Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtStaatscourant 2017, 60488Overig



Besluit van het Algemeen Bestuur van RUD Utrecht houdende vaststelling Bijdrageverordening voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht

Logo Utrecht

Het Algemeen Bestuur van RUD Utrecht;

 

Gelet op

 

Artikel 30 en 31 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht;

 

Besluit

 

vast te stellen de navolgende Bijdrageverordening RUD Utrecht

 

Artikel 1: Begrippen

Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:

  • 1.

    Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de RUD Utrecht als bedoeld in artikel 21 van de regeling;

  • 2.

    Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de RUD Utrecht als bedoeld in artikel 23 van de regeling;

  • 3.

    directeur: de directeur van RUD Utrecht, bedoeld in artikel 27, van de regeling;

  • 4.

    algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling: de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling conform de prijscompensatie van materiële kosten op basis van de methodiek van het Gemeentefonds;

  • 5.

    begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor een begroting van RUD Utrecht geldt;

  • 6.

    vaste bijdrage: jaarlijkse bijdrage die is verschuldigd voor vaste kosten van de RUD waaronder de overhead;

  • 7.

    variabele bijdrage: betreft de bijdrage op basis van de afname van producten en diensten, alsmede de bijdrage voor de jaarlijkse regionale taken;

  • 8.

    additionele bijdrage: bijdrage die verschuldigd is voor incidentele taakuitvoering;

  • 9.

    totale bijdrage: som van de vaste bijdrage, variabele bijdrage en eventuele additionele bijdrage;

  • 10.

    takenpakket: Het geheel aan uit te voeren basistaken, eventuele plustaken en eventuele incidentele taken;

  • 11

    regionale taken: taken waarvan besloten is dat deze door de gemeenten en provincie gezamenlijk dienen te worden uitgevoerd;

  • 12

    Producten- en Dienstencatalogus (verder: PDC): een overzicht van de door de RUD Utrecht aangeboden producten, diensten en regionale taken. Hiermee kunnen de basistaken, plustaken en incidentele taken worden uitgevoerd;

  • 13

    product: een specifiek omschreven handeling waarbij de prijs wordt bepaald door de norm in uren (kengetal) dat hiervoor geldt, vermenigvuldigd met het standaard uurtarief;

  • 14

    dienst: een specifiek omschreven opdracht, waarvoor geen kengetal kan worden vastgesteld. De prijs van een dienst wordt bepaald op basis van het werkelijk aantal uren vermenigvuldigd met het standaard uurtarief;

  • 15

    regionale taak: taken die van belang zijn voor de kwaliteit van de dienstverlening van de RUD Utrecht en die regionaal van aard zijn vanwege het gemeentegrensoverschrijdende karakter van de taak;

  • 16

    overhead: voor de definitie wordt aangesloten bij de definitie zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de bijbehorende notitie overhead. De overhead bestaat derhalve in ieder geval uit de jaarlijkse kosten van management en bedrijfsvoering (zijnde de kosten van leidinggevenden, HRM, financiën, communicatie, informatievoorziening en automatisering, juridische zaken, secretariaat, facilitaire zaken en huisvesting en bestuursondersteuning).

  •  

Artikel 2: Grondslag bijdrage

  • 1.

    Een deelnemer is op basis van deze verordening jaarlijks een vaste bijdrage en een variabele bijdrage verschuldigd aan de RUD Utrecht voor uitvoering van het takenpakket.

  • 2.

    De vaste bijdrage wordt jaarlijks (middels de begroting) bepaald op basis van de vaste kosten waaronder maar niet alleen de overhead.

  • 3.

    Een deelnemer is op basis van de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) een variabele bijdrage verschuldigd voor de afgenomen producten en diensten voor uitvoering van taken uit het basistakenpakket, de afgenomen plustaken en de vastgestelde regionale taken. Naast deze taken kan de deelnemer ook incidentele taken afnemen (dit betreffen taken die niet reeds in de DVO zijn afgesproken). Hiervoor betaalt de deelnemer een additionele bijdrage, welke in rekening wordt gebracht nadat hierover overeenstemming is bereikt (normaliter middels een opgestelde offerte van de RUD die door de opdrachtgever is goedgekeurd).

  • 4.

    Met de producten, diensten en regionale taken uit de PDC kunnen de basistaken, plustaken en incidentele taken worden uitgevoerd. Deze zijn derhalve de basis voor de af te nemen taken.

  • 5.

    Een deelnemer komt met de RUD Utrecht een dienstverleningsovereenkomst (DVO) als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de regeling, overeen.

  • 6.

    Indien er geen DVO wordt afgesproken voor het daaropvolgend jaar, dan gelden de afspraken voor het voorgaande jaar, rekening houdend met de algemene loon- en prijsontwikkeling, zoals deze in de begroting zijn opgenomen.

     

Artikel 3: Vaststelling van de bijdrage

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks in de begroting van RUD Utrecht vast: a. de vaste bijdrage per deelnemer zijnde de bijdrage in de vaste kosten waaronder overhead;b. de variabele bijdrage per deelnemer, gebaseerd op de af te nemen producten en diensten, alsmede de voor dat jaar geldende regionale taken, zoals vastgesteld in de DVO’s.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt het uurtarief vast om op basis van de afname van producten en diensten de variabele bijdrage te kunnen berekenen. Dit uurtarief is gebaseerd op de totale loonkosten van de direct formatie en kan een risico-opslag als buffer voor tegenvallende kosten bevatten;

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt de vaste bijdrage per deelnemer vast naar rato van het af te nemen totaal aantal uren zoals dat in de DVO’s voor het betreffende begrotingsjaar is vastgelegd.

  • 4.

    De bijdrage die de deelnemer voor de incidentele taakuitvoering verschuldigd is, wordt berekend op basis van de daadwerkelijk hoeveelheid bestede uren, vermenigvuldigd met het daarvoor bepaalde uurtarief (dit kan afwijkend zijn van het uurtarief voor de uren uit de DVO’s) zoals dat in de begroting is opgenomen.

     

Artikel 4: Jaarafrekening

  • 1.

    Binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar vindt afrekening per deelnemer plaats over de variabele componenten (o.a. het feitelijk aantal afgenomen producten en het feitelijk aantal afgenomen uren voor wat betreft de diensten)

  • 2.

    Achteraf vindt met de individuele deelnemers geen verrekening plaats van het uurtarief, het kengetal en de vaste bijdrage voor overhead. Voor- en nadelen komen ten gunste of ten laste van het exploitatieresultaat van de RUD.

 

Artikel 5: Verdeelsleutel bij een batig exploitatiesaldo

  • 1.

    Is er na afrekening van de afgenomen producten en diensten en bepaling van de werkelijke kosten van overhead sprake van een batig exploitatiesaldo, dan wordt het hierboven genoemde batig exploitatiesaldo toegevoegd aan de algemene reserve als weerstandsvermogen.

  • 2.

    Bereikt de algemene reserve een niveau van meer dan 5% van het totaal van de opbrengsten van het betreffende jaar, dan wordt het surplus terugbetaald aan de deelnemers. De terugbetaling per deelnemer vindt plaats naar rato van het in de DVO’s opgenomen totaal aantal uren voor dat jaar, zoals ook opgenomen in de begroting van het betreffende jaar.

     

Artikel 6: Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo

  • 1.

    Is er na afrekening van de afgenomen producten en diensten en bepaling van de werkelijke kosten van overhead sprake van een negatief exploitatiesaldo, dan wordt dit opgevangen middels de algemene reserve.

  • 2.

    Indien bij vaststelling van de jaarrekening sprake is van een negatief exploitatiesaldo, dat niet kan worden opgevangen door de algemene reserve van de RUD Utrecht, dan dragen de deelnemers bij naar rato van het in de DVO’s opgenomen totaal aantal uren zoals ook opgenomen in de begroting van het betreffende jaar.

  • 3.

    De directeur informeert de eigenaren over een dreigend negatief exploitatiesaldo, zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan, en doet voorstellen om de effecten ervan te beperken voor de RUD en haar deelnemers.

     

Artikel 7: Betaling van de bijdrage

  • 1.

    De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de kosten van het lopende begrotingsjaar ten bedrage van 25% van de totale begrote bijdrage (Dus vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage).

  • 2.

    Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het dagelijks bestuur bepalen dat een van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, afwijkend voorschot wordt betaald.

  • 3.

    De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.

  • 4.

    Betaling van de totale bijdrage dient te geschieden op basis van facturering door RUD Utrecht.

     

Artikel 8: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

 

Artikel 9: Duur

Deze verordening is geldig voor onbepaalde tijd.

 

Artikel 10: Citeerwijze

Deze verordening wordt aangehaald als Bijdrageverordening RUD Utrecht.

  

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van RUD Utrecht van 18 mei 2017,

De voorzitter, De secretaris,

 

TOELICHTING OP BIJDRAGEVERORDENING

 

A. Algemeen deel

In de bijdrageverordening staan de uitgangspunten voor de kostenverdeling over de verschillende deelnemers, alsmede de sleutel voor de verdeling van overschotten en het aanvullen van tekorten. De bijdrage die de deelnemers betalen op basis van de bijdrageverordening financiert de uitvoering van takenpakket van de RUD Utrecht.

Afgesproken is dat de RUD per 1 januari 2018 gaat werken met een nieuwe financieringssystematiek, gebaseerd op een producten- en dienstencatalogus. De bijdrageverordening is hiervoor aangepast.

 

In het vervolg van de toelichting wordt een aantal artikelen specifiek toegelicht.

 

B. Specifieke toelichting

 

Artikel 2: Grondslag bijdrage

In artikel 2 lid 4 is ter verduidelijking van de begrippen een link gelegd tussen de wettelijke basis- en plustaken en de Producten-en Dienstencatalogus, waarmee deze wettelijke taken kunnen worden uitgevoerd.

Om tegemoet te komen aan de gewenste eenvoud kunnen in de DVO enkel producten, diensten en regionale taken worden opgenomen , zoals die zijn omschreven in de Producten- en Dienstencatalogus. Dit houdt voor producten in dat het kental en frequentie wordt opgenomen zoals deze is vastgesteld in de PDC.

Is een gewenste opdracht niet in de PDC vastgesteld, dan kan deze als aanvullende opdracht in de DVO worden opgenomen. Het is hierbij uitdrukkelijk niet de bedoeling om in de PDC vastgestelde producten en diensten ‘uitgekleed’ op te nemen als ware een ontbrekende product of dienst.

 

Artikel 3: Vaststelling van de bijdrage

De bijdrage in de overhead (de vaste bijdrage) is naar rato van het totaal aantal af te nemen uren. In die zin is er een directe relatie tussen betaling aan de overhead en de waarde van de af te nemen taken.

 

Artikel 5 en 6: Verdeelsleutel

In deze twee artikelen staat  het proces en de afspraken beschreven die gelden bij een positief en een negatief exploitatieresultaat van de RUD Utrecht.

Als er een negatief saldo bij de jaarrekening is, zal dat in eerste instantie door de RUD Utrecht zelf worden opgevangen. Mocht er een positief saldo zijn, dan wordt dat ingezet voor het opbouwen van de algemene reserve tot het maximum van 5% van de begrotingsomvang is bereikt.

Pas wanneer de algemene reserve de 5%-norm overschrijdt of de algemene reserve negatief wordt, is een verdeelsleutel van belang. Namelijk in de gevallen dat moet worden geretourneerd, dan wel worden aangevuld, door de deelnemers. Om de afrekening eenduidig en eenvoudig te houden wordt voor de verdeelsleutel het afgesproken totaal aantal vanuit de DVO’s blijkende afgenomen uren gehanteerd.