Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2019, 51134Convenanten

Convenant Onderwijshuisvesting Sint Eustatius, getekend op 28 augustus 2019

Partijen,

de Minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media, drs. A. Slob, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen: de minister

en

het openbaar lichaam Sint Eustatius, te dezen vertegenwoordigd door de regeringscommissaris, M.C.F. Franco, hierna te noemen: OLE

ook aan te duiden als: Partij en gezamenlijk aan te duiden als: Partijen.

Overwegen het volgende,

  • iedereen in Caribisch Nederland heeft recht op het volgen van goed onderwijs. Zo krijgt ieder kind de kans om zijn of haar talenten optimaal te ontwikkelen. Een goed schoolgebouw vormt één van de randvoorwaarden in het bijdragen aan een gezond schoolklimaat en een veilige leeromgeving voor iedereen;

  • Partijen hebben in oktober 2012 plannen opgesteld om de renovatie en de nieuwbouw van scholen gezamenlijk aan te pakken. De termijn van het convenant uit 2012 is verstreken;

  • het ministerie van OCW en het openbaar lichaam Sint Eustatius hebben intensief overlegd over de toekomstige renovatie en nieuwbouw van de schoolgebouwen op Sint Eustatius.

Spreken het volgende af,

Artikel 1 Definities

In dit convenant (en de daarbij behorende bijlagen) wordt verstaan onder:

a) de minister:

de Minister van Basis en Voortgezet Onderwijs en Media van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b) de regeringscommissaris:

de regeringscommissaris van Onderwijs van het openbaar lichaam Sint Eustatius;

c) OCW:

het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

d) OLE:

openbaar lichaam Sint Eustatius;

e) schoolgebouwen:

de Gwendoline van Puttenschool en de Seventh Day Adventist school.

f) WPO BES:

Wet primair onderwijs BES;

g) WVO BES:

Wet voortgezet onderwijs BES.

Artikel 2 Doel

Het doel van dit convenant is om afspraken vast te leggen over de nieuwbouw van de schoolgebouwen, zoals genoemd in art. 167a WPO BES en art. 208 WVO BES.

Artikel 3 Verantwoordelijkheid

Partijen maken de volgende afspraken met elkaar:

  • OLE dient binnen acht weken na ondertekenen van dit convenant, ter goedkeuring een plan van aanpak in bij OCW, zoals beschreven in artikel 5;

  • het plan van aanpak betreft de renovatie en nieuwbouw van de schoolgebouwen;

  • OLE zorgt voor doelmatige en kwalitatieve renovatie en nieuwbouw volgens de BES-code;

  • De minister zal regelgeving in werking stellen waarmee de overheveling van de taken rond het buitenonderhoud richting de PO-schoolbesturen bewerkstelligd wordt;

  • Partijen zijn financieel verantwoordelijk, zoals beschreven in artikel 4.

Artikel 4 Financiële verplichtingen

Ter uitvoering van het Convenant Sint Eustatius 2012–2017, is $ 14,6 miljoen gereserveerd voor het Onderwijshuisvestingsplan Sint Eustatius. Inbegrepen in dit bedrag is een bijdrage van $ 4,4 miljoen door het OLE, middels een renteloze lening. Het totaalbedrag staat onder beheer van OCW. In de afgelopen jaren is in dit kader $ 7,7 miljoen besteed. Het restbedrag voor het onderwijshuisvestingsproject Sint Eustatius is $ 6,9 miljoen. OCW voegt eenmalig $ 3,8 miljoen toe. Dit komt uit op een totaalbedrag van $ 10,7 miljoen voor de resterende renovatie en nieuwbouw van de schoolgebouwen.

OCW levert een bijdrage in de kosten van de door het OLE uit te voeren bouwproject. Hiertoe spreken Partijen het volgende af:

  • OCW maakt het restbedrag van $ 10,7 miljoen in drie gelijke tranches (september 2019, juni 2020, juni 2021) over naar rekeningnummer 81642607 ten name van ‘Eilandontvanger Sint Eustatius’ onder vermelding van bijdrage OCW onderwijshuisvesting Sint Eustatius. Tranches twee en drie worden overgemaakt nadat er een jaarlijkse accountantscontrole op rechtmatige besteding van de gelden heeft plaatsgevonden.

  • Het OLE verstrekt desgevraagd, op verzoek van OCW, aanvullende informatie over de vorderingen van de uitvoering van het plan van aanpak.

  • De minister kan een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en de doelmatigheid van het beheer door het OLE.

  • Indien onderdelen van de activiteiten in het uitvoeringsjaar niet zijn uitgevoerd maar worden doorgeschoven naar het volgende jaar kan het OLE het verzoek indienen het bijbehorende budget mee te nemen naar het volgende jaar.

De bijdrage vanuit OCW komt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd. Deze wordt verleend onder het voorbehoud dat de begrotingswetgever voldoende middelen beschikbaar stelt.

Het OLE stort de niet-bestede middelen na afloop van dit convenant binnen zes weken terug naar OCW, tenzij nieuwe afspraken zijn overeengekomen tussen Partijen om de gelden voor andere OCW doeleinden te reserveren. Deze afspraken dienen ten minste twee maanden voor de afloop van dit convenant schriftelijk vastgelegd te worden.

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 5 Uitvoering

Binnen acht weken na ondertekenen van dit convenant door Partijen, levert OLE een plan van aanpak aan bij OCW. Na goedkeuring van het plan van aanpak door de minister, maakt OCW de eerste tranche over.

Het plan van aanpak dient ten minste de volgende elementen te bevatten:

  • te behalen doelen;

  • betrokken organisaties en verantwoordelijkheden;

  • begroting (inclusief tranches), gebaseerd op het geraamde budget, waarbij het eerste jaar van uitvoering gedetailleerd en de resterende periode op hoofdlijnen;

  • tijdpad en einddatum;

  • programma’s van eisen inclusief indicatie levensduur van schoolgebouwen en wijze waarop OLE samen met schoolbesturen meerjarenonderhoudsplannen bewerkstelligt;

  • eventuele overige relevante zaken.

Artikel 6 Publiekrechtelijke medewerking

  • 1. Partijen verbinden zich jegens elkaar om de voor het uitvoeren van dit convenant benodigde publiekrechtelijke besluiten zodanig vast te stellen respectievelijk te nemen, dat de uitvoering van dit convenant publiekrechtelijk is toegestaan.

  • 2. Partijen bevorderen daarbij zoveel mogelijk, met inachtneming van wettelijke procedures en de te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, dat de procedures tot het nemen van publiekrechtelijke besluiten met voortvarendheid worden doorlopen.

  • 3. Ingeval de in het tweede lid bedoelde procedures ertoe leiden dat de uitvoering van het convenant niet of althans niet op de door Partijen bij het aangaan van het convenant voorgestane wijze kan worden uitgevoerd, bezien Partijen of dit convenant wijziging, of (gedeeltelijk) beëindiging betreft. De artikelen 9, 10, 11 en 12 worden hierbij in acht genomen.

  • 4. De in het kader van dit convenant door Partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

Artikel 7 Gewijzigde of onvoorziene omstandigheden

  • 1. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen, die van dien aard zijn dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van dit convenant niet mag worden verwacht.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde overleg vindt plaats binnen vier weken nadat een Partij de wens hiertoe aan de andere Partij schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

  • 3. Ingeval het overleg niet binnen drie maanden tot overeenstemming heeft geleid, geldt de beëindigingsregeling zoals deze zijn opgenomen in het artikel 12 van dit convenant.

Artikel 8 Wijziging

  • 1. Elke Partij kan de andere Partij schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van de andere Partij.

  • 2. De Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partij schriftelijk heeft medegedeeld.

  • 3. De wijziging en de verklaring(en) tot instemming worden als bijlage aan het convenant gehecht.

Artikel 9 Escalatieregeling

  • 1. Een Partij die meent dat een geschil bestaat, deelt dat schriftelijk aan de andere Partij mee. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil.

  • 2. Binnen 15 werkdagen na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling zendt elke Partij zijn zienswijze over het geschil, alsmede een voorstel voor een oplossing daarvan, aan de andere Partij.

  • 3. Binnen 20 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn overleggen Partijen over een oplossing van het geschil. Elke Partij kan zich door deskundigen doen bijstaan. Indien één van partijen binnen 5 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn de wens daartoe kenbaar maakt, wordt het overleg voorgezeten door een door Partijen gezamenlijk of, bij gebreke van overeenstemming daarover binnen twee dagen, door OCW te benoemen voorzitter.

  • 4. Elke Partij draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedure van het eerste tot en met het derde lid. De kosten van de in het derde lid bedoelde voorzitter worden door elke Partij voor een gelijk deel gedragen.

Artikel 10 Alternatieve geschilbeslechting

  • 1. Alle geschillen in verband met dit convenant of afspraken die daarmee samenhangen, worden beslecht door een bindend advies te geven door drie adviseurs binnen vier weken. De adviseurs worden benoemd door de Partijen gezamenlijk, of bij gebreke van overeenstemming daarover door OCW.

  • 2. Een geschil bestaat, indien één van de Partijen dat stelt of schriftelijk aan de andere Partij meedeelt.

Artikel 11 Ongeldigheid

Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, uit dit convenant verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van het convenant blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Inwerktreding en looptijd

Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door Partijen en eindigt op 31 december 2022. Partijen treden uiterlijk vier maanden voor laatstgenoemde datum in overleg over de eventuele voortzetting van dit convenant.

Rechtsgevolgen die voortvloeien uit dit convenant en die naar hun aard geacht worden door te werken of eventueel ontstaan na beëindiging van dit convenant, worden afgehandeld conform het bepaalde in dit convenant.

Artikel 13 Bijlagen

De volgende bij dit convenant behorende bijlage maakt integraal onderdeel uit van dit convenant:

  • plan van aanpak van het OLE, goedgekeurd door de minister.

De bijlage is ten tijde van de ondertekening van dit convenant nog niet aangehecht. Deze volgt, zie artikel 3.

Artikel 14 Toepasselijk recht

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 15 Publicatie in Staatscourant

  • 1. Binnen vier weken na ondertekening door Partijen van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in het convenant vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

Op 28 augustus 2019, te Den Haag, Nederland

De Minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Op 28 augustus 2019, te Oranjestad, Sint Eustatius

De regeringscommissaris, M.C.F. Franco