Periodieke vergunning artikel 17 Luchtvaartwet (Lynxhelikopter) 2011 tot 2014

3 mei 2011

Nr. MLA/084/2011

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de projectofficier MLE-OPS/OM-H van 7 januari 2011;

Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Luchtvaartwet, artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement, alsmede STANAG 3533 (Flying and Static Displays);

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Aan de Commandant van het Defensie Helikopter Commando wordt vergunning verleend voor het houden van een luchtvaartvertoning met een of meer Lynxhelikopters van het Defensie Helikopter Commando.

  • 2. Aan de gezagvoerder van een Lynxhelikopter die deelneemt aan een luchtvaartvertoning als bedoeld in het eerste lid wordt ontheffing verleend van het verbod, opgenomen in artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement om lager te vliegen dan de minimum vlieghoogte tot een hoogte van 200 voet voor langsvluchten. Tijdens de ‘hover’-demonstratie van de helikopter mag tot 0 voet AGL/AMSL (verticaal gemeten) worden gedaald.

Artikel 2

  • 1. De gezagvoerder die deelneemt aan de luchtvaartvertoning dient bij de voorbereiding en de uitvoering van het vliegprogramma de hand te houden aan de voorwaarden en bepalingen vervat in STANAG 3533 (Flying and Static Displays).

  • 2. In afwijking van het eerste lid mag tijdens een ‘hover’-demonstratie de afstand van de helikopter tot het publiek horizontaal gemeten 30 meter bedragen. Dezelfde minimum afstand geldt voor de transitie van de langsvlucht naar de ‘hover’-demonstratie en na afloop daarvan.

  • 3. De minimum scheidingsafstand tussen de vertoninglijn en de publieklijn is afhankelijk van de maximum snelheid die wordt bereikt tijdens de vertoning; in afwijking van STANAG 3533 zijn de minimum scheidingsafstanden weergegeven in onderstaande tabel:

    Maximumsnelheid in KIAS

    Type vertoning

     

    Langsvluchten

    Kunstvluchten

    Minder dan 100 kts

    50 meter

    100 meter

    100–200 kts

    100 meter

    150 meter

Artikel 3

De senior medewerker publieksvoorlichting zal namens het hoofd van de afdeling communicatie van het Commando Zeestrijdkrachten optreden als veiligheidscoördinator.

Artikel 4

Aan de vergunning zijn voorts nog de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. tijdens de uitvoering van de luchtvaartvertoning mogen uitsluitend personen in het luchtvaartuig aanwezig zijn die direct noodzakelijk zijn voor de besturing van het luchtvaartuig en het uitvoeren van de luchtvaartvertoning;

  • b. de aanvliegsector en de uitvliegsector dienen zich te bevinden boven open water of weilanden; aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden;

  • c. het vertoninggebied dient gedurende de demonstraties vrij te zijn van niet betrokken scheepvaart en pleziervaart;

  • d. de vertoning mag bestaan uit: het landen, het opstijgen, het voorvliegen, het uitvoeren van redding- of boardingdemonstraties, alsmede het uitvoeren van parachutesprongen met en vanuit een Lynxhelikopter;

  • e. onderdelen van de luchtvaartvertoning dienen gescheiden in tijd plaats te vinden; gezagvoerders onderhouden onderling contact via de boordradio;

  • f. indien de luchtvaartvertoning plaatsvindt in de control zone (CTR) van een gecontroleerd luchtvaartterrein, dient het hoofd luchtverkeersleiding van het desbetreffende luchtvaartterrein tijdig te worden geïnformeerd om eventuele nadere afspraken te maken;

  • g. het terrein voor het landen en opstijgen van de Lynxhelikopter dient ten minste zodanige afmetingen te hebben, dat daarin een denkbeeldige cirkel kan worden beschreven met een diameter van anderhalf maal de lengte over alles van het betrokken hefschroefvliegtuig, terwijl de hindernissituatie in de directe omgeving van het heliterrein zodanig moet zijn, dat een veilige landing en opstijging kan worden uitgevoerd;

  • h. in de onmiddellijke omgeving van het heliterrein moeten in het geval, genoemd in onderdeel f, voldoende geschikte terreinen aanwezig zijn voor het uitvoeren van een nood- of voorzorgslanding bij een plotseling optredende storing van een motor;

  • i. alvorens op een zodanig heliterrein te landen moet de gezagvoerder de omgeving van het heliterrein hebben verkend en zich op de hoogte hebben gesteld van de terreinomstandigheden en de hindernissituatie;

  • j. eventuele aanwijzingen van de veiligheidscoördinator, politie of brandweer, gegeven in het belang van de openbare orde of de brandveiligheid, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd;

  • k. voor aanvang van de vertoning dient de Commandant van het Defensie Helikopter Commando telefonisch contact op te laten nemen met AOCS NM, tel. 0577-45 6366, en LVNL, Supervisor ACC, tel. 020-406 2200.

Artikel 5

  • 1. De Commandant van het Defensie Helikopter Commando zorgt dat het uitvoeren van de luchtvaartvertoning minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan de luchtvaartvertoning wordt gemeld aan:

    • a. Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Luchtvaartpolitie, tel. 020-502 5693, fax 020-502 5699;

    • b. Inspectie Verkeer en Waterstaat, t.a.v. coördinator luchtvaartvertoningen, tel. 023-566 3000, fax 023-566 3013;

    • c. Supervisor AOCS NM, tel. 0577-45 6366, fax 0577-45 8323;

    • d. Luchtverkeersleiding Nederland, OPS Helpdesk, tel. 020-406 2201, fax 020-406 3672, e-mail OHD@lvnl.nl;

    • e. ter info aan: Ministerie van Defensie/OPCEN KLu, tel. *06-450-47777, fax *06-450-47785 en OCC Gilze-Rijen, tel. *06-495 6785.

  • 2. In de melding, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens opgenomen:

    • a. een afbeelding van de locatie met de LAT/LONG-positie van het vertoningterrein;

    • b. de datum en het tijdsbestek van de luchtvaartvertoning;

    • c. de naam en het telefoonnummer van de veiligheidscoördinator.

  • 3. Na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste lid, geeft het MilAIS Nieuw Milligen een NOTAM uit met betrekking tot de luchtvaartvertoning. Niet deelnemend verkeer zal worden verzocht het cirkelvormig gebied met een straal van twee nautische mijlen te mijden van grondniveau tot 1500 voet boven gemiddeld zeeniveau.

  • 4. Voor aanvang van de luchtvaartvertoning dient door tussenkomst van de veiligheidscoördinator een verklaring van geen bezwaar van de burgemeester van de betrokken gemeente te worden verkregen die tijdens de vertoning kan worden overgelegd.

Artikel 6

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2014.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Defensie,

voor deze:

De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De Lynxhelikopter van het Defensie Helikopter Commando voert geregeld demonstraties uit ter opluistering van lokale evenementen. Voor het uitvoeren van een luchtvaartvertoning (vliegdemonstratie) is een vergunning nodig op basis van artikel 17 van de Luchtvaartwet. Daarnaast is voor het uitvoeren van een luchtvaartvertoning een ontheffing benodigd van de minimum vlieghoogte op grond van artikel 45 van het Luchtverkeersreglement.

Met deze beschikking wordt voor de duur van de kalenderjaren 2011 tot en met 2013 aan de Commandant van het Defensie Helikopter Commando te Gilze-Rijen vergunning verleend voor het uitvoeren van luchtvaartvertoningen waarbij tevens ontheffing wordt verleend voor het vliegen beneden de reguliere vlieghoogte tijdens de vliegdemonstraties.

In overleg met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt overgegaan tot de afgifte van een periodieke vergunning tot 1 januari 2014. Hierbij dient wel aan enkele voorwaarden te worden voldaan, die in de beschikking zijn opgenomen.

In de beschikking is voorgeschreven dat de hand moet worden gehouden aan STANAG 3533 inzake Flying and Static Displays. Omdat bij een luchtvaartvertoning met de Lynxhelikopter bijna altijd maar een helikopter is betrokken, zijn in artikel 2 twee uitzonderingen op die STANAG opgenomen waarbij de civiele veiligheidsnormen uit de Regeling luchtvaartvertoningen zijn gehanteerd.

Naar boven