Burgemeester en Wethouders van Almelo,
Op grond van artikel 18, eerste lid, onderdeel d van de Wegenverkeerswet 1994 en op grond van het mandaatbesluit van 1 juli 2013 zijn wij bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.
Vereiste van besluit:
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Uit het oogpunt van:
- •
Het verzekeren van de veiligheid op de weg
- •
Het beschermen van de weggebruikers en passagiers
- •
Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan
- •
Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer
- •
Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade
Is het gewenst om
Een eenzijdig parkeerverbod in te stellen op een deel van de straat Betuining ter hoogte van
nummer 16. Het parkeerverbod instellen door middel van gele arcering conform de tekening.
Motivering:
Door het parkeren in de bocht ter hoogte van Betuining 16 ontstaat een situatie waarbij het doorgaande verkeer en met name stadsbussen ernstig worden gehinderd in de bocht. Door het instellen van een parkeerverbod over de lengte van 15 meter zijn er voldoende waarborgen ten aanzien van de doorstroming van het verkeer en de veiligheid van de overige weggebruikers.
Belangenafweging:
Bij een besluit van algemene strekking zullen wij altijd de belangen die daarmee worden gediend zoals hier de verkeersveiligheid, moeten afwegen tegen de rechtstreeks betrokken belangen. Wij zijn ons ervan bewust dat (groepen) burgers en/of ondernemers eventueel nadeel kunnen ondervinden van het besluit, maar deze belangen wegen niet op tegen het algemene belang van een onder andere een veilige doorstroming van het verkeer op de Betuining ter hoogte van nummer 16. Artikel 3:4 lid 2 Awb stelt dat de voor een of meer belanghebbende nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Volgens vaste rechtspraak is het kader waarbinnen een verkeersbesluit moet worden genomen en beoordeeld, gegeven in artikel 21 van het BABW gelezen in samenhang met artikel 2 van de WVW 1994. De bevoegdheid om verkeersbesluiten te nemen kent ruime beoordelingsmarges en het is aan het daartoe bevoegde orgaan (gemeente) om de belangen die bij het al dan niet nemen van een verkeersbesluit zijn betrokken tegen elkaar af te wegen. Bij het opstellen van dit verkeersbesluit is dit uitvoerig en zorgvuldig gebeurd.
Niet is gebleken dat belanghebbenden onevenredig worden benadeeld dan wel dat door de te nemen maatregelen een onduidelijke verkeerssituatie zou ontstaan.
Gelet op
Alle gebruikte artikelen vermelden.
De artikelen 2, 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Gehoord
Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer heeft overleg plaatsgevonden met de verkeersadviseur van politie-eenheid Oost Nederland, district Twente. Hij bracht hierover een positief advies uit.