(Deel)subsidieplafond EFRO Operationeel Programma West Nederland 2014-2020
Logo Rotterdam
 
Artikel 1  
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma West Nederland 2014-2020,
Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Awb en artikel 5.2.2 van de Regeling Europese EZ-subsidies,
maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Operationeel Programma EFRO 2014 – 2020 West-Nederland voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 182.253.175 een verhoging van het volgende (deel)subsidieplafond bekend:
 
Prioritaire as 1 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie (zoals gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 25 maart 2015):
 
Het voor prioritaire as 1 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie per 1 april 2015 opengestelde deelplafond van € 3.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen doelstelling 1, actielijn 2: “Valorisatie – Toepassing van nieuwe kennis aansluitend bij eindgebruikers” van het programmadeel West-Regio die passen binnen het vigerende regionale beleid van Zuid-Holland wordt met een bedrag van € 1.500.000 verhoogd tot € 4.500.000.
 
Dit plafond is een afgeleide van het komen tot een economisch evenwichtig programma.
Subsidies worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, met inachtneming van de Regeling Europese EZ-subsidies, de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland, en – in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland – de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:
Verdeling op volgorde van ontvangst
In gevallen waarin het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst, wordt eerst beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge rangschikking van complete aanvragen die op één dag door de Managementautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van loting.
Op volgorde van deze aldus vastgestelde rangschikking worden de aanvragen vervolgens beoordeeld op de wijze voorzien in de EFRO-verordeningen, de Regeling Europese EZ-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland. Indien deze verdere beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen.
De subsidieaanvraag waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de MA in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dan niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De MA treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Managementautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn.
 
In dat geval kan de Managementautoriteit op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde beoordeling als bedoeld in de EFRO-verordeningen, de Regeling Europese EZ-subsidies en de Hoofdstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, ook beslissen de als gevolg van het bereiken van subsidieplafond ontbrekende middelen te putten uit een ander deelplafond. Het moet daarbij gaan om een alternatief deelplafond, waarvoor ten tijde van de beoordeling van de aanvraag nog middelen beschikbaar zijn en waarvan het beschikbare bedrag eveneens wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst. Bovendien moet uit de uitgevoerde beoordeling blijken dat de desbetreffende activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, ook voldoet aan alle voor het alternatieve subsidieplafond geldende vereisten. Is dat het geval, dan kan de desbetreffende aanvraag worden toegevoegd in de rangordening van het alternatieve subsidieplafond, met als datum van indiening, de datum waarop de Managementautoriteit heeft besloten tot gedeeltelijk afwijzing van de aanvraag vanwege het bereiken van het plafond.
 
Terugwerkende kracht
Dit besluit werkt terug tot 25 maart 2015, zijnde de datum waarop het (deel)subsidieplafond ‘Prioritaire as 1 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie’ is gepubliceerd in de Staatscourant.
 
Rotterdam, 28 augustus 2015
 
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma Kansen voor West II,
 

Namens deze,

Wethouder werkgelegenheid en economie M.J.W. Struijvenberg

Naar boven