Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Tweede Kamer der Staten-GeneraalStaatscourant 2018, 55479Overig

Besluit Mandaat, Volmacht en Machtiging ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal (MVM-besluit ambtelijke organisatie 2018)

De Griffier,

Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen ten aanzien van de beslissings- en ondertekeningbevoegdheden bij privaatrechtelijke rechtshandelingen;

Gelet op hoofdstuk 10 van de Algemene Wet Bestuursrecht, de Comptabiliteitswet en de artikelen 10, 13, 14 en 15 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

Gezien het advies van de Ondernemingsraad d.d. 14 december 2017;

Gelet op de verandering van de topstructuur per 1 oktober 2018

BESLUIT

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Griffier:

het ambtelijk hoofd van de ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal;

b. directeur:

de functionaris zoals bedoeld in artikel 13 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

c. portefeuillehouder:

de Griffier dan wel een van de directeuren met onder zich een aantal organisatieonderdelen zoals weergegeven in bijlage I (organogram);

d. portefeuille:

organisatieonderdelen vallend onder de Griffier danwel een directeur;

e. diensthoofd:

leidinggevende laag rechtstreeks vallend onder een portefeuillehouder;

f. leidinggevende:

een leidinggevende functie van een organisatieonderdeel anders dan het diensthoofd;

g. ambtenarenreglement:

het Ambtenarenreglement Staten-Generaal (ARSG), dan wel het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR);

h. bezoldigingsbesluit:

het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

i. mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de Griffier besluiten te nemen;

j. volmacht:

de bevoegdheid om namens de Griffier privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

k. machtiging:

de bevoegdheid om in naam van de Griffier handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn en de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer betreffen;

l. grensbedrag:

een bedrag zoals genoemd in artikelen 13 en 14 van dit besluit.

HOOFDSTUK 2. MANDAAT EN MACHTIGING

Artikel 2. Mandaat portefeuillehouders

  • 1. De Griffier verleent mandaat aan de (andere) portefeuillehouders om, met inachtneming van de bepalingen in dit besluit, waaronder de bepalingen van de grensbedragen en gelet op de onderlinge taakverdeling met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen, de bevoegdheden op personeels-, financieel- en organisatorisch gebied uit te oefenen met uitzondering van het beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot personele aangelegenheden en een melding in het kader van de Klokkenluidersregeling.

  • 2. Onverlet het bepaalde in het vorige lid verleent de Griffier het diensthoofd van de Stafdienst HR met betrekking tot de gehele ambtelijke organisatie mandaat tot:

    • a. het behandelen van klachten van personeelsleden van de ambtelijke organisatie ingediend bij de Griffier van de Tweede Kamer;

    • b. het coördineren van door personeelsleden van de ambtelijke organisatie ingediende bezwaarschriften tegen rechtspositionele besluiten, het voeren van verweer in bezwaar- en beroepschriften tegen rechtspositionele besluiten, danwel besluiten van uitvoeringsinstellingen en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie in bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot personele aangelegenheden;

    • c. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren van de Tweede Kamer;

    • d. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer, de Wet schadeloosstelling uitkering en pensioen leden Europees parlement.

  • 3. Onverlet het bepaalde in het vorige lid verleent de Griffier het diensthoofd van de Stafdienst FEZ met betrekking tot de gehele ambtelijke organisatie mandaat tot:

    • a. het nemen van besluiten in het kader van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;

    • b. het nemen van besluiten in het kader van de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de begroting en de uitvoering hiervan;

    • c. de uitvoering van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  • 4. De portefeuillehouders kunnen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 7, ondermandaat verlenen aan de onder hen ressorterende diensthoofden of een bijzonder ondermandaat aan andere onder hen ressorterende ambtenaren. Uitgezonderd van onder mandatering is de toepassing van de artikelen 77 (ontzegging toegang gebouwen), 80 tot en met 84 (disciplinaire straffen) en 90 tot en met 92 ARAR (schorsing en inhouding bezoldiging).

Artikel 3. Mandaat aan diensthoofden en andere functionarissen

  • 1. De portefeuillehouders verlenen mandaat aan de rechtstreeks onder hen ressorterende diensthoofden om, met inachtneming van de bepalingen in dit besluit, waaronder de bepalingen van de grensbedragen en gelet op de onderlinge taakverdeling met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen, namens de Griffier, dan wel namens een portefeuillehouder, de navolgende bevoegdheden uit te oefenen:

    • a. het aanstellen van personeel;

    • b. het vaststellen van het salaris binnen de formatieve schaal;

    • c. het toekennen van toelagen wegens waarneming, onregelmatige dienst, verschuiving van dienst en consignatie, als bedoeld in respectievelijk de artikelen 14, 17, 17a en 18a van het bezoldigingsbesluit;

    • d. het toekennen van een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a, met uitzondering van de arbeidsmarkttoeslag, de mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 22 c van het bezoldigingsbesluit en het aanwijzen van functies als vergadergebonden in de zin van de Inconveniëntenregeling Tweede Kamer der Staten Generaal;

    • e. het toekennen van gratificaties in het kader van bewust belonen;

    • f. het opdragen van een andere functie op aanvraag van de ambtenaar of in verband met diens ongeschiktheid wegens ziekte tot het verrichten van zijn arbeid;

    • g. het verplichten tot het tijdelijk verrichten van andere werkzaamheden (waaronder detacheringen);

    • h. het tijdelijk ontheffen van de waarneming van zijn ambt dan wel verlenen van verlof indien de ambtenaar is benoemd of verkozen in een publiekrechtelijke functie als bedoeld in artikel 16 van het ARAR;

    • i. het opdragen van overwerk;

    • j. het vaststellen van een individuele werktijdregeling, waaronder begrepen het toestaan van voor- danwel nacompensatie als bedoeld in de Aanvullende werktijdenregeling Tweede Kamer der Staten-Generaal en waaronder begrepen het besluiten op een aanvraag tot werktijdvermindering in het kader van de partiële arbeidsduurverkorting (PAS);

    • k. het verlenen van vakantie en verlof (inclusief ziekteverlof) met uitzondering van buitengewoon verlof van lange duur;

    • l. het uitoefenen van de bevoegdheden als genoemd in de Studiefaciliteitenregeling Scholing en opleiding Tweede Kamer der Staten-Generaal;

    • m. het toekennen van een ambtsjubileum- of diensttijdgratificatie;

    • n. het verlenen van ontslag op aanvraag van de ambtenaar, op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte of wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;

    • o. het opdragen van een binnenlandse dienstreis en het verlenen van toestemming om gebruik te maken van eigen vervoer voor de dienstreis;

    • p. het toekennen van een Inconveniëntentoeslag als bedoeld in de Inconveniëntenregeling Tweede Kamer der Staten-Generaal;

    • q. het geven van toestemming om van de taxiregeling gebruik te maken, behalve als het om taxivervoer gaat bij tijdelijke ongeschiktheid tot het reizen met het openbaar vervoer;

    • r. het aanwijzen als bedrijfshulpverlener en het verlenen van de daarvoor vastgestelde toelagen als bedoeld in artikel 58a, eerste lid van het ARAR;

    • s. het uitvoeren van het vastgestelde integriteitbeleid;

    • t. het nakomen van re-integratieverplichting bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en bij herplaatsingen bij reorganisaties.

  • 2. Onverlet het voorgaande verleent de Griffier bij uitsluiting van de andere diensthoofden mandaat aan het diensthoofd van de Stafdienst FEZ om met inachtneming van de bepalingen in dit besluit de navolgende bevoegdheden uit te oefenen:

    • a. de uitvoering van het begrotingsbeheer;

    • b. het toezicht op het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering;

    • c. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering worden gevoerd;

    • d. de coördinatie van onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering;

    • e. het adviseren over de financiële gevolgen van beleid en de bedrijfsvoering;

    • f. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;

    • g. het rechtstreeks vorderen van inlichtingen over financiële onderwerpen bij personen die werkzaam zijn bij of voor de Tweede Kamer;

    • h. het rechtstreeks informeren van de Griffier en/of Voorzitter indien beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft;

    • i. het nemen van besluiten en het ondertekenen van documenten die betrekking hebben op het kwijtschelden of buiten invordering stellen van vorderingen op derden tot € 5.000,–;

    • j. het instellen van rechtsvorderingen;

    • k. het ondertekenen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;

    • l. het ondertekenen van de betaallijsten van de door het Salarisbureau ter betaling aangeboden salarissen en afdrachten;

    • m. het ondertekenen van de incassolijsten van de door de administratie ter inning aangeboden vorderingen;

    • n. het ondertekenen van alle portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;

    • o. het aanwijzen van kasbeheerders en kassiers;

    • p. het wijzigen of opheffen van bankrekeningen;

    • q. het aanwijzen van categorieën overeenkomsten c.q. verplichtingen die aan voorafgaand toezicht onderhevig zijn.

  • 3. Onverlet het voorgaande verleent de Griffier bij uitsluiting van de andere diensthoofden mandaat aan het diensthoofd van de Stafdienst HR om met inachtneming van de bepalingen in dit besluit de navolgende bevoegdheden uit te oefenen:

    • a. het nemen van besluiten in het kader van het woon-werkverkeer Tweede Kamer der Staten-Generaal;

    • b. het verlenen van vergoedingen voor beeldschermbrillen;

    • c. de uitvoering van de aanspraken en financiële verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 6 (aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid) van het ARAR;

    • d. het (laten) uitvoeren van secretariële ondersteuning aan ingestelde (tijdelijke) ambtelijke organen (o.a. klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen).

  • 4. Onverlet het voorgaande verleent de portefeuillehouder bij uitsluiting van de andere diensthoofden mandaat aan het diensthoofd van de Beveiligingsdienst om met inachtneming van de bepalingen in dit besluit het beheer van het budget voor de tegemoetkoming bedrijfshulpverlening en de jaarlijkse toekenning hiervan aan de aangewezen bedrijfshulpverleners.

  • 5. De Griffier kan door middel van een schriftelijk op te stellen mandaatbesluit (tijdelijk) bevoegdheden op het terrein van het personeels- en financieel beheer toekennen aan griffiers van tijdelijke- en enquêtecommissies.

Artikel 4. Mandaat aan leidinggevenden en medewerkers

  • 1. De diensthoofden verlenen met inachtneming van hetgeen in dit besluit is bepaald, waaronder de bepalingen van de grensbedragen, alle bevoegdheden door aan de onder hen ressorterende leidinggevenden als genoemd in artikel 3, lid 1, met uitzondering van de onderdelen: a, b, g, h, m en r.

  • 2. Het diensthoofd van de Stafdienst HR kan de bevoegdheden genoemd in artikel 2, tweede lid, geheel of gedeeltelijk laten uitoefenen door onder hem ressorterende leidinggevenden en medewerkers.

  • 3. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ kan de bevoegdheden genoemd in artikel 2, tweede lid en artikel 3 tweede lid, geheel of gedeeltelijk laten uitoefenen door onder hem ressorterende leidinggevenden en medewerkers.

Artikel 5. Machtiging portefeuillehouders

  • 1. De Griffier verleent machtiging aan de andere portefeuillehouders om, met inachtneming van de bepalingen in dit besluit en gelet op de onderlinge taakverdeling met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende diensten, namens de Griffier, handelingen te verrichten die besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn en de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer betreffen.

  • 2. De portefeuillehouders kunnen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 7 de machtiging doorverlenen aan de onder hen ressorterende diensthoofden.

Artikel 6. Machtiging diensthoofden

  • 1. De portefeuillehouders verlenen machtiging aan de diensthoofden, om met inachtneming van de bepalingen van dit besluit en gelet op de onderlinge taakverdeling met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen, namens hen, handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn en de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer betreffen.

  • 2. De diensthoofden kunnen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 7, hun machtiging doorverlenen aan de onder hen ressorterende medewerkers.

Artikel 7. Voorwaarden (onder)mandaat en machtiging

  • 1. De taken en bevoegdheden genoemd in de voorgaande artikelen kunnen slechts uitgeoefend worden indien en voorzover deze vallen binnen de kaders gesteld in de wet en vallen binnen en de kaders van de terzake geldende rechtspositionele regels, vastgestelde beleidsregels, het toegewezen budget en de vastgestelde formatie, met uitzondering van besluiten waarbij de ondernemingsraad advies- of instemmingsrecht heeft of waarin in het kader van een reorganisatie uitvoering wordt gegeven aan een plaatsingsplan, zoals bedoeld in de interne regeling met betrekking tot reorganisaties.

  • 2. Een krachtens dit besluit gemandateerde kan geen besluiten nemen en stukken ondertekenen op het gebied van personeelsaangelegenheden die betrekking hebben op hemzelf.

  • 3. Het (onder)mandaat geldt, onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 2, alleen voor de aan de portefeuillehouders toegekende budgetten.

  • 4. De portefeuillehouders, danwel de diensthoofden of de onder hen ressorterende medewerkers verschaffen de Griffier, danwel de hiërarchisch leidinggevende desgevraagd inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden.

  • 5. De portefeuillehouders, danwel de diensthoofden of de onder hen ressorterende medewerkers informeren terstond de Griffier, danwel de hiërarchisch leidinggevende bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen, aangaande de hen toegekende taken en bevoegdheden.

  • 6. Een doorverlening van (onder)mandaat en machtiging wordt steeds schriftelijk verleend.

  • 7. De Griffier, danwel portefeuillehouder of het diensthoofd kan het (onder)mandaat en de machtiging te allen tijde geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen.

Artikel 8. Ondertekening (onder)mandaat

  • 1. Uit de op grond van dit besluit genomen besluiten blijkt door wie of namens wie dit besluit is genomen.

  • 2. Indien overeenkomstig artikel 3 door een diensthoofd stukken worden ondertekend, bevat de ondertekening tevens de aanduiding namens wie het besluit is genomen.

Artikel 9. Ondertekeningbevoegdheid personeelsmutaties

  • 1. De door de diensthoofden genomen standaard besluiten in het kader van de uitoefening bevoegdheden als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a, b, g, h, m, en r met uitzondering van sub. m. worden door het diensthoofd van de Stafdienst HR ondertekend.

  • 2. De door de leidinggevenden genomen besluiten in het kader van de uitoefening bevoegdheden als bedoeld in artikel 3, lid 1, met uitzondering van sub. e. worden door het diensthoofd van de Stafdienst HR ondertekend.

  • 3. In afwijking van de voorgaande leden kan een diensthoofd of een leidinggevende aangeven zelf een besluit te willen ondertekenen.

  • 4. Het diensthoofd van de Stafdienst HR kan de ondertekeningbevoegdheid voor personeelsmutaties al dan niet nader geclausuleerd doormandateren.

HOOFDSTUK 3. VOLMACHT

Artikel 10. Volmacht portefeuillehouders

  • 1. De Griffier verleent met inachtneming van de bepalingen in dit besluit, waaronder de bepalingen van de grensbedragen volmacht aan de andere portefeuillehouders om, met inachtneming van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996, de bepalingen in dit besluit en de onderlinge taakverdeling, met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen, namens de Griffier, de navolgende bevoegdheden uit te oefenen:

    • a. het afsluiten van koop-, huur- of leaseovereenkomsten;

    • b. het verlenen van opdrachten voor het aannemen van werk.

  • 2. Onverlet het voorgaande verleent de Griffier met inachtneming van zijn taken en bevoegdheden volmacht aan het diensthoofd van de stafdienst FEZ tot:

    • a. het kwijtschelden of buiten invordering stellen van vorderingen op derden;

    • b. het buitengerechtelijk invorderen van geldvorderingen van de Staat der Nederlanden c.q. de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

    • c. het afsluiten van overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering en procureurstelling, alsmede het instellen van gerechtelijke procedures;

    • d. het afsluiten van overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering over de Europese aanbesteding van goederen en diensten.

  • 3. Onverlet het voorgaande verleent de Griffier volmacht aan de desbetreffende portefeuillehouder waaronder de Dienst Automatisering resulteert tot het afsluiten van bruikleenovereenkomsten met Kamerleden, ambtenaren en derden inzake het verstrekken van computer(s), randapparatuur en andere (technische) apparaten.

  • 4. De portefeuillehouders kunnen de volmacht, genoemd in het eerste lid, door verlenen aan onder hen ressorterende diensthoofden of andere ambtenaren.

  • 5. De Griffier kan de bevoegdheden genoemd in het tweede lid, sub a en b, door verlenen aan de onder het diensthoofd van de Stafdienst FEZ ressorterende vallende medewerkers.

  • 6. De portefeuillehouder kan de bevoegdheid genoemd in het derde lid door verlenen aan het diensthoofd van de Dienst Automatisering.

Artikel 11. Volmacht diensthoofden en andere functionarissen

  • 1. De Griffier en de portefeuillehouders verlenen volmacht aan de diensthoofden om, met inachtneming van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996, de grensbedragen als genoemd in artikel 14, lid 1 en 2 van dit MVM-besluit ambtelijke organisatie, de bepalingen in dit besluit en de onderlinge taakverdeling met betrekking tot de onder hun verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen, namens de Griffier respectievelijk namens de portefeuillehouders, de navolgende bevoegdheden uit te oefenen:

    • a. het afsluiten van koop-, huur- of leaseovereenkomsten;

    • b. het verlenen van opdrachten voor het aannemen van werk.

  • 2. De Griffier kan door middel van het verlenen van een volmacht (tijdelijk) bevoegdheden op het terrein van personeels-, materieel- en financieel beheer toekennen aan griffiers van tijdelijke- en enquêtecommissies. Hierbij zijn de grensbedragen zoals in artikel 14 lid 1 e.v. van dit MVM-besluit bepaald van toepassing.

  • 3. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ is, namens de Griffier, gevolmachtigd tot:

    • a. het kwijtschelden of buiten invordering stellen van vorderingen op derden tot ten hoogste € 5.000,–;

    • b. het kwijtschelden of buiten invordering stellen van vorderingen op leden van de Tweede Kamer en fracties tot ten hoogste € 5.000,–;

    • c. het buitengerechtelijk invorderen van geldvorderingen van de Staat der Nederlanden c.q. de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  • 4. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ kan de bevoegdheid genoemd in het derde lid geheel of gedeeltelijk laten uitoefenen door een onder hem ressorterende ambtenaar.

  • 5. Het diensthoofd van de Dienst Automatisering is, namens zijn portefeuillehouder, gevolmachtigd tot het aangaan van een bruikleenovereenkomst met Kamerleden, ambtenaren en derden inzake het verstrekken van computer(s), randapparatuur en andere (technische) apparaten voor zover hierover geen (tijdelijke) beperkende besluiten zijn genomen door het Managementteam.

  • 6. Het diensthoofd van de Dienst Automatisering kan de bevoegdheid genoemd in het vijfde lid geheel of gedeeltelijk laten uitoefenen door een onder hem ressorterende functionaris.

  • 7. De diensthoofden kunnen de bevoegdheden genoemd in het eerste lid geheel of gedeeltelijk laten uitoefenen door onder hen ressorterende ambtenaren.

Artikel 12. Voorwaarden volmacht

  • 1. Een krachtens dit besluit, met inachtneming van alle bepalingen waaronder de grensbedragen, gevolmachtigde kan geen besluiten nemen en stukken ondertekenen op het gebied van financiële aangelegenheden die betrekking hebben op hemzelf.

  • 2. De volmacht geldt, onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 10 en 11, alleen voor de aan de portefeuillehouders, diensthoofden en andere functionarissen toegekende budgetten of goedgekeurde business cases.

  • 3. Wanneer op een overeenkomst de Europese aanbestedingsregels van toepassing zijn, vindt de procedurele aanbesteding van de overeenkomst plaats door het hoofd van de sector Inkoop van de Stafdienst FEZ.

  • 4. De portefeuillehouders verschaffen de Griffier desgevraagd inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden.

  • 5. De diensthoofden, andere functionarissen en de griffiers van enquêtecommissies verschaffen de Griffier respectievelijk de portefeuillehouders desgevraagd inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden.

  • 6. Het hoofd van de sector Inkoop van de Stafdienst FEZ verschaft de Griffier, de andere portefeuillehouders en de diensthoofden desgevraagd inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden.

  • 7. Een volmacht wordt steeds schriftelijk verleend.

  • 8. De Griffier, de andere portefeuillehouders en diensthoofden kunnen de volmacht te allen tijde schriftelijk geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen.

HOOFDSTUK 4. GRENSBEDRAGEN

Artikel 13. Grensbedragen1 en tekenbevoegdheid portefeuillehouders

  • 1. Met betrekking tot alle financiële taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 2, lid 1 en 10, lid 1, van dit besluit geldt dat:

    • a. de portefeuillehouders een actieve informatieplicht aan het presidium hebben voor verplichtingen en betalingen boven € 250.000,–;

    • b. voor alle verplichtingen en betalingen boven € 135.000,– de Griffier en een van/of beide andere portefeuillehouders daarvoor ondertekenen (het vierogen principe);

    • c. voor verplichtingen en betalingen boven € 75.000,– en tot € 135.000,– de portefeuillehouders zelfstandig ondertekenen;

    • d. de portefeuillehouders een actieve informatieplicht hebben daar waar het politieke gevoelige verplichtingen of betalingen betreft.

  • 2. Over dat wat onder ‘actieve informatieplicht’ en ‘politiek gevoelige verplichtingen en betalingen’ als bedoeld in het voorgaande lid wordt verstaan, kunnen nadere regels worden vastgesteld alsmede bepalingen over een meldingsprocedure.

  • 3. Bij het (door) verlenen van bevoegdheden als bedoeld in artikel 10, lid 4, van dit besluit worden grensbedragen gekoppeld, die zijn opgenomen in artikel 13, lid 2 en lid 3 en geldt dat artikel 1, onder sub d. en artikel 2 van dit hoofdstuk overeenkomstig van toepassing zijn.

Artikel 14. Grensbedragen en tekenbevoegdheid diensthoofden, functionarissen en andere medewerkers

  • 1. De diensthoofden zijn bevoegd voor hun dienst de in artikel 11, het eerste lid genoemde overeenkomsten af te sluiten voor verplichtingen tot een bedrag van € 75.000,– en betalingen te verrichten tot een zelfde bedrag, voor zover hierover geen (tijdelijke) beperkende besluiten zijn genomen door het Managementteam;

  • 2. Voor ondertekening namens de portefeuillehouders of diensthoofden geldt voor de sector Inkoop dat;

    • a. het hoofd Inkoop bevoegd is verplichtingen tot een bedrag van € 75.000,– te tekenen;

    • b. de senior Inkoper bevoegd is verplichtingen tot een bedrag van € 25.000,– te tekenen;

    • c. de inkoper bevoegd is verplichtingen tot een bedrag van € 2.500,– te tekenen;

  • 3. Artikel 13, lid 1, sub d. en artikel 13 lid 2 zijn overeenkomstig van toepassing.

HOOFDSTUK 5. ONDERTEKENING MANDAAT, MACHTIGING EN VOLMACHT

Artikel 15. Ondertekening Mandaat

  • 1. Indien overeenkomstig artikel 2, eerste lid door een portefeuillehouder stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening:

    De Griffier van de Tweede Kamer, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding portefeuillehouder.

  • 2. Indien overeenkomstig artikel 2, tweede lid door het diensthoofd HR stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening:

    De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding (Diensthoofd HR).

  • 3. Indien overeenkomstig artikel 2, derde lid door het diensthoofd FEZ stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening:

    De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding (Diensthoofd FEZ).

  • 4. Indien overeenkomstig artikel 2, vierde lid, artikel 3 of artikel 4 door een diensthoofd stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening:

    • a. Bij een mandaat van de Griffier of portefeuillehouder aan diensthoofden:

      De Griffier van de Tweede Kamer, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding.

    • b. Bij een mandaat van de Griffier of portefeuillehouder aan leidinggevenden of andere functionarissen luidt de ondertekening:

      De Griffier van de Tweede Kamer, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding.

  • 5. Bij een doorverlening van mandaat van diensthoofd aan leidinggevenden of andere functionarissen luidt de ondertekening:

    De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, namens deze, vervolgens functieaanduiding doorverlener, namens deze, en vervolgens handtekening, naam en functieaanduiding.

Artikel 16 Ondertekening Volmacht en machtiging

  • 1. Indien overeenkomstig artikel 5 door de portefeuillehouder stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Griffier van de Tweede Kamer, namens deze, en vervolgens handtekening, naam en functieaanduiding.

  • 2. Indien overeenkomstig artikel 6 door het diensthoofd of andere functionaris stukken worden ondertekend, luidt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Griffier van de Tweede Kamer, namens deze, en vervolgens de handtekening, naam en functieaanduiding.

  • 3. Indien overeenkomstig artikel 14 stukken worden ondertekend door het hoofd van de sector Inkoop of de senior Inkoper van de stafdienst Financieel Economische Zaken, luidt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden,

    vertegenwoordigd door de Griffier van de Tweede Kamer,

    namens de directeur (naam directie)

    namens deze het hoofd sector Inkoop of de senior Inkoper van de Stafdienst Financieel Economische Zaken

  • 4. Indien overeenkomstig artikel 11, vijfde lid stukken worden ondertekend door het hoofd Dienst Automatisering, luidt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden,

    vertegenwoordigd door de Griffier,

    namens deze de directeur (naam directie)

    namens deze de het hoofd Dienst Automatisering

  • 5. Indien overeenkomstig artikel 11, zesde of zevende lid stukken worden ondertekend door de daarin bedoelde ambtenaren, luidt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden,

    vertegenwoordigd door de Griffier,

    namens deze de directeur (naam directie)

    namens deze de het hoofd (naam dienst)

    namens deze (naam ambtenaar).

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 17. Mandaat- en volmachtregister

  • 1. De Stafdienst FEZ houdt een openbaar register bij van de verleende mandaten en volmachten.

  • 2. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ is verantwoordelijk voor het aanleggen en beheren van het openbare register.

  • 3. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ of een door hem daartoe aangewezen functionaris is bevoegd informatie uit het openbare register te verstrekken aan derden.

  • 4. De Griffier en de andere portefeuillehouders zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van gegevens die in het openbare register moeten worden opgenomen.

  • 5. In het openbare register worden alle bij mandaat en volmacht verleende bevoegdheden opgenomen.

  • 6. De citeertitel van het openbare register is: “Mandaat- en volmachtregister Tweede Kamer der Staten-Generaal”.

Artikel 18. Intrekking vorige besluiten

Met de inwerkingtreding van het “Besluit Mandaat, Volmacht en Machtiging ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal 2018” worden alle voorgaande Mandaat, Volmacht en Machtiging directeuren en diensthoofden ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal besluiten en aanvullingen ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van 1 oktober 2018.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als “MVM-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal 2018”.

Den Haag, 26 september 2018

De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal S.M. Roos

BIJLAGE 1: ORGANOGRAM AMBTELIJKE ORGANISATIE PER 1 OKTOBER 2018


X Noot
1

De genoemde bedragen in artikel 13 en 14 zijn inclusief BTW