Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekStaatscourant 2019, 48236Overig

Call for proposals Caribbean Research: een multidisciplinaire benadering, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Call for Program Chairs

2019

Inhoud

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Geldigheidsduur call for proposals

2

2

Doel

2

 

2.1

Doelgroep

3

 

2.2

Impact

3

 

2.3

Vooraanmelding en uitgewerkt voorstel

3

3

Richtlijnen voor aanvragers

4

 

3.1

Wie kan aanvragen

4

 

3.2

Wat kan aangevraagd worden

5

 

3.3

Wanneer kan aangevraagd worden

6

 

3.4

Het opstellen van de vooraanmelding / aanvraag

6

 

3.5

Subsidievoorwaarden

6

 

3.6

Het indienen van een aanvraag

8

4

Beoordelingsprocedure

8

 

4.1

Algemeen

8

 

4.2

Procedure

8

 

4.3

Beoordelingscriteria

10

5

Contact en overige informatie

10

 

5.1

Contact

10

6

Bijlage(n)

11

 

6.1

Budgetmodules NWO

11

1 Inleiding

1.1 Achtergrond

In 2012 heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) besloten om een strategisch onderzoeksprogramma voor het Caribische gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden1 op te laten zetten door NWO. Dit strategisch programma beoogt het onderzoek op en over de zes eilanden te stimuleren, de kennisinfrastructuur in het Caribische deel van het Koninkrijk te versterken, de regionale capaciteitsopbouw te faciliteren, en de vorming van onderzoeksnetwerken te bevorderen. Dat heeft in de eerste fase van het programma tot twee open calls for proposals geleid, waarbij in 2014 en 2016 in totaal achttienonderzoeksprojecten zijn gefinancierd.

Het Ministerie van OCW heeft in 2018 de looptijd van dit programma met vijf jaar en een totaal budget van tien miljoen euro2 verlengd. Daarbij komt de nadruk te liggen op structuurversterking en inbedding van onderzoek in het Caribische gedeelte van het Koninkrijk.

NWO wil deze doelstelling bereiken door middel van twee grote onderzoeksprogramma’s die in de regio zelf worden uitgevoerd en verankerd. De onderzoeksprogramma’s moeten zich richten op multidisciplinaire vraagstellingen die van (lange termijn) maatschappelijk belang zijn voor de Caribische regio. Het onderzoek moet naast wetenschappelijke en maatschappelijke resultaten ook leiden tot een versterking van de infrastructuur voor onderzoek in de regio, zowel in termen van menselijk kapitaal (capacity building) als met betrekking tot voorzieningen voor onderzoek. Een belangrijk onderdeel van de programma’s is de overdracht van kennis via onderwijs en outreach.

Voor beide programma’s geldt dat ze moeten aansluiten op problemen en kennisvragen in de Caribische regio. In één programma zal het zwaartepunt liggen op sociaal- en geesteswetenschappelijk onderzoek in de brede zin. In het andere programma ligt het zwaartepunt op natuurwetenschappelijke vragen op het gebied van milieu en natuur (marien en terrestrisch). Inspiratiebron voor beide programma’s vormen de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties, in het bijzonder in het kader van Sustainable Development of Small Island Developing States (SIDS).

Deze call for proposals richt zich op de selectie van twee geschikte trekkers die ambitieuze programma’s zullen opzetten en leiden. De trekkers worden in staat gesteld hun programma uit te voeren dankzij een persoonlijke subsidie. De complexiteit van de wetenschappelijke vraagstellingen in combinatie met de omvang van de programma’s en de eisen aan verankering en onderwijs vereist een zorgvuldige ontwikkel- en selectieprocedure. Daarom heeft de call twee fases. In de eerste fase dienen aanvragers een vooraanmelding in. NWO selecteert een beperkt aantal kandidaten die in de tweede fase hun voorstel voor een onderzoeksprogramma verder uitwerken. Belangrijke onderdelen van deze fase zijn het vormen van netwerken en teams, het betrekken van lokale partners bij het programma en het uitwerken van plannen voor maatschappelijke verankering in de regio. NWO stelt een budget ter beschikking om deze ontwikkelingsfase uit te voeren.

1.2 Beschikbaar budget

Voor deze call is een totaal budget van 7,18 miljoen euro beschikbaar. Dit totaal budget is opgesplitst in twee delen.

Een maximaal bedrag van 180 duizend euro is beschikbaar als subsidie voor het uitwerken van de geselecteerde vooraanmeldingen (ontwikkelingsbudget).

Een maximaal bedrag van 7 miljoen euro is beschikbaar voor de honorering van volledige aanvragen. Daarmee kan één aanvraag per thematisch zwaartepunt3 worden gehonoreerd met een maximale omvang van 3,5 miljoen euro per aanvraag. Alleen aanvragen met de eindkwalificatie ‘excellent’ of ‘zeer goed’ komen voor honorering in aanmerking.

1.3 Geldigheidsduur call for proposals

De deadline voor het indienen van uitgewerkte aanvragen is donderdag 16 april 2020, om 14:00:00 uur MEZT.

De deadline voor de verplichte vooraanmelding is donderdag 14 november 2019 om 14:00:00 uur MET.

2 Doel

Het doel van deze call for proposals is het werven van twee onderzoekers4 (Programme Chairs) die actieve onderzoeksgroepen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden opzetten en leiden, en die het onderzoek vorm en richting geven samen met regionale en lokale instellingen, structuren en mensen. De call moet een impuls geven aan het genereren en gebruiken van nieuwe, hoogwaardige kennis in de regio zelf en zal moeten bijdragen aan de continuïteit van onderzoeksinspanningen in het Caribische deel van het Koninkrijk.

De twee Programme Chairs zullen multi- en interdisciplinaire onderzoeksprogramma’s ontwikkelen en voor een groot deel in de regio uitvoeren. Daarbij zullen ze zo veel mogelijk de samenwerking met lokale partijen zoeken: onderzoek- en onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners inclusief overheden, NGO’s en private partners. De twee Programme Chairs zullen onderzoeksteams om zich heen verzamelen en links leggen met relevante onderzoekers en instellingen binnen en buiten het Koninkrijk der Nederlanden.

Daarmee zorgen ze voor de juiste expertise en capaciteit voor de uitvoering en een bredere inbedding van hun onderzoeksprogramma’s. De Programme Chairs en hun groepen zullen ook onderling zo veel mogelijk samenwerken via complementaire vraagstellingen.

Het Small Island Developing States-kader (SIDS) van de UNESCO en de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN vormen samen de inhoudelijke basis voor de twee onderzoeksprogramma’s van de Programme Chairs. Het Programme of Action for the Sustainable Development of SIDS en de SAMOA Pathway zijn op kleine eilanden toegespitste agenda’s gericht op het bereiken van de SDG’s. De onderzoeksprogramma’s zullen SIDS-en SDG-gerelateerde vraagstukken met betrekking tot de Caribische regio agenderen. Aanvragers kiezen voor één van de twee brede zwaartepunten voor hun onderzoeksvoorstellen. Eén van de Programme Chairs zal de SIDS-problematiek vanuit een brede sociaal-culturele invalshoek benaderen, terwijl voor de andere Programme Chair het natuurlijke systeem (organismen, fysieke systemen) met bijbehorende processen het vertrek- en zwaartepunt vormt. Alle hoofdthema’s binnen het SIDS-kader zijn in meer of mindere mate nauw met elkaar verbonden. Dat is één van de kenmerken en uitdagingen van kleine eilanden. Daarom zullen de programma’s van de twee Programme Chairs, ondanks de verschillende zwaartepunten, veel raakvlakken met elkaar hebben. Een intensieve samenwerking tussen de Programme Chairs en hun onderzoeksgroepen en netwerken is derhalve zeer gewenst.

Het onderzoek van de Programme Chairs richt zich primair op de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden, maar kan ook de bredere Caribische regio bestrijken. Om voor geografische spreiding te zorgen zullen de twee Programme Chairs en hun onderzoeksgroepen in verschillende delen van de Caribische regio hun thuisbasis hebben: de onderzoeksgroep met het zwaartepunt op sociaal-culturele aspecten Benedenwinds en de groep met het zwaartepunt op natuurlijke systemen en processen Bovenwinds. In het eerste geval ligt één van de universiteiten van Aruba of Curaçao als thuisbasis voor de hand. De andere groep kan onderdak vinden op het CNSI op St. Eustatius.

NWO wil het gemeenschappelijk uitvoeren van twee multi- en interdisciplinaire onderzoeksprogramma’s in de Caribische regio stimuleren en de continuïteit in onderzoeksinspanningen ter plekke structureel versterken. Daarom is het van groot belang dat de Programme Chairs een substantieel deel van hun tijd in de regio zullen doorbrengen, en dat de door hen geleide onderzoeksgroepen hun thuisbasis op de Caribische eilanden hebben. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de Programme Chairs lokale partners in hun onderzoeksplannen opnemen en initiatieven ontwikkelen voor een goede verankering van het onderzoek in de regio na afloop van de projecten.

2.1 Doelgroep

Geschikte kandidaten voor deze call for proposals zijn gepromoveerde, talentvolle onderzoekers met aantoonbare fascinatie voor wetenschappelijke en maatschappelijke vragen die in de Caribische regio spelen en ervaring met de specifieke uitdagingen van deze regio. Zij beschikken over relevante onderzoeks- en managementervaring en zijn in staat om zelfstandig een omvangrijk, multi- en interdisciplinair onderzoeksprogramma op te zetten en in samenwerking met (nieuwe) partners uit te voeren. De toekomstige Programme Chairs beschikken over een sterke ‘pioniersgeest’ die hen in staat stelt ook in een eventuele nieuwe omgeving functionele netwerken en onderzoekstructuren op te zetten en lokaal te verankeren. Zij zijn verbinders met bewezen vaardigheden voor het bijeenbrengen van mensen en organisaties binnen én buiten de (academische) kenniswereld. Programme Chairs zijn bereid voor een substantieel deel van hun tijd in de Caribische regio te werken.

2.2 Impact

NWO zet in op concreet beleid dat de impact van kennis die gegenereerd is met behulp van subsidies van NWO stimuleert. Impact kan bereikt worden door kennisoverdracht binnen en buiten de wetenschap.

Voor deze call is maatschappelijke en regionale impact één van de beoordelingscriteria (zie 4.2). De regionale impact richt zich onder andere op een duurzame versterking van de onderzoekscapaciteit en de daarbij horende kennis- en onderzoeksnetwerken op de Caribische Eilanden van het Koninkrijk.

Een bijzondere rol hierbij speelt het Caribbean Netherlands Science Institute (CNSI) dat met een eigen budget een nieuwe rol als regionale kennis-hub in het door NWO gefinancierde Caribische onderzoek zal krijgen. Tevens dient het CNSI als thuisbasis van één van de twee onderzoeksgroepen, als organisator van academisch onderwijs dat onder andere door leden van de onderzoeksgroepen op zowel de Bovenwindse als de Benedenwindse Eilanden wordt verzorgd, en als initiator en organisator van outreach-activiteiten.

2.3 Vooraanmelding en uitgewerkt voorstel

De uiteindelijk succesvolle programmavoorstellen zijn relatief groot in omvang en complex door een breed palet aan multidisciplinaire onderzoeksvragen. Tevens omvatten de voorstellen onderwijs en outreach-aspecten en moeten ze leiden tot duurzame verankering van het onderzoek in de regio. Vanwege deze complexiteit zal de aanvraagprocedure bestaan uit twee fasen. In de vooraanmeldingsfase worden voorstellen beoordeeld op basis van de criteria en geprioriteerd naar hun potentie en kansrijkheid. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie besluit NWO vervolgens een beperkt aantal kandidaten uit te nodigen om hun voorstellen verder uit te werken. In de tweede fase krijgen de geselecteerde kandidaten de mogelijkheid om hun plannen door middel van workshop(s) en/of bezoek(en) aan Nederland en/of de Caribische regio verder te concretiseren en uit te werken, met (nieuwe) partners een multi- en interdisciplinair onderzoeksteam te bouwen en wetenschappelijke en maatschappelijke contacten te leggen. Voor deze activiteiten inclusief reis- en verblijfkosten kan in de vooraanmelding een apart ontwikkelingsbudget worden aangevraagd (zie paragraaf 3.2.1). Voor de verdere uitwerking van het onderzoeksvoorstel en de verbinding met de regionale kennisbehoefte zal gebruik worden gemaakt van de (concept) kennisagenda voor de Cariben die NWO voor het eind van 2019 zal ontwikkelen mede op basis van een publieke online consultatie in het Caribisch gebied.

3 Richtlijnen voor aanvragers

3.1 Wie kan aanvragen

Aanvragen kunnen worden ingediend door gepromoveerde onderzoekers met of zonder vast dienstverband, afkomstig uit het binnen- of buitenland. De aanstelling van de aanvrager vindt plaats bij één of meerdere ontvangende onderzoeksinstelling(en) in het Koninkrijk der Nederlanden (zie paragraaf 3.1.1).

Indien een deel van de aangevraagde subsidie wordt ingezet voor een personele aanstelling bij een partner binnen het onderzoeksteam of voor het salaris of de vervanging van een partner binnen het onderzoeksteam (zie paragraaf 3.2.3), dient deze partner als mede-aanvrager opgenomen te worden in de aanvraag. In dit geval fungeert de aanvrager als hoofdaanvrager. De mede-aanvrager dient gepromoveerd of lector/senior onderzoeker te zijn en een aanstelling te hebben voor tenminste de looptijd van het aanvraagproces en het beoogde project. De mede-aanvrager heeft een bezoldigd dienstverband bij een instelling die is opgenomen in paragraaf 3.1.1, een hogeschool, TO2 instelling, Rijkskennisinstelling of overige organisatie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de NWO Subsidieregeling 20175.

3.1.1 Keuze instelling

Aanvragers kunnen zelf kiezen aan welke instelling(en) zij hun onderzoek willen uitvoeren, mits deze instelling is opgenomen in de lijst in artikel 1.1, eerste lid, van de NWO Subsidieregeling 2017. Als ontvangende kennisinstellingen kunnen onder andere fungeren de universiteiten gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden en de KNAW- en NWO-instituten. Ook dubbele aanstellingen bij zowel een instelling in Nederland als een instelling in het Caribische deel van het Koninkrijk zijn mogelijk. De aanvrager wijst in dit geval één instelling aan als penvoerder (hoofdinstelling).

De ontvangende instelling(en) geeft/geven voor de looptijd van het onderzoeksprogramma een welkomstverklaring af, die als bijlage bij de uitgewerkte aanvraag wordt ingediend. In deze verklaring bevestigt/bevestigen de ontvangende instelling(en) dat de aanvrager bij toekenning de gelegenheid krijgt om binnen de instelling(en) het onderzoek uit te voeren, met gebruikmaking van alle faciliteiten die hiervoor nodig zijn voor tenminste de duur van het in de aanvraag beschreven onderzoeksproject6.

3.1.2 Academisch onderwijs

De aanvrager dient naast het onderzoeksprogramma een gerelateerd academisch onderwijsprogramma op te zetten en te verzorgen in de Caribische regio. Binnen de aanstelling als Programme Chair wordt maximaal 0,2 fte besteed aan deze taak gedurende de looptijd van het onderzoeksprogramma. Het te ontwikkelen onderwijsprogramma wordt ondergebracht bij een opleiding met een accreditatie zoals bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (artikel 1.1 onder q). Het onderwijs geschiedt daarmee onder de verantwoordelijkheid van een opleidingsbestuur en examencommissie van een Nederlandse universiteit voor de borging van kwaliteit. Indien deze universiteit niet de ontvangende kennisinstelling is van de aanvrager, zal de aanvrager minimaal een nul-aanstelling en maximaal een aanstelling van 0,2 fte aanvaarden bij de universiteit waar het onderwijsprogramma wordt ondergebracht. De aan te stellen leden van het onderzoeksteam (zoals promovendi en postdoc onderzoekers) dienen bij te dragen aan de uitvoer van het onderwijsprogramma en leden van het bredere onderzoeksteam worden aangemoedigd een bijdrage te leveren.

3.1.3 Aanvullende voorwaarden

Voor het indienen van aanvragen bij deze call gelden verder de volgende specifieke voorwaarden:

  • Aanvragen worden gedaan door individuele onderzoekers die een plan voor een multi- en interdisciplinair onderzoeksprogramma ontwerpen;

  • Elke aanvrager mag maximaal één aanvraag indienen.

  • De aanvrager besteedt minimaal 0,8 fte en maximaal 1 fte aan het onderzoeksprogramma en aan de taken die behoren tot de rol van Programme Chair, gedurende de looptijd van het onderzoeksprogramma.

3.2 Wat kan aangevraagd worden

3.2.1 Budget

Per aanvraag kan een maximaal bedrag van 3,5 miljoen euro worden aangevraagd.

Aanvragers kunnen in de vooraanmelding een maximaal budget van dertigduizend euro aanvragen als ontwikkelingsbudget voor het uitwerken van de volledige aanvraag.

3.2.2 Looptijd projecten

Projecten binnen deze call hebben een looptijd van maximaal vijf jaar.

3.2.3 Begroting & budgetmodules

Bij het indienen van de vooraanmelding kan een subsidie van maximaal 30 duizend euro voor het uitwerken van de volledige aanvraag worden aangevraagd. Dit ontwikkelingsbudget is bestemd voor activiteiten die voor het ontwikkelen van een uitgewerkte aanvraag nodig zijn; inclusief de afstemming met mogelijke partners.

Daaronder vallen bijvoorbeeld de organisatie van workshops in Nederland en/of in het Caribisch deel van het Koninkrijk en reis- en verblijfkosten die direct aan het uitwerken van de aanvraag gerelateerd zijn. Deze ontwikkelingsbudgetten kent NWO aan het eind van de vooraanmeldingsfase toe aan de kandidaten die uitgenodigd worden om hun aanvraag uit te werken7. De subsidie kan worden gebruikt vanaf het moment van toekenning tot de deadline voor het indienen van volledige aanvragen.

De begroting van de uitgewerkte subsidieaanvragen wordt opgebouwd aan de hand van de zogenaamde budgetmodules. In de aanvraagbegroting kiest de aanvrager welke combinatie en omvang van de budgetmodules nodig is voor de uitvoer van het onderzoeksprogramma. Voor een aanvraag binnen deze call zijn de volgende budgetmodules beschikbaar:

  • Budgetmodules Personeel

    • Promovendus (inclusief MD-PhD)

    • Postdoc

    • Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

    • Vervanging van aanvragers

    • Personeel hogescholen en overige kennisinstellingen

    • Salaris aanvrager (Programme Chair)

  • Budgetmodule Materieel

  • Budgetmodule Kennisbenutting

  • Budgetmodule Internationalisering

  • Budgetmodule Money follows Cooperation (MfC)

De specificatie van de budgetmodules is beschreven in bijlage 6.1 van deze call. Binnen de personele modules Promovendus, Postdoc, NWP en Personeel hogescholen en overige kennisinstellingen kiest de aanvrager het aantal posities dat nodig is voor de uitvoering van het onderzoek. Onder overige kennisinstellingen wordt in deze call verstaan TO2 instellingen, Rijkskennisinstellingen en organisaties die voldoen aan de voorwaarden in artikel 1.1, derde lid, van de NWO Subsidieregeling 2017.

Eventuele personele kosten voor projectmanagement kunnen worden gefinancierd binnen de module NWP tot maximaal 5% van het totale bij NWO aangevraagde budget.

Bij het opstellen van de begroting beargumenteerd de aanvrager hoe de voorgestelde bestedingen aan de verschillende modules bijdragen aan het voorstel. De financiering dient in overeenstemming c.q. verenigbaar te zijn met de Europese regelgeving voor staatssteun en aanbestedingen8.

3.3 Wanneer kan aangevraagd worden

De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is 14 november 2019, om 14:00 uur MET.

De deadline voor het indienen van uitgewerkte aanvragen is 16 april 2020, om 14:00 uur MEZT.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

3.4 Het opstellen van de vooraanmelding / aanvraag

Deze call maakt gebruik van een verplichte vooraanmelding (zie paragraaf 2.3).

  • Download het formulier voor de vooraanmelding / uitgewerkte aanvraag vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (onderaan de webpagina van het betreffende financieringsinstrument);

  • Vul het formulier voor de vooraanmelding / uitgewerkte aanvraag in;

  • Sla het formulier voor de vooraanmelding / uitgewerkte aanvraag op als pdf en upload het in ISAAC.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2017 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Start van het project

Het onderzoek dient uiterlijk zes maanden na ontvangst van het subsidieverleningsbesluit te starten. Het onderzoek kan van start gaan zodra het datamanagementplan is goedgekeurd door NWO en de aanstelling van de Programme Chair bij de ontvangende instelling(en) is geformaliseerd. Hiervoor sluit de onderzoeker een overeenkomst af met het (college van) bestuur van de instelling(en).

3.5.2 Open Access

NWO maakt deel uit van cOAlitie S, een internationale groep van onderzoeksfinanciers die in 2018 een plan bekend maakte (plan S) voor de versnelling van de transitie naar open access. Kern van het plan is dat vanaf 1 januari 2020 alle publicaties voortkomend uit financiering van deze onderzoeksfinanciers gepubliceerd moeten worden in open access tijdschriften en open access platforms. (Zie: https://www.coalition-s.org/)

Alle wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen onmiddellijk (op het moment van publicatie) wereldwijd vrij toegankelijk te zijn (Open Access). Er zijn verschillende manieren voor onderzoekers om Open Access te publiceren. Een uitgebreide toelichting hierop vindt u op www.nwo.nl/openscience.

Let op: U mag in uw projectbudget onder ‘Materiaal’ kosten opnemen voor Open Access publicaties.

3.5.3 Datamanagement

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. NWO wil dat onderzoeksdata die voortkomen uit met publieke middelen gefinancierd onderzoek zo veel mogelijk ‘vrij’ en duurzaam beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO wil bovendien het bewustzijn bij onderzoekers over het belang van verantwoord datamanagement vergroten. Aanvragen dienen daarom te voldoen aan het datamanagementprotocol van NWO. Dit protocol bestaat uit twee stappen:

  • 1. Datamanagementparagraaf

    De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de onderzoeksaanvraag. Onderzoekers dienen vier vragen te beantwoorden over datamanagement binnen hun beoogde onderzoeksproject. Hij of zij wordt dus gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Onderzoekers kunnen zelf aangeven welke onderzoeksdata zij voor opslag en hergebruik relevant achten.

  • 2. Datamanagementplan

    Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Het datamanagementplan is een concrete uitwerking van de datamanagementparagraaf. De onderzoeker beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, inter-operabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Uiterlijk 4 maanden na honorering van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO keurt het plan zo snel mogelijk goed. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.

3.5.4 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht gegaan en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS).

Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.5 Ethische aspecten

Voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek is het belangrijk dat onderzoeksvoorstellen die ethische vragen kunnen oproepen zorgvuldig worden behandeld. Voor bepaalde onderzoeksprojecten is een goedkeurende verklaring van een ethische toetsingscommissie, medisch-ethische toetsingscommissie (METC) of de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) nodig. Dergelijke commissies kunnen onderzoekers al dan niet bindend – adviseren over zaken als inzet van en omgang met patiënten, proefpersonen en proefdieren, mogelijke risico’s van het openbaar maken van data, gebruik van menselijke weefsels, risico’s voor het milieu of voor cultureel erfgoed, en mogelijke belangenconflicten. Naast ethische toetsing door een ethische commissie erkende medisch ethische toetsingscommissie (METC) of een Centrale Commissie Dierproeven (CCD) nodig.

Daarnaast is voor bepaalde onderzoeksvoorstellen een vergunning nodig op grond van de Wet Bevolkingsonderzoek (WBO). Meer informatie over de METC is beschikbaar bij de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Bij de Nederlandse Vereniging voor Dierexperimentencommissies (NVDEC) is informatie over CCD beschikbaar. Bij o.a. de Gezondheidsraad is informatie over de WBO beschikbaar.

Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het nagaan of het onderzoeksvoorstel ethische vragen op kan roepen en voor het verkrijgen van een goedkeurende verklaring van de juiste ethische commissie(s) en/of het verkrijgen van een vergunning op grond van de WBO, of gelijksoortige organisatie(s).

NWO onderschrijft de code Openheid Dierproeven en de code Biosecurity. Voor aanvragen geldt dat de aanvragers deze bestaande codes moeten onderschrijven en naleven.

Een project dient binnen zes maanden na toekenning te starten. Een onderzoeksproject kan pas starten als NWO (indien nodig) een kopie van de goedkeurende ethische verklaring en/of vergunning WBO ontvangen heeft. NWO verwacht dat de aanvragers rekening houden met het tijdpad van de beoordeling en de tijd die nodig is voor de toetsing door een ethische commissie of de aanvraag voor een WBO-vergunning. Voor complexe vragen op het gebied van ethische vraagstukken, behoudt NWO zich het recht voor een externe adviseur te raadplegen.

Indien NWO na overleg met de aanvrager van mening is dat een ethische toets voor een aanvraag nodig is, is de aanvrager verplicht alsnog maatregelen te nemen voor een toetsing door een ethische commissie. Bij het uitblijven van een noodzakelijke goedkeurende verklaring van een ethische commissie komt de subsidieverlening te vervallen.

3.6 Het indienen van een aanvraag

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Een aanvrager is verplicht de aanvraag via het eigen ISAAC-account in te dienen. Indien de aanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient hij/zij dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit om eventuele aanmeldproblemen op tijd te kunnen verhelpen. Indien de aanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie paragraaf 5.1.2.

4 Beoordelingsprocedure

4.1 Algemeen

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitneming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de Code omgang met persoonlijke belangen van toepassing.

4.2 Procedure

4.2.1 Beoordelingscommissie

De NWO Programmacommissie Caribisch Onderzoek9 stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in. De commissie zal bestaan uit deskundigen uit de wetenschap en andere voor deze call relevante terreinen. De beoordelingscommissie beoordeelt zowel de vooraanmeldingen als de uitgewerkte aanvragen.

4.2.2 Vooraanmelding
  • a) Ontvankelijkheid

    De eerste stap in de beoordelingsprocedure is een toets of NWO de vooraanmelding in behandeling kan nemen. Dat gebeurt op basis van de volgende voorwaarden:

    • De vooraanmelding is voor de deadline ingediend via ISAAC.

    • Het vooraanmeldingsformulier is volledig en in het Engels ingevuld.

    • De vooraanmelding is ingediend door een aanvrager die voldoet aan de voorwaarden gesteld in 3.1.

    Wanneer correctie van de vooraanmelding nodig is, zal de aanvrager de gelegenheid krijgen om de vooraanmelding binnen 48 uur aan te passen. Als de gecorrigeerde aanvraag niet binnen de gestelde tijd is ontvangen, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling. Gecorrigeerde aanvragen, die tijdig zijn ontvangen, worden na goedkeuring alsnog in behandeling genomen.

  • b) Beoordeling

    De beoordelingscommissie beoordeelt de vooraanmeldingen aan de hand van de criteria (zie paragraaf 4.3) en prioriteert de vooraanmeldingen naar potentie en kansrijkheid, zonder gebruik te maken van externe referenten. De beoordelingscommissie komt tot een voorgenomen advies waarin maximaal drie vooraanmeldingen per thematisch zwaartepunt worden geselecteerd voor het uitwerken van een volledige aanvraag. De aanvragers ontvangen het voorgenomen advies van de commissie. Niet-geselecteerde aanvragers kunnen binnen vijf werkdagen een gemotiveerde reactie indienen. Naar aanleiding van de reactie kan de commissie het voorgenomen advies aanpassen en de vooraanmelding eventueel alsnog selecteren. De commissie stelt vervolgens een definitief advies op voor het bestuur van NWO-domein ENW.

  • c) Besluitvorming

    Het bestuur van NWO-domein ENW neemt op basis van het advies van de beoordelingscommissie een bindend besluit over welke vooraanmeldingen wel of niet mogen worden uitgewerkt. De meest kansrijke aanvragers ontvangen een uitnodiging om een uitgewerkte aanvraag in te dienen. Het bestuur van NWO-domein ENW besluit tevens over de toekenning van het ontwikkelbudget dat deze meest kansrijke kandidaten hebben aangevraagd.

4.2.3 Uitgewerkte aanvragen
  • a) Ontvankelijkheid

    De eerste stap in de beoordelingsprocedure is een toets of NWO de uitgewerkte aanvraag in behandeling genomen kan nemen. Dat gebeurt op basis van de volgende voorwaarden:

    • De uitgewerkte aanvraag is voor de deadline ingediend via ISAAC.

    • Het aanvraagformulier voor uitgewerkte aanvragen is volledig en in het Engels ingevuld.

    • De uitgewerkte aanvraag voldoet aan de onder hoofdstuk 3 gestelde voorwaarden.

    • De aanvrager heeft samen met de uitgewerkte aanvraag een (of meerdere) ondertekende welkomstverklaringen ingediend (zie paragraaf 3.1.1).

    Wanneer correctie van de uitgewerkte aanvraag nodig is, zal de aanvrager de gelegenheid krijgen om de aanvraag binnen 48 uur aan te passen. Als de gecorrigeerde aanvraag niet binnen de gestelde tijd is ontvangen, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling. Gecorrigeerde aanvragen, die tijdig zijn ontvangen, worden na goedkeuring alsnog in behandeling genomen.

  • b) Referenten

    De uitgewerkte aanvragen worden door minimaal drie onafhankelijke experts beoordeeld. Deze referenten brengen een advies uit aan de hand van de beoordelingscriteria van deze call for proposals (zie paragraaf 4.3). Aanvragers kunnen maximaal drie non-referenten opgeven.

  • c) Weerwoord van de aanvrager

    De geanonimiseerde adviezen van de referenten worden naar de aanvrager gestuurd. De aanvrager krijgt de gelegenheid om op het commentaar van de referenten te reageren (weerwoord). Het weerwoord is gericht aan de beoordelingscommissie en moet in het Engels worden geschreven. De lengte van het weerwoord mag niet langer zijn dan twee A4 pagina’s.

  • d) Beoordelingscommissie

    De aanvragers zullen worden uitgenodigd voor een interview met de beoordelingscommissie. Tijdens het interview licht de aanvrager met een presentatie de aanvraag toe voor de beoordelingscommissie. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen, waaronder nieuwe vragen die nog niet door de referenten zijn opgeworpen. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie op reageren. Op deze wijze wordt opnieuw hoor- en wederhoor toegepast.

    De beoordelingscommissie kent voor elk beoordelingscriterium een score toe. Dit resulteert in een beoordelingsadvies voor iedere aanvraag en een advies tot prioritering van alle aanvragen. Op basis van het beoordelingsadvies en de prioritering stelt de commissie een definitief honoreringsadvies op voor het bestuur van het NWO-domein ENW. De beoordelingscommissie draagt bij voldoende kwaliteit één aanvraag per thematisch zwaartepunt voor honorering voor aan het bestuur van NWO-domein ENW (zie ook paragraaf 1.1, en 2).

  • e) Besluitvorming

    Het bestuur van het NWO-domein ENW neemt een besluit over honorering en afwijzing van de aanvragen op basis van het honoreringsadvies van de beoordelingscommissie. Alleen aanvragen die met de NWO-kwalificatie ‘excellent’ of ‘zeer goed’ zijn beoordeeld komen in aanmerking voor honorering.

4.2.4 Datamanagement

De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet beoordeeld en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al of niet toe te kennen. Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de paragraaf uit te werken in een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. Het project kan van start gaan zodra het datamanagementplan is goedgekeurd door NWO.

4.2.5 Kwalificaties

NWO voorziet alle uitgewerkte aanvragen van een kwalificatie. Deze kwalificatie wordt aan de aanvrager bekend gemaakt bij het besluit over al dan niet toekennen van financiering.

Om voor financiering in aanmerking te kunnen komen, dient een aanvraag ten minste de kwalificatie ‘excellent’ of ‘zeer goed’ te krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie: http://www.nwo.nl/kwalificaties.

4.2.6 Indicatief tijdspad

Augustus 2019

Publicatie van de call for proposals

14 november 2019

Deadline indienen vooraanmeldingen

December 2019

Beoordeling vooraanmeldingen en selectie advies

Januari 2020

Besluit selectie voor uitwerken vooraanmelding

16 april 2020

Deadline indienen uitgewerkte aanvragen

Mei/juni 2020

Referentenfase en weerwoord

Juni 2020

Interviews met kandidaten / beoordelingsvergadering

Juli 2020

Subsidiebesluit en bekendmaking

4.3 Beoordelingscriteria

Voor deze call (vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen) gelden de volgende beoordelingscriteria:

  • 1. Kwaliteit en geschiktheid van de aanvrager (40%)

  • 2. Relevantie van het voorstel voor de doelstelling van deze call en potentie voor impact in de Caribische regio (30%)

  • 3. Wetenschappelijke kwaliteit van het voorstel (30%)

Toelichting bij de beoordelingscriteria:

  • 1. Kwaliteit en geschiktheid van de aanvrager

    • mate van passendheid van het profiel bij de doelgroep (zie paragraaf 2.1);

    • aantoonbare onderzoeks- en managementvaardigheden;

    • aantoonbare netwerk-, communicatie- en outreach-vaardigheden die nodig zijn om een omvangrijk multi- en interdisciplinair onderzoeks- en onderwijsprogramma lokaal te verankeren.

  • 2. Relevantie van het voorstel voor de doelstelling van deze call en potentie voor impact in Caribische regio:

    • mate waarin het voorgestelde programma bijdraagt aan de doelen en ambities van deze call (zie hoofdstukken 1, 2), incl. doeltreffendheid en haalbaarheid van de voorgestelde aanpak;

    • kwaliteit en breedte van regionale inbedding door samenwerking met relevante partners en instellingen in de Caribische regio; potentie voor internationale samenwerking in de bredere Caribische regio;

    • kans op lokale verankering na afloop van de subsidieperiode; potentie voor maatschappelijke impact (inclusief economische toepassing).

  • 3. Wetenschappelijke kwaliteit van het voorstel:

    • inhoudelijk vernieuwend en uitdagend karakter;

    • wetenschappelijke benadering, haalbaarheid van de doelen, en inhoudelijke breedte inclusief aansluiting bij het SIDS/SDG kader;

    • kwaliteit van het onderzoeksteam, inclusief passendheid van de expertise van de betrokken partners en nationale en internationale wetenschappelijke inbedding;

    • relatie tussen de omvang van de aangevraagde (personele en materiële) middelen en de beoogde resultaten (doelmatigheid).

5 Contact en overige informatie

5.1 Contact

5.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze call for proposals kunt u contact opnemen met:

Dr. Linda Jongbloed (programma manager)

Exacte en Natuurwetenschappen (ENW)

T: +31 (0)70 349 46 00

caribbean@nwo.nl

Dr. Niels van den Berg

Exacte en Natuurwetenschappen (ENW)

T: +31 (0)70 349 44 05

caribbean@nwo.nl

Dr. Arnold Lubbers

Sociale en Geesteswetenschappen (SGW)

T: +31 (0)70 349 4525

caribbean@nwo.nl

5.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0)20 346 71 79. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6 Bijlage(n)

6.1 Budgetmodules NWO

Voor een aanvraag binnen deze ronde zijn de onderstaande budgetmodules beschikbaar. Vraag alleen datgene aan dat essentieel is om het onderzoek uit te voeren.

Toelichting op budgetmodules voor personeel

Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan het onderzoek kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. Subsidiëring van deze salariskosten is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel is/wordt aangesteld.

  • Voor universitaire instellingen worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende VSNU-salaristabellen (www.nwo.nl/salaristabellen).

  • Voor universitair medisch centra worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende NFU-salaristabellen (www.nwo.nl/salaristabellen).

  • Voor personeel van hogescholen en overige kennisinstellingen worden salariskosten gefinancierd op basis van de cao inschaling van de betreffende medewerker, gebaseerd op de Handleiding Overheidstarieven 2017.

  • Voor de Nederlandse Cariben geldt dat de rijksoverheid in Caribisch Nederland ambtenaren op de BES-eilanden onder andere voorwaarden in dienst neemt dan in Europees Nederland. https://www.rijksdienstcn.com/werken-bij-rijksdienst-caribisch-nederland/arbeidsvoorwaarden.

De tarieven voor alle budgetmodules zijn verwerkt in het begrotingsformat bij het aanvraagformulier. Voor de budgetmodules ‘Promovendus’, ‘PDEng’ en ‘Postdoc’ komt bovenop de salariskosten een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 ter stimulering van de wetenschappelijke carrière van de door NWO gefinancierde projectmedewerker. Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen aan een Nederlandse universiteit komen niet in aanmerking voor subsidie van NWO.

Hieronder volgt een toelichting op de beschikbare budgetmodules.

  • Promovendus (inclusief MD-PhD)

    Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een afwijkende aanstellingsduur noodzakelijk wordt geacht, kan, mits goed gemotiveerd, hier vanaf geweken worden. De aanstellingsduur moet wel altijd minimaal 48 maanden zijn.

  • Postdoc

    De omvang van de aanstelling van een postdoc is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn. Voor een beperktere inzet van een postdoc staat het materieel budget ter beschikking.

  • Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

    Financiering voor de aanstelling van niet-wetenschappelijk personeel dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoeksproject kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Voor NWP kan maximaal € 400.000 aangevraagd worden. Het kan hier gaan om student-assistenten, programmeurs, technisch assistenten of analisten. Afhankelijk van het functieniveau kan worden gekozen uit de salaristabellen NWP MBO, NWP HBO en NWP Academisch. De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn. Voor een beperktere inzet van NWP staat het materieel budget ter beschikking.

  • Vervanging van aanvragers

    Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of mede-aanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om hem/haar vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (geen onderzoekstaken). De door de vervanging vrijgekomen tijd mag/mogen de aanvrager(s) alleen inzetten voor werkzaamheden in het kader van het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

    Er kan voor maximaal het equivalent van 15 voltijdsmaanden vervanging worden aangevraagd. NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van subsidieverlening geldende salaristabellen (www.nwo.nl/salaristabellen) voor een senior wetenschappelijk medewerker (schaal 11.0).

  • Personeel hogescholen en overige kennisinstellingen

    Voor de financiering van loonkosten van personeel dat werkzaam is bij een hogeschool of overige kennisinstellingen (bijvoorbeeld TO2 instellingen) worden de maximale tarieven (uur/dag) gehanteerd, conform de Handleiding Overheidstarieven uit het jaar 2017. Voor SIA wordt de HOT tabel kostendekkend gebruikt en voor NRO en overige instellingen de HOT tabel kostenplus.

  • Salaris aanvrager

    Voor aanvragers is het mogelijk om hun eigen salaris deels10 of geheel op te voeren voor het gedeelte van de aanstelling(en) dat wordt besteedt aan de werkzaamheden van de Programme Chair binnen het aangevraagde onderzoeksprogramma. Dit gedeelte is minimaal 0,8 fte en maximaal 1 fte voor de looptijd van het onderzoeksprogramma. Binnen dit gedeelte zijn geen nevenwerkzaamheden toegestaan. Bij de personeelskosten van de aanvrager wordt uitgegaan van de werkelijke brutosalarissen en de opslagen opgenomen in het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek, (www.nwo.nl/salaristabellen), met uitzondering van de indexering en einde-projectvergoeding. Voor de bepaling van de hoogte van deze opslagen gelden de normpercentages uit het Akkoord.

Toelichting op budgetmodule Materieel

Per fte aangevraagde wetenschappelijke positie (promovendus, postdoc, PDEng) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd. Materieel budget voor kleinere aanstellingen wordt naar rato aangevraagd en door NWO beschikbaar gesteld11.

De verdeling van het totaalbedrag aan materieel budget over de door NWO gesubsidieerde personeelsposities ligt bij de aanvrager. Het aan te vragen materieel budget is gespecificeerd naar de onderstaande drie posten:

Projectgebonden goederen/diensten

  • verbruiksgoederen (glaswerk, chemicaliën, cryogene vloeistoffen, etc.)

  • meet- en rekentijd (bijv. supercomputertoegang, etc.),

  • kosten voor aanschaf of gebruik van dataverzamelingen (bijv. van het CBS), waarvoor het totaalbedrag niet meer dan € 25.000 per aanvraag bedraagt.

  • toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten (bijv., cleanroom, synchrotron, etc.)

  • werk door derden (bijv. laboratoriumanalyses, dataverzameling, etc.)

  • personele kosten voor een aanstelling van een postdoc en/of niet-wetenschappelijk personeel voor een kleinere omvang dan aangeboden onder deze personele budgetmodules.

Reis- en verblijfskosten ten behoeve van de aangevraagde personeelsposities

  • reis- en verblijfskosten

  • congresbezoek (maximaal 2 per jaar per aangevraagde wetenschappelijke personeelspositie)

  • veldwerk

  • werkbezoek

Uitvoeringskosten

  • zelf te organiseren binnenlands symposium/conferentie/workshop

  • kosten voor Open Access-publiceren (uitsluitend in full gold Open Access tijdschriften, geregistreerd in de ‘Directory of Open Access Journals’ https://doaj.org/)

  • kosten datamanagement

  • kosten voor vergunningaanvragen (bijv. dierproeven)

  • auditkosten (alleen voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW), maximaal € 5.000 per aanvraag; voor projecten van drie jaar of korter maximaal € 2.500 per aanvraag.

Niet aangevraagd kunnen worden:

  • basisvoorzieningen binnen de instelling (bijvoorbeeld laptop, kantoormeubilair etc.)

  • onderhouds- en verzekeringskosten

Indien het maximumbedrag van € 15.000 per jaar per fte per aangevraagde wetenschappelijke positie niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Toelichting op budgetmodule Kennisbenutting

Het doel van deze budgetmodule is het bevorderen van de benutting van de uit het onderzoek voortkomende kennis12. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 75.000.

Aangezien kennisbenutting in de verschillende wetenschapsgebieden zeer veel verschillende vormen kent, is het aan de aanvrager om te specificeren welke kosten nodig zijn, bijvoorbeeld voor het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, of kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag. Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden.

Toelichting op budgetmodule Internationalisering

Met budget voor internationalisering wordt het stimuleren van internationale samenwerking beoogd. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 75.000. Het aangevraagde bedrag moet gespecificeerd zijn. Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Subsidiabel zijn:

  • reis- en verblijfskosten voor zover het om directe onderzoekskosten gaat voortvloeiende uit de internationale samenwerking en additionele kosten voor internationalisering die niet op een andere manier – bijvoorbeeld vanuit de benchfee – worden gedekt;

  • reis- en verblijfskosten voor buitenlandse gastonderzoekers;

  • kosten voor de organisatie van internationale workshops/ symposia / wetenschappelijke bijeenkomsten

Toelichting op budgetmodule Money follows Cooperation (MfC)

De module Money follows Cooperation geeft de mogelijkheid om een deel van het project aan een kennisinstelling met een publieke taak buiten Nederland uit te voeren.

De aanvrager moet overtuigend onderbouwen op welke wijze de onderzoeker van de buitenlandse kennisinstelling specifieke expertise aan het onderzoeksproject bijdraagt die in Nederland niet op het voor het project noodzakelijke niveau beschikbaar is. Deze voorwaarde geldt niet wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows Cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse kennisinstelling zich bevindt.

Het aangevraagde budget binnen deze module moet minder dan 50% van het totale aangevraagde budget bedragen.

Een onderzoeker van de buitenlandse kennisinstelling dient aan de in paragraaf 3.1 van deze call for proposals gestelde vereisten voor mede-aanvragers te voldoen, met uitzondering van de voorwaarde dat de medeaanvrager binnen het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd dient te zijn.

De aanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken aan de buitenlandse kennisinstelling en het verantwoorden van het MfC-deel van de subsidie.

Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn derhalve niet subsidiabel. De aanvrager is verantwoordelijk voor:

  • de financiële verantwoording van alle kosten in zowel Euro’s als de lokale munteenheid, waarbij moet de gehanteerde wisselkoers zichtbaar zijn;

  • een redelijke vaststelling van de hoogte van de wisselkoersen. Op aanvraag van NWO moet de aanvrager een beschrijving van deze redelijke vaststelling te allen tijde kunnen geven.

NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder (inter-)nationale sanctiewet- en regelgeving. De EU Sanctions map (https://www.sanctionsmap.eu) is hiervoor richtinggevend.


X Noot
1

In deze call verwijzen de omschrijvingen ‘Caribische regio’ en ‘Caribisch deel van het Koninkrijk’ steeds naar alle zes de Caribische eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden, te weten Saba, St. Eustatius, St. Maarten, Curaçao, Bonaire en Aruba.

X Noot
2

Van het totaal beschikbare budget van tien miljoen euro wordt drie miljoen euro gereserveerd voor specifieke initiatieven om de algehele doelstellingen van het Programma Caribisch Onderzoek te realiseren.

X Noot
3

Er zijn twee thematische zwaartepunten (zie paragraaf 1.1 en paragraaf 2), één op sociaal- en geesteswetenschappelijk terrein en de andere op natuurwetenschappelijk terrein.

X Noot
4

In deze call for proposals verwijst ‘onderzoekers’ naar alle academici.

X Noot
5

Artikel 1.1, derde lid is beperkt tot organisaties gevestigd in Nederland. Indien de organisatie van de partner binnen het onderzoeksteam niet in Nederland maar wel binnen het Koninkrijk der Nederlanden is gevestigd, kunnen personele kosten worden gefinancierd via ‘kosten derden’ binnen de budgetmodule materieel (zie paragraaf 3.2.3). De organisatie dient wel te voldoen aan de overige voorwaarden in artikel 1.1, derde lid. Tevens dient de partner gepromoveerd of lector/senior onderzoeker te zijn en een bezoldigde aanstelling te hebben voor tenminste de looptijd van het aanvraagproces en het beoogde project.

X Noot
6

NWO zal voor de tweede fase van het aanvraagproces een formulier voor de welkomstverklaring ter beschikking stellen.

X Noot
7

NWO zal het ontwikkelingsbudget uitkeren aan de organisatie waar de aanvrager is aangesteld ten tijde van de toekenning, mits deze organisatie is opgenomen in paragraaf 3.1.1. Indien de aanvrager op dat moment geen aanstelling heeft die aan deze voorwaarde voldoet dient de aanvrager afspraken te maken met de beoogde ontvangende instelling voor het beheer van het ontwikkelingsbudget.

X Noot
8

Zie Verordening EU 1407/2013 van 18/12/2013, de EU 651/2014 van 17/06/2014 en de mededeling van de Europese Commissie 2014/C 198/01 om te controleren of er sprake is van verenigbaarheid met deze steunregelingen. Voor aanbestedingsregels verwijzen we naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0032203/2016-07-01

X Noot
9

De NWO Programmacommissie Caribisch Onderzoek is hiertoe gemandateerd door de NWO-domeinbesturen van ENW en SGW.

X Noot
10

In dit geval wordt een deel van het salaris door de ontvangende instelling(en) bekostigd.

X Noot
11

Per 0.2 fte aangevraagde wetenschappelijk medewerker hogeschool (junior-, medior- en seniorniveau, met minimale aanstelling van 0.2 fte gedurende 12 maanden) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd.

X Noot
12

In deze budgetmodule wordt aangesloten bij de definitie voor “kennisoverdracht” die de Europese Commissie hanteert in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C198).