Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2017, 62784Adviezen Raad van State

Advies Raad van State inzake Besluit houdende regeling van de wijze van tenuitvoerlegging van beslissingen van de tuchtrechter voor gerechtsdeurwaarders en notarissen (Besluit tenuitvoerlegging tuchtrechtspraak gerechtsdeurwaarders en notarissen)

Nader Rapport

23 oktober 2017

Nr. 2135455

Directie Wetgeving en Juridische Zaken

Aan de Koning

Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur houdende regeling van de wijze van tenuitvoerlegging van beslissingen van de tuchtrechter voor gerechtsdeurwaarders en notarissen (Besluit tenuitvoerlegging tuchtrechtspraak gerechtsdeurwaarders en notarissen)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 8 september 2017, nr. 2017001498, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 27 september 2017, nr. W03.17.0283/II, bied ik U hierbij aan.

Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok.

Advies Raad van State

No. W03.17.0283/II

’s-Gravenhage, 27 september 2017

Bij Kabinetsmissive van 8 september 2017, no.2017001498, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regeling van de wijze van tenuitvoerlegging van beslissingen van de tuchtrechter voor gerechtsdeurwaarders en notarissen (Besluit tenuitvoerlegging tuchtrechtspraak gerechtsdeurwaarders en notarissen), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.

De waarnemend vice-president van de Raad van State, S.F.M. Wortmann.

Tekst zoals toegezonden aan de Raad van State: Besluit houdende regeling van de wijze van tenuitvoerlegging van beslissingen van de tuchtrechter voor gerechtsdeurwaarders en notarissen (Besluit tenuitvoerlegging tuchtrechtspraak gerechtsdeurwaarders en notarissen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 5 september 2017, nr. 2123973,

Gelet op artikel 43b, tweede lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet en artikel 103c, tweede lid, van de Wet op het notarisambt;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van ... 201.., nr. ...);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van .., nr. ...;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De tenuitvoerlegging van een beslissing als bedoeld in artikel 43b, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet geschiedt door of vanwege de kamer voor gerechtsdeurwaarders of door of vanwege het gerechtshof Amsterdam.

  • 2. De tenuitvoerlegging van een beslissing als bedoeld in artikel 103c, eerste lid van de Wet op het notarisambt geschiedt door of vanwege de kamer voor het notariaat die de beslissing heeft genomen of door of vanwege het gerechtshof Amsterdam.

Artikel 2

Artikel 13 van het Besluit op het notarisambt vervalt.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tenuitvoerlegging tuchtrechtspraak gerechtsdeurwaarders en notarissen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

NOTA VAN TOELICHTING

Hoofdlijnen en achtergrond van de regeling

Dit besluit regelt de tenuitvoerlegging van beslissingen tot het opleggen van een boete of proceskostenveroordeling door de tuchtrechters op grond van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) en de Wet op het notarisambt (Wna). De met tuchtrechtspraak belaste instantie in eerste aanleg voor gerechtsdeurwaarders1 is de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam. De tuchtrechtspraak over notarissen2 wordt in eerste aanleg uitgeoefend door de vier kamers voor het notariaat gelegen in de ressorten. Voor beide geldt dat hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

De tuchtrechters voor gerechtsdeurwaarders en notarissen kunnen de maatregel van de geldboete opleggen. De beslissing tot oplegging van de geldboete moet de termijn bevatten waarbinnen en de wijze waarop het bedrag moet worden betaald. Het bedrag van de opgelegde geldboete komt ten bate van de Staat (artikel 43, zesde lid, Gdw en artikel 103a, derde lid, Wna). De proceskostenveroordeling in het tuchtrecht van de juridische beroepen is niet beperkt tot de kosten van de wederpartij, maar kan tevens de kosten van tuchtrechtelijk geding zelf omvatten. Deze veroordeling geeft de mogelijkheid dat de kosten van de tuchtrechtspraak zoveel mogelijk worden gedragen door de beroepsbeoefenaar die de aanleiding gaf tot het tuchtrechtelijk ingrijpen. Het betreft hier een discretionaire bevoegdheid van de tuchtrechter, die bij zijn afweging alle omstandigheden van het geval kan betrekken, waaronder de persoonlijke situatie (ook financieel) van de betreffende beroepsbeoefenaar.

Op grond van de artikelen 43b, eerste lid, Gdw en 103c, eerste lid, Wna levert de beslissing tot het opleggen van een geldboete of een proceskostenveroordeling een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ten uitvoer kan worden gelegd. Deze bepalingen stemmen inhoudelijk overeen met artikel 48ab van de Advocatenwet. Bij dit artikel is in de toelichting aangegeven dat met de betreffende bepaling de toepasselijkheid van artikel 430 Rv, en de daarmee verband houdende regels, op tuchtrechtelijke beslissingen werd geëxpliciteerd.3 Ook voor de artikelen 43b, eerste lid, Gdw en 103c, eerste lid, Wna geldt dat zij moeten worden beschouwd als een verduidelijking van artikel 430 Rv.

De artikelen 43b, tweede lid, Gdw en 103c, tweede lid, Wna bepalen dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over de tenuitvoerlegging van deze beslissingen. Met artikel 1 van dit besluit wordt aan deze opdracht uitvoering gegeven en is bepaald dat de tenuitvoerlegging geschiedt door of vanwege de Rechtspraak. De feitelijke inning geschiedt door het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak (LDCR). Dit wijkt af van hetgeen hierover is toegelicht bij de behandeling van het voorstel voor de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen. Daar is gesteld dat voor de regeling bij AMvB zou worden aangesloten bij de regeling met betrekking tot strafrechtelijke boetevonnissen in het Besluit tenuitvoerlegging geldboeten en de daarop gebaseerde Regeling vaststelling invorderingskosten.4 Hier is bij nadere overweging vanaf gezien omdat dat besluit uit gaat van inning door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Zoals al is toegelicht bij de wijziging van het Besluit op het notarisambt per 1 januari 2017 (Stb 2016, 391) is in 2016 besloten de aan notarissen opgelegde tuchtrechtelijke geldboeten binnen de Rechtspraak te innen, omdat het CJIB zijn werkprocessen zo heeft ingericht dat grote hoeveelheden zaken langs geautomatiseerde weg worden afgedaan. De inning van tuchtrechtelijke boetes en proceskostenveroordeling binnen de tuchtrechtspraak leent zich daar, vooral vanwege het geringe aantal zaken waarin deze worden opgelegd, niet voor. LDCR is hier beter op toegerust.

Wijzing Besluit op het notarisambt

In artikel 13 van het Besluit op het notarisambt is bepaald dat de beslissing van de tuchtrechter tot het opleggen van een boete een executoriale titel oplevert en dat de tenuitvoerlegging van deze titel door of vanwege de minister plaatsvindt. De executoriale titel is nu geregeld in artikel 103c, eerste lid, Wna en de tenuitvoerlegging van de beslissing van de tuchtrechters voor gerechtsdeurwaarders en het notariaat wordt in dit besluit gezamenlijk geregeld. Artikel 13 van het Besluit op het notarisambt kan zodoende komen te vervallen.

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt, tegelijk met de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen, in werking op 1 januari 2018.5

Financiële gevolgen

Dit besluit heeft geen zelfstandige financiële gevolgen voor burgers, bedrijven of overheden.

Consultatie

Een concept van dit besluit is ter consultatie voorgelegd aan de Koninklijke Beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders (KBvG), de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), het Bureau Financieel Toezicht en de Raad voor de rechtspraak. Ook is het concept op www.internetconsultatie.nl geplaatst.

De KBvG geeft in haar reactie op het conceptbesluit aan dat bij de tenuitvoerlegging van een beslissing van de tuchtrechter een eventueel exploot door de gerechtsdeurwaarder altijd namens de rechtspersoon de Staat moet worden uitgebracht. Zij vraagt zich af of de kamer voor gerechtsdeurwaarders hiervoor wel kan worden aangewezen. Het feit dat de kamer niet tot de rechterlijke macht behoort en geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, verzet zich niet tegen deze aanwijzing. Door zijn wettelijke taak in de Gerechtsdeurwaarderswet is de kamer voor gerechtsdeurwaarders een orgaan van de Staat en kunnen daaraan ook verdere taken worden opgedragen.

Het bezwaar dat de KBvG heeft tegen deze taak in verband met een gevaar voor de onafhankelijkheid van de kamer, met name bij een mogelijke tuchtklacht tegen een gerechtsdeurwaarder waaraan hij eerder de opdracht heeft verstrekt om tot executie van de beslissing tot het opleggen van een geldboete over te gaan, wordt niet gedeeld. De kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft geen zelfstandig belang bij de tenuitvoerlegging van zijn beslissing tot het opleggen van een geldboete en zal van iedere gerechtsdeurwaarder, die niet geschorst is, aannemen dat hij hiervoor kan worden ingeschakeld. Een mogelijke latere klacht tegen deze gerechtsdeurwaarder wordt niet door een dergelijke zakelijke opdracht beïnvloed.

Voorafgaand aan de consultatie heeft informeel overleg met de tuchtrechters voor gerechtsdeurwaarders en notarissen plaatsgevonden en zij hebben aangegeven de tenuitvoerlegging op de in het besluit geregelde wijze, de best werkzame en juridisch meest zuivere oplossing te vinden.

Het Bureau Financieel Toezicht heeft te kennen gegeven te kunnen instemmen met het besluit.

De KNB en de Raad voor de rechtspraak hebben geen consultatiereactie uitgebracht.

Er zijn geen reacties op de internetconsultatie binnen gekomen.

Gevolgen voor de regeldruk

Aan dit besluit zijn geen zelfstandige bedrijfseffecten, administratieve lasten of andere nalevingskosten voor het bedrijfsleven of voor burgers verbonden.

De Minister van Veiligheid en Justitie,


X Noot
1

Waar in deze toelichting wordt gesproken over gerechtsdeurwaarder moet hieronder ook worden begrepen de waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet bedoelde opleiding. Zie artikel 34, eerste lid, Gerechtsdeurwaarderswet.

X Noot
2

Inclusief toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen. Zie artikel 94, eerste lid, Wet op het notarisambt

X Noot
3

Kamerstukken II 2011/12, 32 382, nr. 10, p. 86.

X Noot
4

Kamerstukken II 2014/15, 34 145, nr. 3, p. 21 en 26.

X Noot
5

Stb 2017, 89.