Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Centrale Raad van BeroepStaatscourant 2013, 2699Interne regelingen

Bestuursreglement College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel 1. Bestuurszetel en zittingsplaats.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven, verder te noemen het College, is gevestigd en houdt zitting te Den Haag,

Artikel 2. Openingstijden griffie.

De griffie van het College is geopend van maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 17.00 uur.

Artikel 3. Organisatiestructuur.

Het College is onderverdeeld in de volgende organisatorische eenheden:

  • a. het bestuur;

  • b. drie werkverbanden;

  • c. de afdeling juridische en administratieve ondersteuning.

Artikel 4. Indeling in werkverbanden en vaststellen van de bezetting.

  • 1. Het bestuur stelt jaarlijks per 1 januari een overzicht vast welke categorieën zaken door elk van de werkverbanden worden behandeld. Het schema wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

  • 2. Het bestuur stelt jaarlijks (per 1 januari) de bezetting van de werkverbanden vast.

  • 3. Tussentijdse wijzigingen in het overzicht, bedoeld in lid 1, worden door het bestuur binnen 4 weken na de wijziging in de lijst verwerkt.

  • 4. In afwijking van de gepubliceerde indeling kan het bestuur een werkverband tijdelijk belasten met de behandeling van een zaak of zaken uit een ander werkverband, indien het bestuur dit om enige reden nodig acht.

Artikel 5. Toedeling van zaken.

  • 1. Door of namens het bestuur worden in de werkverbanden roosters gemaakt, waarin (senior)raadsheren worden ingedeeld afhankelijk van de omvang van hun aanstelling en de werkbelasting die met de behandeling van de onderscheiden categorieën zaken en zittingen is gemoeid.

  • 2. Bij de inroostering van (senior)raadsheren op de onderscheiden categorieën van zaken en zittingen wordt onder meer rekening gehouden met

    • a. de algemene rechterlijke ervaring die voor de behandeling van een bepaalde soort zaken of zaak wordt geëist;

    • b. de specifieke kennis en/of ervaring op een bepaald rechtsgebied die voor de behandeling van een bepaalde soort zaken of zaak wordt geëist;

    • c. individuele omstandigheden die van invloed zijn op de inzetbaarheid van de (senior)raadsheer.

  • 3. De naam/namen van de behandelend (senior)raadsheer/raadsheren zijn, voor zover al niet in de oproep vermeld, uiterlijk vanaf twee weken voor de aanvang van de zitting door belanghebbenden bij het College op te vragen. Van zittingen met een oproepingstermijn korter dan twee weken wordt direct aan partijen de naam/namen van de behandelend (senior)raadsheer/raadsheren bekend gemaakt. Het College kan daarbij een voorbehoud maken voor noodzakelijke wijzigingen op het laatste moment. Belanghebbenden kunnen kort voor de aanvang van de zitting bij de bode navragen of er wijzigingen zijn in de rechterlijke bezetting die nog niet eerder bekend waren gemaakt.

Artikel 6. Bevordering van juridische kwaliteit en uniforme rechtstoepassing.

  • 1. Het bestuur heeft het kwaliteitsbeleid van het College vastgelegd in een of meerdere afzonderlijke document(en).

  • 2. Het bestuur bevordert de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing en voert daartoe periodiek – en wel tenminste eenmaal per jaar – overleg met een door de gerechtsvergadering aangewezen afvaardiging.

Artikel 7. Externe gerichtheid en externe contacten.

  • 1. Het bestuur richt een voorziening in voor de externe oriëntatie en advies, onder de benaming klankbordgroep appelrechtspraak.

  • 2. Het bestuur overlegt periodiek – en steeds tenminste eenmaal per jaar – met niet-rechterlijke externe overlegpartners. Het overleg heeft geen betrekking op individuele zaken.

  • 3. Het bestuur besteedt in het jaarverslag op basis van artikel 35, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie aandacht aan:

    • a. de wijze waarop het bestuur bij de beleidsvorming en de beleidsuitvoering acht heeft geslagen op hetgeen leeft in de maatschappij;

    • b. de wijze waarop het bestuur bij de beleidsvorming en de beleidsuitvoering acht heeft geslagen op hetgeen in de in lid 1 bedoelde voorziening is opgemerkt en geadviseerd.

Den Haag, 22 januari 2013

Het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven R.F.B. van Zutphen President