Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2018, 69481Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 14 december 2018, nr. IENW/BSK-2018/261579, tot wijziging van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 (vaststelling Milieulijst 2019)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De bijlage bij de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 wordt vervangen door de in de bijlage bij deze regeling opgenomen bijlage.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2018, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, VAN 14 DECEMBER 2018 NR. IENW/BSK-2018/261579, TOT WIJZIGING VAN DE AANWIJZINGSREGELING WILLEKEURIGE AFSCHRIJVING EN INVESTERINGSAFTREK MILIEU-INVESTERINGEN 2009 (VASTSTELLING MILIEULIJST 2019)

Bijlage bij de artikelen 1a en 2

Paragraaf 1 Algemeen

  • 1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2019.

  • 2. De bepalingen onder 3 tot en met 6 zijn van toepassing op alle in paragraaf 2a en 2b genoemde bedrijfsmiddelen. Voor de bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift zijn in paragraaf 2b aanvullende voorschriften opgenomen.

  • 3. Investeringen in bedrijfsmiddelen waarvan de code begint met:

    • F of G, behorende tot categorie I van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 36% van het investeringsbedrag in aanmerking voor een investeringsaftrek;

    • A of D, behorende tot categorie II van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 27% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

    • B of E, behorende tot categorie III van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 13,5% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

    • A, B, C of F komen in aanmerking voor 75% willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 4. Investeringen in woonhuizen en woonschepen, met inbegrip van de gedeelten van andere zaken die dienen voor bewoning, komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 5. Indien in deze bijlage bepaalde meetvoorschriften, testmethoden, verklaringen of certificaten worden voorgeschreven, worden daarmee gelijkgesteld gelijkwaardige meetvoorschriften, testmethoden of gelijkwaardige verklaringen of certificaten, die worden gebruikt om bedrijfsmiddelen te toetsen of die zijn afgegeven met betrekking tot een bedrijfsmiddel.

  • 6. Tot de in paragrafen 2a en 2b genoemde bedrijfsmiddelen worden tevens gerekend:

    • voorzieningen, zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur, die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en geen zelfstandige betekenis hebben;

    • certificaten en meetrapporten die in deze bijlage worden vereist.

  • 7. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen betreffende landbouwproductie, die in paragraaf 2a zijn opgenomen onder ‘Voedselvoorziening en landbouwproductie’, en investeringen betreffende visserij en aquacultuur geldt dat:

    • een investeringsproject is gedefinieerd als een technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;

    • investeringen in bedrijfsmiddelen die verband houden met de primaire landbouwproductie op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking komen voor ten hoogste € 500.000 aan steun per onderneming per investeringsproject;

    • investeringen in bedrijfsmiddelen voor de visserij of aquacultuur op grond van artikel 2, eerste lid, van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking komen voor ten hoogste € 1.000.000 aan steun per onderneming per jaar;

    • bij investeringen in bedrijfsmiddelen aan boord van visserijschepen aan de artikelen 25 en 38 van verordening (EU) nr. 508/2014 wordt voldaan;

    • bij investeringen door startende aquacultuurexploitanten aan artikel 46 van verordening (EU) nr. 508/2014 wordt voldaan.

  • 8. De bedrijfsmiddelen, genoemd in de code B 3415 (Hybride aangedreven mobiele machine) en B 3420 (Mobiele machine met biologische hydrauliekolie), voldoen aan de in paragraaf 2a vermelde eisen omtrent de luchtzijdige emissies door de verbrandingsmotor van het bedrijfsmiddel, wat wordt aangetoond met een EG-typegoedkeuringsverklaring of een US-EPA ‘Certificate of Conformity’ en een verklaring van gelijkvormigheid.

    Met een verklaring van gelijkvormigheid verklaart de leverancier of importeur dat het geleverde bedrijfsmiddel overeenkomt met een gemeten exemplaar, waarvan met een EG-typegoedkeuringsverklaring is aangetoond dat deze aan de gestelde emissie-eisen voldoet. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ter controle van een gemelde investering de EG-typegoedkeuringsverklaring en de verklaring van gelijkvormigheid opvragen bij de onderneming die het bedrijfsmiddel heeft gemeld voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. De verklaring van gelijkvormigheid wordt opgesteld door de leverancier of importeur met gebruikmaking van een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld model dat verkrijgbaar is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

    In de EG-typegoedkeuringsverklaring worden de emissiewaarden van het bedrijfsmiddel aangetoond op basis van het Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines.

    Onder de grenswaarden van fase IV en V voor verbrandingsmotoren worden de grenswaarden verstaan genoemd in Verordening (EU) nr. 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG (PbEU 2016, L 252).

    Met het US-EPA ‘Certificate of Conformity’ wordt voor mobiele machines met verbrandingsmotoren met een vermogen tot 56 kilowatt aangetoond, dat de emissiewaarden van het bedrijfsmiddel voldoen aan de grenswaarden van Tier 4 (final).

    Onder de grenswaarden van Tier 4 (final) voor verbrandingsmotoren worden de grenswaarden verstaan conform de US-EPA-emissienorm.

    Voor fase IV voor verbrandingsmotoren gelden de grenswaarden in onderstaande tabel:

    Netto vermogen (P) in kW

    Koolmonoxide (CO) in g/kWh

    Koolwaterstof (HC) in g/kWh

    Stikstofoxiden (NOx)

    in g/kWh

    Deeltjes (PM)

    in g/kWh

    130 ≤ P ≤ 560

    3,5

    0,19

    0,4

    0,025

    56 ≤ P < 130

    5,0

    0,19

    0,4

    0,025

    Voor fase V voor verbrandingsmotoren gelden de grenswaarden in onderstaande tabel:

    Netto vermogen (P) in kW

    Koolmonoxide (CO) in g/kWh

    Koolwaterstof (HC) in g/kWh

    Stikstofoxiden (NOx)

    in g/kWh

    Deeltjes (PM)

    in g/kWh

    Deeltjes (PN) in 1/kWh

    130 ≤ P ≤ 560

    3,5

    0,19

    0,4

    0,015

    1 x 1012

    56 ≤ P < 130

    5,0

    0,19

    0,4

    0,015

    1 x 1012

    19 ≤ P < 56

    5,0

    4,70 (voor de som van HC en NOx)1

    0,015

    1 x 1012

    8 ≤ P < 19

    6,6

    7,50 (voor de som van HC en NOx)1

    0,400

    P < 8

    8,0

    7,50 (voor de som van HC en NOx)1

    0,4002

    X Noot
    1

    1,10 g/kWh aan koolwaterstof (HC) en stikstofoxiden (NOx) voor aardgasmotoren

    X Noot
    2

    0,60 g/kWh aan deeltjes (PM) voor met de hand te starten en met lucht gekoelde motoren met directe inspuiting

    Voor Tier 4 (final) voor verbrandingsmotoren gelden de grenswaarden in onderstaande tabel:

    Netto vermogen (P) in kW

    Koolmonoxide (CO)

    in g/kWh

    Som van koolwaterstof (CH) en stikstofoxiden (NOx)

    in g/kWh

    Deeltjes (PM)

    in g/kWh

    37 ≤ kW < 56

    5,0

    4,7

    0,03

    19 ≤ P < 37

    5,5

    4,7

    0,03

    8 ≤ P < 19

    6,6

    7,5

    0,4

    P < 8

    8,0

    7,5

    0,4

  • 9. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de codes A 2354 (Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen), D 3222 (Automatisch smeersysteem met biologisch smeermiddel) en B 3420 (Mobiele machine met biologische hydrauliekolie), voldoen aan de in paragraaf 2a, bij het betreffende bedrijfsmiddel, vermelde voorschriften voor het gebruik van bio-olie of biovet in een hydraulisch systeem of een smeersysteem. Het voldoen aan de betreffende voorschriften wordt aangetoond met een verklaring van de producent, waaruit blijkt dat het hydraulische systeem of het smeersysteem van het betreffende bedrijfsmiddel is voorzien van een bio-olie of een biovet dat eenvoudig biologisch afbreekbaar en niet-toxisch is en waaruit tevens blijkt dat bij het gebruik van een dergelijke olie of een dergelijk vet de garantiebepalingen voor het bedrijfsmiddel onverkort van toepassing zijn.

    Niet-toxische olie of niet-toxisch vet is eenvoudig biologisch afbreekbaar als daarvoor, door een daartoe geaccrediteerde organisatie, een certificaat is afgegeven op basis van het Europees Ecolabel dan wel Blauer Engel.

  • 10. Voor bedrijfsmiddelen waarbij een eis gesteld wordt voor investeringen in nieuw duurzaam hout, geldt dat al het aangeschafte nieuwe hout, dat verwerkt wordt, gecertificeerd dient te zijn door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd en waarvoor de betrokken fabrikant, aannemer en opdrachtnemer in het bezit zijn van een ‘Chain of Custody’-certificaat van dit certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd en het hout volgens dit ‘Chain of Custody’-certificaat levert of verwerkt.

    Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op de website www.tpac.smk.nl of www.inkoopduurzaamhout.nl. Informatie over Keurhout is beschikbaar op de website www.keurhout.nl.

Paragraaf 2a Bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift

Thema-overstijgende milieu-innovatie

A 0001

Nieuwe en innovatieve milieuvriendelijke technologie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 0100

Software voor duurzame productontwikkeling

  • a. bestemd voor: het, door een kmo, verduurzamen van producten op basis van ontwerpsoftware, die ten minste vier van de volgende milieuparameters inzichtelijk maakt:

    • 1. fosfaatemissie,

    • 2. SOx-emissie,

    • 3. NOx-emissie,

    • 4. CO2-emissie,

    • 5. watergebruik,

    • 6. energiegebruik,

    • 7. recycling van materialen of hergebruik van componenten, of

    • 8. materiaalbesparing,

  • b. bestaande uit: ontwerpsoftware.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 6.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Met kmo wordt bedoeld een kleine of middelgrote onderneming.

Circulaire economie

Biobased economy

F 1100

Productieapparatuur voor producten op basis van biomassa

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1110

Productieapparatuur voor bioplastics of voor het maken van producten van bioplastics

  • a. bestemd voor: het uitsluitend produceren van plastics of plastic producten die gemaakt zijn van biomassa door een onderneming die niet actief is in de productie van visserij- of aquacultuurproducten zoals bedoeld onder punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het produceren van (producten van) bioplastics.

Toelichting: Structuurverbetering van (producten van) bioplastics met natuurlijke vezels valt ook onder bedrijfsmiddel F 1110. Zie de bedrijfsmiddelen F 2430, F 2600, F 2601, F 2602, F 2603, F 2610, F 2612 en F 2613 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1112

Vergistingsinstallatie met algen-, kroos- of wierenreactor

  • a. bestemd voor: het vergisten van organische reststromen, niet zijnde mest, door een onderneming die niet actief is in de productie van visserij- of aquacultuurproducten zoals bedoeld onder punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage, waarbij:

    • de dunne fractie van het digestaat als voeding dient voor de algen-, kroos- of wierenreactor,

    • de geproduceerde algen, kroos of wieren worden ingezet als (groene grondstof voor) veevoer, biobrandstof of voor hoogwaardigere toepassingen, en

    • het restproduct al dan niet een energietoepassing krijgt,

  • b. bestaande uit: een vergister, een productiesysteem voor algen, kroos of wieren en al dan niet de volgende onderdelen: voorbewerkingsapparatuur, een behandelingseenheid voor recirculatie van de voedingsoplossing, een oogstsysteem, apparatuur voor verwerking tot grondstof, een gasmotor, een generator en biogasopwerkingsapparatuur.

A 1113

Algen-, wieren- of kroossysteem voor afvalwaterverwerking

  • a. bestemd voor: het verwerken van afvalwater door biologische afbraak door algen, wieren of kroos door een onderneming die niet actief is in de productie van visserij- of aquacultuurproducten zoals bedoeld onder punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage, waarbij de algen, wieren of het kroos geoogst worden,

  • b. bestaande uit: een vloeistofdicht bassin, een schoepenrad of pomp, een continu meetsysteem, oogstapparatuur en al dan niet voorscheidingsapparatuur.

Preventie van water- en grondstoffengebruik

F 1200

Apparatuur met verminderd grondstoffenverbruik

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1210

Variabele verpakkingsmachine

  • a. bestemd voor: het op basis van variërende hoogte, breedte en lengte verpakken van artikelen in dozen, waarbij de dozen in de machine op maat worden gemaakt, waardoor per doos de hoeveelheid verpakkings- en vulmateriaal wordt beperkt,

  • b. bestaande uit: een 3D-meetsyteem, een snij- en vouwinrichting, een doosopzet- en vouwsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een robot, een tapesysteem, een labelprinter en een labelaanbrengsysteem.

F 1211

Herbruikbare vastzetters voor lading op rolcontainers

  • a. bestemd voor: het voor transport vastzetten van goederen op rolcontainers met een herbruikbare vastzetter die vast gemonteerd is op de rolcontainer, ter vervanging van het gebruik van plastic rekwikkelfolie,

  • b. bestaande uit: herbruikbare vastzetters voor lading.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 25 per bedrijfsmiddel worden ten minste 100 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

G 1230

Standtijdverlengingssysteem voor olie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het zuiveren van hydraulische- of smeerolie in een oliereinigingseenheid waarbij:

    • de oliereinigingseenheid met een bypass is gekoppeld aan het systeem waarin de olie wordt gebruikt,

    • de olie vervolgens recirculeert in datzelfde systeem, en

    • de aanschaf per oliereinigingseenheid ten minste € 10.000 bedraagt,

  • b. bestaande uit: een oliereinigingseenheid, een recirculatieleiding en al dan niet de volgende onderdelen: een buffervat en een koeleenheid.

A 1240

Waterbesparende installatie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1241

Ultrasoon reinigingssysteem

  • a. bestemd voor: het reinigen van grote onderdelen van petrochemische installaties op basis van ultrasone activiteit in baden met een lengte van ten minste 5 meter, waarbij:

    • VOS-vrije reinigingsvloeistof wordt toegepast,

    • de reinigingsvloeistof wordt gereinigd en gecirculeerd, en

    • de afgescheiden olie nuttig wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: ultrasoonstaven, reinigingsbaden, een olie-afscheidingssysteem en al dan niet een liftsysteem.

A 1242

Stoomreiniger met uv

  • a. bestemd voor: het reinigen van oppervlakken met water onder een druk van ten hoogste 10 bar en een temperatuur van ten hoogste 185°C, waaraan geen chemicaliën toegevoegd worden, waarbij bacteriën in het vuile water worden geëlimineerd met uv-licht, het water wordt gerecirculeerd en waarbij deze techniek reiniging met chemicaliën vervangt,

  • b. bestaande uit: een stoomstofzuiger met uv-reiniger, met uitzondering van stoomstofzuigers waarvan de aanschafkosten minder dan € 1.000 per stuk bedragen.

G 1245

Cascadesysteem voor water- en grondstoffenbesparing op een bedrijventerrein (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het doorleveren van (warm) proceswater, al dan niet met daarin opgeloste grondstoffen, waarbij één of meer ontvangende bedrijven proceswater benutten van één of meer andere bedrijven en deze bedrijven samen minder water, grondstoffen of energie innemen ten opzichte van de bestaande situatie,

  • b. bestaande uit: leidingwerk, buffer(s), pomp(en) en al dan niet apparatuur om het water geschikt te maken voor benutting door het ontvangende bedrijf.

Toelichting: Zowel ontvangend als leverend bedrijf kunnen investeringen melden voor zover van toepassing op de levering van water tussen de bedrijven. Kosten voor afvalwaterzuivering komen uitsluitend in aanmerking indien deze aanvullend zijn op waterzuivering die nodig was geweest voor het voldoen aan lozingsnormen.

A 1246

Milieuvriendelijke wasstraat voor textielreiniging

  • a. bestemd voor: het wassen van textiel met water en zeepoplossingen, waarbij het watergebruik ten hoogste 2 liter per kilogram wasgoed bedraagt,

  • b. bestaande uit: een milieuvriendelijke wasstraat.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 4570 voor textielreinigingssystemen met CO2 en bedrijfsmiddel E 4572 voor gesloten textielreinigingsmachines.

D 1249

Regenwaterinstallatie

  • a. bestemd voor: het gebruik van regenwater voor spoelen, koelen of andere toepassingen van regenwater in industriële processen, ter vermijding van het gebruik van drinkwater,

  • b. bestaande uit: een regenwateropslag en al dan niet de volgende onderdelen: een waterzuiveringsinstallatie en een fotovoltaïsch systeem voor de energie die de regenwaterinstallatie verbruikt, met uitzondering van de volgende onderdelen: dakgoten, regenpijpen, regenwaterafvoerpijpen en eindapparatuur waarmee het regenwater wordt toegepast.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 6444 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.

B 1281

Printersysteem voor ontinktbare watergedragen inkt

  • a. bestemd voor: het industrieel digitaal printen op papier of karton in de grafische industrie, waarbij:

    • uitsluitend op water gebaseerde inkt wordt gebruikt, die bij de recycling een INGEDE deinkability score ‘good’ heeft en een score van ten minste 95 punten vastgesteld conform de INGEDE testmethode 11, beoordeeld volgens de Assessment of printed product Recyclability Deinkability Score (ERPC 2009), en

    • de toegepaste primer geen (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen bevat, genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer,

  • b. bestaande uit: een printersysteem voor uitsluitend ontinktbare watergedragen inkt.

Toelichting: INGEDE staat voor de International Association of the Deinking Industry.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen. Deze lijsten zijn te vinden op: https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1285

Verfemmer voor het verwarmen van alkydverf

  • a. bestemd voor: het verwarmen van alkydverf met een verfemmer voorzien van een oplaadbare accu, waardoor een goede vloei van de verf wordt bewerkstelligd en verdunning van de verf met oplosmiddelen overbodig is,

  • b. bestaande uit: een verfemmer met verwarmingselement en oplaadbare accu.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 180 per verfemmer worden ten minste 14 verfemmers tegelijk aangeschaft en gemeld.

E 1286

Verfmengmachine met retournering van pigmentspoeling

  • a. bestemd voor: het mengen van basisverf met kleurpasta’s bij verkooppunten, waarbij tijdens de reiniging van het pigmentdoseersysteem geen kleurpasta verloren gaat maar het residu terug wordt gevoerd naar het voorraadvat,

  • b. bestaande uit: verfmengmachine en een retoursysteem voor pigmentspoeling.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.

Substitutie van water en grondstoffen

F 1300

Apparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1330

Waterhydraulisch systeem

  • a. bestemd voor: het overbrengen van kracht met een hydraulisch systeem, waarbij:

    • water als hydrauliekvloeistof wordt toegepast, en

    • aan het water uitsluitend vriespuntverlagende middelen zijn toegevoegd,

  • b. bestaande uit: een hydrauliekpomp, besturings- en regelkleppen, een waterhydraulische hydromotor en een cilinder.

A 1345

Ontsmettingsinstallatie op basis van Electrolysed Chemical Oxidation

  • a. bestemd voor: het ter plaatse door elektrolyse bereiden van geoxideerd water voor ontsmetten of reinigen, waarbij het reinigingsmiddel wordt bereid uit water, al dan niet in combinatie met keukenzout, zonder dat daarbij chloorbleekloog wordt gevormd,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het ter plaatse bereiden en toepassen van het desinfectie- of reinigingsmiddel.

F 1350

Reinigingsinstallatie op basis van koolzuur- of ijskorrels

  • a. bestemd voor: het door het onder hoge druk opbrengen van koolzuur- of ijskorrels reinigen van machineonderdelen, halffabricaten, producten of (gevel)oppervlakken, niet zijnde scheepshuiden,

  • b. bestaande uit: een straalunit, straalnozzles, een (droog)ijsproductie-installatie en al dan niet de volgende onderdelen: een afzuiginstallatie, een buffer en waterzuiveringsapparatuur voor het ontstane afvalwater, met uitzondering van het transportsysteem.

F 1380

Textielverfmachine op basis van CO2

  • a. bestemd voor: het waterloos verven van textiel met superkritisch CO2, waarbij de gebruikte kleurstoffen gerecycled worden,

  • b. bestaande uit: een droogverfinstallatie en een doseringseenheid voor superkritisch CO2.

Recycling van afval(water) en grondstoffen

A 1400

Apparatuur voor recycling van grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1401

Near Infrared-afvalscheidingsinstallatie (NIR) voor het scheiden van zwarte afvalstoffen

  • a. bestemd voor: het scheiden van zwart afval door middel van detectie met onder andere nabij-infrarood licht (near infrared), waarbij de teruggewonnen materialen worden gerecycled,

  • b. bestaande uit: een scanner, een detectiesysteem, een sorteersysteem en transportbanden naar en onder de NIR-afvalscheidingsinstallatie.

F 1402

Afvalscheidingsinstallatie op basis van magnetische dichtheidsscheiding (MDS)

  • a. bestemd voor: het scheiden van afval door middel van magnetische dichtheidsscheiding, waarbij:

    • verschillende materialen zich door verschil in dichtheid op afzonderlijke hoogtes in een magnetische vloeistof verzamelen waardoor deze van elkaar gescheiden kunnen worden, en

    • de teruggewonnen materialen worden gerecycled,

  • b. bestaande uit: een invoervoorziening, een MDS-systeem en een opvangvoorziening.

F 1403

Scheidingsinstallatie voor non ferro metalen en RVS op basis van inductie

  • a. bestemd voor: het scheiden van non ferro metalen en roestvast staal (RVS) door achtereenvolgens detectie op basis van inductie, niet zijnde Eddy Current, en sortering, waarbij de teruggewonnen metalen worden gerecycled,

  • b. bestaande uit: een scanner, een detectiesysteem, een sorteersysteem en transportbanden naar en onder de inductiescheider, met uitzondering van Eddy Current-scheiders.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1411 voor Eddy Current-scheiders die worden ingezet voor de verwerking van AVI-slakken.

F 1404

Sorteerinstallatie met robots

  • a. bestemd voor: het sorteren van afval met robots, waarbij de teruggewonnen materialen worden gerecycled,

  • b. bestaande uit: robots, met uitzondering van de volgende onderdelen: detectiesystemen en transportbanden.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1407

Apparatuur voor het terugwinnen van procesgassen of grondstoffen uit afgassen

  • a. bestemd voor: het met ten minste 90% rendement terugwinnen van één van de procesgassen waterstof, stikstof, methaan, waterstofsulfide of de vaste stof tinoxide uit de afgassen van een productieproces in de glas-, staal-, halfgeleider- of chemische industrie, waarna deze grondstoffen of procesgassen opnieuw in dit proces worden gebruikt of een andere nuttige toepassing krijgen en waarbij dit terugwinnen geen gangbare praktijk in de betreffende industrie is,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het terugwinnen van grondstoffen of procesgassen uit afgassen, met uitzondering van onderdelen voor de toepassing van de teruggewonnen grondstoffen of procesgassen.

F 1408

Afvalscheidingsinstallatie op basis van enzymen

  • a. bestemd voor: het door middel van enzymatische hydrolyse scheiden van huishoudelijk restafval of vergelijkbaar afval van bedrijven in een organische- en anorganische fractie, waarbij de organische (vloeibare) fractie kan dienen als grondstof voor duurzame energieopwekking en uit de anorganische (vaste) fractie grondstoffen, zoals metalen en plastics, kunnen worden teruggewonnen,

  • b. bestaande uit: een thermische reactor, een enzymreactor en een behandelingssysteem voor de vloeibare fractie inclusief ontwateringsapparatuur, met uitzondering van voorzieningen voor het opwekken van energie of het terugwinnen van grondstoffen uit de anorganische fractie.

F 1409

Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1410

Afvalscheidingsinstallatie voor kunststoffen op basis van tracers of trackers

  • a. bestemd voor: het automatisch scheiden van (onderdelen van) producten of kunststof verpakkingen op basis van:

    • 1. in het kunststof geperste watermerken welke informatie bieden over het materiaalgebruik, de samenstelling en al dan niet de herkomst van de verpakking of het product, of

    • 2. trackers, en

      waarbij de verpakkingen of (onderdelen van) producten:

      • met betrekking tot punt 1: hoogwaardig worden gerecycled,

      • met betrekking tot punt 2: worden ingenomen door de producent om te worden gerecycled, gerefurbished of hergebruikt,

  • b. bestaande uit: een camerasysteem of scanner, een detectiesysteem, een sorteersysteem en transportbanden naar en onder de scheidingsinstallatie.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1800 voor apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of trackers.

F 1411

Opwerkingsinstallatie voor AVI-bodemas

  • a. bestemd voor: het opwerken van AVI-bodemas tot een bouwstof, niet zijnde een IBC-bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, waarbij:

    • ten hoogste 15% van de input van de opwerkingsinstallatie wordt gestort, gemeten als massa droge stof zoals deze als ruwe bodemas (inclusief metalen) uit de betreffende AVI komt,

    • ten minste 75% van de non-ferro metalen uit de fractie groter dan 6 millimeter wordt teruggewonnen, gemeten als massa droge stof zoals deze uit de betreffende AVI komt, en

    • ten minste 60% van de input van de opwerkingsinstallatie wordt opgewerkt tot een vrij toepasbare bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, gemeten als massa droge stof zoals deze als ruwe bodemas (inclusief metalen) uit de betreffende AVI komt,

  • b. bestaande uit: een opwerkingsinstallatie voor AVI-bodemas met een verwijderings- of opwerkingsinstallatie voor ferro- en non-ferro en al dan niet een wasstraat.

F 1412

Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval

  • a. bestemd voor: het afbreken van condensatiepolymeren in polyester- of polyethyleentereftalaat (pet)-afvalstromen door glycolyse en katalyse in een continu proces, waarbij:

    • de grondstof bestaat uit rejects die vervuild zijn met kleur of niet meer mechanisch gerecycled kunnen worden tot een kwaliteit die voldoende is voor de productie van nieuwe petflessen (de zogenaamde jazz mix),

    • de procestemperatuur ten hoogste 200°C bedraagt,

    • de geproduceerde monomeren virgin kwaliteit hebben, en

    • ten minste 99% van de vrijkomende reactieproducten worden toegepast als grondstof voor nieuwe polyesters,

  • b. bestaande uit: een reactor, een centrifuge, een kristallisatie-eenheid, een filter, een destillatiekolom en al dan niet de volgende onderdelen: een afvalvoorbewerkingsinstallatie, een toe- en afvoersysteem en opslagvoorzieningen.

A 1413

Apparatuur voor het aanwenden van gerecyclede kunststoffen of chemisch gerecyclede grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1420

Smeltinstallatie voor verwerking van gevaarlijke afvalstromen

  • a. bestemd voor: het verwerken van gevaarlijke afvalstromen bij een temperatuur van 1.300 tot 1.500°C, waardoor de minerale delen smelten tot een vloeibare slak en de organische delen volledig vergassen tot synthesegas, en waarbij:

    • de vrijkomende vaste, vloeibare of gasvormige reactieproducten worden toegepast als grondstof of als alternatief voor fossiele brandstoffen, en

    • het verwerkte afval op gewichtsbasis voor ten minste 50% uit gevaarlijk afval bestaat,

  • b. bestaande uit: een smeltinrichting, een afvalvoorbewerkingsinstallatie, een afgasreinigingsinstallatie en al dan niet de volgende onderdelen: een waterzuiveringsinstallatie en een energieopwekkingsinstallatie, met uitzondering van voorzieningen voor het opwekken van energie voor derden.

F 1421

Apparatuur voor detectie van (potentiële) ZZS

  • a. bestemd voor: het detecteren van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer om te voorkomen dat deze in recyclaat terecht komen,

  • b. bestaande uit: detectieapparatuur, met uitzondering van laboratoriumapparatuur.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen. Deze lijsten zijn te vinden op: https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 1423

Apparatuur voor duurzamere verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het produceren van kunststof verpakkingen die duurzamer of tijdens de afvalfase gemakkelijker te scheiden en recyclen zijn, waarbij:

    • 1. pvc, oxo-degradeerbare plastics of gecombineerde, permanent gehechte plastics worden vervangen door één plastic zijnde PE of PP of, in geval van voedselverpakkingen, polyethyleentereftalaat (pet),

    • 2. gecombineerde verlijmde materialen worden vervangen door gecombineerde materialen met een klemverbinding, of gebruik wordt gemaakt van wateroplosbare lijmen, of

    • 3. doppen en andere separate elementen na openen verbonden blijven met de rest van de verpakking en niet als separate elementen in het milieu kunnen belanden,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is om verpakkingen duurzamer te maken.

F 1442

Hydrothermale oxidatie-installatie

  • a. bestemd voor: het verwerken van waterige afvalstromen door oxidatie met zuurstof bij een druk tot 220 bar en een temperatuur tot 350°C, waarbij:

    • de vrijkomende energie primair wordt aangewend ten behoeve van de hydrothermale oxidatie-installatie, en

    • water en al dan niet grondstoffen worden teruggewonnen en ten minste nuttig worden toegepast,

  • b. bestaande uit: een hogedrukpomp, zuurstofdosering, een buisreactor, warmtewisselaars, thermische of elektrische energierecuperatie en een ontspanningssectie of drukaflaat.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1470

Recyclinginstallatie voor bitumineus afval

  • a. bestemd voor: het verwerken van bitumineus afval, waarbij zowel de inerte fractie als de bitumen worden gerecycled of hoogwaardiger toegepast,

  • b. bestaande uit: voorscheidingsapparatuur, wasapparatuur, een shredder of maalmolen, een drooginstallatie, een mengschroef of smelthomogenisator, een smeltzuiveringsinstallatie, een extruder of agglomerator, transportbanden en een menginstallatie of een granulator.

F 1471

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat

  • a. bestemd voor: het produceren van asfalt met ten minste 80% recyclaat, waarbij het recyclaat van bestaand oud asfalt komt,

  • b. bestaande uit: een asfaltcentrale.

F 1490

Installatie voor luierrecycling

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Verwerking van afval(water)

B 1520

Plasma-omzetter voor gevaarlijke afvalstoffen

  • a. bestemd voor: het in een plasmaveld thermisch ontleden van gevaarlijke afvalstoffen, waardoor de afvalstoffen uiteenvallen in hun elementaire componenten,

  • b. bestaande uit: een plasma-omzetter met voedingssysteem, een gasbehandelingssysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een afvoersysteem en een elektriciteitsopwekkingsinstallatie, met uitzondering van apparatuur ter opwerking en aanwending van de ontstane componenten.

A 1525

Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudend afval of asbesthoudende grond

  • a. bestemd voor: het stofemissievrij denatureren van asbesthoudend afval of asbesthoudende grond door de asbestresten bij een temperatuur van minder dan 250°C met behulp van natronloog af te breken, waarbij de asbestvezels volledig worden vernietigd en de silicaathoudende filterkoek wordt gebruikt als bouwstof of als toeslagstof in de bouw en voldoet aan het Besluit Bodemkwaliteit,

  • b. bestaande uit: een stofemissievrije afvalverkleiningsinstallatie, een verwarmings- en koelsysteem, een natronloogdoseerinstallatie, een filterinstallatie, een behandelingsinstallatie voor filterkoek en al dan niet een scheidingsinstallatie.

A 1526

Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten

  • a. bestemd voor: het thermisch denatureren van asbestcementproducten waarbij de asbestvezels via verhitting volledig worden vernietigd en het daarbij gevormde eindproduct wordt gebruikt als bouwstof of als toeslagstof in de bouw en voldoet aan het Besluit bodemkwaliteit,

  • b. bestaande uit: een tunneloven of een verrijdbare stolpoven, een brandersysteem, naverbranders en al dan niet de volgende onderdelen: keramische filters, een onderdrukruimte voor controle en reparatie van verpakkingen, een transportinstallatie en een breekinstallatie voor nabehandeling van het product.

A 1540

Installatie voor het extraheren van neo-alginaten uit korrelslib

  • a. bestemd voor: het extraheren, zuiveren en opwerken van neo-alginaten uit korrelslib van een waterzuiveringsinstallatie, waarna de verkregen neo-alginaten nuttig toegepast kunnen worden,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het extraheren, zuiveren en opwerken van de neo-alginaten, met uitzondering van gebouwen, de korrelslibreactor en voorzieningen voor het leveren van energie.

Toelichting: Zie F 1100 en F 1110 voor het produceren van producten of bioplastics uit neo-alginaten.

F 1544

Installatie voor het verwijderen van microverontreinigingen in water

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar verminderen van de emissie van de volgende stoffen naar een rioolwaterzuivering of het oppervlaktewater door deze te verwijderen uit afvalwater:

    • 1. nanodeeltjes kleiner dan 50 nanometer, niet zijnde nutriënten,

    • 2. microplastics kleiner dan 50 micrometer,

    • 3. (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer, niet zijnde (resten van) gewasbeschermingsmiddelen, of

    • 4. opkomende stoffen die een belemmering vormen voor een duurzame drinkwaterproductie,

  • b. bestaande uit: (een combinatie van) één van de volgende zuiveringstechnieken: oxidatiereactor(en), een uv-eenheid, een biologisch actief koolfilter, poederkooldosering of een membraaninstallatie, en met uitzondering van voorzuiveringsapparatuur.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen. Deze lijsten zijn te vinden op: https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

Opkomende stoffen zijn niet (wettelijk) genormeerde stoffen, waarvan de schadelijkheid nog niet (volledig) is vastgesteld.

B 1545

(Katalytische) oxidatiereactor voor waterreiniging (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het ter vervanging van ontsmetting met heet water, chloor of chemicaliën, al dan niet katalytisch oxideren met waterstofperoxide, zuurstofradicalen, zuurstofionen, ozon of uv-bestraling, van,

    • 1. legionella in waterleidingen in gebouwen of in watersystemen op schepen, of

    • 2. bacteriën en virussen in installaties in de voedingsmiddelenindustrie,

  • b. bestaande uit: oxidatiereactor(en) met apparatuur voor het genereren van oxidatoren en al dan niet de volgende onderdelen: doseer- of injectieapparatuur, een restozonvernietiger, een recirculatietank, een recirculatiepomp, een biologisch actief koolfilter, een omgekeerde osmose-installatie en een ionenwisselaar, en met uitzondering van voorzuiveringsapparatuur.

B 1546

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het bij bestaande koelinstallaties vervangen van behandeling van koelwater met chloor of chemicaliën, door ontsmetting en al dan niet ontkalking van koelwater met:

    • 1. ozonoxidatie,

    • 2. elektrolyse,

    • 3. uv-bestraling, of

    • 4. een combinatie van de bovenstaande technieken, en

      waarbij onder punt 1 tot en met 4 geldt dat:

      • het behandelde koelwater wordt gerecirculeerd in de betreffende koelinstallatie, en

      • indien een antiscalant wordt toegepast, deze antiscalant een biopolymeer is,

  • b. bestaande uit: oxidatiereactor(en) en apparatuur voor het genereren van ozon, een elektrolysereactor of een uv-bestralingsunit.

B 1590

Installatie voor het verwerken van luiers

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Inzameling van afval(water)

A 1600

Afvalinzamelapparatuur die leidt tot meer of zuiverder monostromen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1610

Glasversnipperaar voor horecabedrijven

  • a. bestemd voor: het op locatie granuleren van glasafval (non-return glas) van een horecabedrijf als bedoel in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waardoor het glasafval compact wordt afgevoerd door of aangeboden aan een afvalverwerkend bedrijf en het versnipperde glas vervolgens wordt gerecycled tot nieuw glas,

  • b. bestaande uit: een glasversnipperaar.

A 1615

Verwerkingsinstallatie voor keukenafval

  • a. bestemd voor: het gescheiden inzamelen van swill, gft en restanten van gekookte botten en schelpen bij een horecabedrijf in een stadscentrum, waarbij:

    • het organisch bedrijfsafval in een bovengrondse installatie wordt vermalen en ontwaterd, en

    • al dan niet ter plaatse wordt verwerkt tot compost, dan wel wordt aangeboden aan een erkend verwerker teneinde het organisch bedrijfsafval op te werken naar biogas of compost,

  • b. bestaande uit: een verzamelcontainer, een maalinrichting, een voorziening voor ontwatering en al dan niet een voorziening voor het composteren van het organisch bedrijfsafval.

Toelichting: Gangbare luchtafzuiginstallaties met een vetfilter voldoen niet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel A 1615.

D 1616

Inzamelinstallatie voor blikjes en flessen (zonder statiegeld)

  • a. bestemd voor: het inzamelen van lege blikjes en flesjes zonder statiegeld met een inzamelautomaat, waarbij de ingezamelde blikjes en flesjes aantoonbaar worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf,

  • b. bestaande uit: een behuizing, een controlesysteem, een lopende band en een printer voor tegoedbonnen.

B 1640

Havenontvangstinstallatie bij jachthavens

  • a. bestemd voor: het innemen van grijswater, bilgewater of zwartwater bij een jachthaven, voor zover de installatie niet verplicht is volgens wetgeving:

    • 1. in havens met meer dan 50 ligplaatsen, waarbij plastic gescheiden wordt ingezameld en aantoonbaar nuttig wordt aangewend,

    • 2. met een inzamelstation met ten minste één lekvrij en geurvrij aansluitpunt per 4 ligplaatsen in een jachthaven, of

    • 3. met ten minste één inzamelstation bij een jachthaven met niet meer dan 50 ligplaatsen voor niet-open pleziervaartuigen,

  • b. bestaande uit: een inzamelstation, tanks, pompen, leidingen en al dan niet een olie/vetafscheider.

Ketenaanpak

F 1800

Apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of trackers

  • a. bestemd voor: het produceren van verpakkingen of (onderdelen van) producten welke tijdens de afvalfase gemakkelijker te traceren of te scheiden en te recyclen zijn, door:

    • 1. verpakkingen of (onderdelen van) producten tijdens de productiefase te voorzien van in de verpakking of (onderdelen van) het product geperste watermerken, welke informatie bieden over het materiaalgebruik, de samenstelling en al dan niet de herkomst van de verpakking of het product, of

    • 2. (onderdelen van) producten tijdens de productiefase te voorzien van een tracker, waarbij de producent het product in de afvalfase terugneemt en het product wordt gerecycled, gerefurbished of hergebruikt,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a, punt 1: een matrijs en al dan niet aanpassingen van bestaande productieapparatuur, of

    • 2. met betrekking tot onderdeel a, punt 2: (aanpassing van) productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het aanbrengen en volgen van de trackers.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1410 voor afvalscheidingsinstallaties voor kunststoffen op basis van watermerken of trackers.

B 1810

Tapijt(tegels) met ten minste 60% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met kamerbreed tapijt of tapijttegels, waarvan ten minste 60% op gewichtsbasis bestaat uit gerecycled materiaal, wat wordt aangetoond met een vermelding van het aandeel gerecycled content in een EPD (Environmental Product Declaration) volgens ISO 14025 en EN 15804, gebaseerd op de Product Category Rules voor Floor Covering,

  • b. bestaande uit: kamerbreed tapijt of tapijttegels, inclusief de kosten voor het leggen.

Toelichting: Het genoemd percentage van 60% op gewichtsbasis betreft gerecycled materiaal in het gehele tapijt of de gehele tegel, inclusief de drager of de backing.

F 1815

Gecertificeerde plastics op basis van biomassa in (onderdelen van) een product

  • a. bestemd voor: het gebruik van gecertificeerde plastics op basis van biomassa in (onderdelen van) een product, waarbij:

    • het gebruikte plastic gecertificeerd is volgens een door de Green Deal Groencertificaten erkend certificeringsschema voor biomassa,

    • onder plastics op basis van biomassa worden verstaan thermoplasten, thermoharders en elastomeren, waarbij in geval van elastomeren geen sprake is van gangbare natuurrubbers zoals latex, en

    • in geval van plastics die bewust een tijdelijke functie hebben van enkele jaren in bodem of water, dit plastics zijn die onder de toegepaste condities biodegradeerbaar zijn en voldoen aan de eisen gesteld in EN 13432,

  • b. bestaande uit: (onderdelen van) een product van gecertificeerde plastics op basis van biomassa conform de onder a. genoemde eisen.

Een investering in gecertificeerde plastics op basis van biomassa als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 1815 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van biomassa die worden toegepast in het interieur.

Toelichting: Indien sprake is van gecertificeerde plastics op basis van biomassa in onderdelen van een product, kunnen enkel deze onderdelen gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 1815.

Meer over de Green Deal Groencertificaten en een lijst van erkende certificeringsschema’s vindt u op http://greendeal-groencertificaten.nl.

Dit bedrijfsmiddel betreft producten met kunststoffen op basis van biomassa. Voorbeelden hiervan zijn (onderdelen van) kantoormeubilair, pallets, kratten, boomverankering, regenwaterinfiltratie- of drainagesystemen, geotextiel en bouwmaterialen voor utiliteitsbouw zoals (riool)buizen en kozijnen.

Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1110 voor productieapparatuur voor bioplastics en producten op basis van biomassa.

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Een producent van primaire landbouw-, visserij- of aquacultuurproducten komt alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking indien het een kmo is (zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage)

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

Glastuinbouw

B 2110

Kas voor milieuvriendelijke productie volgens ‘On the way to PlanetProof’

  • a. bestemd voor: het milieuvriendelijk produceren van gewassen of producten in een kas, waarvan is vastgesteld dat de productie in de kas voldoet aan de eisen van ‘On the way to PlanetProof’ Plantaardige producten uit de bedekte teelt, wat blijkt uit een certificaat ‘On the way to PlanetProof’ dat binnen drie jaar na de aanmeldingsbevestiging is afgegeven door de daartoe bevoegde instantie en waarbij de aanmeldingsbevestiging voor ‘On the way to PlanetProof’ binnen drie maanden na de meldingsdatum is afgegeven,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels), teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen, en met uitzondering van de volgende onderdelen: assimilatiebelichting, cyclische belichting, bedrijfsruimte(n), scherminstallaties, voorzieningen voor het opslaan van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan en voorzieningen voor het produceren van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een kas voor milieuvriendelijke productie volgens ‘On the way to PlanetProof’ kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2110 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over ‘On the way to PlanetProof’ Plantaardige producten is beschikbaar op de website www.planetproof.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en www.rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2111

Kas voor biologische teelt

  • a. bestemd voor: het bedrijfsmatig telen van gewassen in een kas volgens de voorschriften van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, wat blijkt uit een door Skal afgegeven certificaat Biologische Productie Nederland,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels), teelttechnische of klimaattechnische voorzieningen, en met uitzondering van de volgende onderdelen: assimilatiebelichting, cyclische belichting, bedrijfsruimte(n), scherminstallaties, voorzieningen voor het opslaan van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan en voorzieningen voor het produceren van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een kas voor biologische teelt kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2111 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 is beschikbaar op de website www.skal.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en www.rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2112

Groen Label Kas voor biologische teelt of milieuvriendelijke productie volgens ‘On the way to PlanetProof’

  • a. bestemd voor: het bedrijfsmatig telen van gewassen of producten in een kas waarvan is vastgesteld dat deze voldoet aan de eisen bedoeld onder a. van bedrijfsmiddel A 2113 en het bedrijfsmatig telen van gewassen plaatsvindt volgens:

    • 1. de voorschriften van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, wat blijkt uit een door Skal afgegeven certificaat Biologische Productie Nederland, of

    • 2. volgens de eisen van ‘On the way to PlanetProof’ Plantaardige producten uit de bedekte teelt, wat blijkt uit een certificaat ‘On the way to PlanetProof’ dat binnen drie jaar na de aanmeldingsbevestiging is afgegeven door de daartoe bevoegde instantie en waarbij de aanmeldingsbevestiging voor ‘On the way to PlanetProof’ binnen drie maanden na de meldingsdatum is afgegeven,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels) en teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen.

De investering in de Groen Label Kas voor biologische teelt of milieuvriendelijke productie komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Gewasgroep

€/m2 intensieve teelt

€/m2 extensieve teelt

Groenten

110

120

Bloemen

170

145

Potplanten

190

160

Uitgangsmateriaal

230

160

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112, A 2113 en F 2114 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 is beschikbaar op www.skal.nl. Informatie over ‘On the way to PlanetProof’ is beschikbaar op www.planetproof.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en www.rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2113

Groen Label Kas

  • a. bestemd voor: het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas waarbij wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • de kas voldoet aan de eisen van het Certificatieschema Groen Label Kas 13 (GLK13) met een minimumniveau van 85 punten voor extensieve teelt en 115 punten voor intensieve teelt, wat blijkt uit een voorlopig certificaat Groen Label Kas 13 (GLK13) dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad van Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en

    • binnen drie jaar na afgifte van het voorlopig certificaat GLK13 wordt een definitief certificaat GLK13 overgelegd, dan wel binnen vier jaar wordt een definitief certificaat overgelegd volgens de op dat moment geldende maatlat Groen Label Kas en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels) en teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen.

De investering in de Groen Label Kas komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Gewasgroep

€/m2 intensieve teelt

€/m2 extensieve teelt

Groenten

110

120

Bloemen

170

145

Potplanten

190

160

Uitgangsmateriaal

230

160

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112, A 2113 en F 2114 worden gemeld.

Toelichting: Het Certificatieschema Groen Label Kas 13 (GLK13) is beschikbaar op de website www.groenlabelkas.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en www.rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2114

Groen Label Kas met vis-, schaal- of schelpdierenkwekerij

  • a. bestemd voor: het gecombineerd bedrijfsmatig telen van gewassen en kweken van vis, schaal- of schelpdieren, waarbij uitwisseling van water, warmte en CO2 plaatsvindt en waarvan is vastgesteld dat de kas voldoet aan de eisen bedoeld onder a. van bedrijfsmiddel A 2113,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels), een vis-, schaal- of schelpdierenkwekerij, teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen, en met uitzondering van de volgende onderdelen: assimilatiebelichting, cyclische belichting, bedrijfsruimte(n), scherminstallaties, voorzieningen voor het opslaan van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan en voorzieningen voor het produceren van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112, A 2113 en F 2114 worden gemeld.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 2400 voor een polycultuurkwekerij voor aquatische producten.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en www.rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2130

Apparatuur voor het (micro)biologisch of mechanisch bestrijden van plagen of ziekten in tuinbouwkassen

  • a. bestemd voor: het bestrijden van plagen of ziekten in tuinbouwkassen, door:

    • 1. het inzetten van natuurlijke vijanden voor (micro)biologische bestrijding, of

    • 2. het op mechanische wijze actief laten opvliegen en wegvangen van de plaag,

  • b. bestaande uit: apparatuur of voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn voor de (micro)biologische of mechanische bestrijding, met uitzondering van het trekkende voertuig.

B 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

  • a. bestemd voor: het in een kas op biologische wijze verhogen van de weerbaarheid van planten tegen ziekten, waarbij geen chemische stoffen of metalen worden toegepast en waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt verminderd,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid, met uitzondering van wateropslagvoorzieningen en watergiftesysteem.

F 2140

Ondergrondse waterberging

  • a. bestemd voor: het individueel of collectief opslaan van water in ondergrondse bodemlagen, niet zijnde een warmte-koude opslag (WKO) of systeem voor geothermie, voor het gebruik als beregenings- of gietwater in de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrond- of bedekte teelt, waarbij door het bevoegd gezag schriftelijk toestemming is verleend voor de ondergrondse wateropslag,

  • b. bestaande uit: ondergrondse wateropslagvoorziening, putten, pompen, al dan niet filtersystemen voor het zuiveren van het te bergen water, en met uitzondering van voorzieningen voor het opvangen van het regenwater en het geschikt maken van het teruggewonnen water.

Toelichting: Onder bedekte teelt wordt ook glastuinbouw verstaan.

F 2141

Waterberging onder de kas

  • a. bestemd voor: het onder een tuinbouwkas individueel of collectief opslaan van regenwater of recirculatiewater in een afgesloten voorziening voor gebruik in de glastuinbouw,

  • b. bestaande uit: een wateropslagvoorziening onder de kas, pompen en al dan niet filtersystemen voor het zuiveren van het te bergen water, met uitzondering van de volgende onderdelen: voorzieningen voor het opvangen van het regen- of circulatiewater en voorzieningen voor het voor gebruik geschikt maken van het teruggewonnen water.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2142

Apparatuur voor het verminderen van de hoeveelheid opgepompt grondwater voor gebruik als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de hoeveelheid opgepompt grondwater voor de productie van gietwater voor gebruik in de glastuinbouw met ten minste 45% ten opzichte van de bestaande situatie, waarbij:

    • eventuele wijzigingen in de teeltcapaciteit en gewasbehoefte van de kas in de berekening van de besparing worden meegenomen,

    • de vermindering wordt gerealiseerd door het terugwinnen van water en grondstoffen uit brijn of de vergroting van regenwatergebruik, waarbij de totale regenwateropslag meer per hectare teeltoppervlak bedraagt dan wettelijk verplicht, en

    • er geen brijn in de bodem wordt gebracht,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van water en grondstoffen uit brijn of een (uitbreiding van de) regenwateropslagvoorziening of al dan niet opslagvoorzieningen voor recirculatie van (afval)water.

F 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar vaker recirculeren van drain(age)water binnen het teeltproces ten opzichte van de bestaande situatie, door het verbeteren van de verwijdering van (natrium-)zouten, waardoor de lozing van drain(age)water verminderd of vermeden wordt,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het verwijderen van zouten en al dan niet meetapparatuur.

F 2147

Systeem voor gecontroleerde lozing voor de glastuinbouw

  • a. bestemd voor: het via buffering gedoseerd lozen van afvalwater op het riool door middel van een telemetriesysteem, waarbij op afstand het moment van lozen kan worden bepaald om overbelasting van de riolering te voorkomen, voor zover deze voorziening niet verplicht gesteld is door het bevoegd gezag,

  • b. bestaande uit: een waterbuffer, leidingen, meetapparatuur (zoals niveaumeting en watermeters) en een regeleenheid.

Veehouderij

B 2200

Proefstal

  • a. bestemd voor: het houden van dieren, in een proefstal met een stalsysteem waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij, waarbij de opdracht tot meting van het in de proefstal toegepaste stalsysteem is verstrekt vóór datum van melden en wordt uitgevoerd volgens het voorgeschreven Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij of een gelijkwaardige meetmethode,

  • b. bestaande uit: een proefstal.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een proefstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2200 worden gemeld.

Toelichting: Meer informatie over de proefstalregeling is beschikbaar op de website www.rvo.nl (zie de webpagina voor de Regeling ammoniak en veehouderij).

A 2201

Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie

  • a. bestemd voor: het houden van melk- of pluimvee in een bedrijf dat dierlijke landbouwproducten produceert volgens de voorschriften van het Besluit dierlijke producten, wat blijkt uit een door Skal afgegeven certificaat Biologische Productie Nederland, en waarbij al het vee in de gehele stal wordt gehouden in één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingssystemen,

    • 1. die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij en niet zijn aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’, of

    • 2. waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij, en waarbij de voorwaarden onder punt 1 en 2 niet gelden voor een huisvestingssysteem voor jongvee indien in de melkveestal tevens jongvee wordt gehouden,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen, mestafvoer en -opslag en een hygiënesluis, met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel, het verzamelen, verwerken en het opslaan van de (eind)producten, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2201 worden gemeld.

Toelichting: De gehele stal moet zijn voorzien van één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingsystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij. Een stal voorzien van meerdere huisvestingssystemen waarvan een huisvestingssysteem is aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’ komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op de website www.skal.nl.

In bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn geen huisvestingsystemen opgenomen voor biologische varkens, waardoor een stal voor biologische varkens niet voldoet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel A 2201.

Onder melkvee wordt verstaan al het vee dat wordt gehouden voor de productie van melk.

Zie bedrijfsmiddel B 2200 voor een proefstal, bijvoorbeeld een biologische varkensstal waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij.

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

  • a. bestemd voor: het verminderen van het waterverbruik van biologische luchtwassers met ten minste 60%, door met omgekeerde osmose het spuiwater te zuiveren, waarna het gezuiverde spuiwater opnieuw wordt gebruikt in de biologische luchtwasser en het resterende concentraat nuttig wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een omgekeerde osmose-eenheid en al dan niet de volgende onderdelen: een opslagvoorziening voor het concentraat, een opslagvoorziening voor het te recirculeren waswater en voorzieningen om het behandelde spuiwater geschikt te maken voor recirculatie, met uitzondering van een luchtwasser.

B 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aan de bron gescheiden opvangen en bewaren van dierlijke mest en urine in bestaande varkens- of rundveestallen,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) apparatuur of voorzieningen die technisch noodzakelijk is voor het gescheiden opvangen en bewaren van dierlijke mest en urine en met uitzondering van mestscheidingsapparatuur.

Toelichting: Mestscheidingsapparatuur zoals schroefpersen, zeefbandpersen of decanters, komen onder B 2206 niet in aanmerking.

B 2207

Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het koelen van drijfmest in een bestaande stal waardoor de temperatuur van de drijfmest ten hoogste 15˚C bedraagt en waarbij de uit de drijfmest verkregen warmte nuttig wordt ingezet,

  • b. bestaande uit: mestkoeling, een warmtepomp en met uitzondering van de mestkelder(s).

B 2208

Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag

  • a. bestemd voor: het afdekken van een drijfmestopslag bij een veehouderij met een gasdichte voorziening, niet zijnde een vergister, waardoor de methaanemissie aantoonbaar wordt verminderd en waarbij de ontstane gassen in een gasdichte ruimte worden opgevangen en nuttig worden toegepast,

  • b. bestaande uit: een gasdichte voorziening, met uitzondering van (onderdelen van de) mestopslag en het verbrandingssysteem.

B 2209

Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het mixen van drijfmest door middel van luchtbellen in een drijfmestkelder of mestsilo van een bestaand landbouwbedrijf zonder stal(ontwerp)certificaat MDV 11 of 12, waardoor de vorming van methaan en waterstofsulfide in de drijfmestkelder of mestsilo aanzienlijk gereduceerd wordt,

  • b. bestaande uit: een compressor, een besturingseenheid, een regelklep, luchtslangen en pvc-uitlaten, met uitzondering van mestkelders en mestsilo’s.

A 2210

Duurzame melkveestal

  • a. bestemd voor: het houden van melkrundvee in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – melkveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd, dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkveestal komt ten hoogste voor € 5.000 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000.

Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd.

A 2211

Duurzame vleeskalver- of vleesveestal

  • a. bestemd voor: het houden van vleeskalveren of vleesvee in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – vleeskalverstallen of vleesveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen, mestafvoer en -opslag en een hygiënesluis, met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel, het verzamelen, verwerken en het opslaan van de (eind)producten, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2211 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

F 2212

Duurzame melkveestal met weidegang

  • a. bestemd voor: het houden van melkrundvee in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – melkveestallen met weidegang, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 met weidegang dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij de stal binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat in gebruik is genomen en er binnen drie jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat met weidegang wordt overgelegd, dan wel binnen vier jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten, en waarbij er op bedrijfsniveau aantoonbaar sprake is van weidegang van het melkrundvee,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkveestal met weidegang komt ten hoogste voor € 5.000 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000.

Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd.

A 2213

Autonome mestverzamelrobot

  • a. bestemd voor: het opzuigen van koemest op dichte stalvloeren ter vermindering van de ammoniakemissie, klauw- en uierproblemen en antibioticagebruik, waarbij de mestrobot:

    • zelfstandig met behulp van sensoren door de stal navigeert, en

    • voorzien is van waterzakken waardoor het apparaat aan de voor- en achterzijde van de vloer water sproeit, zodat de mest makkelijker verwijderd kan worden,

  • b. bestaande uit: mestverzamelrobot, waterbijvul- en oplaadstation en mestdumppunt.

B 2214

Systeem voor monitoring van diergezondheid

  • a. bestemd voor: het per koe automatisch meten en monitoren van ten minste de volgende gezondheidsparameters door individuele meting in de melk en analyse van de (herkauw)activiteit van de koe, op basis waarvan de optimale antibiotica- of hormoongift per koe bepaald wordt en waardoor het gebruik van antibiotica of hormonen op het bedrijf gereduceerd wordt:

    • uiergezondheid,

    • vruchtbaarheid,

    • voedingsbalans, en

    • energiebalans,

  • b. bestaande uit: een melkmonsterstation, een meetsysteem voor de koe-activiteit en een analyse-eenheid, met uitzondering van de kosten voor het managementsysteem.

Toelichting: Alle in de code genoemde gezondheidsparameters moeten gemeten worden. Systemen waarbij één of enkele van de gezondheidsparameters gemeten worden komen niet in aanmerking. Een combinatie van systemen die samen alle gezondheidsparameters meten kan wel gemeld worden.

Zie bedrijfsmiddel A 2215 voor systemen waarbij de gezondheidsparameters uitsluitend in de melk gemeten worden.

A 2215

Systeem voor monitoring van diergezondheid uitsluitend via de melk

  • a. bestemd voor: het op een melkveebedrijf per koe automatisch meten en monitoren van ten minste de volgende gezondheidsparameters in de melk op basis waarvan de optimale antibiotica- en hormoongift per koe bepaald wordt en waardoor het gebruik van antibiotica en hormonen op het bedrijf gereduceerd wordt:

    • uiergezondheid,

    • vruchtbaarheid,

    • voedingsbalans, en

    • energiebalans,

  • b. bestaande uit: een melkmonsterstation en een analyse-eenheid, met uitzondering van de kosten voor het managementsysteem.

Toelichting: Het monitoringsysteem moet alle gezondheidsparameters in de melk meten.

Zie bedrijfsmiddel B 2214 voor systemen waarbij bijvoorbeeld een of enkele gezondheidsparameters niet in de melk gemeten worden maar op een andere manier.

A 2216

Uv-behandelingsinstallatie voor rauwe (biest)melk

  • a. bestemd voor: het met uv-licht bestrijden van bacteriën in rauwe (biest-)melk zodat deze melk een veilige voeding wordt voor kalveren van een melkveehouder, waarbij de vitale voedingsstoffen in de melk worden behouden,

  • b. bestaande uit: een module met uv-lampen, een reinigingsautomaat, een besturingsautomaat en een melkvat.

A 2218

Automatisch ruwvoermengsysteem voor rundvee

  • a. bestemd voor: het vergroten van de rantsoenefficiëntie en het verkleinen van de kans op voedingsstoornissen bij rundvee door:

    • 1. het automatisch en gemengd voeren van ruwvoeders met een mengsysteem dat zich zelfstandig door de stal voortbeweegt op basis van elektrische energie,

    • 2. het meerdere keren per dag automatisch en gemengd voeren van ruwvoeders met een elektrisch aangedreven voerband die het voer bij de juiste groep dieren lost, of

    • 3. het met luchtdruk, een vijzel, een spiraal of een ketting door een buizensysteem automatisch gemengd voeren van ruwvoeders al dan niet in combinatie met krachtvoer, en

    waarbij onder punt 1, 2 en 3 het meest optimale voermoment bepaald wordt door het nog aanwezige voer bij de betreffende groep dieren automatisch te meten of te berekenen op basis van de hoeveelheid verstrekt voer, het ingegeven dagrantsoen per dier, het aantal dieren per groep en het voertijdstip,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a, punt 1: een voerkeuken, een voergrijper, een mineraal- en brokdoseerinrichting, een besturingssysteem, een zelfstandig voortbewegende voerrobot, sensoren voor de routebepaling en al dan niet de volgende onderdelen: een geleiderail en oplaadstation, en met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties,

    • 2. met betrekking tot onderdeel a, punt 2: voerbunkers, voerband(en), afschuifploeg voor het lossen van het voer, sensoren en een besturingssysteem, met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties, of

    • 3. met betrekking tot onderdeel a. punt 3: voorraadbunkers voor ruwvoer, een menger, een mineraal- en brokdoseerinrichting, buizensysteem, sensoren en besturingssysteem, met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties.

B 2219

Permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen

  • a. bestemd voor: het afdekken van kuilvoer met een mechanisch op- en afrolbaar permanent dekkleed voorzien van kanalen die met water gevuld worden om het kuilvoer aan te drukken,

  • b. bestaande uit: een dekkleed met waterslurven en een afdekmachine.

A 2220

Duurzame varkensstal

  • a. bestemd voor: het houden van varkens in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – varkensstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd, dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

€ per dierplaats

Vleesvarkens

500

Gespeende biggen

300

Guste en dragende zeugen

1.400

Kraamzeugen

3.500

Dekberen

3.400

Investeringen in een duurzame varkensstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2220 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

A 2230

Duurzame pluimveestal

  • a. bestemd voor: het houden van pluimvee, niet zijnde eenden of kalkoenen, in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 - pluimveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd, dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

Punten behaald op maatregel 1 van dierenwelzijnmaatlat

€ per dierplaats

Opfok legouderdieren en leghennen

0–3

4–7

8–11

12

18,50

20,00

23,00

27,50

Productie legouderdieren en leghennen

0–3

4–7

8–9

10

23,50

30,00

42,00

52,00

Opfok vleeskuikenouderdieren

0–1

2–3

4

29,00

36,00

48,00

Productie vleeskuikenouderdieren

0–1

2–3

4

54,00

62,00

70,00

Vleeskuikens

0–3

4–6

7–8

9

14,50

17,50

21,50

26,00

Investeringen in een duurzame pluimveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2230 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

G 2235

Stofemissiereducerende technieken voor pluimveestallen

  • a. bestemd voor: het verminderen van de emissie van stof van een pluimveestal zonder stal(ontwerp)certificaat MDV door toepassing van één of meer technieken die zijn vermeld in de op grond van artikel 66, aanhef en onderdeel i, van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 gepubliceerde lijst van emissiefactoren fijnstof voor veehouderij, voor zover deze voorziening niet wettelijk verplicht is,

  • b. bestaande uit: stofemissiereducerende technieken.

Toelichting: De lijst van emissiefactoren staat in de publicatie ‘emissiefactoren fijnstof voor veehouderij’. Deze publicatie is te vinden op www.rijksoverheid.nl of via internet met zoekterm ‘emissiefactoren fijnstof’.

A 2290

Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal

  • a. bestemd voor: het houden van konijnen, eenden of kalkoenen in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – konijnenstallen of pluimveestallen, onderdeel eenden- of kalkoenenstal, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen, mestafvoer en -opslag en een hygiënesluis, met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel, het verzamelen, verwerken en het opslaan van de (eind)producten, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2290 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

A 2291

Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal

  • a. bestemd voor: het houden van melkgeiten of melkschapen in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDV 12 – melkgeiten- of melkschapenstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 12 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat wordt overgelegd, dan wel binnen drie jaar een stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen, mestafvoer en -opslag en een hygiënesluis, met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel, het verzamelen, verwerken en het opslaan van de (eind)producten, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2291 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

D 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

  • a. bestemd voor: het gericht voeren van krachtvoer aan melkgeiten met een elektrische installatie, door specifiek het rantsoen per geit vast te stellen, waardoor minder krachtvoer wordt verspild, de diergezondheid verbetert, antibioticagebruik wordt verminderd en minder uitval van geiten optreedt,

  • b. bestaande uit: elektrisch systeem voor het verstrekken van krachtvoer.

B 2299

Ondergrondse kadaverkoeling met natuurlijk koudemiddel

  • a. bestemd voor: het ondergronds koelen van kadavers waarbij de kadaverkoelplaats:

    • door middel van een natuurlijk koudemiddel wordt gekoeld, en

    • vloeistofdicht is uitgevoerd, wat wordt aangetoond door middel van een certificaat,

  • b. bestaande uit: een ondergrondse vloeistofdichte kadaverkoelplaats met natuurlijk koudemiddel.

Landbouwapparatuur

A 2310

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

  • a. bestemd voor: het in de open lucht in teeltgoten telen van gewassen:

    • waarvan het gangbaar is dat deze in de volle grond geteeld worden,

    • waarbij nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen niet uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater, en

    • waarbij het drainwater wordt opgevangen en gerecirculeerd,

  • b. bestaande uit: een teeltsysteem en een water- en mestgiftsysteem, met uitzondering van een regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2310 komen alleen teeltsystemen in de open lucht in aanmerking. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking.

B 2311

Productieapparatuur voor zilte teelt

  • a. bestemd voor: het telen van zilte gewassen zonder dat gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen en andere chemische toevoegingen, en waarbij de zilte teelt is toegestaan volgens de op de meldingsdatum geldende milieuvergunning of omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor de teelt van zilte gewassen.

B 2315

Teeltsysteem voor bladgewassen op water

  • a. bestemd voor: het telen van bladgewassen, niet zijnde witlof, in een teeltsysteem waarbij:

    • de gewassen op water worden geteeld,

    • voor de teelt uitsluitend gebruik wordt gemaakt van zonlicht of ledverlichting,

    • geen (pot)grond wordt gebruikt, en

    • het gebruikte water wordt gerecirculeerd,

  • b. bestaande uit: een teeltsysteem met bijbehorende teelttechnische voorzieningen, met uitzondering van de volgende onderdelen: ledverlichting, waterrecirculatiesysteem, klimaattechnische voorzieningen, kas en gebouwen.

A 2316

Milieuvriendelijke productie van gewassen of producten in een gebouw volgens ‘On the way to PlanetProof’

  • a. bestemd voor: het milieuvriendelijk produceren van gewassen of producten in een gebouw, niet zijnde een kas, waarvan is vastgesteld dat de productie voldoet aan de eisen van ‘On the way to PlanetProof’ Plantaardige producten uit de bedekte teelt, wat blijkt uit een certificaat ‘On the way to PlanetProof’ dat binnen drie jaar na de aanmeldingsbevestiging is afgegeven door de daartoe bevoegde instantie en waarbij de aanmeldingsbevestiging voor ‘On the way to PlanetProof’ binnen drie maanden na de meldingsdatum is afgegeven,

  • b. bestaande uit: teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen, met uitzondering van de volgende onderdelen: het gebouw, assimilatiebelichting, cyclische belichting, voorzieningen voor het opslaan of produceren van CO2, elektriciteit of warmte, kosten voor grond en kosten voor sloop.

Toelichting: Informatie over ‘On the way to PlanetProof’ Plantaardige producten is beschikbaar op de website www.planetproof.nl.

F 2319

Insectenkweeksysteem

  • a. bestemd voor: het kweken van insecten ter vervanging van andere eiwitbronnen voor humane voeding of diervoer, of voor toepassing in farmaceutica, waarbij de kweek van de insecten en het voedsel voor de insecten, dat niet bestaat uit (bestanddelen van) vis, wettelijk zijn toegestaan,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem van insecten, met uitzondering van gebouwen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zowel de kweek van de insectensoort als het voedsel waarop de insecten worden gekweekt moeten wettelijk zijn toegestaan. Kweek van insecten op voedsel dat (deels) bestaat uit vis komt niet in aanmerking vanwege het niet-duurzame karakter van dit voedsel.

Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld een insectenkwekerij voor humane voedingsproducten, diervoer of farmaceutica betreffen. Onder het kweken van insecten wordt ook de opfok van insecten verstaan. Zowel ‘breeding’ als ‘rearing’ van insecten komt in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 2613 voor apparatuur voor de verwerking van insecten tot producten.

D 2320

GPS-nauwkeurig systeem voor lokale meting van klimaatgegevens

  • a. bestemd voor: het doen van lokale plantenziektenkundig relevante waarnemingen van klimatologische aard met een GPS-nauwkeurig meetsysteem op een land- of tuinbouwbedrijf,

  • b. bestaande uit: een GPS-nauwkeurig meetsysteem, temperatuursensoren en al dan niet de volgende onderdelen: lichtsensoren, een elektronische verwerkings- en registratie-installatie, een sturingsinstallatie en plantsensoren.

A 2321

Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening met doponafhankelijke aansturing

  • a. bestemd voor: het neerwaarts toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen aan landbouwgewassen waarbij:

    • rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in het gewas aanwezige plaagdruk, onkruiddruk of ziektedruk,

    • de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een GPS/GIS-systeem worden vastgelegd,

    • vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid door een regeleenheid wordt bepaald, en

    • de spuitmachine door een regeleenheid op basis van taakkaarten per dop onafhankelijk het middel aan het gewas toedient,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine, een GPS/GIS-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem, een doponafhankelijke aansturing met GPS/GIS-koppeling, een aanpassings- of stuursysteem voor de spuitmachine, al dan niet de volgende onderdelen: meetapparatuur met GPS/GIS-koppeling, een ISObus 11783-systeem, een systeem voor het bepalen van de spuitdruk waarbij automatisch de juiste spuitdop wordt ingesteld, een volledig gesloten vulsysteem, een plantherkenningssysteem en onkruidsensoren, en met uitzondering van boomgaardspuitmachines en spuitmachines die het gewas op- en zijwaarts bespuiten.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 2330 voor boomgaardspuitmachines.

B 2322

Apparatuur voor plaatsspecifiek bemesten

  • a. bestemd voor: het zodanig toedienen van meststoffen dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in de grond aanwezige voorraad meststoffen, waarbij:

    • de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een GPS/GIS-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter worden vastgelegd,

    • vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid meststoffen door een regeleenheid wordt bepaald,

    • in geval van een mestinjectie-machine of zodenbemester door een regeleenheid op basis van taakkaarten per sectie of per dop onafhankelijk het middel of de mest aan het gewas wordt toegediend, en

    • in geval van vaste mest- of organische stofstrooiers door een regeleenheid op basis van taakkaarten gebaseerd op bodemscans of grondmonsters plaatsspecifiek meer of minder mest wordt toegediend aan het gewas,

  • b. bestaande uit: bemestingsapparatuur, meetapparatuur met GPS/GIS-koppeling, een GPS/GIS-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem en al dan niet de volgende onderdelen: sensoren, een plantherkenningssysteem, een ISObus 11783-systeem, een automatisch sectieafsluitingssysteem met GPS/GIS-koppeling, een sneltester voor stikstof, een NIR-sensor in de mesttank en een uitschuifbare as bij een mestinjectie-machine of een zodenbemester. Bemestingseenheden op zaai-, poot- en plantmachines, granulaatstrooiers en kunstmeststrooiers komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2321 voor spuitmachines voor plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen met doponafhankelijke aansturing.

D 2323

Monitoringssysteem voor plantactiviteit

  • a. bestemd voor: het systematisch waarnemen van plantactiviteit bij een land- of tuinbouwbedrijf, waarop direct gestuurd wordt door de procescomputer bij het toedienen van water, meststoffen of gewasbeschermingsmiddelen,

  • b. bestaande uit: een plantactiviteitssensor, een elektronisch verwerkings- en registratiesysteem en al dan niet de volgende onderdelen: plantsensoren, een infraroodcamera voor meting van de gewastemperatuur en een fotosynthesemeter, met uitzondering van de volgende onderdelen: procescomputer en apparatuur voor het toedienen van water, meststoffen of gewasbeschermingsmiddelen.

B 2324

Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening in de open teelt

  • a. bestemd voor: het bestrijden van ziekten, plagen en onkruiden door het plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan een gewas in de open teelt, waarbij sensoren detecteren waar de plant of het onkruid staat, waarop de spuitdoppen worden aangestuurd en waardoor alleen gewasbeschermingsmiddel wordt toegediend waar het onkruid of de plant staat,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine, sensoren, spuitdoppen, een computer, een regeleenheid, een sensorbesturing van de spuitboom en al dan niet een volledig gesloten vulsysteem.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2326

Sensor voor het meten van biomassa

  • a. bestemd voor: het meten van gewasparameters van landbouwgewassen op basis van gewasreflectie met een (nabij-)infrarood sensor op basis waarvan de hoeveelheid toe te dienen meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of loofdodingsmiddelen direct wordt bepaald en toegediend met een regeleenheid,

  • b. bestaande uit: een gewassensor, een montageset, een bedieningspaneel, een regeleenheid, softwaremodules, aansluitkabels, een GPS/GIS-systeem en al dan niet een sneltester voor stikstof, met uitzondering van apparatuur voor het toedienen van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of loofdodingsmiddelen.

B 2330

Boomgaardspuitmachine

  • a. bestemd voor: het in horizontale richting bespuiten van boomgaarden met een spuitmachine die het gewasbeschermingsmiddel in de vorm van grote druppels het gewas inblaast, waarbij indien een GPS/GIS-systeem toegepast wordt het systeem een afwijking van ten hoogste 10 centimeter heeft, waarbij de spuitmachine:

    • 1. door middel van een laserscanner nauwkeurig de spuitplek bepaalt, of

    • 2. ten minste 95% driftreductie realiseert,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine en al dan niet de volgende onderdelen: een GPS/GIS-systeem, sensoren, een laserscanner en een volledig gesloten vulsysteem.

A 2336

Uv-gewasbeschermingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het doden van plantpathogenen in grasvelden of land- en tuinbouwgewassen door behandeling met uv-licht, ter stimulering van geïntegreerde gewasbescherming en beperking van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen,

  • b. bestaande uit: een hangende, getrokken of zelfrijdende gewasbeschermingsinstallatie, uv-lampen, voeding en meet- en regelapparatuur, met uitzondering van het trekkend voertuig of de rail.

E 2337

Spuitmachine met driftbeperkend systeem voor de open teelt

  • a. bestemd voor: het toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen aan open teelt gewassen met een systeem dat de drift van de toegediende middelen aantoonbaar met ten minste 95% reduceert ten opzichte van een spuitmachine zonder driftbeperkende voorzieningen,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine met een driftbeperkend systeem en al dan niet een volledig gesloten vulsysteem of een systeem voor het bepalen van de spuitdruk waarbij automatisch de juiste spuitdop wordt ingesteld.

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik en de verspreiding van chemische middelen in de fruitteelt en het voorkomen van hagelschade aan fruit door toepassing van hagelnetten,

  • b. bestaande uit: hagelnetten en een ondersteuningsconstructie voor de hagelnetten.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.

F 2340

Omgekeerde, onderwater- of peilgestuurde drainage

  • a. bestemd voor: het via drainage reguleren van het grondwaterpeil van één of meerdere landbouwpercelen, waarbij er sprake is van omgekeerde drainage, onderwaterdrainage of het drainagesysteem is aangesloten op een verzamelput met verstelbare overstort of een sloot met een regelbare stuw, waardoor verdroging, verzilting, te natte landbouwgrond en afspoeling van meststoffen wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: een drainagesysteem onder het perceel, een verzameldrain en al dan niet de volgende onderdelen: een verzamelput met verstelbare overstort of een regelbare stuw, een meetsysteem voor het meten van het grondwaterpeil en een pomp.

B 2341

Emissiearm erf bij een akkerbouw- of veehouderijbedrijf

  • a. bestemd voor: het tegengaan van erfafspoeling bij een akkerbouw- of veehouderijbedrijf door een erf dat voldoet aan de eisen van de Maatlat Schoon Erf MSE 2, wat blijkt uit een (ontwerp)certificaat MSE 2 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpcertificaat MSE 2 een MSE 2 certificaat wordt overgelegd, dan wel binnen 3 jaar een MSE certificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Schoon Erf en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: voorzieningen voor een emissiearm erf.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen uitgaande van de eenheden zoals vermeld op het certificaat MSE 2:

€ 12.500 per 500 m2 erfverharding

€ 30.000 per 500 m2 sleufsilo

€ 10.000 per 100 m2 mestsilo

€ 15.000 per wasplaats

€ 300 per 3.000 liter infiltratievoorziening

€ 2.500 per stuk straatkolken bij koepad/dierenverblijven op het erf

€ 250 per 3.000 liter opvangput in combinatie met erfverharding, koepad of dierverblijven op het erf, niet zijnde perssappenopvang

€ 175 per 10 m2 overkapping in combinatie met sleufsilo, mestsilo, wasplaats, koepad of dierverblijven op het erf

Investeringen in een emissiearm erf kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2341 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Schoon Erf is beschikbaar op de website www.maatlatschoonerf.nl. Op deze website zijn tevens te vinden de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen, aanvullende besluiten en een module voor het berekenen van het maximale bedrag dat in aanmerking komt.

F 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

  • a. bestemd voor: het reinigen van fusten of kisten voor de opslag van landbouwproducten met een reinigingsinstallatie,

    • die op het eigen bedrijfsterrein staat opgesteld,

    • waarmee uitsluitend fusten of kisten van het eigen agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, worden gereinigd,

    • die de fusten of kisten volautomatisch reinigt zonder handmatige tussenkomst,

    • die is voorzien van een gesloten systeem waarin de wasvloeistof wordt opgevangen voor recycling of zuivering, en

    • waarbij de af te voeren wasvloeistof conform de daarvoor geldende voorschriften uit het Activiteitenbesluit wordt afgevoerd,

  • b. bestaande uit: een volautomatische fusten- of kistenreiniger.

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

  • a. bestemd voor: het voorkomen van afspoeling van fosfaat via het drainwater van bloembollenpercelen door absorptie aan ijzerzand door toepassing van:

    • 1. met ijzerzand omhulde drains in het perceel,

    • 2. ijzerzand als absorberende laag in het perceel, of

    • 3. ijzerzand in een aan een bloembollen perceel grenzende oever of watergang,

  • b. bestaande uit: met ijzerzand omhulde drains of toepassing van ijzerzand in de watergang, een waterberging in een krattensysteem of een bassin op het perceel.

F 2345

Biologisch systeem voor het verwijderen gewasbeschermingsmiddelen

  • a. bestemd voor: het op biologische wijze behandelen van met gewasbeschermingsmiddelen verontreinigd spoel- of afvalwater uit de land- en tuinbouw, niet zijnde de glastuinbouw, in een biologisch systeem, waarbij het water verdampt of geconcentreerd wordt en reststromen, zoals het substraat en het geconcentreerde afvalwater, worden afgevoerd naar een erkend afvalverwerkingsbedrijf of, in geval van substraat, ten minste één jaar wordt gecomposteerd,

  • b. bestaande uit: biologisch waterbehandelingssysteem met bijbehorende overkapping en een afvalwaterbuffer, met uitzondering van de volgende onderdelen: wasplaats, olie/water-afscheider en slibvangput.

B 2347

Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen

  • a. bestemd voor: het bewaren van bloembollen tijdens opslag, transport of ontsmetten, waarbij gebruik wordt gemaakt van kuubkisten vervaardigd van materialen die aantoonbaar geen vocht opnemen, wat direct een besparing aan chemische middelen oplevert,

  • b. bestaande uit: kuubkisten voor bloembollen gemaakt van materiaal dat geen vocht opneemt.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 350 per kuubkist worden ten minste 8 kuubkisten tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 2349

Spuitmachine met restvloeistofreductie

  • a. bestemd voor: het voorkomen van het ontstaan van restvloeistof in de spuittank bij het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan gewassen in de landbouw, bloembollen-, boom- of fruitteelt, niet zijnde glastuinbouw, door een systeem waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine met een selectieve doseringseenheid of een volledig gescheiden vloeistofsysteem voor gewasbeschermingsmiddelen en schoon water, en al dan niet een volledig gesloten vulsysteem.

A 2350

Mechanische onkruidbestrijdingsmachine met GPS/GIS-systeem

  • a. bestemd voor: het mechanisch bestrijden van onkruid tussen de rijen van het gewas met behulp van een GPS/GIS-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter,

  • b. bestaande uit: een mechanische onkruidbestrijdingmachine, GPS/GIS-systeem en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren, een plantherkenningssysteem, een autopilotsysteem en een klaverdoorzaaimodule.

A 2351

Intrarijwieder

  • a. bestemd voor: het mechanisch of pneumatisch bestrijden van onkruid zowel tussen als in de rijen van het gewas,

  • b. bestaande uit: een intrarijwieder met een mechanisch of pneumatisch onkruidbestrijdingssysteem en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren en een plantherkenningssysteem.

B 2352

Mechanische onkruidknipper

  • a. bestemd voor: het doorsnijden van de dikkere stengels van onkruid met een machine voorzien van kam- en kniptechniek, waarbij het geteelde gewas niet wordt beschadigd en de onkruiddruk in akkerbouwgewassen of grasland wordt verminderd,

  • b. bestaande uit: een mechanische onkruidknipper met een vingerbalk, messen en een bezem.

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

  • a. bestemd voor: het zaaien van sojazaden en al dan niet andere zaden met een precisiezaaimachine zodat er een optimale verdeling van de zaden per vierkante meter plaatsvindt en waarbij het GPS/GIS-systeem een afwijking heeft van ten hoogste 10 centimeter,

  • b. bestaande uit: een precisiezaaimachine, een GPS/ GIS-systeem en een bedieningsterminal.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Om in aanmerking te komen voor A 2353 moet worden aangetoond dat de precisiezaaimachine ook gebruikt wordt voor het telen van soja.

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

  • a. bestemd voor: het oogsten van sojabonen met een flexibel maaibord waarbij:

    • de sojabonen laag bij de grond worden geoogst,

    • het hydraulisch systeem van de oogstmachine af-fabriek gevuld is met bio-olie, wat blijkt uit een Europees Ecolabel-certificaat (volgens Besluit 2011/381/EU van de Commissie van 24 juni 2011 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan smeermiddelen (PbEU 2011, L169)) of een Blauer Engel-certificaat (volgens RAL-UZ 178), en

    • in geval van een getrokken machine het hydraulisch systeem bestemd is voor aandrijving van de machine,

  • b. bestaande uit: een flexibel maaibord.

Toelichting: Voor informatie over bio-olie zie onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage en de website www.biosmeermiddelen.nl.

E 2359

Potafdekinstallatie

  • a. bestemd voor: het in de boom-, vaste planten- of sierteelt tegengaan van de groei van onkruid in de potten, door het machinaal strooien van een afdeklaag bestaande uit los organisch materiaal op de bovenzijde van het substraat,

  • b. bestaande uit: een elevator, een doseersysteem, transportbanden en een trilsysteem.

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met GPS-gestuurde afschakeling per rij

  • a. bestemd voor: het gelijktijdig met het zaaien, poten, planten, frezen, schoffelen of aanaarden per rij gedoseerd toedienen van vloeibare kunstmest of de vloeibare fractie die rest na de verwerking van dierlijke meststoffen, in de grond vlakbij het zaad, de knol of het plantje, waarbij er plaatsspecifiek meer of minder mest wordt gegeven met behulp van een GPS/GIS-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter,

  • b. bestaande uit: een geheel van een tank voor vloeibare meststoffen, een regeleenheid om vloeistof te sturen en doseren, een schoonwatertank, een verdeelset, doseerslangen, een aangepaste injectiekouter of -tand, een GPS/GIS-systeem, GPS/GIS-gestuurde afsluitkleppen, opbouw op een plant-, poot- of zaaimachine en een slangenpompset of een membraan-, een centrifugaal- of een tandwielpomp, en met uitzondering van de volgende onderdelen: de plant-, poot-, of zaaimachine, granulaatstrooiers, sleepslangdoseersystemen, sleepslang- en zodenbemesters.

D 2361

Fertigatiesysteem

  • a. bestemd voor: het gereguleerd doseren van water en meststoffen, al dan niet in combinatie met gewasbeschermingsmiddelen, aan gewassen in de vollegrondteelt, niet zijnde glastuinbouw, ter voorkoming van uitspoeling,

  • b. bestaande uit: vochtmeetapparatuur, een regeleenheid, een waterafgiftesysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een lichtmeter en apparatuur voor het bepalen van het mineralengehalte.

B 2370

Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt

  • a. bestemd voor: het verlagen van de bodemdruk in de open teelt, ter behoud van de bodemstructuur, door:

    • 1. rupsbanden voor tractoren, of

    • 2. brede banden voor tractoren en (zelfrijdende) machines, in combinatie met een luchtdrukwisselsysteem,

  • b. bestaande uit: rupsbanden of brede banden voor tractoren of (zelfrijdende) machines en een luchtdrukwisselsysteem.

Aquacultuur

F 2400

Polycultuurkwekerij voor aquatische producten

  • a. bestemd voor: het kweken van twee of meer aquatische productgroepen (planten, vissen, weekdieren, schaaldieren, schelpdieren, insecten, ringwormen en overige lagere diersoorten) waarbij:

    • ten minste één van de gekweekte productgroepen als voedsel dient voor een andere productgroep,

    • dierlijke producten worden verkregen van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van kweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem, een real-time monitoringsysteem voor waterkwaliteit, en al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem, met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 2114 voor een Groen Label Kas met vis-, schaal- of schelpdierenkwekerij.

F 2410

Duurzame viskwekerij

  • a. bestemd voor: het kweken van vis in een viskwekerij die voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9, onderdeel MDA 9 – viskwekerijen, wat blijkt uit een (ontwerp)certificaat MDA 9 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarbij binnen twee jaar na afgifte van het voorlopige certificaat een definitief certificaat wordt overgelegd, dan wel binnen drie jaar een definitief certificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een viskwekerij en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameaquacultuur.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

F 2411

Duurzame pootviskwekerij

  • a. bestemd voor: het opkweken van pootvis in een viskwekerij, waarbij:

    • de pootvis verkregen wordt van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een pootviskwekerij, een real-time monitoringssyteem voor het effluent, waterzuiveringsapparatuur, al dan niet een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2420

Schaal- en schelpdierbroedinstallatie

  • a. bestemd voor: het broeden en opkweken van schaal- en schelpdieren uit ouderdieren, waarbij:

    • er geen sprake is van broeden en opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een broedinstallatie, een kweeksysteem, een real-time monitoringssyteem voor het effluent, al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2421

Schaal- of schelpdierkwekerij

  • a. bestemd voor: het kweken van schelp- of schaaldieren, waarbij:

    • de juveniele schelp- of schaaldieren worden verkregen van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van broeden en opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem, een real-time monitoringssyteem voor het effluent, al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2430

Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

  • a. bestemd voor: het produceren van algen, kroos of (zee)wieren, waarbij de geproduceerde algen, kroos of (zee)wieren worden ingezet voor:

    • 1. het kweken van vis, schaal- of schelpdieren, of

    • 2. het produceren van hoogwaardige grondstoffen voor bestrijdingsmiddelen, voedingsmiddelen, cosmetica, farmaceutica, industriële of andere toepassingen, niet zijnde brandstof of een andere energiedrager, en waarbij het restproduct al dan niet een energietoepassing krijgt,

  • b. bestaande uit: een productiesysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een behandelingseenheid voor recirculatie van de voedingsoplossing, een oogstsysteem en apparatuur voor verwerking tot grondstof.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn: eiwitten, suikers, oliën, vitamines, bindmiddelen, kleurstoffen en antioxidanten.

Visserij

F 2510

Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten

  • a. bestemd voor: het ter vermijding van bijvangst verdrijven van walvisachtigen door aan visnetten bevestigde apparatuur die ultrasoon geluid produceert met een variabele pulssnelheid, voor zover die visnetten niet genoemd zijn in bijlage I van Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de bijvangsten van walvisachtigen bij de visserij en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 88/98 (PbEU 2004, L 150),

  • b. bestaande uit: akoestische afschrikkingsapparatuur.

F 2511

Boomkor-vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip

  • a. bestemd voor: het verminderen van bijvangst en schade aan de bodem door het volledig vervangen van boomkorvistuig en -installaties door een alternatieve visinstallatie op een bestaand visserijschip, waarbij uit de op de meldingsdatum geldende vismachtiging die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening voor het schip heeft afgegeven, blijkt dat niet meer met boomkor wordt gevist,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van de) visinstallatie en het verwijderen van de boomkorinstallatie, met uitzondering van pulskorvisinstallaties en hydrorig-vleugelinstallaties.

Toelichting: Voor pulskorvisinstallaties en hydrorig-vleugelinstallaties zie de bedrijfsmiddelen 221222 en 340000 van de energie-investeringsaftrek.

F 2515

Overlevingsbak of -bun met verbeterde terugvoer voor bijvangst in de visserij

  • a. bestemd voor: het ter verhoging van de overlevingskans van bijvangst in de visserij, opvangen en automatisch sorteren van de bijvangst in een overlevingsbak of -bun met een terugvoermogelijkheid voor onbedoelde vangsten die wettelijk teruggezet moeten of mogen worden door een diep in het water stekende buis, en waarbij:

    • de dode bijvangst op het schip wordt opgeslagen,

    • de werking van het systeem is aangetoond door een relevante en erkende onderzoeksorganisatie, en

    • de overlevingsbak of -bun niet wettelijk verplicht is,

  • b. bestaande uit: een opvangbak of -bun met sorteervoorziening, een terugvoersysteem en al dan niet een opslagtank voor dode bijvangst.

A 2520

Roestvast stalen dipkoeltank voor schaaldieren op een visserijschip

  • a. bestemd voor: het aan boord van een visserijschip conserveren van schaaldieren door een vast opgesteld, luchtdicht afsluitbaar roestvast stalen vat, waarin SC-20 als conserveringsmiddel wordt gebruikt, ter vervanging van dipkoeling met natriumbisulfiet of een derivaat daarvan,

  • b. bestaande uit: luchtdicht afsluitbaar roestvast stalen vat.

F 2590

Balenpers voor plastic afval op zeeschepen

  • a. bestemd voor: het minimaliseren van plastic afvalopslag op zeegaande (visserij)schepen varend onder Nederlandse vlag, met een vast aan boord opgestelde balenpers, waarbij het plastic afval ter verwerking afgegeven wordt aan een havenontvangstinstallatie,

  • b. bestaande uit: een balenpers en al dan niet geïntegreerde zonnecellen voor de energievoorziening.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is onderdeel van de Green Deal ‘Visserij voor een Schone Zee’ en de Green Deal ‘Scheepsafvalketen’.

Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

  • a. bestemd voor: het op of in de nabijheid van het land waar de landbouwgewassen voor het proces zijn geteeld, uitvoeren van kleinschalige, decentrale processtappen in de verwerking van het gewas waarvan het gangbaar is dat die processtappen centraal en fabrieksmatig plaatsvinden met als doel kringlopen te verkleinen en daarmee nutriënten op het land te houden en afval bij de fabriek te vermijden,

  • b. bestaande uit: verwerkingsapparatuur en -voorzieningen voor lokale verwerking, en met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur en voorzieningen voor het transporteren, sorteren, verpakken, schoonmaken en opslaan van primaire landbouwproducten, gebouwen en mobiele machines.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld kleinschalige en lokale fermentatie-apparatuur, als het gangbaar is om dat fabrieksmatig en centraal te doen.

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten in de voedingsmiddelenindustrie

  • a. bestemd voor: het tot humane voedingsmiddelen verwerken van hoogwaardige voedingsmiddelen die worden gezien als overschotten, minder vers zijn of zijn afgekeurd,

    • die voldoen aan geldende wetgeving op gebied van traceerbaarheid en voedselveiligheid,

    • die in de gangbare praktijk een laagwaardigere toepassing zouden krijgen, zoals vergisting, compostering of verwerking tot diervoeder,

    • waarbij wordt aangetoond dat de verwerking milieuvriendelijker is dan de gangbare verwerking van de betreffende stroom, en

    • waarbij het restproduct al dan niet een energietoepassing krijgt,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor de verwerking van hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld apparatuur zijn voor het verwerken van oud brood of optisch afgekeurde groenten en fruit.

F 2602

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

  • a. bestemd voor: de verwerking van een laagwaardige plantaardige en aantoonbaar onvermijdbare reststroom, waarbij:

    • de reststroom wordt ingezet als voedsel voor insecten,

    • de reststroom in de gangbare praktijk laagwaardiger wordt ingezet zoals voor vergisting of compostering,

    • het voedsel voor de insecten wettelijk is toegestaan,

    • de insecten worden gekweekt voor de productie van voedingsmiddelen of ingrediënten voor humane consumptie of vis- of veevoer, en

    • wordt aangetoond dat de verwerking milieuvriendelijker is dan de gangbare verwerking van de betreffende stroom,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor de verwerking van laagwaardige plantaardige reststromen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 2319 voor een insectenkweeksysteem.

F 2603

Apparatuur voor het opwaarderen van bierbostel tot humane voeding

  • a. bestemd voor: het opwaarderen van bierbostel tot humane voedingsmiddelen die voldoen aan geldende wetgeving op gebied van traceerbaarheid en voedselveiligheid,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het opwaarderen van bierbostel tot humane voedingsmiddelen.

F 2610

Apparatuur voor het vervaardigen van vleesvervangers

  • a. bestemd voor: het vervaardigen van vleesvervangers op basis van plantaardige grondstoffen of (grondstoffen uit) schimmels,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor vleesvervangers.

F 2612

Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis

  • a. bestemd voor: het verdoven, slachten en verwerken van gekweekte vis, waarbij:

    • de verwerking plaatsvindt binnen 25 kilometer van de kwekerij,

    • het bedrijf waar de vis wordt bedwelmd en gedood, apparatuur heeft die de vis binnen één seconde bedwelmd en vervolgens gedood zonder dat de vis bijkomt, en

    • op de transportwagen voor aan- en afvoer van levende vis, apparatuur aanwezig is die tijdens transport het zuurstofniveau meet en aanpast waardoor het zuurstofgehalte ten hoogste 110% bedraagt en meetapparatuur voor de waterkwaliteit aanwezig is die ten minste de watertemperatuur meet en de mogelijkheid biedt dit tijdens transport automatisch bij te sturen,

  • b. bestaande uit: verdovings- en slachtapparatuur, verwerkingsapparatuur en -voorzieningen en meetapparatuur en voorzieningen ter beheersing van de waterkwaliteit tijdens transport, met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur en voorzieningen voor het sorteren, verpakken en opslaan van vis, schaal-of schelpdieren, gebouwen en mobiele machines.

Toelichting: Bovengenoemde eisen voor transport, verdoving en doding zijn gebaseerd op het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur 9 onder punten 1a, 3, 4 en 5. Het certificatieschema is beschikbaar op de website www.maatlatduurzameaquacultuur.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.

F 2613

Verwerkingsapparatuur voor insecten

  • a. bestemd voor: het verwerken van insecten tot een product dat wettelijk is toegestaan,

  • b. bestaande uit: verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor insecten, met uitzondering van gebouwen.

Toelichting: Verwerkingsapparatuur voor insecten kan betrekking hebben op het scheiden van insecten in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten. Ook apparatuur voor het verwerken van insecten tot voer- of voedingsproducten kan in aanmerking komen. Zie bedrijfsmiddel F 2319 voor een insectenkweeksysteem.

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen of uien

  • a. bestemd voor: het met een camerasysteem automatisch sorteren van aardappelen of uien zodat er qua vorm, maat en kwaliteit, uniforme partijen worden verkregen waardoor uitval nagenoeg voorkomen wordt, en waarbij:

    • 1. sortering van aardappelen op ten minste diameter, vierkantsmaat, knolvorm, beschadigingen, groeiafwijkingen en ziekten plaatsvindt, of

    • 2. sortering van uien op ten minste gewicht, diameter, kleur, externe en interne kwaliteit plaatsvindt,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a, punt 1: in-, door- en uitvoerbanden, een verenkelings- en rotatiesysteem met trillende axiaalrollen, een kleuren- en infraroodcamera, een led-belichtingssysteem, een besturingscomputer met classificatie- en sorteersoftware en een persluchtsysteem waarmee aardappelen bij de juiste sorteeruitgang worden geblazen en sorteeruitgangen, of

    • 2. met betrekking tot onderdeel a, punt 2: in-, door- en uitvoerbanden of rollensets, een verenkelaar, een cupsorteerder met alle controle-units met NIR-technologie, cameraboxen en lasers, een weegunit, persluchtvoorzieningen, kistenvullers en een volautomatische wasstation voor het reinigen van de machine.

F 2620

Hoge druk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen

  • a. bestemd voor: het onder een druk van 400 tot 600 MPa pasteuriseren van verse levensmiddelen waardoor de houdbaarheid verlengd wordt en waarbij de verse levensmiddelen niet worden verhit,

  • b. bestaande uit: een hogedrukvat, een juk, een systeem om het vat op druk te brengen, een systeem voor het laden en lossen en een regeleenheid.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Deze conserveringstechniek wordt ook High Pressure Processing (HPP) genoemd. Installaties die levensmiddelen pasteuriseren door middel van verhitting voldoen niet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel F 2620.

A 2621

Heetwaterinstallatie voor fruitbehandeling

  • a. bestemd voor: het uitsluitend met water bestrijden van vruchtrot bij hardfruit, zonder gebruik te maken van chemische toevoegingen, door het fruit voor bewaring in aanraking te brengen met heet water met een temperatuur van ten minste 40°C,

  • b. bestaande uit: een watertank, een verwarmingselement en regelapparatuur.

A 2630

Apparatuur voor het actief verpakken van groenten of fruit

  • a. bestemd voor: het verpakken van groenten of fruit, waarbij per productsoort de gasbarrière-eigenschappen van de gebruikte plastic folie real time tijdens het verpakken kan worden ingesteld door gaatjes in de folie te schieten met een laser, waarbij het aantal en de grootte van de gaatjes wordt bepaald na meting van de actuele respiratie van het te verpakken product,

  • b. bestaande uit: een laserperforatiesysteem en een respiratiemeter, met uitzondering van de overige onderdelen van de verpakkingslijn.

A 2631

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in supermarkten

  • a. bestemd voor: het met ultrasone techniek uit gezuiverd water gecreëerde aërosolen kleiner dan 5 micron bedekken van verse voedingsmiddelen in supermarkten, zodat in de directe omgeving van de voedingsmiddelen de luchtvochtigheid toeneemt en de temperatuur daalt, waardoor de voedingsmiddelen langer houdbaar blijven en voedselverspilling wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: waterbehandelingsapparatuur met voorfilters en een omgekeerd osmosemembraan, een waterkwaliteitscontrolesysteem, een waterbesparingspomp, een ultrasone bevochtiger voor voedingsmiddelen, een automatische leegloopfunctie, een ozongenerator, een afvoerpomp, een frame en een deelstelsel.

A 2635

Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen

  • a. bestemd voor: het ter vervanging van plastic verpakkingsmateriaal of stickers met een laser weghalen van pigment in de buitenste schil van groente, fruit of aardappelen, waardoor een logo of tekst ontstaat en waarbij geen gebruik van hulpstoffen wordt gemaakt,

  • b. bestaande uit: een laserapparaat.

F 2650

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

  • a. bestemd voor: het behandelen van dierlijke mest, waarbij de fosfaat- of stikstofstroom uit de mest wordt gescheiden en nuttig wordt toegepast door een installatie die is toegestaan door het bevoegd gezag en die:

    • 1. het stikstofhoudend concentraat verwerkt tot een vloeibare stikstofmeststof met een gehalte aan stikstof van meer dan 15%, of

    • 2. het fosfaathoudend concentraat behandelt door:

      • pyrolyse,

      • toepassing van ongebluste kalk, of

      • het doen neerslaan van struvietkristallen, en

    waarbij een bij punt 1 of punt 2 ontstane waterige fractie wordt gerecirculeerd of loosbaar is op het oppervlakte water of riool,

  • b. bestaande uit: een terugwinningsinstallatie, met uitzondering van de volgende onderdelen: mestvergistingsinstallatie, hygiëniseerinstallatie, droogband, validatie-installatie, composteerinstallatie, verbrandingsinstallatie en gebouwen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2690

Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw

  • a. bestemd voor: het in een land- of tuinbouwbedrijf desinfecteren van lucht, een gesloten (opslag)ruimte of een product door oxidatie met ozon, waardoor het gebruik van chemicaliën aantoonbaar wordt verminderd of vermeden,

  • b. bestaande uit: een oxidatie-installatie, een ozongenerator en al dan niet de volgende onderdelen: doseer- of injectieapparatuur, een restozonabsorber of -vernietiger, een besturingssysteem en meet- en regelapparatuur.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 1545 voor een oxidatiereactor voor waterreiniging of legionellabestrijding.

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

Wegvervoer

F 3108

Elektrische bus

  • a. bestemd voor: het vervoeren van personen met een bus, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie M2 of M3, en

    • voor de aandrijving voorzien is van een elektromotor, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door één of meer lithiumhoudende accu’s en daarnaast remenergie wordt gebruikt voor de aandrijving,

  • b. bestaande uit: een bus en al dan niet de volgende onderdelen: een vast aan het voertuig verbonden zonnepaneel en een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 300.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3109

Waterstofpersonenauto

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een gekentekende auto met als hoofdmotor voor de aandrijving een brandstofcel met waterstof als brandstof en die een CO2-uitstoot heeft van 0 gram per kilometer,

  • b. bestaande uit: een brandstofcelaangedreven personenauto.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 50.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Op www.rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan RVO is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

D 3110

Elektrisch aangedreven voertuig

  • a. bestemd voor: uitsluitend elektrisch vervoer over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de open lucht met een voertuig, dat is voorzien van een lithiumhoudende accu voor de opslag van energie voor de aandrijving, niet zijnde een fiets, bromfiets, snorfiets, quad, gehandicaptenvoertuig, brandstofcelaangedreven voertuig, bestelauto, vrachtwagen, bus, tram, metro, vorkheftruck of andere niet voor transport over de openbare weg bestemde mobiele machines, en voldoet aan de eis:

    • 1. voor een voertuig met kenteken een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer, of

    • 2. voor een voertuig zonder kenteken een actieradius van ten minste 50 kilometer op een volle accu,

  • b. bestaande uit: een uitsluitend elektrisch aangedreven voertuig en al dan niet de volgende onderdelen: een vast aan het voertuig verbonden zonnepaneel en een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 3109 en F 3116 voor waterstofpersonenauto’s en elektrisch aangedreven vrachtwagens. Zie bedrijfsmiddel F 3720 voor oplaadpalen voor eigen gebruik.

Op www.rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan RVO is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3114

Elektrische bestelauto

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen of personen over de openbare weg met een voertuig dat:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N1,

    • is voorzien van uitsluitend een elektromotor, en

    • is voorzien van lithiumhoudende of NaNiCl-accu’s voor de opslag van energie voor de aandrijving,

  • b. bestaande uit: een elektrische bestelauto.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3115

Waterstofbus

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een bus, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie M2 of M3, en

    • door het tanken van waterstof van energie wordt voorzien, waarbij de voor de aandrijving benodigde waterstof uitsluitend wordt verbruikt door een brandstofcel en daarnaast remenergie wordt gebruikt voor de aandrijving,

  • b. bestaande uit: een bus.

F 3116

Uitsluitend elektrisch aangedreven bestelauto, bakwagenchassis of trekker

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een bestelauto, een bakwagenchassis of een trekker, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3,

    • een CO2-uitstoot heeft van 0 gram per kilometer, en

    • voor de aandrijving voorzien is van:

      • 1. uitsluitend één of meer lithiumhoudende of NaNiCl accu’s, of

      • 2. een brandstofcelsysteem al dan niet in combinatie met één of meer lithiumhoudende accu’s,

  • b. bestaande uit: een bestelauto, bakwagenchassis of trekker.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 3191 voor voertuigen met een halogeenvrije transportkoeling.

E 3117

Aardgas-bakwagenchassis of -trekker

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een bakwagenchassis of een trekker, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3, en

    • aangedreven wordt door een aardgasmotor (LNG of CNG), waarbij onder aardgas ook wordt verstaan: biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt,

  • b. bestaande uit: een bakwagenchassis of trekker.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen E 3170 en A 3191 voor aardgasvrachtauto’s met een QuietTRUCK-certificaat en voertuigen met een duurzame transportkoeling.

B 3118

Elektrisch aangedreven brom- of snorfiets met lithiumhoudende accu

  • a. bestemd voor: het vervoer over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de open lucht met een brom- of snorfiets, voorzien van een elektromotor als hoofdmotor, waarbij de elektrische energie, waarmee de elektromotor wordt aangedreven, wordt opgeslagen in één of meer lithiumhoudende accu’s,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven bromfiets of snorfiets met één of meer lithiumhoudende accu’s en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3119

Bakfiets of fietstaxi met trapondersteuning

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen of goederen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen in de open lucht met een bakfiets of fietstaxi voorzien van elektrische trapondersteuning, waarbij:

    • de elektrische energie wordt opgeslagen in één of meerdere lithiumhoudende accu’s, en

    • de aanschaf per bakfiets of fietstaxi ten minste € 3.000 bedraagt,

  • b. bestaande uit: een bakfiets met trapondersteuning en al dan niet één of meerdere lithiumhoudende wisselaccu(’s) en een oplaadstation.

A 3120

Lithiumhoudende accu voor elektrische vervoermiddelen of mobiele machines

  • a. bestemd voor: het met een in het voertuig ingebouwde lithiumhoudende accu voorzien in de energiebehoefte van:

    • 1. een gebruikte elektrische auto als bedoeld in bedrijfsmiddel D 3110,

    • 2. een gebruikte mobiele machine als bedoeld in de bedrijfsmiddelen F 3413, B 3415 of F 3416,

    • 3. een gekoeld voertuig als bedoeld in bedrijfsmiddel A 3191, of

    • 4. een elektrische of hybride trein,

  • b. bestaande uit: een lithiumhoudende accu en al dan niet een snellaadsysteem.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 30.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3125

Verwarmd ruitensproeiervloeistofsysteem voor een bus of een vrachtwagen

  • a. bestemd voor: het ontdooien of reinigen van de voorruit van een bus of een vrachtwagen met water van ten minste 50°C dat op de voorruit verneveld wordt,

  • b. bestaande uit: een verwarmingssysteem en een vernevelingssysteem.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per verwarmd ruitensproeiervloeistofsysteem worden ten minste 5 verwarmde ruitensproeiervloeistofsystemen tegelijk aangeschaft en gemeld.

B 3139

Composiet tankcontainer

  • a. bestemd voor: het ter vervoer opslaan van vloeistoffen, niet zijnde gewasbeschermingsmiddelen, met een glasvezel composiet tankcontainer welke ten minste 30% lichter is dan een stalen container van dezelfde grootte,

  • b. bestaande uit: een composiet tankcontainer, met uitzondering van het onderstel en voorzieningen voor het laden, lossen of toepassen van de vloeistoffen.

A 3160

NOx-reductiesysteem voor een bestaand voertuig

  • a. bestemd voor: het reduceren van de NOx-emissie en al dan niet de emissie van andere schadelijke componenten van een Euro 4, 5, IV of V bestelauto, vrachtauto of bus met een retrofit SCR-systeem, waarbij:

    • het voertuig voor de aandrijving is voorzien van een dieselmotor en behoort tot de voertuigcategorie N1, N2, N3, M1, M2 of M3, en

    • de NOx-emissie de grenswaarden van Euro 6 of VI niet overschrijden, wat wordt aangetoond met een Real Driving Emissions test voor het lichte regiem, dan wel een In Service Conformity test voor het zware regiem, uitgevoerd met een Portable Emission Measurement System (PEMS) of Smart Emission Measurement System (SEMS), waarbij in beide gevallen een conformiteitsfactor van 1,5 wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een retrofit SCR-systeem en al dan niet een NOx-monitoringsysteem.

Toelichting: Voor meer informatie over de metingen, zie https://www.tno.nl/en/focus-areas/urbanisation/mobility-logistics/clean-mobility/measuring-the-emissions-of-passenger-cars-and-vans/.

E 3170

Bakwagenchassis of trekker met gereduceerd aandrijfgeluid (Quiet Truck)

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een bakwagenchassis of een trekker, die niet is voorzien van een aardgasmotor of elektromotor, en die behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3,

    • met een aandrijfgeluid van ten hoogste 71 dB(A), en

    • waarvoor een QuietTRUCK-certificaat van Piek-Keur is afgegeven,

  • b. bestaande uit: een bakwagenchassis of trekker.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 22.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met bovengenoemde geluidseis komt niet iedere Quiet Truck in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Het advies is om voorafgaand aan de melding te controleren of het aandrijfgeluid voldoende laag is. Zie de bedrijfsmiddelen F 3116 en E 3117 voor bakwagenchassis en trekkers met een elektro- of aardgasmotor.

A 3185

Deluge-sprinklersysteem voor losplaatsen van LPG-tankwagens bij tankstations

  • a. bestemd voor: het bestrijden van beginnende branden en het voorkomen van explosies bij het lossen van LPG-tankwagens bij een tankstation door vroegtijdig en automatisch blussen van de brand en koelen van de tankwagen, voor zover het sprinklersysteem niet wettelijk verplicht is,

  • b. bestaande uit: een sprinklernetwerk, een delugeklep, een waterreservoir en een branddetectiesysteem dat de delugeklep bedient.

F 3190

CO2- of N2-vulstation voor transportkoeling

  • a. bestemd voor: het afleveren van vloeibare CO2 of stikstof als koelmiddel van cryogene koelinstallaties van eigen vrachtwagens of vaartuigen voor transport van goederen, ter beperking van luchtzijdige emissies en geluidhinder,

  • b. bestaande uit: een afleverkast of -zuil, een pomp, een bufferopslag en een card reader.

Toelichting: Installaties voor het vullen van stationaire installaties met CO2 of stikstof voldoen niet aan de omschrijving van bedrijfsmiddel F 3190.

A 3191

Voertuig met halogeenvrije transportkoeling

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen over de openbare weg of op bedrijfsterreinen met een aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger, waarvoor geldt dat:

    • het gesloten koelsysteem uitsluitend werkt op basis van een natuurlijk (halogeenvrij) koudemiddel,

    • de koelinstallatie niet wordt aangedreven door een uitsluitend daarvoor bestemde dieselmotor, en

    • de energie benodigd voor de koelinstallatie wordt opgeslagen in lithiumhoudende accu’s,

  • b. bestaande uit: een gekoelde aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 16.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 3116, E 3117 en E 3170 voor een bakwagenchassis of een trekker.

F 3192

Transportcontainer met niet-cryogene CO2-koelinstallatie

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen in een (zee)container over water of de openbare weg, waarvoor geldt dat het koelsysteem:

    • gesloten is,

    • uitsluitend werkt op basis van R744 (CO2) als koudemiddel, en

    • wordt aangedreven door een elektromotor meet een accupakket voor opslag van energie,

  • b. bestaande uit: een gekoelde transportcontainer en al dan niet ombouwkosten van een gekoelde transportcontainer op basis van halogeenhoudende koudemiddelen naar een transportcontainer met een koelinstallatie zoals hierboven omschreven.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 3193

Piek-voertuig met een hermetisch gesloten koelsysteem

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen in een aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger, waarvan het volledige laadvolume wordt gekoeld met een gesloten koelsysteem dat werkt met een koudemiddel met een GWP (Global Warming Potential) van ten hoogste 2.500, en waarbij:

    • het koelsysteem hermetisch gesloten en gelabeled is conform de Verordening (EU) Nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (PbEU 2014, L 150),

    • de koelinstallatie niet wordt aangedreven door een uitsluitend daarvoor bestemde dieselmotor, en

    • de aanhanger, bakwagen of oplegger voldoet aan de eisen van Piek, wat wordt aangetoond met een Piekcertificaat afgegeven door Stichting Piek-keur (het verminderen van piekniveaus tijdens het laden en lossen in de gebouwde omgeving door een aanhanger, bakwagen, bestelwagen of oplegger, waarbij het geluidsdrukniveau LpA (7,5m) van de opbouw inclusief koelinstallatie ten hoogste 60 dB(A) bedraagt, gemeten volgens de ‘Meetmethode voor piekgeluiden bij laden en lossen’),

  • b. bestaande uit: een gekoelde aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 16.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 3116, E 3117 en E 3170 voor een bakwagenchassis of een trekker.

E 3194

Transporttrailer met halogeenvrije koelinstallatie

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen in een transporttrailer over de openbare weg, waarbij:

    • het gesloten koelsysteem uitsluitend werkt op basis van een natuurlijk (halogeenvrij) koudemiddel, en

    • de koelinstallatie wordt aangedreven door:

      • 1. een elektromotor met een accupakket voor de opslag van energie,

      • 2. de vrachtwagenmotor,

      • 3. een CNG- of LNG-verbrandingsmotor al dan niet met generator, of

      • 4. een dieselmotor die ten minste voldoet aan fase IV zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een op basis van een halogeenvrij koudemiddel gekoelde transporttrailer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

D 3222

Automatisch smeersysteem met biologisch smeermiddel

  • a. bestemd voor: het automatisch smeren van transportmiddelen en (mobiele) werktuigen, waarmee wordt gewerkt boven een niet-vloeistofdichte ondergrond, met smeerolie of smeervet dat biologisch afbreekbaar en niet-toxisch is, wat blijkt uit een Europees Ecolabel-certificaat (volgens Besluit 2011/381/EU van de Commissie van 24 juni 2011 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan smeermiddelen (PbEU 2011, L169)) of een Blauer Engel-certificaat (volgens RAL-UZ 178),

  • b. bestaande uit: een pomp met vet- of oliereservoir, een elektronische regeleenheid en een doseereenheid.

Toelichting: Voor informatie over bio-olie en biovet zie punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage. Meer informatie over bio-olie en biovet is beschikbaar op de website www.biosmeermiddelen.nl.

B 3240

Waterzuiveringsinstallatie voor vaartuigen

  • a. bestemd voor: het zuiveren en al dan niet recyclen van aan boord van een vaartuig ontstaan huishoudelijk (of hiermee vergelijkbaar) afvalwater met een vast opgestelde afvalwaterzuiveringsinstallatie die het water op een biologische wijze zuivert, voor zover dit niet wettelijk verplicht is,

  • b. bestaande uit: een waterzuiveringsinstallatie, een opslagtank en al dan niet een recyclingsysteem.

G 3260

Gesloten roetfilter voor een koelmotor, een dieselmotor of een mobiele machine (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verwijderen van roetdeeltjes uit de uitlaatgassen van een bestaande koelmotor voor gekoeld wegtransport, een vast opgestelde dieselmotor of een mobiele machine door deze te voorzien van een roetfilter:

    • met een verwijderingsrendement van ten minste 90%,

    • dat voldoet aan de eisen van TRGS 554 of dat staat op de roetfilterlijst van VERT (Verminderung der Emissionen von Real-Dieselmotoren im Tunnelbau) of BAFU (Bundesambt für Umwelt) of op de typegoedkeuringslijst van de RDW (de Dienst Wegverkeer),

    • waarvoor geen verplichting geldt volgens of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, en

    • waarbij het filter niet is voorzien van een bypass-voorziening voor als het filter vol is,

  • b. bestaande uit: een gesloten roetfilter.

Toelichting: De roetfilterlijsten van VERT en BAFU zijn te vinden op www.vert-certification.eu en www.bafu.admin.ch. Alleen de aanpassing van een reeds in gebruik genomen, niet nieuwe mobiele machine, diesel- of koelmotor komt in aanmerking.

Scheepvaart

F 3300

Voorspeller van scheepsbewegingen

  • a. bestemd voor: het langer en vaker kunnen doorwerken op een vaartuig dat onder Nederlandse vlag vaart, door gebruik te maken van een voorspeller van scheepsbewegingen, die op basis van analyse van weer-, radar- of satellietgegevens de bewegingen van het schip vooruit voorspelt,

  • b. bestaande uit: hardware en software die nodig is om met golfvoorspelling te kunnen werken.

A 3310

Lithiumhoudende accu voor vaartuigen

  • a. bestemd voor: het voorzien in de energiebehoefte van een vaartuig met een modulaire of in het vaartuig ingebouwde lithiumhoudende accu,

  • b. bestaande uit: een lithiumhoudende accu.

A 3311

Opslag- en conversie eenheid voor gebonden waterstof

  • a. bestemd voor: het voorzien in de energiebehoefte van een vaartuig met een modulaire of in het vaartuig ingebouwde eenheid,

  • b. bestaande uit: een opslagtank voor waterstof gebonden in vloeistof of zout, en al dan niet een brandstofcel en katalysator.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 3310 voor lithiumhoudende accu’s voor vaartuigen.

B 3320

Duurzame aandrijving voor een vaartuig

  • a. bestemd voor: de voortstuwing van een vaartuig, niet zijnde een vissersschip, dat vaart op binnenwateren of het Nederlandse deel van de Noordzee, voor het verrichten van werkzaamheden, het bestrijden van calamiteiten of voor het vervoer van personen of goederen, met een installatie waarin uitsluitend één of meer van de volgende motoren of systemen worden toegepast:

    • 1. een dual fuel motor: een motor die werkt op basis van een mengsel van diesel en aardgas als brandstof, waarbij geldt dat onder aardgas ook wordt verstaan: biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt, en waarbij de methaanslip van een toegepaste gasmotor ten hoogste 4,0 gram per kilowattuur bedraagt aangetoond door een relevant meetrapport opgesteld door een erkend en onafhankelijk meetinstituut,

    • 2. een motor die voldoet aan de eisen van CCR fase 2 en voorzien is van een nageschakeld systeem voor deeltjesverwijdering (gecertificeerd roetfilter) als bedoeld in bedrijfsmiddel A 3361 en een NOx-reductiesysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel F 3360,

    • 3. een motor die voldoet aan Euro VI, waarbij de emissiegrenswaarde waaraan wordt voldaan is opgenomen in Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PbEU 2009, 188),

    • 4. een hybride systeem voor voorstuwing en de overige vermogensbehoefte, waarbij één of meer verbrandingsmotoren en één of meer elektromotoren samen worden ingezet en de verbrandingsmotoren ten minste voldoen aan de eisen bedoeld onder a. van bedrijfsmiddel F 3321 of voldoen aan de eisen hierboven gesteld onder 1, 2, of 3, of

    • 5. een hybride systeem voor voorstuwing en de overige vermogensbehoefte, waarbij één of meer verbrandingsmotoren en één of meer elektromotoren samen worden ingezet, met uitzondering van de verbrandingsmotoren als die voldoen aan fase III-B of hoger volgens Richtlijn nr. 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEU 2004, L 225),

  • b. bestaande uit: één of meer motoren en al dan niet de volgende onderdelen: nageschakelde technieken of een hybride aandrijving.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 3321 voor brandstofcelsystemen, hybride- of gasmotoren voor een vaartuig.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de vereisten.

F 3321

Zeer duurzame motor voor een vaartuig

  • a. bestemd voor: de energievoorziening of voortstuwing van een vaartuig, niet zijnde een visserijschip, door een hoofdmotor die bestaat uit:

    • 1. een aardgasmotor,

    • 2. een brandstofcelsysteem, of

    • 3. een combinatie van 1 of 2,

    waarbij geldt dat onder aardgas ook wordt verstaan: biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt, en waarbij de methaanslip van een toegepaste gasmotor ten hoogste 4,0 gram per kilowattuur bedraagt, wat wordt aangetoond door een relevant meetrapport opgesteld door een erkend en onafhankelijk meetinstituut,

  • b. bestaande uit: al dan niet de volgende onderdelen: een in het vaartuig ingebouwde aardgasmotor, een gastank, een brandstofcel en een oplaadstation.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 3120 voor lithiumhoudende accu’s voor een vaartuig.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de vereisten.

A 3325

Automatisch smeerolie-deelverversingseenheid voor een scheepsmotor

  • a. bestemd voor: het automatisch op basis van het zwavelgehalte in de brandstof en de specifieke samenstelling van de smeerolie, uitvoeren van smeerolie-deelverversingen in een scheepsmotor op een schip dat onder Nederlandse vlag vaart,

  • b. bestaande uit: een smeerolie-deelverversingseenheid.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 25.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 3330

Duurzame romp van een binnenvaartschip

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen of personen over binnenwateren of het bestrijden van calamiteiten op binnenwateren, met een schip waarvan de romp voldoet aan onderstaande criteria:

    • de romp van het schip bestaat uit kunststof of is voorzien van een milieuvriendelijk antifoulingsysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel F 3332,

    • als het schip is voorzien van ankers en kluizen, zijn deze zodanig geplaatst, dat schade bij een aanvaring wordt voorkomen,

    • de romp van het schip heeft een beschermingssysteem tegen corrosie dat geen offeranodes bevat, zoals opgedrukte stroom, als een beschermingssysteem tegen corrosie wordt gebruikt, en

    • indien een buikdenning wordt toegepast, dit een kunststof of stalen buikdenning is,

    waarbij de eigenaar van het schip met meetrapporten of certificaten aantoont dat aan de vereiste specificaties wordt voldaan,

  • b. bestaande uit: een romp van een binnenvaartschip en al dan niet de volgende onderdelen: een beschermingssysteem tegen corrosie en een buikdenning.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3332

Antifoulingsysteem voor scheepshuiden

  • a. bestemd voor: het beschermen van de scheepshuid tegen corrosie en aangroei met een verfsysteem of een folie, dat biocidevrij, kopervrij, teervrij en niet zelfslijpend is, en waarbij de aangebrachte antifouling gegarandeerd gedurende ten minste 7 jaar niet hoeft te worden vervangen,

  • b. bestaande uit: een coating van de scheepshuid.

Toelichting: Op www.rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan RVO is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3360

NOx-reductiesysteem voor een schip

  • a. bestemd voor: het verwijderen van NOx uit de afgassen van:

    • 1. een binnenvaartschip door het uitrusten van de dieselmotoren met een NOx-reductiesysteem zoals een SCR-katalysator, zodat de NOx-uitstoot niet meer bedraagt dan 2 gram per kilowattuur voor nieuwe motoren en 3 gram per kilowattuur voor bestaande motoren, en waarbij de NOx-uitstoot wordt aangetoond met een NOx-meetrapport en de NOx-metingen uitgevoerd zijn conform het VERS-protocol, of

    • 2. een zeeschip dat vaart op het Nederlandse deel van de Noordzee, waarbij de NOx-emissie van de scheepsmotor met nageschakelde NOx-reducerende techniek, voldoet aan IMO TIER III, conform MARPOL Annex VI,

  • b. bestaande uit: een NOx-reductiesysteem.

Toelichting: Met het VERS-protocol wordt bedoeld het ‘Measurement protocol for the demonstration of the emission performance of In land Waterway Vessels equipped with retrofit SCT and DPF systems’ van 5 mei 2010.

Dieselmotoren op een binnenvaartschip die onder F 3360 in aanmerking kunnen komen zijn voortstuwingsmotoren, boegschroeven, aggregaten en (beladings)pompen.

Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) zoals genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. Roetfilters voor een binnenvaartschip kunnen worden gemeld onder bedrijfsmiddel A 3361.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de vereisten.

A 3361

Gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip

  • a. bestemd voor: het verwijderen van roetdeeltjes, al dan niet in combinatie met andere schadelijke luchtverontreinigingen, uit de rookgassen van binnenvaartschepen, met een gesloten roetfilter dat voldoet aan de eisen van TRGS 554 of dat staat op de roetfilterlijst van VERT (Verminderung der Emissionen von Real-Dieselmotoren im Tunnelbau) of BAFU (Bundesambt für Umwelt), en dat voorzien is van een:

    • 1. actief regeneratiesysteem, of

    • 2. passief regeneratiesysteem in combinatie met een SCR-katalysator,

  • b. bestaande uit: een gesloten roetfilter en een actief regeneratiesysteem of een passief regeneratiesysteem met een SCR-katalysator.

Toelichting: Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) zoals genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. De roetfilterlijsten van VERT en BAFU zijn te vinden op www.vert-certification.eu en www.bafu.admin.ch.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de vereisten.

F 3365

Ontgassingsinstallatie voor transportcontainers

  • a. bestemd voor: het ontgassen van transportcontainers door afzuiging van lucht gevolgd door behandeling van de afgezogen lucht, ter voorkoming van emissie van ontsmettingsgassen of andere luchtverontreinigende stoffen naar de buitenlucht,

  • b. bestaande uit: een afzuiginstallatie, een filterinstallatie en al dan niet gasnabehandelingsapparatuur, met uitzondering van gasdetectieapparatuur.

F 3366

Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks

  • a. bestemd voor: het ontgassen van scheepstanks voor het vervoer van vluchtige koolwaterstoffen of brandstoffen, waarbij de afgevangen gassen worden gereinigd en de afgescheiden koolwaterstoffen nuttig worden toegepast of worden vernietigd en voor zover de ontgassingsinstallatie niet verplicht gesteld is door het bevoegd gezag,

  • b. bestaande uit: een ontgassingsinstallatie en een luchtreinigingsinstallatie.

Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

G 3390

Walstroomaansluiting aan boord van een schip

  • a. bestemd voor: het gebruik maken van aangeboden walstroom aan boord van een schip, niet zijnde een pleziervaartuig, dat is voorzien van een eigen aandrijving en bestemd is voor het vervoer van personen of goederen,

  • b. bestaande uit: aansluitpunt(en), aanpassing van het elektrische systeem aan boord en een verlengkabel om een verbinding tussen het schip en de walstroomkast te kunnen maken, met uitzondering van eventuele zonnepanelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek. Deze aftopping geldt niet voor walstroomaansluitingen aan boord van zeegaande schepen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie www.greenaward.org voor de vereisten.

Mobiele werktuigen

F 3413

Elektrisch aangedreven mobiele machine

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht, niet zijnde het vervoer van personen of goederen over het spoor of de openbare weg, met een gemotoriseerd voertuig, niet zijnde een schaarhoogwerker, vorkheftruck of zelfrijdend voertuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste bestuurders(zit)plaats, en

    • voor de aandrijving is voorzien van uitsluitend één of meerdere elektromotoren, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving uitsluitend wordt geleverd door:

      • 1. een lithiumhoudend accupakket en al dan niet een netspanningskabel, of

      • 2. een brandstofcel, al dan niet in combinatie met een lithiumhoudend accupakket,

  • b. bestaande uit: een mobiele machine en al dan niet de volgende onderdelen: een vast aan de machine verbonden zonnepaneel, een netspanningskabel, gereedschappen die aan de machine worden gemonteerd en technisch noodzakelijk zijn om met de mobiele machine te kunnen werken, een oplaadstation en een lithiumhoudend wisselaccupakket.

Toelichting: Onder een zelfrijdend voertuig wordt een voertuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een vorkheftruck wordt geen meeneemheftruck verstaan. Een mobiele machine met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.

A 3414

Elektrisch aangedreven mobiele machine op netspanning

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht, niet zijnde het vervoer van personen of goederen over rails, het spoor of de openbare weg, met een gemotoriseerd voertuig, niet zijnde een zelfrijdend voertuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste bestuurders(zit)plaats,

    • voor de aandrijving is voorzien van uitsluitend één of meerdere elektromotoren, en

    • van elektrische energie wordt voorzien door een netspanningskabel,

  • b. bestaande uit: een mobiele machine en al dan niet de volgende onderdelen: een vast aan de machine verbonden zonnepaneel en gereedschappen die aan de machine worden gemonteerd en technisch noodzakelijk zijn om met de mobiele machine te kunnen werken.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 250.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een zelfrijdend voertuig wordt een voertuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Een mobiele machine met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.

B 3415

Hybride aangedreven mobiele machine

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht, niet zijnde het vervoer van personen of goederen over het spoor of de openbare weg, met een gemotoriseerd voertuig, niet zijnde een zelfrijdend voertuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste bestuurders(zit)plaats, en

    • voor de aandrijving is voorzien van uitsluitend één of meerdere elektromotoren, in combinatie met een verbrandingsmotor waarvan de emissies de grenswaarden van fase IV of V, dan wel bij vermogens tot 56 kilowatt US-EPA-emissienorm Tier 4 final, niet overschrijden, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage, en waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door:

      • 1. een lithiumhoudend accupakket,

      • 2. een condensator, of

      • 3. een netspanningskabel,

  • b. bestaande uit: een mobiele machine en al dan niet de volgende onderdelen: gereedschappen die aan de machine worden gemonteerd en technisch noodzakelijk zijn om met de mobiele machine te kunnen werken, een oplaadstation en een lithiumhoudend wisselaccupakket.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 150.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een zelfrijdend voertuig wordt een voertuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Een mobiele machine met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.

F 3416

Elektrische vorkheftruck voor gebruik in de open lucht

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een vorkheftruck die af-fabriek is voorzien van een vaste bestuurderszitplaats en gesloten cabine, waarbij deze vorkheftruck:

    • een hefcapaciteit heeft van ten minste 5 ton, en

    • voor de aandrijving is voorzien van uitsluitend één of meerdere elektromotoren, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving uitsluitend wordt geleverd door een:

      • 1. lithiumhoudend accupakket, of

      • 2. brandstofcel, al dan niet in combinatie met een lithiumhoudend accupakket,

  • b. bestaande uit: een elektrische vorkheftruck en al dan niet een oplaadstation en een lithiumhoudend wisselaccupakket.

B 3420

Mobiele machine met biologische hydrauliekolie

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een getrokken mobiele machine of een voertuig dat af-fabriek is voorzien van een vaste bestuurders(zit)plaats, niet zijnde een land- of bosbouwtrekker, waarbij:

    • de werkzaamheden niet worden verricht boven een vloeistofdichte ondergrond, het spoor of de openbare weg,

    • het hydraulisch systeem van de machine af-fabriek gevuld is met bio-olie, wat blijkt uit een Europees Ecolabel-certificaat (volgens Besluit 2011/381/EU van de Commissie van 24 juni 2011 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan smeermiddelen (PbEU 2011, L169)) of een Blauer Engel-certificaat (volgens RAL-UZ 178),

    • het hydraulisch systeem is bestemd voor de aandrijving van de machine indien de machine een getrokken mobiele machine is, en

    • indien een verbrandingsmotor aanwezig is, de emissies de grenswaarden van fase V niet overschrijden, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een mobiele machine en al dan niet gereedschappen die aan de machine worden gemonteerd en technisch noodzakelijk zijn om met de mobiele machine te kunnen werken.

Het bedrijfsmiddel komt voor 20% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor informatie over bio-olie zie punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage en de website www.biosmeermiddelen.nl.

Een mobiele machine met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop of landbouwmachine.

B 3460

Stofarme veeg(zuig)machine

  • a. bestemd voor: het verrichten van reinigingswerkzaamheden in de open lucht met een niet-zelfrijdende veeg(zuig)machine, die is voorzien van een vuilcontainer van ten minste 2.000 liter en een ontstoffingsinstallatie waardoor de uitgeblazen lucht van fijnstof wordt ontdaan waardoor de continue stofemissie niet meer bedraagt dan 5 milligram per nominaal kubieke meter gemeten conform UNI EN 13284-1 en het verwijderingsrendement ten minste 90% voor PM2,5en ten minste 97% voor PM10 bedraagt gemeten conform US-EPA Testmethode 201A,

  • b. bestaande uit: een veeg(zuig)machine en al dan niet een oplaadstation.

Toelichting: Onder een zelfrijdend voertuig wordt een voertuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder.

Vervoer over het spoor

F 3510

Elektrische of hybride locomotief (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de luchtzijdige emissies van een bestaande diesellocomotief door de bestaande aandrijving aan te passen en de locomotief te voorzien van een accupakket voor de opslag van aandrijvingsenergie, waarbij:

    • de locomotief in staat is om op trajecten zonder bovenleiding alleen op dit accupakket te rijden,

    • remenergie wordt teruggewonnen en opgeslagen in dit accupakket, en

    • het accupakket kan worden bijgeladen op trajecten met bovenleiding,

  • b. bestaande uit: een accupakket, aanpassingen aan de bestaande aandrijving, een systeem voor het terugwinnen van remenergie en al dan niet een oplaadsysteem.

Distributie van alternatieve brandstoffen

F 3710

Waterstofafleverstation

  • a. bestemd voor: het afleveren van waterstof als motorbrandstof voor uitsluitend eigen voertuigen, waarbij de waterstof in gasvorm of vloeibare vorm wordt geleverd aan het afleverstation,

  • b. bestaande uit: een afleverpunt en al dan niet de volgende onderdelen: compressoren, een bufferopslag en een lokale waterstofzuiveringseenheid.

F 3720

Oplaadpunt voor elektrische voer- of vaartuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden van accu’s van uitsluitend eigen lichte voertuigen of vaartuigen, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijk elektrische hoofdaandrijving, en waarbij:

    • het geen voertuigen betreft behorende tot de Europese voertuigcategorie M2, M3, N2 of N3, en

    • het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem, en met uitzondering van zonnepanelen.

Toelichting: Onder voertuig wordt hier ook verstaan fiets of bromfiets. Zie F 3721 voor oplaadpunten voor zware elektrische voertuigen.

F 3721

Oplaadpunt voor zware elektrische voertuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden van accu’s van uitsluitend eigen voertuigen behorende tot de Europese voertuigcategorie M2, M3, N2 of N3, die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijk elektrische hoofdaandrijving,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem, en met uitzondering van zonnepanelen.

Toelichting: Zie F 3720 voor oplaadpunten voor elektrische vaartuigen en lichte voertuigen.

B 3730

Afleverstation voor hoge blend biobrandstof

  • a. bestemd voor: het afleveren van hoge blend biobrandstof als motorbrandstof voor eigen voertuigen, waarbij:

    • uitsluitend één of meer van de volgende brandstoffen wordt afgeleverd: B30, B100, E85, E95, biomethanol, PPO of brandstof die ten minste 30% HVO bevat, en

    • het afleverstation is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein,

  • b. bestaande uit: een afleverzuil en een bufferopslag voor biobrandstof.

G 3740

Aardgasvulpunt voor vrachtwagens

  • a. bestemd voor: het afleveren van aardgas als motorbrandstof voor eigen voertuigen die behoren tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3, door een installatie die, voor zover van toepassing, voldoet aan de eisen gesteld in de PGS 25: 2009 of de PGS 33-1: 2013 en waarbij:

    • het aardgasvulpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein, en

    • onder aardgas ook wordt verstaan: CNG, LNG en biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt,

  • b. bestaande uit: een aardgasvulpunt.

Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op de website www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

G 3741

Aardgasvulpunt voor vaartuigen

  • a. bestemd voor: het afleveren van aardgas als motorbrandstof voor eigen vaartuigen door een installatie die, voor zover van toepassing, voldoet aan de eisen gesteld in de PGS 33-2: 2014 en waarbij onder aardgas ook wordt verstaan: CNG, LNG en biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt,

  • b. bestaande uit: een al dan niet drijvend aardgasvulpunt.

Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op de website www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

Klimaat en lucht

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

CO2-uitstoot

F 4101

Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4102

Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4110

Kleinschalige stoomreformer voor waterstofproductie

  • a. bestemd voor: de lokale productie van industrieel waterstof of waterstof voor vervoerstoepassingen, waarbij:

    • 1. de waterstof gemaakt wordt uit biogas of biobrandstof, of

    • 2. de vrijkomende CO2 nuttig wordt toegepast of wordt opgeslagen,

  • b. bestaande uit: een reformer-reactor en een waterstofzuiveringseenheid.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 4115

Lithiumhoudende accu voor stroomvoorziening van gereedschap

  • a. bestemd voor: het met een lithiumhoudende accu van stroom voorzien van professioneel gereedschap voor de bouw- en sloopsector of hoveniers- en groenvoorzieningenbranche,

  • b. bestaande uit: een lithiumhoudende accu en al dan niet een (snel)laadsysteem.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 250 per accu worden ten minste 10 accu’s tegelijk aangeschaft en gemeld.

F 4120

Oxyfuel-verbrandingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het verbranden van brandstoffen met zuivere zuurstof, met uitzondering van toepassingen in de be- en verwerking van metalen, metaalverbindingen en glas, waarbij de ontstane CO2 al dan niet wordt afscheiden en teruggewonnen,

  • b. bestaande uit: (aanpassingen aan) een verbrandingsinstallatie en al dan niet een gasscheidingsinstallatie voor het maken van zuivere zuurstof, apparatuur voor het afscheiden en terugwinnen van CO2.

A 4140

Bioreactor met verminderde slibretentie voor stikstofverwijdering (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de emissie van CO2 van een bestaande waterzuiveringsinstallatie door het vervangen van een conventionele nitrificatie-/denitrificatie-installatie door een bioreactor voor verwijdering van stikstof waarin nitrificatie en denitrificatie plaatsvindt zonder nitraatvorming,

  • b. bestaande uit: een bioreactor, een (lamellen)afscheider, een chemicaliëndosering, een compressor, een beluchtingsinstallatie, een menger, een koolstofbrondosering en al dan niet een warmtewisselaar, met uitzondering van de volgende onderdelen: voorzuiveringstechnieken en voorzieningen voor het beschermen van apparatuur tegen weersinvloeden.

Overige broeikasgassen

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van overige broeikasgassen (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4210

Hoog- of middenspanningsschakelsysteem met een laag GWP isolatiegas

  • a. bestemd voor: het doorschakelen van hoog- en middenspanning met schakelsystemen die geen SF6 bevatten, maar geïsoleerd zijn met een isolatiegas met een GWP (Global Warming Potential) van minder dan 500 CO2-equivalenten, waarbij in geval van het vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem, dit wordt uitgevoerd door een wettelijk gecertificeerd monteur, waarbij met een afleverbewijs, -certificaat of -bon wordt aangetoond dat het SF6 afgeleverd is bij de leverancier of een daarvoor bevoegd afnamepunt,

  • b. bestaande uit: schakelsysteem met isolatiegas.

E 4212

Vacuüm hoog- of middenspanningsschakelsysteem

  • a. bestemd voor: het doorschakelen van hoog- en middenspanning met schakelsystemen die geen SF6 bevatten, maar geïsoleerd zijn door een vacuüm, waarbij in geval van het vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem, dit wordt uitgevoerd door een wettelijk gecertificeerd monteur, waarbij wordt aangetoond dat het SF6 is opgevangen en milieuverantwoord wordt verwerkt,

  • b. bestaande uit: een vacuüm last- of vermogensschakelaar.

D 4215

Halogeenvrij koudemiddel in een bestaande koelinstallatie of warmtepomp (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het koelen met een bestaande, mobiele of stationaire koelinstallatie of het verwarmen met een bestaande warmtepomp, waarbij het bestaande milieu-onvriendelijke koudemiddel wordt vervangen door een halogeenvrij koudemiddel, en waarbij:

    • het koelvermogen van de bestaande koelinstallatie of het thermisch vermogen van de bestaande warmtepomp ten minste 10 kilowatt bedraagt,

    • het elektriciteitsverbruik van de koelinstallatie of de warmtepomp niet toeneemt, en

    • met een afleverbewijs, -certificaat of -bon wordt aangetoond dat het oude milieuonvriendelijke koudemiddel is afgeleverd bij de leverancier of een daarvoor bevoegd afnamepunt,

  • b. bestaande uit: een halogeenvrij koudemiddel en al dan niet aanpassing van de bestaande koelinstallatie of warmtepomp die technisch noodzakelijk is voor het vervangen van het koudemiddel.

De eventuele aanpassing van de bestaande koelinstallatie of warmtepomp komt voor ten hoogste € 200 per kilowatt koelvermogen van de bestaande koelinstallatie of thermisch vermogen van de warmtepomp in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 4220

Methaanemissiereducerende techniek voor een stationaire gasmotor (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de emissie van methaan via de rookgassen van een al in gebruik zijnde stationair opgestelde gasmotor met een thermisch vermogen van ten minste 2,5 megawatt, waarbij de emissie van het totaal aan koolwaterstoffen, berekend als C, ten hoogste 400 milligram per normaal kubieke meter bij 15% O2 bedraagt, aangetoond met een emissierapportage conform het Activiteitenbesluit milieubeheer,

  • b. bestaande uit: motorzijdige aanpassing van een bestaande gasmotor of nageschakelde technieken of een waterstofdoseerinstallatie.

F 4230

Gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas (vervanging)

  • a. bestemd voor: het reinigen van proceskamers in de elektronica-industrie, zoals gebruikt bij het produceren van halfgeleiders of zonnecellen, met fluorgas (F2) in een gesloten systeem ter vervanging van een bestaand reinigingsproces op basis van NF3, SF6, C2F6 of een ander fluoridehoudend gas,

  • b. bestaande uit: een gesloten plasmareinigingssysteem met een fluorgasgenerator.

Zure depositie

A 4300

Emissiearme houtgestookte ketel

  • a. bestemd voor: het verwarmen van water met een houtgestookte ketel met een thermisch vermogen van minder dan 1 megawatt, met een automatisch brandstofinvoersysteem en een buffervat voor warm water, waarbij de emissie van onderscheidenlijk NOx en stof ten hoogste gelijk is aan de volgende emissiegrenswaarden bij 6% O2 aangetoond door emissiemetingen conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geldt dat geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast:

    • 230 milligram NOx per normaal kubieke meter, en

    • 30 milligram stof per normaal kubieke meter,

  • b. bestaande uit: een houtgestookte ketel met een automatisch brandstofinvoersysteem en een buffervat voor warmwater en al dan niet de volgende onderdelen: een geïntegreerde of nageschakelde luchtemissiebeperkende techniek, en met uitzondering van het waterzijdige deel van de ketel.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

B 4301

Automatisch brandstofinvoersysteem of buffervat voor bestaande ketels of kachels

  • a. bestemd voor:

    • 1. het automatisch van houtpellets voorzien van een bestaande ketel of kachel, of

    • 2. het in een buffervat opslaan van warm water voor een bestaande ketel met een thermisch vermogen van minder dan 1 megawatt,

  • b. bestaande uit: een automatisch brandstofinvoersysteem of een buffervat.

B 4309

Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 20 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het verwarmen van water met een ketel met een geïntegreerde brander, waarbij de rookgassen niet meer dan 20 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, aangetoond met een emissierapportage van NOx-metingen aan eenzelfde installatie, uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium of een SCIOS scope 6 gecertificeerd bedrijf conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een ketel met een geïntegreerde brander.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

Op www.rvo.nl/miavamil onder “Positieve lijsten” staat een lijst met merken en typen waarvan RVO is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel

E 4310

Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 30 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het verwarmen van water met een ketel met een geïntegreerde brander, waarbij de rookgassen niet meer dan 30 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, aangetoond met een emissierapportage van NOx-metingen aan eenzelfde installatie, uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium of een SCIOS scope 6 gecertificeerd bedrijf conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een ketel met een geïntegreerde brander.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

Op www.rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan RVO is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

B 4311

Verwarmingsketel met low-NOx-voorzetbrander ≤ 40 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het verwarmen van water of het produceren van lagedrukstoom met een druk van ten hoogste 5 bar en een temperatuur van hoogste 110°C, met een combinatie van een ketel en een voorzetbrander, waarbij de rookgassen niet meer dan 40 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, aangetoond met een emissierapportage conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een voorzetbrander en een ketel.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

B 4312

Verwarmingsketel met low-NOx-brander voor stoom of thermische olie ≤ 60 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het produceren van hogedrukstoom met een druk van ten minste 5 bar of het verwarmen van thermische olie met een combinatie van een ketel en een brander, waarbij de rookgassen niet meer dan 60 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, aangetoond met emissierapportage conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een brander en een ketel.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

A 4315

Selectieve katalytische reductie-installatie (SCR)

  • a. bestemd voor: het door chemische reductie omzetten van stikstofoxiden in afgassen van de onderstaande installaties:

    • 1. een industriële ketel met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt, niet bestemd voor de glastuinbouw, waardoor de NOx-emissie minder dan 50 milligram per normaal kubieke meter bij 3% O2 bedraagt, gemeten volgens de Activiteitenregeling milieubeheer en waarvoor geen verplichting is voorgeschreven door het bevoegd gezag of het Activiteitenbesluit milieubeheer,

    • 2. een industriële gasturbine of -motor met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt, niet bestemd voor de glastuinbouw, waardoor de NOx-emissie minder dan 20 milligram per normaal kubieke meter bij 15% O2 bedraagt, gemeten volgens de Activiteitenregeling milieubeheer en waarvoor geen verplichting is voorgeschreven door het bevoegd gezag of het Activiteitenbesluit milieubeheer, of

    • 3. een industriële proces- of verbrandingsinstallatie op de BES-eilanden, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, waarbij een NOx-verwijderingsrendement van ten minste 85% wordt bereikt,

  • b. bestaande uit: een katalysator en een ammoniak- of ureuminjectiesysteem.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 3360 voor een SCR-installatie op een schip. Een emissiemeting conform de Activiteitenregeling milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

A 4316

Selectieve non-katalytische reductie-installatie (SNCR)

  • a. bestemd voor: het omzetten van NOx in afgassen van stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt, niet bestemd voor de glastuinbouw, met injectie van ureum of ammoniak door een reductie-installatie met een NOx-verwijderingsrendement van ten minste 85%, waardoor de NOx-emissie:

    • 1. bij aardgas en brandstof in vloeibare vorm minder dan 50 milligram per normaal kubieke meter bij 3% O2 bedraagt, of

    • 2. bij biomassa als brandstof minder dan 50 milligram per normaal kubieke meter bij 6% O2 bedraagt, en

    waarbij de emissies onder 1. en 2. gemeten zijn volgens de Activiteitenregeling milieubeheer en waarvoor geen verplichting is voorgeschreven door het bevoegd gezag of het Activiteitenbesluit milieubeheer,

  • b. bestaande uit: een ammoniak- of ureuminjectiesysteem.

Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.

F 4320

Gaswasser voor een aluminiumsmelterij

  • a. bestemd voor: het ontzwavelen van afgassen van een aluminiumsmelterij door het oplossen van de verontreinigende stoffen in een vloeistof,

  • b. bestaande uit: een gaswasser.

F 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het al dan niet biologisch reinigen van met zwavel verontreinigde gassen door een ontzwavelingsinstallatie met een zwavelverwijderingsrendement van ten minste 95%, waarbij:

    • elementair zwavel of zwavelverbindingen worden afgescheiden en nuttig worden toegepast, en

    • in geval van chemisch reinigen sprake is van recirculatie van hulpstoffen in het reinigingsproces,

  • b. bestaande uit: een ontzwavelingsinstallatie en al dan niet een wasvloeistofbehandelingssysteem, met uitzondering van apparatuur voor de productie of nuttige toepassing van zwavel of zwavelverbindingen.

Fijnstof

F 4410

Apparatuur voor procesgeïntegreerde vermindering van stofontwikkeling (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 4416

Platenkoeler, -droger of -warmtewisselaar voor indirect halogeenvrij koelen, drogen of verwarmen in de kunstmest- en voedingsmiddelenindustrie

  • a. bestemd voor: het indirect koelen, drogen of verwarmen van vrijstromende vaste stoffen in de kunstmest- en voedingsmiddelenindustrie, waardoor het ontstaan van stof, al dan niet in combinatie met andere gasvormige verontreinigingen, wordt voorkomen of geminimaliseerd, en waarbij het energiegebruik niet groter is dan bij toepassing van een directe koel-, droog- of verwarmingstechniek en in geval van koeling uitsluitend halogeenvrije koelmiddelen worden gebruikt,

  • b. bestaande uit: een platenkoeler, -droger of -warmtewisselaar.

Toelichting: Bij een indirect systeem komen het medium en het te koelen, te drogen of te verwarmen product niet met elkaar in contact. Het indirect koelen, drogen of verwarmen van vloeistoffen komt niet in aanmerking.

B 4417

Rookgenerator voor voedselbewerking

  • a. bestemd voor: het bewerken of garen van voedingswaren met rookcondensaat, waarbij het rookcondensaat verneveld wordt in de rookkamer,

  • b. bestaande uit: een rookgenerator.

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4421

Apparatuur voor optische stofdetectie en -registratie

  • a. bestemd voor: het beheren en minimaliseren van de stofemissie door het continu optisch online detecteren, registreren en terugrekenen van stofemissies tot bedrijfsemissies rondom op- en overslagen met een verwachte emissie van fijnstof van ten minste 25 ton per jaar,

  • b. bestaande uit: stofdetectieapparatuur op basis van een optische techniek en registratieapparatuur.

D 4422

Gesloten beladingssysteem

  • a. bestemd voor: het met een sluitkegel, een opblaasbare band of een stofrok verminderen van stofemissies bij het laden of lossen van vrachtwagens of schepen, waarbij de verbinding op onderdruk wordt gehouden en de uittredende lucht wordt gefilterd,

  • b. bestaande uit: een beladingsbalg met een sluitkegel, een opblaasbare band of een stofrok, een filteraansluiting of een geïntegreerd stoffilter en al dan niet een ventilator.

A 4485

Stofafscheider

  • a. bestemd voor: het verwijderen van stofdeeltjes uit een afgas of luchtstroom met een vast opgestelde stofafscheider, waarbij:

    • de restemissie die geforceerd naar de buitenlucht wordt afgevoerd ten hoogste 2 milligram stof per normaal kubieke meter bedraagt,

    • de gefilterde lucht niet wordt gerecirculeerd,

    • de afgas of luchtstroom niet afkomstig is van een crematorium, kantoorgebouw of gebouw waarin aan landbouw gerelateerde activiteiten plaatsvinden,

  • b. bestaande uit: een stofafscheider en al dan niet een ventilator en apparatuur die benodigd is om de condities van de te reinigen gassen aan te passen voor stofafscheiding.

Toelichting: Bedrijfsmiddelen waarvoor Arbo-verplichtingen gelden komen niet in aanmerking. Arbo-verplichtingen kunnen bijvoorbeeld gelden als gefilterde lucht gedeeltelijk of geheel wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt.

A 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

  • a. bestemd voor: het met een vast opgesteld filter verwijderen van stofdeeltjes uit een rookgas afkomstig van een hout- of houtpelletgestookte ketel, kachel of oven met een thermisch vermogen van minder dan 1 megawatt, waarbij de voorziening niet verplicht gesteld is door het bevoegd gezag,

  • b. bestaande uit: een filterinstallatie en al dan niet een ventilator.

Vluchtige organische stoffen (VOS)

F 4520

Dubbele mechanische asafdichting of hermetisch gesloten magnetische koppeling

  • a. bestemd voor: het verminderen of voorkomen van lek- en verdampingsverliezen van vluchtige organische stoffen of andere milieuschadelijk gassen langs roterende assen van machines, door:

    • 1. een dubbele mechanische afdichting die voldoet aan ISO 21049:2004, categorie 3, arrangement 3, of

    • 2. een hermetisch gesloten magnetische koppeling, en waarvoor geen verplichting is voorgeschreven door het bevoegd gezag of het Activiteitenbesluit milieubeheer,

  • b. bestaande uit: een dubbele mechanische asafdichting of magnetische koppeling.

D 4531

Reinigings- of ontvettingsinstallatie op basis van CO2

  • a. bestemd voor: het ontvetten en reinigen van metalen (half-)producten met superkritisch CO2,

  • b. bestaande uit: een ontvettings- en reinigingsinstallatie.

A 4550

Druktorens voor waterloze offset

  • a. bestemd voor: het bedrukken van materiaal zoals papier, karton, textiel of kunststof door een offsetdrukmachine die waterloze inkten verbruikt,

  • b. bestaande uit: druktorens en al dan niet een droogeenheid en een terugdraaivoorziening ter voorkoming van uitval.

A 4551

Drukvormwasinstallatie voor zeefdrukvormen

  • a. bestemd voor: het in twee opeenvolgende processtappen verwijderen van inkt en het strippen van zeefdruksjablonen in een gesloten systeem zonder gebruik te maken van vluchtige organische reinigingsmiddelen,

  • b. bestaande uit: een inktverwijderingseenheid, een stripeenheid en een rondpompsysteem, met uitzondering van apparatuur voor het reinigen van persrollen.

F 4570

Textielreinigingssysteem met CO2

  • a. bestemd voor: het reinigen van textiel met CO2,

  • b. bestaande uit: een reinigingsinstallatie, een toevoereenheid, een mengsysteem, een pomp en een opslagsysteem voor CO2.

G 4571

Natreinigingssysteem

  • a. bestemd voor: het reinigen van bovenkleding, voorzien van een reinigingsetiket met het symbool voor professionele natreiniging normaal proces, professionele natreiniging mild proces of professionele natreiniging zacht proces (conform ISO 3758), door een nat proces op basis van water in plaats van perchloorethyleen, waarbij de gereinigde bovenkleding wordt gedroogd met een droogsysteem op basis van een warmtepomp,

  • b. bestaande uit: een reinigingsmachine, een droogsysteem en al dan niet een vormdroger.

E 4572

Gesloten textielreinigingsmachine van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen

  • a. bestemd voor: het reinigen van niet-natwasbaar textiel in een gesloten textielreinigingsmachine,

    • die in één cyclus textiel reinigt en droogt,

    • die reinigt met niet-toxische, halogeenvrije oplosmiddelen van klasse A III met een vlampunt boven 55°C en die lichter zijn dan water,

    • die voorzien is van een droogsysteem op basis van een warmtepomp,

    • waarbij het droog- en destillatiesysteem zijn voorzien van waterbesparende ventielen,

    • waarin het oplosmiddel wordt teruggewonnen in een emissievrij destillatiesysteem, en

    • waarbij de bestaande reinigingsmachine wordt vervangen en verwijderd,

  • b. bestaande uit: een computergestuurde textielreinigingsmachine, een droogsysteem op basis van een warmtepomp, elektronische droogcontrole, een waterafscheider, een overvulbeveiliging van het destillatie- en residuvat, een emissievrij vul- en uitruimsysteem.

D 4580

Thermische oxidator voor afgassen

  • a. bestemd voor: het thermisch oxideren van afgassen of vluchtige organische stoffen, waarbij:

    • de NOx-emissie tijdens autotherme verbranding niet meer bedraagt dan 10 milligram per nominaal kubieke meter (bij 11% O2),

    • het netto energiegebruik niet meer bedraagt dan 75 kilojoule per nominaal kubieke meter afgas, en

    • in geval van een regeneratieve thermische oxidatie de piekemissie, die kan optreden bij het omschakelen van de keramische bedden of ander warmte bufferend medium, tot een minimum wordt beperkt door toepassing van een systeem met ten minste drie verbrandingskamers,

  • b. bestaande uit: een thermische oxidator.

B 4581

Biologisch luchtfilter voor vluchtige organische stoffen

  • a. bestemd voor: de microbiologische afbraak van vluchtige organische stoffen uit afgassen,

  • b. bestaande uit: een bak of vat met biomassa, een ventilator en al dan niet de volgende onderdelen: een filterbevochtigingsinstallatie, een afgasbevochtigingsinstallatie, een demister en een afgassenkoelinstallatie.

A 4582

Gas- en dampadsorber met reactivering

  • a. bestemd voor: het verwijderen van vluchtige organische stoffen, geurstoffen, dampen of zware metalen uit afgassen door adsorptie, waarbij:

    • het adsorptiemiddel na gebruik op locatie wordt gereactiveerd waarna het middel opnieuw voor adsorptie wordt ingezet, en

    • de geadsorbeerde vluchtige organische stoffen terug gewonnen of vernietigd worden of de geadsorbeerde zware metalen terug gewonnen worden,

  • b. bestaande uit: een adsorber en een reactiveringsapparatuur.

F 4583

Vlamloze thermische oxidator voor afgassen met energieterugwinning

  • a. bestemd voor: het thermisch oxideren van verbrandingsgassen, rookgassen, stortgassen of vluchtige organische stoffen (VOS) met behulp een reactor voorzien van een warmtebufferend medium waarbij:

    • de NOx-emissie ten hoogste 5 milligram per nominaal kubieke meter bij 11% O2 bedraagt, en

    • sprake is van netto energiewinst,

  • b. bestaande uit: een vlamloze thermische oxidator en al dan niet de volgende onderdelen: een compressor en een warmtewisselaar, met uitzondering van turbine en generator.

Overige luchtverontreiniging

F 4600

Apparatuur voor reductie van styreenemissie (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

  • a. bestemd voor: het (al dan niet katalytisch) niet-thermisch oxideren van geurstoffen, VOS of pathogenen in naar buiten te blazen luchtstromen in de industrie of horeca door koud plasma of ionisatie, waarbij de verontreinigingen worden omgezet in onschadelijke stoffen of uiteenvallen in hun elementaire componenten,

  • b. bestaande uit: een reactorkamer met plasmaplaten (plasmaomzetter) of ionisator (op basis van hoogspanning) en al dan niet de volgende onderdelen: een katalysator, een voorfilterinstallatie voor het koude oxidatieproces en een nageschakelde restradicalenabsorber of -vernietiger.

A 4682

Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

  • a. bestemd voor: het in een gesloten systeem in een kalkhoudende waterige oplossing condenseren van zwavelhoudende dampen en de daarmee samenhangende geurstoffen afkomstig van een industrieel proces, waarbij de geurstoffen worden gebonden en geuremissie naar buiten wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: apparatuur die aantoonbaar noodzakelijk is om de geurstoffen te verwijderen en al dan niet een waterbehandelingssysteem.

E 4685

Biologische afgaswasser

  • a. bestemd voor: het verwijderen van gasvormige verontreinigingen uit afgassen, niet afkomstig uit afval- of slibverbrandingsinstallaties of stallen, door een biologische gaswasinstallatie, waarbij er geen sprake is van het opwaarderen van gas, zoals biogas of stortgas, tot een hoogwaardiger brandstof,

  • b. bestaande uit: biomassa, een tank en al dan niet de volgende onderdelen; een ventilator, een druppelvanger, een chemicaliëndoseerinstallatie en een wasvloeistofbehandelingssysteem.

Toelichting: Bedrijfsmiddel E 4685 is enkel bestemd voor de behandeling van afgassen en niet voor de productie van gassen. Onder opwaarderen tot een brandstof wordt verstaan zowel het verhogen van de energie-inhoud als het reinigen van de (af)gassen.

Ruimtegebruik

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

Ecosystemen en biodiversiteit

F 5100

Landschapselementen voor het versterken van biodiversiteit

  • a. bestemd voor: het versterken van biodiversiteit in het landelijk gebied door het aanbrengen of aanpassen van landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of apparatuur, al dan niet in combinatie met:

    • 1. natuurinclusieve landbouw,

    • 2. waterretentie, of

    • 3. natuurlijke speelelementen voor kinderen,

    waarbij geldt dat:

    • toegepast hout voldoet aan de eisen zoals opgenomen punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage, en

    • het bepalen van de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren is gebaseerd op een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of apparatuur die technisch noodzakelijk zijn voor versterking van gebiedseigen biodiversiteit en al dan niet natuurlijke speelelementen, met uitzondering van geprefabriceerde speelelementen en andere in de Milieulijst genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen zijn, die als element homogeen in het gebiedseigen landschap opgenomen zijn. Informatie over gebiedseigen elementen is onder andere beschikbaar op de websites www.spade.nl, www.landschapsbeheer.nl en www.nederlandscultuurlandschap.nl.

Voor landschapsinrichting kan ook gebruik gemaakt worden van de maatlat BREEAM-NL Gebied (www.breeam.nl/gebied/breeam_gebied).

Investeringen in het kader van de Green Deal ‘Levende Duurzame Buitenruimtes’ kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden. Informatie over de Green Deal is beschikbaar op de website www.nlgreenlabel.nl/homepage/nlgreenlabel.

F 5101

Landschapselementen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van bijen

  • a. bestemd voor: het uitbreiden van voedselaanbod en nestgelegenheid voor bijen in het landelijk gebied door het aanbrengen of aanpassen van landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of permanente voorzieningen, al dan niet in combinatie met:

    • 1. natuurinclusieve landbouw, of

    • 2. waterretentie,

    waarbij geldt dat:

    • toegepast hout voldoet aan de eisen zoals opgenomen punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • de genomen maatregelen ten behoeve van bijen in lijn zijn met adviezen van relevante onderzoeks- of adviesorganisaties,

    • het niet gaat om de aanleg van een teeltvrije zone zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit Milieubeheer, en

    • het ook niet gaat om investeringen die als randvoorwaarden door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden gesteld,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn voor het verbeteren van leefomstandigheden van bijen, met uitzondering van andere in de Milieulijst genoemde bedrijfsmiddelcodes op grond waarvan een investering in aanmerking komt voor investeringsaftrek of willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen of voorzieningen voor bijen zijn bijvoorbeeld bijenhotels, houtwallen, windhagen, bloeiende bomen en op bijen afgestemde erf- of terreinbeplanting.

Informatie over bijvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op de websites www.vlinderstichting.nl, www.nederlandzoemt.nl, www.2B-connect.eu en www.food4bees.nl. Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.

F 5120

Visgeleidingssysteem

  • a. bestemd voor:

    • 1. het voorkomen van beschadiging of sterfte van vissen bij de inname van koel- of proceswater, of

    • 2. het opheffen van bestaande kunstmatige barrières zoals veroorzaakt door stuwen en waterkrachtcentrales bij de migratie van vis,

  • b. bestaande uit: een vistrap, een visgeleidingssysteem of een visbypass-systeem.

F 5121

Zwerfvuilvangsysteem op het water

  • a. bestemd voor: het verwijderen van het in het oppervlaktewater aanwezige plastic afval met een verzamelvoorziening of -installatie op binnenwateren of het Nederlands Continentaal Plat (NCP), waarbij de hoeveelheid verwijderd plastic zwerfafval toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en het verzamelde materiaal wordt verwerkt,

  • b. bestaande uit: een zwerfvuilvangsysteem en al dan niet een monitoringssysteem en een sorteerinstallatie.

Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.

F 5125

Onderwatergeluidsschadebeperkende apparatuur

  • a. bestemd voor: het in real-time voorkomen van gedragsverstoring of gehoorschade bij zeezoogdieren door het monitoren van de aanwezigheid van zeezoogdieren, het meten van door de mens veroorzaakt onderwatergeluid en het op basis hiervan nemen van geluidbeperkende maatregelen,

  • b. bestaande uit: een onderwatergeluidmonitoringssysteem, een zeezoogdiermonitoringssysteem en geluidbeperkende voorzieningen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is onderdeel van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.

F 5129

Verjagingsapparatuur voor vogels of vleermuizen

  • a. bestemd voor: het voorkomen en verminderen van letsel door:

    • 1. het verjagen en al dan niet monitoren van vogels en vleermuizen bij windmolens, waarbij plaatsing en uitvoering van de apparatuur plaatsvindt in samenwerking met een relevante en erkende onderzoeksorganisatie, of

    • 2. het verjagen van vogels door middel van laserlicht,

  • b. bestaande uit: verjagingsapparatuur en al dan niet de volgende onderdelen: monitoringsapparatuur en aanpassingen aan de windmolen.

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

  • a. bestemd voor: het in of op een waterlichaam (inclusief de Nederlandse kustwateren) versterken van gebiedseigen biodiversiteitsfactoren, al dan niet in combinatie met kust- of oeverbescherming, door investering in landschapselementen, zoals natuurvriendelijke oevers, nestvlotjes en wilgenbossen of bouwkundige of civieltechnische werken, zoals kunstriffen, hangende structuren of hard substraat, waarbij:

    • het bepalen van de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren in lijn is met adviezen van relevante beheerplannen of gebaseerd op een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie, en

    • schade door eigen activiteiten wordt verminderd of voorkomen,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken, die aantoonbaar bijdragen aan de gebiedseigen aquatische biodiversiteit, met uitzondering van drijvende zonnepanelen en apparatuur of installaties bestemd voor kweek of productie.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor een waterlichaam wordt de definitie uit de Kaderrichtlijn water gehanteerd: een ‘onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater’.

Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op de website www.rwsnatura2000.nl.

Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op de websites www.buildingwithnatureindestad.nl, http://natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl/ of in het rapport “Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050” van Wageningen Marine Research (http://edepot.wur.nl/411288).

Bodem en grondwater

B 5311

Transformator met plantaardige olie

  • a. bestemd voor: het omzetten van hoogspanning naar laagspanning door een transformator die is geïsoleerd met uitsluitend plantaardige olie,

  • b. bestaande uit: een transformator.

F 5320

Grondwatersaneringssysteem met nuttig gebruik van saneringswater

  • a. bestemd voor: het saneren van verontreinigd grondwater in de zin van de Wet bodembescherming, waarbij het grondwater wordt gezuiverd en nuttig gebruikt wordt:

    • 1. voor een andere toepassing in de ondergrond,

    • 2. als proceswater, of

    • 3. als oppervlaktewater, waarbij aantoonbaar sprake is van het verbeteren van het waterkwantiteitsbeheer of de natuurkwaliteit,

  • b. bestaande uit: onttrekkings- en infiltratiefilters, leidingwerk, een pomp, een zuiveringswerk voor het grondwater en al dan niet de volgende onderdelen: een warmtewisselaar en een elektronische monitorings- en regeleenheid, met uitzondering van investeringen in gangbare pump-and-treat-techniek.

Toelichting: Voorbeelden van nuttige toepassingen in de ondergrond zijn het tegengaan van verdroging (natuurbeheer of -herstel) of van grondwateroverlast door het stopzetten van industriële bronnen of elke andere combinatie van meerdere gebruiksfuncties waarvan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit er één is.

B 5321

Grondwaterbeheerssysteem met nuttig gebruik van saneringswater

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar geohydrologisch beheersen van de vlek van verontreinigd grondwater, in de zin van de Wet bodembescherming, waarbij het verontreinigd grondwater nuttig wordt gebruikt voor een andere toepassing in de ondergrond,

  • b. bestaande uit: onttrekkings- en infiltratiefilters, leidingwerk, een pomp en al dan niet de volgende onderdelen: een warmtewisselaar en een elektronische monitorings- en regeleenheid, met uitzondering van investeringen in gangbare pump-and-treat-techniek.

Toelichting: Een voorbeeld van nuttig gebruik van verontreinigd grondwater is het gebruik in een WKO.

A 5331

Apparatuur voor bodem- of grondwatersanering voor een ernstige verontreiniging op een niet-spoedlocatie

  • a. bestemd voor: het saneren van bodem- of grondwaterverontreiniging op een locatie, die niet is aangemerkt als spoedlocatie en waarbij,

    • er sprake is van ernstige verontreiniging,

    • de verontreiniging is veroorzaakt vóór 1987, en

    • blijkt dat aan bovengestelde eisen wordt voldaan uit een beschikking van het bevoegd gezag of uit een rapportage opgesteld door een daartoe erkende instelling op basis van het Besluit bodemkwaliteit,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het saneren van bodem- of waterverontreiniging en al dan niet een monitorings- en regeleenheid.

F 5345

Apparatuur voor het karakteriseren en monitoren van verontreinigde locaties

  • a. bestemd voor: het bemonsteren en analyseren van grondwaterkwaliteit of -kwantiteit met niet-conventionele bemonsterings- en analyseapparatuur ten behoeve van gebiedsgericht grondwaterbeheer in de zin van de Wet bodembescherming,

  • b. bestaande uit: monstername- en meetapparatuur.

Toelichting: Voorbeelden van parameters, die gemeten kunnen worden, zijn bodemgesteldheid, verontreinigingsvracht en -flux met bijvoorbeeld ‘passive samplers’ of bacterie-aanwezigheid. Ook het visueel maken van deze data komt in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. Een ander voorbeeld van een niet-conventionele techniek is het online en continu meten van de pH. De conventionele manier van het meten van de zuurgraad is door een eenmalige meting in een peilbuis.

Gebiedsgericht grondwaterbeheer staat in paragraaf 3b, artikel 55, lid c tot en met i van de Wet bodembescherming beschreven.

Gevaarlijke stoffen

A 5405

Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassing bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico op ongevallen in Nederland bij transport of opslag van gevaarlijke stoffen, door het op eigen locatie gaan produceren van gevaarlijke stoffen, waarbij:

    • in de bestaande situatie de gevaarlijke stof over een afstand van meer dan 10 kilometer wordt getransporteerd over weg of spoor,

    • dit transport volledig wordt beëindigd,

    • de gevaarlijke stof als grondstof dient voor één of meer kernprocessen,

    • niet meer wordt geproduceerd dan voor het kernproces noodzakelijk is, en

    • de gevaarlijke stof opgenomen is bijlage 1, deel 1 en 2 van de richtlijn 2012/18/EU betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waarnaar verwezen wordt vanuit het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en waarbij de hoeveelheid van de gevaarlijke stof op eigen locatie de drempelwaarde genoemd in kolom 2 van deel 1 of 2 overschrijdt,

  • b. bestaande uit: lokale productie-installatie van gevaarlijke stoffen en al dan niet: transportleidingen naar het kernproces of kernprocessen tot ten hoogste 10 kilometer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 5406

Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico op ongevallen in Nederland bij grootschalige opslag van gevaarlijke stoffen door het continu in plaats van batchgewijs produceren van die gevaarlijke stoffen, waarbij:

    • het volume van de opslag met ten minste 80% wordt gereduceerd,

    • de gevaarlijke stof als grondstof dient voor één of meer kernprocessen, en

    • de gevaarlijke stof opgenomen is bijlage 1, deel 1 en 2 van de richtlijn 2012/18/EU betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waarnaar verwezen wordt vanuit het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en waarbij de hoeveelheid van de gevaarlijke stof op eigen locatie de drempelwaarde genoemd in kolom 2 van deel 1 of 2 overschrijdt,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen en al dan niet transportleidingen naar het kernproces tot maximaal 10 kilometer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5410

Gasdetectieapparatuur bij grote opslagen van toxische gassen

  • a. bestemd voor: het met ten minste twee sensoren vroegtijdig detecteren van lekken bij opslagen van toxische gassen, zoals ammoniak of chloor, groter dan 5 normaal kubieke meter, met activering van een systeem dat het ontsnappen van de gassen tegengaat of met automatische doormelding naar een alarmcentrale, voor zover dit niet wettelijk verplicht is,

  • b. bestaande uit: early warning gasdetectieapparatuur en al dan niet de volgende onderdelen: apparatuur voor doormelding naar een alarmcentrale en een noodopslagtank die geen deel uitmaakt van de normale bedrijfsvoering.

F 5411

Branddetectiesysteem in chemicaliënopslagen tot 10 ton

  • a. bestemd voor: het vroegtijdig detecteren van brand in chemicaliënopslagruimten met een opslagcapaciteit van minder dan 10 ton, met activering van een blussysteem of met automatische doormelding naar een alarmcentrale, voor zover het systeem niet wettelijk verplicht is of vanuit een brandconcept noodzakelijk is,

  • b. bestaande uit: detectieapparatuur en al dan niet de volgende onderdelen: een automatisch brandblussysteem en apparatuur voor doormelding naar een alarmcentrale.

Toelichting: Branddetectiesystemen bij vuurwerkopslagen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Vuurwerkopslagen worden niet aangemerkt als chemicaliënopslagen.

F 5412

Lichtschuimblusinstallatie voor chemicaliënopslagen

  • a. bestemd voor: het bij brand vol schuimen van de opslagruimte bij installaties waarbij op grond van PGS 15:2005 voldoen aan beschermingsniveau 1 niet verplicht is,

  • b. bestaande uit: lichtschuimgeneratoren.

Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op de website www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

A 5415

Laad- en losapparatuur voor modaliteitsverschuiving vervoer gevaarlijke stoffen

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico van een zwaar ongeval door het omschakelen van bestaand transport van gevaarlijke stoffen over weg of spoor naar transport per binnenvaartschip,

  • b. bestaande uit: laad- en losvoorzieningen en al dan niet kadefaciliteiten die technisch noodzakelijk zijn om vervoer via een binnenvaartschip mogelijk te maken.

A 5416

Tweede omhulling voor een proces- of verladingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het voorkomen van het in de buitenlucht komen van incidentele emissies van toxische gassen uit een chemische procesinstallatie of een verladingsinstallatie, voor zover de tweede omhulling niet wettelijk verplicht is. De uitsluitend daartoe bestemde constructie is in overeenstemming met de eisen betreffende arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding, wat blijkt uit een verklaring opgesteld door een onafhankelijke deskundige dan wel het bevoegde gezag,

  • b. bestaande uit: een constructie die als een tweede omhulling de proces- of verladingsinstallatie omsluit zodanig dat er geen toxisch gas naar buiten kan treden, met uitzondering van de gasopvang- en neutralisatie-installatie.

F 5420

Verwijderingsinstallatie voor cadmium uit kunstmest

  • a. bestemd voor: het verwijderen van cadmium uit kunstmest tijdens of na de productie, zodat de geproduceerde kunstmest in totaal minder dan 40 milligram cadmium per kilogram fosfaat bevat, wat wordt aangetoond door een meetrapport van een onafhankelijk meetinstituut of laboratorium,

  • b. bestaande uit: een cadmiumverwijderingsinstallatie.

Gebouwde omgeving

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

DuBo

G 6100

Verwarmd circulair utiliteitsgebouw

  • a. bestemd voor: het creëren van circulaire materiaalketens door het realiseren van een circulair utiliteitsgebouw, niet zijnde stallen, kassen, datacenters en onverwarmde gebouwen (lichte industrie), dat voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd; de MPG score is ten hoogste 0,5 op basis van de Nationale Milieu Database (NMD) bepalingsmethode en rekenregels versie 3.0 of later,

    • 3. de verhouding MPG module D/module A is kleiner dan -0,75 of bij een positieve waarde van module D is de verhouding van module D/MPG score groter dan 0,75,

    • 4. voor het gebouw is een beveiligd webbased materialenpaspoort beschikbaar met ten minste de volgende onderdelen: alle elementen en componenten van het gebouw, inzicht in demontabiliteit en toxiciteit van materialen,

    • 5. waarbij bovenstaande wordt aangetoond door een ontwerp assessment dat binnen drie maanden na meldingsdatum is gevalideerd door een assessor van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties erkende maatlatmethodiek,

    • 6. waarbij de melder akkoord gaat met dat voor kennisdeling en analysedoeleinden de ontwerp- en opleverresultaten van het project door RVO openbaar worden gemaakt op basis van een door de melder aangeleverd assessmentrapport dat binnen 1 jaar na oplevering gevalideerd is door een onafhankelijke assessor, anders dan de assessor van het ontwerpcertificaat, en

    • 7. waarbij het gebouw binnen drie jaar na de eerste investeringsdatum in gebruik is genomen,

  • b. bestaande uit: onderzoekskosten voor het opnemen van in het gebouw toegepaste materialen in de Nationale MilieuDatabase op categorie 1 niveau, en een verwarmd circulair utiliteitsgebouw met uitzondering van de volgende onderdelen: interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het circulaire utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie: € 1.200 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 600 per m2 bvo

Investeringen in een verwarmd circulair utiliteitsgebouw kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden.

Toelichting: In het kader van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie wordt met deze experimentele bedrijfsmiddelcode beoogd circulaire materiaalketens te stimuleren en ervaring op te doen met de Milieu Prestatieberekening voor Gebouwen (MPG) op basis van een circulaire bouwbenadering. Door publicatie van de projectgegevens op het RVO Podium Duurzame Gebouwen (www.rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie vindt plaats op basis van het ontwerp assessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.

De door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn voor 2019 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Enkel gebouwen (zijnde lichte industrie) waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen in aanmerking voor deze code.

D 6101

Onverwarmd circulair utiliteitsgebouw

  • a. bestemd voor: het creëren van circulaire materiaalketens door het realiseren van een circulair onverwarmd utiliteitsgebouw zijnde een gebouw met lichte industriefunctie, niet zijnde stallen, kassen en datacenters, dat voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd; de MPG score is ten hoogste 0,3 op basis van de NMD bepalingsmethode en rekenregels versie 3.0 of later,

    • 3. de verhouding MPG module D/module A is kleiner dan -0,75 of bij een positieve waarde van module D is de verhouding van module D/MPG score groter dan 0,75,

    • 4. voor het gebouw is een beveiligd webbased materialenpaspoort beschikbaar met ten minste de volgende onderdelen: alle elementen en componenten van het gebouw, inzicht in demontabiliteit en toxiciteit van materialen,

    • 5. waarbij bovenstaande wordt aangetoond door een ontwerp assessment dat binnen drie maanden na meldingsdatum is gevalideerd door een assessor van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties erkende maatlatmethodiek,

    • 6. waarbij de melder akkoord gaat met dat voor kennisdeling en analysedoeleinden de ontwerp- en opleverresultaten van het project door RVO openbaar worden gemaakt op basis van een door de melder aangeleverd assessmentrapport dat binnen 1 jaar na oplevering gevalideerd is door een onafhankelijke assessor, anders dan de assessor van het ontwerpcertificaat, en

    • 7. waarbij het gebouw binnen drie jaar na de eerste investeringsdatum in gebruik is genomen,

  • b. bestaande uit: onderzoekskosten voor het opnemen van materialen in de Nationale MilieuDatabase op categorie 1 niveau, en een onverwarmd circulair utiliteitsgebouw, met uitzondering van de volgende onderdelen: interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het onverwarmd circulair utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor € 400 per vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Investeringen in een onverwarmd circulair utiliteitsgebouw kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel D 6101 gemeld worden.

Toelichting: In het kader van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie wordt met deze experimentele bedrijfsmiddelcode beoogd circulaire materiaalketens te stimuleren en ervaring op te doen met de Milieu Prestatie berekening voor Gebouwen (MPG) op basis van een circulaire bouwbenadering. Door publicatie van de projectgegevens op het RVO Podium Duurzame Gebouwen (www.rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie vindt plaats op basis van het ontwerp assessmentrapport, waarna deze publicatie verrijkt wordt met de gegevens van het opleverrapport.

De door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn voor 2019 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

D 6115

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, of een kas, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4a. voor het gerenoveerde gebouw wordt het niveau ‘Excellent’ (4 sterren) op het aspect ‘Asset’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL-In-Use) van de Dutch Green Building Council behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde scores worden behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-in-Use assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na meldingsdatum afgegeven Breeam In-Use certificaat, of

    • 4b. voor het nieuwe of grootschalig gerenoveerd gebouw wordt het niveau ‘Outstanding’ (5 sterren) van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw en Grootschalige Renovatie) van de Dutch Green Building Council behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat dan wel een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat volgens de op dat moment geldende maatlat van BREEAM-NL Nieuwbouw en Grootschalige Renovatie,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie; € 600 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op de website www.BREEAM.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

E 6116

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, of een kas, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4a. voor het gerenoveerde gebouw wordt het niveau ‘Very Good’ (3 sterren) op het aspect ‘Asset’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL-In-Use,) van de Dutch Green Building Council behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde scores worden behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-in-Use assessementrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na meldingsdatum afgegeven Breeam In-Use certificaat, of

    • 4b. voor het nieuwe of grootschalig gerenoveerd gebouw wordt het niveau ‘Excellent’ (4 sterren) van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw en Grootschalige Renovatie) van de Dutch Green Building Council behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat dan wel een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat volgens de op dat moment geldende maatlat van BREEAM-NL Nieuwbouw en Grootschalige Renovatie,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie: € 600 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op de website www.BREEAM.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

D 6120

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw 4.3

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, een kas, of een datacenter, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4a. het gerenoveerde gebouw voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 met een score van ten minste 7,5 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, of

    • 4b. het nieuwe gebouw voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 met een score van ten minste 8,5 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, en

    • 5. het voldoen aan de eisen onder 5 blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening (versie maart 2015), en uit een na de oplevering van het gebouw en binnen drie jaar na afgifte van voornoemde rapportage afgegeven opleverrapportage die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening (versie maart 2015), dan wel binnen vier jaar volgens de op dat moment geldende maatlat van GPR Gebouw,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie: € 600 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over GPR Gebouw 4.3 is beschikbaar op de website www.gprgebouw.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

E 6121

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw 4.3

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, een kas, of een datacenter, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4a. het gerenoveerde gebouw voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 met een score van ten minste 7,0 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, of

    • 4b. het nieuwe gebouw voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 met een score van ten minste 8,0 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, en

    • 5. het voldoen aan de eisen onder 5 blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening (versie maart 2015), en uit een na de oplevering van het gebouw en binnen drie jaar na afgifte van voornoemde rapportage afgegeven opleverrapportage die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening (versie maart 2015), dan wel binnen vier jaar volgens de op dat moment geldende maatlat van GPR Gebouw,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijn de industriefunctie: € 600 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over GPR Gebouw 4.3 is beschikbaar op de website www.gprgebouw.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

D 6125

Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED 4 BD+C

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, of een kas, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4. voor het gebouw wordt het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED BD+C, versie 4) van de U.S. Green Building Council behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een LEED Accredited Professional, opgesteld statusrapport waaruit blijkt dat in het ontwerp de volgende creditscores zijn opgenomen: SS credit 1 (SA) en 2 (SD-PoRH) samen ten minste 2 punten, EA credit 2 (OEP) ten minste 10 punten, MR credit 2 (BPDO-EPD) tot en met 4 (PBT.SR-M) samen ten minste 4 punten, en

    • 5. waarbij binnen drie jaar na afgifte van het statusrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED) van de U.S. Green Building Council waaruit bovengenoemde scores blijkt,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie: € 600 per m2 bvo

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over LEED is beschikbaar op de website www.usgbc.org en www.bouwcertificering.org. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

E 6126

Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED 4 BD+C

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal, of een kas, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe duurzame hout dat verwerkt wordt in het gebouw voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor het gemelde gebouw wordt een milieuprestatieberekening (MPG) overgelegd,

    • 3. van renovatie van een bestaand gebouw is slechts sprake indien de fundering en gebouwschil conform het Bouwbesluit 2012 gehandhaafd blijven, waarbij ingrijpende renovatie als nieuwbouw wordt beschouwd,

    • 4. voor het gebouw wordt het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED BD+C, versie 4) van de U.S. Green Building Council behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een LEED Accredited Professional, opgesteld statusrapport waaruit blijkt dat in het ontwerp de volgende creditscores zijn opgenomen: SS credit 1 (SA) maximale score, EA credit 2 (OEP) ten minste 7 punten, MR credit 2 (BPDO-EPD) tot en met 4 (PBT.SR-M) samen ten minste 3 punten, en

    • 5. waarbij binnen drie jaar na afgifte van het statusrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED) van de U.S. Green Building Council waaruit bovengenoemde score blijkt,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in een duurzame utiliteitsgebouw komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Gebruiksfunctie, niet zijnde industriefunctie: € 600 per m2 bvo.

Gebruiksfunctie, zijnde industriefunctie: € 300 per m2 bvo.

Investeringen in een duurzaam gebouwproject binnen een kalenderjaar kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 worden gemeld. Vervolgmeldingen in nakomende jaren kunnen gemeld worden onder bedrijfsmiddel E 6130.

Toelichting: Informatie over LEED is beschikbaar op de website www.usgbc.org en www.bouwcertificering.org. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via www.wetten.nl.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

E 6130

(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2016, 2017 of 2018

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties zoals genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 5 (industriefunctie) als het een onverwarmd gebouw betreft, 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw, niet zijnde een stal of een kas, waarvan is vastgesteld dat het voldoet aan de volgende eisen:

    • 1. de gemelde investering betreft een vervolg op de eerst gemelde investering in hetzelfde bouwproject in het jaar 2016, 2017 of 2018,

    • 2. het bouwproject voldoet aan alle eisen van de Milieulijst in het jaar van de eerste melding voor dit project, conform één van de bedrijfsmiddelcodes 6115, 6120 of 6125,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw, de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken of gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen, met uitzondering van gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a genoemde eisen, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouwproject kunnen uitsluitend in zijn geheel voor deze bedrijfsmiddelcode worden gemeld.

Toelichting: Deze code betreft enkel vervolgmeldingen op de bedrijfsmiddelcodes G 6115, G 6120 of G 6125 van de Milieulijst 2016, D 6115, D 6120, of D 6125 van de Milieulijst 2017 of 2018.

Voor gebouwen die worden verwarmd zijn in het Bouwbesluit onder andere eisen aan de thermische isolatie opgenomen. Gebouwen waarvoor deze eisen niet zijn opgenomen komen niet in aanmerking; gebouwen met lichte industrie functie zijn daarom uitgesloten.

Bedrijfsterreinen

D 6240

Apparatuur of werken voor het klimaatadaptief aanpassen van een bestaand bedrijfsterrein

  • a. bestemd voor: het herinrichten van een bestaand bedrijfsterrein gelegen op een bestaand bedrijventerrein of in een economische zone type C1 (retail, meubelboulevards) zoals deze in het IBIS wordt gehanteerd of op een bestaande kantorenlocatie, zodanig dat wateroverlast, verdroging en hittestress tegen wordt gegaan door:

    • het verwijderen van bestaande aansluitingen van de hemelwaterafvoer op het (regenwater)riool van het gebouw, en

    • het vervangen van ten minste 50% van de bestaande verharding bestemd voor parkeren, zij- en achterpaden (met uitzondering van trottoir en wegen) door groen, een waterpartij of waterdoorlatende of waterpasserende (half)verharding, waarbij ten minste één van de volgende voorzieningen aanwezig is of toegepast wordt:

      • 1. een vegetatiedak als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6420,

      • 2. een gevelbegroeiingssysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6421,

      • 3. een muurbegroeiingssysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel G 6422,

      • 4. een draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6405,

      • 5. een infiltratiesysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel G 6440,

      • 6. een voorziening voor het bufferen van regenwater als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6444, of

      • 7. een natuurvriendelijke voorzieningen in de gebouwde omgeving als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6320,

  • b. bestaande uit: apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken die technisch noodzakelijk zijn voor de klimaatadaptieve maatregelen.

Een investering in klimaatadaptief aanpassen van een bedrijfsterrein als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6240 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Voor bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie https://www.ibis-bedrijventerreinen.nl/).

Materiaalgebruik

A 6310

Sloophout in (onderdelen van) een werk of product

  • a. bestemd voor: het gebruik van niet-geïmpregneerd sloophout, waarvan bekend is van welke bron dit afkomstig is en waarbij dit geverifieerd kan worden met onder andere afvoerbonnen,

  • b. bestaande uit: (onderdelen van) een werk of product van sloophout conform de onder a. genoemde eisen.

Een investering in sloophout als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 komt onder bedrijfsmiddel A 6310 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor het sloophout dat wordt toegepast in het interieur.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 6310 komen de kosten voor de directe verwerking van het sloophout in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 6311

Duurzaam beton(product) met ten minste 30% gerecyclede content

  • a. bestemd voor: het gebruik van duurzaam beton in (onderdelen van) een werk of prefab bouwproduct, waarbij:

    • ten minste 30% van de grove fractie (op volumebasis) van het beton is vervangen door betongranulaat, thermisch of mechanisch gereinigd grind of zand, gereinigd ballastgrind of gerecycled cement,

    • de milieuprestaties van het beton met gerecycled content ten minste gelijk zijn aan die van beton van dezelfde kwaliteit zonder gerecycled content, en

    • wordt aangetoond dat aan bovenstaande eisen wordt voldaan met een certificaat op basis van het certificeringsprogramma ‘Duurzaam beton’ van de Concrete Sustainability Council (CSC),

  • b. bestaande uit: beton, inclusief de kosten voor aanlevering en in het werk brengen, of een betonnen prefab bouwproduct.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

€ 50 per kubieke meter beton bij uitsluitend vervanging van de grove fractie

€ 75 per kubieke meter beton als 20% van het gerecycled content bestaat uit gerecycled cement.

Een investering in beton(producten) met gerecycled content als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6126 komt onder bedrijfsmiddel E 6311 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6312

Duurzame recyclebare bitumineuze of EPDM-dakbedekking

  • a. bestemd voor: het bedekken van platte of licht hellende daken waarbij de dakbedekking door de producent aan het einde van de levensduur gegarandeerd wordt ingenomen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden, en door de producent volledig wordt gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe dakbedekking of wordt hergebruikt, met:

    • 1. een beloopbare eenlaags bitumineuze dakbedekking, die:

      • een duurzaam alternatief vormt voor de gebruikelijke tweelaags bitumineuze daksystemen bestaande uit een onder- en bovenlaag,

      • mechanisch wordt bevestigd, niet geballast is en waarbij uitsluitend de overlappen worden gelast met hete lucht zonder gebruik te maken van branders, en

      • geen zand, grind of leislag bevat, of

    • 2. een homogeen niet-betalkt EPDM-membraan, dat:

      • mechanisch wordt bevestigd met behulp van een inductielasapparaat, en

      • is opgebouwd uit meerdere banen onderling verbonden middels hot-bonding naden,

  • b. bestaande uit: een eenlaags bitumineuze dakbedekking of homogene EPDM-dakbedekking en de bijkomende kosten voor het aanbrengen van de dakbedekking en al dan niet een inductielasapparaat voor het bevestigen van de EPDM-dakbedekking.

Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met E 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6312 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6320

Natuurvriendelijke voorzieningen in de gebouwde omgeving

  • a. bestemd voor: het, in de gebouwde omgeving, door apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civiel-technische werken versterken van gebiedseigen biodiversiteitsfactoren, al dan niet in combinatie met het verminderen van stedelijke warmte-eiland effecten, en al dan niet voorzien van natuurlijke speelelementen, een natuurzwemvijver en begroeiing voor kinderen om buitenspelen te stimuleren, waarbij:

    • toegepast hout voldoet aan de eisen zoals opgenomen punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • het bepalen van de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren gebaseerd is op een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie, en

    • schade door eigen activiteiten wordt verminderd of voorkomen,

  • b. bestaande uit: apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken die technisch noodzakelijk zijn voor versterking van de gebiedseigen biodiversiteit en al dan niet de volgende onderdelen: natuurlijke speelelementen en een natuurzwemvijver, met uitzondering van de volgende onderdelen: geprefabriceerde speelelementen, investeringen in woningen en andere in de Milieulijst genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor maatregelen in de gebouwde omgeving kan men gebruik maken van de informatie van de vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/vogels_beschermen/stad_en_dorp/stadsvogels) en van het biodiversiteitsportaal (www.biodiversiteit.nl).

Installaties en civiele voorzieningen

F 6405

Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking

  • a. bestemd voor: multifunctionele voorzieningen door middel van volautomatische draaibare kokers, waarbij voor ten minste twee zijden van driekantige kokers en ten minste drie zijden van vierkantige kokers geldt dat de gekozen voorzieningen luchtzuivering, waterberging, energieopwekking, productie van groene grondstoffen, vermindering van het warmte-eiland effect of vergelijkbaar milieuvoordeel betreffen,

  • b. bestaande uit: (vol)automatische draaibare kokers met bovengenoemde voorzieningen, een bevestigingsframe en al dan niet de volgende onderdelen: bodem- of gevelbevestiging en constructieve aanpassingen ten behoeve van plaatsing, met uitzondering van kosten voor energieopwekking.

F 6420

Vegetatiedak

  • a. bestemd voor: het afdekken en isoleren van een dakconstructie van een bedrijfsgebouw door een pakket van waterbufferende lagen met vegetatie ter voorkoming van overlast of overbelasting van het riool door regenwater, ter zuivering van de buitenlucht of ter bevordering van broed- en foerageergelegenheid voor dieren,

  • b. bestaande uit: een waterkerende folie, een teeltlaag en al dan niet de volgende onderdelen: een drainagelaag, een kunstmatige bevloeiing en verankering, constructieve aanpassingen bij bestaande daken en nestelvoorzieningen.

Toelichting: Investeringen in het kader van de Green Deal ‘Groene Daken’ kunnen mogelijk gemeld worden voor dit bedrijfsmiddel.

F 6421

Gevelbegroeiingssysteem

  • a. bestemd voor: het bedekken van de verticale buitenzijden van een bedrijfsgebouw door een vegetatielaag voor verkoeling en zuivering van de buitenlucht of ter bevordering van broed- en foerageermogelijkheden van dieren,

  • b. bestaande uit: een frame met substraat en al dan niet de volgende onderdelen: een gevelbeschermende laag, constructieve aanpassingen bij bestaande muren, irrigatieleidingwerk en nestelvoorzieningen.

Toelichting: Investeringen in het kader van de Green Deal ‘Groene Daken’ kunnen mogelijk gemeld worden voor dit bedrijfsmiddel.

G 6422

Muurbegroeiingssysteem

  • a. bestemd voor: het beperken van geluidsoverlast en het bevorderen van broed-, schuil- of foerageermogelijkheden voor dieren door middel van een muurbegroeiingsysteem met dubbelzijdige begroeiing, waarbij het metalen frame zodanig beschermd is dat er geen stoffen uitlogen naar de bodem,

  • b. bestaande uit: een metalen frame met beschermende laag, substraat, dubbelzijdige begroeiing en al dan niet de volgende onderdelen: irrigatieleidingwerk en nestelvoorzieningen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 150 per vierkante meter in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

G 6440

Infiltratiesysteem

  • a. bestemd voor:

    • 1. het bufferen en infiltreren van regenwater in geperforeerde containers, waarbij het regenwater na verblijf in deze containers infiltreert in de bodem,

    • 2. het transporteren van regenwater naar een infiltratiesysteem of infiltreren van regenwater met geperforeerde leidingen, of

    • 3. het bufferen en infiltreren van regenwater in een wadi,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a, punt 1, een geperforeerde container en al dan niet geotextiel,

    • 2. met betrekking tot onderdeel a, punt 2, geperforeerde leidingen en al dan niet geotextiel,

    • 3. met betrekking tot onderdeel a, punt 3, een wadi.

F 6444

Voorziening voor het bufferen van regenwater

  • a. bestemd voor: het tijdens hevige regenval bufferen van regenwater afkomstig van bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen in de gebouwde omgeving, niet zijnde terreinen of gebouwen behorend bij de land- en (glas)tuinbouw, waarbij:

    • ten minste 50 liter regenwater per vierkante meter opvangoppervlak kan worden gebufferd,

    • de regenwaterbuffer zich op een dak of onder verharding bevindt, en

    • het opgevangen regenwater in drogere perioden:

      • 1. lokaal infiltreert,

      • 2. nuttig wordt toegepast, niet zijnde voor industriële processen, of

      • 3. wordt afgevoerd naar het regenwaterriool middels een meet- en regelsysteem gericht op regenwaterbuffering tijdens piekbuien,

  • b. bestaande uit: een wateropslagvoorziening en al dan niet de volgende onderdelen: een verzwaarde dakconstructie, geotextiel, een infiltratiesysteem, een meet- en regelsysteem en voorzieningen nodig voor het nuttig toepassen van regenwater tot aan de aansluiting voor nuttige toepassing.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel G 6440 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 1249 voor het benutten van regenwater in industriële processen.

F 6446

Decentrale sanitatie-installatie

  • a. bestemd voor: het decentraal zuiveren van afvalwaterstromen van huishoudelijke aard of hiermee vergelijkbaar, al dan niet in combinatie met andere reststromen, waarbij:

    • 1. scheiding van afvalwaterstromen aan de bron plaatsvindt en na bewerking of zuivering van het afvalwater grondstoffen en schoon water worden teruggewonnen die vervolgens worden gerecycled of anderszins nuttig toegepast, of

    • 2. geneesmiddelresten, hormoonverstorende stoffen of multiresistente bacteriën in het afvalwater onschadelijk worden gemaakt,

  • b. bestaande uit: een zuiveringsinstallatie en al dan niet de volgende onderdelen: een vermaler, een vergister, een membraaninstallatie, een oxidatiereactor, een actief kool filter en al dan niet een afvalcompressor.

Paragraaf 2b Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

  • 1. Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift komt in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien de investering voldoet aan de voorschriften uit artikel 36 of artikel 47 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

  • 2. Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift die landbouw, bosbouw, energie, visserij of aquacultuur betreft komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 3. Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift welke primair gericht is op energiebesparing, brandstofproductie, duurzame energie of andere energievoorzieningen of energietoepassingen komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, tenzij het produceren van brandstoffen expliciet wordt genoemd in de omschrijving van het bedrijfsmiddel.

  • 4. Brandstof en mest worden niet beschouwd als grondstof, CO2 wordt wel beschouwd als grondstof.

  • 5. Het niveau van milieubescherming van bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift is het hoogst mogelijke, dat in een gemiddeld en financieel gezond bedrijf van de betreffende branche met succes wordt bereikt, en ligt ten minste hoger dan voorgeschreven door het bevoegd gezag of verplicht is gesteld op grond van de Nederlandse wet- en regelgeving.

  • 6. Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift behaalt een aanmerkelijk milieuvoordeel in relatie tot het investeringsbedrag, uitgaande van het hoogst mogelijke niveau van milieubescherming, dat in een gemiddeld en financieel gezond bedrijf van de betreffende branche met succes wordt bereikt, en gaat verder dan de huidige stand der techniek.

  • 7. Een investering die naar aard, gebruik en toepassing overeenkomt met een in paragraaf 2a omschreven bedrijfsmiddel met middelvoorschrift wordt niet gemeld als een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift.

  • 8. Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift die een gebouw betreft of een voorziening voor het beschermen van apparatuur tegen weersinvloeden komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 9. De steun die middels de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen voor een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift kan worden verkregen bedraagt ten hoogste 35% van de in aanmerking komende kosten.

A 0001

Nieuwe en innovatieve milieuvriendelijke technologie

  • a. bestemd voor: het toepassen van milieuvriendelijke technologie, waarbij:

    • het gaat om een voor Nederland nieuw werkingsprincipe,

    • de belastingplichtige aantoont dat deze specifieke techniek voor het eerst in Nederland wordt toegepast (bijvoorbeeld door contractuele vastlegging of een verklaring van de leverancier), en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het behalen van de milieuvoordelen.

Toelichting: Onder een nieuwe en innovatieve technologie wordt verstaan een ten opzichte van de huidige stand van de techniek nieuwe en nog niet bewezen technologie, die een risico op technologische of industriële mislukking inhoudt en geen optimalisatie of opschaling is van een bestaande technologie. Ook een bedrijfsmiddel dat in het buitenland niet nieuw en innovatief is, maar nog niet in Nederland wordt toegepast, kan bij eerste toepassing in Nederland in aanmerking komen onder A 0001.

F 1100

Productieapparatuur voor producten op basis van biomassa

  • a. bestemd voor: de verwerking van biomassa tot een product, waarbij:

    • het product geen voedingsmiddel, brandstof, warmte of elektriciteit is,

    • de biomassa geen mest is,

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

    • het restproduct al dan niet een energie- of voedingsmiddeltoepassing krijgt, en

      • 1. het product niet gangbaar is, of

      • 2. het product wel gangbaar is maar de gebruikte biomassa niet gangbaar is als grondstof voor het product,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) productieapparatuur voor het verwerken van biomassa tot een product en voorbewerkingsapparatuur.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2430, F 2600, F 2601, F 2602, F 2603, F 2610, F 2612 en F 2613 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1200

Apparatuur met verminderd grondstoffenverbruik

  • a. bestemd voor: het verminderen van het verbruik van grondstoffen, waarbij:

    • de vermindering niet wordt gerealiseerd door recycling,

    • het niet primair vermindering van waterverbruik betreft,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten (niet zijnde financieringslasten) ten opzichte van een vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die zou zijn gedaan zonder milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het verminderen van het verbruik van grondstoffen, met uitzondering van apparatuur ter vermindering van waterverbruik, 3D-printers in tandartsen- en tandtechniekpraktijken en 2D-printers voor gebruik van uv-inkten of -lakken.

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn voorzieningen voor efficiënter grondstoffengebruik, kringloopsluiting, verwaarden van reststromen, refurbishment, diensteneconomie, van eenmalige naar meermalige verpakkingen, installaties voor hergebruik van onderdelen of producten, 3D-printers (uitgezonderd toepassing in de tandheelkunde), procesintensificatie (zoals micro – en spinning disc reactoren) en voorzieningen om paraffineresten uit schepen in te zetten als product (mits dit tot voldoende grondstofbesparing leidt).

Zie bedrijfsmiddel A 1240 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel A 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1240

Waterbesparende installatie

  • a. bestemd voor: het verminderen van de inname van water voor gebruik als koel-, spoel- of proceswater, waarbij:

    • het geen koelinstallatie betreft welke gebruik maakt van koudemiddelen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten (niet zijnde financieringslasten) ten opzichte van een vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die zou zijn gedaan zonder milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is om de waterbesparing te bereiken.

F 1300

Apparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het in producten of processen vervangen van de onderstaande stoffen door stoffen zonder milieuschadelijke effecten of ongewenste accumulatie in organismen, waarbij wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage:

    • 1. (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer, of

    • 2. nanodeeltjes kleiner dan 50 nanometer of microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging,

  • b. bestaande uit: aanpassing van productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het vervangen van de (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen of nanodeeltjes of microplastics.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen. Deze lijsten zijn te vinden op: https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.

A 1400

Apparatuur voor recycling van grondstoffen

  • a. bestemd voor: het terugbrengen van afval tot een grondstof, niet zijnde het chemisch verwerken van afval, waarbij:

    • in geval van de verwerking van gemengde stromen de bewerking niet leidt tot te storten stromen,

    • het geen vermindering van water- of energiegebruik betreft,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten (niet zijnde financieringslasten) ten opzichte van een vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die zou zijn gedaan zonder milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het terugwinnen van de oorspronkelijke grondstof(fen), met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur ter vermindering van water- of energiegebruik, apparatuur om het afval in te zamelen of in de recyclinginstallatie te brengen en apparatuur ter aanwending van de teruggewonnen grondstof(fen).

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals optische of elektrostatische scheiders, zifters en destillatiesystemen), wasinstallaties, accucelproductie-eenheden of recyclinginstallaties voor lithiumhoudende accu’s. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1240 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het ten opzichte van de bestaande situatie terugwinnen van één of meer stoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP), zoals bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, waarbij:

    • het terugwinrendement ten minste 25% (op gewichtsbasis) per stof bedraagt,

    • de teruggewonnen stof(fen) worden gerecycled,

    • het terugwinrendement wordt berekend ten opzichte van de bestaande situatie,

    • geen sprake is van de winning van struviet uit afvalwater, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het afscheiden en opwerken van de terug te winnen stoffen uit de afvalwaterstroom of het waterzuiveringsslib, met uitzondering van investeringen in uitbreiding van de productiecapaciteit.

Toelichting: Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie www.rvo.nl/miavamil, onder ‘Onderwerpen toegelicht’ en vervolgens ‘Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

  • a. bestemd voor: het terug- of herwinnen van fosfaten of witte fosfor uit afval(water)- of reststromen, al dan niet in combinatie met andere mineralen, waarbij:

    • geen fosfaten of witte fosfor wordt teruggewonnen uit mest, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van fosfaat of witte fosfor en al dan niet andere mineralen, met uitzondering van investeringen in apparatuur voor het opwerken en toepassen van teruggewonnen (herwonnen) fosfaat, witte fosfor of andere mineralen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P4) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.

Zie voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest bedrijfsmiddel F 2650.

F 1409

Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

  • a. bestemd voor: het chemisch verwerken van afval tot (grondstoffen voor) producten of brandstoffen, waarbij:

    • als sprake is van een mixstroom waarbij mechanische recycling van deelstromen redelijkerwijs mogelijk is, wordt aangetoond dat de chemische verwerking van de totale mixstroom milieuvriendelijker is dan de combinatie van mechanische recycling van de (deel)stromen en chemische verwerking van de reststroom, hetgeen wordt aangetoond met een LCA, uitgevoerd conform paragraaf D.2.2.3 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), zoals bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer,

    • als sprake is van een monostroom waarvoor mechanische recycling redelijkerwijs mogelijk is, wordt aangetoond dat de chemische verwerking milieuvriendelijker is dan mechanische recycling, hetgeen wordt aangetoond met een LCA, uitgevoerd conform paragraaf D.2.2.3 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), zoals bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer,

    • als sprake is van afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en redelijkerwijs ook niet mogelijk gemaakt kan worden, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het chemisch verwerken van afvalstoffen en al dan niet de volgende onderdelen: een afgas- of rookgasreinigingssysteem, een toe- en afvoersysteem, transportleidingen, apparatuur voor het ter vernietiging afscheiden van (potentiele) zeer zorgwekkende stoffen, genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer, een afvalvoorbewerkingsinstallatie en een CO2-afvanginstallatie, met uitzondering van voorzieningen voor het opwekken van energie.

Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere het al dan niet katalytisch (hydro)pyrolyseren of vergassen van afval. Een solvolyse-installatie kan onder dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Zie bedrijfsmiddel F 1412 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.

Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door middel van bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.

Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken, of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen. Deze lijsten zijn te vinden op: https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1413

Apparatuur voor het aanwenden van gerecyclede kunststoffen of chemisch gerecyclede grondstoffen

  • a. bestemd voor: het aanwenden van gerecyclede kunststoffen of chemisch gerecyclede grondstoffen voor kunststoffen in (onderdelen van) een product, waarbij:

    • in geval van mechanisch gerecyclede kunststoffen het aandeel gerecycled materiaal in het product toeneemt met ten minste 20% op gewichtsbasis ten opzichte van:

      • 1. het gangbare aandeel, als gerecycled materiaal in het product gangbaar is, of

      • 2. het huidige aandeel, als gerecycled materiaal in het product niet gangbaar is,

    • het kunststofrecyclaat of kunststofproduct geen oxo-degradeerbare plastics bevat, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het aanwenden van gerecycled materiaal in een product.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

  • a. bestemd voor: het scheiden van proces- of afvalwater in schoon water en grondstoffen door koeling en kristallisatie, waarbij:

    • onder proceswater geen zee- of grondwater wordt verstaan,

    • geen chemicaliën worden gebruikt,

    • het water en de grondstoffen nuttig worden toegepast,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten (niet zijnde financieringslasten) ten opzichte van een vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die zou zijn gedaan zonder milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een koelunit, kristallisator en een bandfilter of pusher centrifuges.

F 1490

Installatie voor luierrecycling

  • a. bestemd voor: het verwerken van uitsluitend luiers en incontinentiemateriaal, waarbij:

    • de oorspronkelijk in luiers en incontinentiemateriaal aanwezige cellulose, kunststof en al dan niet superabsorberende polymeren (SAP’s) worden teruggewonnen als afzonderlijke grondstofstromen en worden gerecycled,

    • het recyclaat zonder risico’s voor milieu en volksgezondheid gerecycled kan worden, wat wordt aangetoond door onderzoek van een relevante onderzoeksorganisatie,

    • de techniek niet primair gericht is op het produceren van energie of brandstof, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het terugwinnen van grondstoffen uit luiers.

Toelichting: In sectorplan 84 van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 wordt naar verwachting medio 2019 een protocol opgenomen voor het bepalen van de milieu- en gezondheidsrisico’s van recyclaat uit luiers. Wanneer dit protocol beschikbaar is, moet dit worden gevolgd.

Zie bedrijfsmiddel B 1590 voor het verwerken van luiers.

B 1590

Installatie voor het verwerken van luiers

  • a. bestemd voor: het verwerken van luiers, al dan niet in combinatie met andere afvalstromen, waarbij:

    • cellulose, kunststof of superabsorberende polymeren (SAP’s) nuttig worden toegepast,

    • de nuttige toepassing plaatsvindt zonder risico voor milieu en volksgezondheid, wat wordt aangetoond door onderzoek van een relevante onderzoeksorganisatie,

    • de verwerkingsmethode aantoonbaar milieuvriendelijker is dan verbranden, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het verwerken van luiers.

Toelichting: In sectorplan 84 van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 wordt naar verwachting medio 2019 een protocol opgenomen voor het bepalen van de milieu- en gezondheidsrisico’s van recyclaat uit luiers. Zodra dit protocol beschikbaar is, moet dit worden gevolgd.

Zie bedrijfsmiddel F 1490 voor installaties voor het recyclen van luiers.

A 1600

Afvalinzamelapparatuur die leidt tot meer of zuiverder monostromen

  • a. bestemd voor: het inzamelen van afval, waarbij:

    • meer of zuiverder monostromen dan gangbaar in die situatie worden ingezameld, zodat de recycling van dat afval aantoonbaar verbetert, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: afvalinzamelapparatuur.

F 4101

Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

  • a. bestemd voor: het afscheiden en terugwinnen van CO2 uit de buitenlucht of uit afgassen niet afkomstig van een WKK of ketel voor de tuinbouw, waarbij:

    • de CO2 wordt ingezet voor bemesting in de tuinbouwsector of als grondstof wordt ingezet voor een product waarbij CO2 als grondstof voor het product niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 uit afgassen af te scheiden en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4102

Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

  • a. bestemd voor: het transporteren van afgescheiden CO2 uit de buitenlucht of uit afgassen niet afkomstig van een WKK of ketel voor de tuinbouw, waarbij:

    • de CO2 wordt ingezet voor een product waarbij CO2 als grondstof voor het product niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 te transporteren en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel. Voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven zie bedrijfsmiddel 221005 van de Energie-investeringsaftrek.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

  • a. bestemd voor: het chemisch binden van CO2 uit de buitenlucht of afgassen tot een stabiel product, waarbij:

    • de CO2 onder industriële omstandigheden gebonden wordt, al dan niet na tussentijdse opslag, zuivering of chemische omzetting,

    • de CO2 als grondstof voor het product niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 te binden en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

  • a. bestemd voor: het in de chemische industrie produceren van een grondstof, product of brandstof via elektrochemische conversie, ter voorkoming van het gebruik van fossiele grondstoffen en ter vermindering van (lokale) luchtemissies, waarbij:

    • voor het betreffende proces het produceren met fossiele grondstoffen de gangbare praktijk is, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die noodzakelijk is voor de productie via elektrochemische conversie.

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water tot waterstof waarbij na binding met koolstofcomponenten (zoals CO2) een basischemicalie wordt gevormd voor de chemische industrie. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van overige broeikasgassen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het reduceren van de emissie van CH4, N2O of gefluoreerde broeikasgassen (zoals HFK’s en PFK’s) in een bestaand industrieel proces, waarbij:

    • in geval van vervangen van het broeikasgas wordt aangetoond dat het oude broeikasgas is opgevangen en milieuverantwoord wordt verwerkt, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: aanpassing van apparatuur die technisch noodzakelijk is om de emissiereductie te realiseren en al dan niet een broeikasgas met een lage(re) GWP (Global Warming Potential).

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 4215 voor een halogeenvrij koudemiddel in een bestaande koelinstallatie of warmtepomp.

F 4410

Apparatuur voor procesgeïntegreerde vermindering van stofontwikkeling (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het met ten minste 80% verminderen van het ontstaan van stof, al dan niet in combinatie met het verwijderen van andere milieuschadelijke componenten, door aanpassing of vervanging van een productieproces in de industrie, waarbij:

    • sprake is van de aanpak van de stofbron(nen), waarbij het ontstaan van vaste deeltjes in de lucht wordt voorkomen,

    • de reststofemissie naar de buitenlucht ten hoogste 5 milligram stof per normaal kubieke meter bedraagt,

    • de vermindering van stofemissie niet wordt gerealiseerd door het isoleren, afzuigen of afvangen van reeds gevormd stof,

    • de vermindering van de stofontwikkeling gerealiseerd wordt ten opzichte van de bestaande situatie, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) apparatuur die technisch noodzakelijk is om het ontstaan van stof te beperken of te voorkomen, met uitzondering van de volgende onderdelen: end-of-pipe-technieken en investeringen in uitbreiding van de productiecapaciteit.

Toelichting: Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie www.rvo.nl/miavamil, onder ‘Onderwerpen toegelicht’ en vervolgens ‘Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

  • a. bestemd voor: het afscheiden van stof uit afgas of luchtstroom tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering door een vast opgestelde ontstoffingsinstallatie, waarbij de stofemissie naar de buitenlucht ten hoogste 20 milligram stof per normaal kubieke meter bevat en wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) apparatuur die technisch noodzakelijk is om de emissie van stof te verminderen tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering.

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.

F 4600

Apparatuur voor reductie van styreenemissie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de styreenemissie van een industrieel productieproces met ten minste 80% door aanpassing of vervanging van het productieproces, waarbij:

    • de styreenemissie met meer dan 1.000 kilogram per jaar wordt verminderd,

    • de styreenemissie wordt voorkomen of afgevangen en teruggewonnen,

    • de vermindering van de styreenemissie gerealiseerd wordt ten opzichte van de bestaande situatie, en

    • wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van) apparatuur die technisch noodzakelijk is om de emissie van styreen te verminderen, met uitzondering van adsorptietechnieken met actief kool.

Toelichting: Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie www.rvo.nl/miavamil, onder ‘Onderwerpen toegelicht’ en vervolgens ‘Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

Reductie van styreenemissie kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het voorkomen van de verdamping van styreen in een gesloten systeem, harsen waarin styreen deels is vervangen of voorzien zijn van additieven die verdamping van styreen beperken, alternatieve spuittechnieken en regeneratieve adsorptietechnieken.

TOELICHTING

1. Algemeen

1.1 Inleiding

Deze regeling strekt tot vervanging van de bijlage behorende bij de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 (hierna: Aanwijzingsregeling), met de vaststelling van de Milieulijst voor het kalenderjaar 2019.

Artikel II van onderhavige regeling voorziet in vervanging van de Milieulijst. In de Milieulijst zijn ter uitvoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) categorieën bedrijfsmiddelen aangewezen, die in aanmerking komen voor willekeurige afschrijving (VAMIL) als bedoeld in artikel 3.31 van de Wet IB 2001 en voor milieu-investeringsaftrek (MIA) als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet IB 2001.

Met de instrumenten MIA en VAMIL worden investeringen in bedrijfsmiddelen, die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu, fiscaal gestimuleerd. Het gaat hierbij om niet-gangbare bedrijfsmiddelen, waarvan de marktintroductie door die instrumenten ondersteund wordt.

Jaarlijks vindt er een aanpassing van de Milieulijst plaats, omdat voor bepaalde bedrijfsmiddelen verdere stimulering van de marktintroductie niet meer noodzakelijk wordt geacht, de formulering van bepaalde bedrijfsmiddelen wordt aangescherpt of versoepeld, of omdat er nieuwe, innovatieve bedrijfsmiddelen op de Milieulijst worden opgenomen. In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan.

Het budget voor VAMIL bedraagt € 25 miljoen voor 2019; het voor MIA beschikbare budget voor 2019 bedraagt € 114 miljoen. Per melding dient de investering ten minste € 2.500 te bedragen om in aanmerking te komen voor MIA of VAMIL.1

1.2 Europeesrechtelijke aspecten

Het voordeel dat op basis van MIA en VAMIL door de ondernemer kan worden verkregen, is in veel gevallen aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Bij de aanpassing van de Aanwijzingsregeling per 1 januari 2016 zijn de Aanwijzingsregeling en Milieulijst vastgesteld in overeenstemming met:

  • Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) (hierna: Algemene Groepsvrijstellingsverordening),

  • Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193) (hierna: Landbouw Groepsvrijstellingsverordening), en

  • Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 396) (hierna: Visserij Groepsvrijstellingsverordening),

waardoor de steun geoorloofde staatssteun betreft. In de toelichting2 bij de voornoemde aanpassing is uiteengezet van welke steuncategorieën uit de genoemde groepsvrijstellingen bij het verlenen van MIA of VAMIL gebruik wordt gemaakt, zodat ook de steun uit deze wijziging geoorloofde staatssteun betreft. Tevens wordt verwezen naar de op grond van de eerdergenoemde vrijstellingsverordeningen gedane kennisgevingen aan de Europese Commissie3.

1.3 Administratieve lasten en nalevingskosten

De administratieve lasten en de inhoudelijke nalevingskosten die samenhangen met de toepassing van de instrumenten MIA en VAMIL vloeien niet voort uit de Aanwijzingsregeling, maar uit de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001 en de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001. De wijziging van de Aanwijzingsregeling heeft dan ook geen gevolgen voor de administratieve lasten of nalevingskosten.

1.4 Notificatie

In deze regeling is sprake van technische specificaties, die vergezeld gaan van fiscale maatregelen die van invloed zijn op het gebruik van producten doordat zij naleving van technische specificaties aanmoedigen. De Aanwijzingsregeling valt dan ook onder de omschrijving van artikel 1, eerste lid, onderdeel f, tweede alinea, punt iii, van Richtlijn 2015/1535/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L 241). Om te voldoen aan artikel 5, eerste lid, van de genoemde richtlijn, is de ontwerpregeling op 7 december 2018 (notificatienummer 2018-601-NL) gemeld aan de Europese Commissie. Uit artikel 7, vierde lid, van de genoemde richtlijn vloeit voort dat deze regeling na notificatie zonder uitstel in werking kan treden.

1.5 Inwerkingtreding

Bij het bepalen van het tijdstip van inwerkingtreding van 1 januari 2019 is aangesloten bij het systeem van de fiscale wetgeving, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van kalenderjaren. Er wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn, omdat de doelgroepen gebaat zijn bij een spoedige inwerkingtreding. Het systeem van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen staat deze uitzondering toe.4

2. Toelichting op de Milieulijst

2.1 Milieulijst 2019

De Milieulijst 2019 bevat de bedrijfsmiddelen die in 2019 voor MIA of VAMIL in aanmerking komen. De Milieulijst 2019 is ingedeeld in milieuthema’s. Het eerste cijfer van de code waaronder een bedrijfsmiddel op de lijst is vermeld, verwijst naar het betreffende milieuthema:

  • 0 thema-overstijgende milieu-innovatie;

  • 1 circulaire economie;

  • 2 voedselvoorziening en landbouwproductie;

  • 3 mobiliteit;

  • 4 klimaat en lucht;

  • 5 ruimtegebruik;

  • 6 gebouwde omgeving.

Ten opzichte van 2018 zijn de volgende 30 bedrijfsmiddelen uit de Milieulijst 2019 verdwenen:

Nummer Milieulijst 2018

Bedrijfsmiddel

F 1205

Water- en grondstoffenbesparende installatie (aanpassen bestaande situatie)

D 1270

Freesapparatuur voor kronen en bruggen

A 1440

Membraanbioreactor met benutting van het effluent

B 1441

Membraanbioreactor

D 2131

Luisdicht insectengaas

A 2190

Kasdekreinigings-, krijt- en coatingsysteem

B 2338

Voorziening of apparatuur voor het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (aanpassen bestaande situatie)

A 2651

Algen-, wieren- of kroossysteem voor mestverwerking

F 2659

Mestvergistingsinstallatie met algen-, kroos- of wierenreactor

D 3111

Plugin-hybride personenauto zonder compressieontsteking (> 0 – 30 gram CO2 per kilometer)

E 3113

Aardgasvoertuig voor zakelijk vervoer

A 3220

Standtijdverlengingssysteem voor olie

F 3410

Elektrisch of hybride aangedreven mobiele machine

B 3411

Mobiele machine met verminderde luchtzijdige emissie

B 3412

Milieuvriendelijke mobiele machine

C 3465

Vacuümtruck met dampverwerkingssysteem

B 3470

Geluidarme hei- of trilapparatuur

B 4211

Transformator met plantaardige olie

A 4480

Ioniserende ontstoffingsinstallatie

A 4484

Filtrerende stofafscheider voor fijn stof voorafgegaan door bronafzuiging

A 5210

Windgekoelde condensor

D 6110

Duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens de Regeling groenprojecten 2016

D 6111

Duurzame renovatie bestaand utiliteitsgebouw volgens de Regeling groenprojecten 2016

E 6112

Duurzaam nieuw utiliteitsgebouw met industriefunctie volgens de Regeling groenprojecten 2016

E 6113

Duurzame renovatie bestaand utiliteitsgebouw met industriefunctie volgens de Regeling groenprojecten 2016

E 6129

Gerenoveerd of nieuw gebouw met Slimbouwen Keurmerk

F 6441

Voorziening voor het bufferen en vertraagd afvoeren van regenwater

F 6442

Voorziening voor gecontroleerde regenwateropslag op platte daken

F 6443

Waterdoorlatend straatwerk met drainvoegen

A 6448

Douchesysteem met waterrecycling

Deze codes zijn verdwenen om de volgende redenen:

  • F 1205 is samengevoegd met F 1200.

  • D 1270 is geschrapt, omdat voldoende marktintroductie is bereikt.

  • A 1440 en B 1441 zijn relatief gangbaar en dragen onvoldoende bij aan de beleidsdoelen.

  • D 2131 wordt te weinig gemeld.

  • A 2190 wordt ook niet gemeld en dat is ook niet meer te verwachten.

  • B 2338 is vaak al wettelijk verplicht.

  • A 2651 en F 2659 kunnen worden gemeld onder code F 2430.

  • D 3111, E 3113 en B 3411 zijn vervallen vanwege de beleidsfocus op elektrische voertuigen.

  • A 3220 is voor veel toepassingen al gangbaar en voor industriële toepassingen is er nieuwe code G 1230.

  • F 3410 is opgesplitst in F 3413, A 3414 en B 3415.

  • B 3412 is vervallen, omdat bij de gestimuleerde modellen relatief weinig geluidswinst te behalen viel ten opzichte van de al geldende Europese normen.

  • C 3465 en B 3470 werden niet of zeer weinig gemeld.

  • B 4211 is verplaatst naar B 5311.

  • A 4480 en A 4484 zijn vervallen: vergelijkbare apparatuur kan mogelijk in aanmerking komen onder A 4485.

  • A 5210 werd niet of nauwelijks meer gemeld.

  • D 6110, D 6111, E 6112 en E 6113 zijn vervallen omdat deze een te hoge uitvoeringslast met zich meebrachten.

  • E 6129 werd niet gemeld.

  • F 6441 en F 6442 zijn vervallen vanwege de nieuwe vergelijkbare code F 6444.

  • F 6443 gaat op in D 6240.

  • A 6448 is afgevoerd, omdat het bedrijfsmiddel mogelijk niet in lijn is met de eisen van de Drinkwaterwet.

Ten opzichte van 2018 zijn de volgende 42 nieuwe bedrijfsmiddelen in de Milieulijst 2019 opgenomen:

Nummer Milieulijst 2019

Bedrijfsmiddel

G 1230

Standtijdverlengingssysteem voor olie (aanpassen bestaande situatie)

F 1300

Apparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

F 1410

Afvalscheidingsinstallatie voor kunststoffen op basis van tracers of trackers

A 1413

Apparatuur voor het aanwenden van gerecyclede kunststoffen of chemisch gerecyclede grondstoffen

F 1423

Apparatuur voor duurzamere verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1471

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat

F 1544

Installatie voor het verwijderen van microverontreinigingen in water

B 1546

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

B 1590

Installatie voor het verwerken van luiers

A 1600

Afvalinzamelapparatuur die leidt tot meer of zuiverder monostromen

F 1800

Apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of trackers

B 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

B 2207

Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)

A 2213

Autonome mestverzamelrobot

D 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

B 2370

Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten in de voedingsmiddelenindustrie

F 2602

Verwerkingsapparatuur voor laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

F 2603

Apparatuur voor het opwaarderen van bierbostel tot humane voeding

A 3311

Opslag- en conversie eenheid voor gebonden waterstof

F 3413

Elektrisch aangedreven mobiele machine

A 3414

Elektrisch aangedreven mobiele machine op netspanning

B 3415

Hybride aangedreven mobiele machine

F 3416

Elektrische vorkheftruck voor gebruik in de open lucht

B 3420

Mobiele machine met biologische hydrauliekolie

F 3510

Elektrische of hybride locomotief (aanpassen bestaande situatie)

F 3721

Oplaadpunt voor zware elektrische voertuigen

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van overige broeikasgassen (aanpassen bestaande situatie)

E 4212

Vacuüm hoog- of middenspanningsschakelsysteem

B 4301

Buffervat of automatisch brandstofinvoersysteem voor bestaande ketels of kachels

B 4309

Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 20 mg NOx/Nm3

A 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

F 5101

Landschapselementen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van bijen

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

B 5311

Transformator met plantaardige olie

G 6100

Verwarmd circulair utiliteitsgebouw

D 6101

Onverwarmd circulair utiliteitsgebouw

E 6130

(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2016, 2017 of 2018

D 6240

Apparatuur of werken voor het klimaatadaptief aanpassen van een bestaand bedrijfsterrein

F 6444

Voorziening voor het bufferen van regenwater

2.2 Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

De meeste bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2019 zijn specifiek omschreven: het middel waarmee een bepaald milieudoel moet worden behaald, wordt daarmee aangewezen (middelvoorschrift). Deze bedrijfsmiddelen staan in paragraaf 2a van de Milieulijst. De Milieulijst 2019 bevat, net als in voorgaande jaren, ook bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift, waarbij alleen een bepaalde milieuprestatie wordt geëist. Het bedrijfsleven wordt zo geprikkeld om zelf met innovatieve oplossingen te komen. De mogelijkheden van deze omschrijvingen zijn veelomvattend. De bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift5 zijn opgesomd in paragraaf 2b van de Milieulijst 2019.

Investeringen die landbouw betreffen, komen net als voorgaande jaren niet in aanmerking voor MIA en VAMIL onder een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift. Gebleken is dat er slechts beperkt meldingen worden gedaan voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift die de landbouw betreffen. De gemelde investeringen in de landbouw betreffen veelal waterbesparende apparatuur waarvoor in het hoofdstuk ‘Voedselvoorziening en duurzame landbouw’ juist bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift zijn opgenomen.

In de loop van de jaren zijn de milieulijsten steeds meer bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift gaan bevatten. Voorheen stonden de omschrijvingen van bedrijfsmiddelen met middel- en doelvoorschrift door elkaar op de Milieulijst. Die indeling sloot niet meer goed aan bij de ambitie om de omschrijvingen op de Milieulijst herkenbaar en transparant te houden. De Milieulijst kent daarom sinds 2017 een scheiding tussen de bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift en bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Een investering met doelvoorschrift moet gericht zijn op milieubescherming in Nederland. Onder milieubescherming wordt verstaan: elke maatregel die is gericht op preventie of herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen door de eigen activiteiten van een begunstigde, op beperking van het risico op dergelijke aantastingen, dan wel op aanmoediging van een rationeler gebruik van die hulpbronnen, daaronder begrepen energiebesparende maatregelen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (artikel 2, honderdeneerste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening).

In paragraaf 2b, onder 6, is het vereiste toegevoegd dat de investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift een aanmerkelijk milieuvoordeel behaalt in relatie tot het investeringsbedrag. Dit omdat de Aanwijzingsregeling niet beoogt investeringen te stimuleren waarbij het milieuvoordeel slechts marginaal is. Bij de controle van de aanmelding van een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift wordt bepaald of het milieuvoordeel in de nieuwe situatie ‘aanmerkelijk’ kan worden genoemd in relatie tot het investeringsbedrag door de nieuwe situatie te toetsen aan:

  • de stand der techniek in de branche; als de bestaande situatie de stand der techniek vertegenwoordigt, wordt ook aan deze bestaande situatie getoetst;

  • andere innovatieve technieken voor de branche, die ook milieuvoordelen bieden;

  • eerder gecontroleerde vergelijkbare meldingen.

Op deze wijze wordt ook de consistentie in de controles bewaakt.

De in aanmerking komende kosten zijn de bijkomende investeringskosten die nodig zijn om verder te gaan dan de toepasselijke EU-normen of om, bij het ontbreken van EU-normen, het niveau van milieubescherming te verhogen.

Deze kosten worden als volgt vastgesteld:

  • a) wanneer de kosten voor de milieu-investering binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering kunnen worden vastgesteld, vormen deze specifiek op milieubescherming betrekking hebbende kosten de in aanmerking komende kosten;

  • b) in alle overige gevallen worden de kosten van investeringen in milieubescherming vastgesteld ten opzichte van een vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die zonder de steun op geloofwaardige wijze zou zijn verricht. Het verschil tussen de kosten van beide investeringen levert de met milieubescherming verband houdende kosten op en geldt als de in aanmerking komende kosten.

De kosten die niet rechtstreeks verband houden met het behalen van een hoger niveau van milieubescherming, komen niet in aanmerking (artikel 36, vijfde lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening).

De steun die middels de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen onder paragraaf 2b, onder 9 voor een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift kan worden verkregen is verhoogd naar ten hoogste 35% van de in aanmerking komende kosten.

In geval van recycling of hergebruik van door andere ondernemingen geproduceerd afval geldt een andere omschrijving van de in aanmerking komende kosten: de in aanmerking komende kosten zijn de bijkomende investeringskosten die nodig zijn voor het uitvoeren van een investering die tot betere of efficiëntere recycling- of hergebruiksactiviteiten leidt, vergeleken met een conventioneel proces van hergebruik en recycling met dezelfde capaciteit die zonder de steun zou zijn gebouwd (artikel 47, zevende lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening).

Tevens geldt voor alle bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift het beginsel ‘de vervuiler betaalt’: het beginsel dat de kosten van het bestrijden van de vervuiling moeten worden gedragen door de vervuiler die de vervuiling heeft veroorzaakt (artikel 2, honderdentweeëntwintigste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening).

2.3 Circulaire economie

De Transitieagenda’s Circulaire Economie6 benoemen de beleidsvoornemens op dit thema, dat nog steeds toeneemt in belang. In de kabinetsreactie op de Transitie Agenda’s van 29 juni 20187 stelt het kabinet dat de MIA\VAMIL toegankelijker gemaakt moet worden voor circulaire projecten.

Verder roept de SER in de ‘Verkenning Financiële instrumenten voor een circulaire economie’ van 16 mei 20188 het kabinet op haar financiële overheidsinstrumenten in te zetten voor een versnelling van de transitie naar een circulaire economie. De SER concludeert dat de MIA\VAMIL-regeling positief uitwerkt op de circulaire economie. Het kabinet gaat in lijn met de SER-verkenning de MIA en VAMIL meer inzetten op de circulaire economie.

De Milieulijst 2019 kent vele nieuwe en uitgebreidere omschrijvingen voor Circulaire Economie. De criteria voor bedrijfsmiddel F 1200 (Apparatuur met verminderd grondstoffenverbruik) zijn verruimd. Expliciet opgenomen zijn mogelijkheden voor grondstofbesparing met 3D printers, verlengen van de levensduur van producten, vervangen van eenmalige naar meermalige verpakkingen, en bedrijfsmiddelen voor de diensteneconomie.

De Milieulijst 2019 ondersteunt de opkomende techniek van chemische recycling door het bestaande bedrijfsmiddel F1409 (Pyrolyse- of kraakinstallatie voor verwerking van afvalstoffen) te verruimen naar chemische bewerking van afval.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) hebben een remmende werking op de circulaire economie vanwege de eis dat recyclaat 0% van deze stoffen mag bevatten. De Milieulijst 2019 voorziet hierin door apparatuur voor het vervangen en afscheiden van deze ZZS te stimuleren. Microplastics en microverontreinigingen worden aangepakt met nieuwe omschrijvingen voor het verwijderen uit afvalwater, het inzamelen van macroplastics uit oppervlaktewater en het vervangen bij de productie van bijvoorbeeld persoonlijke verzorgingsmiddelen.

Voor recycling zijn nieuw op de Milieulijst: tracing technology, bedrijfsmiddelen om recyclaat toe te passen en productieapparatuur om recycling van verpakkingen te bevorderen. Ook een asfaltcentrale met minimaal 80% gerecycled asfalt is opgenomen.

Voor de inzameling van afval is een omschrijving opgenomen voor apparatuur die moet leiden tot de inzameling van meer of betere monostromen. Monostromen zijn afvalstromen die bestaan uit één materiaalsoort of één type product.

De bestaande bedrijfsmiddelen voor Carbon2Chem zijn aangevuld met een omschrijving voor emissiebeperking van broeikasgassen, niet zijnde CO2. De bedrijfsmiddelen voor elektrificatie zijn aangevuld met een techniek voor productie van kerosine uit duurzame stroom.

Verder zijn bedrijfsmiddelen opgenomen voor chemicaliënvrije koelwaterbehandeling en het met diepkoeling en kristallisatie scheiden van water en zouten en eventueel andere grondstoffen.

Investeringen die een circulaire economie bevorderen zijn geconcentreerd in hoofdstuk 1, maar zijn niet uitsluitend daarin opgenomen. Waar de investeringen vooral duurzame landbouw, mobiliteit, klimaat en lucht, ruimtegebruik en duurzaam bouwen betreffen, passen deze bedrijfsmiddelen beter onder één van de andere hoofdstukken. Belangrijke nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2019 zijn die voor het tegengaan van voedselverspilling. Deze zullen worden toegelicht in par 2.4. Het thema Bouw is uiterst relevant voor de circulaire economie gezien de grote hoeveelheid grondstoffen die hier wordt ingezet. De nieuwe bedrijfsmiddelen voor circulaire gebouwen worden toegelicht in par 2.7.

In onderstaande tabel staan bedrijfsmiddelen uit de andere hoofdstukken van de Milieulijst 2019, die eveneens aanwijsbaar bijdragen aan de doelstellingen van een circulaire economie.

Nummer Milieulijst 2019

Bedrijfsmiddel

F 2140

Ondergrondse waterberging voor de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrond- of bedekte teelt

F 2141

Waterberging onder de kas

F 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

F 2430

Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten in de voedingsmiddelenindustrie

F 2602

Verwerkingsapparatuur voor laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

F 2603

Apparatuur voor het opwaarderen van bierbostel tot humane voeding

F 2610

Apparatuur voor het vervaardigen van vleesvervangers

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen of uien

F 2650

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

B 3240

Waterzuiveringsinstallatie voor vaartuigen

A 3325

Automatisch smeerolie-deelverversingseenheid voor een scheepsmotor

F 4101

Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

F 4102

Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

F 4110

Kleinschalige stoomreformer voor waterstofproductie

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

F 5121

Autonome verzamelinstallatie voor plastic afval op het water

G 6100

Verwarmd circulair utiliteitsgebouw

D 6101

Onverwarmd circulair utiliteitsgebouw

E 6311

Duurzaam beton(product) met ten minste 30% gerecycled content

A 6312

Duurzame recyclebare bitumineuze of EPDM-dakbedekking

2.4 Voedselvoorziening en landbouwproductie

De Milieulijst 2019 biedt veel mogelijkheden voor ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwgewassen, visserij en aquacultuur. Voor deze sector komen alleen investeringen van kleine of middelgrote ondernemingen in aanmerking.

Maximale steun

Verder gelden voor landbouw, visserij en aquacultuur maximale bedragen om binnen de steunplafonds van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en de Visserij Groepsvrijstellingsverordening te blijven. De maximale investeringsbedragen, zoals genoemd in de omschrijvingen van kassen, stallen en verwerkingsapparatuur, zijn daarop afgestemd.

Punt 7 van paragraaf 1 van deze regeling vermeldt de Europese steunplafonds voor deze sector.

Volgens de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening geldt een steunplafond van € 500.000 per onderneming per investeringsproject9 ongeacht op grond van welke regeling die steun wordt toegekend. Een investeringsproject is gedefinieerd als een technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden. Dit betekent dat op zichzelf staande activiteiten niet mogen worden samengevoegd om onder de regeling te kunnen vallen en dat projecten niet mogen worden opgeknipt in delen om meer dan de bedoeling is van de regelingen gebruik te maken.

De wijze waarop het investeringsproject in bijvoorbeeld een vergunningsaanvraag is omschreven telt hierin zwaar mee. Daarnaast is van belang of de projectdelen:

  • gelijktijdig zijn aangeschaft,

  • dezelfde locatie betreffen,

  • op hetzelfde perceel staan,

  • bepaalde voorzieningen of installaties delen,

  • bij dezelfde leverancier zijn aangeschaft.

Agenda, visie en klimaatakkoord

Hoofdstuk 2 van de Milieulijst 2019 is gewijzigd in lijn met de transitieagenda ‘Biomassa en Voedsel’10 en de visie van het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit ‘Nederland als koploper in kringlooplandbouw’11. Ook wordt geanticipeerd op het komend klimaatakkoord.

Kringloopsluiting

MIA en VAMIL dragen in 2019 nog meer bij aan investeringen waarbij kringloopsluiting centraal staat. Belangrijke onderwerpen hierin zijn eiwittransitie en het voorkomen van voedselverspilling.

Open teelten

De Milieulijst 2019 zet in op het sluiten van kringlopen en het stimuleren van natuurinclusieve landbouw. Investeringen in een verbeterde structuur van de bodem, het verrijken van het bodemleven en het vergroten van de biodiversiteit worden gesteund. De Milieulijst 2019 biedt perspectieven voor investeringen in verbeterde leefomstandigheden voor bijen.

Investeringen in precisielandbouw, het tegengaan van erfafspoeling en in fosfaatabsorptie voor de bloembollenteelt, ter voorkoming van afspoelen van fosfaat via het drainwater, komen eveneens voor MIA en VAMIL in aanmerking.

Veehouderij

Voor de veehouderijsector stimuleren we het sluiten van kringlopen door agrarische bedrijven te faciliteren zelfvoorzienend te worden in de eiwitbehoefte. Zo biedt de Milieulijst 2019 mogelijkheden voor apparatuur voor de teelt van soja. De mogelijkheden voor investeringen in methaanemissiereducerende voorzieningen worden uitgebreid in 2019, waarmee geanticipeerd wordt op het komend klimaatakkoord.

Stallen die voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij, proefstallen (innovatieve nieuwe stalsystemen die emissies naar lucht en omgeving reduceren) en Skal-stallen kunnen in 2019 opnieuw gebruik maken van MIA en VAMIL.

Bedekte teelten

Voor de bedekte teelten is de Milieulijst 2019 vooral gericht op innovatieve (water)emissieloze glastuinbouw.

Voedselverspilling

In 2019 zijn de mogelijkheden uitgebreid voor het stimuleren van investeringen die voedselverspilling tegengaan. Zo biedt de Milieulijst 2019 mogelijkheden voor het opwaarderen van voedingsmiddelen die geschikt zijn voor humane consumptie maar normaliter een laagwaardiger toepassing krijgen.

2.5 Mobiliteit

De Milieulijst 2019 ondersteunt de ambities en prioriteiten zoals beschreven in het regeerakkoord ’Vertrouwen in de toekomst’ en anticipeert op een komend klimaatakkoord. Zo blijft de Milieulijst mogelijkheden bieden voor elektrisch vervoer in diverse voertuigklassen. Wel is de hoogte van het voordeel voor de elektrische personenauto verlaagd, uit budgettaire overwegingen en omdat het marktaandeel van deze voertuigen groeit. De aftrek voor plug-in hybride personenvoertuigen is vervallen.

De mogelijkheden om oplaadapparatuur met hoog vermogen mee te nemen voor MIA of VAMIL zijn vergroot, om beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen in het busvervoer. En de code voor de elektrische bromfietsen wordt beperkt tot gekentekende voertuigen, om het overzicht en de eenduidigheid in de markt te bevorderen.

Voor de scheepvaart wordt nadere invulling gegeven aan de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Zo zijn de innovatieve elektrische en waterstofaandrijvingen in de lijst aanwezig met hoge aftrekmogelijkheden. Tevens zijn er bedrijfsmiddelcodes opgenomen die de emissies van bestaande schepen beperken.

Ook bij mobiele machines ligt de focus bij volledig elektrische machines, al worden hybride voertuigen ook nog ondersteund met een lager voordeel. Geluidarme mobiele machines worden vanaf 2019 niet meer ondersteund, omdat de winst ten opzichte van de Europese normen vaak beperkt was en het aandeel geluidarme machines in de markt ook nu al behoorlijk hoog is. Heimachines zijn van de lijst verwijderd, omdat zij bijna niet worden gemeld.

2.6 Klimaat en lucht

Het kabinet wil de CO2-emissie met 49% terugdringen in 2030, mede om invulling te geven aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Dat geldt ook voor de industrie. Naast steun voor het afvangen of gebruiken van CO2, waarvoor nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2018 waren opgenomen, zijn er op de Milieulijst 2019 meer mogelijkheden opgenomen voor broeikasgasemissiereductie.

De bedrijfsmiddelcode voor SF6 houdende schakelsystemen (F 4210) is verruimd. De Milieulijst 2019 biedt steun voor investeringen in de reductie van overige broeikasgassen, anders dan CO2 (F 4200). De eisen voor het produceren van grondstoffen in de chemische industrie via elektrochemische conversie (elektrificatie), zijn versoepeld.

Tenslotte biedt de Milieulijst 2019 ruimere mogelijkheden voor het ontstoffen van afgassen of rookgassen. Dit laatste sluit aan op het Schone Lucht Akkoord (SLA) 12 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De omschrijving van bedrijfsmiddelcode A 4485 voor stofreductie is vereenvoudigd en verruimd. Voor nageschakelde technieken voor ontstoffing van houtgestookte ketels en kachels is een nieuwe bedrijfsmiddelcode op de Milieulijst opgenomen (A 4486).

2.7 Gebouwde omgeving

Door middel van de Transitieagenda’s Circulaire Economie is bepaald hoe Nederland geheel circulair kan worden. De gebouwde omgeving maakt hier onderdeel van uit. Daarom zijn er ter bevordering van de circulaire materiaalketens twee nieuwe bedrijfsmiddelcodes voor circulaire gebouwen opgenomen. Deze komen in de plaats van de bedrijfsmiddelcodes waarmee investeringen in duurzame gebouwen in aanmerking konden komen met een op grond van de Regeling groenprojecten 2016 verstrekte groenverklaring.

Nieuw is ook de mogelijkheid om apparatuur of werken te melden voor het klimaatadaptief aanpassen van bestaande bedrijfsterreinen. Hiermee wordt voorzien in het ondersteunen van integrale aanpassingen op bedrijfsterreinen.

De bedrijfsmiddelcode voor projecten met een Slim Bouwen Keurmerk vervalt. De bedrijfsmiddelcodes voor integraal duurzame gebouwen (bedrijfsmiddelcodes D 6115 tot en met E 6126) zijn voorzien van een forfaitair bedrag per m2 bruto vloeroppervlakte (bvo) per gebruiksfunctie.

De uitsluiting van de lichte industriefunctie bij de bedrijfsmiddelcodes voor integraal duurzaam bouwen door de verwijzing naar artikel 5.3 van het Bouwbesluit bleek onvoldoende duidelijk. Daarom is met ingang van de Milieulijst 2019 de lichte industrie uitgesloten door onverwarmde gebouwen uit te sluiten van de bedrijfsmiddelcodes voor integraal duurzaam bouwen.

Tot slot is er een nieuwe code op de Milieulijst 2019 opgenomen waaronder vervolgmeldingen gemeld kunnen worden. Hiermee wordt een logischer ondersteuning voor meerjarige projecten gerealiseerd.

Een andere grote verandering heeft betrekking op duurzaam hout. De eisen voor de toepassing van duurzaam nieuw hout zijn opgenomen in de algemene bepalingen en hier wordt in de van toepassing zijnde codes naar verwezen. Onder code A 6310 kan alleen nog sloophout van bekende oorsprong gemeld worden.

Naast de duurzame eenlaags bitumen dakbedekking is het nu ook mogelijk om duurzame recyclebare EPDM-dakbedekking te melden. Een belangrijke voorwaarde blijft echter de terugnamegarantie door de producent.

De voorziening voor het bufferen en vertraagd afvoeren van water en de voorziening voor het gecontroleerd opslaan van regenwater op daken worden vervangen door de code F 6444; voorziening voor het bufferen van regenwater.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Zie artikel 3, tweede lid, van de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001 en artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001.

X Noot
2

Stcrt. 2015, 45868.

X Noot
3

SA.43918(2015/XA); SA.44328; SA.44329.

X Noot
4

Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309.

X Noot
5

Informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift is te vinden op: www.rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift’.

X Noot
9

Informatie over het steunplafond en de berekening van de staatssteun als gevolg van de toepassing van MIA en Vamil is te vinden op: www.rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden maximale staatssteun’.