Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 november 2017, kenmerk 1241265-168333-Z, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2018 ten behoeve van de gedifferentieerde berekening van de bijdrage voor verdragsgerechtigden

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 69, derde lid, van de Zorgverzekeringswet en artikel 3, tweede lid, van de Wet op de zorgtoeslag;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling zorgverzekering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6.3.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘ten laste van de sociale zorgverzekeringen’ vervangen door: uit hoofde van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.

2. Het negende lid komt als volgt te luiden:

9. Het verhoudingsgetal, bedoeld in het eerste lid, wordt per land genoemd in bijlage 4 bij deze regeling.

B

Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering komt als volgt te luiden:

Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering

Bijlage horende bij artikel 6.3.1, negende lid, van de Regeling zorgverzekering en artikel 3, tweede lid, van de Wet op de zorgtoeslag

Land

Woonlandfactor

België

0,7193

Bosnië-Herzegovina

0,1006

Bulgarije

0,0909

Cyprus

0,1384

Denemarken

1,0830

Duitsland

0,9559

Estland

0,2491

Finland

0,7120

Frankrijk

0,9262

Griekenland

0,1573

Hongarije

0,1501

Ierland

0,8326

IJsland

1,0826

Italië

0,5569

Kaapverdië

0,0175

Kroatië

0,1834

Letland

0,1096

Liechtenstein

1,1866

Litouwen

0,2650

Luxemburg

0,7497

Macedonië

0,0595

Malta

0,3269

Marokko

0,0125

Montenegro

0,0829

Noorwegen

1,4015

Oostenrijk

0,7330

Polen

0,1606

Portugal

0,2521

Roemenië

0,0903

Servië

0,0734

Slovenië

0,3696

Slowakije

0,2587

Spanje

0,4365

Tsjechië

0,2806

Tunesië

0,0216

Turkije

0,0894

Verenigd Koninkrijk

0,6789

Zweden

0,8104

Zwitserland

0,8948

ARTIKEL II

In afwijking van bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering is het in artikel 6.3.1, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering bedoelde verhoudingsgetal voor Zweden voor het jaar 2017 0,8263.

ARTIKEL III

  • 1. Artikel I van deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 2. Artikel II van deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Artikel 6.3.1, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering (Rzv) bepaalt dat de voor een persoon, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigde bijdrage wordt berekend door de grondslag van de bijdrage te vermenigvuldigen met een verhoudingsgetal dat wordt berekend uit de verhouding tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale ziektekostenverzekering (hierna te noemen: zorgkosten) in het woonland van deze persoon en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon uit hoofde van de Zvw en de Wet langdurige zorg (Wlz) in Nederland. Dit is de woonlandfactor. Per 1 januari 2018 is een expliciete grondslag voor het vaststellen van de woonlandfactor toegevoegd aan artikel 69 van de Zvw (Stb. 2017, 99).

De woonlandfactor wordt berekend door het CAK. Het CAK heeft op 3 november 2017 het advies over de woonlandfactoren voor 2018 aan mij uitgebracht. In deze toelichting is aangegeven op welke wijze het CAK de woonlandfactor van de verschillende woonlanden voor het jaar 2018 heeft berekend en welke uitgangspunten daarbij in aanmerking zijn genomen.

De woonlandfactoren die in de tabel zijn opgenomen, gelden voor de bijdrage die verdrags-gerechtigden in het jaar 2018 verschuldigd zijn en worden jaarlijks uiterlijk in november opnieuw vastgesteld en gepubliceerd.

De gegevens die aan de woonlandfactoren ten grondslag liggen, zijnde de gegevens over de kosten van de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale verzekering in het woonland en in Nederland, kunnen jaarlijks fluctueren. Als het aansprakenpakket van een land wordt aangepast, heeft dat immers gevolgen voor de kosten van dat pakket. Daarnaast kunnen demografische ontwikkelingen van invloed zijn, evenals fluctuaties in wisselkoersen.

De berekening van de woonlandfactor vindt plaats volgens de formule:

woonlandfactor = gemiddelde zorgkosten woonland / gemiddelde zorgkosten Nederland.

De gemiddelde zorgkosten in een woonland worden bepaald door het totaalbedrag van zorgkosten in het woonland te delen door het aantal rechthebbenden in het woonland. Op basis van beide bestanddelen komt een vast bedrag aan kosten per persoon tot stand.

De zorgkosten zijn de kosten voor die geneeskundige verstrekkingen waarop aanspraak bestaat op grond van de wetgeving inzake de sociale ziektekostenverzekering van het woonland.

De modaliteiten van de berekening zijn vastgelegd in de Europese sociale zekerheidsverordening of in een bilateraal verdrag inzake sociale zekerheid.

Rechthebbenden zijn zij die recht hebben op geneeskundige verzorging op grond van de wetgeving over de sociale ziektekostenverzekering voor geneeskundige zorg van het woonland. Overeenkomstig de regeling is uitgegaan van alle rechthebbenden van het betreffende verdrags-land, ongeacht hun status of leeftijd. Voor het bepalen van het aantal rechthebbenden zijn waar mogelijk dezelfde brongegevens gebruikt als voor de zorgkosten.

De gemiddelde zorgkosten in Nederland zijn op dezelfde wijze bepaald en resulteren eveneens in een vast bedrag aan kosten per persoon. De Nederlandse zorgkosten bestaan uit de kosten voor geneeskundige verstrekkingen waarop aanspraak bestaat op grond van de Zvw en de Wlz voor zover deze kosten gebruikt worden door Nederland bij de berekening van de gemiddelde kostenbedragen die Nederland aan andere landen in rekening brengt.

De Zvw heeft per 2006 de Ziekenfondswet (Zfw) vervangen. Voor de cijfers van vóór 2006 zijn bepalend de kosten en de kring van verzekerden voor de verzekeringen ingevolge de Zfw in plaats van de Zvw. De Wlz heeft per 2015 de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangen. Tot dat jaar gaat het om de kosten en de kring van verzekerden voor de verzekeringen ingevolge die AWBZ.

Gegevensbronnen

De gemiddelde zorgkosten voor Nederland zijn bepaald op basis van de nota’s die Nederland bij de Rekencommissie van de Europese Unie heeft ingediend (als bedoeld in artikel 101, derde lid, van Verordening (EEG) nr. 574/72 resp. artikel 74 van Verordening (EG) nr. 883/2004). Op basis van deze gegevens wordt per jaar de gemiddelde kosten voor zorg per rechthebbende in Nederland bepaald.

De gemiddelde zorgkosten per rechthebbende in de diverse woonlanden is bepaald op basis van verschillende bronnen. Niet voor al deze landen zijn dezelfde gegevensbronnen beschikbaar.

In onderstaande tabel staat per land de bronvermelding van de gehanteerde gegevens.

België

Nota Rekencommissie van 24-3-2017

Bosnië-Herzegovina

Hauptverband der Österreichischen Sozialversicherungsträger – 14-9-17

Bulgarije

National Health Insurance Fund in Sofia – 29-08-2017

Cyprus

Nota Rekencommissie EU – A.C. 779/16 – 26-09-2016

Denemarken

https://www.statbank.dk en http://www.oecd.org/statistics

Duitsland

Bundesministerium für Gesundheit – 16-03-2016

Estland

Eesti Haigekassa Talinn (International Relations Department) – 30-3-2016

Finland

Nota Rekencommissie EU – A.C. 797/16 REV – 17-10-2016

Frankrijk

Direction de la Sécurité sociale (DSS) – Programme de qualité et d’efficience / Malidie - PLFSS 2017

Griekenland

National organization for health care services provision, Division of International Affairs – 29-09-2017

Hongarije

National Health Insurance Fund Budapest - Statistical yearbook 2015

Ierland

Nota Rekencommissie EU – A.C. 976/16 – 30-12-2016

IJsland

http://px.hagstofa.is/pxen/pxweb/en/

Italië

Nota Rekencommissie EU – A.C. 513/13 – 25-10-2013

Kaapverdië

Instituto Nacional de Previdência Social – 05-02-2016

Kroatië

Croatian Health Insurance Zagreb – 28-08-2017

Letland

National Health Service Republic of Latvia – 30-08-2017

Liechtenstein

Landesverwaltung Fürstentum Liechtenstein, Amt für Statistik – Krankenkassenstatistik 2015

Litouwen

Lithuanian National Health Insurance Fund – 24-08-2017

Luxemburg

Caisse Nationale de la Santé Luxembourg – 04-08-2016

Macedonië

Fond Za Zdravestveno Osiguruvanje Na Makedonija, Skopje – 16-05-2016

Malta

Ministry for Energy and Health, Department Health Care Funding – 09-08-2016

Marokko

Rapport Royaume de Maroc ‘CNSS’ – 30 december 2005

Montenegro

Fond Za Zdravestveno Osiguranje, Podgorica – 21-02-2017

Noorwegen

Nota Rekencommissie EU – A.C. 840/16 – 28-10-2016

Oostenrijk

Main Association of Austrian Social Security Institutions, 31-08-2016

Polen

Narodowego Funduszu Zdrowia – 01-08-2016

Portugal

Nota Rekencommissie EU – A.C. 970/16 – 27-12-2016

Roemenië

National Health Insurance House (NHIH), ROMANIA – 03-10-2017

Servië

Republic Health Insurance Fund of Servië, Belgrade – 05-07-2016

Slovenië

Business Report of the Health Insurance Institute of Slovenia for 2016 – Maart 2017

Slowakije

Health care surveillance authority – Správa o stave vykonávania verejného zdravotného poistenia za rok 2014 – augustus 2016

Spanje

Nota Rekencommissie EU – A.C. 790/16 van 4-10-2016

Tsjechië

Ministry of Health of the Czech Republic – 01-09-2017

Tunesië

Caisse Nationale de Securite Sociale – 05-04-2011

Turkije

Directorate of Social Security Institution ‘SGK’

Verenigd Koninkrijk

Nota Rekencommissie EU – A.C. 975/16 – 28-12-2016

Zweden

Nota Rekencommissie EU – A.C. 436/17 – 16/06/2017

Zwitserland

Gemeinsame Einrichung (KVG) – Statistik Risikoausgleich 2015 – 09-11-2016

Het berekeningsjaar

De gemiddelde zorgkosten woonland van een bepaald jaar zijn gebaseerd op de laatst bekende documenten, dan wel op informatie die door het betreffende land aan het CAK bekend is gemaakt. De bepaling van de woonlandfactor geschiedt hiermee op basis van historische cijfers van verdragslanden.

Het beschikbaar stellen van benodigde cijfers wordt door verschillende landen op verschillende momenten en op verschillende manieren gedaan. Voor de vaststelling van de woonlandfactoren 2018 heeft het CAK de meest actuele gegevens als uitgangspunt genomen. Voor een juiste verhouding worden tegenover de buitenlandse gemiddelde zorgkosten in een bepaald jaar de gemiddelde zorgkosten voor Nederland van het overeenkomende jaar gebruikt.

Afrondingen

De verschillende benodigde componenten voor de berekening van de landenfactoren zijn exact overgenomen uit de gebruikte bronnen. Er zijn geen afrondingen voor de komma uitgevoerd; cijfers achter de komma zijn wel afgerond.

De woonlandfactor is als volgt afgerond tot vier cijfers achter de komma (bijvoorbeeld 0,3543):

  • indien het vijfde cijfer achter de komma 0 tot en met 4 is, is afgerond naar beneden;

  • indien het vijfde cijfer achter de komma 5 tot en met 9 is, is afgerond naar boven.

Rekenen met vreemde valuta

Bij de bepaling van de woonlandfactor voor de niet-euro landen dienen bedragen in vreemde valuta omgerekend te worden naar euro’s. Doordat deze woonlandfactoren worden bepaald op basis van historische cijfers, is gebruik gemaakt van gemiddelde valutakoersen naar de euro over het berekeningsjaar.

Voor de jaarkoersen is (op basis van beschikbaarheid) in de aangegeven volgorde gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • 1. gegevens van De Nederlandsche Bank;

  • 2. gegevens van de Europese Centrale Bank;

  • 3. gegevens OANDA online valuta berekening (volgens www.oanda.com);

  • 4. gegevens van de centrale bank van Bosnië-Herzegovina.

Gebruik van gegevens uit bronnen

Zoals aangegeven kunnen de bronnen voor het bepalen van de gemiddelde zorgkosten per land verschillen. Gebruikte documenten hebben niet altijd een uniforme indeling en opgenomen cijfers zijn niet altijd rechtstreeks vergelijkbaar. Onderstaand zijn de randvoorwaarden genoemd, waarmee bewaakt wordt dat uit de diverse documenten zo zuiver en zo vergelijkbaar mogelijke cijfers zijn overgenomen voor de bepaling van de woonlandfactoren. Uiteraard gelden de voorwaarden zowel voor de Nederlandse bronnen, als voor de bronnen van de diverse landen.

  • 1. Gespecificeerde posten die niet zijn meegenomen bij het bepalen van de woonlandfactor:

    • a. kosten voor arbeidsongevallen;

    • b. posten die opgenomen zijn voor de kosten van niet-verzekerden. Alleen kosten die gemaakt zijn door ‘rechthebbenden’ (verzekerden) zijn opgenomen. De groep ‘niet-verzekerden’ is in de populatie ook niet opgenomen;

    • c. eventuele eigen betalingen (van rechthebbenden) voor zorg.

  • 2. Bepaalde verdragslanden werken met een voorgerekend bedrag voor gemiddelde zorgkosten per rechthebbende in het land. Indien er geen verdere gegevens beschikbaar zijn, is er gebruikt gemaakt van deze gegevens.

  • 3. Bepaalde verdragslanden werken met steekproeven voor bepaling van de componenten. Indien er geen verdere gegevens beschikbaar zijn, is gebruik gemaakt van de gegevens uit de steekproef.

  • 4. Bepaalde verdragslanden werken met (toekomstige) schattingen voor bepaling van de componenten. Indien er geen verdere gegevens beschikbaar zijn, is er gebruikt gemaakt van deze gegevens.

In onderstaande tabel staat de berekening van de woonlandfactoren.

Land

Berekeningsjaar

Gemiddelde zorgkosten woonland

Gemiddelde zorgkosten Nederland

Woonlandfactor

België

2014

2.512,45

3.492,83

0,7193

Bosnië-Herzegovina

2015

317,85

3.158,82

0,1006

Bulgarije

2015

287,14

3.158,82

0,0909

Cyprus

2014

483,48

3.492,83

0,1384

Denemarken

2015

3.420,91

3.158,82

1,0830

Duitsland

2015

3.019,49

3.158,82

0,9559

Estland

2015

786,86

3.158,82

0,2491

Finland

2014

2.486,77

3.492,83

0,7120

Frankrijk

2015

2.925,82

3.158,82

0,9262

Griekenland

2015

496,78

3.158,82

0,1573

Hongarije

2015

474,13

3.158,82

0,1501

Ierland

2014

2.907,97

3.492,83

0,8326

IJsland

2015

3.419,75

3.158,82

1,0826

Italië

2012

1.913,08

3.435,32

0,5569

Kaapverdië

2014

61,05

3.492,83

0,0175

Kroatië

2015

579,40

3.158,82

0,1834

Letland

2015

346,27

3.158,82

0,1096

Liechtenstein

2015

3.748,37

3.158,82

1,1866

Litouwen

2015

837,06

3.158,82

0,2650

Luxemburg

2014

2.618,68

3.492,83

0,7497

Macedonië

2015

188,05

3.158,82

0,0595

Malta

2014

1.141,67

3.492,83

0,3269

Marokko

2002

30,56

2.448,29

0,0125

Montenegro

2015

261,83

3.158,82

0,0829

Noorwegen

2014

4.895,25

3.492,83

1,4015

Oostenrijk

2015

2.315,49

3.158,82

0,7330

Polen

2014

561,02

3.492,83

0,1606

Portugal

2014

880,54

3.492,83

0,2521

Roemenië

2015

285,11

3.158,82

0,0903

Servië

2015

231,89

3.158,82

0,0734

Slovenië

2015

1.167,44

3.158,82

0,3696

Slowakije

2015

817,27

3.158,82

0,2587

Spanje

2015

1.378,85

3.158,82

0,4365

Tsjechië

2015

886,36

3.158,82

0,2806

Tunesië

2006

62,02

2.874,25

0,0216

Turkije

2013

312,48

3.496,61

0,0894

Verenigd Koninkrijk

2014

2.371,11

3.492,83

0,6789

Zweden

2014

2.830,74

3.492,83

0,8104

Zwitserland

2015

2.826,63

3.158,82

0,8948

Bijzonderheden

Bij de vaststelling van de woonlandfactoren voor 2018 zijn de volgende bijzonderheden van belang.

De uitgangspunten voor de berekening van de woonlandfactoren 2018 zijn dezelfde als die voor de voorafgaande jaren. Zo zijn de gemiddelde zorgkosten voor Nederland gebaseerd op de laatst bekende nota die Nederland bij de Rekencommissie van de Europese Unie heeft ingediend.

Voor de woonlandfactoren 2018 zijn dit de gemiddelde zorgkosten voor het jaar 2015. Steeds meer lidstaten van de Europese Unie stellen geen nota meer op omdat zij alleen nog afrekenen op basis van werkelijke uitgaven. Voor deze lidstaten zijn de factoren opgesteld op basis van ontvangen informatie van de verbindingskantoren.

Als gevolg van nieuwe informatie ten opzichte van een jaar geleden wijzigen voor 2018 de woonlandfactoren van de meeste landen. Voor de volgende landen blijven de factoren gelijk: Cyprus, Italië, Kaapverdië, Luxemburg, Malta, Marokko, Polen en Tunesië. Voor de overige landen wijzigen de woonlandfactoren 2018 ten opzichte van 2017.

Uit de analyse van de woonlandfactoren blijkt dat de woonlandfactor van een aantal landen in sterkere mate is toe- of afgenomen.

De hoogte van zorgkosten in Nederland in 2015 blijkt 9 procent lager te zijn dan de zorgkosten van het jaar 2014. Deze daling van zorgkosten wordt vooral veroorzaakt door de stelselwijziging in 2015 van de langdurige zorg. Daarbij is de AWBZ vervallen en opgevolgd door de Wlz. Een deel van de AWBZ-zorg is overgeheveld naar gemeentelijke regelingen. Deze gemeentelijke regelingen behoren niet tot de wettelijke ziektekostenverzekeringen in Nederland. De daarmee samenhangende kosten zijn daarom niet inbegrepen in de zorgkosten voor 2015.

Voor het woonland Zweden is de woonlandfactor voor het jaar 2017 destijds vastgesteld op 1,0948. Gebleken is dat de onderliggende berekening van de gemiddelde zorgkosten van Zweden onjuist is geweest. Daarmee is ook deze woonlandfactor voor het jaar 2017 foutief. De correcte woonlandfactor is 0,8263. Dit betekent dat voor het jaar 2017 op grond van de Rzv een te hoge verdragsbijdrage is geheven bij de in Zweden wonende verdragsgerechtigden. Voor zover zij teveel hebben voldaan, zal het CAK overgegaan tot restitutie. Deze wijziging heeft geen effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Deze wordt niet ten nadele van de verdragsgerechtigden gecorrigeerd.

Tot slot wordt gewezen op enkele technische aanpassingen. De redactie van artikel 6.3.1, eerste lid, van de Rzv is in overeenstemming gebracht met artikel 69, derde lid, van de Zvw. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 6.3.1, negende lid, en bijlage 4 van de Rzv te vereenvoudigen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Naar boven