Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2016, 17623Overig

Prognose aantal te huisvesten vergunninghouders

31 maart 2016

Nr. 749667

Directoraat-generaal Vreemdelingenzaken

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 29, eerste lid, onder a, van de Huisvestingswet 2014;

Maakt bekend:

Het aantal vergunninghouders in wier huisvesting in de periode van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 naar verwachting zal dienen te worden voorzien, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, van de Huisvestingswet 2014 en onverminderd eerdere wettelijke taakstellingsverplichtingen, bedraagt 23.000 personen.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

TOELICHTING

Deze bekendmaking betreft het aantal te huisvesten vergunninghouders in de periode 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016. Hierbij gaat het om de huisvesting van vergunninghouders aan wie op grond van de Vreemdelingenwet 2000 een vergunning voor bepaalde tijd asiel is verleend dan wel van vergunninghouders wier asielgerelateerde verblijfstitel sinds het tijdstip van de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 onder de reikwijdte van de taakstellingensystematiek van de Huisvestingwet 2014 vallen.

De prognose is berekend aan de hand van de verwachting van het nieuwe aantal personen dat een verblijfsvergunning ontvangt en het aantal vergunninghouders dat naar verwachting op 1 juli 2016 nog in de opvang verblijft om te worden uitgeplaatst.

De huisvestingstaakstelling voor het tweede halfjaar van 2016 bedraagt 23.000 te huisvesten vergunninghouders.

Gezien de wettelijke systematiek blijven niet-gerealiseerde taakstellingen uit vorige perioden onverminderd van kracht en zullen de hiermee gemoeid zijnde huisvestingsplaatsen alsnog moeten worden geleverd. Mocht er per 1 juli 2016 sprake zijn van een achterstand dan wel voorsprong op de taakstelling van de 1e helft voor 2016, dan zal deze achterstand respectievelijk voorsprong bij de realisering van de gemeentelijke taakstelling voor de tweede helft van 2016 worden betrokken.

Opgemerkt wordt dat, gebaseerd op het huidige inzicht, gedurende de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017 naar verwachting de taakstelling minimaal gelijk blijft. Hierbij is geen rekening gehouden met nog voorafgaande aan deze periode van kracht zijnde huisvestingsverplichtingen.

Gezien de uitzonderlijke mate van onzekerheid wordt tussentijds bezien of bijstelling van de taakstelling voor de tweede helft van 2016 nodig is, en wordt de taakstelling eventueel tussentijds aangepast.