Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
PolitieStaatscourant 2014, 8363Overig

Reglement behandeling bezwaarschriften politie 2013

De korpschef van politie,

in aanmerking nemend de bepalingen over bezwaar van de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder de hoofdstukken 6 en 7,

besluit:

HOOFDSTUK 1: BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. wet:

de Algemene wet bestuursrecht;

b. bevoegd gezag:

de korpschef als bedoeld in artikel 27 Politiewet 2012 danwel degene die namens hem krachtens mandaat bevoegd is tot het nemen beslissen van een beslissing op bezwaar;

c. bezwaaradviescommissie:

een door de korpschef van politie ingestelde bezwaaradviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet;

d. hoorambtenaren:

personen als bedoeld in artikel 7:5, eerste lid, onder a of b van de wet;

e. informele behandeling:

het naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift voeren van een gesprek tussen (een vertegenwoordiger van) het bevoegd gezag en belanghebbende of het inzetten van een bemiddeling- of mediationtraject.

HOOFDSTUK 2: TOEPASSINGSBEREIK

Artikel 2

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is dit reglement van toepassing op alle bezwaarschriften ingediend tegen besluiten van het bevoegd gezag.

HOOFDSTUK 3: INDIENEN BEZWAARSCHRIFT

Artikel 3

Het toepassing geven aan Afdeling 2.3 van de wet is voorbehouden aan de korpschef.

Artikel 4

  • 1. De indiener van het bezwaarschrift, ontvangt zo spoedig mogelijk een schriftelijke ontvangstbevestiging.

  • 2. In de ontvangstbevestiging wordt de indiener van het bezwaarschrift gevraagd uitdrukkelijk te verklaren of hij gebruik wil maken van de mogelijkheid te worden gehoord. Voor deze reactie wordt hem een termijn van twee weken gegund. Indien binnen deze termijn geen reactie is ontvangen, kan van het horen worden afgezien.

HOOFDSTUK 4: BEHANDELING BEZWAARSCHRIFT

4.1 INFORMELE BEHANDELING

Artikel 5
  • 1. Het bevoegd gezag onderzoekt of een bezwaarschrift zich leent voor een informele behandeling.

  • 2. De indiener van het bezwaarschrift kan het bevoegd gezag vragen het bezwaarschrift informeel te behandelen. Het bevoegd gezag beslist of een bezwaarschrift informeel wordt behandeld.

  • 3. Informele behandeling vindt plaats indien de indiener van het bezwaarschrift bij aanvang schriftelijk instemt met het opschorten van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:15, tweede lid aanhef en onder a, van de wet.

  • 4. De informele behandeling eindigt door:

    • a) intrekking van het bezwaarschrift;

    • b) zodra het bevoegd gezag met een intrekking of herziening van het besluit aan het bezwaarschrift volledig tegemoet komt; of

    • c) de schriftelijke mededeling dat één der partijen de informele behandeling wenst stop te zetten. In het laatste geval wordt de bezwaarprocedure voortgezet en ontvangt de indiener van het bezwaarschrift daarvan schriftelijk bericht.

  • 5. De korpschef kan nadere regels stellen over de informele behandeling.

4.2 DE FORMELE BEHANDELING

Artikel 6
  • 1. Alle bezwaarschriften gericht tegen besluiten worden behandeld door de hoorambtenaar, behoudens:

    • a. bezwaarschriften gericht tegen besluiten gebaseerd op hoofdstuk IX en/of X van het Besluit algemene rechtspositie politie;

    • b. indien de directeur HRM anders besluit;

    • c. ingeval het besluit door de korpschef is genomen.

  • 2. De bezwaarschriften bedoeld in het eerste lid onder a. tot en met c. worden behandeld op de voet van artikel 7.

  • 3. Besluiten als bedoeld in het eerste lid, onder c, welke naar het oordeel van de directeur van de korpsstaf niet bestuurlijk gevoelig zijn, worden behandeld door de hoorambtenaar.

  • 4. De hoorzittingen zijn niet openbaar. De commissie, onderscheidenlijk de hoorambtenaar kan, met instemming van de belanghebbende en de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag, bepalen dat andere personen, niet zijnde getuigen of deskundigen, een hoorzitting bijwonen.

De bezwaaradviescommissies

Artikel 7
  • 1. Er is een commissie voor de behandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a. en b.: de bezwaaradviescommissie HRM.

  • 2. Er is een commissie voor de behandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder c, de bezwaaradviescommissie Wob.

  • 3. De voorzitters en leden van de bezwaaradviescommissies als bedoeld in de voorgaande leden worden benoemd en ontslagen door de korpschef. De korpschef kan ook één of meer plaatsvervangend voorzitters en leden benoemen. Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar, en kunnen eenmalig worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.

    De commissies stellen een rooster van aftreden vast om de continuïteit in de samenstelling van de commissie te borgen.

  • 4. Bij de samenstelling van de commissie wordt in ieder geval zorg gedragen voor de benodigde juridische deskundigheid, vaardigheden en kennis van de politieorganisatie.

  • 5. Van de bezwaaradviescommissie HRM kunnen door de vakorganisaties voorgedragen leden deel uitmaken.

  • 6. Een advies van de bezwaarcommissie HRM komt tot stand door een (plv.) voorzitter en twee leden, waarvan ten hoogste een lid is benoemd op voordracht van vakorganisaties.

  • 7. De korpschef voorziet in ambtelijke ondersteuning van de commissies.

  • 8. Het bevoegd gezag verstrekt de commissie alle gegevens die zij voor de behandeling en advisering nodig acht.

  • 9. De voorzitters en leden gaan vertrouwelijk om met alle informatie die zij ontvangen.

  • 10. De voorzitters en leden vermijden iedere schijn van vooringenomenheid bij het uit te brengen advies als gevolg van een te grote betrokkenheid bij een bezwaarzaak door: hetzij bestuurlijke / ambtelijke verantwoordelijkheid, hetzij een verstrengeling met persoonlijke belangen.

  • 11. De bezwaaradviescommissies stellen elk jaarlijks voor 1 maart een verslag vast over hun werkzaamheden in het voorliggende kalenderjaar. Zij bieden dit aan de korpschef aan.

HOOFDSTUK 5. INWERKINGTREDING EN OVERGANGSRECHT

Artikel 8

  • 1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2014; het wordt gepubliceerd op www.politie.nl en op intranet wordt daar binnen de politie gepaste aandacht aan besteed.

  • 2. Per gelijke datum worden alle regelingen over de behandeling van bezwaarschriften van de voormalige regiokorpsen en van de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland ingetrokken, met inachtneming van hetgeen in artikel 9 is bepaald.

  • 3. De korpschef kan ten aanzien van de bezwaaradviescommissie HRM afwijken van het bepaalde in artikel 7, derde lid en een voorzitter of lid herbenoemen voor een bepaalde periode.

Artikel 9

Dit reglement is niet van toepassing op bezwaarschriften die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit reglement. Op de behandeling van die bezwaarschriften blijven de regelingen over de behandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 8, tweede lid van toepassing, zoals die golden op de dag voor vaststelling van dit reglement.

Aldus vastgesteld op 9 december 2013

G.L. Bouman korpschef

TOELICHTING

Algemeen

In dit reglement geeft de korpschef aan hoe invulling wordt gegeven aan de bezwaarschriftenprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij het vaststellen van het reglement is ervoor gekozen om de dwingendrechtelijke voorschriften uit deze wet niet op te nemen, tenzij dit de overzichtelijkheid en leesbaarheid vergroot.

Het reglement is opgesteld in verband met invoering van de Nationale Politie op 1 januari 2013. Ieder voormalig korps en de Vtspn beschikte als bestuursorgaan al dan niet over een eigen regeling. Aangezien de politie door de inwerkingtreding van de Politiewet 2012 één landelijke organisatie en rechtspersoon is geworden, heeft de korpschef besloten vanwege de gewenste uniformiteit één reglement vast te stellen.

Een bezwaarschriftenprocedure biedt voor de politie een procedure, waarin het bevoegd gezag aan de hand van een binnengekomen bezwaarschrift bekijkt of er reden is het bestreden besluit te herzien, en in volledige heroverweging daarop beslist. In de bezwaarschriftenprocedure is naast de aandacht aan waarborgen om vooringenomen besluitvorming tegen te gaan, zoals: het recht te worden gehoord, een beslissing op bezwaar door een andere ambtenaar dan die het bestreden besluit voorbereidde, en de plicht tot motivering. Daarnaast wordt in gevallen die zich daar voor lenen ook uitdrukkelijk de mogelijkheid gestimuleerd om via informele behandeling met de indiener van een bezwaarschrift andere vormen van afdoening te benutten.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Het reglement is van toepassing op alle bezwaarschriften tegen (in mandaat genomen) besluiten van de korpschef. De ‘tenzij-bepaling’ is opgenomen om behandeling van bepaalde categorieen bezwaarschriften (zoals reorganisatie en LFNP) op andere wijze in te kunnen richten.

Artikel 3

De mogelijkheid van electronisch verkeer bij het behandelen van bezwaarschriften dient met de nodige waarborgen omkleed te zijn. In het besluit van 29 december 2012 heeft de korpschef dit verkeer uitdrukkelijk uitgesloten voor bepaalde bestuursrechtelijke handelingen. In verband daarmee wordt in dit reglement het besluit tot het openstellen van de electronische weg voorbehouden aan de korpschef.

Artikel 4

De schriftelijke bevestiging van het bezwaarschrift vloeit voort uit artikel 6:14 van de Awb. In lid 2 is voor het gelegenheid bieden te worden gehoord de zogeheten ‘antwoordkaartmethode’ uit artikel 7:3, onder d, Awb verwoord. Indien de indiener van het bezwaarschrift niet binnen een termijn van twee weken reageert op de vraag schriftelijk te verklaren of hij wenst te worden gehoord, kan van het horen worden afgezien. De termijn van twee weken wordt als redelijk beschouwd.

Artikel 5

De korpschef onderzoekt of een bezwaarschrift zich leent voor een informele behandeling. Veel waarde wordt gehecht aan het zo informeel mogelijk oplossen van geschillen.

De indiener van het bezwaarschrift kan zelf ook aangeven dat hij een informele behandeling wenst.

Wordt er gekozen voor een informeel traject dan is het voor het uitstel van de beslistermijn van belang dat de belanghebbende(n) instemmen met opschorting van de beslistermijn. Wanneer het informele traject niet leidt tot het gewenste resultaat wordt de bezwaarprocedure voortgezet. De indiener van het bezwaarschrift ontvangt hiervan een schriftelijk bericht.

Artikel 6 en 7

Uitgangspunt is dat de behandeling van het bezwaar en daarmee het horen, in beginsel geschiedt door een hoorambtenaar. De hoorambtenaar is, zoals ook wettelijk is voorgeschreven, niet bij de totstandkoming van het bestreden besluit betrokken.

Het bevoegd gezag kan zich ter voorbereiding op de beslissing op bezwaar laten adviseren door een bezwaaradviescommissie (artikel 7:13 Awb). In welke gevallen dat gebeurt, bepaalt de korpschef binnen het in dit artikel gegeven kader.

Een politievakorganisatie – door de Stichting van de Arbeid als representatieve organisatie aangewezen en toegelaten tot het CGOP – kan met het oog op een voordracht voor benoeming een persoon selecteren op basis van de aan een lid van de bezwaaradviescommissie HRM te stellen eisen van deskundigheid en affiniteit met de politieorganisatie als bedoeld in dit artikel.

De fluctuaties in aard en omvang van de bezwaarschriften en de beschikbare capaciteit binnen een landelijke politieorganisatie maken het wenselijk om bij de inzet van de leden van de bezwaaradviescommissie HRM flexibeler te kunnen optreden. Bij het samenstellen van de bezetting van de bezwaaradviescommissie is het bij elk te behandelen bezwaarschrift mogelijk de voorzitter en leden te laten adviseren in bezwaarzaken van medewerkers uit willekeurig welk korpsonderdeel. De bepalingen bieden voldoende ruimte aan de directeur HRM gepast in te spelen op ontwikkelingen. Bijvoorbeeld bij meerdere bezwaarschriften tegen gelijksoortige besluiten of besluiten die genomen zijn op grond van nieuwe (Europeese) rechtspraak waarbij de directeur HRM het wenselijk acht in afwijking van de hoofdregel de bezwaaradviescommissie te laten adviseren.

Artikel 8

Dit artikel biedt de korpschef de mogelijkheid om bij de inwerkingtreding van dit reglement, dat dezelfde beperkingen stelt aan de benoemingstermijn van commissieleden als bij andere klachten- en adviescommissies van de politie, de maximale benoemingstermijn te overschrijden teneinde de kwaliteit en kwantiteit te waarborgen.

Artikel 9

Het reglement is uitdrukkelijk niet van toepassing op al lopende bezwaarprocedures. Op die procedures blijven de regelingen van de voormalige korpsen en de VtsPN van toepassing.