Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2012, 9515 | Convenanten |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2012, 9515 | Convenanten |
7 mei 2012
Commissaris van de Koningin, drs. Th.J.F.M. Bovens, handelend namens Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg,
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mr. drs. J.W.E. Spies, handelend als bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden,
Hierna gezamenlijk te noemen ‘partijen’,
Overwegende dat:
a. In september 2011 de colleges van Gedeputeerde Staten van Limburg, Groningen en Zeeland met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben afgesproken om te komen tot afzonderlijke convenanten waarin de betrokken partijen aangeven welke maatregelen ze zullen nemen om de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in die provincies het hoofd te bieden.
b. Limburg goed verankerd ligt in een internationale economische structuur van kennis, bedrijvigheid en woonmilieus, de demografische opgave wordt gezien als een integraal onderdeel van de ontwikkelingsopgave voor de regio, Limburg zichzelf ziet als een regio die voorop loopt in het ontwikkelen van een duurzaam groeimodel, waarin de demografische ontwikkelingen geïntegreerd zijn.
c. Partijen de kansen voor Limburg onderkennen, dat Zuidoost-Nederland in opdracht van het Rijk een visie heeft ontwikkeld op de toekomstige regionale ontwikkeling van oostelijk Noord-Brabant en Limburg: Brainport 2020, top economy, smart society en dat Limburg hierin een belangrijke bijdrage wil leveren aan de nationale economie door middel van de hier aanwezige topsectoren.
d. Volgens de eindrapportage, Ruimte voor waardevermeerdering, van de Commissie Deetman (februari 2011), de ruimte die in Limburg ontstaat door de voorspelde vermindering van het aantal jongeren, een toename van de ouderen en de afslanking van het aantal huishoudens, nieuwe kansen biedt, er met minder mensen toch een vitale economie gemaakt kan worden en de demografische ontwikkeling benut kan worden voor transformaties die zorgen voor groei in ruimtelijke, sociale en economische kwaliteit.
e. Limburg de ambitie heeft zich te ontwikkelen tot een provincie met een internationaal vestigingsklimaat, dat daarbinnen de Euregionale dynamiek voor Limburg vanwege haar unieke grensligging ten opzichte van België en Duitsland van grote betekenis is, dat het voor Limburg van belang is om de mobiliteit van burgers en bedrijven over de grens nog verder te ontwikkelen, dat een goede Euregionale bereikbaarheid en grensoverschrijdende samenwerking tussen bedrijven en instellingen zal bijdragen aan het voorzieningenniveau en de innovatiecapaciteit van de regio.
f. Versterking van een internationaal vestigingsklimaat primair een opgave van de regio zelf is en dat betrokken partijen de regio daarbij waar mogelijk willen stimuleren en ondersteunen.
g. Dat anderhalf jaar geleden de basis is gelegd voor een brede samenwerking ten behoeve van de transformatie van Zuid-Limburg, dat in de zomer van 2011 die aanpak gestalte heeft gekregen door de vorming van de stuurgroepen economie, wonen, zorg en onderwijs op basis van de gezamenlijke langetermijnstrategie voor Zuid-Limburg zoals vastgelegd in het Kompas voor samenwerking in Zuid-Limburg.
h. Dat die brede samenwerking in staat is gebleken om gezamenlijk een integraal Actieprogramma Zuid-Limburg op te stellen, waarin de hoofdlijnen van de transformatieopgave voor Zuid-Limburg inclusief een programma om dat te bereiken, zijn bepaald.
verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
Partijen benoemen in dit convenant maatregelen om in te spelen op de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in de Provincie Limburg. Partijen beschouwen het behoud van de leefbaarheid en een vitale economie in Limburg daarbij als belangrijkste doelstelling. De ambities en uitdagingen waarvoor Limburg staat, vereisen een forse transformatie in de economie, in huisvesting en in voorzieningen, die niet zonder groei in kwaliteit gerealiseerd zal worden. Deze transformatieopgave is gericht op het realiseren van een nieuwe, evenwichtige situatie die leidt tot een betere aanpak van de waardedaling van vastgoed en een flexibele structuur om voorzieningen te borgen. Op die manier kan Limburg de basis bieden voor een duurzaam vitale regio met een voldoende aantrekkelijk vestigingsklimaat om haar ambities waar te maken. Het realiseren van deze nieuwe situatie vereist innovatie, waarbij steeds gewerkt wordt vanuit de kracht die in Limburg aanwezig is. Het initiatief ligt bij de regio´s en de Provincie. Het Rijk kan op onderdelen zoals uitgewerkt in dit convenant aangesproken worden in relatie tot het vraagstuk van bevolkingsdaling. Met deze tijdelijke bemoeienis wil het Rijk het proces ondersteunen.
a. Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening en eindigt met ingang van 31 december 2014.
b. Wanneer een partij het convenant opzegt, eindigt het convenant voor beide partijen.
1. Overwegingen:
a. De omstandigheden vragen om een gedifferentieerde benadering per regio. Zuid-Limburg heeft hierbij prioriteit, gezien de urgentie ten aanzien van de transformatieopgave. De afspraken met de beide anticipeerregio’s Noord- en Midden-Limburg zijn meer gericht op agendering.
b. Partijen leggen in dit convenant een aantal afspraken vast over de bijdragen die zij willen leveren aan een dynamisch Actieprogramma Zuid-Limburg. Iedere partner heeft daarin een andere rol te vervullen die volgt uit de bestaande bestuurlijke verhoudingen.
c. De basis voor het Actieprogramma Zuid-Limburg ligt in een vitale coalitie van centrumgemeenten Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht, de Provincie Limburg, bedrijfsleven, woningcorporaties, zorg, kennis- en cultuurinstellingen zoals vertegenwoordigd in de Agendacommissie Zuid-Limburg en de stuurgroepen Economie, Wonen, Zorg en Onderwijs. Zij hebben de transformatieopgave voor Zuid-Limburg gedefinieerd in het Kompas voor samenwerking in Zuid-Limburg vanuit een visie op en een strategie voor lange termijn. Daarmee staan de visie en strategie voor het nieuwe Zuid-Limburg op de kaart. Zuid-Limburg ziet het Rijk daarbij als een onmisbare partner. Het Rijk geeft in dit convenant aan, hoe ze aan het Actieprogramma Zuid-Limburg zal bijdragen.
d. Het Actieprogramma Zuid-Limburg is selectief en waar nodig dynamisch in zijn uitwerking. Het eigenaarschap voor de invulling ligt bij de uitvoerende partijen zoals vertegenwoordigd in de stuurgroepen. In dit convenant wordt aangegeven hoe het Rijk de uitvoerende partijen daarbij ondersteunt.
e. De afspraken met de beide anticipeerregio’s Noord- en Midden-Limburg zijn meer gericht op agendering. In dit verband zullen de regio’s Noord- en Midden-Limburg samen met Provincie Limburg en de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur en Milieu een zogenoemde dialoogtafel organiseren om de uitgangspositie en het vervolgproces voor beide regio’s te bepalen.
f. Actieprogramma en te maken afspraken zullen weinig succesvol zijn als in het proces niet geluisterd wordt naar de inwoners van Limburg. Zij zijn het die betekenis geven aan het fenomeen bevolkingsdaling en beslissen hoe om te gaan met de gevolgen daarvan. De inwoners komen met initiatieven die een reactie zijn op de consequenties van bevolkingsdaling en ontgroening/vergrijzing en gemeenten spelen daar op in door het gesprek met hun burgers aan te gaan. De overheid en maatschappelijke organisaties kunnen de problemen die ontstaan door de demografische veranderingen niet voor de burgers oplossen, maar wel samen met hen. Het is daarbij noodzakelijk buiten de gangbare paden te treden en de creativiteit aan te boren waarover burgers in ruime mate beschikken. Hierbij kan slim gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van sociale media.
g. Partijen onderkennen een rolverdeling die uitgaat van een overheid die voorwaarden schept om het zelforganiserend vermogen in de samenleving te vergroten. De uitvoerende verantwoordelijkheid ligt bij de partijen zoals vertegenwoordigd in de stuurgroepen en de Agendacommissie voor Zuid-Limburg. Zij zijn aan zet om de transformatieopgave voor Zuid-Limburg in te vullen vanuit een krachtige regionale samenwerking. Voorwaarde is dat het bedrijfsleven, woningcorporaties, zorginstellingen en kennisinstellingen samen met de overheid de handen ineen slaan. In Zuid-Limburg is hiertoe per domein een stuurgroep gevormd, die zich richt op de gecoördineerde uitvoering en vernieuwing. De overkoepelende Agendacommissie Zuid-Limburg zorgt voor de samenhang in de uitvoering van het Actieprogramma Zuid-Limburg. Daarbij fungeert de Provincie Limburg als aanspreekpunt voor het Rijk in het kader van dit convenant. De centrumgemeenten Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht vervullen een voortrekkersrol in de Agendacommissie Zuid-Limburg en dragen zorg voor de afstemming met en het draagvlak bij de gemeenten in de regio’s Parkstad, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland. De betrokkenheid van de gemeenten wordt ook geborgd door de totstandkoming van het intergemeentelijke Woon- en Structuurplan voor Zuid-Limburg. De stuurgroepen zorgen binnen hun domein voor versterking van de samenwerking tussen de partijen en stimuleren de uitvoering van de in het domein benoemde programma’s en projecten.
h. De rolverdeling van partijen zullen voor de regio’s Noord- en Midden-Limburg nader worden uitgewerkt in het kader van de te organiseren dialoogtafel.
i. De Provincie Limburg biedt in de eerste plaats een kader voor het te voeren beleid op regionaal en lokaal niveau onder meer via het instrumentarium Wet Ruimtelijke Ordening. De ruimtelijke keuzes die voortvloeien uit het Actieprogramma zullen in samenwerking met gemeenten worden uitgewerkt in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg. De rol van de Provincie is voorts het borgen van de samenhang, bevordering van de afstemming binnen en tussen de Limburgse regio’s, versnelling van de uitvoering, vergroting van de bewustwording van de vereiste bestuurlijke omslag, leveren van bijdragen aan de vorming van netwerken en coördinatie van contacten met het Rijk en de Europese Unie. De Provincie ziet toe op de verbindingen tussen Zuid-, Midden- en Noord-Limburg en op de verbinding met de Euregio. Daarbij gaat het ook om de financiële inzet van de Provincie op basis van de meerjarenbegroting. De middelen die gemeenten en Provincie ontvangen op basis van specifieke uitkeringen en de extra middelen binnen de algemene uitkering die het gevolg zijn van de ‘krimpmaatstaf’, worden daarin meegenomen. De Provincie spant zich in om bestaande middelen te prioriteren ten gunste van de doelen van dit convenant.
j. De inzet van het Rijk op het gebied van de bevolkingsdaling is omschreven in het Interbestuurlijke Actieplan Bevolkingsdaling en de Interbestuurlijke Voortgangsrapportage Bevolkingsdaling uit 2011, en vloeit voort uit het Regeerakkoord. Het gaat daarbij om een agenderende, stimulerende en faciliterende rol en om het ‘krimpproof’ maken van wet- en regelgeving en bekostigingssystemen. Hierbij dient er rekening mee te worden gehouden dat de huidige budgettaire realiteit een andere is dan ten tijde van het opstellen van bovengenoemde documenten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in het kader van dit convenant een coördinerende rol binnen het Kabinet. Het sluiten van dit convenant is gericht op gezamenlijke inspanning om de stap van beleidsvorming naar beleidsuitvoering te zetten met accenten op wonen, vitale economie, voorzieningen en de ruimtelijke planning. De inzet op de fysieke opgave in krimpgebieden is tevens een bijdrage aan de opgave van stedelijke vernieuwing in deze regio’s. De samenwerking wordt ingevuld met oog voor de bestuurlijke verhoudingen. Daarbij zal het Rijk zich inzetten voor het optimaal benutten van de ruimte die de bestaande regelgeving biedt en waar nodig en mogelijk het ‘krimpproof’ maken van regelgeving. Er is speciale aandacht voor belemmeringen voor grensoverschrijdende samenwerking, het indien nodig en mogelijk en vanwege de bevolkingsdaling of andere oorzaken anders invullen van bestaande financiële arrangementen, zodat slimmer wordt omgegaan met bestaande middelen, de inzet van kennis en instrumenten, ook ten aanzien van de versterking van burgerschap en leefbaarheid en het stimuleren van bewustwording en regionale samenwerking op de terreinen van wonen, ruimtelijke ordening, voorzieningen en economische vitaliteit en een goed werkende arbeidsmarkt.
2. Afspraken partijen ter ondersteuning van het Actieprogramma Zuid-Limburg:
Algemeen:
1. De Provincie ondersteunt de regio bij het in beeld brengen van de mogelijkheden en het indienen van projecten bij Europese fondsen. Daar waar aanknopingspunten in Europees beleid zitten en mogelijkheden voor synergie liggen bevordert het Rijkt dat onderwerpen uit dit convenant kunnen aanhaken in Europees verband.
A. Economie
1. Zuid-Limburg maakt deel uit van Brainport 2020. In de Bedrijfslevenbrief onderschrijft het kabinet de ambitie en visie in Brainport 2020 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsagenda. In de daarin opgenomen kabinetsreactie geeft het Rijk aan hoe zij zal bijdragen aan de realisatie van de Brainport 2020 – agenda. Die afspraken worden jaarlijks geactualiseerd in de zgn. Innovatiecontracten en Human Capitalagenda’s die het Rijk aangaat met de topsectoren. Het Rijk en Provincie stemmen hierbij de aansluiting tussen de nationaal overeengekomen innovatiecontracten en het nu voorliggende regionale actieprogramma voor Zuid-Limburg af.
2. Om de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking tussen kennis- en cultuurinstellingen, hoger onderwijs en bedrijfsleven te versterken moeten grensweerstanden aangepakt worden. De afspraken die gemaakt zijn in het kader van het vervolg op GROS (buurlandenbeleid, invulling strategisch kader) worden nu ingevuld met enkele casussen, zoals die in het Actieprogramma onder de onderwerpen ‘bekostiging grenslandstudenten’, ‘joint degrees’ en ‘personele aanstelling interregionaal onderzoeksinstituut’ gemaakt zijn. Daarbij worden de actiepunten voor grensoverschrijdende samenwerking aangepakt in samenwerking met de Task Force Grensoverschrijdende Samenwerking die onder leiding staat van het Ministerie van BZK.
3. Rijk en Provincie laten een Atlas voor kansen voor Grensoverschrijdende samenwerking opstellen.
4. Partijen onderkennen het belang van grensoverschrijdend openbaar vervoer. Voorzover afspraken met het Rijk worden gemaakt zal dit worden ingevuld in het kader van het MIRT.
5. Partijen dragen bij aan het onderzoek van de OESO ‘local scenarios of demographic change’ met als doel te komen tot een aanpak van de arbeidsmarktproblematiek in de regio’s die te maken hebben met bevolkingsdaling.
B. Wonen
1. De Provincie zal het proces om te komen tot een intergemeentelijke structuur- en woonvisie ondersteunen en ervoor zorg dragen dat de resultaten ervan worden opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2013. De ministeries van BZK en I&M zullen deelnemen aan de begeleidingscommissie en daarbij kennis en kunde inbrengen. Daarbij spreekt het Rijk uit te willen bevorderen dat bovengenoemde planvorming zal leiden tot een helder planologisch toetsingskader voor de beoordeling van bestaande en potentiële plancapaciteit.
2. In opdracht van de minister van BZK zal het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) inzet plegen op een viertal projecten: de Oostflank Brunssum, het Gebrookerbos, de overige rijksgronden in de regio Parkstad en een studie naar financiële instrumenten t.b.v. de vastgoedaanpak in krimpgebieden. Tussen het RVOB, de Provincie Limburg en de regio Parkstad zullen hierover uitvoeringsafspraken worden gemaakt.
3. De Provincie ondersteunt de Stuurgroep Wonen bij het uitwerken van voorstellen op het gebied van beheer en leegstand. Het Rijk zal op basis van uitgewerkte voorstellen niet-financiële ondersteuning leveren waar dat nodig en mogelijk is, naast de financiële ondersteuning van € 14,5 mln. voor de aanpak van de leegstand, die reeds in 2010 is toegekend.
4. Het Rijk geeft de Juridische Expertpool Planschade opdracht om een verkennende notitie op te stellen over de financiële gevolgen van het wegvallen van bouwmogelijkheden voor de gebiedsontwikkeling in krimpgebieden. De Provincie draagt hiertoe ter analyse een aantal praktijkgevallen uit de regio aan. Het Rijk biedt individuele gemeenten ondersteuning bij het verminderen van kosten door planschadeclaims door inzet van de Juridische Expertpool Planschade. De Provincie draagt zorg voor een actueel planologisch toetsingskader.
5. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Provincie participeren actief in het project Frontenpark Maastricht, dat onderdeel uitmaakt van de gebiedsontwikkeling Belvedère.
6. Het Rijk/RVOB heeft overeenstemming bereikt met de gemeente Heerlen inzake de overdracht van het (voormalige) CBS gebouw aan de gemeente Heerlen. Notarieel transport heeft bij ondertekening van dit convenant plaatsgevonden. Voor het project Eco Growth kan de gemeente Heerlen derhalve over het gebouw beschikken. Het Rijk onderzoekt op welke wijze zij als (privaatrechtelijk) eigenaar van identiteitsdragers in de regio een impuls kan geven aan behoud en functieherstel hiervan, passend binnen de transformatie-opgave.
7. De gemeente Sittard-Geleen heeft aan C'magne Concepts de opdracht gegeven om met behulp van The Value Creator een functioneel concept voor het Bisschoppelijk College (het Kleesj) en haar directe omgeving te ontwikkelen. Dit functionale concept wordt ruimtelijke vertaald naar de interne gebouwstructuur, de architectuur en de Looks&Feel. Dit totaal concept wordt met RCE uitgewerkt in een concreet Businessplan voor het complex als een exploitatie-en beleggingsproduct. Het gaat om een rijksmonument en RCE participeert actief in het proces van The Value Creator.
8. Het Rijk zal zich inspannen om knelpunten rond de aanpak van de particuliere woningvoorraad in Zuid-Limburg te onderzoeken en zo nodig en mogelijk op te lossen, waar het de bestaande regelgeving en de verdeelsystematiek van bestaande bekostigingssystemen betreft. De Provincie en het RVOB spreken af dat het onderzoek naar nieuwe financieringsvormen, dat zij gezamenlijk zullen uitvoeren, mede op de in het Actieprogramma Zuid-Limburg genoemde cases rond de aanpak van de particuliere woningvoorraad, gericht zal worden.
9. Het Rijk (onder meer het Bouwteam BZK/WBI), de Provincie en de betrokken Zuid-Limburgse partners stellen samen een ‘Taskforce verduurzamen woningvoorraad Zuid-Limburg’ in die een aanpak ontwikkelt en een Green Deal voorbereidt, nieuwe verdiengebieden rond energiebesparing exploreert alsook juridische belemmeringen in beeld brengt voor de verduurzaming van de woningvoorraad (o.a. rond levering, aanbesteden, vergunnen, hergebruik) en die daarin ook het verduurzamen van identiteitsdragers meeneemt.
10. Een IBA (Internationale Bau Ausstellung) is een strategie voor een periode van acht tot tien jaar die steden of regio’s van binnenuit een nieuwe impuls geeft. Een IBA brengt bestaande en nieuwe projecten vanuit een inspirerend thema economisch, sociaal, fysiek en cultureel op een hoger plan. De regio Parkstad Limburg onderzoekt op dit moment of een IBA in Parkstad de motor kan zijn achter de transformatieopgave. Rijk en Provincie zullen ten aanzien van de verschillende projecten en experimenten binnen de IBA bezien of en op welke wijze ze die kunnen faciliteren, waarbij bij het Rijk het accent zal liggen op niet-financiële ondersteuning.
11. In het streven van Zuid-Limburg om meer stedelijkheid en tegelijkertijd meer landschap te realiseren wordt een inventarisatie van behoudenswaardige panden in het buitengebied uitgevoerd. Provincie, gemeenten en RCE trekken hierin samen op.
C. Zorg
1. De met krimp gepaard gaande vergrijzing en ontgroening hebben gevolgen voor de zorg. Door de vergrijzing neemt de zorgvraag toe terwijl de ontgroening zorgt voor een daling van zorgpersoneel en een kleiner potentieel mantelzorgers en vrijwilligers. Aanbieders zullen in gebieden waar bevolkingsdaling plaatsvindt meer dan voorheen moeten samenwerken om vormen van zorg te kunnen blijven aanbieden. Welke zorg door welke aanbieder aangeboden mag worden, dient via de inkoop van de zorgverzekeraar/het zorgkantoor duidelijk te worden. Aanbieders mogen de zorg niet onderling verdelen. In dit proces van samenwerken worden vaak knelpunten in de wet- en regelgeving ervaren. Het Rijk wil deze knelpunten zo veel als mogelijk tegengaan. Mede om die reden is tot 1 januari 2014 het ‘Experiment regelarme instellingen in de Langdurige Zorg’ opgezet. Hieraan nemen ook instellingen uit krimpregio’s deel. Op het gebied van personeelsaanbod ondersteunt het Rijk Zorgacademie Parkstad Limburg.
2. Als Limburg initiatieven op het terrein van zorg en bevolkingsdaling ontwikkelt, is het Rijk bereid deskundigheid ter beschikking te stellen, bijvoorbeeld door na te gaan in hoeverre deze binnen nieuwe experimenteerregelingen kunnen worden ondergebracht.
D. Onderwijs
1. Het is van belang dat er voor leerlingen in Zuid-Limburg een zo divers mogelijk onderwijsaanbod is en dat zij kwalitatief goed onderwijs ontvangen. Dat onderwijs dient indien mogelijk ook aan te sluiten bij behoeften van de regionale topsectoren. Om dit te kunnen blijven garanderen, is samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijfsleven essentieel. De huidige wet- en regelgeving biedt niet altijd voldoende ruimte voor vergaande samenwerking, onder andere op het gebied van doorlopende leerlijnen en meer vraaggestuurder inrichting van curricula. Daarom kunnen instellingen sectoroverstijgende experimenteerruimte krijgen. Maar ook experimenten binnen sectoren, of gericht op samenwerking met instanties buiten het onderwijs kunnen kansen krijgen. Daar zal de komende Experimenteerwet ruimte voor gaan bieden. De experimenten dienen tevens om te bezien of en welke duurzame veranderingen in wet- en regelgeving op termijn nodig zouden kunnen zijn zoals toegelicht in de brief van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap aan de Tweede Kamer van 30 maart 2012.
2. Wanneer Zuid-Limburg initiatieven (al dan niet grensoverschrijdend) op het terrein van onderwijs en bevolkingsdaling ontwikkelt en concrete knelpunten in de regelgeving vermoedt, is het Rijk bereid deskundigheid ter beschikking te stellen. Samen met de regio worden oplossingen gezocht door na te gaan in hoeverre deze initiatieven binnen de bestaande regelgeving mogelijk zijn dan wel binnen de nieuwe experimenteerruimte kunnen worden opgepakt, bijvoorbeeld in het project sleutelexperimenten.
3. Het Rijk c.q. het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap is bereid de lijnen heel kort te houden door één aanspreekpunt aan te stellen.
3. Overige afspraken:
1. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties subsidieert het project Burgerschap in krimpregio’s. Doel van dit project is de burgers bewust te maken van de gevolgen van de demografische veranderingen voor hun leefomgeving en hen uit te dagen actief te participeren in het vormen van een visie op de toekomst van hun dorp of stad binnen de regio. De vereniging van Kleine Kernen Limburg is een van vier provinciale verenigingen die participeert in dit project.
2. Partijen hebben een bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van instrumenten zoals de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse voor Parkstad en de Leefbaarometer. Op beide instrumenten, evenals andere instrumentaria, zal een doorontwikkeling plaatsvinden in samenwerking met de regio en waar mogelijk gekoppeld aan de Transformatiemonitor.
3. Het Rijk is mede verantwoordelijk voor het delen van kennis over vernieuwende oplossingen in relatie tot demografische ontwikkelingen. Daartoe wordt in samenwerking met de provincies Limburg, Groningen en Zeeland gewerkt aan de inrichting van een Landelijke Kennisfaciliteit Bevolkingsdaling. De doorontwikkeling van de informatieportal vanmeernaarbeter.nl wordt daarin ondergebracht. Met bijdragen van Parkstad Limburg en Provincie Limburg hebben de Zuyd Hogeschool en de Open Universiteit (in partnership met de UM) het expertisecentrum NEIMED opgericht. NEIMED kan gaan fungeren als een van de pijlers van de Landelijke Kennisfaciliteit.
4. Limburg is samen met de krimpregio’s Groningen en Zeeland ook een proeftuin voor andere regio’s in Nederland die te maken zullen krijgen met bevolkingsdaling.
Om de voortgang van convenant te volgen en elkaar daarop aan te spreken maken partijen de volgende werkafspraken:
1. Partijen volgen de voortgang en de maatschappelijke effecten van de verschillende maatregelen via een Transformatiemonitor. Waar nodig kan dit aanleiding zijn, dit convenant bij te stellen. De Transformatiemonitor wordt in opdracht van partijen ontwikkeld en uitgevoerd, waarbij partijen eerst onderzoeken op welke wijze de monitoring zal worden vormgegeven;
2. Er wordt invulling gegeven aan periodiek ambtelijk overleg ter voorbereiding en uitvoering van het bestuurlijke overleg;
3. Partijen geven in 2014 gezamenlijk opdracht tot uitvoering van een evaluatie van het convenant;
4. Op basis van de Transformatiemonitor respectievelijk de evaluatie vindt bestuurlijk overleg plaats tussen partijen om de voortgang te bespreken en waar nodig het convenant te actualiseren. Hierop volgt een rapportage aan Provinciale Staten. Aan de Tweede Kamer wordt gerapporteerd via de Interbestuurlijke Voortgangsrapportage Bevolkingsdaling;
1. Elke partij kan de andere partij schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van beide partijen.
2. Partijen treden in overleg binnen 4 weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij schriftelijk heeft medegedeeld.
3. De wijzigingen en de verklaringen tot instemming wordt (worden) in afschrift als bijlage aan het convenant gehecht.
1. Naast dit convenant zijn er andere lopende of komende afspraken tussen Rijk en Provincie zoals op het gebied van het topsectorenbeleid en MIRT. Dit convenant treedt niet in die afspraken. Partijen borgen wel een goede afstemming tussen de verschillende afspraken.
2. Dit convenant is niet afdwingbaar. Partijen kunnen op tekortkomingen in de nakoming van dit convenant of van afspraken die daarmee samenhangen, bij de burgerlijke rechter geen beroep doen.
3. Binnen 2 weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-9515.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.