Hardinxveld-Giessendam: Verkeersbesluit tot het aanwijzen van twee parkeerplaatsen uitsluitend bestemd voor het parkeren en opladen van elektrische voertuigen in de Stationsstraat (wijziging locatie)

Logo Hardinxveld-Giessendam

Zaaknummer 052321805

Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam;

gelet op artikel 18, eerste lid, onder d. van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994);

gelet op artikel 2 van de WVW 1994;

gelet op de Beleidsregels voor de aanvraag van een laadpaal ten behoeve van het opladen van elektrische auto’s in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, in werking getreden op 7 november 2013;

mede gelet op de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), de bepalingen van het Besluit Administratieve Bepalingen voor het Wegverkeer (BABW) en overige bepalingen van de WVW 1994;

 

overwegende:

dat het college van burgemeester en wethouders op 26 april 2017 het volgende verkeersbesluit heeft genomen: door het plaatsen van het bord parkeergelegenheid van het type E4 van bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord met opschrift ’’Uitsluitend opladen elektrische voertuigen’’ en een pijl in de richting van de bestemde locatie, de twee parkeervakken tegenover de inrit van het parkeerterrein aan de Stationsstraat te reserveren voor voertuigen welke uitsluitend mogen worden gebruikt voor het daadwerkelijk en bij voortduring opladen van elektrische voertuigen;

dat het verkeersbesluit op 26 april 2017 is gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer VB-2017-5939;

dat de exploitant heeft verzocht om de meest westelijke parkeerplaatsen aan de zuidkant van het parkeerterrein aan te wijzen als parkeergelegenheid ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;

dat de redenen voor deze gewijzigde locatie zijn: enerzijds een kortere afstand tot de aanwezige elektriciteitsvoorziening en anderzijds minder breekwerk in de bestaande bestrating;

dat de laadpaal in de bestaande groenvoorziening kan worden geplaatst;

dat tegen de verplaatsing van de laadvoorziening geen bezwaar bestaat;

dat het betreffende weggedeelte in beheer en onderhoud is bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam en gelegen is binnen de bebouwde kom “Hardinxveld-Giessendam”;

dat op grond van artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgehad met de Districtelijk vakadviseur verkeer van de Politie, Eenheid Rotterdam, District Zuid-Holland-Zuid;

dat voornoemde chef d.d. 17 juli 2017 schriftelijk heeft bericht dat tegen het voorgenomen verkeersbesluit geen bezwaar bestaat;

dat de overwegingen uit het eerder genomen verkeersbesluit onverkort van kracht blijven en hieronder worden herhaald:

dat infrastructuur en vervoer belangrijk zijn voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

dat op 7 november 2013 beleidsregels voor de aanvraag van een laadpaal ten behoeve van het opladen van elektrische auto's in de gemeente Hardinxveld-Giessendam in werking zijn getreden;

dat het gebruik van elektrisch aangedreven voertuigen in opkomst is;

dat elektrisch aangedreven voertuigen vooralsnog een beperkte actieradius hebben;

dat het gewenst is dat op diverse plaatsen in de gemeente oplaadpunten voor elektrisch aangedreven voertuigen worden ingericht;

dat het gebruik van elektrisch aangedreven vervoermiddelen een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van het milieu, o.a. door vermindering van schadelijke uitstoot van verbrandingsgassen en door een lagere geluidsproductie;

dat dit een reden is om ten aanzien van elektrisch aangedreven voertuigen een privilegebeleid te voeren;

dat een aanvraag voor een publieke laadpaal is ingediend bij Allego BV door een bedrijf aan de Molenstraat;

dat dit bedrijf niet over de mogelijkheid beschikt om op eigen terrein een laadvoorziening voor elektrisch aangedreven voertuigen te realiseren;

dat met Allego BV een overeenkomst is gesloten;

dat de voorgenomen locatie is beoordeeld door Allego BV op basis van de beleidsregels voor de aanvraag van een laadpaal ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

dat de locatie van de laadpaal zorgvuldig bepaald is met inachtneming van de beleidsregels voor de aanvraag van een laadpaal ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;

dat het bedrijf aan de Molenstraat is gelegen binnen de straal van de parkeerplaats aan de Stationsstraat die als voorkeurslocatie in de beleidsregels is opgenomen;

dat de parkeerplaats aan de Stationsstraat eenvoudig kan worden gerealiseerd;

dat de aanwezigheid van een laadpaal het gebruik van elektrische voertuigen bevordert;

dat zich aan de Stationsstraat een openbare parkeerplaats bevindt;

dat eenieder hier zijn of haar voertuig kan en mag parkeren;

dat het gewenst is dat de oplaadpunten uitsluitend mogen worden gebruikt door personenauto’s die daadwerkelijk worden opgeladen en dat voor andere groepen weggebruikers ter plaatse een parkeerverbod geldt;

dat in het RVV 1990 vooralsnog geen bord voor elektrische voertuigen is vastgelegd waaraan een parkeerverbod voor andere voertuigen is gekoppeld;

dat hierin kan worden voorzien door middel van het toepassen van bord E4 met daaronder een bord met daarop het doel van het parkeren, mits op dit onderbord een duidelijke omschrijving of herkenbare afbeelding van de betreffende voertuigcategorie of groep voertuigen staat;

dat door het plaatsen van een bord parkeergelegenheid met onderbord ’Uitsluitend opladen elektrische voertuigen’ de parkeerplaats gereserveerd wordt uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen;

dat ter verduidelijking het betreffende parkeervak op de kopse zijde gemarkeerd wordt met witte verkeerssteen;

dat er voldoende parkeercapaciteit in de directe nabijheid van de beoogde locatie aanwezig is;

dat bij de voorbereiding van dit besluit niet gebleken is dat voor een belanghebbende onevenredig nadeel zal ontstaan door deze verkeersmaatregel;

dat zodoende geen reden bestaat af te zien van deze verkeersmaatregel;

dat het betreffende weggedeelte in beheer en onderhoud is bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam en gelegen is binnen de bebouwde kom “Hardinxveld-Giessendam”;

dat op grond van artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgehad met de Districtelijk vakadviseur verkeer van de Politie, Eenheid Rotterdam, District Zuid-Holland-Zuid;

dat voornoemde chef d.d. 17 november 2015 schriftelijk heeft bericht dat tegen het voorgenomen verkeersbesluit geen bezwaar bestaat;

dat bij de totstandkoming van dit verkeersadvies van politiezijde is meegewogen dat door de genomen maatregel de vrijheid van het verkeer, op de betrokken weggedeelten, welke zijn gelegen binnen de bebouwde kom, zoveel mogelijk wordt gewaarborgd, voldoende wordt bevorderd en de veiligheid op de weg wordt gegarandeerd;

dat van politiezijde aandacht wordt gevraagd voor:

  • Door gebruikmaking van voornoemd bord E4 en voornoemd onderbord is de parkeerplaats, in theorie, beschikbaar voor alle elektrische auto’s, die een oplaadactiviteit vertonen. Bij gebruikmaking van het woord ‘voertuigen’ in plaats van ‘auto’s’ kan een uitbreiding worden gegeven aan deze parkeergelegenheid. Door gebruik te maken van bord E8 van Bijlage 1 van het RVV 1990 kan de parkeergelegenheid worden beperkt voor een voertuigcategorie of groep.

  • Door het ontbreken van een tijdslimiet is het theoretisch mogelijk dat een elektrisch voertuig onbeperkt gebruik kan maken van de parkeergelegenheid en onvoldoende gelegenheid biedt aan een andere gebruiker.

  • Behalve een zichtbare koppeling tussen het voertuig en de lader is, afhankelijk van het model oplader, van buitenaf niet altijd waarneembaar of er daadwerkelijk geladen wordt.

  • Een snellader langs de autosnelweg laadt met een gemiddelde snelheid van ongeveer 22 KW/u en een laadpunt binnen de gemeente staat voor 3,9 KW/u. Hierbij wordt opgemerkt dat het laden tot ¾ de volledige inhoud relatief vrij snel gaat (ongeveer 2 uur bij een gemiddeld laadpunt). Het opladen van het laatste deel duurt langer.

  • Bij een koppeling van een elektrische auto met het laadpunt wordt de accu geladen tot het maximale.Het laden kost geldt en wordt verrekend middels een passysteem. Na het bereiken van de maximale inhoud wordt ook de financiële inhouding van de pas gestopt. Er is dus geen druk aanwezig om voortijdig de parkeergelegenheid vrij te geven voor een andere gebruiker. Van politiezijde zal dan ook behoudend worden omgegaan met het handhavingsaspect van deze maatregel.

dat in reactie op de inbreng van de politie het volgende wordt overwogen:

  • dat in het besluit het woord “auto” wordt vervangen door “voertuig”;

  • dat het risico bekend is dat auto’s aangesloten kunnen zijn op een laadpaal, terwijl de accu feitelijk niet oplaadt;

  • dat dit risico wordt beperkt doordat houders van een elektrische auto beschikken over een app op de telefoon die een bericht geeft wanneer de accu vol is;

  • dat het vervolgens aan de beleefdheid van de eigenaar/houder van het voertuig is om de auto te verplaatsen zodat ook iemand anders van de laadvoorziening gebruik kan maken;

  • dat het voor handhavers eenvoudig is vast te stellen of een voertuig is aangesloten op de laadpaal of niet;

  • dat in de praktijk zal blijken of dit gaat werken en dat later alsnog het parkeren voor een beperkte duur kan worden ingesteld;

dat op grond van artikel 23 van het BABW overleg heeft plaatsgevonden met de exploitatiemanager van NS Stations, als eigenaar van de grond;

dat NS Stations op 29 april 2016 schriftelijk toestemming heeft gegeven voor het plaatsen van een laadpaal op de locatie die in dit besluit wordt aangewezen;

dat NS Stations aan deze toestemming de volgende voorwaarden verbindt:

  • 1.

    dat gemeente zorg draagt voor adequate werking laadpaal;

  • 2.

    dat bij geconstateerd geen of gering gebruik (periode jaar) en hoge vraag ‘gewone’ P+R plekken verkeersbesluit geannuleerd wordt en plek weer hersteld wordt;

  • 3.

    bij klachten van reizigers gemeente adequaat optreedt. Bij aanhoudende klachten moet de laadpaal weg;

  • 4.

    gemeente verstrekt NS Stations per kwartaal een overzicht van de laadsessies met daarin in ieder geval per laadsessie gespecificeerd:

a.  datum / tijd;

b.  laadduur (uren / minuten);

c.  laadhoeveelheid (kwh);

d.  transactiebedrag;

dat in reactie op de voorwaarden van NS Stations wordt overwogen dat de exploitatie van de laadpaal geschiedt door Allego, waarmee de gemeente een aparte overeenkomst heeft gesloten;

dat, indien NS Stations dit wenst, aanvullend een overeenkomst kan worden gesloten;

 

b e s l u i t e n :

in te trekken het besluit van 26 april 2017 door middel waarvan twee parkeerplaatsen tegenover de inrit van het parkeerterrein aan de Stationsstraat werden gereserveerd voor voertuigen welke uitsluitend moeten worden gebruikt voor het daadwerkelijk en bij voortduring opladen van elektrische voertuigen (het besluit was nog niet uitgevoerd);

door het plaatsen van het bord parkeergelegenheid van het type E4 van bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord met opschrift ’’Uitsluitend opladen elektrische voertuigen’’ en een pijl in de richting van de bestemde locatie, de twee meest westelijke parkeervakken van de zuidelijke rij parkeervakken van het parkeerterrein aan de Stationsstraat te reserveren voor voertuigen welke uitsluitend mogen worden gebruikt voor het daadwerkelijk en bij voortduring opladen van elektrische voertuigen;

door het aanbrengen van witte verkeerssteen op de kopse kant van het parkeervak de locatie van het vak te markeren;

op basis van de huidige behoefte wordt vooralsnog 1 parkeerplaats uitgevoerd conform beslispunt 2; naar gelang de behoefte wordt op termijn de 2e gereserveerde parkeerplaats geëffectueerd door het onderbord te voorzien van 2 pijlen verwijzende naar de bestemde parkeerplaatsen;

het verkeersbesluit uit te voeren conform de bij dit besluit behorende situatietekening(en);

het verkeersbesluit op de gebruikelijke wijze te publiceren.

 

 

Bezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift moet gericht worden aan: Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam, Postbus 175, 3370 AD HARDINXVELD-GIESSENDAM.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

naam en adres van de indiener;

de dagtekening;

een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

de gronden van het bezwaar.

Daarnaast kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

 

 

Hardinxveld-Giessendam, 2 augustus 2017

Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam.

Namens dezen,

Afdeling Beleid, Ontwikkeling en Ondersteuning,

mevrouw drs. G.S.L.C. Roomer

Naar boven