﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-2">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-47327/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Besluit van 23 augustus 2016, nr 2016001392 tot aanwijzing van een onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Tilburg krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Stappegoor 2013).</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al>Ingevolge de artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet kan worden onteigend voor de uitvoering van een bestemmingsplan.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening</tussenkop>
          <considerans.al>De gemeenteraad van Tilburg (hierna verzoeker) heeft Ons bij besluit van 11 mei 2015, nummer 2015-179, verzocht om in die gemeente over te gaan tot het aanwijzen van onroerende zaken ter onteigening, begrepen in het onteigeningsplan Stappegoor 2013. De onroerende zaken zijn nodig voor de uitvoering van het bestemmingsplan Stappegoor 2013.</considerans.al>
          <considerans.al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg hebben bij brief van 6 juli 2015, kenmerk Bento/12527351, het verzoek aan Ons ter besluitvorming voorgedragen.</considerans.al>
          <considerans.al>Bij brief van 15 december 2015, kenmerk 12786812, hebben burgemeester en wethouders van Tilburg Ons te kennen gegeven wegens minnelijke eigendomsverkrijging niet langer prijs te stellen op voortzetting van de onteigeningsprocedure voor de onroerende zaak met het grondplannummer 2. Omdat de noodzaak van onteigening voor dit grondplannummer hiermee is komen te vervallen, zullen Wij deze niet ter onteigening aanwijzen. In de bij dit besluit behorende lijst van te onteigenen onroerende zaken is hiermee rekening gehouden.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Planologische grondslag</tussenkop>
          <considerans.al>De nog in de onteigening begrepen onroerende zaak met het grondplannummer 1, is gelegen in het bestemmingsplan Stappegoor 2013, verder te noemen: het bestemmingsplan.</considerans.al>
          <considerans.al>Het bestemmingsplan, dat uit de deelgebieden A, B en C bestaat, is op 2 december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Tilburg. Het plan is voor wat betreft de deelgebieden A en B onherroepelijk geworden door de uitspraak op 11 februari 2015 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</considerans.al>
          <considerans.al>Aan de onroerende zaak, die is gelegen in deelgebied A, is de bestemming Woongebied (WG) alsmede de dubbelbestemming Waarde – Archeologie (WR-A) toegekend.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure</tussenkop>
          <considerans.al>Overeenkomstig artikel 78, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 79 van de onteigeningswet bedoelde stukken vanaf 2 februari 2016 tot en met 14 maart 2016 in de gemeente Tilburg en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage gelegen.</considerans.al>
          <considerans.al>Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb heeft de burgemeester van Tilburg van het ontwerp koninklijk besluit en van de terinzagelegging van de onteigeningsstukken op 30 januari 2016 openbaar kennis gegeven in Stadsnieuws. De Minister van Infrastructuur en Milieu (Onze Minister) heeft van het ontwerp koninklijk besluit en van de terinzagelegging van de onteigeningsstukken openbaar kennis gegeven in de <extref doc="stcrt-2016-1885" soort="document" status="actief">Staatscourant van 1 februari 2016, nr. 1885</extref>.</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gehoord">Verder heeft Onze Minister het ontwerp koninklijk besluit overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb, voorafgaand aan de terinzagelegging toegezonden aan belanghebbenden, waaronder de verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren te brengen en op de mogelijkheid over de zienswijzen te worden gehoord.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="vet">Overwegingen</tussenkop>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Noodzaak en urgentie</tussenkop>
          <considerans.al>Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een groot woon- en voorzieningengebied aan de zuidzijde van Tilburg, genaamd Nieuw Stappegoor. Het gaat om de bouw van maximaal 671 woningen. Het plangebied is onderverdeeld in de deelgebieden A (woongebied Willemsbuiten), B (sportvoorzieningen Stappegoorweg) en C (woongebied Zuiderpark). Het onteigeningsplan ziet op een perceel gelegen in deelgebied A.</considerans.al>
          <considerans.al>Volgens de provincie Noord-Brabant en de regio Tilburg kunnen in de stad Tilburg tot 2020 in totaal 9.100 woningen worden gebouwd om in de woningbehoefte te voorzien. Van dat aantal komen maximaal 671 woningen in de locatie Stappegoor, waarvan maximaal 462 woningen in het deelgebied Willemsbuiten (deelgebied A). De te onteigenen onroerende zaak is nodig om een blok van zes woningen te kunnen bouwen en om een gedeelte van de wijkontsluitingsweg te kunnen aanleggen met bijbehorende bermen en een groenstrook met water.</considerans.al>
          <considerans.al>In de door de verzoeker om onteigening gewenste wijze van planuitvoering wordt inzicht verschaft door het bestemmingsplan met de daarbij behorende planregels, toelichting en verbeelding, de zakelijke beschrijving, het stedenbouwkundig plan en de daarop gebaseerde inrichtingstekening.</considerans.al>
          <considerans.al>Om de werken en werkzaamheden ter uitvoering van het bestemmingsplan tijdig te kunnen realiseren, wenst de gemeente Tilburg de eigendom, vrij van lasten en rechten, te verkrijgen van de thans nog in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaak.</considerans.al>
          <considerans.al>De verzoeker heeft met de eigenaar overleg gevoerd om de onroerende zaak minnelijk in eigendom te verkrijgen. Dit overleg heeft vooralsnog niet tot overeenstemming geleid. Omdat het ten tijde van het verzoek naar het oordeel van de verzoeker niet aannemelijk was dat het overleg op afzienbare termijn tot vrijwillige eigendomsoverdracht zou leiden, heeft de gemeenteraad van Tilburg tot zijn onteigeningsverzoek besloten, om de tijdige verwezenlijking van het bestemmingsplan zeker te stellen.</considerans.al>
          <considerans.al>Uit de Ons bij het verzoek overgelegde zakelijke beschrijving blijkt dat volgens de planning de oplevering van de eerste woningen in het voorjaar van 2016 zal plaatsvinden. Dit betreft fase 1. Vervolgens zal met fase 2 en 3 verder gegaan worden. De verwachting is dat fase 2 begin 2016 en fase 3, waarin de ter onteigening aan te wijzen onroerende zaak ligt, begin 2017 bouwrijp gemaakt zal worden. De ontsluitingsweg met groenstrook en waterpartij moet als eerste aangelegd worden. Met het voorgaande is aannemelijk dat zal worden voldaan aan de door Ons voor de aanvang van de werken en werkzaamheden gehanteerde termijn van ten hoogste vijf jaar na de datum van dit aanwijzingsbesluit.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Zienswijzen</tussenkop>
          <considerans.al>Binnen de termijn dat het ontwerp koninklijk besluit ter inzage heeft gelegen is daarover een zienswijze naar voren gebracht door A.J.N.M. Stokkermans, eigenaar van de te onteigenen onroerende zaak met het grondplannummer 1, verder te noemen reclamant.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="cur">Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen</tussenkop>
          <considerans.al bevat="gehoord">Overeenkomstig artikel 78, vierde lid, van de onteigeningswet heeft Onze Minister reclamant in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in een op 17 maart 2016 in Tilburg gehouden hoorzitting. Reclamant heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.</considerans.al>
          <considerans.al>Reclamant brengt de volgende zienswijzepunten naar voren:</considerans.al>
          <considerans.lijst type="expliciet">
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Strijd met het recht</al>
              <al>De advocaat van reclamant heeft bij controle van het onteigeningsdossier ten kantore van de gemeente Tilburg geconstateerd dat de gemeente (uitsluitend) uittreksels van 22 juni 2015, met de toestandsdatum 11 mei 2015, heeft overgelegd. De datum van het verzoekbesluit is 11 mei 2015. Reclamant vraagt zich af of daarmee wel aan het vereiste in artikel 79 Onteigeningswet en in de Handreiking 2016 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is voldaan.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Minnelijk overleg</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Er is onvoldoende en niet zorgvuldig onderhandeld om de volgende redenen:</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Het Consortium Stappegoor heeft biedingen uitgebracht, mondeling op 21 januari 2009, bij brief van 23 september 2010 en bij brief van 3 april 2012, maar niet kenbaar gemaakt dat zij die mede namens de gemeente heeft uitgebracht.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>De brief van 23 augustus 2013 van de adviseur van verzoeker, gericht aan de heer J.C. Stokkermans te Oisterwijk heeft reclamant noch de erven Stokkermans bereikt. De heer J.C. Stokkermans te Oisterwijk is geen familie, en was aan de erven Stokkermans en/of aan Stokkermans niet bekend. Tevens blijkt uit deze brief niet dat de adviseur de gemeente Tilburg vertegenwoordigt en dat hij namens haar biedingen kan of wil uitbrengen. De adviseur behartigt slechts zaken voor Bouwfonds Ontwikkeling.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Reclamant heeft op 13 september 2013 verzocht om compensatie met een vervangend perceel grond met eveneens een bestemming/vergunning voor gronddepot. Hij wil anders ook een schadeloosstelling in geld. Een door de gemeente aangeboden locatie in een gesprek van 9 december 2013 is voor reclamant niet acceptabel. Pas na een jaar en twee maanden heeft reclamant per brief van 13 februari 2015 een aanbod in geld gekregen als eerste schriftelijk bod van verzoeker.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>Reclamant is het niet eens dat de gemeente in 2015 nog maar een kwart biedt ten opzichte van het bod van het Consortium van 23 april 2012 (€ 70.000,– tegen ca. € 265.000,–).</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>Reclamant bestrijdt het oordeel van de gemeente dat niet aannemelijk was dat het overleg op afzienbare termijn tot vrijwillige eigendomsoverdracht zou leiden. Hij stond blijkens de brief van zijn adviseur van maart 2015 open voor verder overleg. De verzoeker heeft op 11 mei 2015 al het verzoekbesluit tot onteigening genomen om pas op 16 november 2015 weer verder te overleggen over haar bod van 13 februari 2015. Daar komt bij dat het bod van de gemeente van 13 februari 2015 slechts vier weken geldig was.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Ontheffing voor het gebruik van de grond</al>
              <al>Reclamant is het niet eens met de motivering van de gemeente om het aanbod van 13 februari 2015 sterk te verlagen ten opzichte van het bod uit 2012. Reclamant noemt het feit dat hij een ontheffing tot wederopzegging heeft vanaf 17 september 1959 om zijn grond als gronddepot te gebruiken. Het feit dat de Landschapsverordening Noord-Brabant (2002) op 21 juni 2013 is ingetrokken en daarmee de ontheffing is komen te vervallen, snijdt volgens reclamant geen hout. Hij wijst daarnaast op art. 28.2 van het bestemmingsplan Stappegoor 2013, waarin staat dat het gebruik van de grond, ook als dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, onder bepaalde voorwaarden mag worden voortgezet. Reclamant vindt dus dat het aanbod van februari 2015 op onjuiste uitgangspunten is gebaseerd, en, gelet op de eerdere biedingen die wél uitgingen van de juiste gebruiksmogelijkheden, veel te laag is.</al>
            </li>
          </considerans.lijst>
          <considerans.al>De zienswijze van reclamant geeft Ons aanleiding tot de volgende overwegingen.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="rom">Ad 1. Strijd met het recht</tussenkop>
          <considerans.al bevat="voordracht">Wij merken op dat de verzoeker conform artikel 79, lid 2, sub c, van de onteigeningswet aan Ons een kadastraal uittreksel moet overleggen ten tijde van het verzoek. Dit staat ook vermeld in de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure. ‘Ten tijde van’ het verzoekbesluit betekent, aldus eveneens de Handreiking, zo dicht mogelijk op de datum van het verzoekbesluit. De gemeente heeft, zo heeft zij desgevraagd laten weten, het kadastrale uittreksel opgevraagd bij de Dienst voor het Kadaster en de Openbare registers met de gewenste toestandsdatum, te weten 11 mei 2015. Na enkele rappels heeft de verzoeker het desbetreffende kadastrale uittreksel met als toestandsdatum 11 mei 2015 op 22 juni 2015 van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ontvangen. Dit uittreksel is vervolgens toegevoegd als bijlage bij de voordracht aan de Kroon. Wij oordelen dat de verzoeker op deze wijze in overeenstemming met de bepalingen van de onteigeningswet heeft gehandeld.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="rom">Ad 2. Minnelijk overleg.</tussenkop>
          <considerans.al>Met betrekking tot onderdelen in de zienswijze die betrekking hebben op het gevoerde minnelijk overleg overwegen Wij in het algemeen eerst het volgende. Artikel 17 van de onteigeningswet bepaalt dat de onteigenende partij dat wat onteigend moet worden eerst bij minnelijke overeenkomst in eigendom probeert te verkrijgen. Deze bepaling heeft betrekking op de gerechtelijke onteigeningsprocedure. Het minnelijk overleg in de daaraan voorafgaande administratieve onteigeningsprocedure is echter een van de vereisten waaraan door Ons wordt getoetst bij de beoordeling van de noodzaak tot onteigening. Omdat onteigening een uiterste middel is, zijn Wij van oordeel dat hiervan pas gebruik mag worden gemaakt als het minnelijk overleg voor het begin van de administratieve onteigeningsprocedure niet of niet in de gewenste vorm tot overeenstemming heeft geleid.</considerans.al>
          <considerans.al>Aan deze eis is naar Ons oordeel in het kader van onteigeningen op basis van artikel 78 van de onteigeningswet in beginsel voldaan als voor de datum van het verzoekbesluit met de onderhandelingen over de minnelijke eigendomsverkrijging tijdig een begin is gemaakt en het op het moment van het verzoekbesluit aannemelijk is dat die onderhandelingen tot een redelijk punt zijn voortgezet, maar dat deze voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht zullen leiden. Daarbij moet het gaan om een concreet en serieus minnelijk overleg. Uitgangspunt daarbij is dat ten tijde van het verzoekbesluit al een formeel schriftelijk aanbod is gedaan.</considerans.al>
          <considerans.al>De onteigeningswet verplicht de verzoeker om onteigening niet tot schadeloosstelling in de vorm van compensatiegrond of andere oplossingen. Uitgangspunt is dat de onteigeningswet de belanghebbenden een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. De mogelijkheden tot schadeloosstelling in een andere vorm dan in geld zullen langs minnelijke weg en meestal in samenwerking met andere overheden, of met particuliere eigenaren van gronden onderzocht moeten worden. Desondanks kunnen vragen om compensatiegrond of andere oplossingen aan de orde komen in het kader van de toetsing van het gevoerde minnelijk overleg over de verwerving van de benodigde gronden. Indien een belanghebbende in het minnelijk overleg immers duidelijk maakt de voorkeur te geven aan vervangende grond of een andere oplossing, moet de verzoeker nagaan of hieraan tegemoet gekomen kan worden. Omdat onteigening een uiterste middel is, is de noodzaak tot onteigening immers ook afhankelijk van de wijze waarop dat minnelijk overleg is en zal verlopen. Hierbij geldt dat de verzoeker gehouden is aan zijn eigen, op de urgentie van de aanleg van het werk, toegesneden planning.</considerans.al>
          <considerans.al>In dit verband merken Wij verder op dat de onteigening ingevolge artikel 40 van de onteigeningswet plaatsvindt op basis van een volledige schadeloosstelling voor alle schade die de onteigende partij rechtstreeks en noodzakelijk lijdt door het verlies van zijn onroerende zaak. Artikel 41 van de onteigeningswet ziet daarnaast op de te vergoeden waardevermindering van het overblijvende. De samenstelling en de hoogte van de schadeloosstelling staan Ons in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling, maar komen bij het ontbreken van minnelijke overeenstemming aan de orde in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure. In het kader van de administratieve onteigeningsprocedure wordt evenmin getreden in de vraag of alle schadecomponenten in de schadeloosstelling zijn opgenomen. Ook dit aspect komt bij het ontbreken van minnelijke overeenstemming in de gerechtelijke onteigeningsprocedure aan de orde</considerans.al>
          <considerans.al>In het bijzonder overwegen wij ten aanzien van de afzonderlijke zienswijsonderdelen die betrekking hebben op het gevoerde minnelijk overleg als volgt:</considerans.al>
          <considerans.al>Ad 2a.</considerans.al>
          <considerans.al>Wij overwegen dat uit het Logboek minnelijk overleg blijkt, zoals reclamant overigens ook in de zienswijze heeft vermeld, dat er biedingen zijn uitgebracht door het Consortium Stappegoor, te weten schriftelijk bij brieven van 23 september 2010, 3 april 2012 en 23 april 2012. Daarnaast zijn er mondeling gesprekken gevoerd. De onderhandelingen hebben niets opgeleverd. Vervolgens heeft de verzoeker op verzoek van het Consortium de onderhandelingen vanaf 2013 steeds meer overgenomen. Dat is ook mondeling aan reclamant en zijn familie toegelicht. Dat blijkt overigens ook uit de brief van 23 augustus 2013 van de adviseur van de gemeente aan reclamant, waarin onder andere is vermeld: “inzake de mogelijke aankoop door de gemeente van uw perceel, kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie Z, nummer 821” en “de gemeente wenst deze percelen (moet zijn perceel) te kopen in verband met de realisatie van woningbouw, deelgebied 3, in het plangebied Nieuw Stappegoor”. Ook in het vervolg van de onderhandelingen na augustus 2013 kan er naar Onze mening geen misverstand geweest zijn voor reclamant, dat de gemeente genoemd perceel wilde aankopen. De stelling van reclamant dat voorafgaande aan de bieding van de gemeente van 13 februari 2015 geen minnelijk overleg namens de gemeente heeft plaatsgevonden, kunnen Wij derhalve gelet op het vorenstaande niet delen.</considerans.al>
          <considerans.al>Ad 2b.</considerans.al>
          <considerans.al>De voormelde brief van de aankoper van 23 augustus 2013 was gericht aan de eigenaar zoals deze toentertijd in het kadaster was vermeld, namelijk de (erven) J.C. Stokkermans te Oisterwijk. Eén van de erven is reclamant A. Stokkermans. Het uittreksel uit het kadaster, waar dit uit blijkt, bevindt zich in het onteigeningsdossier. In de hierop volgende onderhandelingen is door de aankoopadviseur gerefereerd aan deze brief. De (inhoud van de) brief heeft reclamant derhalve hoe dan ook bereikt.</considerans.al>
          <considerans.al>Ad 2c.</considerans.al>
          <considerans.al>Ten aanzien van de compensatiegrond verwijzen Wij allereerst naar hetgeen Wij hiervoor in het algemeen hebben opgemerkt. De onteigeningswet verplicht een verzoeker om onteigening niet tot een schadeloosstelling in een andere vorm dan in geld.</considerans.al>
          <considerans.al>In het bijzonder overwegen Wij dat uit het logboek blijkt dat het verzoek van reclamant om compensatie anders dan in geld is onderzocht door de gemeente. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de gemeente aan reclamant compensatiegrond aangeboden, te weten grond aan de Albionstraat in Tilburg. Omdat reclamant naar eigen zeggen in onmin leeft met mensen uit de buurt daar, heeft hij dit aanbod niet aanvaard. Andere locaties bleken niet voorhanden. Vervolgens heeft reclamant zelf expliciet om een aanbod in geld verzocht, zodat overleg over compensatiegrond niet langer aan de orde is geweest. Het Consortium heeft vervolgens in een uiterste poging om eruit te komen bij brief van 23 april 2012 een bedrag geboden van € 265.000,-. Dat bod is door reclamant afgewezen.</considerans.al>
          <considerans.al>Ad 2d.</considerans.al>
          <considerans.al>Allereerst wijzen wij er nogmaals op dat de samenstelling en de hoogte van de schadeloosstelling Ons in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling staan. Dat komt aan de orde in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure.</considerans.al>
          <considerans.al>Volledigheidshalve merken Wij over dit zienswijzepunt het volgende op. Dat de bieding van verzoeker bij brief van 13 februari 2015 aanzienlijk lager is dan die van 23 april 2012 (€ 70.000,– tegen € 265.000,–), is, aldus de verzoeker, gedaan vanwege de waarde van de grond in het economisch verkeer en het huidige gebruik. Deze twee aspecten hebben tot gevolg gehad dat de bieding sterk neerwaarts is bijgesteld. Als toelichting hierop vermelden Wij het volgende:</considerans.al>
          <considerans.lijst type="expliciet">
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Uit de akte van levering van 17 juli 2014 blijkt dat reclamant de onroerende zaak uit de boedel heeft gekocht. Op pagina 6 van deze akte, onder “overdrachtsbelasting”, staat dat de waarde in het economische verkeer van het verkochte volgens een daartoe ingeschakelde deskundige per 26 maart 2014 € 80.000,– zou bedragen.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Uitgangspunt bij eerdere biedingen was voortzetting van het huidige gebruik, waarbij reclamant door toekenning van de schadeloosstelling in staat zou worden gesteld vervangende grond ten behoeve van een gronddepot te verwerven. Gedurende de onderhandelingen is de verzoeker tot het inzicht gekomen dat aan de ontheffing van de Landschapsverordening voor het gebruik van de grond als gronddepot geen waarde dient te worden toegekend, aangezien de verordening waarop deze was gebaseerd, inmiddels was komen te vervallen. Volgens de verzoeker wordt het betrokken perceel al geruime tijd niet meer als gronddepot gebruikt. Volgens reclamant komt dat omdat door bouwwerkzaamheden zijn perceel nagenoeg onbereikbaar is geworden.</al>
            </li>
          </considerans.lijst>
          <considerans.al>Ad 2e.</considerans.al>
          <considerans.al>Reclamant (althans zijn accountant) heeft per brief van 9 maart 2015 gereageerd op het schriftelijke bod van de gemeente van 13 februari 2015. Hij geeft daarbij aan dat hij alleen “op reële gronden” een gesprek wil aangaan. Reclamant vindt het laatste bod van verzoeker geen bod op reële gronden. Mede op basis van de voorgeschiedenis (en de daarin door reclamant gevraagde schadeloosstelling) heeft gemeente de brief van 9 maart 2015 opgevat als een bevestiging dat partijen niet nader tot elkaar kunnen komen en dat genoegzaam is vast komen te staan dat verdergaande onderhandelingen niet tot het gewenste resultaat zouden leiden. Om de tijdige verwezenlijking van het bestemmingsplan gegarandeerd te krijgen, heeft de gemeente dus noodgedwongen het onteigeningstraject ingezet. De reactietermijn van vier weken op het schriftelijke aanbod moet worden geplaatst in de context van de voorbereiding van de (start van de) administratieve onteigeningsprocedure.</considerans.al>
          <considerans.al>Ad 3.</considerans.al>
          <considerans.al>Onder punt 2d zijn Wij al grotendeels op de verlaging van het bod ingegaan. Ten aanzien van de door reclamant genoemde punt dat het aanbod van 13 februari 2015 op onjuiste uitgangspunten is gebaseerd, merken Wij volledigheidshalve (en in aanvulling op punt 2d) het volgende op.</considerans.al>
          <considerans.al>De verlaging van het bod is blijkens een overleg op 16 november 2015 tussen reclamant en verzoeker gelegen in het toegestane gebruik van de grond. In 2012 was nog uitgegaan van de bestaande ontheffing voor het gebruik van de grond als gronddepot. Volgens de gemeente was het gebruik van de grond als gronddepot echter niet langer toegestaan vanwege de intrekking van de Landschapsverordening Noord-Brabant (2002) op 21 juni 2013. Daarmee is ook de ontheffing van 17 september 1959 komen te vervallen. Reclamant is het niet eens met deze redenering, omdat volgens reclamant de ontheffing van 17 september 1959 tot wederopzegging is verleend. Daar komt bij dat volgens art. 28.2 van het bestemmingsplan Stappegoor 2013 het gebruik van de grond, ook als dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mag worden voortgezet. De verzoeker heeft verder aangegeven dat de waarde is bepaald door het feitelijk gebruik ter plaatse waarbij door verzoeker is meegenomen dat het betrokken perceel al geruime tijd niet meer als gronddepot wordt gebruikt.</considerans.al>
          <considerans.al>Wat hier verder ook van zij, Wij overwegen dat de hoogte van de schadeloosstelling aan de orde komt in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure. Het voortgezette overleg heeft tot nu toe nog niet tot overeenstemming geleid. Wij merken op dat dit overleg dan wel het overleg dat ingevolge artikel 17 van de onteigeningswet aan de gerechtelijke onteigeningsprocedure vooraf moet gaan, alsnog tot een voor partijen aanvaardbare oplossing kan leiden.</considerans.al>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op het vorenstaande geven de zienswijzen van reclamant Ons geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="vet">Overwegingen</tussenkop>
          <considerans.al>Uit de bij het verzoek overgelegde stukken blijkt, dat de in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaak bij de uitvoering van het bestemmingsplan niet kan worden gemist.</considerans.al>
          <considerans.al>Ons is niet gebleken van feiten en omstandigheden die overigens de toewijzing van het verzoek in de weg staan. Het moet in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling worden geacht dat de gemeente Tilburg de vrije eigendom van de door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaak verkrijgt.</considerans.al>
          <considerans.al>Wij zullen, gelet op het hierboven gestelde, het verzoek van de gemeenteraad van Tilburg tot het nemen van een besluit krachtens artikel 78, eerste lid, van de onteigeningswet gedeeltelijk toewijzen.</considerans.al>
          <tussenkop kopopmaak="vet">BESLISSING</tussenkop>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de onteigeningswet,</considerans.al>
          <considerans.al bevat="voordracht">op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 6 juni 2016, nr. RWS-2016/23135, Rijkswaterstaat Corporate Dienst;</considerans.al>
          <considerans.al>gelezen het verzoek van de gemeenteraad van Tilburg van 11 mei 2015, nummer 2015-179;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="voordracht">gelezen de voordracht van burgemeester en wethouders van gemeente Tilburg van 6 juli 2015, kenmerk Bento/12527351;</considerans.al>
          <considerans.al>gelezen de brief van 15 december 2015, kenmerk 12786812 van burgemeester en wethouders van Tilburg;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gehoord">de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 6 juli 2016, no. W14.16.0140/IV;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gezien">gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 11 augustus 2016, nr. RWS-2016/31658, Rijkswaterstaat Corporate Dienst.</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Hebben Wij goedgevonden en verstaan:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <tekst status="goed">
          <al>Voor de uitvoering van het bestemmingsplan Stappegoor 2013 van de gemeente Tilburg ten name van die gemeente ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaak, aangeduid op de grondtekening die ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet in de gemeente Tilburg en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage heeft gelegen en die zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.</al>
        </tekst>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Afdeling advisering van de Raad van State.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>Wassenaar,</plaats>
            <datum isodatum="2016-08-23">23 augustus 2016</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Willem-Alexander</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Infrastructuur en Milieu,</functie>
          <naam>
            <voornaam>M.H.</voornaam>
            <achternaam>Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage status="goed">
        <?xpp SDU_PGWIDE_START;2?>
        <al-groep>
          <al>
            <nadruk type="vet">LIJST VAN DE TE ONTEIGENEN ONROERENDE ZAKEN</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">ONTEIGENINGSPLAN: STAPPEGOOR 2013</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">VERZOEKENDE INSTANTIE: GEMEENTE TILBURG</nadruk>
          </al>
        </al-groep>
        <table tabstyle="xml1" frame="topbot" pgwide="2" rowsep="0" colsep="0">
          <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="10" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="70*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="25*" />
            <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="27*" />
            <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="27*" />
            <colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="115*" />
            <colspec colnum="6" colname="col6" colwidth="27*" />
            <colspec colnum="7" colname="col7" colwidth="27*" />
            <colspec colnum="8" colname="col8" colwidth="30*" />
            <colspec colnum="9" colname="col9" colwidth="63*" />
            <colspec colnum="10" colname="col10" colwidth="306*" />
            <thead valign="bottom">
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col4" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry namest="col5" nameend="col10" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Tilburg</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="1">
                <entry morerows="1" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" rotate="0">
                  <al>Grondplan</al>
                  <al>nr.</al>
                </entry>
                <entry namest="col2" nameend="col4" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Te onteigenen</al>
                  <al>grootte</al>
                </entry>
                <entry morerows="1" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" rotate="0">
                  <al>Als</al>
                </entry>
                <entry namest="col6" nameend="col8" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Ter grootte</al>
                  <al>van</al>
                </entry>
                <entry morerows="1" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col9" rotate="0">
                  <al>Sectie</al>
                  <al>en nr.</al>
                </entry>
                <entry morerows="1" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col10" rotate="0">
                  <al>Ten name van</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>ha</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>a</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>ca</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>ha</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>a</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" rowsep="1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>ca</al>
                </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>0</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>08</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                  <al>00</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                  <al>terrein (grasland)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                  <al>0</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                  <al>08</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                  <al>00</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col9" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Z821</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col10" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Adrianus Johannes Norbertus Maria Stokkermans, gehuwd met Jacqueline Adriana Maria van Wezel</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>