Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 november 2017, nr. WJZ/ 1254265 (8170), houdende wijziging van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren onder meer in verband met de indexatie van de bezoldigingsmaxima voor het jaar 2018 en het voorschrijven van elektronische verzending

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

In overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid, 2.7, eerste en tweede lid, en 4.1, vijfde lid, van de Wet normering topinkomens;

Besluiten:

ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN OCW-SECTOREN

De Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1a vervalt: onderscheidenlijk, waar het de sector groen onderwijs betreft, de Minister van Economische Zaken.

B

In artikel 2 vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.

C

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Per klasse geldt het volgende bezoldigingsmaximum:

    Klasse

    Bezoldigingsmaximum

    A (4 complexiteitspunten)

    € 111.000

    B (5 – 6 complexiteitspunten)

    € 122.000

    C (7 – 8 complexiteitspunten)

    € 133.000

    D (9 – 12 complexiteitspunten)

    € 146.000

    E (13 – 15 complexiteitspunten)

    € 158.000

    F (16 – 17 complexiteitspunten)

    € 171.000

    G (18 – 20 complexiteitspunten)

    Het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.

D

Artikel 5 vervalt.

E

Artikel 5b wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 125.000’ vervangen door: € 129.000.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 150.000’ vervangen door: € 155.000.

F

Artikel 5c komt te luiden:

Artikel 5c. Elektronisch verzenden bezoldigingsgegevens

  • 1. De verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, verstrekt langs elektronische weg op uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar, in aanvulling op de openbaarmakingsplicht, bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de wet, de gegevens bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de wet, aan de minister.

  • 2. De verstrekking, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door aanlevering van de gegevens door middel van het daartoe voorgeschreven WNT-formulier in XBRL bij de minister.

G

In artikel 6, eerste lid, wordt ‘artikel 3, tweede lid, van de Wet op het onderwijstoezicht’ vervangen door: artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht.

H

Deel 1 van de bijlage, behorende bij artikel 3, tweede lid, van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1B, tweede volzin, vervalt: van de minister of de Minister van Economische Zaken.

2. Onderdeel 1C, wordt als volgt gewijzigd:

a. In de tekst van punt 1 vervalt: van de minister of de Minister van Economische Zaken.

b. In de tekst van punt 3, onder b, vervalt: van de minister of de Minister van Economische Zaken.

c. In de tekst die is opgenomen onder de tabel, wordt in onderdeel I, onder vervanging van de punt aan het slot van punt 8 door een puntkomma, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 9. voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

TOELICHTING

Algemene toelichting

1. Aanleiding

In de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren (hierna: de regeling) dient een aantal punten gewijzigd te worden. Samengevat gaat het om de volgende wijzigingen:

  • 1. Indexatie van de maxima van de bezoldigingsklassen voor de onderwijssectoren en de verlaagde maxima voor de cultuurfondsen.

  • 2. Het vavo (voortgezet algemeen volwassenenonderwijs) wordt toegevoegd aan de bijlage behorende bij artikel 3, tweede lid, van de regeling, bij het criterium ‘aantal gewogen onderwijssoorten of sectoren’.

  • 3. Het loket waar de accountant (vermeende) overtredingen van de WNT moet melden verschuift van DUO naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK).

  • 4. Het elektronisch verzenden van de WNT-gegevens wordt voor de WNT-instellingen binnen het OCW-domein in stand gehouden.

  • 5. De overheveling van het groen onderwijs van EZ naar OCW wordt verwerkt.

Daarnaast wordt een toelichting gegeven op de openbaarmaking van de elektronisch aangeleverde gegevens door DUO en op het gebruik van de jaarrekening bij het vaststellen van de bezoldigingsklasse in de sector onderwijs.

2. Reikwijdte

De regeling is van toepassing op rechtspersonen en instellingen waarop de Wet normering topinkomens (hierna: WNT) van toepassing is, voor zover de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) de minister is wie het aangaat. De WNT – en dus ook de regeling – geldt alleen in Europees Nederland.

3. Vaststelling bezoldigingsmaxima sector onderwijs en cultuurfondsen

De bezoldigingsmaxima van de klassen voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen en de verlaagde bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen van de cultuurfondsen worden jaarlijks met hetzelfde percentage geïndexeerd als het algemene WNT-maximum. Het algemene WNT-maximum 2018 wordt met 3,1% verhoogd ten opzichte van het algemene WNT-maximum 2017. Dit is conform de ontwikkeling van de contractuele loonkosten voor de overheid, zoals deze voor het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is bepaald.1 De bedragen worden vervolgens, net als het algemene bezoldigingsmaximum, op duizendtallen naar boven afgerond. Dit leidt tot een stijging van de bezoldigingsklassen tussen € 4.000 en € 6.000. De bezoldigingsmaxima zijn in 2018 (afgezet tegen 2017):

Onderwijs

Cultuurfondsen

Klasse

Maximum 2017

Maximum 2018

Klasse

Maximum 2017

Maximum 2018

A

€ 107.000

€ 111.000

1

€ 125.000

€ 129.000

B

€ 118.000

€ 122.000

2

€ 150.000

€ 155.000

C

€ 129.000

€ 133.000

     

D

€ 141.000

€ 146.000

     

E

€ 153.000

€ 158.000

     

F

€ 165.000

€ 171.000

     

G

€ 181.000

€ 187.0001

     
X Noot
1

Dit bedrag kan wijzigen als gebruik gemaakt wordt van artikel 7.4 van de WNT.

In verband met de mogelijkheid tot het tussentijds verhogen van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet die met ingang van het in werking treden van de Evaluatiewet WNT2 is opgenomen in artikel 7.4 van de wet, is thans als grens voor de hoogste klasse niet langer een vast bedrag opgenomen, maar wordt verwezen naar het bedrag in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.

4. Vavo

Het vavo, ofwel voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, wordt als extra onderwijssoort toegevoegd aan de lijst met onderwijssoorten en sectoren bij het criterium ‘aantal gewogen onderwijssoorten en sectoren’ in de bijlage. Vavo wordt door een ROC aangeboden en bevat vmbo-tl, havo en/of vwo-onderwijs.

De bestuurlijke complexiteit van het vavo werd, net als de complexiteit van andere onderwijsvormen die niet in de lijst met onderwijssoorten en sectoren bij het criterium ‘aantal gewogen onderwijssoorten en sectoren’ genoemd worden, alleen indirect meegewogen bij het bepalen van de bezoldigingsklasse. De baten die met het vavo worden gegenereerd, tellen namelijk mee via het criterium ‘totale baten’. Voor de rechtspersoon die de bekostiging van het Rijk ontvangt, tellen ook de leerlingen via het criterium ‘aantal leerlingen, deelnemers en studenten’ mee. Deze indirecte weging bleek in het specifieke geval van het vavo de bestuurlijke complexiteit echter onvoldoende te dekken. Dit komt onder meer doordat de instellingen die vavo aanbieden in circa de helft van de gevallen onderwijs geven aan leerlingen die nog bij een vo-instelling ingeschreven staan.

Het vavo levert aanvullende bestuurlijke complexiteit op, omdat de ROC’s, die normaal gesproken mbo-onderwijs aanbieden, hun onderwijsaanbod verbreden met een andere onderwijssoort, namelijk vo-onderwijs. Ook inhoudelijk levert het vavo complexiteit op. Ten behoeve van de bovengenoemde ‘uitbestede’ leerlingen moeten afspraken gemaakt worden over het overdragen van de bekostiging en de begeleiding. Bij sommige ROC’s gaat dit over afspraken met een groot aantal individuele vo-scholen en/of overkoepelende schoolbesturen. Omdat veel leerlingen slechts één of een aantal vakken volgen (die zij nog missen voor hun diploma), wordt per leerling een curriculum vastgesteld waarbij maatwerk wordt aangeboden.

5. Meldplicht van de accountant

Met de wijziging van de WNT naar aanleiding van de wetsevaluatie (Evaluatiewet WNT) is het loket waar de accountant een melding doet van een (vermeende) overtreding van de WNT gewijzigd. Voor alle WNT-instellingen gaat de melding naar het Ministerie van BZK. Het loket voor de accountantsmeldingen dat bij DUO bestond, wordt gesloten door artikel 5 te laten vervallen. Vanaf 1 januari 2018 geven accountants de meldingen door via: https://www.topinkomens.nl/melden/accountants.

6. Elektronische verzending van de WNT-gegevens

Met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT is de algemene verplichting om de WNT-gegevens elektronisch te verzenden, vervangen door een bevoegdheid voor de bij de WNT betrokken vakministers om dit voor de eigen sector bij ministeriële regeling vast te leggen.3 Met deze regeling wordt de verplichting om de WNT-gegevens elektronisch te verzenden voor onderwijs-, onderwijsgerelateerde, emancipatie-, cultuur- en media-instellingen vastgelegd in de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Evaluatiewet WNT4 is dit al aangekondigd.

Voor het Ministerie van OCW zijn de bezoldigingsgegevens van (top)functionarissen bij WNT-instellingen binnen het eigen beleidsdomein essentiële beleidsinformatie. Inzicht in bezoldigingsgegevens, te weten gegevens over individuele topfunctionarissen of verzamelde gegevens van groepen WNT-instellingen, is bijvoorbeeld noodzakelijk om voor de OCW-sectoren een regeling met sectorale bezoldigingsklassen te kunnen opstellen of aanpassen. Voor de WNT-toezichthouders in het OCW-domein, zoals de Inspectie van het Onderwijs en het Commissariaat voor de Media, vormen de gegevens bovendien een basis voor risicoanalyses en risicogericht toezicht.5

7. Openbaarmaking elektronisch verzamelde gegevens

DUO publiceert jaarlijks een bestand met daarin de verzamelde, elektronisch aangeleverde (geanonimiseerde) WNT-gegevens op www.data.duo.nl. Hoewel alle gegevens reeds door de WNT-instelling zelf openbaar zijn gemaakt, wordt een bestand waarin deze informatie is verzameld gezien als nieuwe, nog niet openbare informatie. Omdat het in dit geval (geanonimiseerde) persoonsgegevens betreft, moet er een wettelijke basis zijn om het bestand met de gebundelde gegevens openbaar te maken.

Met het vervallen van artikel 7.1 van de WNT door de Evaluatiewet WNT is de wettelijke basis die voorheen gebruikt werd, vervallen. Voor de publicatie van de WNT-gegevens vanaf verslagjaar 2016 zal daarom gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid tot actieve openbaarmaking volgens de Wet openbaarheid bestuur (Wob). De WNT-instellingen binnen het OCW-domein zullen uiterlijk in december per brief worden geïnformeerd over het openbaar maken van dit bestand. Indien zij hier bezwaar tegen hebben, kunnen zij dit kenbaar maken.

De openbaarmaking van de verzamelde gegevens door DUO ontslaat de WNT-instellingen niet van de verplichting, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling WNT om de (niet-geanonimiseerde) WNT-verantwoording openbaar toegankelijk op internet te publiceren (vanaf 2018).

8. De jaarrekening en het vaststellen van de bezoldigingsklasse

De regeling bevat op dit onderdeel geen wijziging. Voor de berekening van de bezoldigingsklasse sluit de regeling aan bij artikel 3d van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, waarin staat dat de jaarrekening wordt opgesteld op het niveau van het bevoegd gezag dat de onderwijsinstelling in stand houdt.

In de toelichting van de WNT-regeling 2017 is aangekondigd dat gekeken zou worden of het wenselijk is om op een andere manier te regelen hoe gehandeld moet worden als sprake is van een groepsrelatie in de zin van het jaarrekeningenrecht. Uit de uitvoeringspraktijk is echter onvoldoende aanleiding gebleken om een wijziging aan te brengen.

Uit de onderwijswetgeving volgt dat het bevoegd gezag (een orgaan van) de rechtspersoon is die de instelling in stand houdt. De WNT schrijft voor dat de WNT-verantwoording op dit niveau moet worden opgesteld. Ook de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren sluit hierbij aan. Als er bijvoorbeeld sprake is van een personele unie, waardoor er een overkoepelend bestuur is dat zelf niet functioneert als een bevoegd gezag in de zin van de onderwijswetgeving, moet op grond van artikel 2.1, tweede lid, van de WNT de tijdverdeling van de bestuurders worden toegedeeld aan de individuele WNT-instellingen. In het jaarverslag van de WNT-instelling binnen deze groep wordt vermeld welke tijdsfactor de topfunctionaris werkzaam was voor deze WNT-instelling, en wat het individuele toepasselijk WNT-maximum is.

9. Gevolgen voor de uitvoering

De conceptregeling is ter consultatie voorgelegd aan de koepelorganisaties in het onderwijs, de bestuurdersverenigingen in het onderwijs, de toezichthoudersverenigingen in het onderwijs, de vakbonden in het onderwijs, de NPO, de Federatie Cultuur, en de Vereniging van Nederlandse Orkesten. Daarnaast is de conceptregeling ter uitvoeringstoets voorgelegd aan het EAUT-panel6, aan DUO en via DUO aan de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) en de Auditdienst Rijk (ADR).

Uit de externe consultatie bleek dat de meeste organisaties geen opmerkingen hadden bij de conceptregeling. Twee organisaties hebben gereageerd op het toevoegen van het vavo aan de regeling. Een van deze organisaties heeft aangegeven het eens te zijn met de toevoeging van het vavo. Een andere organisatie gaf aan dat als het vavo als sector toegevoegd zou worden, ook de associate degree-opleiding (AD-opleiding) binnen het hbo toegevoegd moet worden. Aan dit verzoek wordt niet tegemoet gekomen. De situatie waarin vavo wordt aangeboden op ROC’s verschilt wezenlijk van de situatie waarin de AD-opleiding op hbo-instellingen wordt aangeboden. In tegenstelling tot de situatie waarin ROC’s (mbo) vavo (vo) verzorgen, maakt de AD-opleiding onderdeel uit van het hbo. Het aanbieden van de AD-opleiding verschilt niet wezenlijk van het aanbieden van een andere hbo-opleiding, voor beide wordt samengewerkt met andere instellingen, moeten opleidings- en examencommissies ingesteld worden (of worden ondergebracht bij reeds bestaande commissies) en moet een locatie worden verzorgd. De complexiteit van deze activiteiten is reeds opgenomen in het criterium ‘aantal leerlingen, deelnemers en studenten’ bij de verschillende hbo-sectoren. Hierbij wordt namelijk onderscheid gemaakt op basis van inhoudelijke richting en niet op niveau (AD, bachelor of master).

Daarnaast is in de externe consultatie door een organisatie ingebracht dat de openbaarmaking van het bestand met de verzamelde WNT-gegevens te laat in het jaar gepland is en dat de persoonsnamen niet verwijderd zouden moeten worden. Vanwege het vervallen van de wettelijke basis en het gebruik van de Wob-procedure voor actieve openbaarmaking kan de openbaarmaking niet eerder worden gepland. Het actief openbaar maken van de persoonsgegevens in dit bestand zou anders in strijd met de privacywetgeving zijn.

Ook zijn vragen gesteld over de jaarrekening bij het vaststellen van de bezoldigingsklasse. Dit punt is in de toelichting onder punt 8 verder verduidelijkt.

10. Administratieve lasten

Met deze wijziging van de regeling worden geen (nieuwe) informatieverplichtingen gecreëerd of geschrapt. De regeling heeft daarmee geen gevolgen voor de administratieve lasten.

11. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Deze regeling treedt op 1 januari 2018 in werking en wordt, in afwijking van de afspraken rond de invoeringstermijn van 2 maanden die is neergelegd in de Aanwijzingen voor de regelgeving (AR 174), conform de WNT uiterlijk in de maand november vastgesteld en gepubliceerd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A (artikel 1a)

Met de inwerkingtreding van het Besluit houdende departementale herindeling met betrekking tot het groen onderwijs,7 is niet langer de Minister van Economische Zaken, maar de Minister van OCW belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van het groen onderwijs. Artikel 1a en een drietal bepalingen in de bijlage zijn dientengevolge aangepast.

Artikel I, onderdelen B en D (artikelen 2 en 5)

Met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT kan de accountantsmelding, bedoeld in artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de WNT, slechts worden gedaan aan de Minister van BZK. Artikel 5, waarin de verplichting was neergelegd deze melding te doen aan de Minister van OCW, is hierbij komen te vervallen. Artikel 2, tweede lid, is komen te vervallen, als gevolg van het vervallen van artikel 5.

Artikel I, onderdelen C en E (artikelen 3 en 5b)

Het (verlaagde) bezoldigingsmaximum per klasse voor zowel de topfunctionarissen van onderwijsinstellingen als de cultuurfondsen, is voor 2018 geïndexeerd met 3,1% (hetzelfde percentage als de verhoging van het algemene WNT-maximum) en vervolgens conform het algemene WNT-maximum afgerond op duizendtallen. Er is gerekend met de afgeronde bedragen die voor 2017 van toepassing waren.

Als grens voor de hoogste klasse is niet langer een vast bedrag opgenomen, maar wordt verwezen naar het bedrag, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT. Hier is voor gekozen in verband met de mogelijkheid tot het tussentijds verhogen van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT, die met ingang van het in werking treden van de Evaluatiewet WNT is opgenomen in artikel 7.4 van de WNT.

Artikel I, onderdeel F (artikel 5c)

Eerste lid. Met de inwerkintreding van de Evaluatiewet WNT is de verplichting komen te vervallen om gegevens, bedoeld in het destijds geldende artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de WNT, uiterlijk 1 juli aan de minister te zenden. Deze verplichting was opgenomen in het destijds geldende artikel 4.1, vijfde lid, en 4.2, zevende lid, van de WNT. Met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT zijn artikel 4.1, vijfde lid, en 4.2, zevende lid, van de WNT gewijzigd, waardoor het nu op grond van het nieuwe artikel 4.1, vijfde lid, van de WNT, aan de vakminister is om te bepalen of de verantwoordelijke de verplichting heeft voornoemde gegevens aan hem elektronisch te verstrekken.

Net als ten aanzien van de oude artikelen 4.1, vijfde lid, en 4.2, zevende lid, van de WNT geldt dat voor zover binnen een rechtspersoon of organisatie meerdere organen verantwoordelijk zijn voor het opstellen en vaststellen van het financieel verslaggevingsdocument, bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de WNT bij die organisatie of rechtspersoon intern bepaald zal moeten worden welke van deze organen feitelijk de melding aan de betrokken minister doet.

Gelezen in samenhang met artikel 1a van de regeling, wordt met de verantwoordelijke, genoemd in het eerste lid, uitsluitend de verantwoordelijke bedoeld die binnen het beleidsterrein van OCW werkzaam is. Het begrip ‘verantwoordelijke’ is gedefinieerd in de wet.

Tweede lid. De inhoud van het oude artikel 5c van onderhavige regeling is opgenomen in het tweede lid.

Artikel I, onderdeel G (artikel 6)

Artikel zes, eerste lid, wordt naar aanleiding van vernummering van de artikelleden van artikel 3 van de Wet op het onderwijstoezicht aangepast.

Artikel I, onderdeel H (de bijlage behorende bij artikel 3, tweede lid, van de regeling)

Vanwege de inwerkingtreding van het Besluit houdende departementale herindeling met betrekking tot het groen onderwijs, is, zoals al genoemd in de toelichting bij artikel I, onderdeel A, de Minister van OCW nu belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van het groen onderwijs. Aangezien echter voor de hoogte van de bezoldiging van 2018 gekeken wordt naar het aantal onderwijssoorten of sectoren dat werd aangeboden op 1 oktober in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het bezoldigingsmaximum wordt toegepast (t-2), is voor de volledigheid gekozen om in de bepalingen in de bijlage waar de minister naast de Minister van Economische zaken wordt genoemd, ook de woorden ‘van de minister’ te laten vervallen. De bekostiging op grond van de onderwijswetten is namelijk altijd afkomstig van de minister en omvat op deze manier zowel de bekostiging ontvangen door de Minister van OCW, en in voorkomende gevallen de bekostiging die nog is ontvangen door de Minister van Economische zaken.

Tevens is in de bijlage geregeld dat een complexiteitspunt vanaf 1 januari 2018 ook wordt toegekend als de onderwijssoorten voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs, en/of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs worden aangeboden in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs op een ROC.

Artikel II

Deze regeling treedt op 1 januari 2018 in werking.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Regeling van 7 september 2017, Stcrt. 2016, 51696.

X Noot
2

Stb. 2017, 151.

X Noot
3

Artikel I, onderdeel X; artikel 4.1, vijfde lid, Evaluatiewet WNT.

X Noot
4

Kamerstukken II 2016/17, 34 654, nr. 3, p. 10.

X Noot
5

De ontwikkeling van risico-gebaseerde toezichtstrategieën maakt tevens onderdeel uit van de verbeteragenda naar aanleiding van de wetsevaluatie WNT, zie Kamerstukken II 2015/16, 34 366, nr. 1, p. 6.

X Noot
6

Ex Ante UitvoeringsToets: extern WNT-panel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met onder meer accountants.

X Noot
7

Besluit van 26 oktober 2017, nr. 2017001807, houdende departementale herindeling met betrekking tot het groen onderwijs.

Naar boven