd, gespecificeerd te zijn volgens de onder artikel 2 genoemde bestedingsdoelen en activiteiten en dient een integraal onderdeel uit te maken van het financieel jaarverslag.

Artikel 4. Bestuur

  • 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste vier leden, welke worden benoemd als volgt:

    • een tweetal leden door Bouwend Nederland, Vakgroep GBO, gevestigd te Zoetermeer (‘de werkgeversbestuursleden’);

    • een lid door de FNV, gevestigd te Amsterdam;

    • een lid door de CNV Vakmensen, gevestigd te Utrecht. (‘de werknemersbestuursleden’).

    Het bestuur bepaalt het aantal leden. Indien het bestuur besluit dat meer dan vier leden in het bestuur zitting hebben, worden die extra leden door het bestuur benoemd.

  • 2. De leden worden voor onbepaalde tijd aangewezen. Een bestuurslid kan ten allen tijden worden geschorst door de organisatie die het desbetreffende bestuurslid benoemd heeft.

  • 3. Het bestuurslidmaatschap eindigt door:

    • a. overlijden;

    • b. schriftelijk bedanken;

    • c. onder curatelestelling of faillissement;

    • d. vervanging van het bestuurslid dat door de in lid 1 genoemde organisaties is aangewezen en wel door de organisatie welke het lid benoemd heeft.

  • 4. Bij het ontstaan van één of meer vacatures in het bestuur zal de organisatie die het bestuurslid wiens plaats vacant is geworden, benoemd heeft, binnen twee maanden een opvolger aanwijzen op verzoek van de resterende bestuursleden of op eigen initiatief.

  • 5. Indien er een vacature bestaat dan wel vacatures bestaan, dan vormen de overblijvende bestuursleden een wettig bestuur, mits er van zowel van de zijde van de werkgeversorganisatie als de zijde van de werknemersorganisaties ten minste één bestuurslid in functie is.

  • 6. Indien te eniger tijd alle bestuursleden mochten komen te ontbreken voordat aanvulling van de ontstane vacatures plaats had of indien de organisaties genoemd in lid 1 nalaten in de vacature te voorzien, zal op verzoek van iedere belanghebbende door de rechtbank in de vacature voorzien worden.

Artikel 5. Bevoegdheden van het bestuur

  • 1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een vice‑voorzitter.

    De vergaderingen worden geleid door de voorzitter en in zijn afwezigheid de vice-voorzitter. Van het verhandelde ter vergadering worden notulen gehouden door een der aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht.

  • 2. De functie van voorzitter wordt in de even kalenderjaren vervuld door een bestuurslid benoemd door de werknemersorganisaties en in de oneven kalenderjaren door een bestuurslid benoemd door de werkgeversorganisatie.

    Omgekeerd wordt de functie van vice-voorzitter in de even jaren vervuld door een bestuurslid benoemd door de werkgeversorganisatie en in de oneven kalenderjaren door een bestuurslid benoemd door de werknemersorganisaties.

  • 3. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. Vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden, te weten één werkgeversbestuurslid en één werknemersbestuurslid.

  • 4. Het bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten en de reglementen van de stichting.

  • 5. Het bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen bij het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, dit alles binnen de kring van de doelstelling van de stichting.

  • 6. Het bestuur legt rekenschap af van haar beleid.

Artikel 6. Vergaderingen

  • 1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit nodig achten.

  • 2. De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit geregeld.

  • 3. De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde vergadering van het bestuur een jaarlijks door het bestuur vast te stellen vergoeding.

  • 4. Indien door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wens daartoe te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur van de stichting en de Minister een waarnemer toegelaten. Waarnemers zijn gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen en ontvangen alle voor bestuursleden bestemde stukken.

Artikel 7 Besluitvorming

  • 1. Het bestuur kan slechts rechtsgeldig besluiten indien ten minste één werkgeversbestuurslid en één werknemersbestuurslid aanwezig is.

  • 2. De besluiten van het bestuur worden, voorzover in deze statuten niet anders is bepaald, genomen bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

    Elk aanwezig werkgeversbestuurslid is bevoegd tot het uitbrengen van evenveel stemmen als het aantal aanwezige werknemersbestuursleden. Elk aanwezig werknemersbestuurslid is bevoegd tot het uitbrengen van evenveel stemmen als het aantal aanwezige werkgeversbestuursleden.

  • 3. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.

  • 4. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen schriftelijk. Het bestuur is evenwel bevoegd indien de meerderheid daartoe besluit, de stemming op een andere wijze te houden. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd.

  • 5. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen opnieuw dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  • 6. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan het bestuur buiten vergadering besluiten nemen, mits schriftelijk en mits alle bestuursleden met deze wijze van besluitvorming instemmen.

    Het bepaalde in lid 2 eerste volzin, lid 4 laatste volzin en lid 5 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Verantwoording en boekjaar

  • 1. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Het bestuur stelt jaarlijks in de maand november een begroting op van de te verwachten baten en lasten in het volgende boekjaar.

    Deze begroting dient te zijn gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen zoals genoemd in artikel 2.

  • 3. Per het einde van het boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het bestuur een jaarrekening op, bestaande uit een balans en een rekening van baten en lasten.

    De uitgaven in de jaarrekening dienen te zijn gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen zoals genoemd in artikel 2.

    De jaarrekening en de boekhouding worden onderzocht door een externe registeraccountant, die daartoe door het bestuur is aangewezen. De jaarrekening, voorzien van het door de accountant uitgebrachte verslag, wordt door het bestuur vastgesteld. In dit verslag moet zijn vermeld of de uitgaven al dan niet conform de bestedingsdoelen in artikel 2 zijn gedaan.

    Ten blijke van de vaststelling worden deze stukken door de bestuurders van de stichting ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

  • 4. De begroting, de jaarrekening en het verslag van de accountant worden ter inzage van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:

    • a. ten kantore van de stichting;

    • b. op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.

    De begroting, de jaarrekening en het verslag van de accountant worden op aanvraag aan de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten.

Artikel 9 Statutenwijziging

  • 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit daartoe kan slechts worden genomen met algemene stemmen.

  • 2. Ieder bestuurslid is bevoegd de notariële akte van statutenwijziging te verlijden.

Artikel 10 Ontbinding

  • 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 9 lid 1 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Na ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur. Aan een eventueel batig saldo na vereffening zal door het bestuur een bestemming moeten worden gegeven, welke zoveel mogelijk overeenkomt met het doel en karakter der stichting. Het ontbindingsbesluit duidt tevens de bestemming van een eventueel batig saldo aan.

  • 3. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten bij degene, die door het bestuur als zodanig is aangewezen in het ontbindingsbesluit.

Artikel 11 Bijdragereglement en financieringsreglement

  • 1. Het bestuur stelt nadere regels vast betreffende de besteding der gelden in een financieringsreglement. Daarnaast stelt het bestuur een bijdragereglement vast. Beide reglementen worden, naast de eventuele andere reglementen van de stichting, geacht deel uit te maken van de (STOOV)CAO.

  • 2. De bepalingen van deze reglementen mogen niet in strijd zijn met de statuten of de (STOOV)CAO.

  • 3. Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van de reglementen bedoeld in lid 1 is het bepaalde in artikel 9 eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Vaststelling of wijziging van de reglementen bedoeld in artikel 1 behoeft de goedkeuring van partijen betrokken bij de collectieve arbeidsovereenkomst inzake de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglas-branche.

Dictum II

De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2021.

Dictum III

Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen. Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Dictum IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 22 oktober 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes