Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

Categorie: Strafvordering

Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO

Afzender: College van procureurs-generaal

Adressaat: Hoofden van de OM-onderdelen

Registratienummer: 2013R003

Datum vaststelling: 10-04-2013

Datum inwerkingtreding: 01-05-2013

Geldigheidsduur: 30-04-2017

Publicatie in Stcrt.: PM

Vervallen: Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen (2012R0223)

Relevante beleidsregels OM: Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (2011A023t)

Richtlijn voor strafvordering rijden onder invloed, artikel 8 lid 2, 162 en 163 WVW 1994 (2011R038)

Richtlijn voor strafvordering eenvoudige diefstal (1999R038)

Richtlijn voor strafvordering verduistering (1999R039)

Richtlijn bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid Sv) Stcrt. 2012, nr. 8342

Aanwijzing inbeslagneming (2012A008)

Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (2013A009)

Aanwijzing OM-afdoening (2013A008)

Wetsbepalingen: Artikel 74 Sr, artikel 257a en 257b Sv

Jurisprudentie: –

Bijlage(n): –

Inhoudsopgave

Samenvatting

1

Achtergrond

2

a: de politiestrafbeschikking

2

b: de OM-strafbeschikking

2

c: de OM-transactie

2

Opsporing/vervolging

3

1.

Tarieven

3

 

1.1

Misdrijven

3

 

1.2.

Overtredingen

3

2.

Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven

3

 

2.1.

Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven

3

 

2.2

Minderjarigen

4

 

2.3

Cumulatie van overtredingen

4

3

Inbeslagneming

4

4.

Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen

4

 

4.1.0

Algemeen

4

 

4.1.1

Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)

5

 

4.1.2

Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011

5

 

4.2

Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs

5

 

4.3

Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990

6

 

4.3.1

Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

6

 

4.3.2

Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

7

 

4.4

Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

8

 

4.5

Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg

9

 

4.6

Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)

10

 

4.7

Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water

10

 

4.8

Strafvorderingsrichtlijn feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000

10

Overgangsrecht

11

Bijlagen

12

Samenvatting

Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld, voor zover deze zaken worden afgedaan met een politiestrafbeschikking, een OM-strafbeschikking of een OM-transactie. Op zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ter zake milieuovertredingen wordt uitgevaardigd is de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (art. 257 ba Sv) van toepassing.

Achtergrond

In het verleden was sprake van verschillende aanwijzingen en richtlijnen die zagen op de feitgecodeerde afdoening van zaken. Gelet op de wens van het College van procureurs-generaal dat aanwijzingen en andere beleidsregels strategisch beschouwd en -vooral ook – getoetst moeten worden op de toepasbaarheid voor de professionals op de werkvloer (heldere kaders, praktisch, toegankelijk, kort) is besloten tot het samenvoegen van de verschillende aanwijzingen en richtlijnen tot een Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen en een Richtlijn feitgecodeerde misdrijven en overtredingen. De Richtlijn dient te worden aangepast vanwege het vervallen van de politietransactie (art. 74 Sr.) en het opnemen van het strafvorderingsbeleid inzake overtredingen van het niet of onjuist registreren van gegevens in een opkopersregister waarin de aankoop van metalen moet worden geregistreerd.

Definitie feitgecodeerde zaken:

Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), de Bijlage bij het Besluit OM afdoeningen de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.

Deze richtlijn omvat:

Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (bijlage Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen:

de politiestrafbeschikking 1

de OM-strafbeschikking

de OM-transactie

a: de politiestrafbeschikking

De zaken ondergebracht in Bijlage I van het Besluit OM-afdoening, waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. Deze zaken worden door middel van een strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. Meer informatie over de politiestrafbeschikking is te vinden in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

b: de OM-strafbeschikking

Ook de officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen op grond van artikel 257a Sv een strafbeschikking uitvaardigen.

Het bij die feiten horende tarief wordt achter de omschrijving van het feit vermeld. In het geval dat bij een feit geen tarief wordt vermeld, is mogelijk een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan vanwege bijzondere omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven en zal elke zaak afzonderlijk door het OM moeten worden beoordeeld.

Wanneer geen sprake is van een of meer contra-indicatie(s), is het uitgangspunt dat voor overtreding van dit feit een strafbeschikking wordt uitgevaardigd.

c: de OM-transactie

Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de opsporingsambtenaar geen strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de beleidsregels geen strafbeschikking mag uitvaardigen of voor zaken die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV, kan de officier van justitie een (OM-)transactie aanbieden. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De tarieven voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de bijlage bij deze richtlijn opgenomen. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. In die gevallen is een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.

Op termijn zullen alle feiten waarvoor door de officier van justitie nog een transactie kan worden aangeboden, gefaseerd onder het bereik van de OM-strafbeschikking worden gebracht.

Opsporing/vervolging

1. Tarieven

1.1 Misdrijven

Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is geen tarief opgenomen. Er is een uitzondering voor een aantal op de overtreding van artikel 8 WVW 1994, een aantal op de WWM betrekking hebbende feitcodes en de op eenvoudige winkeldiefstal en verduistering betrekking hebbende feitcodes. Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, of waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen.

1.2. Overtredingen

Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger), opeenvolgend:

  • het tarief van de politiestrafbeschikking;

  • het tarief dat doorgaans moet worden betaald indien een transactie door het OM wordt aangeboden;

  • de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting eist.

2. Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven

De volgende straffen en maatregelen kunnen op grond van de Wet OM-afdoening bij strafbeschikking worden opgelegd: een taakstraf van ten hoogste 180 uren, een geldboete, onttrekking aan het verkeer, een schadevergoedingsmaatregel en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor ten hoogste zes maanden (artikel 257a, tweede lid, Sv).

Daarnaast kunnen aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die onder meer kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer (artikel 257a, derde lid, Sv). Nog niet alle modaliteiten zijn in de praktijk onder de strafbeschikking gebracht, voor de laatste stand van zaken met betrekking tot de implementatie wordt verwezen naar de Aanwijzing OM-afdoening.

In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.

2.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven

Het OM mag afwijken binnen de wettelijke strafmaxima van de tarieven van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.

De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn2, zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-transactie of OM-strafbeschikking in aanmerking komen.

NB In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie in beginsel dezelfde geldboete als initieel bij strafbeschikking is opgelegd. Het doen van verzet is echter niet geheel vrijblijvend. Als er redenen zijn om aan te nemen dat verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen, kan in beginsel een hogere sanctie worden gevorderd. Een dergelijke situatie kan voorkomen wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen gronden heeft aangegeven en eveneens verstek laat gaan ter terechtzitting, dan wel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert. In deze gevallen kan een tot maximaal 20% hogere sanctie worden gevorderd (zie tevens de Aanwijzing OM-afdoening). Als de zaak ter terechtzitting is aangebracht na een geheel of gedeeltelijk mislukte executie, wordt in principe door de officier van justitie een zwaardere straf geëist. Daarbij moet rekening worden gehouden met de reeds (gedeeltelijk) ten uitvoer gelegde straf.

2.2 Minderjarigen

Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit dat niet op kenteken is geconstateerd, kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.

Parallel aan hetgeen in de WAHV is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.

Artikel 489, eerste lid aanhef en onder b, Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening, maar geldt voor transacties nog steeds zoals de bepaling luidde voor de Wet OM-afdoening. Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 eerste lid, aanhef en onder b, Sv – door het CJIB geen politiestrafbeschikking- of OM-transactie/strafbeschikking verzonden als het transactiebedrag of de geldboete meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden ter beoordeling naar het OM verzonden.

2.3 Cumulatie van overtredingen

Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de tarieven rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.

3. Inbeslagneming

Ook indien sprake is van beslag kan in de in deze richtlijn beschreven gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd.

De officier van justitie kan met betrekking tot beslag de maatregel onttrekking aan het verkeer (artikel 257a, tweede lid, onder c, Sv) opleggen. Daarnaast kan de officier van justitie op grond van artikel 257a, derde lid, Sv, aan de verdachte aanwijzingen geven die onder meer kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Op grond van artikel 116 Sv zijn opsporingsambtenaren onder bepaalde voorwaarden bevoegd tot inbeslagneming van voorwerpen. Bij de zaken die onder de OM-afdoening vallen zal in de regel sprake zijn van ontdekking op heterdaad. Niet alleen opsporingsambtenaren in dienst van de politie zullen voorwerpen in beslag nemen. Ook buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van of werkzaam voor bestuursorganen kunnen voorwerpen in beslag nemen. De hulpofficier van justitie is op grond van artikel 116 Sv bevoegd onder bepaalde voorwaarden een juridische eindbeslissing over het beslag te nemen.

Als de hulpofficier van justitie een juridische eindbeslissing3 over het beslag heeft genomen, wordt het beslag als afgehandeld beschouwd en kan de feitgecodeerde zaak als ‘zaak zonder beslag’ bij het CJIB worden aangeboden. Op de combibon vermeldt de opsporingsambtenaar onder ‘opmerking verbalisant’ zijn bevindingen met betrekking tot de afdoening van het beslag door de hulpofficier van justitie. Als geen sprake is van een contra-indicatie4 verzendt het CJIB in geval van een politiestrafbeschikking volgens de gebruikelijke werkwijze een strafbeschikking namens de (buitengewoon) opsporingsambtenaar.

In de gevallen waarin door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over het beslag is genomen, wordt de zaak met vermelding van het beslag aangeboden bij het CJIB. Het CJIB zal daarop bij de opsporingsinstantie het proces-verbaal (waarbij in elk geval de geactualiseerde KVI moet zijn gevoegd) opvragen. Na ontvangst van het proces-verbaal draagt het CJIB de zaak aan de CVOM over voor een inhoudelijke beoordeling en een beslissing over de juridische bestemming van het beslag.

4. Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen

4.1.0 Algemeen

Recidive

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recidivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening5 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

4.1.1 Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)

Let op: Deze recidiveregeling is alleen van toepassing voor zover de overtredingen langs het strafrechtelijke traject worden afgedaan!

De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikel 30 uitgezonderd het tweede lid en artikel 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen, gepleegde overtredingen als volgt:

 

Motorrijtuigen ex. Bromfiets (feitcodes A 914a t/m d, A 917a t/m c en A 918)

Bromfietsen (feitcodes A 901a t/m d, A 903a t/m c, A 904 en A934)

Eerste overtreding:

OM-strafbeschikking: € 550

OM-strafbeschikking: € 360

Tweede overtreding:

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 650 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding:

Eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk1 en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

Eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

X Noot
1

Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarige niet worden geëist.

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige strafrechtelijke overtreding van artikel 30 en/of 34 WAM. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Uitzondering artikel30 tweede lid WAM

Sinds 1 juli 20116 worden de vanaf die datum geconstateerde overtredingen van artikel 30 tweede lid WAM met een WAHV-beschikking afgedaan. Dit betreft de feitcodes A 902 en A 915.

4.1.2 Recidiveregeling overtreding 30, tweede lid WAM geconstateerd voor 1 juli 2011

 

Motorrijtuigen ex. bromfiets

Bromfietsen

Eerste t/m derde overtreding:

OM-strafbeschikking € 380

OM-strafbeschikking: € 310

Vierde overtreding:

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

4.2 Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs

De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 eerste lid WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar of waarvan het rijbewijs met beperkte geldigheidsduur zijn geldigheid heeft verloren (feitcode K 060f of K060g).

Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen7), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen8) geldt onderstaande recidiveregeling:

Eerste overtreding:

OM-strafbeschikking vast tarief feitcode K055, K060f en K 060g

Tweede overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2:

€ 390 en categorie 3: € 270 en voor alle categorieën één week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar

Derde overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vierde overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: drie weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vijfde en volgende overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: vier weken hechtenis onvoorwaardelijk

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vier jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

4.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990

Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.

De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/veroordeling voor één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990.

De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990.

Categorie-indeling C (maximumsnelheid)

  • 1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);

  • 2 Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen;

  • 3 Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

  • 4 Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.

4.3.1 Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

Tabel 11

Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.

Categorie 3:

Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

   

Niet voldoende afstand houden bij een:

   

snelheid van 80 km/h t/m 100 km/h

snelheid van + 100 km/h t/m 120 km/h

snelheid van meer dan 120 km/h

   

volgafstand 3 m of meer of vanaf 0,5 sec t/m 0,2/0,1 sec

volgafstand < 3 m of < 0,2/0,1 sec

ongeacht afstand of ≤ 0,5 sec

Eerste overtreding

OM-transactie/

OM- strafbeschikking

vast tarief

vast tarief

Nvt

 

eis ter zitting

vast tarief

vast tarief

dagv eis € 700(cat 1/2) /€ 500 (cat 3)

       

+ 3 mnd OBM ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 4 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 5 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 6 mnd ov

Derde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 6 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 8 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 10 mnd ov

Vierde overtreding

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 8 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 10 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

+ OBM 12 mnd ov

X Noot
1

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

4.3.2 Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

Tabel 21

Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen

Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

31 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

           

Eerste overtreding

OM-transactie / OM- strafbeschikking

vast tarief

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

vast tarief

vast tarief +

vast tarief +

tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

 

OBM 2 mnd ov

OBM 4 mnd ov

OBM 6 mnd ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

OBM 2 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

OBM 4 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

OBM 6 mnd ov

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov

Derde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov

Vierde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov

X Noot
1

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

Tabel 3 1

Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen

Categorie 3:

Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

30 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

vast tarief + OBM 2 mnd ov

vast tarief + OBM 4 mnd ov

vast tarief +OBM 6 mnd ov

tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 8 mnd ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 10 mnd ov

Derde en volgende overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 12 mnd ov

X Noot
1

De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tarieventabel is te vinden op de pagina van de CFT op JKS.

Voorbeeld bepalen van het tarief/eis ter zitting:

Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 49 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 620 als het feit op kenteken is geconstateerd (zie de feitcodes * VA 050, * VB 050 of * VC 050). In geval er een staandehouding heeft plaatsgevonden vaardigt de officier van justitie een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van € 620 wordt opgelegd. Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 2 van de op JKS opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 740. Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S026a.

  • a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding (op kenteken geconstateerd), bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-strafbeschikking van € 1100 + 2 mnd OBM ov. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 1300 (zie voornoemde tarieventabel, kolom 2). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 1300 + 20% voorgeschreven. Voorts wordt een OBM van 4 maanden onvoorwaardelijk geëist.

  • b. Begaat deze bestuurder als tweede overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) dan dient analoog aan het gestelde onder a gehandeld te worden waarbij de tabel 1 geraadpleegd dient te worden.

4.4 Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, eerste lid en 5.6.76, eerste lid, RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083a/b, N 085a/b en N 086a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083g, N 085g en N086g

Overtreding

 

Overschrijding maximumconstructiesnelheid met meer dan 15 km/h

1e Eerste overtreding

strafbeschikking

Vast tarief

2e Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 250 / OBM 2 mnd ov

3e Derde en volgende overtreding(en)

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 300 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets

ov: onvoorwaardelijk

OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen

OAV: onttrekking aan het verkeer

Recidive/herhaald plegen

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Opgelet: Indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van artikel 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief is uitgereikt of toegezonden.

Minderjarigen

In afwijking van de hiervoor in alinea 2.2 opgenomen bepalingen voor minderjarigen wordt voor de eerste strafrechtelijke overtreding een aangepaste regeling getroffen. Aan 16 en 17 jarigen wordt voor deze 1e overtreding ter zake overschrijding van de maximumconstructiesnelheid een strafbeschikking met aangepast tarief opgelegd, zijnde € 115. Ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar worden de voor de eerste overtreding vastgestelde tarieven gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven met een maximum van € 115.

INBESLAGNEMING

Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming)

  • 1. De eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging.

  • 2. De eigenaar/houder voldoet aan het schikkingsvoorstel of doet geen verzet tegen de strafbeschikking (waarin het voertuig onttrokken wordt verklaard aan het verkeer of de aanwijzing aan de verdachte wordt gegeven afstand te doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer) van de officier van justitie en doet daarmee afstand van het in beslag genomen voertuig. Het voertuig dient hierna te worden vernietigd.

  • 3. De officier vordert ter zitting de onttrekking aan het verkeer van het niet in Nederland toegelaten voertuig of de verbeurdverklaring van het in Nederland wel toegelaten voertuig. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de vermelde waarde van het voertuig of van de hierboven genoemde standaardeis wordt afgeweken en een meer op de situatie toegesneden eis moet worden geformuleerd.

4.5 Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Recidiveregeling spookrijden op autoweg/autosnelweg (feitcodes R 302 en R 551a, overtreding art. 3, eerste lid en/of 62, juncto bord C2 RVV 1990)

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers

Eerste overtreding

OM- strafbeschikking of eis ter zitting

€ 500 + OBM 6 mnd ov

Tweede overtreding

eis ter zitting

€ 600 + OBM 8 mnd ov

Derde + volgende overtreding

eis ter zitting

€ 700 + OBM 12 mnd ov

4.6 Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector; feitcode N 010 n)

Categorie-indeling A Regeling voertuigen

Categorie 2 – personenauto's;

Categorie 3 – bedrijfsauto's;

Categorie 3a – bussen;

Categorie 4 – motorfietsen;

Categorie 5 – driewielige motorrijtuigen;

Eerste overtreding

OM- strafbeschikking of eis ter zitting

vast tarief + OAV

Tweede overtreding

OM- strafbeschikking of eis ter zitting

€ 500 + OAV

Derde + volgende overtreding

OM- strafbeschikking of eis ter zitting

€ 600 + OAV

4.7 Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water

De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur.

De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Recidiveregeling snelheidsovertredingen water1

Categorie 1:

Gezagvoerder/schipper

klein schip

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

25 tot 35 km/h

35 tot 45 km/h

45 km/h of meer

eerste overtreding:

OM- strafbeschikking

Vast tarief

Vast tarief

Vast tarief

tweede overtreding:

OM- strafbeschikking

€ 360

€ 540

€ 780

derde overtreding:

eis ter zitting

€ 430

en voorwaardelijke hechtenis

€ 640

en voorwaardelijke hechtenis

€ 930

en voorwaardelijke hechtenis

vierde overtreding:

eis ter zitting

€ 510

en onvoorwaardelijke hechtenis

€ 760

en onvoorwaardelijke hechtenis

€ 1100,–

en onvoorwaardelijke hechtenis

X Noot
1

De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tarieventabel is te vinden op de pagina van de CFT op JKS.

4.8 Strafvorderingsrichtlijn feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000

De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Categorie-indeling B, categorie 8 – een ieder

(de persoon die nachtverblijf verschaft en die niet onverwijld mededeling doet aan de korpschef van de regiopolitie waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft).

Eis/strafbeschikking € 250 per persoon die niet is gemeld.

Overgangsrecht

Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 mei 2013.

BIJLAGEN

De bij deze richtlijn behorende bijlagen met OM-feiten en p-feiten zijn niet als bijlage bij deze richtlijn voor strafvordering opgenomen, maar geïntegreerd opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. In deze bundel worden de zaken die afkomstig zijn uit de bijlage met OM-feiten en tarieven voorafgegaan door een * (asterisk). De overtredingen waarvoor een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, worden voorafgegaan door de (kleine) letter p.


X Noot
1

Met ingang van 1 april 2013 is de politietransactie (artikel 74c Sr.) vervallen.

X Noot
2

Opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

X Noot
3

Zie tevens de Aanwijzing inbeslagneming (artikel 94 WvSv).

X Noot
4

Zie de Aanwijzing OM-Afdoening.

X Noot
5

Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie.

X Noot
6

Wet van 31 maart 2011 tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Gemeentewet in verband met het onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften brengen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en enkele technische verbeteringen (Stb. 2011, 170).

X Noot
7

Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, wordt de bestuurder van de brommobiel hiervan uitgezonderd. Deze valt onder categorie 3.

X Noot
8

Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, valt ook de bestuurder van de brommobiel hieronder.

Naar boven