Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2017, 36700Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2017, nr. WJZ  / 17030990, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies in verband met de invoering van een seed business angel faciliteit in de seed capital subsidiemodule

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, 4, 5, 16, 17, 18, 25, 30, 31, 34 en 42 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Voor artikel 3.10.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3.10.1. Algemene bepalingen

B

Artikel 3.10.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling ‘achtergestelde vordering’ komt te luiden:

achtergestelde vordering:

vordering van een startersfonds ten laste van een technostartersvennootschap:

  • 1°. die het startersfonds heeft verkregen door in het kader van een participatie aan de technostartersvennootschap geld ter leen te verstrekken,

  • 2°. die met instemming van de crediteur een lagere rang inneemt dan alle andere, niet achtergestelde vorderingen op de debiteur als bedoeld in artikel 277, tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,

  • 3°. waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening eerst verplicht is rente en aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande niet achtergestelde vorderingen op de debiteur zijn voldaan,

  • 4°. terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de rente en aflossing;.

2. De begripsbepalingen ‘agri-horti-food-tech technostarter’ en ‘creatieve technostarter’ komen te vervallen.

3. In de begripsbepaling van ‘informal investor’ wordt na ‘een particulier die’ ingevoegd: , al dan niet via een kapitaalvennootschap waarvan hij enig aandeelhouder is,.

4. In de begripsbepaling van ‘investeringsperiode’ wordt ‘ter verkrijging van participaties’ vervangen door: ter verkrijging van nieuwe participaties.

5. In de begripsbepaling van ‘participatie’ wordt in onderdeel a ‘een achtergestelde vordering of’ vervangen door ‘een converteerbare lening,’ en wordt onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door ‘, of’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. een uit een converteerbare lening voortvloeiende achtergestelde vordering;.

6. In de begripsbepaling ‘referentierente’ wordt ‘Mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEG 1997, C273)’ vervangen door: Mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEU 2008, C14).

7. In de alfabetische volgorde wordt een aantal begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

converteerbare lening:

geldlening, steeds resulterend in een achtergestelde vordering, van het startersfonds aan een technostartersvennootschap die door het startersfonds geconverteerd kan worden in aandelen in het kapitaal van de technostartersvennootschap;

desinvesteringsperiode:

periode waarbinnen het startersfonds de participaties vervreemdt of overdraagt;

fondsperiode:

de periode bestaande uit de investeringsperiode en de desinvesteringsperiode, welke periodes gezamenlijk gelijk staan aan de looptijd van de lening van de Staat aan het startersfonds;.

C

Na artikel 3.10.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3.10.2. Seed capital startersfondsen

D

Artikel 3.10.2, tweede en derde lid, komen, onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot tweede tot en met vierde lid, te vervallen.

E

Artikel 3.10.9 vervalt.

F

In artikel 3.10.12 worden ‘artikel 3.10.2, eerste, tweede, derde en vierde lid’ telkens vervangen door: artikel 3.10.2, eerste en tweede lid.

G

Na artikel 3.10.12 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3.10.3. Seed business angel fondsen

Artikel 3.10.12a. Begripsomschrijvingen
  • 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    seed business angel fonds:

    vennootschap:

    • a. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie;

    • b. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartersvennootschappen teneinde winst te behalen, en

    • c. waar twee aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken die informal investor zijn, zonder dat zij tot dezelfde groep behoren en zonder dat één van hen een meerderheidsbelang in het fonds heeft.

  • 2. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder startersfonds: seed business angel fonds.

  • 3. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als financier aangewezen een seed business angel fonds.

Artikel 3.10.12b. Subsidieaanvraag
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een seed business angel fonds voor het uitvoeren van een fondsplan.

  • 2. De subsidie wordt verleend in de vorm van een geldlening.

  • 3. De beschikking tot verlening van een subsidie kan worden verleend onder voorwaarden die zijn gericht op het wegnemen of beperken van risico’s die aan de subsidieverstrekking, bedoeld in het eerste lid, verbonden kunnen zijn.

Artikel 3.10.12c. Subsidievoorwaarden en zekerheidsstelling
  • 1. De subsidievoorwaarden uit artikel 3.10.3 zijn van overeenkomstige toepassing op een seed business angel fonds.

  • 2. In de overeenkomst van geldlening wordt bepaald dat de financier tot zekerheid van nakoming van het in die overeenkomst bepaalde aan de Staat een pandrecht verstrekt op de aandelen en achtergestelde vorderingen die in het kader van een participatie zijn verkregen.

Artikel 3.10.12d. Subsidievoorwaarde

De geldlening die op grond van de overeenkomst van geldlening ten hoogste kan worden geleend, bedraagt maximaal 50 procent van het investeringsbudget.

Artikel 3.10.12e. Maximum subsidiebedrag

Het maximum subsidiebedrag bedraagt € 1.000.000 per subsidieontvanger.

Artikel 3.10.12f. Adviescommissie
  • 1. In aanvulling op artikel 3.10.6 heeft een afvaardiging van de Adviescommissie seed capital technostarters tot taak de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 22 en 24 van het besluit en in artikel 3.10.12g.

  • 2. De afvaardiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit drie leden.

Artikel 3.10.12g. Afwijzingsgronden
  • 1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

    • a. onvoldoende aannemelijk is dat de financier gedurende de fondsperiode daadwerkelijk beschikt over de middelen die de financier aan het investeringsbudget bijdraagt;

    • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben voor het verkrijgen van participaties en voor het beheer hiervan op een wijze zoals bij participatiefondsen gebruikelijk is;

    • c. een fondsplan niet is gebaseerd op de uitgangspunten dat:

      • 1.° een financier participaties verkrijgt gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en deze uiterlijk zes jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemdt;

      • 2.° de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende de fondsperiode in één technostartersvennootschap wordt geïnvesteerd, ten minste € 50.000 en ten hoogste € 500.000 bedraagt;

      • 3.° de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties die een financier gedurende de fondsperiode per technostartersvennootschap investeert, over alle technostartersvennootschappen genomen ten hoogste € 350.000 bedraagt;

      • 4.° de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen zodanig wordt beperkt dat ten hoogste 25 procent van het totaal van de verkrijgingsprijzen van de participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen;

      • 5.° voor achtergestelde vorderingen een rente wordt bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente;

      • 6.° de participaties verkregen worden in technostartersvennootschappen waarvan de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn;

      • 7.° de participaties verkregen worden in meerdere, van elkaar onafhankelijke technostartersvennootschappen;

      • 8.° bij de beslissing van de financier inzake de verkrijging van participaties rekening wordt gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende technostartersvennootschap;

      • 9.° de participaties verkregen worden in technostartersvennootschappen waarin niet eerder een participatie is verkregen door een investeringsfonds, niet zijnde een financier, behoudens indien de eerdere participatie is verkregen door een informal investor;

    • d. het fondsplan onvoldoende is onderbouwd;

    • e. het fondsplan onvoldoende bijdraagt aan de opbouw van succesvolle ondernemingen door technostartersvennootschappen;

    • f. het fondsplan onvoldoende doelmatig is ingericht;

    • g. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het fondsplan naar behoren wordt uitgevoerd;

    • h. de aanvrager onvoldoende relevante ervaring of deskundigheid heeft;

    • i. de gedragslijn, bedoeld in artikel 3.10.12k, tweede lid, onvoldoende vertrouwen geeft dat hiermee belangenverstrengeling voorkomen kan worden;

    • j. de belangen van de Staat kunnen worden geschaad.

  • 2. Artikel 23, onderdeel b, van het besluit is niet van toepassing.

Artikel 3.10.12h. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.10.12i. Vergoeding

Artikel 3.10.10 is van overeenkomstige toepassing op een seed business angel fonds.

Artikel 3.10.12j. Modelovereenkomst

Het model voor een overeenkomst is opgenomen in bijlage 3.10.2.

Artikel 3.10.12k. Informatieverplichtingen
  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.10.12b, eerste lid, bevat de gegevens, bedoeld in artikel 3.10.12.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid gaat de aanvraag voor subsidie vergezeld van een op schrift gestelde gedragslijn van het seed business angel fonds, waarin is opgenomen hoe het ontstaan van belangenverstrengeling wordt voorkomen en welke maatregelen in dit verband getroffen worden.

H

Na artikel 3.10.12k (nieuw) wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3.10.4. Slotbepalingen

3.10.12l. Evaluatieverplichting
  • 1. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van de door hem op grond van deze titel uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de dag, waarop subsidie wordt vastgesteld.

I

In artikel 3.10.13 wordt na ‘artikel 3.10.2’ ingevoegd: en artikel 3.10.12b.

J

In artikel 3.10.14 wordt ‘en bijlage 3.10.1’ vervangen door: , bijlage 3.10.1 en bijlage 3.10.2.

K

Na bijlage 3.10.1 wordt een bijlage toegevoegd, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL II

In de tabel, behorende bij artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 wordt na de rijen met titel 3.10 de volgende rij ingevoegd:

Titel 3.10: Seed capital technostarters

Artikel 3.10.12b

Seed Business Angel fonds

 

03-07-2017 t/m 31-12-2017

€ 10.000.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 23 juni 2017

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL G

Bijlage 3.10.2, behorende bij artikel 3.10.12j van de Regeling nationale EZ-subsidies

Model geldleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 30, vijfde lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies

Overeenkomst tussen:

  • 1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken;

  • 2. ‘AANVRAGER_NAAM’, hierna te noemen: seed business angel fonds;

in aanmerking nemende dat de Minister van Economische Zaken bij brief met kenmerk ‘RVO KENMERK’, aan ‘AANVRAGER_NAAM’ een subsidie in de vorm van een geldlening heeft verleend ter grootte van maximaal € ‘DOSSIER_GECOMMITTEERD’ op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies, titel 3.10,

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. achtergestelde vordering:

een vordering van het seed business angel fonds ten laste van een technostartervennootschap;

  • 1°. die het seed business angel fonds heeft verkregen door in het kader van een participatie aan de technostartervennootschap geld ter leen te verstrekken,

  • 2°. die met instemming van de crediteur een lagere rang inneemt dan alle andere, niet achtergestelde vorderingen op de debiteur als bedoeld in artikel 277, tweede lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek,

  • 3°. waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening eerst verplicht is rente en aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande niet achtergestelde vorderingen op de debiteur zijn voldaan,

  • 4°. terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de rente en aflossing;

b. beheerskosten:

alle kosten die het seed business angel fonds maakt voor het verkrijgen, behouden en beëindigen van participaties, met inbegrip van de kosten van begeleiding van technostartervennootschappen, uitgezonderd de verkrijgingsprijs van de participaties;

c. converteerbare lening:

een geldlening, steeds resulterend in een achtergestelde vordering, van het seed business angel fonds aan een technostartervennootschap die door het seed business angel fonds geconverteerd kan worden in aandelen in het kapitaal van de technostartervennootschap;

d. desinvesteringsperiode:

de periode waarbinnen het seed business angel fonds de participaties vervreemdt of overdraagt;

e. eerste commerciële verkoop:

eerste verkoop door een onderneming op een product- of dienstenmarkt;

f. eigen bijdrage:

de geldelijke middelen die door de fondspartijen in het seed business angel fonds zijn ingebracht en die daadwerkelijk zijn of worden gebruikt voor het verkrijgen van participaties;

g. fondspartij:

een aandeelhouder of hoofdelijk aansprakelijk vennoot van het seed business angel fonds;

h. fondsperiode:

de periode bestaande uit de investeringsperiode en de desinvesteringsperiode, welke periodes gezamenlijk gelijk staan aan de looptijd van de lening, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

i. fondsplan:

een plan van het seed business angel fonds tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten die bestaan uit het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties en het begeleiden van de desbetreffende technostartervennootschappen;

j. groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of indirect:

    • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

k. informal investor:

een particulier die, al dan niet via een kapitaalvennootschap waarvan hij enig aandeelhouder is, voor eigen rekening en risico participeert en investeert in ondernemingen;

l. inkomsten:

alle op geld waardeerbare voordelen die het seed business angel fonds heeft verkregen uit de participatie, waaronder dividend, rente, aflossingen, opties, de prijs waartegen de participatie is vervreemd, de prijs waartegen de participatie door de desbetreffende technostartervennootschap is ingekocht of terugbetaald en de liquidatie-uitkering;

m. investeringsbudget:

de financiële middelen die het seed business angel fonds beschikbaar heeft of zal hebben om de verkrijgingsprijs van de participaties te voldoen, bestaande uit de optelsom van de geldelijke middelen die door de fondspartijen bij wijze van eigen bijdrage zijn of worden ingebracht en het maximale bedrag van de geldlening;

n. investeringsperiode:

de periode gedurende welke het seed business angel fonds activiteiten verricht ter verkrijging van nieuwe participaties;

o. kapitaalvennootschap:
  • 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of

  • 2°. een kapitaalvennootschap die ten tijde van de eerste verstrekking van risicodragend kapitaal op grond van deze regeling is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden, zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;

p. maximale bedrag van de geldlening:

het maximale uit te lenen bedrag onder deze overeenkomst van geldlening, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid;

q. minister:

de Minister van Economische Zaken;

r. participatie:

risicodragend kapitaal in de vorm van:

  • 1°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap die het seed business angel fonds rechtstreeks van de technostartervennootschap heeft verkregen ofwel tegen volstorting van die aandelen in geld ofwel door omzetting van een converteerbare lening,

  • 2°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap als bedoeld onder 1° in combinatie met een achtergestelde vordering, of

  • 3°. een uit een converteerbare lening voortvloeiende achtergestelde vordering;

s. referentierente:

de referentierentevoet, bedoeld in de mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEU 2008, C 14), zoals laatstelijk vastgesteld voor Nederland, en vermeerderd met 4%;

t. seed business angel fonds:

een vennootschap:

  • 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie,

  • 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartersvennootschappen teneinde winst te behalen, en

  • 3°. waarin twee aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken die informal investor zijn, zonder dat zij tot dezelfde groep behoren en zonder dat één van hen een meerderheidsbelang in het fonds heeft;

u. technostarter:

een rechtspersoon die een onderneming drijft:

  • 1°. die voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn gebaseerd op een nieuwe technische vinding of een nieuwe toepassing van bestaande technologie, of

  • 2°. die deel uitmaakt van één van de creatieve sectoren en die voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn gebaseerd op een nieuwe creatieve vinding of een nieuwe toepassing van een bestaande creatieve vinding, en

  • 3°. minder dan zeven jaar na haar eerste commerciële verkoop actief is op een markt, en

  • 4°. die ten tijde van de eerste verstrekking van risicodragend kapitaal op grond van titel 3.10 van de Regeling nationale EZ-subsidies voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine of micro-ondernemingen;

v. technostartervennootschap:

een technostarter die:

  • 1°. een onderneming drijft in de vorm van een kapitaalvennootschap, en

  • 2°. zijn primaire bedrijfsactiviteiten in Nederland uitvoert, behoudens voor zover de onderneming behoort tot de economische sectoren van landbouw, visserij, aquacultuur of scheepsbouw of tot de EGKS-sectoren;

w. verkrijgingsprijs:

het deel van het investeringsbudget waarvoor het seed business angel fonds een participatie heeft verkregen;

x. zekerheden:

de door het seed business angel fonds aan de Staat te verstrekken zekerheden, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 2. Verstrekking lening

  • 1. De Staat verstrekt het seed business angel fonds voor het verkrijgen van participaties een renteloze geldlening tot een maximaal bedrag van € ‘DOSSIER_GECOMMITTEERD’ met een looptijd van .... jaar, van ‘DOSSIER_AANVANG_DAT’ tot ‘einddatum fonds’ gegeven een investeringsbudget van € ‘BEGROTE_KOSTEN’. Het seed business angel fonds levert voor het verkrijgen van participaties een eigen bijdrage aan het investeringsbudget van €, ‘BEDRAG_EIGEN_BIJDRAGE’ zijnde ‘PERCENTAGE’ procent van het investeringsbudget.

  • 2. De investeringsperiode loopt van ‘DOSSIER_AANVANG_DAT’ tot en met ‘DOSSIER_AANVANG DAT + 6 jaar». De Desinvesteringsperiode loopt van ‘ DOSSIER_AANVANG DAT + 6 jaar ‘ tot en met ‘DOSSIER_OORSPR_EINDDAT’. De Staat kan de desinvesteringsperiode – en daarmee de fondsperiode – op verzoek van het seed business angel fonds verlengen indien daarvoor zwaarwegende economische redenen zijn.

  • 3. Het seed business angel fonds kan indien het een betaling dient te verrichten ter verkrijging van een participatie, bedragen onder deze overeenkomst van geldlening opnemen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 ter voldoening van de verkrijgingsprijs.

  • 4. Telkens indien het seed business angel fonds inkomsten heeft verkregen uit een participatie, boekt het een deel van deze inkomsten over aan de Staat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.

  • 5. Het seed business angel fonds is niet gehouden de uitstaande hoofdsom onder deze overeenkomst van geldlening af te lossen, anders dan door de overboekingen, bedoeld in het vierde lid.

  • 6. Het seed business angel fonds dient zeker te stellen dat het geld dat de technostarter als gevolg van een participatie verkrijgt, uitsluitend wordt aangewend voor financiering van de verdere groei van de technostarter, en niet wordt gebruikt om bestaande financiële verplichtingen te herfinancieren.

  • 7. Het seed business angel fonds kan, bij zwaarwegende economische redenen en na schriftelijke toestemming van de Staat, het totale investeringsbudget vergroten door de eigen bijdrage te verhogen. Dit kan alleen, indien alle fondspartijen pro rata meedoen met de verhoging.

Artikel 3. Opname van de lening en zekerheidsstelling

  • 1. Indien het seed business angel fonds een participatie aangaat na de indiening van de aanvraag om subsidie op grond van paragraaf 3.10.3 van de Regeling nationale EZ-subsidies en over gaat of over is gegaan tot betaling aan de technostartervennootschap van de verkrijgingsprijs, kan het seed business angel fonds de Staat verzoeken om tot betaling onder deze overeenkomst van geldlening over te gaan, met in achtneming van het in dit artikel bepaalde en voor zover:

    • a. het totaal van de opgenomen bedragen onder deze overeenkomst van geldlening niet hoger is dan het maximale bedrag van de geldlening,

    • b. voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, en

    • c. de verkrijgingsprijs voor het in artikel 2, eerste lid, bedoelde percentage wordt gefinancierd uit de eigen bijdrage.

  • 2. Het seed business angel fonds zal tot zekerheid voor de nakoming van het in deze overeenkomst van geldlening bepaalde aan de Staat zekerheden verstrekken, zijnde een pandrecht, eerste in rang, op:

    • a. de aandelen die het seed business angels fonds verkrijgt in het kapitaal van de technostartervennootschap in het kader van een participatie, of

    • b. de achtergestelde vorderingen die zij verkrijgt in het kader van een participatie.

      Het seed business angel fonds zal ter effectuering van deze zekerheden een authentieke pandakte doen opstellen en passeren, en van de vestiging van het pandrecht mededeling doen aan de technostartervennootschap. De Staat zal, voor zover vereist, haar medewerking verlenen aan de effectuering van deze akte.

  • 3. Het seed business angel fonds doet het verzoek om betaling met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage 1 bij deze overeenkomst van geldlening is gevoegd, onder bijvoeging van de overeenkomst tot verkrijging van de participatie en van andere bescheiden als bedoeld in dat model.

  • 4. De Staat verricht de betaling binnen twee weken na ontvangst van het verzoek om betaling, onder de voorwaarden dat:

    • a. de Staat van oordeel is dat het seed business angel fonds heeft voldaan aan alle ingevolge deze overeenkomst van geldlening voor hem geldende verplichtingen. Het seed business angel fonds voldoet in ieder geval niet aan deze verplichtingen, indien sprake is van faillietverklaring van, het verlenen van surseance van betaling aan of het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op het seed business angel fonds, een van de fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend of sprake is van het aanbieden van een buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren, en

    • b. uiterlijk twee weken na betaling door de Staat:

      • 1°. een bewijs wordt verstrekt waaruit blijkt dat het seed business angel fonds de verkrijgingsprijs betaald heeft, waarbij het in artikel 2, eerste lid, bedoelde percentage is gefinancierd uit de eigen bijdrage, en

      • 2°. de authentieke pandakte is verleden, in verband met het bepaalde in het tweede lid.

  • 5. De Staat bericht het seed business angel fonds na afloop van de investeringsperiode welk bedrag op grond van deze overeenkomst van geldlening is opgenomen. Gedurende de desinvesteringsperiode mag het seed business angel fonds de participaties uitbreiden die verkregen zijn gedurende de investeringsperiode, met in achtneming van het bepaalde in deze overeenkomst van geldlening.

Artikel 4. Overboeking van inkomsten uit participaties

  • 1. Indien het seed business angel fonds inkomsten heeft, wordt daarvan het rechtmatige deel overgeboekt aan de Staat:

    • a. indien dit rechtmatige deel gelijk of meer is dan € 20.000, binnen één maand;

    • b. indien dit rechtmatige deel minder is dan € 20.000, binnen één maand nadat € 20.000 is overschreden, doch in ieder geval

    • c. éénmaal per half kalenderjaar.

  • 2. Het deel van de inkomsten dat aan de Staat wordt overgeboekt, verschilt al naar gelang de inkomsten worden ontvangen in één van de volgende perioden:

    • a. periode A: vanaf het tot stand komen van deze overeenkomst van geldlening tot het tijdstip, waarop het totaal van de door het seed business angel fonds uit de participaties verkregen inkomsten na aftrek van het totaal van de aan de Staat overgeboekte bedragen gelijk is aan de eigen bijdrage voor de verkregen participaties;

    • b. periode B: vanaf het onder a bedoelde tijdstip tot het tijdstip dat het totaal van de aan de Staat overgeboekte bedragen gelijk is aan het totaal op grond van deze overeenkomst van geldlening opgenomen bedrag;

    • c. periode C: vanaf het tijdstip dat het totaal van de aan de Staat overgeboekte bedragen gelijk is aan het totaal op grond van deze overeenkomst van geldlening opgenomen bedrag.

  • 3. Het deel van de inkomsten dat aan de Staat wordt overgeboekt, is

    • a. in periode A: 20 procent van de inkomsten;

    • b. in periode B: 50 procent van de inkomsten;

    • c. in periode C: 20 procent van de inkomsten.

    De percentages, bedoeld in de onderdelen a, b en c, worden naar rato verlaagd, indien het maximale bedrag van de geldlening minder dan de helft van het investeringsbudget uitmaakt.

  • 4. De Staat kan de hoogte van het deel van de inkomsten, bedoeld in het derde lid, per periode A, B en C afwijkend vaststellen, indien het seed business angel fonds in strijd heeft gehandeld met hetgeen in deze overeenkomst van geldlening of in de Regeling nationale EZ-subsidies is bepaald.

  • 5. Telkens indien het seed business angel fonds een bedrag overboekt aan de Staat, informeert het de Staat over de aard van de inkomsten met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model, dat als bijlage 2 bij deze overeenkomst van geldlening is gevoegd, onder bijvoeging van bescheiden als genoemd in het model, waaronder in geval van inkomsten uit vervreemding van de participatie de overeenkomst tot vervreemding van de participatie.

  • 6. Indien het seed business angel fonds inkomsten heeft uit een participatie die niet bestaan uit een geldsom, maakt het deze inkomsten te gelde voor het verloop van de in artikel 2, tweede lid, genoemde termijn van de desinvesteringsperiode.

  • 7. Zodra de in het zesde lid bedoelde inkomsten te gelde zijn gemaakt, boekt het seed business angel fonds het in overeenstemming met het in het derde lid bepaalde deel van deze gelden over aan de Staat.

  • 8. Indien de in het zesde lid bedoelde inkomsten naar hun aard niet direct te gelde gemaakt kunnen worden, worden deze inkomsten na verloop van de termijn, bedoeld in het zesde lid, gewaardeerd aan de hand van een taxatie van twee door de Staat aangewezen onafhankelijke deskundigen. Na de waardebepaling boekt het seed business angel fonds het in overeenstemming met het in het derde lid bepaalde deel van deze inkomsten over aan de Staat.

  • 9. Op verzoek van de Staat verstrekt het seed business angel fonds een accountantsverklaring dat het seed business angel fonds bij de verkrijging, het bezit of de vervreemding van de participatie waaruit inkomsten aan de Staat zijn overgeboekt, in overeenstemming met deze overeenkomst van geldlening heeft gehandeld.

Artikel 5. Verkrijging van participaties

  • 1. Het seed business angel fonds hanteert bij het verkrijgen van participaties in technostartervennootschappen de volgende voorwaarden:

    • a. de participaties worden verkregen gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en worden vervreemd gedurende een desinvesteringsperiode van ten hoogste zes jaar;

    • b. de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende de fondsperiode in één technostartervennootschap worden geïnvesteerd, bedraagt ten minste € 50.000 en ten hoogste € 500.000;

    • c. de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties die een seed business angel fonds gedurende de fondsperiode per technostartervennootschap investeert, bedraagt over alle technostartervennootschappen genomen ten hoogste € 350.000;

    • d. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen wordt zodanig beperkt dat ten hoogste 25 procent van het totaal van de verkrijgingsprijs van de participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen;

    • e. voor achtergestelde vorderingen wordt een rente bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente;

    • f. de participaties worden verkregen in technostartervennootschappen waarvan de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn;

    • g. bij de beslissing van het seed business angel fonds inzake de verkrijging van een participatie wordt rekening gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende technostartervennootschap.

  • 2. Bij of in verband met het verkrijgen van een participatie verstrekt het seed business angel fonds geen andere goederen dan geld.

  • 3. Het seed business angel fonds verkrijgt geen participatie in een technostartervennootschap, indien in de voorafgaande periode van twaalf maanden meer middelen aan de technostartervennootschap zijn onttrokken ten behoeve van derden dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering, dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking is aangegaan.

  • 4. Het seed business angel fonds verkrijgt geen participatie in een technostartervennootschap, indien een ander investeringsfonds in deze vennootschap reeds een participatie heeft, behoudens indien dit investeringsfonds een informal investor is.

  • 5. Het seed business angel fonds verkrijgt of behoudt geen participatie in de vennootschap van een technostarter indien een fondspartij, bestuurder of een beheerder of andere betrokkene bij het seed business angel fonds een bedrijf uitoefent dat gelijk of verwant is aan het bedrijf van de technostarter, terwijl tussen beide bedrijven een afnemers- of een aandeelhoudersrelatie bestaat.

  • 6. Het seed business angel fonds stelt bij het verkrijgen van de participatie de voorwaarde dat indien de technostarter gedurende de fondsperiode een activa/passiva transactie verricht, waarbij een substantieel deel van de voor de bedrijfsvoering bestemde activa/passiva wordt overgedragen, deze overdracht alleen wordt verricht na voorafgaande schriftelijke toestemming van het seed business angel fonds.

  • 7. Het seed business angel fonds verricht geen andere activiteiten dan de uitvoering van het fondsplan.

Artikel 6. Vervreemding van participaties

  • 1. Het seed business angel fonds vervreemdt een participatie niet eerder dan twee jaar na de verkrijging ervan, tenzij de Staat desgevraagd met een vervreemding binnen deze termijn heeft ingestemd.

  • 2. Het seed business angel fonds draagt er zorg voor dat een vervreemding van een participatie gebeurt tegen een marktconforme prijs.

  • 3. Indien het seed business angel fonds een participatie geheel of voor een deel vervreemdt aan één van zijn fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen, draagt het er zorg voor dat ten minste een derde deel van de participatie wordt vervreemd aan onafhankelijke derden dan wel indien de prijs waartegen de vervreemding plaatsvindt, gebaseerd is op een taxatie van twee door de Staat aangewezen onafhankelijke deskundigen.

  • 4. Bij een (gedeeltelijke) activa/passiva transactie als bedoeld in artikel 5, zesde lid, waarbij de verkrijger één van de fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds is, wordt de toestemming door het seed business angel fonds alleen gegeven, indien ten minste een derde deel wordt vervreemd aan onafhankelijke derden dan wel indien de prijs waartegen de vervreemding plaatsvindt, gebaseerd is op een taxatie van twee door de Staat aangewezen onafhankelijke deskundigen.

  • 5. Indien het seed business angel fonds een participatie vervreemdt, werkt de Staat mee aan het opheffen van het pandrecht op deze participatie, mits aan de voorwaarden van deze overeenkomst van geldlening is voldaan.

Artikel 7. Fondsbeheer algemeen

  • 1. Het seed business angel fonds voert het fondsplan uit, voert daarbij een actief en winstgericht beleid voor het verkrijgen, behouden en beëindigen van participaties en begeleidt in dat kader technostartervennootschappen waarin een participatie is verkregen. Het seed business angel fonds houdt hierbij rekening met het belang van de Staat als verstrekker van de geldlening.

  • 2. Het seed business angel fonds hanteert een expliciete gedragslijn om het ontstaan van belangenverstrengeling te voorkomen en neemt overigens ook de in dit verband noodzakelijke maatregelen.

  • 3. Desgewenst kan een door de minister daartoe gemachtigde persoon als toehoorder deelnemen aan een overleg van een orgaan van het seed business angel fonds over de uitvoering van het fondsplan.

  • 4. Het seed business angel fonds staat er voor in dat de fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds gedurende de fondsperiode geen vervolginvesteringen doen in participaties van het seed business angel fonds buiten het seed business angel fonds om, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming door de Staat is gegeven.

  • 5. Het seed business angel fonds staat er voor in dat fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds geen medewerking verlenen aan investeringen door een ander dan het seed business angel fonds in een technostartervennootschap waarin het seed business angel fonds een participatie heeft verkregen, indien deze investeringen niet tegen marktconforme voorwaarden plaatsvinden.

  • 6. Het seed business angel fonds bedingt van technostarters die in verband met participaties worden geadviseerd of begeleid, geen vergoeding voor deze advisering respectievelijk begeleiding die hoger is dan hetgeen in de markt gebruikelijk is. De betrekking is in ieder geval tijdelijk en de vergoeding is berekend op basis van een uurtarief dat gebaseerd is op het gebruikelijk loon in de zin van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964.

  • 7. De Adviescommissie seed capital technostarters dan wel de Staat zal minimaal tweejaarlijks gedurende de investeringsperiode een voortgangsbespreking voeren met het seed business angel fonds met de mogelijkheid daar aanbevelingen en consequenties aan te verbinden. Gedurende de investeringsperiode worden ten minste eenmaal in twee jaar voortgangsbesprekingen uitgevoerd door de ambtenaren van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland dan wel door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland aangewezen personen.

Artikel 8. Administratie, rapportageverplichtingen en informatieverstrekking

  • 1. Het seed business angel fonds draagt ervoor zorg dat een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze gegevens kunnen worden afgelezen over de verkrijging, het beheer en de vervreemding van participaties, over de inkomsten uit deze participaties, over de ondernemingsresultaten van de desbetreffende technostarters en over de kosten van het fondsbeheer.

  • 2. Het seed business angel fonds informeert de Staat steeds binnen een maand na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk:

    • a. over de voorstellen voor participaties die in de voorafgaande periode van zes maanden zijn ontvangen van technostartervennootschappen en over de besluitvorming die hierover bij het seed business angel fonds heeft plaatsgevonden;

    • b. over de voortgang, inkomsten en vervreemding met betrekking tot de participaties onder beheer.

  • 3. Het seed business angel fonds brengt steeds binnen zes maanden na afloop van een periode van twaalf maanden aan de Staat schriftelijk verslag uit over de uitvoering van het fondsplan, met in het bijzonder een overzicht van de verkregen en de vervreemde participaties, de verkrijgingsprijzen per participatie met daarbij een uitsplitsing van de verhouding van eigen bijdragen en opnamen onder deze overeenkomst van geldlening, de bij een technostarter in rekening gebrachte beheerskosten en de inkomsten, welk verslag vergezeld gaat van een controleverklaring, inclusief eventuele managementletters, die is opgesteld overeenkomstig een model dat als bijlage 3 bij deze overeenkomst van geldlening is gevoegd, en met gebruikmaking van een controleprotocol dat als bijlage 4 bij deze overeenkomst van geldlening is gevoegd.

  • 4. Na afloop van de looptijd van deze overeenkomst van geldlening brengt het seed business angel fonds binnen een door de Staat te stellen termijn een eindverslag uit omtrent de uitvoering en de resultaten van het fondsplan.

  • 5. De Staat bericht het seed business angel fonds na afloop van de looptijd van deze overeenkomst van geldlening of het seed business angel fonds naar zijn oordeel bij het verkrijgen en vervreemden van participaties in overeenstemming met deze overeenkomst van geldlening heeft gehandeld.

  • 6. Het seed business angel fonds verstrekt desgevraagd en op elk moment alle gegevens en bescheiden aan de Staat over het beheer van het fonds, de verkregen participaties en de (voorgenomen) wijzigingen, bedoeld in artikel 9.

  • 7. De Staat heeft het recht op elk moment een audit te laten uitvoeren naar de nakoming van alle afspraken en contracten door het seed business angel fonds. Het seed business angel fonds is gehouden mee te werken aan die audit door de Staat of een door de Staat ingeschakelde derde toegang te verlenen tot de administratie van dat seed business angel fonds. Het seed business angel fonds bedingt bij aanvang van de participatie dat de technostarter eveneens aan de audit meewerkt door de Staat of de door de Staat ingeschakelde derden toegang te verlenen tot alle documentatie die ziet op de verkrijging van de participatie en de betaling van de verkrijgingsprijs.

Artikel 9. Melding en instemming bij wijziging fondsplan en zeggenschap

  • 1. Het seed business angel fonds meldt onverwijld schriftelijk aan de Staat iedere wijziging in het fondsplan en/of de uitvoering daarvan, waaronder begrepen wijzigingen in de begroting, de planning, de uitvoering en financiering van de activiteiten, alsmede iedere niet naleving van de verplichtingen in deze overeenkomst van geldlening en overige omstandigheden die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de uitvoering en naleving van deze overeenkomst van geldlening.

  • 2. Het seed business angel fonds meldt onverwijld schriftelijk aan de Staat iedere wijziging in de directe of indirecte zeggenschap over het seed business angel fonds en/of de fondspartijen, dan wel een voornemen daartoe.

  • 3. Het seed business angel fonds meldt onverwijld schriftelijk aan de Staat ieder voornemen, bestuursbesluit of aandeelhoudersbesluit van het seed business angel fonds of een van de fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds aangaande de indiening bij de rechtbank van een (eigen) verzoek tot verlening van surseance van betaling, een (eigen) verzoek tot faillietverklaring of een (eigen) verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of het aanbieden van een buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren.

  • 4. Het seed business angel fonds voert tijdens de looptijd van deze overeenkomst van geldlening geen wijziging als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel door, tenzij de Staat desgevraagd hiermee heeft ingestemd.

Artikel 10. Opzegging

  • 1. De Staat is gerechtigd deze overeenkomst van geldlening schriftelijk (partieel) op te zeggen, indien:

    • a. de minister de subsidiebeschikking ter uitvoering waarvan deze overeenkomst van geldlening is gesloten wijzigt of intrekt;

    • b. het seed business angel fonds tekortschiet of voldoende aannemelijk is dat het seed business angel fonds tekort zal schieten bij de nakoming van één van zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst van geldlening;

    • c. het aantal aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten kleiner is geworden dan twee, of één van de aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijk vennoten meer dan 50 procent zeggenschap heeft verkregen in het seed business angel fonds, behoudens voor zover de Staat desgevraagd hiermee heeft ingestemd;

    • d. ten aanzien van het seed business angel fonds of een van de fondspartijen, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen bij het seed business angel fonds een (eigen) verzoek bij de rechtbank is ingediend tot verlening van surseance van betaling, een (eigen) verzoek tot faillietverklaring of een verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of een buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren wordt aangeboden;

    • e. het seed business angel fonds is ontbonden;

    • f. titel 3.10 van de Regeling nationale EZ-subsidies niet langer verenigbaar is met de regels van de Europese Unie ten aanzien van staatssteun.

  • 2. Een opzegging op grond van het eerste lid, onderdelen b en c, geschiedt uitsluitend nadat de Staat het seed business angel fonds op de hoogte heeft gesteld van het voornemen tot opzegging en nadat deze in de gelegenheid is gesteld om een tekortschieten dat hersteld kan worden, te herstellen binnen een redelijke termijn, tenzij nakoming reeds blijvend onmogelijk is.

  • 3. Als gevolg van een opzegging kan het seed business angel fonds geen aanspraak meer maken op rechten uit hoofde van deze overeenkomst van geldlening en kan de Staat van het seed business angel fonds het totale bedrag dat hij overeenkomstig artikel 3 aan het seed business angel fonds heeft betaald, verminderd met het bedrag dat het seed business angel fonds overeenkomstig artikel 5 aan hem heeft overgeboekt, direct opeisen en de zekerheden uitwinnen.

  • 4. Bij een opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan de Staat, bovenop het onder het derde lid bedoelde bedrag, een boete van 50 procent van dat bedrag in rekening brengen.

Artikel 11. Geschillen

  • 1. Ieder geschil ten aanzien van deze overeenkomst van geldlening zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement Den Haag.

  • 2. Op deze overeenkomst van geldlening is Nederlands recht van toepassing.

Artikel 12. Adressering schriftelijke stukken

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst van geldlening bestemd voor de onder 1 gemelde partij worden gericht aan:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Kredieten, Garanties en Risicokapitaal (KGR)

Postbus 93144

2509 AC Den Haag

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst van geldlening bestemd voor de onder 2 gemelde partij worden gericht aan:

(Naam seed business angel fonds)

(Adres seed business angel fonds)

Artikel 13. Betalingen

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst van geldlening door het seed business angel fonds geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar het door de minister ter beschikking gestelde bankrekeningnummer onder vermelding van ‘projectnummer SEEDBA...’.

Artikel 14. Fondsmanagement

Het seed business angel fonds garandeert dat gedurende de looptijd van het fonds de kwaliteit en de tijdsbesteding van het fondsmanagement in overeenstemming zijn met hetgeen is aangegeven in het fondsplan. Het seed business angel fonds kan overeenkomstig artikel 9 een verzoek indienen tot wijziging van het fondsmanagement. Een wijziging van het fondsmanagement is alleen toegestaan met voorafgaande instemming van de Staat.

Artikel 15. Belangenverstrengeling

De fondspartijen verklaren dat het seed business angel fonds een ‘right of first refusal’ heeft ten aanzien van investeringsproposities met betrekking tot technostarters.

Artikel 16. Documenten

Door ondertekening van deze overeenkomst van geldlening verklaren de fondspartijen dat zij alle relevante documenten met betrekking tot de investeringswijze en financiële uitvoering van het seed business angel fonds hebben overlegd aan de Staat en eventuele toekomstige relevante documenten ter goedkeuring zullen voorleggen aan de Staat.

Artikel 17. Rechtsgeldigheid

Deze overeenkomst van geldlening gaat boven enige andere overeenkomst tussen en met de partijen in het seed business angel fonds.

Artikel 18. Expiratie

Indien het seed business angel fonds op ‘DATUM’ aan alle verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst van geldlening heeft voldaan hoeft het overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, de dan uitstaande hoofdsom niet af te lossen. Indien op deze datum sprake is van een uitstaande hoofdsom, dient het seed business angel fonds een schriftelijk verzoek in bij de Staat tot kwijtschelding van het resterende bedrag van de lening.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze overeenkomst van geldlening treedt in werking door de ondertekening daarvan door het seed business angel fonds en de fondspartijen, die deze overeenkomst van geldlening mede ondertekenen gelet op de artikelen 5, vijfde lid, 6, derde en vierde lid, 7, vierde en vijfde lid, 9, 10, 15 en 16.

Aldus is overeengekomen en in viervoud ondertekend te .......... op 00 MAAND 2017

De Staat der Nederlanden

namens deze: de Minister van Economische Zaken,

namens deze: (naam bevoegde ambtenaar)

Plaats: .........

Handtekening: .........

Naam: .........

‘AANVRAGER_NAAM’

(na(a)m(en) bevoegd(e) perso(o)n(en))

Plaats:

Handtekening:

Naam:

Medeondertekening in verband met het bepaalde in de artikel 19

‘Fondspartij 1_NAAM’

(na(a)m(en) bevoegd(e) perso(o)n(en))

Plaats:

Handtekening:

Naam:

‘Fondspartij 2_NAAM’

(na(a)m(en) bevoegd(e) perso(o)n(en))

Plaats:

Handtekening:

Naam:

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

De onderhavige wijziging van de seed capital subsidiemodule, opgenomen in titel 3.10 van de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: RNES), is gericht op de invoering van een faciliteit voor business angels. Met behulp van deze faciliteit kunnen zij financiering verstrekken aan technostarters in de vroege levensfase. Business angels zijn particulieren die investeren met hun eigen geld en zelf beslissen, in welke ondernemingen zij investeren. Zij zijn op zoek naar rendement op hun investering. Als investeerder zijn ze actief betrokken bij de ondernemingen, waarin zij investeren.

De faciliteit is uiteindelijk gericht op het verbeteren van de toegang tot financiering voor technostarters tijdens de vroege levensfase. Technostarters zijn opgericht om producten, processen of diensten die gebaseerd zijn op een nieuwe technische of creatieve vinding of een nieuwe toepassing van een bestaande technologie of een bestaande creatieve vinding, te verkopen of leveren.

In gesprekken tussen het initiatief StartupDelta, investeerders en startups is naar voren gekomen dat het voor technostarters nog altijd moeilijk is om tijdens de vroege levensfase aan financiering te komen. Ook in vergelijking met andere landen blijkt dat in Nederland minder vroege fase financiering wordt verstrekt (Startup Genome 2017).1 Business angels zijn investeerders die in deze vroege fase doorgaans actief zijn.

Naast het bedienen van de vroege levensfase van startups, ondersteunt de onderhavige uitbreiding van de seed capital subsidiemodule de professionalisering van de business angel markt; business angels dienen ‘slim geld’ te leveren aan startups door actief betrokken te zijn met hun kennis, netwerk en ervaring. De Nederlandse business angel markt kan een grotere rol spelen in de financiering van startups. In vergelijking met andere Europese landen ligt het aantal business angels en de totale financiering die business angels verstrekken in Nederland lager (EBAN Compendium 2015).2

In de Kamerbrief over StartupDelta2020 is aangekondigd dat het kabinet, als alternatief voor een fiscale stimulans van durfkapitaal, zal kijken naar een co-investeringsregeling voor durfkapitaal.3 Deze uitbreiding van de seed capital subsidiemodule geeft hier invulling aan.

1.2 Achtergrond

In de vroege fase en bij innovatieve bedrijven kan er sprake zijn van informatieasymmetrie tussen de ondernemer en de investeerder. De investeerder heeft niet dezelfde informatie als de ondernemer die op zoek is naar financiering. Potentieel goede investeringen in technostarters komen niet tot stand, door een slechte inschatting van de risico’s en de kosten die gemaakt moeten worden om deze informatie te verkrijgen. De kapitaalmarkt kan in deze fase falen als gevolg van informatieasymmetrie tussen investeerder en ondernemer.

Ondernemingen kunnen voor privaat kapitaal terecht bij banken voor kredieten of bij durfinvesteerders voor risicokapitaal. Durfinvesteerders zijn actieve investeerders die direct betrokken zijn bij de onderneming. Daardoor kunnen ze in tegenstelling tot banken de risico’s meer beïnvloeden en beheersen. Banken en durfinvesteerders maken hun investeringsbeslissingen op basis van de verhouding tussen rendement en risico. De financieringsproblemen van ondernemingen blijken het grootst in de zogenaamde ‘vallei des doods’: de fase na de start van de onderneming, maar voordat de onderneming de markt succesvol heeft betreden. In die fase is de behoefte aan externe financiering het grootst en de beschikbaarheid van privaat kapitaal het laagst: de zogenaamde equity gap.

Bij durfinvesteerders wordt een onderscheid gemaakt tussen venture capitalists (VC’s) en business angels. Business angels investeren met hun eigen geld, terwijl VC’s dit hoofdzakelijk doen ook met het geld van partijen die geld inleggen in hun investeringsfonds. Door de risicorendementsverhouding gunstiger te maken, kan de overheid durfinvesteerders verleiden om vroeger in de levenscyclus van ondernemingen te investeren. De overheid heeft een legitieme rol om de toegang tot kapitaal te verbeteren voor ondernemingen die willen innoveren en groeien vanwege positieve externe effecten van innovatie en groei.

De seed capital subsidiemodule, die sinds 2005 operationeel is, speelt een belangrijke rol in Nederland voor technostarters om de equity gap te overbruggen. Via de seed capital subsidiemodule zijn in 11 jaar tijd 59 startersfondsen opgericht die in meer dan 300 technostarters hebben geïnvesteerd.

Durfinvesteerders investeren het liefst in technostarters als ze zien dat er (beginnende) omzet wordt gerealiseerd. Zeker VC’s met meerdere fondsen die niet met hun eigen geld investeren, kiezen hier vaker voor. Daardoor is het begin van de equity gap niet helemaal afgedekt. Business angels, die met hun eigen geld investeren, zijn veelal wel vroeger actief. In veel landen spelen business angels in deze fase een actieve rol. De introductie van een seed business angel faciliteit in de seed capital subsidiemodule tracht business angels te stimuleren ook in Nederland deze actieve rol op te pakken.

2. Hoofdlijnen van het instrument

2.1. Uitgangspunten seed business angel fondsen

De subsidiemodule heeft als uitgangspunt zoveel mogelijk aan te haken bij de commerciële praktijk. Daarom worden investeringen in technostarters niet rechtstreeks door de overheid gedaan, maar door tussenkomst van seed business angels fondsen. Deze bestaan uit twee business angels (in de regeling ‘informal investors’ genoemd) met beiden een even groot belang in het seed business angels fonds. Op deze wijze wordt bevorderd dat meer dan twee samenwerkende business angels reguliere startersfondsen oprichten, in plaats van een seed business angel fonds. De keuze voor twee business angels ten opzichte van één, is er om de continuïteit van het fonds beter te kunnen waarborgen en ervoor te zorgen dat expertise gebundeld wordt. Beide business angels dienen een even groot belang in het fonds te hebben om de onafhankelijkheid van de investeringsbeslissingen te waarborgen.

2.2 Verhouding met de reguliere startersfondsen

De eisen die gesteld worden aan de seed business angel fondsen, verschillen van de reguliere startersfondsen in de seed capital subsidiemodule. Zo bestaat het seed business angel fonds uit twee aandeelhouders, tegenover drie of meer aandeelhouders in de startersfondsen. De seed business angels vormen bij het seed business angel fonds zelf het fondsmanagement. Er zijn geen andere financiers betrokken bij het fonds.

Een seed business angel fonds kan met de subsidiemodule maximaal € 1.000.000 financiering krijgen, voor een startersfonds geldt het maximum van € 6.000.000. Met de seed business angel faciliteit kan het fonds investeringen in technostarters realiseren vanaf € 50.000 tot € 500.000. De gemiddelde verkrijgingsprijs per participatie dient maximaal € 350.000 te bedragen. De reguliere startersfondsen kunnen een bedrag investeren in een technostarter dat varieert tussen € 100.000 en € 3.500.000 met een maximaal gemiddelde van € 1.200.000.

Deze bedragen zijn erop gericht om de seed business angels en de startersfondsen zoveel mogelijk complementair aan elkaar te laten zijn. Een seed business angel fonds zal vroeger investeren, waarna startersfondsen aanvullend in de volgende levensfase van de technostarter kunnen investeren.

2.3. Terugbetaling en hefboomwerking

Seed business angel fondsen kunnen een subsidie in de vorm van een lening aanvragen bij de Minister van Economische Zaken (hierna: de minister) voor het verkrijgen van participaties in technostarters. Via een seed business angel fonds kan op deze wijze maximaal 50 procent van de investeringen gefinancierd worden met de lening van de Staat. Van de inkomsten die het seed business angel fondsen uit de participaties ontvangt, dient een deel te worden gestort aan de Staat ter aflossing van de lening.

De terugbetalingsverhouding tussen de seed business angels en de overheid van achtereenvolgens 80 procent – 20 procent, 50 procent – 50 procent en 80 procent – 20 procent is gebaseerd op de volgende gronden:

  • 1. de risicorendementverhouding moet in zijn totaal aantrekkelijk genoeg zijn om business angels te overtuigen om in technostarters te investeren;

  • 2. de risicorendementverhouding moet in elk geval aan de ‘down-side’ van het fonds het meest worden verbeterd. Daarom is gekozen voor een verhouding van 80 procent -20 procent in de eerste fase. Overigens is het netto-rendement lager, omdat de business angels de totale kosten van het fondsmanagement dragen;

  • 3. de verhouding van 50 procent – 50 procent in de tweede fase is gebaseerd op de doelstelling dat de overheid zijn lening in beginsel terugbetaald wil hebben, maar dat het anderzijds voor de business angels ook aantrekkelijk blijft om inkomsten te genereren in deze fase;

  • 4. de verhouding van 80 procent – 20 procent in de derde fase stimuleert het fondsmanagement ertoe de aantrekkelijke derde fase te bereiken. In de praktijk zal overigens de derde fase niet altijd worden gehaald.

Doordat de investeringsperiode maximaal zes jaar bedraagt en participaties na een desinvesteringsperiode van maximaal zes jaar moeten worden vervreemd, geldt de lening voor ten hoogste twaalf jaar. Bij zwaarwegende redenen kan de Staat instemmen met een verlenging van de desinvesteringsperiode. De lening wordt renteloos verstrekt.

Business angels kunnen door het voordeel dat de lening biedt, in een risicovoller segment en/of met grotere bedragen investeren dan zij nu doen. De investeringsbeslissingen worden genomen door het seed business angel fonds en niet door de overheid. De minister wil en zal niet als speler op de markt opereren. Het fonds moet – binnen bepaalde algemene randvoorwaarden – daarom zelf bepalen in welk bedrijf zij wil investeren, hoeveel en hoe lang. De minister zal zich niet bemoeien met deze investeringsbeslissingen en zal verzoeken van het seed business angel fonds om de investeringsbijdrage toetsen aan de randvoorwaarden van de subsidiemodule.

Om te kunnen garanderen dat de subsidiemodule op de juiste wijze wordt uitgevoerd, wordt ‘aan de poort’ een streng selectieproces gehouden: fondsen moeten bij de aanvraag van de lening aantonen dat zij voldoen aan de criteria voor een seed business angel fonds en dat zij op deze wijze kwalificeren voor deelname aan de subsidiemodule. In de artikelsgewijze toelichting wordt daar nader op ingegaan.

2.4. Fondsen: kwalificatie en afwijzingscriteria

Seed business angel fondsen moeten de vorm van een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap hebben. Hiermee wordt aangesloten bij de praktijk waarin participatiefondsen meestal één van deze rechtsvormen hebben. Ook een fonds dat is opgericht naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie en met een vergelijkbare rechtsvorm, kan een aanvraag indienen. De voorwaarde ten aanzien van de rechtsvorm strekt ertoe dat in elk geval is voorzien in een aantal elementaire juridische aspecten van de fondsorganisatie. Het gaat hier steeds om zogenoemde ‘closed end’ funds, dat wil zeggen fondsen die een afgebakende looptijd hebben met een vooraf vastgesteld investeringsbudget. Zonder een dergelijke beperking zou het seed business angel fonds participaties met en zonder overheidsbijdrage in portefeuille kunnen hebben, hetgeen zou nopen tot een reeks van administratieve maatregelen om financiële transparantie te waarborgen.

De opzet van het fonds moet blijkens onder andere de statuten transparant zijn; er mogen geen indicaties zijn dat fondspartijen niet betrouwbaar zijn. De business angels moeten beschikken over relevante ervaring, deskundigheid en een netwerk, zowel voor het verkrijgen, beheren en afstoten van participaties als voor het begeleiden van de betreffende technostarters. Het participatiebeleid dient in een fondsplan te worden vastgelegd. Daarbij gaat het onder meer om de doelgroep waarin het fonds wil investeren (het technologische terrein van deze technostarters, hun levensfase en geografische focus), de investeringsstrategie (hoe worden technostarters benaderd en, na een investeringsbeslissing, begeleid), de mate waarin naast aandelenkapitaal achtergestelde leningen worden verstrekt, de exitstrategie, de opzet en kosten van het fondsbeheer, en de waarborgen voor een behoorlijke handelswijze. Het plan wordt beoordeeld op effectiviteit en uitvoerbaarheid.

2.5. Geldleningsovereenkomst

Bij verstrekking van een lening wordt vervolgens een geldleningsovereenkomst gesloten tussen het seed business angel fonds en de Staat. In deze overeenkomst is het nodige bepaald over het verdere verloop van de subsidierelatie, zoals de wijze waarop uitbetalingen voor concrete participaties plaatsvinden, de vaststelling van de hoofdsom na afloop van de fondsperiode en de wijze van terugbetaling. Een standaard geldleningsovereenkomst is als bijlage bij de regeling gevoegd. Met deze privaatrechtelijke vormgeving is het mogelijk betere waarborgen voor de overheid als financier in te bouwen. Onder meer wordt zo bewerkstelligd dat de overheid kan optreden als gewone schuldeiser, indien een seed business angel fonds onverhoopt failliet zou gaan.

2.6. Afweging ten opzichte van alternatieve instrumenten

Bij de inrichting van de seed business angels faciliteit zijn drie varianten beoordeeld:

  • 1. de overheid geeft investeerders een fiscaal voordeel door middel van een fiscale durfkapitaalregeling;

  • 2. de overheid geeft de technostarters een subsidie als business angels dit ook doen (zie bijvoorbeeld de Duitse INVEST-regeling4);

  • 3. de overheid treedt op als co-financier door leningen aan private partijen te verstrekken.

Een fiscale durfkapitaalregeling is moeilijker af te bakenen op alleen business angels en zou al snel ook gericht zijn op alle particuliere investeerders. Zij hebben mogelijk een andere investeringsopvatting en zullen mogelijk niet de technostarters met hun expertise, kennis en netwerk bijstaan, maar zijn in eerste instantie op zoek naar rendement op hun investering.

De onderhavige uitbreiding van de subsidiemodule kan worden beschouwd als een offensieve maatregel, omdat de hoeveelheid risicodragend kapitaal die voor startups beschikbaar is, aanzienlijk wordt vergroot en het risico van de business angels wordt verlaagd.

Bij de variant in Duitsland waar de overheid technostarters een subsidie geeft wanneer een business angel eveneens investeert, worden zowel de business angel als de technostarter goedgekeurd door de overheid. Dit brengt aanzienlijk hogere uitvoeringskosten met zich mee dan bij de variant van cofinanciering, omdat ook de technostarter moet worden bekeken.

Doorslaggevend voor de keuze van het model van cofinanciering is dat hiermee de business angel markt verder geprofessionaliseerd kan worden door juist die business angels te financieren die maximaal bijdragen aan de opbouw van succesvolle ondernemingen.

3. Beoogde effecten

De seed business angel faciliteit maakt onderdeel uit van de seed capital subsidiemodule. Daarvoor zijn in 2005 doelstellingen geformuleerd om de effectiviteit te meten. Dit is de totaal gerealiseerde omzet van de technostarters die door de seed capital subsidiemodule zijn ondersteund. Zowel het aantal technostarters als de kwaliteit (succes) van de technostarters komt hierin terug. Met de seed business angel faciliteit zal de toegang tot risicokapitaal voor technostarters worden vergroot. Daarnaast leveren de business angels ook slim geld, waardoor de slagingskans van de technostarters wordt vergroot. Hiermee voorziet de faciliteit in de kapitaalbehoefte en vergroot de overlevings- en (door)groeikansen van technostarters.

Daarom zal het bedrag aan vervolgfinanciering worden bijgehouden dat de technostarters succesvol hebben opgehaald na de investering van het seed business angel fonds. Ook zal gekeken worden naar de werkgelegenheid, winstgevendheid en de gerealiseerde omzet van deze technostarters.

Een tweede doelstelling is om de business angel markt in Nederland verder te professionaliseren. De business angels worden door de opzet gestimuleerd om op een meer professionele wijze, door middel van een investeringsfonds, een portefeuille op te bouwen. Als ze succesvol zijn als seed business angel fonds, kunnen ze eventueel ook doorgroeien naar een groter venture capital fonds zoals de reguliere startersfondsen in de seed capital subsidiemodule.

Om de doeltreffendheid van de regeling goed te kunnen beoordelen, is er een evaluatiebepaling opgenomen. De gegevens die in het kader van de evaluatie bij de deelnemers opgevraagd worden, moeten wel proportioneel zijn en passen bij wat redelijkerwijs kan worden verlangd. Hierbij moet ook gedacht worden aan de zorgvuldige omgang met persoonsgegevens.

Om het effect van de regeling goed te kunnen meten, heeft de Commissie Theeuwes geadviseerd om te werken met een controlegroep.5 Zo kunnen de causale effecten tussen beleidsinstrument en beleidsresultaat meetbaar worden gemaakt. Er zal daarom getracht worden een controlegroep te vormen. Dit moeten business angels zijn die zoveel mogelijk lijken op de partijen die met behulp van de regeling financiering krijgen. In het kader van de Financieringsmonitor zal vanaf 2018 nader worden bezien hoe de business angel-markt gemonitord kan worden.6 In 2018 zal de seed capital subsidiemodule, met uitzondering van de seed business angel faciliteit, ook worden geëvalueerd. De evaluatie van deze nieuwe faciliteit zal over vijf jaar plaatsvinden.

4. Uitvoering

Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. Vanaf de openstelling daarvan zullen seed business angel fondsen een subsidie in de vorm van een lening kunnen aanvragen. Seed business angel fondsen kunnen het gehele jaar aanvragen indienen, totdat het gepubliceerde budget niet langer toereikend is: dit in tegenstelling tot de reguliere openstelling voor startersfondsen waar gewerkt wordt met een tender. Hiermee wordt de aanvraag voor seed business angel fondsen in beginsel laagdrempeliger. De aanvragen worden ook beoordeeld op de kwaliteit van het fondsplan en de ervaring van de business angels. Daarnaast zal een referentie check plaatsvinden. Een adviescommissie zal de minister adviseren omtrent de aanvragen. Voor de seed business angels is dit een afvaardiging van minimaal 3 leden van de Adviescommissie seed capital technostarters.

5. Misbruik en oneigenlijk gebruik van de faciliteit

De seed business angel faciliteit laat bewust ruimte aan private financiers voor het voeren van een op de eigen leest en wensen geschoeid participatiebeleid. Dat veronderstelt dat fondsen waaraan een lening wordt verstrekt, deze verantwoordelijkheid waarmaken en tegelijk dat er de nodige drempels zijn om misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling tegen te gaan. Te denken valt bijvoorbeeld aan investeringen die ertoe leiden dat het risico of verlies van eerdere investeringen deels op de overheid wordt afgewenteld, zoals vervreemding van participaties aan verwante partijen tegen kunstmatig lage prijzen of geen marktconforme prijzen voor begeleiding van de technostarters. De regeling bevat met het oog hierop de nodige voorzieningen.

Ten eerste geeft de rechtsvorm van het fonds bepaalde waarborgen ten aanzien van de verslaglegging (jaarrekening) en persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders. Ten tweede biedt de beoordeling vooraf een belangrijke waarborg voor de betrouwbaarheid van een fonds en de fondspartijen. Ten derde wordt vereist dat ten minste twee onderling onafhankelijke personen, elk zonder meerderheidsbelang, in een fonds deelnemen, dit om tegen te gaan dat één belang doorslaggevend is voor het participatiebeleid. Als twee personen een investeringsbeslissing moeten steunen, verkleint dat de kans dat een fonds van het rechte spoor afraakt. Ten vierde dienen fondsen waaraan een lening wordt verstrekt, elke zes maanden de nodige informatie aan de minister te verstrekken, zowel per verkrijging en beëindiging van een participatie als ook van de technostarter zelf.

Overigens kan de minister ook zelf de vinger aan de pols houden: hij kan een vertegenwoordiger als toehoorder laten deelnemen aan het overleg van het seed business angel fonds over (des)investeringen. Indien de informatie daartoe aanleiding geeft, kan de minister nadere gegevens opvragen of verzoeken een accountantsbeoordeling of taxatie te laten verrichten. Dit bevordert naar verwachting het ‘zelfreinigend vermogen’, omdat fondspartijen niet het risico zullen willen nemen een slechte naam te krijgen. Bovendien wordt de lening slechts verstrekt voor de investeringskosten zelf, dus met uitsluiting van de beheerskosten en overige fondskosten. Indien niettemin mocht blijken dat een seed business angel fonds niet voldoet aan zijn verplichtingen op grond van de overeenkomst, kan de minister de overeenkomst opzeggen, daarbij het geleende geldbedrag opeisen, de terugbetalingsverhouding aanpassen en een boete opleggen. Hiernaast kunnen eveneens de bedongen zekerheden worden uitgewonnen.

In de geldleningsovereenkomst is ook een bepaling opgenomen die ervoor zorgt dat het seed business angel fonds een pandrecht verstrekt aan de Staat op de aandelen en achtergestelde vorderingen die worden genomen in technostarters. Deze zekerheidsstelling is opgenomen om in situaties van misbruik of oneigenlijk gebruik van de faciliteit de belangen van de Staat te kunnen borgen. Als een partij zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen in de leningsovereenkomst, kan de Staat de leningsovereenkomst opzeggen, de verkregen bedragen direct opeisen en de zekerheden uitwinnen.

6. Staatssteun

Deze wijzigingsregeling en openstelling van de seed business angel faciliteit is verenigbaar met de Europese regels betreffende staatssteun. De subsidie die op grond van deze titel wordt verstrekt, is aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Deze staatsteun is echter geoorloofd op grond van artikel 21 (risicofinancieringssteun) van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) als bedoeld in artikel 1.1 van de RNES. Deze nieuwe paragraaf van de seed capital subsidiemodule voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en hoofdstuk I van de AGVV. De openstelling zal separaat ter kennisneming aan de Europese Commissie worden toegezonden, conform artikel 11, onder a, van de AGVV.

7. Regeldruk

Voor deze regeling is de regeldruk met betrekking tot aanvraag, uitvoering en vaststelling in beginsel gelijk aan de regeldruk van de reguliere seed capital faciliteit. Er is echter een aantal nieuwe bepalingen in de geldleningsovereenkomst opgenomen die gevolgen hebben voor de totale regeldruk van de seed business angels faciliteit. Het betreft het vestigen van een pandrecht op de aandelen en achtergestelde vorderingen die verkregen worden in het kader van de participaties, en het verstrekken van informatie over het beheer van het seed business angel fonds op ieder moment desgevraagd door de Staat.

De kosten voor regeldruk zijn net als bij de reguliere seed capital faciliteit naar schatting per fonds € 5.000 voor aanvraag, € 13.000 voor uitvoering en € 12.000 voor vaststelling. Het vestigen van een pandrecht op de aandelen en achtergestelde vorderingen betreft een administratieve last van naar schatting € 600 per deelneming. Dit dient in de authentieke pandakte met de technostarter te worden vastgelegd, en zal naar schatting per fonds 5 keer uitgevoerd worden. Het vestigen van een pandrecht komt derhalve bovenop de reguliere kosten van uitvoering. Hiernaast is het verstrekken van informatie over het beheer van het fonds nog een andere administratieve last, die incidenteel plaats kan vinden. De kans hierop wordt geschat op 1 op 25 fondsen, waarbij de kosten naar schatting gelijk zijn aan de kosten van een vaststelling bij de startersfondsen.

Ervan uitgaande dat er jaarlijks 10 fondsen worden toegekend bij 20 aanvragen, voor een looptijd van 5 jaar, inclusief de kosten van de nieuwe bepalingen, en met een fonds doorlooptijd van 12 jaar, zijn de kosten voor regeldruk naar schatting € 2.440 per fonds per jaar.

II. ARTIKELEN

Artikel I, onderdelen B, D en F (artikelen 3.10.1, 3.10.2 en 3.10.12)

De definities ‘creatieve starter’ en ‘agri-horti-food-techtechnostarter’ zijn eerder in de seed capital subsidiemodule opgenomen om een openstelling van de seed capital subsidiemodule specifiek voor deze technostarters mogelijk te maken. Omdat niet voorzien wordt in een nieuwe openstelling specifiek voor deze technostarters, komen deze begripsbepalingen te vervallen.

Daarnaast worden een aantal definities ter verduidelijking aangepast of toegevoegd. Bij achtergestelde vorderingen is in het tweede en derde lid de rang van de achtergestelde vordering nader verduidelijkt. Verder is onder meer verduidelijkt dat gedurende de investeringsperiode het activiteiten betreft in het kader van het verkrijgen van nieuwe participaties en dat gedurende de desinvesteringsperiode vervolginvesteringen mogen worden gedaan in bestaande participaties. In het kader van een participatie is de term converteerbare lening toegevoegd. Dit maakt het voor seed business angel fondsen mogelijk om bij de aanvang van de participatie te participeren via een converteerbare lening. Deze converteerbare lening dient gedurende de looptijd ook daadwerkelijk geconverteerd te worden naar een aandelenbelang in de betreffende technostarter.

De term informal investor is ingevoegd om het voor een seed business angel fonds ook mogelijk te maken om te participeren in een technostarter, waar reeds een informal investor in heeft geïnvesteerd. Het is gebruikelijk dat meerdere informal investors participeren in een technostarter, alvorens een vervolginvestering wordt gedaan door een venture capital investeringsfonds. Overigens kunnen ook family offices binnen de seed capital subsidiemodule aangemerkt worden als informal investor.

Artikel I, onderdeel E (artikel 3.10.9)

Artikel 3.10.9 komt te vervallen. Ingevolge artikel 30, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies wordt de beschikking tot verlenen van een subsidie aan een financier verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na de beschikking een overeenkomst tot stand gekomen is tussen de Staat en de financier. In artikel 3.10.9 is thans opgenomen dat in afwijking hiervan de termijn bij subsidies aan startersfondsen twee weken bedraagt. In de praktijk blijkt dit echter een te korte termijn. Daarom vervalt dit artikel en zal de termijn van acht weken gelden.

Artikel I, onderdeel G (paragraaf 3.10.3)

Artikel 3.10.12a

In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen die specifiek voor deze paragraaf van belang zijn. Een seed business angel fonds moet, net als een startersfonds, de vorm van een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap hebben. Ook een fonds dat is opgericht naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie en met een vergelijkbare rechtsvorm kan een aanvraag indienen (eerste lid, onderdeel a). De voorwaarde ten aanzien van de rechtsvorm strekt ertoe dat in elk geval is voorzien in een aantal elementaire juridische aspecten van de fondsorganisatie. Ook bij seed business angel fondsen gaat het om zogenaamde closed end funds die uitsluitend tot doel hebben om kapitaal te verstrekken aan technostartervennootschappen om winst te behalen (eerste lid, onderdeel b). Impliciet in de verstrekking van risicokapitaal is dat het fonds de technostartervennootschappen naar vermogen begeleidt bij de opbouw van het bedrijf.

Tot slot moet het seed business angel fonds uit twee aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten bestaan, zonder dat één van hen de overwegende zeggenschap uitoefent. Dit betekent dus dat beide aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten een belang van 50 procent moeten hebben (eerste lid, onderdeel c). Hiermee wordt bevorderd dat een seed business angel fonds evenwichtig opereert bij het verstrekken van het risicokapitaal. Door betrokkenheid van twee partijen wordt de kans verkleind dat een eenzijdig belang van een financier van het fonds de overhand gaat voeren. Het betreft daarnaast investeerders die met eigen geld investeren en in eerste instantie investeren om financieel rendement te maken.

De algemene begripsbepalingen uit paragraaf 3.10.1 zijn, voor zover van belang, ook van toepassing op paragraaf 3.10.3, evenals een aantal bepalingen uit paragraaf 3.10.2. Waar in deze bepalingen verwezen wordt naar het startersfonds, wordt voor de toepassing van deze paragraaf hieronder verstaan het seed business angel fonds (tweede lid).

Artikel 3.10.12b

Subsidieverstrekking vindt plaats aan de vennootschap van het seed business angel fonds en op deze vennootschap rusten ook de subsidieverplichtingen. De beschikking tot verstrekking van een subsidie in de vorm van een lening zal op basis van artikel 30 van het Kaderbesluit EZ-subsidies worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken het seed business angel fonds een overeenkomst tot geldlening met de minister heeft gesloten. De beschikking kan worden verleend onder voorwaarden die zijn gericht op het wegnemen of beperken van risico’s die aan de subsidieverstrekking verbonden kunnen zijn.

Artikel 3.10.12c

De subsidievoorwaarden uit artikel 3.10.3 van de RNES zijn ingevolge het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing op een subsidieverstrekking aan een seed business angel fonds. De minister gebruikt voor de lening het model dat in bijlage van deze regeling is opgenomen (bijlage 3.10.2 van de RNES), met dien verstande dat hij dit model kan aanvullen indien dat zinvol is voor het doel van de subsidieverstrekking (artikel 3.10.3, tweede lid, van de RNES). Hiermee kan bijvoorbeeld rekening gehouden worden met het specifieke karakter van de fondspartijen.

In de overeenkomst van geldlening wordt eveneens bepaald dat de financier tot zekerheid van nakoming van het in die overeenkomst bepaalde aan de Staat een pandrecht verstrekt op de aandelen en achtergestelde vorderingen die in het kader van een participatie zijn verkregen (tweede lid).

Artikelen 3.10.12d en 3.10.12e

Het bedrag van de geldlening aan het seed business angel fonds bedraagt in beginsel 50 procent van het totale investeringsbudget (artikel 3.10.12d). Op grond hiervan verstrekt de minister in beginsel voor elke participatie 50 procent van de verkrijgingsprijs. Het maximumbedrag van de geldlening is ingevolge artikel 3.10.12e € 1.000.000. Indien het totale investeringsbudget meer dan € 2.000.000 bedraagt, dan zal de geldlening door dit maximumbedrag minder dan 50 procent van het investeringsbudget bedragen. Ook voor de financiering per participatie geldt dan dit lagere percentage.

Artikel 3.10.12f

De aanvraag wordt ter advisering voorgelegd aan een afvaardiging van de Adviescommissie seed capital technostarters. Gelet op het feit dat er niet hoeft te worden gerangschikt, is het niet nodig voor de beoordeling van een dergelijke aanvraag de gehele Adviescommissie seed capital technostarters bijeen te roepen, zoals wel gebruikelijk is bij de beoordeling van een aanvraag van een startersfonds (zie artikel 3.10.6 van de RNES). Daarom wordt de aanvraag voorgelegd aan een afvaardiging die uit drie leden bestaat. De samenstelling van de afvaardiging zal worden vastgesteld door de Staat en zal worden bepaald aan de hand van de beschikbaarheid en de achtergrond van de leden van de adviescommissie. Er zal gewaarborgd worden dat er de juiste mix aan expertise is. De in het Kaderbesluit EZ-subsidies en de in artikel 3.10.12g genoemde afwijzingsgronden zijn leidend voor advisering door de afvaardiging. Na ontvangst van het advies van de commissie besluit de minister vervolgens over de aanvraag.

Artikel 3.10.12g

In dit artikel zijn de gronden voor afwijzing van een aanvraag opgenomen. Deze zijn grotendeels gelijk aan de afwijzingsgronden, zoals die gelden voor de startersfondsen.

Onderdeel a ziet op de financiële draagkracht van het seed business angel fonds. Voorkomen moet worden dat de minister de beschikbare middelen committeert aan een seed business angel fonds dat uiteindelijk zelf niet de benodigde middelen beschikbaar heeft. Met het oog hierop dient de aanvrager aannemelijk te maken dat hij beschikt of zal kunnen beschikken over de benodigde middelen.

Onderdeel b houdt verband met de notie dat het investeren in technostarters niet mogelijk is zonder dat de business angels de goede deskundigheid, ervaring en netwerken in huis hebben. De business angels kunnen deze expertise hebben opgedaan met het doen van eerdere investeringen of door zelf succesvol een of meerdere onderneming(en) te hebben opgezet in het verleden.

Het seed business angel fonds dient bij de aanvraag een fondsplan in, dat voldoende onderbouwd dient te zijn om te kunnen beoordelen of het een redelijke kans van slagen heeft (onderdeel d). Indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat het fondsplan naar behoren wordt uitgevoerd (onderdeel g), wordt de aanvraag afgewezen. In onderdeel c zijn de uitgangspunten opgenomen waaraan een fondsplan van een seed business angel fonds moet voldoen. Indien niet aan deze vereisten is voldaan, zal de minister afwijzend op een aanvraag beschikken.

Ten eerste dient de periode waarin wordt geïnvesteerd ten hoogste zes jaar te beslaan, gevolgd door een periode van desinvestering van ten hoogste zes jaar. Ten tweede gelden minima en maxima voor de participaties per technostartervennootschap: de financiering per technostarter dient in een bandbreedte van € 50.000 tot € 500.000 te vallen. Deze bedragen zijn een stuk lager dan de bedragen bij de reguliere startersfondsen, omdat de investeringen in een eerdere fase plaatsvinden waar de kapitaalbehoefte nog lager is. Ten derde bedraagt de gemiddelde totale financiering per technostarter niet meer dan € 350.000. Ten vierde geldt dat de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen beperkt wordt tot maximaal 25 procent van het totaal van de verkrijgingsprijzen van de participaties, om de seed business angel fondsen te stimuleren hoofdzakelijk met aandelen te participeren. Ten vijfde dient hiervoor een marktconforme rente, te weten een rente die ten minste gelijk is aan de referentierente (referentierentevoet voor Nederland van de Europese Commissie vermeerderd met 4 procent), bedongen te worden. Ten zesde, de technostarters waarin geïnvesteerd wordt, dienen ten minste redelijke rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven te hebben. Ten zevende, om te zorgen dat het seed business angel fonds daadwerkelijk een (kleine) portefeuille aan deelnemingen opbouwt, dienen de participaties verkregen te worden in meerdere, onafhankelijk van elkaar opererende, technostartervennootschappen. Ten achtste wordt bij de beslissing inzake verkrijging van participaties rekening gehouden met het ondernemersplan van de technostarter. Om te zorgen dat de seed business angel fondsen investeren in de vroege fase van een startup, is ten negende opgenomen dat in de technostartervennootschappen waarin geïnvesteerd wordt, niet eerder een participatie is verkregen door een investeringsfonds, behalve als deze door een informal investor verkregen is.

Omdat de subsidie voor de seed business angel fondsen verdeeld zal worden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen (artikel 3.10.12h), zijn de rangschikkingscriteria voor startersfondsen uit artikel 3.10.8 in dit artikel opgenomen als afwijzingsgronden (onderdelen e, f en h). Deze voorwaarden zorgen ervoor dat alleen fondsen die voldoende kans van slagen hebben, gehonoreerd zullen worden. De voorwaarde dat het fondsplan moet bijdragen aan de opbouw van succesvolle technostarterondernemingen, dient er voor te zorgen dat business angels naast kapitaal ook echt begeleiding bieden in de vorm van kennis, kunde, netwerk en ervaring (smart capital). Bij het doelmatigheidsvereiste gaat het onder meer om de prijskwaliteitsverhouding en de omvang van de beheerskosten voor zowel het seed business angel fonds als ook de kosten die bij de participaties in rekening worden gebracht door de seed business angel fondsen.

De afwijzingsgrond met betrekking tot de gedragslijn (onderdeel i) wordt toegelicht onder artikel 3.10.12k.

Tot slot wordt de aanvraag afgewezen, indien de belangen van de Staat kunnen worden geschaad (onderdeel l). Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarin het seed business angel fonds wordt ingericht op een wijze die niet afdoende rekening houdt met het belang van de Staat als verstrekker van de geldlening aan het seed business angel fonds, bijvoorbeeld wanneer het seed business angels fonds ingericht is om al bestaande investeringen van de business angels via het seed business angels fonds verder te financieren. Hierdoor kunnen de belangen van de business angels en de staat mogelijk niet meer parallel lopen.

Artikel 3.10.12h

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen waarop niet afwijzend is beschikt. Voor deze verdelingssystematiek is gekozen om het voor de seed business angel fondsen mogelijk te maken het hele jaar voorstellen in te dienen.

Artikel 3.10.12i

Dit artikel verklaart artikel 3.10.10 van de RNES van overeenkomstige toepassing. In dit artikel is de door het seed business angel fonds te bepalen hoogte van de vergoeding vastgelegd. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in perioden met een daaraan gerelateerd overboekingspercentage. Zodra de inkomsten uit de participatie op dezelfde hoogte zijn als de eigen bijdrage van de fondspartijen, respectievelijk het door het ministerie geleende bedrag, verandert het percentage dat aan het ministerie moet worden overgeboekt. Dit percentage bedraagt ingevolge artikel 3.10.10, tweede lid, in de perioden A, B en C respectievelijk 20 procent, 50 procent en 20 procent indien het bedrag van de geldlening de helft van het investeringsbudget uitmaakt. Deze percentages dienen echter naar rato te worden verlaagd, indien de geldlening minder dan de helft van het investeringsbudget uitmaakt. De hoogte van de vergoeding kan afwijkend worden vastgesteld door de minister, indien het seed business angel fonds in strijd heeft gehandeld met hetgeen in deze regeling of in de overeenkomst tot geldlening is bepaald (artikel 3.10.10, derde lid).

Artikel 3.10.12j

Op grond van dit artikel is in bijlage 3.10.2 van de RNES het model voor de geldleningsovereenkomst opgenomen. Deze modelovereenkomst is grotendeels gelijk aan het model bij de startersfondsen (bijlage 3.10.1 bij de RNES). De overeenkomst is op een aantal punten aangepast om specifiek aan te sluiten op de seed business angel fondsen. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bepalingen van geldleningsovereenkomst waar nodig te verduidelijken. Hieronder wordt dit artikelsgewijs toegelicht.

Het model voor de geldleningsovereenkomst bevat onder meer de voorwaarde dat het seed business angel fonds zich beperkt tot de uitvoering van het fondsplan. In samenhang met de regeling voor opname van de lening, opgenomen in artikel 3 van de modelovereenkomst, impliceert dit ook dat alleen participaties worden opgenomen, waarin de financiële bijdrage van de minister is verdisconteerd.

Artikel 1

Dit artikel bevat dezelfde begripsomschrijvingen als de geldleningovereenkomst voor de startersfondsen. Wel zijn er een aantal specifieke aanpassingen gemaakt voor de seed business angel fondsen en zijn de aanpassingen uit onderdeel B van deze regeling eveneens in de begripsbepalingen van de overeenkomst verwerkt.

Artikel 2

Dit artikel bevat de kern van de overeenkomst tot geldlening. Als gebruikelijk kan de verkrijger van de geldlening op bepaalde momenten bedragen van het geleende bedrag opnemen. Daarentegen is geen rente of aflossing verschuldigd. In plaats daarvan dient een bepaald deel van de inkomsten aan de Staat te worden overgeboekt. Tevoren staat niet vast hoe hoog het bedrag is dat de Staat op deze wijze ontvangt. Het kan lager maar ook hoger zijn dan de geleende geldsom. In het tweede lid wordt de mogelijkheid geboden om de looptijd van de lening te verlengen. Naar verwachting volstaat in de regel een looptijd van ten hoogste twaalf jaar, waarvan zes jaar voor investering en zes jaar voor desinvestering. Het is echter denkbaar dat een participatie aan het einde van deze periode sterk in waarde vermeerdert. Het zou dan ongewenst zijn als de overeenkomst zonder meer zou verplichten tot vervreemding van de participatie. Een zwaarwegend belang kan ook aan de orde zijn, indien de bedrijfseconomische positie van de betreffende technostarter sterk zou worden geschaad bij handhaving van de uiterste termijn voor vervreemding van de participatie.

Artikel 3

In het eerste lid van dit artikel is aangeduid hoe op grond van de overeenkomst tot geldlening bedragen kunnen worden opgenomen. Het kan zijn dat bij de verkrijging van een participatie overeen wordt gekomen dat het risicokapitaal gefaseerd wordt overgeboekt aan de technostarter. Van belang is dat dan de opname plaatsvindt, indien het seed business angel fonds ook betalingen aan de technostarter gaat verrichten of al heeft verricht. Anders zou het opgenomen seed business angel fonds zonder reden gedurende langere tijd middelen van de staat onder zich hebben.

Op grond van het tweede en derde lid dient het seed business angel fonds bij opname van de lening kenbaar te maken dat de betreffende participatie kan worden aangemerkt als een participatie in de zin van de overeenkomst. Daarnaast zijn er zekerheidsstellingen opgenomen voor de Staat om haar positie als leningsverstrekker te kunnen verdedigen. Dit wordt bereikt door een pandrecht, eerste in rang, te vestigen op de aandelen en of achtergestelde vorderingen van het seed business angels fonds in het kader van een participatie.

Verder worden er in het vierde lid voorwaarden gesteld aan een betaling door de Staat. Hierbij wordt gelet op de continuïteit van het seed business angels fonds, dient een stortingsbewijs van de verkrijgingsprijs van de participatie te worden overlegd en dient de verpanding binnen een vastgestelde termijn gerealiseerd te zijn.

In het vijfde lid is opgenomen dat het seed business angels fonds in de desinvesteringsperiode de participaties die verkregen zijn in de investeringsperiode, mag uitbreiden. Deze bepaling voorkomt dat met behulp van een vervolginvestering de verdere groei van de technostarter belemmerd wordt.

Artikel 4

In deze bepaling is het regime voor overboeking van inkomsten uit participaties aan de Staat uitgewerkt. Op grond van het eerste lid dient deze overboeking van het rechtmatige deel van de inkomsten, zijnde het deel dat conform het derde lid aan de Staat moet worden overgemaakt, direct plaats te vinden, dat wil zeggen binnen een maand nadat de inkomsten door het seed business angel fonds zijn ontvangen. Een uitzondering geldt voor inkomsten die niet direct op geld waardeerbaar zijn, zoals opties. Deze inkomsten dienen op een later tijdstip, maar vóór verloop van de looptijd van de overeenkomst tot geldlening, te worden verrekend met de Staat.

In het tweede lid worden de terugbetalingsverhoudingen in de drie periodes A, B en C uiteengezet. Seed business angel fondsen die relatief snel een goede vervreemding van een participatie weten te realiseren door middel van een verkoop van het aandelenbelang of een verkoop van activa (en mogelijk ook passiva), zullen in de praktijk snel naar een volgende periode doorschuiven, waardoor een ander (partieel) terugbetalingsregime van toepassing wordt. Periode C is echter alleen van toepassing, indien en voor zover óók de lening van de Staat afgelost is. Bij aanvullende opnames onder de lening van de Staat herleeft dan ook (partieel) de toepasselijke eerdere periode. In de dagelijkse praktijk zal dit mogelijk aan de orde kunnen zijn in periode B, maar een (partiële) terugval van periode B naar periode A is in dit kader ook mogelijk. Zowel de ontvangstdatum van inkomsten voor het seed business angel fonds als de datum van de finale sluiting van het seed business angel fonds zijn meetmomenten, waarop de Staat aan de hand van de daadwerkelijke hoogte van de geldlening en de som van inkomsten het van toepassing zijnde terugbetalingsregime vaststelt.

Het genoemde ‘tijdstip’ is dan ook niet één vast moment in de tijd. Deze werkwijze zorgt er uiteindelijk voor dat alle seed business angel fondsen naar verhouding evenredig veel afdragen aan de Staat. In het achtste lid is een bepaling opgenomen voor inkomsten die niet direct te gelde kunnen worden gemaakt in de desinvesteringsperiode.

Artikel 5

In dit artikel worden de randvoorwaarden voor het verkrijgen van participaties bepaald. Voordat het seed business angel fonds een participatie verkrijgt, dient het na te gaan of aan deze randvoorwaarden wordt voldaan. In het fondsplan dient te worden aangeduid, hoe het fonds deze beoordeling zal doen. Dit geldt onder meer ten aanzien van het vereiste dat participaties alleen kunnen worden verkregen in een bedrijf dat voldoet aan de criteria van technostartervennootschap, zoals bepaald in artikel 1, onderdeel v.

Ingevolge het tweede lid kunnen participaties alleen tegen betaling van een geldsom worden verkregen. Op deze wijze wordt de transparantie van het participatiebeleid en de uitvoerbaarheid van dit hoofdstuk bevorderd.

Op grond van het derde lid kan het seed business angel fonds geen participaties verkrijgen, indien recentelijk meer middelen aan de technostartervennootschap zijn onttrokken dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering. Op deze wijze wordt verhinderd dat de participatie waarbij de geldlening van de Staat wordt gebruikt, feitelijk dient als herfinanciering van een bestaande vordering of reeds uitgegeven aandelen. Dan zou dit instrument aan zijn doel voorbijschieten.

Het vierde lid bevat de randvoorwaarde dat niet meer dan één seed business angel fonds in dezelfde technostarter een participatie kan verkrijgen. Hiermee wordt cumulatie van participaties die in zekere zin als staatssteun kunnen worden aangemerkt, voorkomen.

Het vijfde lid beoogt te voorkomen dat onheldere relaties tussen het seed business angel fonds en de technostarter ontstaan als gevolg van reeds bestaande zakelijke relaties tussen de technostarter en betrokkenen bij het seed business angel fonds. Als betrokkenen kunnen hier worden beschouwd degenen die een rol spelen bij de besluitvorming over participaties, zoals de fondsbeheerder, aandeelhouders, adviseurs en dergelijke.

Het zesde lid bepaalt dat het seed business angel fonds bij het verkrijgen van een participatie de voorwaarde stelt dat de technostarter schriftelijke toestemming moet vragen voor een activa/passiva transactie. Hierdoor kan worden voorkomen dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad doordat de activa/passiva in een technostarter worden verkocht zonder medeweten van het seed business angel fonds. Dit is ook een gebruikelijke bepaling in de transactiedocumentatie bij investeringsfondsen. In dit kader wordt een activa/passiva transactie, naast een vervreemding van aandelen, ook expliciet als vervreemding van een participatie aangemerkt.

Artikel 6

Het is van belang dat de vervreemding van participaties gebeurt op een wijze, waarbij de belangen van de Staat niet tekort wordt gedaan. Een vervreemding binnen twee jaar is niet gebruikelijk en bergt het risico in zich dat de participatie ten koste van de technostarter wordt vervreemd. Verder moet ook voorkomen worden dat bij de vervreemding sprake is van een oneigenlijke belangenvermenging van seed business angel fonds, fondsbeheerder en aandeelhouders of vennoten. In verband hiermee is in het tweede lid bepaald dat de vervreemding tegen een marktconforme prijs moet plaatsvinden. Indien vervreemding plaatsvindt aan betrokkenen bij het fonds, kan de kans op belangenvermenging op voorhand aanwezig worden geacht. In dat geval worden aanvullende eisen gesteld om de marktconformiteit van de prijs te garanderen. Het vierde lid voorziet er in dat ook in een activa/passiva transactie met betrokken partijen bij het seed business angels fonds de belangen van de Staat geborgd zijn. Wanneer het fonds de participaties vervreemdt, zal de Staat uiteraard haar volledige medewerking verlenen voor het opheffen van het pandrecht, mits aan de voorwaarden uit de geldleningsovereenkomst is voldaan. Dit komt tot uitdrukking in het vijfde lid.

Artikel 7

In dit artikel zijn zowel algemene als specifieke bepalingen opgenomen om te bevorderen dat het investeringsbeleid van het fonds aansluit bij de doelstelling van dit instrument. De algemene bepalingen betreffen de noodzaak van een actief en winstgericht beleid, waarbij de nodige maatregelen worden genomen om belangenverstrengeling tegen te gaan. Indien daartoe aanleiding is, kan de minister op grond van het derde lid een persoon machtigen overleg van het seed business angel fonds bij te wonen. Een voorbeeld van belangenverstrengeling en de mogelijke gevolgen daarvan is de situatie waarin een aandeelhouder van een seed business angel fonds die tevens aandeelhouder is van een ander participatiefonds, participaties van het ene naar het andere fonds overdraagt tegen kunstmatige prijzen, waardoor het seed business angel fonds benadeeld wordt. Het vierde lid voorziet er in dat een betrokkene bij het seed business angel fonds geen vervolginvesteringen doet in participaties van het seed business angel fonds, buiten het seed business angel fonds om (een zogenaamde ‘no further indebtness’ clausule). In het vijfde lid is bepaald dat betrokkenen bij het fonds geen medewerking verlenen aan participaties van derden tegen niet-marktconforme voorwaarden. Op deze wijze wordt voorkomen dat men het vereiste van marktconformiteit door tussenkomst van derden kan ontwijken. Het zesde lid bevat bepalingen om te voorkomen dat de begeleidingskosten voor de technostarters overmatig zijn.

Artikel 8

In dit artikel zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de administratie en de informatieverstrekking van het seed business angel fonds en haar participaties aan de Staat. De in het tweede en derde lid bedoelde verslaglegging biedt de Staat de mogelijkheid de uitvoering van het fondsplan te beoordelen. Gevoegd bij de verantwoording die per participatie plaatsvindt kan de Staat aan de hand van de jaarlijkse verslaglegging, vergezeld van een accountantsverklaring, bepalen of het seed business angel fonds bij het verkrijgen, beheren en vervreemden van participaties de in de overeenkomst bepaalde verplichtingen in acht neemt. Aan het einde van de desinvesteringsperiode zullen in beginsel alle participaties vervreemd zijn en het relevante deel van de inkomsten is alsdan overgeboekt aan de Staat.

Artikel 9

Bij de aanvraag voor een seed business angels fonds, worden de uitgangspunten van de twee aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten gedurende de totale fondsperiode vastgelegd in een fondsplan. Het betreft een plan van het seed business angel fonds tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten die bestaan uit het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties en het begeleiden van de desbetreffende technostartervennootschappen. Om te voorkomen dat de belangen van de Staat als verstrekker van de geldlening aan het seed business angel fonds kunnen worden geschaad door een wijziging van het fondsplan gedurende de looptijd van de lening, dient men voorgenomen wijzigingen vooraf en gemotiveerd voor te leggen aan de Staat. Een instemming van de Staat dient te allen tijde schriftelijk vastgelegd te worden.

Artikel 10

Zo nodig kan de overeenkomst door de Staat worden opgezegd op de in het eerste lid genoemde gronden. Op grond van onderdeel b kan opzegging plaatsvinden indien het seed business angel fonds zijn verplichtingen niet nakomt. Daarnaast is opzegging door de Staat mogelijk indien de status van het seed business angel fonds is gewijzigd, hetzij doordat het aantal aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten lager is geworden dan het minimum, hetzij indien faillissement of een vergelijkbare voorziening van het startersfonds is aangevraagd, hetzij bij ontbinding van het seed business angel fonds. Ten slotte kan de Staat de overeenkomst opzeggen, indien deze als gevolg van Europeesrechtelijke ontwikkelingen niet langer in overeenstemming zou zijn met de regels van de Europese Unie ten aanzien van staatsteun. In dat geval kunnen bestaande verplichtingen immers niet in alle gevallen gecontinueerd worden.

Voor zover deze opzeggingsgronden verband houden of verband kunnen houden met een tekortkoming die hersteld kan worden, dient op grond van het tweede lid de Staat daarvoor de gelegenheid te bieden. Bij opzegging kan de Staat in elk geval aanspraak maken op terugbetaling van de onder de lening opgenomen bedragen, vermeerderd met een boete van 50 procent. Voor zover de Staat verwacht dat de participaties die het startersfonds heeft ten tijde van de opzegging inkomsten voor de Staat zullen genereren die uitkomen boven het aan het startersfonds geleende bedrag, zal de Staat daarvoor schadevergoeding van het startersfonds kunnen eisen. Het ligt in de rede dat de partijen bij opzegging van de overeenkomst in onderhandeling treden en in een vaststellingsovereenkomst regelen hoe de overeenkomst tot geldlening dient te worden afgewikkeld. Het derde lid ziet erop toe dat de Staat de bedongen zekerheden kan uitwinnen bij opzegging van de overeenkomst.

Artikel 3.10.12k

De informatieverplichtingen uit artikel 3.10.12 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag voor een subsidie voor een seed business angel fonds. Daarnaast dient het seed business angel fonds overeenkomstig het tweede lid een op schrift gestelde gedragslijn voor het seed business angel fonds aan te leveren. Belangenverstrengeling bij het seed business angel fonds dient voorkomen te worden. Hiertoe is in de geldleningsovereenkomst, net als in de geldleningsovereenkomst voor de startersfondsen, opgenomen dat het seed business angel fonds een expliciete gedragslijn moet hanteren om belangenverstrengeling te voorkomen en de in dit verband noodzakelijke maatregelen dient te nemen. Omdat er niet zoals bij de startersfondsen een afvaardiging is van de private investeerders in het startersfonds die zullen kijken naar mogelijke belangenverstrengeling, is het wenselijk om deze gedragslijn bij beoordeling van de subsidieaanvraag van een seed business angel fonds mee te nemen. Een gedragslijn die onvoldoende vertrouwen geeft dat hiermee belangenverstrengeling voorkomen kan worden, kan reden zijn voor afwijzing van de aanvraag (artikel 3.10.12g, eerste lid, onderdeel i). De gedragslijn dient in ieder geval een overzicht te geven hoe het ontstaan van belangenverstrengeling wordt voorkomen en welke maatregelen in dit verband worden genomen.

Artikel I, onderdeel H (artikel 3.10.12l)

Om de doeltreffendheid van de regeling goed te kunnen meten is er een evaluatiebepaling opgenomen. De gegevens die in het kader van de evaluatie bij de deelnemers opgevraagd worden, moeten wel proportioneel zijn en passen bij wat redelijkerwijs kan worden verlangd. Hierbij moet ook gedacht worden aan de zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. De verplichting om mee te werken aan de evaluatie geldt tot vijf jaar na de dag, waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel II

Met dit artikel wordt de tabel behorende bij artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 aangepast in verband met de openstelling van de paragraaf seed business angel fondsen in de seed capital subsidiemodule. Deze openstelling loopt vanaf 3 juli 2017 tot en met 31 december 2017.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2017. Met bekendmaking en inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Deze afwijking is gerechtvaardigd omdat de doelgroep gebaat is bij een spoedige inwerkingtreding.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp