Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2015, 41772Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 17 november 2015, nr. 2015-0000678289, houdende wijziging van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,

Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikel 2.7, tweede lid, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 3 van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 komt te luiden:

Artikel 3. Bezoldigingsmaxima

De bezoldiging van een topfunctionaris van een toegelaten instelling bedraagt per bezoldigingsklasse ten hoogste:

Bezoldigingsklasse

Maximale bezoldiging

A

83.000

B

94.000

C

105.000

D

113.000

E

131.000

F

150.000

G

168.000

H

179.000

ARTIKEL II

De tabel in de bijlage behorende bij de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 komt te luiden:

Indeling van toegelaten instellingen in bezoldigingsklassen

A/B

Tot 8.000

8.001– 14.000

14.001– 24.000

24.001– 40.000

40.001–60.000

60.001– 100.000

100.001–150.000

150.001–375.000

>375.000

Tot 750

A

A

A

A

A

A

B

B

B

751– 1.500

B

B

B

B

B

C

C

C

C

1.501– 2.500

C

C

C

C

D

D

D

D

D

2.501– 5.000

D

D

E

E

E

E

E

E

E

5.001– 10.000

E

F

F

F

F

F

F

F

G

10.001– 25.000

G

G

G

G

G

G

G

H

H

> 25.001

H

H

H

H

H

H

H

H

H

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

TOELICHTING

1. Aanleiding

Op grond van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 (hierna: de regeling), die sinds 1 januari 2014 van kracht is, zijn de bezoldigingen van directeuren/bestuurders en van de leden van de Raad van Commissarissen van woningcorporaties aan verlaagde sectorale maxima gebonden. De regeling is een uitwerking van artikel 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (hierna: WNT) en kent een klassenindeling op grond van het aantal verhuureenheden en de gemeentegrootte waar de corporatie werkzaam is. Het bezoldigingsmaximum van de hoogste klasse is gelijk aan het wettelijke bezoldigingsmaximum genoemd in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT (hierna: het bezoldigingsmaximum van de WNT).

Het bezoldigingsmaximum van de WNT is per 1 januari 2015 verlaagd op grond van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT (hierna: WNT-2). Waar voorheen een norm gold overeenkomstig de bezoldiging van een minister vermeerderd met 30%, is het maximum met ingang van de genoemde datum teruggebracht naar het niveau van enkel de bezoldiging van een minister. Vanwege het tijdstip van de besluitvorming over de verlaging van de maximum bezoldigingsnorm in de WNT was het niet mogelijk om de regeling al voor het jaar 2015 hierop aan te passen. Om die reden zijn voor 2015 de in de regeling genoemde maxima bevroren op het niveau van de maxima voor het jaar 2014 op grond van artikel 7.4, tweede lid, van de WNT. Met de onderhavige wijzigingsregeling is de regeling per 1 januari 2016 in overeenstemming gebracht met het bezoldigingsmaximum van de WNT. In samenhang hiermee is ook de klassenindeling aangepast (artikel II). Verder zijn de in de regeling genoemde bedragen geïndexeerd (Artikel I).

2. Een aangepaste klassenindeling en indexering

De verlaging van het bezoldigingsmaximum van de WNT is voor de Vereniging van toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) en de Nederlandse Vereniging van Bestuurders Woningcorporaties (NVBW) aanleiding geweest om een voorstel te doen voor een aangepaste klassenindeling. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 2 april 20151. In het voorstel is ten aanzien van de klassen het volgende opgenomen:

  • De systematiek, zoals gehanteerd in de regeling, is ongewijzigd gebleven. Daarmee blijft de indeling in klassen op basis van het aantal verhuureenheden en gemeentegrootte, in stand.

  • De bestaande bezoldigingsklassen A t/m G zijn ongewijzigd, met dien verstande dat de maximumbedragen wel worden geïndexeerd.

  • De bestaande bezoldigingsklassen H, I en J zijn samengevoegd tot één klasse, namelijk klasse H, waarbij de bezoldiging wordt gelijkgesteld aan de maximale bezoldiging van de WNT die geldt voor 2016, namelijk € 179.000. De tabel met de indeling van de toegelaten instelling, opgenomen in de bijlage bij de regeling, is daartoe aangepast (artikel II).

In mijn brief van 28 mei 20152 heb ik aangegeven het voorstel van de VTW en NVBW over te willen nemen. In de eerste plaats omdat de objectieve systematiek van de regeling transparant is en op draagvlak in de sector kan rekenen. Verder is in het voorstel van VTW en NVBW de verdeling van de woningcorporaties over de verschillende bezoldigingsklassen evenwichtig, waarbij ongeveer 30 van de circa 370 corporaties in de hoogste klasse zullen vallen.

Het bezoldigingsmaximum van de WNT bedroeg per 1 januari 2015 € 178.000. Dit bedrag is per 1 januari 2016 verhoogd tot € 179.000.3 Daarmee is gevolg gegeven aan het bepaalde in artikel 2.3, tweede en derde lid, van de WNT, op grond waarvan het bezoldigingsmaximum per 1 januari van elk jaar wordt aangepast aan de ontwikkeling van de contractuele loonkosten voor de overheid, zoals deze voor het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is bepaald, tenzij deze ontwikkeling niet tot een verhoging leidt. Omwille van de consistentie en de wens om voor alle topfunctionarissen bij woningcorporaties een gelijke ontwikkeling van het bezoldigingsmaximum te bewerkstelligen, zijn ook de maximumbedragen behorend bij elke bezoldigingsklasse met hetzelfde door het CBS bepaalde cijfer aangepast4, met dien verstande dat de bedragen na verhoging op € 1000 naar boven zijn afgerond.

3. Overgangsrecht

De regeling is ingegaan op 1 januari 2014 en is in 2015 niet aangepast aan de verlaging van het maximumbedrag op grond van de WNT-2. Topfunctionarissen die op 1 januari 2016 bestaande bezoldigingsafspraken hebben met een bezoldiging die lager is dan het toepasselijke maximum op grond van de regeling zoals die in 2014/2015 luidde, maar hoger is dan het toepasselijke maximum, zoals dat met ingang van 1 januari 2016 geldt, vallen met ingang van 1 januari 2016 onder het overgangsrecht. De eerste vier jaar worden de bezoldigingsafspraken die liggen boven het niveau van de regeling gerespecteerd. Daarna moeten de bezoldigingen in drie jaar tijd worden teruggebracht naar het nieuwe toepasselijke maximum. Dit is geregeld in artikel 7.3, vierde en negende lid, van de WNT.

Sommige topfunctionarissen vallen op 1 januari 2016 echter reeds onder het eerdere overgangsrecht. Het betreft topfunctionarissen die op de datum van inwerkingtreding van de WNT op 1 januari 2013 of de datum van de inwerkingtreding van de regeling op 1 januari 2014, een bezoldiging hadden die hoger was dan het wettelijke bezoldigingsmaximum, dan wel het op grond van de regeling toepasselijke maximum, zoals dat op 1 januari 2013 onderscheidenlijk 1 januari 2014 gold. Voor deze topfunctionarissen blijft dat overgangsrecht doorlopen. Er vangt dus niet met ingang van 1 januari 2016 opnieuw een termijn van vier jaar aan. De respecteerfase van vier jaar is ingegaan met ingang van 1 januari 2013, onderscheidenlijk 1 januari 2014. Na vier jaar respecteerfase, wordt de bezoldiging in drie jaar teruggebracht naar het wettelijke bezoldigingsmaximum zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de WNT-2, dan wel het toepasselijke maximum op grond van de regeling zoals die in 2014/2015 luidde. Vervolgens wordt de bezoldiging in twee jaar teruggebracht het nieuwe, op grond van de regeling, toepasselijke maximum. Dit is geregeld in artikel 7.3a van de WNT.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst S.A. Blok


X Noot
1

Kamerstukken II 2014/15, 33 966, nr. 38.

X Noot
2

Kamerstukken II 2014/15, 29 453, nr. 391.

X Noot
3

Regeling van 3 september 2015, nr. 2015-0000512274, Stcrt. 2015, 29 445.

X Noot
4

Dit is een percentage van 0,3%. Dit percentage is te vinden op de website staline.cbs.nl.