Banden- en Wielenbranche,

Vrijwillig Vervroegd Uittreden 2012/2014

Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 mei 2012 tot wijziging van het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche

UAW Nr. 11315

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Syntrus Achmea namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij(en) te ener zijde: Vereniging VACO;

Partij(en) te anderer zijde: FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en De Unie.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Reglement, hoofdstuk III, suppletieregeling

‘Artikel 12 lid 6 komt te luiden:

Artikel 12 Voorwaarden van deelneming en hoogte van de aanvulling

(...)

  • 6. De jaarlijkse aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen enerzijds,

    • de uitkeringsgrondslag waarover volgens het op 31 december 2000 geldende Reglement van de Stichting de VUT-uitkering zou zijn vastgesteld, vermenigvuldigd met het uitkeringspercentage als bedoeld in lid 7,

      en anderzijds,

    • het voor de betrokken werknemer op grond van het pensioenreglement tot de uittredingsrichtdatum vervroegde ouderdomspensioen op grond van artikel 1.4 onderdeel B van het pensioenreglement.

    Indien het Bpf gebruik maakt van de mogelijkheid tot korten op grond van artikel 134 van de Pensioenwet, wordt voor de berekening van de jaarlijks aanvullende uitkering uitgegaan van het op grond van het pensioenreglement tot de uittredingsrichtdatum vervroegde ouderdomspensioen zonder de doorgevoerde korting.’

(...)

‘Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16 Vervroeging en uitstel

  • 1. Indien een werknemer de uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk later laat ingaan dan de uittredingsrichtdatum dan wel de minimum leeftijd volgens de staffels in artikel 13, lid 2, dan geldt dat de uitkering wordt vastgesteld alsof de ingangsdatum onveranderd de uittredingsrichtdatum respectievelijk de minimum leeftijd volgens de staffels zou zijn en vervolgens op zijn vroegst vanaf 1 januari 2006 herrekend wordt aan de hand van tabel 1 die door het bestuur, gehoord de actuaris, is vastgesteld met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. Voor tabel 1 wordt verwezen naar bijlage 1 bij dit reglement.

  • 2. Voor werknemers die vóór 1 januari 2009 gebruik konden maken van de Regeling wordt de in lid 2 genoemde actuariële herrekening bepaald in twee stappen aan de hand van twee verschillende tabellen ( tabel 1 en tabel 2). Voor de tabellen 1 en 2 wordt verwezen naar bijlage 1 bij dit reglement.

    Vanaf de vroegst mogelijke ingangsleeftijd zoals vermeld in artikel 5, lid 1 sub a van het VUT-reglement tot 1 januari 2009 vindt de actuariële herrekening plaats aan de hand van tabel 2, die door het bestuur, gehoord de actuaris, is vastgesteld met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. De actuariële herberekening heeft uitsluitend betrekking op het tijdvak vanaf 1 januari 2006.

  • 3. Vervolgens vindt vanaf de periode vanaf 1 januari 2009 tot de feitelijke uittredingsdatum actuariële herrekening plaats aan de hand van tabel 1, die door het bestuur, gehoord de actuaris, is vastgesteld met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. De uitgestelde uitkering kan slechts ingaan indien de werknemer tijdig een aanvraag doet, zoals bedoeld in artikel 17 en op dat moment nog voldoet aan alle voorwaarden voor deelneming.

  • 4. Indien de uitkering door het bepaalde in het derde lid uitkomt boven 100% van het laatstelijk voor uittreden geldende vaste salaris, wordt het meerdere overgeheveld naar het Bpf ten behoeve van het ouderdomspensioen. De factoren zijn in bijlage 2 van dit reglement opgenomen. Alsdan wordt rekening gehouden met het fiscale maximum voor ouderdomspensioen zoals aangegeven in artikel 18a, lid 7, van de Wet op de loonbelasting 1964. Dit betekent dat het ouderdomspensioen op het tijdstip van ingang niet uit mag gaan boven 100% van het laatst geldende vaste salaris. Het meerdere wordt met inachtneming van wettelijke inhoudingen als eenmalige uitkering vlak voor ingang van het ouderdomspensioen uitgekeerd.

  • 5. Behoudens het bepaalde in artikel 13 kan een uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk slechts ingaan tegelijk met het vervroegde ouderdomspensioen.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 11 mei 2012

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze: De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes.

Naar boven