Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 november 2016, nr. 2016-0000739094, houdende wijziging van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014

De Minister voor Wonen en Rijksdienst;

Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikel 2.7, tweede lid, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 wordt als volgt gewijzigd:

A

In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘artikel 70, eerste lid, van de Woningwet’ vervangen door: artikel 19, eerste lid, van de Woningwet.

B

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3. Bezoldigingsmaxima

De bezoldiging van een topfunctionaris van een toegelaten instelling bedraagt per bezoldigingsklasse ten hoogste:

Bezoldigingsklasse

Maximale bezoldiging

A

84.000

B

95.000

C

106.000

D

114.000

E

132.000

F

151.000

G

170.000

H

181.000

C

In de bijlage wordt ‘bedoeld in bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector’ telkens vervangen door: bedoeld in bijlage 3 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

TOELICHTING

1. Algemeen

Op grond van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 (hierna: de regeling), die sinds 1 januari 2014 van kracht is, worden de bezoldigingen van directeuren/bestuurders en van de leden van de Raad van Commissarissen van woningcorporaties aan verlaagde sectorale maxima gebonden. De regeling is een uitwerking van artikel 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (hierna: WNT) en kent een klassenindeling op grond van het aantal verhuureenheden en de gemeentegrootte waar de corporatie werkzaam is. Het bezoldigingsmaximum van de hoogste klasse is gelijk aan het wettelijke bezoldigingsmaximum genoemd in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT (hierna: het bezoldigingsmaximum van de WNT).

Het bezoldigingsmaximum van de WNT bedroeg per 1 januari 2016 € 179.000. Dit bedrag wordt per 1 januari 2017 verhoogd tot € 181.000.1 Daarmee is gevolg gegeven aan het bepaalde in artikel 2.3, tweede en derde lid, van de WNT, op grond waarvan het bezoldigingsmaximum per 1 januari van elk jaar wordt aangepast aan de ontwikkeling van de contractuele loonkosten voor de overheid, zoals deze voor het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is bepaald, tenzij deze ontwikkeling niet tot een verhoging leidt. Omwille van de consistentie en de wens om voor alle topfunctionarissen bij woningcorporaties een gelijke ontwikkeling van het bezoldigingsmaximum te bewerkstelligen, zijn ook de maximumbedragen behorend bij elke bezoldigingsklasse met hetzelfde door het CBS bepaalde cijfer aangepast2, met dien verstande dat de bedragen na verhoging op € 1.000 naar boven zijn afgerond.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om twee foutieve verwijzingen aan te passen.

2. Effecten

Met uitzondering van de zeer geringe administratieve last die gepaard gaat met het kennis nemen van de nieuwe maxima per bezoldigingsklasse, brengt de onderhavige regeling geen additionele administratieve lasten met zich mee.

3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. Daarmee is voldaan aan de vaste-verandermomenten. In overeenstemming met artikel 2.7, tweede lid, WNT is deze regeling gepubliceerd vóór 30 november van dit jaar.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Dit onderdeel betreft het herstel van een foutieve verwijzing. Met ingang van 1 juli 2015 is de Woningwet herzien.3 De definitie van een toegelaten instelling in onderhavige regeling is in lijn gebracht met de gewijzigde Woningwet door de verwijzing naar artikel 70, eerste lid, van de Woningwet in de definitie van toegelaten instellingen in artikel 1, onderdeel a, te vervangen door een verwijzing naar artikel 19, eerste lid, van de Woningwet.

Artikel I, onderdeel B

In dit onderdeel wordt de tabel in artikel 3 met daarin de nieuwe bezoldigingsmaxima per bezoldigingsklasse4 vastgesteld. De klasse-indeling, die gebaseerd is op verhuureenheden, is opgenomen in de bijlage bij de regeling.

Ten aanzien van het aantal verhuureenheden dat meetelt voor de klasse-indeling wordt het volgende opgemerkt. Op grond van de in 2015 herziene Woningwet zijn woningcorporaties verplicht om bezit dat niet tot het daeb (dienst van algemeen economisch belang) gebied van de corporatie behoort te scheiden van het deel dat daar wel toebehoort. Uiterlijk 1 januari 2018 dient dit te zijn geëffectueerd.

Het scheiden van het niet-daeb-deel van het bezit kan op twee manieren: in de vorm van een administratieve scheiding, waarbij het bezit eigendom blijft van de woningcorporatie, en in de vorm van een juridisch afgesplitste entiteit waarin de woningcorporatie aandeelhouder is. In het eerste geval (administratieve scheiding) blijft het bezit meetellen voor de bepaling van het aantal verhuureenheden conform deze regeling. In het geval van een aparte rechtspersoon tellen de daar ondergebrachte verhuureenheden niet mee voor de bepaling van de bezoldigingsklasse van de topfunctionarissen van de woningcorporatie.

Artikel I, onderdeel C

In de bijlage bij de regeling worden de verwijzingen naar bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector aangepast. Dit besluit is tegelijk met de herziening van de Woningwet komen te vervallen. Thans wordt verwezen naar bijlage 3 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

4 Tabel met indicatieve bedragen bruto beloningen behorend bij bezoldigingsmaximum per klasse

Bezoldigingsklasse

Indicatief bedrag bruto beloning

A

71.000

B

80.000

C

90.000

D

98.000

E

115.000

F

134.000

G

152.000

H

163.000


X Noot
1

Regeling van 26 augustus 2016, nr. 2016-0000491977, Stcrt. 2016, 45837.

X Noot
2

Dit is een percentage van 0,6%. Dit percentage is te vinden op de website staline.cbs.nl.

X Noot
3

Stb. 2014, 249.

Naar boven