Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtStaatscourant 2016, 51142Overig



Verordening Routering vervoer gevaarlijke stoffen Utrecht 2016

Logo Utrecht

Verordening van Utrecht 2016, nr. 19

 

Verordening routering vervoer gevaarlijke stoffen 

(raadsbesluit van 15 september 2016)

 

De raad van de gemeente Utrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2015, nummer 109871; gelet op de artikelen 24, 25, 28 en 29 van de gewijzigde Wet vervoer gevaarlijke stoffen; gelet op het belang van de openbare veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen op gemeentelijke wegen,

 

B E S LU I T

 

vast te stellen de Verordening Routering vervoer gevaarlijke stoffen Utrecht 2016

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Gevaarlijke stoffen – stoffen zoals bedoeld in artikel 1 Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

  • 2.

    Routeplichtige stoffen – de door de Minister vanInfrastructuur en Milieu aangewezen gevaarlijke stoffen in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

  • 3.

    wegen - voor het openbaar verkeer openstaande wegen in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 4.

    vervoer van gevaarlijke stoffen: handeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

     

Hoofdstuk 2 Routering vervoer gevaarlijke stoffen

 

Artikel 2 Aanwijzing routering vervoer gevaarlijke stoffen

  • 1.

    De volgende wegen zijn aangewezen voor het vervoer over de weg van routeplichtige gevaarlijke stoffen waarover het transport is toegestaan:

     

  • -

    Lus naar Floraweg en Ruimteweg:

     

Afslag Lage Weide (Zuilensering) - Utrechtseslag – Ruimteweg – Floraweg - Lageweidseslag

 

  • -

    Heen en weer naar BASF:

     

    • a.

      Afslag De Meern (A12, vanaf Gouda) – Meerndijk – C.H. Letchertweg – Strijkviertel – BASF

    • b.

      Afslag De Meern (A12, vanaf Arnhem) – C.H. Letchertweg – Strijkviertel – BASF

    • c.

      BASF – Strijkviertel - C.H. Letchertweg – oprit A12 (richting Gouda)

    • d.

      BASF – Strijkviertel - C.H. Letchertweg – Meerndijk - oprit A12 (richting Arnhem)

       

  • -

    Lus naar Proostwetering:

     

Afslag N230 (A2, vanaf beide richtingen) – (Viaduct A2) - Haarrijnserading – Annie Romeinhaghe – De Heldinnenlaan – Proostwetering – Nieuwewetering – Haarrijnserading - (Viaduct A2).

 

  • -

    Knooppunt Laagraven:

     

Rotonde die de op- en afritten van de A12 aan elkaar koppelt pluseen stukje van de Laagravenseweg (N408) op het grondgebied van Utrecht.

 

  • -

    Afslag 16 (Nieuwegein, Papendorp) van A12

     

    • a.

      Afslag 16 (A12, vanaf Gouda) – afrit komt uit bij de gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein

    • b.

      Afslag 16 (A12, vanaf Arnhem) – Papendorpseweg tot aangemeentegrens Utrecht/Nieuwegein

    • c.

      Gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein – T-splitsing A.C. Verhoefweg/Papendorpseweg/oprit A12 – oprit A12 (richting Arnhem)

    • d.

      Gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein – Papendorpseweg - oprit A12 (richting Gouda)

       

Zoals aangeduid op de kaart opgenomen in de bijlage vandeze verordening.

 

Artikel 3 Ontheffingverlening van de routering

  • 1.

    Het college vanburgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod van artikel 28 WVGS, indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen.

  • 2.

    De ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt verleend voor de duur van maximaal een jaar.

     

Artikel 4 Evaluatie routering gevaarlijke stoffen

De routering van gevaarlijke stoffen wordt tenminste iedere vijf jaar door het college van burgemeester en wethouders geëvalueerd en zo nodig door de gemeenteraad herzien. De eerste evaluatie vindt plaats vijf jaar na vaststelling van dit besluit.

 

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

 

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste kalendermaand na bekendmaking in de Staatscourant.

 

Artikel 6 Vervallen

Het besluit invoering van de routering transport van gevaarlijke stoffen Utrecht 2003, DSO 03.107784/03.6125 BGS, 12 augustus 2003 (Gemeenteblad van Utrecht 2003, nr. 184) komtmet inwerkingtreding van deze verordening te vervallen.

 

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening routering vervoer gevaarlijke stoffen gemeente Utrecht 2016.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 15 september 2016.

 

De griffier, De burgemeester,

mr. M.van Hall, Mr. J. van Zanen

 

Nota van toelichting verordening routering vervoer gevaarlijke stoffen.

 

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Voor de bevoorrading van een aantal bedrijven in de stad is het nodig dat vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt binnen de bebouwde kom.

Volgens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen geldt dat de vervoerder van gevaarlijke stoffen verplicht is de bebouwdekom van een gemeente te vermijden, behalve voor laden en lossen en wanneer er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is.

De Wet vervoer gevaarlijke stoffen biedt de gemeente Utrecht de mogelijkheid om dit vervoer te reguleren. Door middel van een verordening is het mogelijk bepaalde wegen aan

te wijzen als verplichte route. Aanwijzing van verplichte routes in de gemeentelijke routering brengt met zich dat de andere wegen binnen hetgrondgebied van de gemeente niet zijn toegestaan voor het vervoer behalve als er een ontheffing is verleend.

 

Wetswijziging vervoer gevaarlijke stoffen: nieuwe routering

Per 1 april 2015 isde Wet tot wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb 2013, 307) in werking getreden. Hierdoor is de huidige Utrechtse routering van 2003 achterhaald geraakt.

Gemeentelijke routeringen moeten binnen tweejaar na de wetswijziging worden aangepast (artikel II overgangsrecht Wet tot wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen). De gemeentelijke verleende ontheffingen worden gelijk gesteld met die krachtens de gewijzigde Wvgs worden verleend. Er is geen overgangsrecht opgenomen over aanvragen voor ontheffingen, omdat er voor wat betreft het toetsingskader / aanvraagprocedure niets verandert naar aanleiding van de wetswijziging.

Het bijgaand bestuursvoorstel betreft de vaststelling van een verordening routering vervoer gevaarlijke stoffen voor gemeentelijke wegen (hierna aangeduid als routering).

Voor Utrecht geldt sinds 2003 een routering. In de routering waren alleen rijkswegen aangewezen en werd transport over gemeentelijke wegen via ontheffingen gereguleerd.

Volgens de gewijzigde Wet vervoer gevaarlijke stoffen mogen rijkswegen niet meer in de gemeentelijke routering zijn aangewezen omdat het Rijk de rijkswegen al heeft aangewezen in het zogenaamde Basisnet. De nieuwe routering bevat daarom geen rijkswegen meer,

maar gemeentelijke wegen. Deze wegen zijn bestaande routes die al werden gebruikt, maar tot nu toe op grond van ontheffingen. Als gevolg van de nieuwe routering hoeven  er minder ontheffingen te worden verleend.

De gemeente moet er voor zorgen dat de aangewezen wegen aansluiten op de wegen die door de provincie en/of het Rijk zijn aangewezen. Een vervoerder moet dus bij het verlaten vande gemeente altijd weeruit kunnen komen op hetprovinciale /rijkswegen-netwerk.

 

Doel Routering: veiligheid en inzicht

De noodzaak van deze routering is om wegen en/of weggedeelten aan te wijzen met als doel de openbare veiligheid in Utrecht blijvend optimaal te reguleren.

 

Naast het gegeven dat een routering de mogelijkheid biedt om de transporten via een zo veilig mogelijke route te sturen, biedt het tevens de mogelijkheid om inzicht te krijgen in het aantal transporten per route. Via de vergunning in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) van een bedrijf, isnamelijk (bij benadering) het maximale aantal bevoorradingen af te leiden. Tevens is uit de Wm-vergunning af te leiden met welke transportmiddelen de bevoorrading heeft plaatsgevonden.

De belangrijkste transporten zijn de bevoorradingen van LPG-stations en propaantanks.

Op grond van de ligging van de LPG-stations en de vergunde doorzet aan LPG is een schatting gemaakt van het maximale aantal transporten per route zoals aangegeven in deze routering.

Vervolgens is een toets uitgevoerd met behulp van de rekenmethodiek transportrisico’s. Uit deze toets kan geconcludeerd worden dat er rond de in deze routering aangewezen routes voldaan wordt aan de norm voor het plaatsgebonden risico en dat het groepsrisico bij alle routes ruim onder de waarde van 0,1 oriëntatiewaarde ligt.

 

Reikwijdte: routeplichtige gevaarlijke stoffen over wegen binnen gemeentegrenzen

De routering geldt slechts voor gemeentelijke wegen en is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor, water of buisleiding.

Daarnaast geldt dat de routering geen betrekking heeft op alle gevaarlijke stoffen, maar alleen op het vervoer van de zogenoemde “routeplichtige gevaarlijke stoffen” zoals LPG voor de tankstations, propaan, ammoniak en voor BASF waterstof. Benzine en dieselolie vallen niet onder de routeplicht.

De routeplichtige stoffen zijn door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen in het VLG (Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen), Bijlage 2, hoofdstuk II, tabel 1. Volgens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is de gemeenteraad de bevoegde instantie voor het aanwijzen van de route voor routeplichtige gevaarlijke stoffen binnen de gemeente Utrecht. Een gemeente mag zelf bepalen of zij binnen haar gemeentegrenzen een route voor routeplichtige gevaarlijke stoffen aanwijst. De gemeente moet de verordening routering vervoer gevaarlijke stoffen vastleggen en officieel bekend maken in de Staatscourant.

Als een te vervoeren stof routeplichtig is en er is een routering vastgesteld, is het niet toegestaan om af te wijken van de vastgestelde routering. Dit is alleen toegestaan als de gemeente hiervoor ontheffing aan de transporteur heeft verleend.

 

Routering

De bedoeling van de routering is om maximale flexibiliteit te realiseren voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door middel van een ontheffingsstelsel in combinatie met aanwijzing van vaste routes. Dit met het oog op de snel veranderende stad. Aangezien een ontheffingsstelsel wettelijk alleen mogelijk is als er een verordening bestaat is in 2003 gekozen voor de maximale variant (uitsluitend rijkswegen aangewezen) waarbij voor elke weg/straat binnen Utrecht een ontheffing nodig was. Na de wijziging van de Wetvervoer gevaarlijke stoffen konden geen rijkswegen meer worden aangewezen en moeten nu wegen worden aangewezen binnen de gemeente Utrecht. Omtoch zo veel mogelijk flexibiliteit te behouden is gekozen voor een beperkte aanwijzing van routes. Bij de keuze van de routes hebben de hierna beschreven uitgangspunten een rol gespeeld. In een enkel geval is gekozen voor een route naar één enkel bedrijf (BASF). Daarnaast zijn niet alle LPG-tankstations opgenomen in de aangewezen routes. De reden hiervoor is dat er regelmatig LPG verkooppunten worden opgeheven, o.a. vanwege teruglopende LPG verkoop (dit is een landelijke trend). Een verordening zou dan snel achterhaald kunnen raken."

Er is voorgesteld om de volgende wegen die in de gemeente Utrecht liggen, aan te wijzen als Route transport van gevaarlijke stoffen in de gemeente Utrecht (zie ook de bijgevoegde kaarten):

 

  • -

    Lus naar Floraweg en Ruimteweg:

Afslag Lage Weide (Zuilensering) - Utrechtseslag – Ruimteweg – Floraweg - Lageweidseslag

 

  • -

    Heen en weer naar BASF:

    • a.

      Afslag De Meern (A12, vanaf Gouda) – Meerndijk – C.H. Letchertweg – Strijkviertel – BASF

    • b.

      Afslag De Meern (A12, vanaf Arnhem) – C.H. Letchertweg – Strijkviertel – BASF

    • c.

      BASF – Strijkviertel - C.H. Letchertweg – oprit A12 (richting Gouda)

    • d.

      BASF – Strijkviertel - C.H. Letchertweg – Meerndijk - oprit A12 (richting Arnhem)

       

  • -

    Lus naar Proostwetering:

Afslag N230 (A2, vanaf beide richtingen) – (Viaduct A2) - Haarrijnserading – Annie Romeinhaghe – De Heldinnenlaan – Proostwetering – Nieuwewetering – Haarrijnserading - (Viaduct A2).

 

  • -

    Knooppunt Laagraven:

Rotonde die de op- en afritten van de A12 aan elkaar koppelt pluseen stukje van de Laagravenseweg (N408) op het grondgebied van Utrecht.

 

  • -

    Afslag 16 (Nieuwegein, Papendorp) van A12

    • a.

      Afslag 16 (A12, vanaf Gouda) – afrit komt uit bij de gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein

    • b.

      Afslag 16 (A12, vanaf Arnhem) – Papendorpseweg tot aangemeentegrens Utrecht/Nieuwegein

    • c.

      Gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein – T-splitsing A.C. Verhoefweg/Papendorpseweg/oprit A12 – oprit A12 (richting Arnhem)

    • d.

      Gemeentegrens Utrecht/Nieuwegein – Papendorpseweg - oprit A12 (richting Gouda)

De keuze voor genoemde routes wordt als volgt gemotiveerd.

Een belangrijk uitgangspunt is dat de aangewezen routes (zo veel mogelijk) een verbinding vormen tussen twee andere reeds aangewezen routes, zodat de route een lus vormt en geen eindpunt heeft. Dit heeft de voorkeur omdat voor eindpunten van routes geen borden bestaan.

Een tweede uitgangspunt is dat, waar mogelijk en zinvol, wordt aangesloten op aangewezen routes van buurgemeenten.

De gekozen routes zijn tot stand gekomen in overleg met de Veiligheidsregio Utrecht en de omliggende gemeenten en Rijkswaterstaat.

Per route-onderdeel gelden de volgende overwegingen:

  • -

    De ‘Lus naar Proostwetering’ vormt een ideale lus die begint bij de A2 (onderdeel van het Basisnet) en via die lus weer uitkomt op de A2. Aan de delen van de Proostwetering en Heldinnenlaan die onderdelen vormen van die lus bevinden zich een LPG tankstation en een LNG (vloeibaar aardgas) tankstation. Voor deze tankstations hoeft als gevolg van de aanwijzing geen ontheffingen meer aangevraagd te worden.

  • -

    De ‘Lus naar Floraweg en Ruimteweg’ vormt een verbinding vanaf de Zuilensering (aangewezen route door de gemeente Stichtse Vecht) via die lus weer terug naar de Zuilensering. De Zuilensering sluit vervolgens aan op de A2 (basisnetroute). Door deze lus ontstaat een aansluiting op de in Maarssen gelegen Ruimteweg, Floraweg, Amsterdamseslag en Maarssenbroekseslag, allen aangewezen routes door de gemeente Stichtse Vecht. Op deze manier kunnen de LPG-stations aan de Ruimteweg (Utrechtse deel) en de Floraweg (Maarssense deel) zonder ontheffing bevoorraad worden.

  • -

    De route ‘Heen en weer naar BASF’ vormt weliswaar geen lus, maar ontsluit een belangrijk bedrijventerrein en maakt het voor BASF mogelijk om zonder ontheffing te kunnen bevoorraden.

  • -

    Knooppunt Laagraven vult de ontbrekende schakel in tussen de A12 en de Laagravenseweg op het grondgebied van de gemeente Nieuwegein. Die weg is door de gemeente Nieuwegein als route aangewezen.

  • -

    Afslag 16 (Nieuwegein, Papendorp) van A12 vormt weliswaar geen lus of aansluiting op een door een buurgemeente aangewezen route.

De motivering om deze route aan te wijzen heeft te maken met het feit dat zich in het noordwestelijke deel van Nieuwegein (zuidoost oksel van knooppunt Oudenrijn) een groot aantal propaantanks bevindt. Die situatie zal voorlopig niet veranderen. De bevoorrading van deze tanks gebeurt via de afslag 16 vande A12. Door een stukje van de Papendorpseweg aan te wijzen wordt voorkomen dat diverse leveranciers elk jaar opnieuw voor dit kleine stukje binnen de gemeente Utrecht een ontheffing moeten aanvragen. Voor het resterende (grootste) deel naar het afleveradres (grondgebied Nieuwegein) wordt ontheffing verleend door de gemeente Nieuwegein. De gemeente Nieuwegein heeft voor de bevoorrading van de propaantanks geen route aangewezen. Dat is ook niet zinvol omdat hetom diverse afleverlocaties gaat en daarvoor diverse verschillende routes aangewezen zouden moeten worden. De aanwijzing vanhet stukje van de Papendorpseweg is zinvol omdat alle bedoelde locaties in Nieuwegein via deze weg worden bereikt.

 

De Noordelijke Randweg Utrecht (NRU)is bewust niet aangewezen als route, omdat dit veel sluipverkeer tussen A2 en A27 zou aantrekken van vervoerders van gevaarlijke stoffen naar bestemmingen buiten Utrecht. Hiermee wordt voorkomen dat het risiconiveau langs de NRU onbeheersbaar wordt.

 

Wettelijk kader vervoer gevaarlijke stoffen

Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs), het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs) en in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VGL).

In het kader van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs)zijn de (rijks)wegen aangewezen die van belang worden geacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, sinds 1 april 2015 aangeduid als Basisnet. Daarnaast is in de Wvgs bepaald dat de provincies een netwerk voor hetdoorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen aanwijzen. Het provinciale netwerk moet aansluiten op het Basisnet.

Tevens stelt de Wvgs in artikel 24 lid 2 dat de gemeenteraad de routes binnen het grondgebied van de gemeente kan vaststellen waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen magplaatsvinden. De routes binnen de gemeente moeten aansluiten op het Basisnet of het provinciale netwerk.

Indien geen gemeentelijke route is vastgesteld, geldt op basis van de (Wvgs) dat de transporteur van de gevaarlijke stoffen de bebouwde kom zo veel mogelijk vermijdt (artikel 19 Wvgs).

Wanneer er een route door de gemeente is vastgesteld, dan is automatisch het vervoer van gevaarlijke stoffen op de overige wegen binnen de bebouwde kom niet toegestaan (artikel 28 Wvgs). Burgemeester en wethouders kunnen, indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen, ontheffing verlenen van dat verbod (artikel 29 Wvgs).

Wegen die behoren tot het provinciale netwerk kunnen worden opgenomen in een gemeentelijke routering, wegen die behoren tot het Basisnet (rijkswegen) niet.

In dit voorstel zijn alleen gemeentelijke wegen opgenomen in de gemeentelijke routering. Indien vervoer over provinciale wegen binnen Utrechts grondgebied plaatsvindt, dient dus ontheffing bij de gemeente te worden aangevraagd, ondanks het feit dat de provincie Utrecht de provinciale wegen binnen de gemeente Utrecht in principe heeft vrijgegeven voor vervoer.

 

Effect van de invoering

Als gevolg van deze nieuwe routering zal er niets veranderen in de routes die vervoerders zullen gebruiken om te bevoorraden. De routes die bij de nieuwe routering zijn aangewezen werden voorheen in de praktijk ook algebruikt, maar dan via een ontheffingsregeling.

Aan de huidige veiligheidssituatie van het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom verandert vooralsnog niets. Ook het aantal vervoersbewegingen zal niet wijzigen. Gezien de geringe vervoersfrequentie heeft de routering overigens geen invloed op verkeersplannen.

Door het aanwijzen van enkele gemeentelijke wegen zal voor enkele bedrijven de noodzaak vervallen om nog een ontheffing aan te vragen.

Zo zal bijvoorbeeld door het aanwijzen van de “lus naar Floraweg en Ruimteweg” een aansluiting ontstaan met de gemeentelijke route van Stichtse Vecht van de kern Maarssen. Dit heeft tot gevolg dat voor één LPG-station in Maarssen de noodzaak van een ontheffing vervalt.

 

Mandatering

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 29 Wvgs. Dat wil zeggen voor ontheffingen van het verbod over andere wegen te vervoeren dan de wegen die zijn aangewezen in de routering.

Het hoofd Expertise Milieu is gemandateerd om de ontheffingen te verlenen.

 

Ontheffingen

Deontheffingen voor de aflevering van gevaarlijke stoffen zullen doorgaans voor de duur van

éénkalenderjaar door het college vanburgemeester en wethouders worden verleend. De aanvragen

voor een bepaald kalenderjaar worden daartoe aan het eind van hetvoorgaande kalenderjaar ingediend zodat

deontheffing tijdig kan worden verleend.

Dekeuzes van opgenomen routes in de ontheffingen worden regelmatig afgestemd met de

Veiligheidsregio Utrecht (VRU).

De route die aan een ontheffing wordt verbonden wordt zodanig gekozen dat dichtbevolkte stadsdelen zoveel mogelijk worden vermedenof dat de af te leggen weg zo kort mogelijk is. Routering langs extra kwetsbare gebouwen (b.v. ziekenhuizen, verzorgingstehuizen etc.) worden zo veel mogelijk vermeden.

Per aanvraag wordt bepaald welk traject het beste aan deze uitgangspunten voldoet. Door slechts voor een jaar een ontheffing te verlenen kan goed ingespeeld worden op

veranderende lokale omstandigheden (b.v. wijzigingen in verkeerssituatie). Over het algemeen is de gekozen route het kortste traject dat vanaf een aangewezen route (meestal

een rijksweg) leidt naar een afleveradres en retour. Complicaties kunnen zich voordoen, wanneer een leverancier meerdere dicht bij elkaar gelegen afleveradressen wil bevoorraden. Indie gevallen waarin er totaal gezien minder kilometers door bebouwde omgeving worden afgelegd, kan ontheffing voor een "combinatieroute"worden afgegeven.

Voor incidentele transporten met gevaarlijke stoffen zal de aanvoer met specifieke, eenmalige ontheffingen plaatsvinden.

 

Handhaving

Toezicht en handhaving met betrekking op de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is een taak van de Rijksverkeersinspectie (inspectie voor de Leefomgeving en Transport, ILT) volgens artikel 34, eerste lid Wvgs. Handelen in strijd met de gemeentelijke routering is een economisch delict en wordt dienovereenkomstiggehandhaafd.

Jaarlijks zal door de RUD Utrecht in opdracht van de afdeling Expertise Milieu worden nagegaan of voor alle inrichtingen waar gevaarlijke stoffen moeten worden afgeleverd de benodigde ontheffingen worden aangevraagd. Een volledig en actueel overzicht van de verleende ontheffingen maakt efficiënte controle mogelijk. Bij het ontbreken van een ontheffing zal de Politie/Rijksverkeersinspectie hiervan bericht ontvangen. Hierdoor kan handhaving van deze regeling efficiënt worden uitgevoerd.

De verleende ontheffingen worden verstuurd naar de Veiligheids Regio Utrecht en de Politie, zodat deze instanties steeds over een actueel overzicht beschikken.

De gemeente heeft geen rol in het toezicht of de handhaving van de transportbewegingen binnen de bebouwde kom.

Voorbereidingsprocedurevan de routering en inspraak/beroep

Voor het voorbereiden van het besluit tot vaststellen van de routering en de daar aan gekoppelde ontheffingsregeling is de voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht gevolgd. Het ontwerpbesluit is na bekendmaking in onder

andere in www.officielebekendmakingen.nl en de Staatscourant zes weken ter inzage gelegd en tijdens deze periode is er gelegenheid geboden tot het indienen van zienswijzen.

De betrokken instanties waaronder de bestuur van de veiligheidsregio en de transporteurs zijn ook op de hoogte gesteld van hetontwerpbesluit.

Na behandeling van de zienswijzen zal het advies met eventueel bijgevoegde behandeling vanzienswijzen ter definitieve besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.

Vervolgens wordt het definitieve besluit bekend gemaakt (o.a. in www.officielebekendmakingen.nl, en de Staatscourant).

Belanghebbenden die tijdig hunzienswijze omtrent het ontwerp-aanwijzingsbesluit bij de gemeenteraad kenbaar hebben gemaakt, en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zijdaartoe niet in staat zijn geweest, kunnen schriftelijk beroep instellen bij de Rechtbank Midden-Nederland tegen het besluit van de gemeenteraad tot vaststelling van de routering vervoer gevaarlijke stoffen.

 

Communicatie

Op de Internetsite van de gemeente zal informatie geplaatst worden over deze nieuwe routering.

Tijdens de voorbereidingsprocedure zijn de direct-belanghebbenden aangeschreven over het ontwerpbesluit tot vaststelling van de routering. Het betreft de transporteurs LPG, propaan en vuurwerk. Daarnaast de branche-organisatie Ondernemingsorganisatie voor logistiek en transport (EVO). Verder zijn enkele industrieverenigingen aangeschreven, die belangen behartigen voor bedrijventerreinen

waarop routedelen zijn aangewezen. De wijkbureaus en wijkraden worden geïnformeerd en gevraagd om via de wijkmedia aandacht te besteden aan de nieuwe routering.

Tot slot worden de omliggende gemeenten aangeschreven (Stichtse Vecht, De Bilt, Nieuwegein) plus nog enkele overheidsinstanties zoals Veiligheidsregio Utrecht, Provincie Utrecht, Inspectie Leefomgeving en Transport en Korps landelijke politiediensten.

 

Bebording

De door de gemeenteraad aangewezen wegen worden aangeduid door borden. Routes moeten volgens artikel 25 van de gewijzigde Wet vervoer gevaarlijke stoffen worden aangeduid met het bekende verplichte bord conform de modellen uit de Wegenverkeerswet 1994.

 

 

K14: Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen.

Aanvullende betekenis: vrachtauto's of auto's met gevaarlijke stoffen zijn verplicht deze route te volgen.

 

Evaluatie routering

Tenminste iedere vijf jaar wordt de routering door het college vanburgemeester en wethouders geëvalueerd. Wanneer herziening van de routering nodig is, kan de gemeenteraad besluiten tot wijziging van de routering.

 

Financiën

De bekostiging van de uitvoering van deze regeling en de eenmalige kosten (plaatsing o.a.advertenties in Staatsblad en Ons Utrecht) gebeurt via de uitvoering van de Wet milieubeheer.