Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2010, 2265Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Metaal en Techniek

Isolatiebedrijf 2010/2011

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 februari 2010 tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Isolatiebedrijf

UAW Nr. 10973

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Stichting Vakraad Metaal & Techniek namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij(en) te ener zijde: de Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Thermisch Isolatiebedrijf (VIB);

Partij(en) te anderer zijde: FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en De Unie, Vakbond voor industrie en dienstverlening.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III en IV is bepaald:

DEEL A

I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Werkgever

Onder werkgever in deze overeenkomst wordt verstaan de in Nederland wonende natuurlijke persoon of de in Nederland gevestigde rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap gevormd door twee of meer zodanige natuurlijke en/of rechtspersonen gezamenlijk, alsmede de in het Rijk in Europa gevestigde nevenvestiging van een daarbuiten wonende natuurlijke persoon en/of een daarbuiten gevestigde rechtspersoon (al dan niet geconstitueerd naar of vallend onder buitenlands recht), waarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 een verplichting tot inschrijving in het Handelsregister bestaat.

Artikel 2 Werknemer
  • 1. Onder werknemer wordt verstaan degene die in dienst van een werkgever tegen salaris arbeid verricht.

  • 2. Deze overeenkomst is niet van toepassing op:

    • a. directeuren en adjunct-directeuren;

    • b. degene die in hoofdzaak werkzaamheden verricht waarvan het functieniveau uitgaat boven het niveau van functiegroep 11 (salarisgroep J);

    • c. degene die weliswaar voorkomt op de salarislijst van de onderneming doch geen werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming;

    • d. degene die in een elektrotechnisch nettenbouwbedrijf voor grondwerk per karwei en/of voor beperkte duur in dat karwei of een reeks van karweien met een maximum van drie maanden is aangenomen, met dien verstande dat op de grondwerker in vaste dienst deze CAO wel van toepassing is.

  • 3. Ten aanzien van

    • a. de werknemer wiens functie onregelmatige werktijden meebrengt zijn niet van toepassing de artikelen 17, 18, 18a, 21, 33, 33a, 33b, 34, 35, 42, 43, 44 en 45;

    • b. de werknemer wiens functie niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 is in te delen, zijn niet van toepassing de artikelen 31 lid 1, 33, 33a, 33b, 34, 35, 41, 41a, 42, 43 en 44.

Artikel 2a Deeltijdwerk
  • 1. De werkgever zal een verzoek van een werknemer om in deeltijd te gaan werken, positief tegemoet treden. Hij zal serieus nagaan of er mogelijkheden zijn, dan wel op termijn kunnen zijn, om aan het verzoek van de werknemer tegemoet te komen. Indien de werkgever geen mogelijkheden ziet het verzoek van de werknemer in te willigen dan zal hij dit beargumenteerd aan de werknemer meedelen. Een verzoek van de werknemer om in deeltijd te kunnen werken zal door de werkgever niet worden afgewezen dan nadat hij daarover met de werknemer overleg heeft gepleegd.

  • 2. Op werknemers, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week berekend over een periode van maximaal één jaar, zijn de bepalingen van deze CAO naar evenredigheid van dit mindere aantal uren ten opzichte van de gemiddelde 38-urige werkweek van toepassing.

Artikel 2b Inleenkrachten
  • 1. Op de inleenkracht die is aan te merken als een vakkracht en werkzaam is ten behoeve van de werkgever die ressorteert onder deze CAO, zijn de bepalingen ter zake de salaristabellen, vakantie- en seniorendagen, de vakantiebijslag en de minimum-vakantiebijslag van deze CAO van toepassing. Evenzo zijn ten aanzien van de werktijden de 38-urige werkweek als bedoeld in artikel 18 lid 1 CAO en de daarbij passende toeslagen c.q. vergoedingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van deze CAO met uitzondering van de artikelen 36a, 38, 40, 41 en 41a, van toepassing, alsmede de vergoedingen bedoeld in de artikelen 59 en 60 van deze CAO. De (inlenende) werkgever moet zich ervan verzekeren dat de uitzendwerkgever op de inleenkrachten de conform dit lid van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden toepast en een verklaring vraagt dat de uitzendwerkgever de wettelijke bepalingen toepast. Deze aparte verklaring is niet vereist als de uitzendwerkgever NEN-gecertificeerd is.

  • 2. Vakkracht is de werknemer die in het bezit is van een voor de functie relevant VMBO-diploma of een in het buitenland voor de functie relevant verkregen diploma op gelijk of gelijkwaardig niveau.

Artikel 3 Metaal en Techniek

Onder de Metaal en Techniek in deze CAO worden verstaan de takken van bedrijf omschreven in de artikelen 77 van de collectieve arbeidsovereenkomsten voor:

  • het carrosseriebedrijf,

  • de goud- en zilvernijverheid,

  • het isolatiebedrijf,

  • het metaalbewerkingsbedrijf of

  • het technisch installatiebedrijf.

Artikel 4a Werkgever in de Metaal en Techniek

Onder ‘werkgever in de Metaal en Techniek’ wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf, blijvende bij de hier voren omschreven vergelijking de economische functie van elk der werkzaamheden buiten beschouwing.

Artikel 4b Werkgever in de bedrijfstak

Onder ‘werkgever in de bedrijfstak’ wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals genoemd in artikel 77, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek.

In geval het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers in enige tak van bedrijf in de Metaal en Techniek gelijk is aan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrokken bij een andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek, geeft de hoogte van de loonsommen van de betrokken werknemers in de maand januari de doorslag.

Artikel 4c

Deze CAO is niet van toepassing op de werkgever die voldoet aan de volgende cumulatieve vereisten:

  • a. de bedrijfsactiviteiten van de werkgever bestaan uitsluitend uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 BW én

  • b. het aantal overeengekomen arbeidsuren van de bij deze werkgever in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf bedraagt minder dan 75% van het totaal aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, dat wil zeggen dat tenminste 25% van het aantal arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrekking heeft op werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf dan in artikel 3 genoemd én

  • c. de werkgever zendt voor tenminste 15% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek, zoals nader gedefinieerd in artikel 1, lid 1 en 2, en artikel 2 van het Besluit Indeling Uitzendbedrijven van het LISV d.d. 6 oktober 1999, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 49 van 9 maart 2000. De werkgever heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door de uitvoeringsinstelling dan wel het LISV als zodanig is vastgesteld, én

  • d. de werkgever is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring gebonden is aan de CAO van een der bedrijfstakken zoals genoemd in artikel 3 én

  • e. de werkgever is geen paritair afgesproken arbeidspool én

  • f. de werkgever viel op 1 december 1999 niet onder de (algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de) CAO Vervroegd Uittreden Metaal en Technische Bedrijfstakken.

Voor de toepassing van de onderdelen a. en b. blijven buiten beschouwing de werknemers, c.q. het aantal arbeidsuren van werknemers, wier functie geheel ten dienste staat aan de bedrijfsactiviteit ‘ter beschikking stellen’ zoals administratie en bemiddeling.

Artikel 5 Medezeggenschapsorgaan
  • 1. Bij de werkgever die 50 of meer werknemers in dienst heeft zal een ondernemingsraad worden ingesteld krachtens de Wet op de ondernemingsraden.

  • 2. De werkgever die 10 of meer werknemers maar minder dan 50 in dienst heeft waar geen ondernemingsraad is ingesteld kan een personeelsvertegenwoordiging instellen. Op verzoek van de meerderheid van de bij de werkgever werkzame personen stelt de werkgever de personeelsvertegenwoordiging in.

  • 3. De werkgever die minder dan 10 werknemers in dienst heeft en waarvoor geen ondernemingsraad is ingesteld kan een personeelsvertegenwoordiging instellen.

  • 4. Bij de werkgever die 10 of meer werknemers maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft waar geen ondernemingsraad dan wel personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, zal een personeelsvergadering worden ingesteld zoals omschreven in artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden voor zover deze Wet op deze ondernemingen van toepassing is.

Artikel 5a Werknemersdelegatie

De werkgever die minder dan 10 werknemers in dienst heeft en waarvoor geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld kan in die voorkomende gevallen overleg plegen met een delegatie van werknemers afkomstig uit de in dienst zijnde werknemers.

Artikel 6 Bedrijfsraad

Voor de in artikel 77 omschreven bedrijfstak kan een bedrijfsraad worden ingesteld. De bedrijfsraad regelt zijn samenstelling, taak en werkwijze bij reglement hetwelk de goedkeuring van de Vakraad behoeft.

Artikel 7 Vakraad

Onder Vakraad wordt verstaan: Stichting Vakraad Metaal en Techniek.

Artikel 7a Commissie uitleg CAO

Er is een Commissie Uitleg CAO die de Vakraad adviseert over geschillen omtrent interpretatie van onderhavige CAO-bepalingen. Deze geschillen kunnen door CAO-partijen aan genoemde Commissie worden voorgelegd.

Artikel 8 Veiligheid
  • 1. De werkgever zal die maatregelen nemen welke nodig zijn voor de veiligheid in zijn onderneming, zulks met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

  • 2. De werknemer kan niet worden verplicht tot het verrichten van werkzaamheden waarbij aan de wettelijke voorschriften omtrent veiligheid niet is voldaan.

  • 3. Indien werkzaamheden het gebruik van veiligheidsmiddelen noodzakelijk maken, zal de werkgever deze aan de werknemer verstrekken.

  • 4. De werknemer is verplicht eigen veiligheid en die van anderen in acht te nemen, door de werkgever gegeven voorschriften op te volgen, veiligheidsmiddelen te gebruiken en voorgeschreven beveiligingen toe te passen.

II. BEGIN EN EINDE DIENSTVERBAND

Artikel 10 Indeling van functies
  • 1. De werkgever deelt de functie van de werknemer in. De werkgever deelt de door hem vastgestelde functie-indeling mee aan de werknemer.

  • 2. De indeling van de functie van de werknemer vindt plaats op basis van het meest recente Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Techniek (voorheen Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Technische Bedrijfstakken) (FC-Handboek), dat onderdeel uitmaakt van deze CAO.

  • 3. Indien de werknemer een functie uitoefent die een samenstelling is van de functies die zijn opgenomen in het FC-Handboek, dan worden in de aanstellingsbrief de samenstellende functies vermeld.

  • 5. Ten aanzien van de introductie van het FC-handboek is artikel 27 Wet op de ondernemingsraden van toepassing.

Artikel 11 Bevestiging van aanstelling

1. De werkgever verstrekt aan de werknemer een schriftelijke bevestiging van zijn aanstelling alsmede met inachtneming van artikel 7:626 BW per betalingsperiode een salarisspecificatie.

Artikel 12 Proeftijd
  • 1. De eerste twee maanden van de dienstbetrekking zullen over en weer als proeftijd gelden, tenzij schriftelijk is overeengekomen dat een kortere proeftijd dan wel geen proeftijd geldt.

  • 2. Gedurende de proeftijd kunnen zowel de werkgever als de werknemer de dienstbetrekking beëindigen tegen het einde van de werkdag.

Artikel 13 Dienstbetrekking voor onbepaalde tijd

De dienstbetrekking wordt geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 13a Einde dienstbetrekking

Naast de in de Wet genoemde mogelijkheden eindigt de dienstbetrekking voor onbepaalde tijd van rechtswege, dat wil zeggen zonder dat enigerlei opzegging is vereist, met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer de 65 jarige leeftijd heeft bereikt.

Artikel 14 Dienstbetrekking voor bepaalde tijd
  • 1. In afwijking van het in artikel 13 bepaalde kan uitsluitend schriftelijk een dienstbetrekking worden aangegaan voor een bepaalde tijd. De dienstbetrekking voor bepaalde tijd kan worden aangegaan, hetzij voor een bepaalde periode, hetzij voor een overeengekomen taak.

  • 2. De arbeidsovereenkomst voor een bepaalde periode kan worden aangegaan voor een periode van maximaal 36 maanden. De beperking tot 36 maanden geldt niet voor het verrichten van werkzaamheden in het buitenland en geldt evenmin voor het verrichten van een overeengekomen taak.

  • 3. Is met inachtneming van het bepaalde in het voorgaande lid een dienstbetrekking aangegaan voor een nauwkeurig in de schriftelijke overeenkomst vastgestelde tijd, dan eindigt deze dienstbetrekking op het moment dat de overeengekomen tijd is verstreken. Dit geldt zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 is vereist. Ook is dan geen toestemming van het UWV WERKbedrijf vereist.

  • 4. Is met inachtneming van het bepaalde in lid 1 een dienstbetrekking aangegaan voor de duur van een overeengekomen taak, waarbij evenwel de tijdsduur nodig voor het uitvoeren van de taak tevoren niet nauwkeurig is aan te geven, dan eindigt deze dienstbetrekking op het moment dat de overeengekomen taak ten volle is uitgevoerd zonder dat toestemming van het UWV WERKbedrijf vereist is.

  • 5. Wanneer de vervulling van de overeengekomen taak korter dan een half jaar blijkt te duren, dient de werknemer ten minste één week voor de te verwachten einddatum van de taak op de hoogte te worden gebracht.

    Wanneer de vervulling van de overeengekomen taak een half jaar of langer blijkt te duren, dient de werknemer ten minste één maand voor de te verwachten einddatum van de taak op de hoogte te worden gebracht.

  • 6. Indien een dienstbetrekking voor bepaalde tijd maximaal drie keer voor bepaalde tijd is voortgezet en deze dienstbetrekkingen te zamen niet langer duren dan 36 maanden, eindigt de één, twee of driemaal voortgezette dienstbetrekking van rechtswege zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 is vereist. Ook is dan geen toestemming van het UWV WERKbedrijf vereist.

  • 7. Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor niet meer dan drie maanden die onmiddellijk volgt op een tussen dezelfde partijen aangegane arbeidsovereenkomst voor 36 maanden of langer eindigt die voortgezette dienstbetrekking van rechtswege zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 en zonder dat toestemming van het UWV WERKbedrijf is vereist.

  • 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 2 BW geldt ten aanzien van de perioden waarin een medewerker, voorafgaande aan zijn indiensttreding bij de werkgever, als uitzendkracht bij werkgever heeft gewerkt, dat deze als één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangemerkt, indien en voor zover die periode uitsluitend onderbroken is als gevolg van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht en een daarmee samenhangende beëindiging van de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau, met dien verstande dat de tijdstermijn van artikel 668a BW (zijnde drie jaar) niet overschreden wordt, c.q. doortelt.

Artikel 15 Dienstbetrekking met werknemers van 65 jaar of ouder of een werknemer die een pensioenuitkering van het Pensioenfonds metaal en techniek ontvangt
  • 1. Met een werknemer van 65 jaar of ouder of met een werknemer die een pensioenuitkering ontvangt van het Pensioenfonds Metaal en Techniek kan een arbeidsovereenkomst worden aangegaan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd.

  • 2. Indien een voor een bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking voor bepaalde tijd is voortgezet, is voor haar beëindiging geen voorafgaande opzegging nodig. Evenmin is voorafgaande opzegging vereist in geval twee of meer dienstbetrekkingen voor bepaalde tijd elkander met tussenpozen zijn opgevolgd.

  • 3. Indien de dienstbetrekking is aangegaan voor onbepaalde tijd, of indien een voor bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking na het verstrijken van deze tijd zonder tegenspraak wordt voortgezet, kan de dienstbetrekking worden beëindigd door opzegging, zulks met dien verstande dat artikel 16 lid 2 buiten toepassing blijft.

  • 4. Overigens zijn op de dienstbetrekking de bepalingen van deze CAO van toepassing, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

Artikel 16 Opzegging
  • 1. Opzegging van een arbeidsovereenkomst geschiedt met inachtneming van de termijnen zoals genoemd in artikel 7: 672 BW.

  • 2. Opzegging geschiedt met inachtneming van de opzegtermijnen tegen het einde van de maand bij salarisbetaling per maand en tegen het einde van de vierweken-periode bij salarisbetaling per vier weken.

III. ARBEIDSTIJDEN

Artikel 17 Definities
  • 1. Onder ‘dagelijkse werktijd’ wordt verstaan de tijd waarin de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid verricht.

  • 2.

    • a. Het dagvenster is een periode met een duur van 12 uur en loopt van 06.00 uur tot 18.00 uur. Indien de dagelijkse werktijd valt binnen het dagvenster, is de toeslagenregeling volgens artikel 42a van deze CAO niet van toepassing. Indien de dagelijkse werktijd geheel of gedeeltelijk buiten het dagvenster valt, geldt de toeslagenregeling conform artikel 42a.

    • b. De werkgever kan één keer per jaar voor de duur van één jaar het aanvangstijdstip van het dagvenster verschuiven van 06.00 uur tot 07.00 uur met dien verstande dat het dagvenster ook in deze situatie een duur heeft van 12 uur. De werkgever kan met instemming van het medezeggenschapsorgaan dan wel het personeel indien er geen medezeggenschapsorgaan aanwezig is, het aanvangstijdstip van het dagvenster verschuiven tot uiterlijk 08.00 uur; ook in deze situatie ligt het eindtijdstip van het dagvenster 12 uur later.

  • 3.

    • a. Onder dienstrooster wordt verstaan het schema, waarin de voor de werknemer geldende dagelijkse werktijd en de ADV-tijd zijn vastgelegd.

    • b. In afwijking van het gestelde onder 3a wordt bij ‘flexibele werktijd’ (zie artikel 18a lid 2 sub b) de ADV-tijd niet vastgelegd in het dienstrooster.

  • 4.

    • a. Onder ‘ADV-tijd’ wordt verstaan: de tijd waarop ten gevolge van arbeidsduurverkorting niet wordt gewerkt.

    • b. Onder ‘CBD’ wordt verstaan: de tijd waarop door de werknemer geen arbeid wordt verricht in verband met de economische crisis, welke tijd aan een individuele werknemer of groepen van werknemers kan worden toegekend.

  • 5. Onder ‘overuren’ wordt verstaan: uren waarin wordt gewerkt buiten het dienstrooster. Als overuren worden echter niet beschouwd verschoven uren als bedoeld in lid 6.

  • 6. onder ‘verschoven uren’ wordt verstaan:

    • a. uren gedurende welke een werknemer werkt buiten zijn dienstrooster, voor zover de werknemer in dertien achtereenvolgende weken, met inbegrip van genoemde uren, niet langer werkt dan het aantal werkuren volgens zijn dienstrooster.

      De werkgever verstrekt, op verzoek van de werknemer, periodiek een overzicht van het tijdstip en de uren waarop buiten het dienstrooster is gewerkt, danwel het tijdstip en de uren die minder zijn gewerkt dan het aantal uren volgens zijn dienstrooster;

    • b. uren gedurende welke, in overleg met het medezeggenschapsorgaan of bij gebreke hiervan met de werknemersdelegatie, buiten het dienstrooster wordt gewerkt, met het tevoren vaststaande doel om bepaaldelijk aangewezen uren, waarop niet wordt gewerkt of waarop niet zal worden gewerkt, in te halen;

    • c. uren, gedurende welke een werknemer werkt buiten zijn dienstrooster, doch binnen het aantal uren waarop hij op basis van zijn dienstrooster zou hebben gewerkt, ten gevolge van het feit dat de werkzaamheden door omstandigheden in het bedrijf van de opdrachtgever van de werkgever niet binnen zijn dienstrooster kunnen worden verricht.

  • 7. Onder ‘jaar’ wordt verstaan een aaneengesloten periode van 365 dagen; ingeval van een schrikkeljaar 366 dagen.

  • 8. Onder ‘week’ wordt verstaan een periode van 7 aaneengesloten dagen.

Artikel 18 Arbeidsduur
  • 1. De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt, berekend over een periode van maximaal één jaar, gemiddeld 38 uren, met inachtneming van het gestelde in artikel 17.

    Voor de werknemer die op grond van een bestaande regeling minder dan dit gemiddelde aantal uren per week werkt geldt het overeengekomen aantal uren.

  • 2. Voor de berekening van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gelden ook de uren die volgens het dienstrooster zouden worden gewerkt op nieuwjaarsdag, de 2e paasdag, de Hemelvaartsdag, de 2e pinksterdag, de beide Kerstdagen, de nationale feestdag (30 april) en de dagen waarop de werknemer arbeidsongeschikt is, voor zover deze dagen vallen op een dag binnen het dienstrooster, evenals de uren die volgens het dienstrooster zouden worden gewerkt op de kort-verlofdagen als bedoeld in artikel 61, en op de vakantiedagen.

  • 3. De werkgever stelt de werknemer voor een periode van minimaal drie weken in kennis van het voor de werknemer geldende dienstrooster.

    In afwijking van vorenstaande kan, in overleg met het medezeggenschapsorgaan of bij gebreke hiervan met de werknemersdelegatie, tussentijds het dienstrooster worden gewijzigd indien deze tussentijdse wijziging het gevolg is van een wijziging van de vorm van arbeidsduurverkorting.

  • 4. De werkgever kan, in overleg met de v.v., en onder handhaving van het op het tijdstip van invoering geldende niveau van arbeidsvoorwaarden, een dienstrooster invoeren waarbij op vier dagen per week, welke dagen uitsluitend kunnen betreffen de dagen van maandag t/m vrijdag, gedurende maximaal 9,5 uren per dag arbeid wordt verricht.

  • 5. De werkgever stelt het dienstrooster vast. Indien de werknemer daarom verzoekt, doet de werkgever dit na overleg met betrokkene. De werkgever houdt daarbij, voorzover redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, rekening met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

  • 6. Bij verschil van mening tussen de werkgever en de werknemer over de weging van de belangen bij het vaststellen van het dienstrooster als bedoeld in lid 5 kan aan de Vakraad advies worden gevraagd.

  • 7. Als regel wordt des zaterdags geen arbeid verricht.

  • 8. Door de werknemer wiens aanwezigheid als regel des zaterdags noodzakelijk is, zal per week een andere dag, dan wel twee halve dagen, geen arbeid worden verricht.

  • 9. Ingeval een werknemer incidenteel een zaterdag moet werken zal hij in dezelfde of in de volgende week een hele dag of twee halve dagen desgewenst voor eigen rekening vrijaf kunnen nemen.

Artikel 18a Vormen van arbeidsduurverkorting
  • 2. Gekozen kan worden uit één of meer van de volgende mogelijkheden, waarbij ADV-tijd niet kan worden ingeroosterd op zon- en feestdagen als bedoeld in artikel 19 lid 1:

    • a. ADV-blokken

      • 8 uren aaneengesloten ADV-tijd per 4 weken;

      • 4 uren aaneengesloten ADV-tijd per 2 weken;

      • 2 uren aaneengesloten ADV-tijd per week.

    • b. flexibele werktijd

      een week van minimaal 34 en maximaal 45 uren waarbij per dag minimaal 0 uur en maximaal 9 uren kan worden gewerkt.

    • c. ADV-dagen

      Deze mogelijkheid staat alleen open voor de werkgever die werkzaamheden verricht op bouwwerken.

      De (gedeelten van) ADV-dagen worden, tenzij in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie anders wordt overeengekomen, vastgesteld op die (gedeelten van) dagen waarop het bouwwerk in verband met ADV niet toegankelijk is.

      Eventuele resterende (gedeelten van) ADV-dagen dienen in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie te worden vastgesteld.

Artikel 18b Verrekening arbeidsduurverkorting
  • 1. Indien bij het einde van de dienstbetrekking de werknemer nog recht heeft op ADV-tijd dan wel te veel ADV-tijd heeft genoten wordt dit in tijd dan wel in geld verrekend.

    Indien een werknemer arbeidsongeschikt is tijdens ADV-tijd, behoeft dit niet te worden gecompenseerd.

    Bij verrekening in geld is artikel 31 lid 1, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, van toepassing.

  • 2. Indien op ADV-tijd arbeid wordt verricht, wordt in overleg met de werknemer vervangende ADV-tijd vastgesteld. Uiterlijk in het volgende kalenderkwartaal dient de vervangende ADV-tijd te worden genoten.

Artikel 18c Crisisbestrijdingsdagen
  • 1. De werkgever kan in 2010 aan de werknemer maximaal 3 ½ zogeheten Crisisbestrijdingsdagen (CBD) toekennen. Indien de werkgever geen of niet de maximale CBD toekent moet hij overgaan tot het doen van een eenmalige uitkering betreffende het deel van de niet toe te kennen c.q niet toegekende CBD. Zie daartoe artikel 41a.

  • 2. Indien de werkgever tot toekennen van CBD besluit, stelt hij na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie dan wel de v.v. de systematiek van toekenning vast.

  • 3. Uiterlijk in de week voorafgaand aan het inroosteren van de CBD stelt de werkgever, na overleg met de werknemer, de werknemer in kennis van dat inroosteren.

  • 4. Indien de werkgever voor 1 oktober 2010 niet tot toekennen van CBD is overgegaan, dient de werkgever uiterlijk op 1 oktober 2010 tot een eenmalige uitkering over te gaan. Zie daartoe artikel 41a.

  • 5. De werknemer aan wie CBD is toegekend en op 31 december 2010 nog (een deel van) de CBD niet heeft genoten krijgt per genoemde datum (het deel van) de niet genoten CBD uitbetaald. Zie daartoe artikel 41a.

  • 6. Indien een werknemer arbeidsongeschikt is tijdens een CBD, behoeft dit niet te worden gecompenseerd en wordt deze CBD als genoten beschouwd.

  • 7. Indien in 2010 het dienstverband een gedeelte van het jaar betreft geldt het vorenstaande naar evenredigheid van de duur van dat dienstverband.

Artikel 19 Arbeid op zondagen en feestdagen
  • 1. Op zondagen, zomede op nieuwjaarsdag, 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 2e pinksterdag, beide kerstdagen, de nationale feestdag (30 april) zal als regel geen arbeid worden verricht.

    Indien (in enig jaar) 5 mei door CAO-partijen uitgeroepen wordt tot nationale feestdag waarop geen arbeid wordt verricht, dan zal (in dat jaar) de 24e vakantiedag collectief worden vastgesteld op 5 mei als deze valt op een dag waarop de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid zou verrichten.

  • 2. Indien een werknemer voor of bij een desbetreffende opdracht tegenover de werkgever of diens gemachtigde verklaart gewetensbezwaren te hebben tegen arbeid op zondagen, algemeen erkende christelijke feestdagen, r.k. feestdagen welke ter plaatse algemeen als zondagen worden gevierd, of Goede Vrijdag, kan hij tot die arbeid niet worden verplicht.

Artikel 20 Arbeid in ploegen
  • 1. Onder ploegendienst wordt verstaan het verrichten van arbeid in een systeem waarin de werktijden van twee of meer (groepen) werknemers (met een normale arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 18 CAO) op elkaar aansluiten of uitsluitend ten behoeve van het overdragen van de werkzaamheden elkaar in geringe mate overlappen én een tijdsblok van 13 uur overtreft. Hierbij zal door de betrokken werknemer in regelmaat gedurende langere termijn van dienst worden gewisseld.

  • 2. De werkgever dient, vóór het instellen van ploegenarbeid, overleg te plegen met hetzij de werknemersorganisaties, hetzij het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

    Voor ondernemingen met een wettelijk verplichte ondernemingsraad gelden de bepalingen van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 3. De daartoe aangewezen werknemers dienen in ploegen arbeid te verrichten.

  • 4. De in lid 3 bedoelde verplichting geldt niet voor werknemers van 55 jaar en ouder.

  • 5. De in lid 3 bedoelde verplichting geldt eveneens niet voor werknemers van wie de gezondheidstoestand zulks niet toelaat; bij verschil van mening hierover, kan de overlegging van een medische verklaring worden gevraagd.

  • 6. ADV-tijd wordt bij voorkeur ingeroosterd aan het begin of aan het einde van een arbeidsperiode in een ploegendienst-rooster.

Artikel 21 Overwerk
  • 1. De werknemer kan, behoudens het gestelde in lid 2a en 2b, niet worden verplicht om langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt.

  • 2.

    • a. De werknemer kan worden verplicht langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt gedurende de eerste tien uren in een periode van vier weken, in de gevallen waarin zulks bij of krachtens de Arbeidstijdenwet is geoorloofd. Van de werkgever wordt daarbij verlangd dat hij rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

    • b. De werknemer kan worden verplicht langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt in geval van calamiteiten.

  • 3. Indien de werkgever opdracht geeft tot overwerk voor een of meer afdelingen in de onderneming geeft hij hiervan kennis aan het medezeggenschapsorgaan.

  • 4. De in lid 2 sub a en sub b bedoelde verplichtingen gelden niet voor werknemers jonger dan 18 jaar en niet voor werknemers van 55 jaar en ouder.

  • 5. De in lid 2 sub a en sub b bedoelde verplichtingen gelden eveneens niet voor werknemers van wie de gezondheidstoestand zulks niet toelaat; bij verschil van mening hierover kan de overlegging van een medische verklaring worden gevraagd.

  • 6. Indien overwerk, anders dan op grond van consignatie, aanvangt vóór of op dan wel na middernacht en die dag dan wel de vorige dag de dagelijkse werktijd is gewerkt of een zon- of feestdag is, behoeft het werk niet eerder dan 11 uur na het beëindigen van het overwerk te worden hervat. Voor zover deze uren vallen binnen de dagelijkse werktijd wordt daarover het salaris doorbetaald. Eenmaal per 7 etmalen mag de onafgebroken rusttijd worden beperkt tot 8 uur.

  • 7. In het kader van de werkgelegenheid dient regelmatig overwerk tot het uiterste te worden beperkt.

Artikel 21a Consignatie
  • 1. De werkgever stelt geen consignatiedienst in dan nadat hij hiervoor in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie een consignatieregeling heeft getroffen.

  • 2. De in lid 1 bedoelde consignatieregeling dient te bevatten afspraken omtrent de vergoeding van de reiskosten en telefoonkosten en over een toe te kennen consignatievergoeding.

  • 3. Op de consignatie zijn de rust- en werktijden van toepassing zoals die bij de Arbeidstijdenwet zijn geregeld.

  • 4. De werkgever die een consignatiedienst heeft ingesteld zonder daarvoor een consignatieregeling te hebben getroffen als hier bedoeld, dient vóór 1 januari 2002 in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie een regeling te treffen conform dit artikel.

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever die per 1 maart 2001 een consignatieregeling heeft, die in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie dan wel de v.v. is overeengekomen en waarin de in lid 2 genoemde elementen zijn opgenomen, zolang die consignatieregeling niet wijzigt.

IV. VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMER

Artikel 22 Algemeen
  • 1. De werknemer is gehouden de werktijden stipt in acht te nemen en op tijd met de hem opgedragen werkzaamheden te beginnen.

  • 2. De werknemer is verplicht hem door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden welke zich in diens onderneming voordoen, of werkzaamheden welke met deze onderneming verband houden, naar beste krachten te verrichten; hij zal de werkgever of diens vertegenwoordiger terstond kennis geven van enige fout in een hem verstrekte opdracht of van andere feiten en omstandigheden waarvan een goed werknemer kan veronderstellen dat de wetenschap voor de werkgever van belang is.

  • 3. Indien in de onderneming tijdelijk geen aanbod van werk waarvoor de werknemer is aangenomen aanwezig is, dan is de werknemer gehouden andere hem opgedragen vervangende bedrijfswerkzaamheden te verrichten.

  • 4. De werkgever kan de werknemer verplichten werkstaten bij te houden en deze in te leveren op een door de werkgever te bepalen tijdstip.

Artikel 23 Geheimhouding

Het is de werknemer verboden aan derden bijzonderheden betreffende het bedrijf van de werkgever mede te delen waarvan hij weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat hij deze geheim behoort te houden.

Artikel 24 Zorg ten aanzien van bedrijfsmiddelen
  • 1. Van de door de werkgever verstrekte bedrijfsmiddelen wordt een lijst opgemaakt, die door de werknemer moet worden ondertekend. Onder bedrijfsmiddelen worden onder meer verstaan: machines, computerbestanden, gereedschappen, materialen, voertuigen en geld.

  • 2. De werknemer zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen oordeelkundig en overeenkomstig de bestemming daarvan gebruiken en behandelen en in het algemeen daarvoor de zorg hebben van een goed werknemer.

  • 3. Hij is verplicht aan de werkgever of diens vertegenwoordiger terstond kennis te geven van een gebrek aan of verlies van enig bedrijfsmiddel waarvan een goed werknemer kan veronderstellen dat de wetenschap voor de werkgever van belang is.

Artikel 25 Vergoeding van schade
  • 1. Indien de werknemer ingevolge artikel 7:661 BW aansprakelijk is voor door hem veroorzaakte schade, zal deze schade worden vergoed in termijnen van ten hoogste 1/5 deel van het salaris als bedoeld in artikel 31 lid 1 per periode.

  • 2. De werkgever kan van zijn recht op schadevergoeding slechts gebruik maken indien hij uiterlijk binnen één maand nadat de aansprakelijkheid van de werknemer voor het verlies of de beschadiging is vastgesteld de werknemer schriftelijk mededeling heeft gedaan van zijn voornemen tot verhaal van de daardoor te lijden schade.

Artikel 27 Concurrentiebeding en economische crisis

In geval er sprake is van een overeengekomen concurrentiebeding/relatiebeding en er is sprake van ontslag door de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen ten gevolge van de crisis, mag de werknemer zich wel vrijelijk bewegen in de arbeidsmarkt waarbij de oude werkgever niet ernstig mag worden benadeeld.

Artikel 28

Vervallen.

Artikel 29 Terugkeer uit militaire dienst

Voor het verlaten van de militaire dienst dient de werknemer zich – zo mogelijk een maand van te voren – aan te melden bij de werkgever waar hij in dienst is, opdat de laatste kan vaststellen wanneer de werknemer zijn werkzaamheden zal hervatten.

IV-a RUILEN

Artikel 30 Ruilen
  • 1. De werknemer kan, volgens de regels als beschreven in dit artikel, bronnen (ADV-uren, vakantie-uren, toeslagen of andere financieringsbronnen) ruilen tegen doelen (geld, dan wel fiscaal gefaciliteerde regelingen). Het aldus verkregen geld kan worden doorgestort naar het pensioenbeleggen van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek.

  • 2. De volgende bronnen kunnen ten behoeve van de daarbij vermelde doelen worden geruild:

    • a. ADV-uren en/of vakantie-uren kunnen volgens de wettelijke mogelijkheden worden geruild voor geld, dan wel fiscaal gefaciliteerde regelingen.

    • b. de in deze CAO genoemde toeslagen en overige financieringsbronnen kunnen worden geruild voor geld (uitbetaling ineens), of worden aangewend voor het kopen van vrije uren als hierna bedoeld in lid 3.

  • 3. De werknemer die een arbeidsduur heeft als bedoeld in artikel 18 lid 1 eerste volzin kan per kalenderjaar maximaal 64 uur vrije tijd kopen. Voor de werknemer die een kortere arbeidsduur heeft geldt het gestelde in artikel 2a lid 2 CAO.

  • 4. Het ruilen van de bronnen in doelen geschiedt in overleg tussen de werknemer en de werkgever, met uitzondering van het besluit tot de aankoop van (maximaal 64 uur) vrije tijd. Hiertoe kan de werknemer zelf besluiten.

    De afspraak tussen werkgever en werknemer over bronnen die zullen worden aangewend en de doelen die daarmee worden verworven en/of het besluit van de werknemer tot aankoop van (maximaal 64 uur) vrije tijd is de ruilafspraak.

  • 5. De ruilafspraak moet bij werkgever en werknemer bekend zijn voor 1 januari van het jaar waarin de ruilafspraak van toepassing is en geldt gedurende één kalenderjaar. Voor elk nieuw kalenderjaar kan telkens opnieuw een ruilafspraak tot stand komen als bedoeld in lid 4.

  • 6. Wanneer bij het ruilen een omzetting plaatsvindt van tijd in geld of andersom, geldt als ruilvoet 0,607% van het maandsalaris per uur zoals genoemd in artikel 31 CAO (0,658% per uur van het vierwekensalaris).

  • 7. Voor het verrekenen kan de werknemer kiezen uit de volgende mogelijkheden:

    • a. De kosten van de koop van vrije tijd in gevolge lid 3, berekend op basis van de ruilvoet uit lid 6, worden ingehouden op aan de werknemer uit te betalen toeslagen zoals, en voorzover van toepassing overwerktoeslag, ploegentoeslag, vakantiebijslag, dagvenstertoeslag, een en ander voorzover de toeslag niet is inbegrepen in het salaris als bedoeld in artikel 31 CAO.

      Indien het bedrag van de toeslag(en) ontoereikend is voor de bekostiging van de vrije tijd, vindt inhouding plaats op het salaris in de periode(s) waarin de vrije tijd wordt genoten.

      Ingeval er sprake is van betaling voor de verkoop van vrije tijd, geschiedt de uitbetaling in de periode(s) waarin op deze dagen wordt gewerkt. De door verkoop van vrije tijd verkregen gelden kunnen ook worden aangewend voor fiscaal gefaciliteerde regelingen.

    • b. De kosten of baten, berekend op basis van de ruilvoet uit lid 6, die voor de werknemer verbonden zijn aan de ruil, worden gedurende het kalenderjaar in gelijke delen bij de betaling van het maandsalaris dan wel het vier-weken-salaris ingehouden op de salarisbetaling of in gelijke delen uitbetaald.

    • c. In overleg tussen werkgever en werknemer kan voor een andere verrekeningswijze worden gekozen.

  • 8.

    • 1. De ruilafspraak moet in het kalenderjaar worden geëffectueerd.

    • 2. Indien blijkt dat aan het eind van een kalenderkwartaal een (deel van de) ruilafspraak door arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet of niet volledig geëffectueerd kan worden, vindt aan het eind van dat kalenderkwartaal verrekening plaats. Ingehouden bedragen waar geen verlof voor kon worden opgenomen in dat kwartaal worden alsdan alsnog uitbetaald bij de salarisbetaling; extra uitbetaalde bedragen waarvoor geen extra werk in dat kwartaal kon worden verricht, worden dan alsnog ingehouden c.q. niet uitbetaald.

      In overleg kunnen werkgever en werknemer hierover andere afspraken maken.

  • 9.

    • 1. Een gemaakte ruilafspraak heeft geen effect op het salaris als bedoeld in artikel 31 voor de berekening van bij CAO geregelde inkomensgerelateerde bestanddelen zoals de overwerktoeslag en de dagvenstertoeslag, met uitzondering van de vakantiebijslag als bedoeld in artikel 59.

    • 2. Een gemaakte ruilafspraak heeft geen effect op het salaris als bedoeld in artikel 31 voor de berekening van niet bij CAO geregelde inkomensgerelateerde bestanddelen zoals een dertiende maand of een winstdelingsregeling, tenzij daarover in overleg tussen de werkgever en OR/PVT, de werknemersdelegatie dan wel bij gebreke daarvan de v.v. andere afspraken worden gemaakt.

  • 10. Bij beëindiging dienstverband vindt verrekening van de ruil dan wel de gekochte extra vrije dagen plaats conform artikel 57 lid 3, 4, 5 en 7.

  • 11. In afwijking van het hiervoor gestelde in lid 6 geldt voor de werknemer als bedoeld in artikel 2 lid 3 sub a CAO het volgende:

    wanneer bij het ruilen een omzetting plaatsvindt van tijd in geld of andersom, geldt als ruilvoet het volgende:

    ((12/260)/(het aantal overeengekomen arbeidsuren per week/5)) maal 100. Het aldus verkregen percentage geldt dan als ruilvoet van het maandsalaris per uur (bij een vierwekensalaris dient in de genoemde formule het getal 12 te worden vervangen door 13).

    Aan de beloningselementen genoemd in dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend als deze ingevolge de CAO expliciet niet van toepassing zijn.

V. SALARISSEN EN TOESLAGEN

Artikel 31 Salarisbetaling per maand of per vierwekenperiode
  • 1. De salarisbetaling vindt uitsluitend plaats hetzij per maand hetzij per vierwekenperiode. Onder salaris wordt verstaan de overeengekomen vaste vergoeding, waaronder mede begrepen de persoonlijke toeslag als bedoeld in artikel 36a en daarmee vergelijkbare vaste salarisbestanddelen (exclusief eventuele toeslagen, bijslagen, onkostenvergoedingen en dergelijke) die per maand of per vierwekenperiode is verschuldigd door de werkgever.

  • 2. De uitbetaling van het salaris alsmede eventuele ploegentoeslag geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag van de maand dan wel vierwekenperiode waarover dit salaris verschuldigd is.

  • 3. De uitbetaling van eventuele toeslagen, bijslagen, onkostenvergoedingen en dergelijke en van te verrekenen voorschotten geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag van de volgende maand dan wel vierwekenperiode als bedoeld in lid 2, tenzij in deze CAO anders is bepaald.

  • 4. Ter zake van reis-, verblijf- en andere kosten zullen, indien de werknemer zulks verzoekt, voorschotten worden verstrekt.

  • 5. Niet door de werknemer behoorlijk verantwoorde werkuren, reis-, verblijf- en andere kosten, worden niet uitbetaald.

  • 6. De werkgever verstrekt op verzoek een schriftelijke berekening van de betalingen bedoeld in lid 3.

  • 7. De werkgever verstrekt binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar dan wel bij beëindiging van het dienstverband, aan de werknemer een schriftelijke opgave van hetgeen deze in dat jaar uit de dienstbetrekking heeft genoten en van de inhoudingen daarop.

Artikel 32 Salaristabellen

De tabellen die zijn opgenomen in de artikelen 33a en 33b zijn van toepassing bij een dienstrooster op basis van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren berekend over een periode van maximaal één jaar, voor werknemers die de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt.

Bij een dienstrooster op basis van een kortere gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft de werknemer recht op salaris naar evenredigheid.

Artikel 32a Toepassing salaristabellen voor jeugdgroepen
  • 1. De werkgever betaalt aan de werknemer tot 23 jaar die niet in het bezit is van de hierna in lid 2 bedoelde diploma's tenminste het salaris als vermeld onder ‘Jeugdgroepen WML’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer waarbij tevens het bepaalde in de artikelen 41 en 41a in acht dient te worden genomen.

  • 2. De werkgever betaalt aan een werknemer tot 23 jaar die in het bezit is van:

    • ten minste een diploma VBO/MAVO/VMBO ten minste het salaris zoals vermeld onder ‘Jeugdgroepen VBO/MAVO/VMBO’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer dan wel

    • ten minste een vakdiploma, behaald via de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, ten minste het salaris zoals vermeld onder ‘Jeugdgroepen vakdiploma’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer, indien en voorzover die werknemer een functie uitoefent waarvoor het vakdiploma relevant is dan wel

    indien en voorzover een werknemer een functie uitoefent waarvoor het voortgezette vakdiploma relevant is en die werknemer die ten minste het eerste jaar van de Wet educatie en beroepsonderwijs op het niveau van voorheen voortgezet leerlingwezen met goed gevolg heeft afgerond ten minste het salaris zoals vermeld onder ‘Jeugdgroepen voortgezet vakdiploma’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer.

    De in dit lid bedoelde vakdiploma's zijn de door de CAO-partijen, betrokken bij de in artikel 3 genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten, erkende vakdiploma's.

Artikel 33 Toepassing salaristabellen voor 23 jarigen en ouder
  • 1. De werknemer van 23 jaar of ouder wordt, op grond van de door hem uitgeoefende functie, ingedeeld in één van de salarisgroepen.

  • 2. Onder functiejaren wordt verstaan de jaren gedurende welke de werknemer zijn functie (vanaf 23 jaar) in het bedrijf van de werkgever uitoefent. Onder functiejaren wordt mede begrepen de fictieve functiejaren welke de werkgever aan de werknemer heeft toegekend.

  • 3. De werkgever betaalt aan de werknemer die is ingedeeld in één van de salarisgroepen A tot en met J, ten minste het salaris dat, in aanmerking nemende het aantal aan de werknemer toegekende functiejaren, in zijn salarisgroep is vastgesteld.

    Ten aanzien van de werknemer die is ingedeeld in salarisgroep A geldt tevens het bepaalde in artikel 41.

  • 4. Werknemers die bij indiensttreding ten minste 1 jaar werkloos zijn geweest en 23 jaar of ouder zijn en die niet in staat zijn een functie op het functieniveau van salarisgroep A te vervullen, ontvangen gedurende een inloopperiode van maximaal één jaar het wettelijk minimumloon voor 23 jaar en ouder.

  • 5. Indien in de onderneming een met de v.v., OR of PVT overeengekomen loontabel wordt gehanteerd is de wijziging voor de salarisschalen B t/m F niet van toepassing.

  • 6. Indien in een onderneming, door de wijziging van de salaristabellen per 1 januari 2009, onvoorziene effecten optreden, zal dit tussen werkgever en OR, PVT danwel het personeel worden besproken. In onderling overleg zal in de betreffende gevallen naar een passende oplossing worden gezocht.

Artikel 33a. Salarissen per maand
SALARISTABEL voor betaling per maand vanaf 1 december 2009 tot 1 februari 2011
 

wml

vbo/mavo/vmbo

vakdiploma

voortgezetvakdiploma

16 jaar

482,50

606

664

748

17 jaar

552,45

697

762

853

18 jaar

636,35

800

874

985

19 jaar

734,25

925

1010

1135

20 jaar

860,15

1085

1182

1331

21 jaar

1014,00

1275

1393

1568

22 jaar

1188,80

1573

1645

1716

SALARISGROEPEN

FUNCTIEJAREN

A / 2

B / 3

C / 4

D / 5

E / 6

F / 7

G / 8

H / 9

I / 10

J / 11

0

1398,60

1695

1764

1801

1858

1952

2112

2291

2507

2768

1

1646

1746

1779

1819

1893

1997

2157

2341

2565

2825

2

1659

1762

1792

1839

1928

2040

2202

2384

2618

2882

3

1676

1774

1806

1854

1958

2084

2253

2438

2674

2945

4

 

1787

1819

1876

1996

2126

2297

2490

2728

3001

5

 

1805

1836

1892

2029

2169

2343

2536

2779

3058

6

 

1823

1855

1921

2063

2216

2385

2585

2835

3118

7

 

1841

1874

1950

2125

2282

2437

2632

2887

3179

8

       

2682

2945

3236

9

        

2995

3296

10

         

3356

Deze tabel is de tabel die gold vanaf 1 juli 2009, met dien verstande dat de bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 0 functiejaren zijn aangepast aan de bedragen die per 1 juli 2009 gelden volgens de WML. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen. Zie voor de actuele WML-bedragen de internetsite van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: www.minszw.nl

SALARISTABEL voor betaling per maand vanaf 1 februari 2011
 

wml

vbo/mavo/vmbo

vakdiploma

voortgezet vakdiploma

16 jaar

482,50

615

674

759

17 jaar

552,45

707

773

866

18 jaar

636,35

812

887

1000

19 jaar

734,25

939

1025

1152

20 jaar

860,15

1101

1200

1351

21 jaar

1014,00

1294

1414

1592

22 jaar

1188,80

1597

1670

1742

SALARISGROEPEN

FUNCTIEJAREN

A / 2

B / 3

C / 4

D / 5

E / 6

F / 7

G / 8

H / 9

I / 10

J / 11

0

1398,60

1720

1790

1828

1886

1981

2144

2325

2545

2810

1

1671

1772

1806

1846

1921

2027

2189

2376

2603

2867

2

1684

1788

1819

1867

1957

2071

2235

2420

2657

2925

3

1701

1801

1833

1882

1987

2115

2287

2475

2714

2989

4

 

1814

1846

1904

2026

2158

2331

2527

2769

3046

5

 

1832

1864

1920

2059

2202

2378

2574

2821

3104

6

 

1850

1883

1950

2094

2249

2421

2624

2878

3165

7

 

1869

1902

1979

2157

2316

2474

2671

2930

3227

8

       

2722

2989

3285

9

        

3040

3345

10

         

3406

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 februari 2011. In de tabellen vbo/mavo/vmbo, vakdiploma, voortgezet vakdiploma, salaris-groep A 1 tot en met 3 functiejaren alsmede salarisgroepen B tot en met J is de loonsverhoging van 1 februari 2011 (1,5%) verwerkt. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML, zoals die gelden per 1 juli 2009. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen. Zie voor de actuele WML-bedragen de internetsite van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: www.minszw.nl

Artikel 33b. Salarissen per vierwekenperiode
SALARISTABEL voor betaling per vierweken vanaf 1 december 2009 tot 1 februari 2011
 

wml

vbo/mavo/vmbo

vakdiploma

voortgezet vakdiploma

16 jaar

445,40

557

611

688

17 jaar

510,00

641

701

784

18 jaar

587,40

736

804

906

19 jaar

677,80

851

929

1044

20 jaar

794,00

998

1087

1224

21 jaar

936,00

1173

1281

1442

22 jaar

1097,40

1447

1513

1578

SALARISGROEPEN

FUNCTIEJAREN

A / 2

B / 3

C / 4

D / 5

E / 6

F / 7

G / 8

H / 9

I / 10

J / 11

0

1291,00

1559

1623

1657

1709

1795

1942

2107

2306

2545

1

1514

1606

1636

1673

1741

1837

1984

2153

2359

2598

2

1526

1621

1648

1691

1773

1877

2025

2193

2408

2651

3

1541

1631

1661

1705

1801

1916

2072

2242

2459

2708

4

 

1644

1673

1725

1836

1955

2112

2290

2509

2760

5

 

1660

1689

1740

1866

1995

2155

2332

2556

2813

6

 

1677

1706

1767

1897

2038

2194

2378

2607

2867

7

 

1693

1723

1793

1954

2099

2241

2420

2655

2923

8

       

2467

2708

2976

9

        

2755

3031

10

         

3086

Deze tabel is de tabel die gold vanaf 1 juli 2009, met dien verstande dat de bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 0 functiejaren zijn aangepast aan de bedragen die per 1 juli 2009 gelden volgens de WML.

Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen. Zie voor de actuele WML-bedragen de internetsite van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: www.minszw.nl

SALARISTABEL voor betaling per vierweken vanaf 1 februari 2011
 

wml

vbo/mavo/vmbo

vakdiploma

voortgezet vakdiploma

16 jaar

445,40

566

620

698

17 jaar

510,00

651

711

796

18 jaar

587,40

747

816

920

19 jaar

677,80

863

943

1060

20 jaar

794,00

1013

1103

1242

21 jaar

936,00

1190

1300

1464

22 jaar

1097,40

1468

1536

1602

SALARISGROEPEN

FUNCTIEJAREN

A / 2

B / 3

C / 4

D / 5

E / 6

F / 7

G / 8

H / 9

I / 10

J / 12

0

1291,00

1582

1647

1681

1734

1822

1972

2139

2340

2584

1

1537

1630

1661

1698

1767

1864

2014

2185

2394

2637

2

1549

1645

1673

1717

1800

1904

2056

2225

2444

2690

3

1565

1656

1686

1731

1828

1945

2103

2276

2496

2749

4

 

1668

1698

1751

1863

1985

2144

2324

2547

2801

5

 

1685

1714

1766

1894

2025

2187

2367

2594

2855

6

 

1702

1732

1793

1926

2069

2226

2413

2646

2911

7

 

1719

1749

1820

1984

2130

2275

2457

2695

2968

8

       

2504

2749

3021

9

        

2796

3077

10

         

3133

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 februari 2011. De bedragen zijn tot stand gekomen door de onafgeronde bedragen van de tabel per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML, zoals die gelden per 1 juli 2009. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen. Zie voor de actuele WML-bedragen de internetsite van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: www.minszw.nl

Artikel 34 Salarisverhoging in verband met leeftijd

De verhogingen welke verband houden met de leeftijd worden verleend met ingang van de betalingsperiode waarin de verjaardag van de betrokken werknemer valt.

Het vorenstaande geldt niet indien voor alle werknemers eenzelfde afwijkende regeling van kracht was, dan wel in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie wordt vastgesteld.

Artikel 35 Salarisverhoging in verband met functiejaren

Verhogingen op grond van functiejaren worden eenmaal per jaar toegekend, doch uiterlijk in de betalingsperiode waarin een nieuw functiejaar begint, een en ander totdat het maximum aantal functiejaren in de betreffende salarisgroep is bereikt.

Indien voor alle werknemers eenzelfde afwijkende regeling van kracht was, dan wel in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie wordt vastgesteld, kan een functiejarenverhoging worden toegekend in een periode van uiterlijk 6 maanden nà, en met terugwerkende kracht tot, de betalingsperiode waarin een nieuw functiejaar begint.

Artikel 36 Wijziging van functie; her- om- en bijscholing
  • 1. De werknemer die een functie gaat vervullen welke in een hogere salarisgroep is ingedeeld zal in salaris ten minste gelijk blijven.

  • 2. Het in lid 1 bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de werknemer die een andere functie gaat vervullen die in dezelfde salarisgroep is ingedeeld.

  • 3. De werknemer die een functie gaat vervullen, welke in een lagere salarisgroep is ingedeeld, zal ten minste drie betalingsperioden nog het salaris blijven ontvangen dat hij in de vorige functie verdiende. Vervolgens kan hij al dan niet getemporiseerd in de nieuwe salarisgroep worden ingedeeld.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 zal bij indeling van een werknemer van 55 jaar en ouder in een lagere salarisgroep het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris in de vorm van een toeslag worden uitgekeerd. Salarisverhogingen zullen uitsluitend worden berekend over het nieuwe salaris. De toeslag zal hierbij ongewijzigd blijven.

  • 5. Voor de werknemer die bij indiensttreding in herscholing wordt genomen geldt gedurende de eerste drie betalingsperioden geen salarisschaal.

    Onder herscholing wordt verstaan een opleiding ter herkrijging van de geheel of gedeeltelijk verloren gegane bekwaamheid in het uitoefenen van een bepaalde functie die de op te leiden werknemer uitoefende.

  • 6. Voor de werknemer die bij indiensttreding in omscholing wordt genomen geldt gedurende de eerste zes betalingsperioden geen salarisschaal, met dien verstande dat deze termijn van zes tot twaalf betalingsperioden wordt verlengd ingeval omscholing plaatsvindt tot een functie die is ingedeeld in een van de salarisgroepen hoger dan D.

  • 7. Voor de werknemer, die bij indiensttreding zal worden bijgeschoold ter verkrijging van meerdere vakkennis, resp. vaardigheid voor het uitoefenen van zijn functie, zal gedurende de eerste drie betalingsperioden geen salarisschaal gelden, indien de bijscholing plaatsvindt tijdens de dagelijkse werktijd.

  • 8. De reeds in dienst zijnde werknemer, die tijdens de dagelijkse werktijd, op verzoek van de werkgever, een cursus volgt voor her-, om- of bijscholing, zoals genoemd in de leden 5 t/m 7, zal gedurende de duur van de cursus niet in salaris achteruit gaan.

  • 9. De werkgever kan met een werknemer die in her-, om- of bijscholing wordt opgenomen, overeenkomen, dat de dienstbetrekking door geen van de partijen zal worden beëindigd binnen één jaar, nadat de scholing al dan niet met goed gevolg is beëindigd. Een overeenkomst, als bedoeld in de vorige zin, dient schriftelijk te worden aangegaan.

    In een dergelijke overeenkomst kan tevens worden bepaald dat de werkgever de werknemer zal plaatsen in de functie waarvoor deze is her-, om- of bijgeschoold, respectievelijk dat de werknemer de bedoelde functie zal aanvaarden.

  • 10. De werknemer die de dienstbetrekking beëindigt voor het in lid 9 bedoelde tijdstip, is schadeplichtig. De schadeloosstelling blijft beperkt tot het salaris, vermeerderd met de kosten welke de werkgever eventueel ten behoeve van de werknemer heeft gemaakt in verband met diens deelneming aan de cursus, zoals boeken reisgeld, e.d.

Artikel 36a Salarisgevolgen invoering fc-handboek

Werknemers die de vakvolwassen leeftijd nog niet hebben bereikt:

  • 1.

    • a. Indien een werknemer, die de vakvolwassen leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt ingedeeld in een hogere functiegroep wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling en leeftijd past. Hierbij dient zijn nieuwe salaris minimaal gelijk te zijn aan zijn huidige salaris.

    • b. Indien een werknemer die de vakvolwassen leeftijd nog niet heeft bereikt wordt ingedeeld in een lagere functiegroep wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling en leeftijd past. Het verschil tussen het huidige salaris en het tabelsalaris behorend bij zijn leeftijd en nieuwe salarisgroep wordt toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag.

      Voor het geval dat er geen corresponderende leeftijd is wordt de werknemer ingeschaald met fictieve functiejaren zodanig dat het tabelsalaris gelijk is aan het huidige salaris. Indien het huidige salaris blijkt te liggen tussen de tabelsalarissen corresponderend met twee opeenvolgende functiejaren dan wordt het salaris toegekend corresponderend met het tabelsalaris van het lagere functiejaar. Het verschil tussen het huidige salaris en het bij zijn indeling behorende tabelsalaris wordt toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag.

      Over de persoonlijke toeslag zullen collectieve salarisverhogingen worden toegekend. Individuele salarisverhogingen zullen met de persoonlijke toeslag worden verrekend.

Werknemers die de vakvolwassen leeftijd hebben bereikt:

  • 2.

    • a. Indien een werknemer, die de vakvolwassen leeftijd heeft bereikt, wordt ingedeeld in een hogere functiegroep, wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling past, zodanig dat hij een fictief aantal functiejaren ontvangt waardoor zijn nieuwe salaris minimaal gelijk is aan zijn huidige salaris.

      Indien de werknemer een salaris heeft dat lager is dan het tabelsalaris bij 0 functiejaren dan zal het salaris worden verhoogd zodanig dat het gelijk is aan het tabelsalaris behorend bij 0 functiejaren.

      Indien de werknemer een salaris heeft dat gelegen is tussen de tabelsalarissen van twee opeenvolgende functiejaren van zijn nieuwe salarisgroep, dan zal het salaris worden verhoogd zodanig dat het gelijk is aan het tabelsalaris behorend bij het eerstvolgende hogere functiejaar.

    • b. Indien een werknemer, die de vakvolwassenleeftijd heeft bereikt, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling past, zodanig dat zijn nieuwe salaris gelijk is aan zijn huidige salaris.

      Indien het huidige salaris van de werknemer valt tussen de tabelsalarissen van twee opeenvolgende functiejaren dan wordt het salaris toegekend corresponderend met het tabelsalaris van het lagere functiejaar. Het verschil tussen het (lagere) tabelsalaris en het huidige salaris zal worden toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag. Over de persoonlijke toeslag zullen de collectieve salarisverhogingen worden toegekend. Individuele salarisverhogingen zullen met de persoonlijke toeslag worden verrekend.

Artikel 37 Beloningssystemen
  • 1. De werkgever die voornemens is over te gaan tot de invoering, wijziging of afschaffing van een beloningssysteem (tarief, merit-rating enz.) in (een onderdeel van) de onderneming, pleegt hierover overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

  • 2. Op verzoek van de werkgever of van één of meer werknemers dan wel het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie, zullen, ter verkrijging van advies inzake het in het vorige lid bedoelde onderwerp de w.v. en de v.v. tot het bijwonen van het overleg worden uitgenodigd.

  • 3. Leidt het overleg tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie niet tot overeenstemming, doch wenst de werkgever niettemin tot een besluit als bedoeld in lid 1 te komen, dan wendt hij zich voor advies tot de bedrijfsraad, in welk geval de werkgever en het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie in overeenstemming met het door de bedrijfsraad gegeven advies dienen te handelen.

Artikel 37a Basissalaris vertegenwoordigers
  • 1. Voor vertegenwoordigers en/of verkopers bedraagt het basissalaris per salarisbetalingsperiode minimaal het minimumloon dat is vastgesteld bij of krachtens de Wet op het Minimumloon.

  • 2. Voor vertegenwoordigers en/of verkopers zullen algemene procentuele salarisverhogingen, alsmede éénmalige uitkeringen, worden berekend over minimaal het basissalaris per salarisbetalingsperiode.

Artikel 38 Spaarloon

Indien een werknemer de werkgever daartoe het verzoek doet, is deze gehouden zijn medewerking te verlenen aan, en voorzieningen te treffen om, zijn werknemers in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van de spaarloonregeling als bedoeld in de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 39 Vakbondscontributie

De werknemer kan bij de werkgever een verzoek zoals nader bepaald in het Reglement Aanvulling arbeidsovereenkomst in verband met vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie indienen tot verlaging van het bruto loon in de maand december van 2010 ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek inwilligen, in ruil voor een kostenvergoeding gelijk aan de voormelde betaalde lidmaatschapskosten.

Artikel 40 Ziektekostenverzekering

Dit artikel komt per 1 januari 2006 te vervallen.

Artikel 41 Toepassing salarisverhoging
  • 1. Het voor de werknemer geldende salaris wordt per 1 februari 2011 verhoogd met 1,5%

    De werkgever betaalt aan de werknemer tot 23 jaar die niet in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 32a lid 2, alsmede aan de werknemer die is ingedeeld in salarisgroep A, met ingang van de datum waarop deze werknemer recht krijgt op salarisverhoging in verband met de leeftijd, ten minste het per die datum voor hem geldende salaris, verhoogd met het verschil tussen het tabelsalaris dat behoort bij zijn leeftijd en het tabelsalaris dat behoort bij zijn nieuwe leeftijd.

  • 2. De werknemer van 50 jaar of ouder kan de salarisverhoging na overleg met de werkgever geheel of gedeeltelijk omzetten in ten hoogste 22 dagen (176 uren) vrije tijd. Indien de werknemer door omzetting van de salarisverhoging(en) meer dan 22 dagen (176 uren) vrije tijd op jaarbasis wil verkrijgen, kan dit uitsluitend in overleg met de werkgever.

    De berekening van de hoeveelheid vrije tijd die bij salarisverhoging maximaal kan worden verkregen, geschiedt volgens de volgende drie stappen:

    • 1. Salaris + Salarisverhoging(en) = Nieuw Salaris

    • 2. 100 -/- (( Salaris / Nieuw Salaris) x 100) = Maximaal omzettingspercentage

    • 3. Maximaal omzettingspercentage x 19,76 uur = Maximale hoeveelheid vrije tijd.

    Indien van de vorenbedoelde omzetting gebruik wordt gemaakt, wordt het voor de werknemer geldend salaris inclusief de in lid 1 bedoelde salarisverhoging(en) gekort met een bruto-korting die overeenkomt met het deel van de salarisverhoging dat in vrije tijd wordt omgezet.

    Per jaar moet een herberekening worden gemaakt.

Artikel 41a Eenmalige uitkering
  • 1. De werkgever die voor een werknemer niet tot toekenning CBD overgaat zoals omschreven in artikel 18c CAO, dient aan die werknemer een eenmalige uitkering te verstrekken en wel als volgt.

    De werkgever betaalt aan de werknemer in de maand waarin hij tot uitbetaling overgaat eenmalig 1,5% van 12 maal het salaris van de werknemer over de maand van uitbetaling respectievelijk eenmalig 1,5% van 13 maal het vierwekensalaris over de periode waarin de eerste van de maand van uitbetaling valt.

  • 2. De werkgever kan ook gedeeltelijk CBD toekennen. In dat geval moet het resterende deel van de niet toegekende CBD worden uitbetaald conform lid 1. De uitbetaling geschiedt dan op basis van rechtevenredigheid.

  • 3. Indien de werkgever (een deel) CBD heeft toegekend en deze in het laatste kwartaal van 2010 heeft ingeroosterd maar op 31 december 2010 is/zijn deze CBD niet genoten dient de werkgever tot een eenmalige uitkering over te gaan bij de eerstvolgende salarisbetaling betreffende (het deel van) de niet genoten CBD conform de systematiek van lid 2.

  • 4. Indien in 2010 het dienstverband een gedeelte van het jaar betreft geldt het vorenstaande naar evenredigheid van de duur van dat dienstverband.

  • 5. De eenmalige uitkering is rechtevenredig aan het aantal CDB volgens artikel 18c lid 7 en betaling vindt plaats volgens de regeling van hiervoor bedoeld lid 2.

VI. BETALING VAN OVERUREN

Artikel 42 Betaling van overuren
  • 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien de onderhavige vergoedingen zijn begrepen in de beloning, hetgeen moet blijken uit een door de werkgever afgegeven schriftelijke verklaring.

  • 2. De werkgever betaalt aan de werknemer de volgende vergoedingen:

    • a. indien buiten het dienstrooster wordt gewerkt op een dag die niet is een zaterdag, een zondag of een feestdag:

      • een vergoeding van 0,78% van het maandsalaris (0,84% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor de eerste twee overuren direkt voorafgaande aan of direkt aansluitend op het dienstrooster, waarbij onder ‘direkt voorafgaand aan’ of ‘direkt aansluitend op’ mede worden verstaan die overuren welke van het dienstsrooster zijn gescheiden door een wettelijk verplichte of door de plaatselijke omstandigheden geboden rusttijd;

      • een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor de overuren die volgen op de in de vorige zin genoemde uren;

    • b. indien buiten het dienstrooster wordt gewerkt op een zaterdag die niet is een feestdag: een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur;

    • c. indien wordt gewerkt op een zondag die niet is een feestdag, geldt een vergoeding van 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per uur;

    • d. indien wordt gewerkt op een feestdag geldt een vergoeding van 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per uur. Deze vergoeding bedraagt evenwel 0,607% van het maandsalaris (0,658% van het salaris per vierwekenperiode) wanneer op een andere dag in dezelfde of de daaropvolgende week vrijaf wordt gegeven, zulks ter vervanging van de uren waarop die vergoeding betrekking heeft.

  • 3. Geen vergoeding is verschuldigd voor overwerk dat wordt verricht aansluitend aan de dagelijkse werktijd, wanneer dit overwerk dient tot afsluiting van de normale dagtaak, zich slechts incidenteel voordoet en niet langer duurt dan een half uur.

    Is dit overwerk van langere duur, dan is de vergoeding over de gehele duur ervan verschuldigd.

  • 4. Indien de overuren niet direkt aansluiten op het dienstrooster, doch eerst op een later tijdstip aanvangen, terwijl bovendien op de betreffende dag de dagelijkse werktijd is gewerkt, betaalt de werkgever aan de werknemer een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor alle alsdan in het kader van het overwerk gewerkte uren. Genoemde vergoeding blijft ook van toepassing indien de in de vorige zin bedoelde uren, zonder onderbreking van ten minste drie aaneensluitende uren, vallen in de volgende dagelijkse werktijd.

  • 5.

    • a. Naar keuze van de werknemer worden overuren en de toeslagen daarop vergoed op één van de onderstaande manieren:

      • 1. overuren en toeslagen worden vergoed in geld

      • 2. overuren en toeslagen worden omgezet in pensioenbeleggen

      • 3. overuren worden vergoed in betaalde vrije tijd, toeslagen in geld of door storting naar pensioenbeleggen.

      Per kalenderjaar kunnen op de wijze als hiervoor bedoeld onder sub 3 tien dagen in vrijetijdsrechten worden vergoed alsdan kunnen de overige overuren alleen in overleg met de werkgever in tijd worden vergoed.

      Indien er sprake is van overwerk dient de werknemer de hier bedoelde keuze telkens schriftelijk vooraf bij ingang van het kwartaal voor het in dat kwartaal plaats hebbend overwerk te bepalen.

    • b. In afwijking van artikel 42 lid 5a sub 3 kan in overleg tussen werkgever en werknemer ook de toeslag worden vergoed in betaalde vrije tijd.

    • c. Ingeval de werknemer kiest voor de mogelijkheid als genoemd onder artikel 42 lid 5a sub 3 gelden de volgende bepalingen:

      • De door overwerk verkregen betaalde vrijetijdsrechten worden opgenomen in overleg tussen werkgever en werknemer.

      • Indien aan het eind van het kalenderjaar de door overwerk verworven vrijetijdsrechten niet zijn genoten, kunnen die op verzoek van de werknemer worden uitbetaald, besteed worden aan pensioenbeleggen of worden overgeheveld naar het volgende kalenderjaar. In dat laatste geval is de werkgever gehouden de werknemer in het eerste kwartaal in de gelegenheid te stellen zijn saldo van het voorgaande kalenderjaar alsnog te genieten in betaalde vrije tijd.

      • De toeslag wordt berekend door de beloningen genoemd in artikel 42 lid 2 of de eventuele hogere in het bedrijf geldende beloningen te verminderen met 0,658% per uur van het vierwekensalaris of met 0,607% per uur van het maandsalaris.

  • 6. Voor vergoeding van de in het kader van consignatie daadwerkelijk verrichte arbeid geldt de regeling van dit artikel.

  • 7. Voor de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week berekend over een periode van maximaal één jaar, dient het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over 4 weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de vergoeding wordt berekend.

Artikel 42a Betaling voor uren buiten het dagvenster
  • 1. In geval van een dagvenster als bedoeld in artikel 17 lid 2a (dat wil zeggen het dagvenster van 06.00 uur tot 18.00 uur) geldt voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 18.00 uur en 21.00 uur een toeslag van 0,09% van het maandsalaris (0,10% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 2. In geval sprake is van een verschoven dagvenster conform artikel 17 lid 2b dan wel lid 2c geldt voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 06.00 uur en het aanvangstijdstip van het dagvenster alsmede voor de uren waarop wordt gewerkt tussen het eindtijdstip van het dagvenster en 21.00 uur een toeslag van 0,09% van het maandsalaris (0,10% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 3. Voor uren waarop wordt gewerkt tussen 21.00 uur en 24.00 uur geldt ongeacht het gekozen dagvenster een toeslag van 0,18% van het maandsalaris (0,20% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 4. Voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 00.00 uur en 06.00 uur geldt ongeacht het gekozen dagvenster een toeslag van 0,30% van het maandsalaris (0,33% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 5. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden niet indien er een samenloop is met de ploegentoeslag of de vergoeding voor overwerkuren.

  • 6. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden, indien er een samenloop is met de toeslagen van artikel 43 lid 2, in plaats van de in artikel 43 lid 2 genoemde toeslagen.

  • 7. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden niet indien er een samenloop is met reisuren als bedoeld in artikel 44.

  • 8. Dit artikel is in werking getreden op 1 juli 2001. De werkgever die op 2 april 2001 een gelijkwaardige regeling had, kan deze blijven hanteren.

Artikel 43 Betaling van verschoven uren
  • 1. De verschoven uren, genoemd in artikel 17 lid 6 sub a en b, komen niet voor een toeslag in aanmerking.

  • 2. Voor de verschoven uren, genoemd in artikel 17 lid 6 sub c bedraagt de toeslag 0,12% van het maandsalaris (0,13% van het salaris per vierwekenperiode) per uur, indien dat uur valt binnen het dagvenster als bedoeld in artikel 17 lid 2.

  • 3. Voor de verschoven uren genoemd in artikel 17 lid 6 sub c, dient met betrekking tot de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week, berekend over een periode van maximaal één jaar, het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over vier weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de toeslag over het salaris wordt berekend.

Artikel 44 Betaling van reisuren
  • 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien de onderhavige vergoedingen zijn inbegrepen in het salaris.

    Dit moet blijken uit een schriftelijke verklaring van de werkgever die dient te worden verstrekt vóórdat de vergoeding in de beloning wordt inbegrepen.

  • 2. Indien de werknemer voor het verrichten van karweiwerkzaamheden moet reizen, zal de werkgever hem de reistijd als volgt vergoeden:

    • a. bij gebruikmaking van openbare middelen van vervoer: de noodzakelijke reistijd berekend volgens de dienstregeling van het openbaar vervoer;

    • b. bij gebruikmaking van een eigen of van een door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel: de reistijd berekend in redelijke verhouding tot de reistijd volgens het openbaar vervoer over een vergelijkbare afstand.

  • 3. De in lid 2 sub a en b genoemde reistijd komt alleen voor vergoeding in aanmerking voor zover de werknemer langer heeft moeten reizen dan hij normaal nodig heeft naar de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan.

  • 4. De reistijdenvergoeding wordt als volgt berekend:

    • a. uren buiten het dienstrooster: 0,607% van het maandsalaris (0,658% van het salaris per vierwekenperiode) per volledig uur;

    • b. uren op zondag en uren binnen en/of buiten het dienstrooster op een in artikel 19 lid 1 genoemde feestdag: 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per volledig uur;

  • 5. Voor de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week, berekend over een periode van maximaal één jaar, dient het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over 4 weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de vergoeding wordt berekend.

  • 6. Indien bij het verrichten van karweiwerkzaamheden de werktijd inclusief de overeengekomen pauzes en de reistijd (alleen het deel van de reistijd dat de werknemer langer heeft moeten reizen dan hij normaal nodig heeft naar de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan) meer is dan 10,5 uur op een dag, heeft de werknemer het recht om de tijd meer dan 10,5 uur in vrije tijd te compenseren.

    Het maximum van de in vrije tijd te compenseren reistijd in verband met karweiwerk bedraagt 6 dagen per jaar. Het maximum van de in vrije tijd te compenseren reistijd in verband met karweiwerk en overwerk samen bedraagt 12 dagen per jaar. De overige uren kunnen alleen in overleg met de werkgever in tijd worden vergoed. Het opnemen vindt overeenkomstig artikel 42 lid 5a van deze CAO plaats.

  • 7. Wanneer werknemers gezamenlijk naar een karwei reizen, en een deel van de werknemers geen overwerk wil verrichten, is de werkgever niet gehouden voor die werknemers voor vervangend vervoer zorg te dragen.

Artikel 45 Ploegentoeslag

De werkgever betaalt aan de werknemers die in ploegendienst werken een toeslag van 14% van het maandsalaris dan wel het salaris per vierwekenperiode.

VII. VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN

Artikel 46 Vergoeding van reiskosten
  • 1. Indien de werknemer voor het verrichten van werkzaamheden waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan moet reizen, zal de werkgever hem, met inachtneming van hetgeen is bepaald in lid 2 van dit artikel, ter zake van reiskosten de volgende vergoeding geven:

    • a. bij gebruikmaking van openbare middelen van vervoer: de werkelijk gemaakte kosten in de laagste klasse;

    • b. bij gebruikmaking van vervoer waarin door de werkgever wordt voorzien: geen vergoeding;

    • c. bij gebruikmaking van een eigen vervoermiddel van de werknemer, mits dit gebeurt in opdracht en/of met toestemming van de werkgever: een redelijke vergoeding.

    Van de werkgever wordt verwacht dat hij zich ervan overtuigt dat het vervoermiddel in deugdelijke staat verkeert en verzekerd is volgens de normen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

  • 2. Van de onder lid 1 sub a en c bedoelde reiskosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking de meerdere kosten die de werknemer heeft moeten maken boven de kosten die hij normaal maakt om te komen op de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan.

  • 3. Werknemers, die langer dan een week buiten hun vaste woonplaats moeten overnachten, zullen elke week in de gelegenheid worden gesteld om na afloop van de voor het betreffende werk vastgestelde wekelijkse werktijd naar huis te reizen. Indien echter de werkzaamheden zulks vorderen, dan wel de reisverbinding daartoe aanleiding geeft kan de werkgever na overleg met de werknemer hiervan afwijken. De afreis naar het karwei zal des maandags per eerste gelegenheid geschieden, doch behoeft, behoudens bijzondere omstandigheden, niet eerder aan te vangen dan omstreeks zes uur des morgens.

  • 4. Onverminderd het bepaalde in lid 3 heeft de in dat lid bedoelde werknemer ter zake van een feestdag als genoemd in artikel 19 lid 1 recht op een betaalde reis naar huis.

Artikel 47 Vergoeding van verblijfkosten
  • 1. Indien de werknemer werkzaamheden moet verrichten buiten de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan zal de werkgever hem vergoeden:

    • a. pensionkosten, indien de noodzakelijke reistijd en/of moeilijke reisgelegenheid noodzakelijk maken dat de werknemer overnacht in een door de werkgever goed te keuren pension;

    • b. verblijfkosten, in redelijke omvang naar gelang van de omstandigheden.

  • 2. Lid 1 sub b is eveneens van toepassing wanneer de werknemer als gevolg van hem plotseling opgedragen overwerk des avonds twee uur of langer na het einde van de dagelijkse werktijd het werk verlaat, tenzij door de werkgever voor een maaltijd wordt gezorgd.

Artikel 48 Andere regelingen

Bestaande ondernemingsgewijze regelingen die ten minste gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in artikel 44 alsmede aan het bepaalde in de artikelen van dit hoofdstuk, kunnen met een beroep op deze artikelen niet dan in overleg met de werknemer worden gewijzigd.

VIII. VAKANTIE EN VAKANTIEBIJSLAG

Artikel 49 Definitie vakantiedag

Onder een vakantiedag wordt in de volgende artikelen verstaan een dag waarop de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid zou verrichten indien hij op die dag geen vakantie zou hebben.

Artikel 50 Vakantierechten
  • 1. De werknemer voor wie een dienstrooster van vijf dagen per week geldt op basis van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren berekend over een periode van maximaal één jaar, ontvangt 200 vakantie-uren per jaar (in de regel 25 vakantiedagen). Met ingang van 1 januari 2006 ontvangt de werknemer als hiervoor bedoeld 192 vakantie-uren ( in de regel 24 vakantiedagen) per jaar.

  • 2. Bestaande afspraken op bedrijfs- of individueel niveau gemaakt voor 1 maart 2001 die leiden tot vakantieaanspraken die het aantal in deze CAO aangegeven aantal vakantie-uren te boven gaan worden door de in deze CAO gewijzigde beschrijving van vakantieaanspraken in uren niet aangetast.

  • 3. Bij een voor de werknemer geldend dienstrooster op basis van een kortere gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft de werknemer recht op vakantie naar evenredigheid.

  • 4. Bij een dienstverband gedurende een gedeelte van het kalenderjaar heeft de werknemer recht op vakantie naar evenredigheid.

Artikel 51 Extra vakantierechten voor oudere werknemers

De werknemer die op 30 juni respectievelijk op 31 december van het lopende jaar ten minste zes maanden onafgebroken in dienst van de werkgever is, verwerft boven de vakantie genoemd in artikel 50 mede telkenmale op voormelde tijdstippen:

  • 12 vakantie-uren (in de regel anderhalve vakantiedag) indien hij alsdan 50 jaar of ouder is;

  • 16 vakantie-uren (in de regel twee vakantiedagen) indien hij alsdan 55 jaar of ouder is;

  • 28 vakantie-uren (in de regel drie en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 57 1/2 jaar is;

  • 40 vakantie-uren (in de regel vijf vakantiedagen) indien hij alsdan 58 jaar of ouder is;

  • 48 vakantie-uren (in de regel zes vakantiedagen) indien hij alsdan 60 jaar is;

  • 52 vakantie-uren (in de regel zes en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 61 jaar is;

  • 56 vakantie-uren (in de regel zeven vakantiedagen) indien hij alsdan 62 jaar is;

  • 60 vakantie-uren (in de regel zeven en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 63 jaar is;

  • 64 vakantie-uren (in de regel acht vakantiedagen) indien hij alsdan 64 jaar is.

Artikel 52 Inhouding vakantiedag bij tweede ziekmelding

Ten aanzien van de werknemer die zich gedurende een kalenderjaar voor de tweede keer arbeidsongeschikt meldt anders dan ten gevolge van zwangerschap en/of bevalling, zal de werkgever één dag waarop niet wordt gewerkt vanwege arbeidsongeschiktheid aanmerken als een door de werknemer opgenomen verlofdag.

Het aantal van het vakantietegoed van de werknemer af te schrijven uren is gelijk aan het aantal uren dat de werknemer op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid volgens dienstrooster had moeten werken met een maximum van 8 uren.

Artikel 53 Beperking van de vakantierechten
  • 1. De werknemer verdient geen vakantie over de tijd, gedurende welke hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak heeft op zijn salaris.

  • 2. In afwijking van het in lid 1 bepaalde verdient de werknemer toch vakantie over de tijd gedurende welke hij geen recht op salaris heeft:

    • a. in de gevallen als genoemd in artikel 63,

    • b. in het geval de werknemer die op 1 mei van het kalenderjaar

      • de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

      • de bedongen arbeid niet verricht wegens het volgen van onderricht waartoe hij door de werkgever in de gelegenheid is gesteld.

    De vrouwelijke werknemer verdient vakantie over de tijd waarin zij niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten ten gevolge van zwangerschap en bevalling.

Artikel 54 Aaneengesloten vakantie
  • 1. De aaneengesloten vakantie wordt als regel genoten tussen 30 april en 1 oktober en omvat, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet, 21 of meer kalenderdagen.

    Indien het bedrijfsbelang zich verzet tegen een aaneengesloten vakantie van 21 of meer kalenderdagen, omvat de aaneengesloten vakantie ten minste 14 of meer kalenderdagen. De vaststelling van de aaneengesloten vakantie geschiedt door de werkgever in overleg met de betrokken werknemer, mits de werknemer deze tijdig aanvraagt en zijn aanspraken toereikend zijn.

  • 2. Voor 1 januari kan de werkgever, na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie, vaststellen wanneer een aaneengesloten vakantie collectief zal worden gehouden. In individuele gevallen kan hiervan in overleg tussen de werkgever en de betrokken werknemer worden afgeweken.

    Voor ondernemingen met een wettelijk verplichte ondernemingsraad geldt dat voor het vaststellen van een collectieve aaneengesloten vakantie de instemming van de ondernemingsraad vereist is.

Artikel 55 Vaststellen verlofdagen
  • 1. De vaststelling van de individuele verlofdagen geschiedt door de werkgever in overleg met de werknemer, mits de werknemer deze ten minste twee werkdagen van te voren aanvraagt en zijn aanspraken toereikend zijn. Religieuze feestdagen voor Nederlandse en buitenlandse werknemers, 1 mei en andere feestdagen, buiten die genoemd in artikel 19 lid 1, waarop vrijaf wordt genomen, gelden als individuele verlofdagen.

  • 2. In geval een werknemer op 1 januari 2010 nog niet genoten verlofdagen heeft staan uit 2009 of daarvoor, kan de werkgever, na overleg met de werknemer, voor zover het saldo uit 2009 en daarvoor toereikend is, maximaal drie dagen in 2010 inroosteren.

  • 3. Behoudens het bepaalde in lid 4 is de werkgever bevoegd om na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie ten hoogste drie collectieve verlofdagen vast te stellen. De vaststelling van collectieve verlofdagen geschiedt zo tijdig mogelijk.

  • 4. De werkgever, die werkzaamheden verricht op een bouwwerk, is bevoegd, na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie, vast te stellen dat meer dan drie verlofdagen collectief worden genoten.

Artikel 55a Berekening van genoten vakantiedagen

Indien de werknemer vakantie geniet op een dag die hij volgens zijn dienstrooster zou werken, wordt zijn vakantietegoed verminderd met het aantal uren dat hij volgens zijn dienstrooster zou werken.

Artikel 56 Doorbetaling van salaris tijdens vakantie
  • 1. De werknemer behoudt gedurende het genot van de hem toekomende vakantie aanspraak op doorbetaling van het salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag.

  • 2. Indien in een onderneming een collectieve vakantie geldt, behoudt de werknemer, wiens aanspraak op deze vakantie niet toereikend is en die niet kan worden tewerkgesteld, aanspraak op doorbetaling van salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag. Hetzelfde geldt voor collectieve verlofdagen.

Artikel 57 Afwikkeling van te veel of te weinig genoten vakantiedagen
  • 1. Tijdens de dienstbetrekking kan de werkgever de door de werknemer te veel genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren doen inhalen of in mindering brengen op te verdienen vakantie.

  • 2. Nog niet genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren kunnen tijdens de dienstbetrekking niet worden vervangen door een uitkering in geld.

  • 3. Bij het einde van de dienstbetrekking kan de werkgever de door de werknemer te veel genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren verrekenen met hetgeen hij aan deze werknemer verschuldigd is, indien de beëindiging van het dienstverband geschiedt op verzoek van de werknemer.

  • 4. Bij beëindiging van de dienstbetrekking heeft de werknemer aanspraak op vergoeding wegens door hem te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren. Ter zake van de hoogte van de vergoeding is artikel 31 lid 1, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Bij beëindiging van het dienstverband wegens een dringende reden of tijdens de proeftijd, zullen de door de werknemer te veel of te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren in geld worden verrekend.

  • 6. Ten aanzien van vertegenwoordigers en/of verkopers wordt bij de berekening van de vergoeding wegens te veel of te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren uitgegaan van het basissalaris, vermeerderd met de verdiende provisie, ongeacht de datum van uitbetaling van deze provisie.

    De provisie wordt echter uitsluitend in de berekening betrokken indien over de vakantiedagen/uren waarvoor vergoeding plaatsvindt, recht op provisie bestaat.

    Als verdiende provisie geldt de provisie welke is verdiend gedurende de laatste 12 kalendermaanden direct voorafgaande aan de datum van het einde van de dienstbetrekking, herleid naar het aantal vakantiedagen/uren waarover de vergoeding dient te worden berekend.

    In geval van arbeidsongeschiktheid gedurende de laatste 12 kalendermaanden direct voorafgaande aan de datum van het einde van de dienstbetrekking, zullen als de laatste 12 kalendermaanden gelden de laatste 12 kalendermaanden gedurende welke de functie bij arbeidsgeschiktheid feitelijk is uitgeoefend.

  • 7. Bij het einde van de dienstbetrekking verstrekt de werkgever aan de werknemer een schriftelijke verklaring waaruit blijkt hoeveel vakantiedagen/uren de werknemer niet heeft opgenomen doch wel heeft uitbetaald gekregen.

Artikel 58 Verval van vakantieaanspraken
  • 1. De werknemer die bij de aanvang van de voor hem vastgestelde aaneengesloten vakantie of van één of meer van de door hem vastgestelde verlofdagen/uren arbeidsongeschikt is, ontvangt de vakantiedagen/uren waarvan hij geen gebruik heeft kunnen maken op een andere tijd, doch uiterlijk vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak op vakantie is ontstaan.

Artikel 59 Vakantiebijslag
  • 1. De werknemer heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 60, aanspraak op vakantiebijslag van 8% over hetgeen hij sinds de laatst verschenen eerste juli heeft verdiend.

    Bij de in de vorige volzin bedoelde verdienste blijven – tenzij in de onderneming een andere regeling bestaat – buiten beschouwing: overwerk, tijdelijke werktijdverkorting, reisuren vallende buiten de dagelijkse arbeidstijd, onkostenvergoedingen, de dertiende maand, de dagvenstertoeslag indien deze minder dan 30 dagen per jaar is uitgekeerd, winstdelingsregelingen e.d. en éénmalige uitkering(en). Vergoedingen in verband met beloningssystemen als bedoeld in artikel 37 behoren wel tot de in de eerste volzin van dit lid bedoelde verdienste.

  • 2. De vakantiebijslag is opeisbaar op 30 juni, dan wel op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking.

  • 3. De vakantiebijslag wordt verminderd met een evenredig deel van het in lid 1 bepaalde:

    • a. voor de tijd die de werknemer voor eigen rekening vrijaf neemt;

    • b. voor de tijd die de werknemer sinds de laatstverschenen eerste juli zijn werkzaamheden niet heeft verricht anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid of werktijdverkorting, waarbij de eerste maand buiten beschouwing blijft.

  • 4. Ten aanzien van vertegenwoordigers moet onder salaris als bedoeld in lid 1 worden verstaan: het basissalaris over de periode 1 juli/30 juni + de in die periode uitbetaalde provisie. De voor vertegenwoordigers verschuldigde vakantiebijslag is niet hoger dan 8% van driemaal het wettelijk minimumloon per jaar.

Artikel 60 Minimum-vakantiebijslag
  • 1. De werknemer die op 1 december 2009 in dienst is of nadien in dienst treedt en die op 30 juni 2010 de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, ontvangt een vakantiebijslag van tenminste € 145,09 per maand (€ 133,44 per vierwekenperiode) in de periode vanaf 1 december 2009 tot 1 februari 2011.

  • 2. De werknemer die op 1 februari 2011 in dienst is of nadien in dienst treedt en die op 30 juni 2011 de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, ontvangt een vakantiebijslag van tenminste € 147,27 per maand (€ 135,44 per vierwekenperiode) in de periode vanaf 1 februari 2011.

IX. VERLOF

Artikel 61 Kort verlof

Met uitsluiting van het bepaalde in het derde en vierde lid van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij verzuim, voor zover dit binnen de dagelijkse werktijd noodzakelijk is, met doorbetaling van salaris in de hierna te noemen gevallen en over de daarbij vermelde duur vrijaf gegeven:

  • a. over vier dagen aaneengesloten bij:

    • overlijden van de levenspartner, een inwonend kind of pleegkind;

  • b. over twee dagen aaneengesloten bij:

    • huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer;

  • c. over één dag bij:

    • bevalling van de levenspartner;

    • adoptie door de werknemer;

    • huwelijk van een ouder, ouder van de levenspartner, kind, kleinkind, broer, zuster, broer en/of zuster van de levenspartner;

    • overlijden van een ouder, levenspartner van de ouder, ouder van de levenspartner, niet-inwonend kind of pleegkind, broer of zuster;

    • bijwoning van de begrafenis of crematie van een ouder, levenspartner van de ouder, ouder van de levenspartner, niet-inwonend kind of pleegkind, broer of zuster;

    • overlijden of bijwoning van de begrafenis of crematie van een grootouder van de werknemer of van diens levenspartner, kleinkind, schoonzoon, schoondochter, broer en/of zuster van de levenspartner, alsmede de levenspartner van (laatstgenoemde) broer of zuster;

    • 25-jarig en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer;

    • keuring voor verplichte militaire dienst, waarbij doorbetaling van salaris slechts behoeft plaats te vinden wanneer de werknemer geen tegemoetkoming van het Ministerie van Defensie ontvangt;

    • professie van een kind, broer of zuster of priesterwijding van een kind of broer;

    • 25-, 40-, 50-, en 60 jarig huwelijksfeest van de ouders, dan wel van de ouders van de levenspartner;

  • d.

    • over de tijd nodig voor het doen van een examen waaronder begrepen maximaal één herexamen voor een diploma of getuigschrift krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs;

    • over de tijd nodig voor het doen van een vakexamen voor een ander erkend diploma – mits dit in het belang van het bedrijf is – indien een verzuim van niet langer dan twee dagen nodig is;

    • over een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen langere tijd indien een examen als bedoeld in de vorige zin een verzuim van meer dan twee dagen nodig maakt;

  • e. over een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen tijd tot ten hoogste één dag bij:

    • vervulling van een bij wettelijk voorschrift of door de overheid zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichting, voor zover deze verplichting persoonlijk moet worden nagekomen;

  • f. over ten hoogste twee uren bij:

    • uitoefening van de kiesbevoegdheid.

Onder levenspartner als in het voorafgaande bedoeld onder a en c wordt verstaan de echtgenoot dan wel echtgenote van de werkneemster dan wel werknemer, dan wel degene, geen ouder, broer of zuster van de werkneemster dan wel werknemer zijnde, met wie de werkneemster dan wel werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert en waarvan de naam door de werkneemster dan wel werknemer vooraf aan de werkgever bekend is gemaakt.

Onder levenspartner van de ouder als bedoeld in het voorafgaande bij het derde en vierde gedachtestreepje onder c, wordt verstaan de echtgenoot dan wel echtgenote van de ouder dan wel degene, geen ouder, broer of zuster van de ouder zijnde, met wie de ouder duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.

Artikel 62 Bijzonder verlof
  • 2. De werknemer die lid is van de Deelnemersraad van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek zal vrijaf worden gegeven met doorbetaling van salaris over de tijd die nodig is voor het bijwonen van vergaderingen van de Deelnemersraad.

Artikel 63 Verlof voor eigen rekening
  • 1. De werknemer, die in het bezit is van een verklaring waaruit blijkt hoeveel vakantiedagen hij nog te goed had bij een vorige werkgever, heeft aanspraak op verlof voor eigen rekening over dat aantal dagen.

  • 2. De werkgever is niet verplicht de werknemer deze verlofdagen te verlenen indien de werknemer niet voor het aangaan van de dienstbetrekking hiervan mededeling heeft gedaan.

Artikel 63a Levensloop

Ingeval de werknemer gebruik maakt van zijn gespaarde tegoed in het kader van de Levensloopregeling geldt het volgende:

  • 1. Het verlof kan zowel in vol- als in deeltijd worden opgenomen;

  • 2. De werknemer dient een verzoek van minder dan 3 maanden verlof tenminste 3 maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk in bij de werkgever. Een aanvraag voorverlof van 3 maanden of langer moet ten minste 6 maanden voor dat tijdstip schriftelijk worden ingediend.

  • 3. De werkgever neemt een beslissing op het verzoek na overleg met de werknemer binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

  • 4. De werkgever willigt het verzoek in, indien de werknemer met verlof wil gaan voor een periode van niet langer dan 2 jaar direct voorafgaand aan het moment waarop hij met pensioen gaat.

Artikel 64 Gedwongen verzuim
  • 1. Bij gedwongen verzuim als bedoeld in artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de doorbetaling van het dientengevolge verschuldigde salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, beperkt tot vijf dagen, tenzij het verzuim aan de schuld van de werkgever te wijten is. Indien twee of meer periodes van gedwongen verzuim elkaar opvolgen met een onderbreking van niet meer dan 3 dagen, gedurende welke de werknemer in opdracht van de werkgever betaalde arbeid heeft verricht, worden deze periodes van gedwongen verzuim voor de toepassing van de in de vorige volzin bedoelde 5 dagen als één verzuimperiode beschouwd.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de werkgever, indien niet kan worden gewerkt wegens gedwongen verzuim ten gevolge van vorst, harde wind of hoge waterstand, niet verplicht tot enige betaling van salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel.

  • 3. Over elke (volle) dag, dat ten gevolg van de in het vorige lid bedoelde oorzaken niet gewerkt kan worden, verstrekt de werkgever op de aan de werknemer verstrekte uitkering krachtens de Werkloosheidswet een aanvulling tot 100% van het voor de werknemer geldende individueel overeengekomen salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag.

    Bij elke periode van vorst of hoge waterstand moet ten hoogste twee weken de hiervoor genoemde aanvulling worden betaald.

    In een eenmaal begonnen vorstperiode of periode van hoge waterstand wordt de periode van twee weken geacht te zijn onderbroken indien er minimaal op drie aaneengesloten dagen arbeid is verricht. Na deze drie dagen begint een nieuwe periode van ten hoogste twee weken aanvulling voor de werkgever te lopen, indien en voor zover er nog sprake is van een gedwongen verzuim ten gevolge van vorst of hoge waterstand.

    In geval de werknemer op grond van de zogeheten referte-eis geen uitkering krachtens de Werkloosheidswet krijgt, behoudt de werknemer recht op een aanvulling van het salaris door de werkgever tot 100%.

  • 4. Bij invoering door de werkgever van een door de bevoegde instantie goedgekeurde tijdelijke werktijdverkorting (verkorting tot een 0-uren week daaronder begrepen) betaalt de werkgever geen salaris over de tijd waarin geen arbeid is verricht.

  • 5. Wanneer de werknemer ten opzichte van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) waarbij de werkgever is aangesloten aanspraak heeft op uitkering krachtens de werkloosheidswet omdat de werkgever ingevolge het bepaalde in het voorgaande lid niet verplicht is tot betaling van salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, wordt deze uitkering door de werkgever aangevuld tot het gederfde salaris.

  • 6. Indien een persoon minder dan 15 uur per week werkzaam is en de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd, dan wel indien de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is vastgelegd is, in afwijking van de leden 1 tot en met 5, artikel 7:628 BW niet van toepassing gedurende de eerste 12 maanden van de overeenkomst.

X. ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 65 Definitie
  • 1. Onder arbeidsongeschiktheid in dit hoofdstuk wordt verstaan het ongeschikt zijn tot werken ten gevolge van ziekte, ongeval, gebrek, zwangerschap en/of bevalling, een en ander zoals omschreven in de Ziektewet (ZW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheids- verzekering (WAO).

  • 2. Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd de dag, waarop niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt.

  • 3. Als dag van arbeidsongeschiktheid wordt ook beschouwd de dag vallend binnen het dienstrooster waarop ten gevolge van arbeidsduurverkorting niet wordt gewerkt.

  • 4. Als dag van arbeidsongeschiktheid wordt voorts beschouwd de dag waarop niet wordt gewerkt ingevolge een dienstrooster als bedoeld in artikel 18 lid 4.

Artikel 66 Melding
  • 1. Ingeval van arbeidsongeschiktheid is de werknemer verplicht hiervan ten spoedigste kennis te geven of te doen geven aan de werkgever. Indien de werknemer op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken niet op het werk verschijnt, dient de in de vorige zin bedoelde kennisgeving uiterlijk om 09.00 uur des voormiddags te geschieden.

  • 2. Ter voorkoming van misbruik is de werkgever bevoegd om, ingeval hij aannemelijk maakt dat de werknemer zich ten onrechte arbeidsongeschikt heeft gemeld, hetzij de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid aan te merken als een door de werknemer opgenomen verlofdag, hetzij over die dag de doorbetaling van het salaris achterwege te laten.

Artikel 66a Zwangerschaps- en bevallingsverlof
  • 1. In verband met bevalling heeft de werkneemster recht op verlof gedurende maximaal zes weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum en gedurende tien weken ná de bevallingsdatum; in totaal derhalve gedurende ten minste zestien weken.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel, kan de werkneemster die ten minste drie maanden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum de wens daartoe aan de werkgever te kennen geeft, de verlofperiode vóór deze datum verkorten tot uiterlijk vier weken. In dat geval wordt het aantal niet genoten weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum toegevoegd aan de verlofperiode na de bevallingsdatum.

Artikel 67 Aanvulling van salaris
  • 1.

    • a. De werkgever is bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden gehouden het salaris aan de werknemer door te betalen dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend, waarbij geldt dat gedurende de eerste zes maanden 100% van dat salaris wordt doorbetaald en gedurende de volgende 18 maanden 90% van dat salaris wordt doorbetaald.

    • b. In afwijking van het in lid 1 sub a gestelde wordt aan de werknemer die het werk gedeeltelijk dan wel op arbeidstherapeutische basis hervat gedurende de in lid 1 sub a bedoelde periode van maximaal 24 maanden tijdens die periode van werkhervatting 100% van het salaris door de werkgever doorbetaald dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend.

    • c. In afwijking van het in lid 1 sub a gestelde wordt aan de werknemer waarvan is vastgesteld dat die geen kans op herstel heeft en niet beschikt over een resterende verdiencapaciteit gedurende de in lid 1 sub a bedoelde periode van maximaal 24 maanden 100% van het salaris door de werkgever doorbetaald dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend.

      Indien werkgever en werknemer twijfelen over de toepasselijkheid van de vorige volzin kan de werknemer eerder dan na twee jaar een aanvraag voor een IVA-uitkering indienen bij het uitvoeringsorgaan. Deze aanvraag moet vergezeld gaan van een verklaring van de bedrijfsarts dat er naar zijn mening sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en geen kans op herstel. De verklaring van de bedrijfsarts moet mede gebaseerd zijn op een verklaring van de behandelende medisch specialist.

  • 2. De in lid 1 bedoelde salarisdoorbetaling wordt verminderd met:

    • a. het bedrag van enige – ongekorte – geldelijke uitkering die de werknemer toekomt dan wel zou kunnen toekomen krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering.

      Het bedrag waarmee deze uitkering eventueel verlaagd is als gevolg van een sanctie van de uitkeringsinstantie vanwege een aan de werknemer verwijtbare omstandigheid, dient daarbij gerekend te worden als de geldelijke uitkering als bedoeld in de vorige volzin;

    • b. het bedrag waar de werknemer recht op heeft dan wel recht op had kunnen hebben indien hij zich heeft dan wel had verzekerd voor een aanvullend invaliditeitspensioen bij de N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken, tenzij het niet verzekerd zijn het gevolg is van handelen of nalaten van de werkgever;

    • c. het bedrag dat in verband met premievrijstelling door het pensioenfonds niet bij de werknemer wordt ingehouden, voor zover het werknemersdeel van de premie conform het reglement door de werkgever voor de intreding van de arbeidsongeschiktheid werd ingehouden, dit geldt niet voor de werknemer die op 1 april 2003 één jaar of langer arbeidsongeschikt is.

  • 3. Onder salaris wordt in dit artikel verstaan het salaris als bedoeld in artikel 31 lid 1 vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag en/of prestatietoeslag.

  • 4.

    • a. In de gevallen als genoemd in artikel 7:629 lid 3 BW heeft de werkgever geen verplichting tot salarisdoorbetaling als bedoeld in artikel 67 lid 1 van deze CAO.

    • b. In afwijking van het gestelde in lid 1 heeft de werkgever geen verplichting tot salarisbetaling indien de werknemer uitsluitend recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet.

  • 5. Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van dezelfde arbeidsongeschiktheidsoorzaak verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan zes maanden opvolgen.

    Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van verschillende arbeidsongeschiktheidsoorzaken verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

  • 6. De werknemer dient zich te houden aan de gedragsregels als genoemd in bijlage 7. De werkgever kan de in deze bijlage genoemde sancties toepassen.

Artikel 67a Reïntegratie
  • 1. Onder een arbeidsgehandicapte werknemer wordt in dit artikel verstaan een werknemer in de Metaal en Techniek die beperkingen heeft in de zin van de wet WIA.

  • 2.

    • a. De werknemer die in het kader van de WIA een verminderde verdiencapaciteit heeft van minder dan 35% en werkzaamheden verricht overeenkomstig zijn resterende verdiencapaciteit ontvangt een salaris dat gelijk is aan het oude salaris, verminderd met het percentage van zijn gewijzigde verdiencapaciteit.

    • b. De arbeidsgehandicapte werknemer die in het kader van WIA een verminderde verdiencapaciteit van 35%-80% heeft en die in het kader van zijn reïntegratie passende arbeid bij de eigen werkgever accepteert en daardoor een functie gaat vervullen met een lager salaris, ontvangt met inachtneming van het hierna in sub c bepaalde, vanaf het moment dat hij de nieuwe functie gaat vervullen gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden een persoonlijke toeslag op het salaris. De periode van loondoorbetaling als bedoeld in artikel 67 lid 1 CAO voorafgaand aan het vervullen van de functie als hier bedoeld, en het tijdvak waarin de persoonlijke toeslag als bedoeld in de vorige volzin wordt betaald, kunnen tezamen niet langer zijn dan 42 maanden. Indien die periode wel langer is vervalt na die 42 maanden de persoonlijke toeslag. Het bedrag van deze toeslag is gelijk aan het verschil tussen het salaris van de oude functie en het nieuwe lagere salaris. Na het verstrijken van het genoemde tijdvak geldt voor de werknemer het bepaalde in artikel 36 CAO.

    • c. Bij het berekenen van de hiervoor in sub b bedoelde toeslag wordt het salaris dat de werknemer verdiende ten tijde van de arbeidsongeschiktheid pro rata berekend over de arbeidsduur waarin de werknemer in de nieuwe passende functie werkzaam is.

    • d. Bij het berekenen van het sub a bedoelde verschil wordt bij het nieuwe salaris opgeteld het bedrag waarmede een eventuele WIA-uitkering dan wel de uitkering als bedoeld in artikel 67 lid 2 sub c CAO wordt verhoogd na het aanvaarden van de passende arbeid, dan wel het bedrag van enige andere, dan de WIA, – ongekorte – geldelijke uitkering die de werknemer toekomt dan wel zou kunnen toekomen krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering.

  • 3. Indien de werknemer na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever ook voor die passende arbeid arbeidsongeschikt wordt, geldt het volgende:

    • a. Indien de werknemer binnen zes maanden na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever opnieuw arbeidsongeschiktheid wordt, is de werkgever gedurende het resterende deel van het tijdvak van 24 maanden ex artikel 67 lid 1 gehouden de werknemer het salaris door te betalen dat de werknemer verdiende voor aanvaarding van de passende arbeid. Het in de vorige volzin bedoelde resterende deel is het maximale tijdvak van 24 maanden minus de periode die ligt tussen de aanvang gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en de aanvaarding van de passende arbeid. Het bepaalde in artikel 67a lid 2 sub b tot en met sub d is in dit geval niet meer van toepassing.

    • b. Indien de werknemer na zes maanden na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever opnieuw arbeidsongeschiktheid wordt, is de werkgever ex artikel 67 gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden gehouden het salaris door te betalen dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend, namelijk het salaris dat hoort bij de passende arbeid die de werknemer is gaan verrichten. Daarnaast blijft het bepaalde in artikel 67a lid 2 sub b tot en met sub d van toepassing voor de resterende periode van het in artikel 67a lid 2 sub b genoemde tijdvak.

  • 4. De arbeidsgehandicapte werknemer die in het kader van zijn reïntegratie wordt gedetacheerd of bij wijze van proefplaatsing gaat werken bij een andere werkgever, behoudt tijdens die periode de arbeidsvoorwaarden van zijn werkgever waar vanuit de detachering/proefplaatsing plaatsvindt.

  • 5.

    • a. In geval de arbeidsgehandicapte werknemer in het kader van zijn reïntegratie passende arbeid gaat verrichten bij een nieuwe werkgever geldt, indien bij de reïntegratie voldaan is aan de volgende criteria,

      • de reïntegratie bij de nieuwe werkgever is tot stand gekomen met behulp van een erkendreïntegratiebedrijf conform de wet;

      • de reïntegratie vindt plaats binnen de termijn van maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1;

      het bepaalde in lid 6 sub a., sub b. en sub c.

    • b. Indien door de arbodienst, danwel het UWV is vastgesteld dat de werknemer niet kan terugkeren in het eigen bedrijf kan een reïntegratiebedrijf worden ingeschakeld. Als werkgever en werknemer dan besluiten om een reïntegratiebedrijf (welke beschikt over het Blik op Werk Keurmerk Reïntegratie) in te schakelen bij het reïntegreren van de arbeidsongeschikte werknemer, dan krijgt de werkgever een tegemoetkoming in de kosten van het reïntegratiebedrijf. Deze tegemoetkoming bedraagt 50% van de kosten tot een maximum van € 2.500.

  • 6.

    • a. De werkgever bij wie de werknemer als bedoeld in lid 5 uit dienst treedten daardoor een lager salaris gaat verdienen, betaalt de werknemer bij einde dienstverband een bedrag ineens, waarvan de hoogte als volgt wordt bepaald:

      Het verschil tussen het salaris dat de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid verdiende en het salaris dat de werknemer na zijn reïntegratie gaat verdienen, vermeerderd met eventuele uitkeringen als bedoeld in artikel 67 lid 2 sub b en sub c, over de resterende periode van de maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1.

      Bij het berekenen van de hiervoor bedoelde uitkering wordt het salaris dat de werknemer verdiende ten tijde van de arbeidsongeschiktheid pro rata berekend over de arbeidsduur waarin de werknemer na zijn reïntegratie werkzaam is.

      Bij de bepaling van de hoogte van dit bedrag geldt voorts het volgende:

      Het bedrag ineens is maximaal 30% van het salaris dat de werknemer gedurende de resterende periode van de maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1 zou hebben verdiend in de functie waarin hij werkzaam was toen hij arbeidsongeschikt werd.

    • b. De werkgever bij wie de werknemer als bedoeld in lid 5 uit dienst treedt, ontvangt van de Vakraad een bedrag van maximaal € 2500,-- indien het reïntegratiebedrijf beschikt over het Blik op Werk Keurmerk Reïntegratie.

    • c. De werkgever die een bedrag van de Vakraad ontvangt als bedoeld in sub b, betaalt een bedrag van € 1000,-- aan de werknemer als bedoeld in lid 5 tenzij door de Vakraad een ander bedrag wordt vastgesteld. Dit bedrag komt bovenop de eventuele betaling ex sub a.

  • 7. Indien de arbeidsgehandicapte werknemer hem in het kader van reïntegratie aangeboden passende arbeid bij de eigen of een nieuwe werkgever niet accepteert, geldt het volgende:

    • a. De loondoorbetaling kan worden beëindigd. Dit geldt niet wanneer de werknemer voor de eerste keer sinds zijn arbeidsongeschiktheid is aangevangen gebruik maakt van zijn recht op het aanvragen van een second opinion bij het UWV conform artikel 7:629aBW. In dat geval is de werkgever gehouden gedurende ten hoogste vier weken na de aanvraag van de second opinion 70% te betalen van het bedrag dat hij ex artikel 67 CAO aan de werknemer moet doorbetalen. Tevens zal de werkgever de kosten van de second opinion dienen te betalen.

    • b. Alleen indien de werknemer na de second opinion als bedoeld in sub a in het gelijk wordt gesteld, is de werkgever gehouden de resterende 30% van de salarisdoorbetalingsverplichting als bedoeld in artikel 67 CAO alsnog te voldoen over de periode van ten hoogste vier weken als bedoeld in sub a.

    • c. Indien de arbeidsgehandicapte werknemer in dezelfde periode van arbeidsongeschiktheid ook een tweede aanbod van passende arbeid afwijst, kan de loondoorbetaling opnieuw worden beëindigd. In geval de werknemer een second opinion bij UWV aanvraagt, vindt het gestelde in sub a en b toepassing als zijnde eenvoorschotmet dien verstande dat wanneer de werknemer bij deze second opinion in het ongelijk wordt gesteld, de werkgever het over die periode van ten hoogste vier weken betaalde voorschotmag verrekenen dan wel terugvorderen.

Artikel 68 Vakantiebijslag in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid

De werknemer die onafgebroken arbeidsongeschikt is, behoudt gedurende maximaal 24 maanden zijn aanspraak op vakantiebijslag, zulks onder aftrek van de vakantie-uitkering welke hem toekomt krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering. Voor de werknemers van 65 jaar of ouder geldt deze aanspraak niet.

Artikel 68a

Vervallen.

XI. PENSIOEN- EN OVERLIJDENSUITKERING

Artikel 70 Overlijdensuitkering

Bij overlijden van de werknemer is de werkgever verplicht aan de nagelaten betrekkingen als bedoeld in artikel 7:674 BW een uitkering te verlenen ten bedrage van het loon dat de werknemer toekwam direct voorafgaande aan diens overlijden. Deze uitkering heeft betrekking op de periode vanaf de dag na overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na die waarin het overlijden plaatsvond.

XII. ONDERWIJS

Artikel 71 Partieel leerplichtige werknemer

Tussen de werkgever en de jeugdige werknemer, die ingevolge paragraaf 2a van de Leerplichtwet partieel leerplichtig is, geldt een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur als bedoeld in artikel 18, zulks onder aftrek van het aantal dagen per week waarop de werknemer verplicht is onderwijs te volgen, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen.

Artikel 72 Part-time-onderwijs
  • 1. De werkgever kan met een werknemer die niet partieel leerplichtig is en die een opleiding volgt via de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen) in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs een arbeidsovereenkomst sluiten met een normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, zoals bedoeld in artikel 18, dan wel met een kortere wekelijkse arbeidsduur. Voor de regeling van de arbeidsvoorwaarden wordt verwezen naar bijlagen 8a en 8b.

  • 2.

    • a. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt ten aanzien van de werknemer van 18 jaar en ouder met wie de werkgever een leerarbeidsovereenkomst heeft gesloten voor het volgen van een Opleiding Niveau II als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (voorheen primair leerlingwezen), met ingang van 1 september 1999 dat de wekelijkse scholingsdag volledig wordt doorbetaald indien een werkweek van gemiddeld 32 arbeidsuren (4 dagen feitelijke arbeid verrichten, 1 dag school) is overeengekomen.

      Hierbij geldt als voorwaarde dat de werknemer op de tijden waarop het betreffende onderwijs niet wordt gevolgd, en waarop wel salaris wordt betaald, werkzaam is bij de werkgever.

      Indien met de werknemer, als bedoeld in dit lid, een kortere werkweek dan 32 arbeidsuren wordt overeengekomen, dan dient de scholingsdag naar evenredigheid te worden doorbetaald, onder de voorwaarde als bepaald in de vorige volzin.

    • b. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt ten aanzien van de werknemer van 17 jaar en ouder met wie de werkgever een leerarbeidsovereenkomst heeft gesloten voor het volgen van een Opleiding Niveau II als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (voorheen primair leerlingwezen), met ingang van 1 september 2000 dat de wekelijkse scholingsdag volledig wordt doorbetaald indien een werkweek van gemiddeld 32 arbeidsuren (4 dagen feitelijke arbeid verrichten, 1 dag school) is overeengekomen.

      Hierbij geldt als voorwaarde dat de werknemer op de tijden waarop het betreffende onderwijs niet wordt gevolgd, en waarop wel salaris wordt betaald, werkzaam is bij de werkgever.

      Indien met de werknemer, als bedoeld in dit lid, een kortere werkweek dan 32 arbeidsuren wordt overeengekomen, dan dient de scholingsdag naar evenredigheid te worden doorbetaald, onder de voorwaarde als bepaald in de vorige volzin.

  • 3. De werkgever kan bedingen, dat de werknemer tijdens diens opleiding de dienstbetrekking niet zal mogen beëindigen of dat de werknemer na zijn examen nog een bepaalde tijd in dienst zal moeten blijven, met dien verstande dat het verbod tot opzegging niet langer kan gelden dan tot uiterlijk één jaar na het – al dan niet met goed gevolg – afleggen van het examen in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Een overeenkomst als bedoeld in de vorige zin dient schriftelijk te worden aangegaan en wel voor de feitelijke deelneming van de leerling aan de opleiding.

  • 4. De werknemer die de dienstbetrekking beëindigt voor het in lid 3 bedoelde tijdstip, is schadeplichtig. De schadeloosstelling blijft beperkt tot het uit hoofde van de leden 1 en 2 doorbetaalde salaris (als bedoeld in artikel 31 CAO), vermeerderd met de kosten welke de werkgever eventueel ten behoeve van de werknemer heeft gemaakt in verband met diens deelneming aan de opleiding, zoals boeken, reisgeld e.d.

Artikel 72a Verplichte scholing

Indien de werkgever de werknemer verplicht scholing te volgen buiten zijn dienstrooster, ontvangt de werknemer een compensatie.

Artikel 72b Scholingsdag
  • 1. Een werknemer heeft recht op één doorbetaalde scholingsdag per jaar. Dit geldt niet voor de werknemer die in een regulier scholingstraject, in het kader van een door het Rijk mede gefinancierde opleiding, zit.

  • 2. De in lid 1 bedoelde scholingsdag kan in overleg met de werkgever worden ingevuld, passend binnen het in de bedrijfstak gebruikelijke scholingsbeleid.

  • 3. De in lid 1 bedoelde scholingsdag mag gedurende drie jaar worden opgespaard tot een maximum van drie dagen.

Artikel 73 Evc

Een werknemer die vijf jaar bij dezelfde werkgever in dienst is mag eenmaal in de vijf jaar een door de bedrijfstak goedgekeurde EVC-toets ondergaan. De werknemer krijgt het salaris voor die betreffende dag doorbetaald.

XIII. WERKGELEGENHEID

Artikel 74 Werkgelegenheid
  • 1. Indien er door natuurlijk verloop vacatures ontstaan zal de werkgever er naar streven deze te doen vervullen, zulks in het kader van handhaving van de werkgelegenheid.

  • 2. De werkgever zal bij het ontstaan van vacatures in zijn bedrijf de bij hem in dienst zijnde werknemers in de gelegenheid stellen daarnaar te solliciteren.

  • 3. Indien in de vacatures op de wijze als aangegeven in lid 2 niet kan worden voorzien, zal de werkgever deze terstond aanmelden bij het voor hem in aanmerking komende UWV WERKbedrijf; hierbij dienen de vacante functies en de aan de werknemers te stellen eisen voor de vervulling daarvan duidelijk te worden omschreven.

  • 4. Het in lid 3 gestelde geldt ook voor part-time-functies.

  • 5. Zodra in een vacature is voorzien, meldt de werkgever deze af bij het betreffende UWV WERKbedrijf.

  • 6. Het is de werkgever niet toegestaan tegen beloning arbeid te doen verrichten door een niet tot zijn personeel behorende werknemer, tenzij deze schriftelijk toestemming van zijn werkgever heeft verkregen.

  • 7. De werkgever, die ter voorziening in een tijdelijk tekort aan arbeidskrachten gebruik wil maken van de diensten van een uitzendbureau, zal hiervan mededeling doen aan het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

Artikel 74a

Vervallen.

Artikel 74b

Vervallen.

Artikel 74c

Vervallen.

XIV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 75 Afwijking van deze overeenkomst

Aanvragen om vergunning tot afwijking van deze overeenkomst worden ingediend bij de Vakraad.

DEEL B

XV BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 77 Werkingssfeer

Deze overeenkomst geldt voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het thermisch en/of akoestisch isolatiebedrijf waaronder wordt verstaan:

het aanbrengen, herstellen, bekleden, afwerken en/of onderhouden van isolerende materialen

  • ter voorkoming of beperking van warmte- of koudeverlies,

  • tegen vuur, vocht, geluid en/of vibratie,

bij industrieën, aan technische installaties en aan boord van schepen, zoals apparaten, kanalen, leidingen, tanks en dergelijke, voorts in ruimten, zoals koel- en vriescellen, ketel- en machineruimten, studio`s en dergelijke.

Artikel 82

De werkgever verstrekt de werknemer een redelijke vergoeding voor het door de werknemer zelf aangeschafte en naar de richtlijnen van de onderneming benodigde gereedschap, behoudens in die gevallen waarin de werkgever het gereedschap ter beschikking stelt.

Artikel 83 Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf
  • 1. Er is een stichting ‘Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf’.

Artikel 84 Arbeidsvoorwaarden leerlingen

In afwijking van de artikelen 13, 14, 18 en 71, kan onder gebruikmaking van de modelovereenkomst, zoals opgenomen in bijlage 8B, een dienstbetrekking worden aangegaan voor hetzij onbepaalde tijd, hetzij voor de duur van de opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Indien er sprake is van een deeltijd-arbeidsovereenkomst dient een minimale werktijd van 30,4 uur per twee weken te zijn opgenomen. De werknemer heeft aanspraken op arbeidsvoorwaarden die in overeenkomstige verhouding staan tot de aanspraken die kunnen worden gemaakt bij een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 18 lid 1.

Artikel 85 Veiligheidsmaatregelen bij gebruik en verwerking van asbest en/of asbest-houdende materialen

Het slopen van gebouwen, constructies, apparaten en installaties waarin asbest of asbesthoudende produkten dan wel crocidoliet of crocidoliethoudende produkten is respectievelijk zijn verwerkt en het verwijderen van voornoemde stoffen of produkten hieruit, dient, onverminderd het bepaalde in artikel 8, te geschieden met inachtneming van hetgeen terzake wordt bepaald in het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet.

De verplichtingen die op verwijdering van asbest betrekking hebben, staan onder meer aangegeven in de volgende regelgeving:

  • Het Asbestbesluit Arbowet (1993)

  • Het Asbestverwijderingsbesluit (1993)

  • Het Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen (Baga) en bijbehorende bepalingen uit het Hoofdstuk Afvalstoffen van de Wet Milieubeheer (1993).

Op basis van deze regelgeving gelden de volgende verplichtingen:

  • Het verwijderen of slopen dient vooraf te worden gemeld aan de Arbeidsinspectie. Voorafgaand aan de feitelijke sloop van een bouwwerk moet een asbestinventarisatie plaatsvinden. Dit inventarisatieonderzoek dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerd asbestinventarisatieonderzoeksbureau

  • Het verwijderen of slopen dient te worden uitgevoerd door een deskundig bedrijf. Dit is een bedrijf dat gecertificeerd is op grond van de ‘Beoordelingsrichtlijn asbestverwijderen’.

  • Het verwijderen of slopen dient te worden uitgevoerd volgens een schriftelijk werkplan.

  • Hergebruik van asbest, waaronder het terugplaatsen van verwijderd asbesthoudend materiaal, is niet toegestaan.

  • Het geven van voorlichting aan medewerkers over de mogelijke aanwezigheid van asbest, de gevaren hiervan en noodzakelijke veiligheidsinstructies.

  • Verwijderd asbest en met asbest verontreinigd afval moeten onmiddellijk worden verzameld en in afgesloten, niet luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal of in een afgesloten container worden opgeslagen.

BIJLAGE 1 VEILIGHEID

Zie artikel 8 CAO

  • 1. De veiligheid in de onderneming is een zeer belangrijke zaak, waartoe zowel op de werkgever als op de werknemer verplichtingen rusten. Veel van deze verplichtingen vloeien voort uit wettelijke voorschriften, terwijl andere verplichtingen worden ingegeven door de zorgvuldigheid die een ieder in acht heeft te nemen t.o.v. het leven en goed van een ander.

  • 2. De werkgever heeft de verplichting de lokaliteiten waarin wordt gewerkt alsmede het gereedschap en de machinerieën waarmee wordt gewerkt zodanig te doen zijn dan er redelijkerwijs, in verband met de aard van het werk, een voldoende bescherming bestaat voor de werknemer tegen ongevallen en gezondheidsschade. Het is in dat verband dan ook noodzakelijk dat t.a.v. situaties waarin gevaar te duchten zou zijn, aanwijzingen en instructies inzake de veiligheid door de werkgever worden gegeven. In de bedrijven waarin asbest of asbesthoudende produkten worden bewerkt of verwerkt, zullen de bepalingen van de Asbestbesluiten worden nageleefd. Indien in een bedrijf met gevaarlijke chemische stoffen wordt gewerkt, zullen de vereiste maatregelen worden getroffen ter voorkoming van gezondheidsschade. Bij een geschil over de vraag of een chemische stof al dan niet gevaar kan opleveren voor de gezondheid, is de mening van de Arbeidsinspectie beslissend.

  • 3. Anderzijds heeft de werknemer de verplichting van de aanwijzingen en instructies van de werkgever kennis te nemen en deze op te volgen en de door de werkgever ter beschikking gestelde beschuttingsmiddelen te gebruiken. Voorts wordt van de werknemer verwacht dat, indien naar zijn oordeel sprake is van situaties die de veiligheid en/of gezondheid in gevaar kunnen brengen, hij de werkgever hiervan op de hoogte brengt.

  • 4. Duidelijk verschillen de omstandigheden van bedrijf tot bedrijf. Vandaar dat hier een taak ligt zowel voor de werkgever als voor de werknemer om, uitgaande van de aard van de onderneming, de daarin verrichte arbeid en van hetgeen in samenhang daarmee redelijkerwijs kan worden gevergd hetzij in de personeelsvertegenwoordiging hetzij in de ondernemingsraad de veiligheid en daarmede verband houdende zaken met elkander te bespreken. Zo kunnen zich in een onderneming werkzaamheden voordoen met een uitzonderlijk hoog ongevallenrisico, waartegen niet altijd afdoende veiligheidsmaatregelen te treffen zijn, in welk geval alsdan gedacht zou kunnen worden aan het afsluiten van een extra ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer en/of personen voor wie hij kostwinner is.

BIJLAGE 3A PROCEDURE BIJ GESCHIL OVER DIENSTROOSTER

  • 1. De werknemer die van mening is dat bij het vaststellen van het dienstrooster onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, dient – eventueel bijgestaan door zijn v.v. – schriftelijk bezwaar in bij de werkgever.

  • 2. De werkgever bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift en deelt – daarbij eventueel bijgestaan door zijn w.v. – binnen twee weken zijn standpunt schriftelijk mee aan de werknemer.

  • 3. Indien deze uitwisseling van standpunten niet tot overeenstemming leidt of wanneer de werkgever zijn standpunt niet binnen twee weken schriftelijk aan de werknemer kenbaar maakt, kan het geschil worden voorgelegd aan de Commissie Dienstroosters van Vakraad. Daarvoor moeten werknemer en werkgever in gezamenlijk overleg zorgen voor een door beide partijen ondertekende schriftelijke weergave van het geschil. Werkgever en werknemer kunnen hierbij (opnieuw) hun w.v. respectievelijk v.v. inschakelen.

  • 4. Indien de werkgever de schriftelijke weergave niet heeft ondertekend, zal Vakraad de werkgever verzoeken om mee te werken aan de procedure. De werkgever is gehouden aan dit verzoek te voldoen.

  • 5. De door beide partijen ondertekende beschrijving van het geschil dient gezonden te worden aan de Vakraad. Op basis van de bevindingen van de commissie die de dienstroosterzaken behandelt, wordt door de Vakraad schriftelijk advies uitgebracht over de wijze waarop in de onderneming met de verschillende belangen zou kunnen worden omgegaan. Dit advies wordt aan beide partijen toegezonden.

BIJLAGE 7 GEDRAGSREGELS BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Ingevolge de Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (WULBZ) behoudt de werknemer voor een tijdvak van tweeënvijftig weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimum, indien die werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij daartoe door ziekte of door zwangerschap of bevalling was verhinderd. De WULBZ is per 1 maart 1996 in werking getreden.

In deze CAO is afgesproken dat de werkgever het salaris doorbetaalt met inachtneming van het in artikel 67 van deze CAO bepaalde.

TIJDIGE ZIEKMELDING

Op grond van artikel 66 van de CAO dient de werknemer indien hij arbeidsongeschikt is of wordt, daarvan de werkgever zo spoedig mogelijk en, indien de werknemer niet verschijnt op het werk uiterlijk 09.00 uur ‘s-ochtends, op de hoogte te stellen op een door de werkgever voorgeschreven wijze.

Sancties

Bij niet tijdige melding is de werkgever bevoegd, hetzij de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid aan te merken als een door de werknemer opgenomen verlofdag, hetzij over die dag de doorbetaling van het salaris achterwege te laten. Indien de werknemer zich meer dan een dag te laat meldt, kan de werkgever in aanvulling op de eerder genoemde sanctie het salaris van de werknemer beperken tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon, tot de dag en tijdstip van correcte melding.

THUISBLIJVEN

De werknemer dient thuis te blijven tot de eerste controle heeft plaatsgehad.

Na het eerste bezoek mag de werknemer – als daartegen geen medische bezwaren bestaan buitenshuis gaan maar dient de eerste drie weken wel thuis te zijn:

  • ‘s morgens tot 10.00 uur;

  • ‘s middags van 12.00 uur tot 14.30 uur.

Tot het eerste bezoek en tijdens bovengenoemde uren mag de werknemer alleen van huis gaan voor een bezoek aan de behandelend arts of aan de bedrijfsarts of om het werk te hervatten.

Indien de arbeidsongeschiktheid onverhoopt langer dan 3 weken zou duren, vervalt de plicht om tijdens de hierboven genoemde uren thuis te zijn, tenzij door de bedrijfsarts anders mocht worden bepaald.

Wanneer de werknemer meent dat daartoe aanleiding is, kan de werknemer de bedrijfsarts vrijstelling vragen van de verplichting gedurende bepaalde uren thuis te zijn.

Sancties

Bij niet naleving van deze voorschriften krijgt de werknemer de eerste maal een waarschuwing. Bij een tweede keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris gedurende 3 dagen beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Bij een derde en volgende keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris van de werknemer beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon, totdat controle mogelijk is. De beperking tot 70% van het salaris van de werknemer zal in dit laatste geval minimaal 5 werkdagen bedragen.

BEZOEK MOET MOGELIJK ZIJN

De werknemer dient bereikbaar te zijn voor controle door of namens de werkgever. Daartoe is het nodig dat de werknemer de werkgever of een door deze aangewezen persoon in de gelegenheid stelt om de werknemer in zijn woning of op het verpleegadres te bezoeken.

Is er – terwijl de werknemer thuis is – iets bijzonders aan de hand (bijvoorbeeld de bel is defect of er is niemand thuis die de deur kan opendoen) dan dient de werknemer maatregelen te treffen, waardoor zij toch toegang tot de woning kunnen krijgen.

De werknemer dient er voor te zorgen, dat als de bedrijfsarts of de medewerker van de Arbodienst hem/haar niet thuis treft, hij op het adres van de werknemer kan vernemen waar de werknemer is.

Sancties

Bij niet naleving van deze voorschriften krijgt de werknemer de eerste maal een waarschuwing. Bij een tweede keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris gedurende 3 dagen beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Bij een derde en volgende keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris van de werknemer beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon, totdat controle mogelijk is. De beperking tot 70% van het salaris van de werknemer zal in dit laatste geval minimaal 5 werkdagen bedragen.

HET JUISTE ADRES

Indien de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid verhuist of tijdelijk elders verblijft of van verpleegadres verandert (bijvoorbeeld opname in of ontslag uit een ziekenhuis, een sanatorium of een andere inrichting) behoort de werknemer dit binnen 24 uur aan zijn werkgever op te geven.

Sancties

Bij niet naleving van deze voorschriften krijgt de werknemer de eerste maal een waarschuwing. Bij een tweede keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris gedurende 3 dagen beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Bij een derde en volgende keer binnen 1 jaar na datum eerste waarschuwing kan het salaris van de werknemer beperkt worden tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon, totdat controle mogelijk is. De beperking tot 70% van het salaris van de werknemer zal in dit laatste geval minimaal 5 werkdagen bedragen.

OP HET SPREEKUUR KOMEN

De werknemer dient aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de bedrijfsarts of een door de bedrijfsarts aangewezen specialist voor een onderzoek gehoor te geven. Dit geldt ook indien de werknemer van plan is de dag na het onderzoek of een latere dag het werk te hervatten.

Als de werknemer een geldige reden tot verhindering heeft (bijvoorbeeld bedlegerigheid), dan behoort de werknemer dit terstond mee te delen. (Op de oproepkaart is vermeld hoe de werknemer dit kan doen). Vanzelfsprekend dient de werknemer dan, behalve voor bezoek aan de behandelend arts, of in geval van werkhervatting, zijn woning tot het eerstvolgende bezoek van de bedrijfsarts niet te verlaten, teneinde aan laatstgenoemde de gelegenheid te geven de werknemer thuis aan te treffen, wanneer hij de werknemer komt bezoeken.

De werknemer behoeft niet op het spreekuur te verschijnen indien hij inmiddels zijn werkzaamheden heeft hervat.

Sancties

Bij niet naleving van dit voorschrift kan de werkgever de eerste keer het salaris van de werknemer beperken gedurende 3 dagen tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Bij een tweede en volgende keer binnen 1 jaar na de eerste overtreding van dit voorschrift kan het salaris van de werknemer worden beperkt tot 70% totdat de werknemer op het spreekuur verschijnt. De beperking tot 70% van het salaris zal in dit laatste geval minimaal 5 werkdagen bedragen.

GENEZING NIET BELEMMEREN

De werknemer dient zich tijdens zijn arbeidsongeschiktheid zodanig te gedragen, dat zijn genezing niet wordt belemmerd (bijvoorbeeld tijdig onder behandeling stellen van een huisarts).

Sanctie

Indien de bedrijfsarts vaststelt dat de werknemer zich in zodanige mate gedraagt of heeft gedragen dat de genezing in ernstige mate wordt belemmerd kan het salaris worden beperkt tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon.

HET VERRICHTEN VAN WERKZAAMHEDEN

De werknemer dient tijdens zijn arbeidsongeschiktheid geen arbeid te verrichten behalve voor zover het werkzaamheden betreft, welke de werknemer voor het herstel van zijn gezondheid zijn voorgeschreven, dan wel waarvoor de werknemer toestemming heeft ontvangen van de bedrijfsarts.

Sanctie

Indien de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid zonder toestemming van de bedrijfsarts werkzaamheden voor een derde gaat verrichten, waarbij onder werkzaamheden wordt verstaan werkzaamheden met een beroepsmatig karakter, dan kan de werkgever het salaris beperken tot 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon, onder aftrek van hetgeen de werknemer met deze werkzaamheden heeft verdiend.

HERVATTEN BIJ HERSTEL

Zodra de werknemer weer in staat is aan het werk te gaan, dient de werknemer de werkzaamheden zo spoedig mogelijk weer aan te vangen en zijn werkgever te informeren op een door de werkgever voorgeschreven wijze.

INFORMATIE

Met inachtneming van de Arbowet dient een werkgever een gecertificeerde Arbodienst in te schakelen voor onder andere individuele ziekteverzuimbegeleiding en een arbeidsgezondheidsdeskundig spreekuur. Deze Arbodienst zal onder andere een bedrijfsarts of verzekeringsdeskundige in dienst hebben die de werkgever onder meer zal bijstaan met een werkhervattingsadvies en advisering omtrent verdere reïntegratiemogelijkheden.

De werknemer stelt, desgevraagd door de arts van de Arbodienst, die arts op de hoogte van de aard van de ziekte en verstrekt hem desgevraagd verdere informatie die noodzakelijk is voor het werkhervattingsadvies en de individuele ziekteverzuimbegeleiding. De Arbodienst mag niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de werknemer gegevens van medische aard betreffende die werknemer, aan de werkgever verstrekken.

De werknemer is voorts niet verplicht gegevens betreffende de aard van zijn ziekte aan de werkgever te verstrekken, tenzij er sprake is van zwangerschap.

De werkgever is verplicht een reïntegratieplan te maken.

De werknemer is verplicht die informatie te verstrekken die de werkgever nodig heeft om het reïntegratieplan op te stellen.

BIJLAGE 7A DOKTERSBEZOEK

Onder doktersbezoek wordt verstaan een bezoek aan de huisarts, de tandarts, een specialist of een therapeut waarnaar is verwezen.

De werknemer zal trachten doktersbezoek buiten werktijd te laten plaatsvinden.

Als dat niet mogelijk blijkt te zijn zal de werknemer na overleg met de werkgever zoveel mogelijk het doktersbezoek aan het begin of aan het einde van de werkdag plannen.

Werkgever zal het salaris doorbetalen over de tijd die voor het doktersbezoek, binnen de dagelijkse werktijd, nodig is tot een maximum van twee uur. Voor een bezoek aan een specialist geldt een maximum van vier uur. Voor of na het doktersbezoek dient de medewerker de overige uren te werken.

Op verzoek van de werkgever zal de werknemer schriftelijk moeten kunnen aantonen dat het doktersbezoek etc. daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Het maximale aantal te vergoeden uren zal niet meer dan acht bedragen op jaarbasis. In bijzondere gevallen kan in overleg met de werkgever hiervan worden afgeweken.

Vóór 1 april 2003 bestaande regelingen blijven gehandhaafd.

BIJLAGE 8A VOORLICHTING BETREFFENDE DE ARBEIDSVOORWAARDEN VAN WERKNEMERS DIE ONDERWIJS VOLGEN

  • 1. De CAO (artikel 71 en 72) maakt onderscheid tussen

    • de werknemer die, op grond van de leerplichtwet, verplicht is onderwijs te volgen; dit is de partieel-leerplichtige werknemer.

    • de werknemer die vrijwillig onderwijs volgt.

  • 2. De partieel-leerplichtige werknemer voldoet aan zijn verplichting door op twee dagen per week onderwijs te volgen op

    • een instituut voor vakopleiding en/of

    • een vormingsinstituut en/of

    • een avondschool. (Wanneer des avonds school wordt gegaan, dient overdag vervangend vrijaf te worden gegeven gelijk aan het aantal gevolgde schooluren tot ten hoogste twee dagen per week.)

    Indien de jeugdige werknemer partieel leerplichtig is, omvat de werkweek het aantal dagen ten aanzien waarvan geen verplichting tot onderwijs geldt. Voor het lopende kalenderjaar beloopt dit een aantal van drie werkdagen.

  • 3. De werknemer die vrijwillig onderwijs wenst te ontvangen, heeft de keuze gedurende één dag per week

    • de primaire en/of voortgezette vakopleiding te volgen;

    • een opleiding die van belang is voor zijn (te vervullen) functie dan wel een vormingscursus te volgen, zolang hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

    Indien de werknemer vrijwillig onderwijs gaat volgen, dient in overleg tussen de werkgever en de werknemer vooraf bepaald en in de aanstellingsbrief vastgesteld te worden hoeveel uren per week de werknemer gemiddeld werkt. Werkgever en werknemer kunnen derhalve een vijfdaagse of een kortere werkweek overeenkomen.

  • 4. Indien tussen werkgever en werknemer een werkweek van gemiddeld 38 uren is overeengekomen dan geldt:

    • dat de werknemer ten minste moet ontvangen het salaris dat hem op grond van artikel 31 lid 1 in samenhang met artikel 33a dan wel 33b toekomt (derhalve doorbetaling van salaris over de dagen waarop onderwijs wordt gevolgd);

    • dat de werknemer op de dagen waarop geen onderwijs wordt gegeven (schoolvakantiedagen) werkzaam dient te zijn in de onderneming;

    • dat de werknemer aanspraak heeft op vakantiedagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 e.v.

  • 5. Indien tussen werkgever en werknemer een kortere gemiddelde werkweek dan 38 uren is overeengekomen (vrijwillig onderwijs) dan wel van toepassing is (verplicht onderwijs), dan geldt:

    • dat de werknemer ten minste moet ontvangen een evenredig deel van het deel salaris dat hem op grond van artikel 33a dan wel 33b toekomt;

    • dat de werknemer niet verplicht is in de onderneming werkzaam te zijn gedurende schoolvakantiedagen;

    • dat de werknemer aanspraak heeft op vakantie waarvan de duur bedraagt een evenredig deel van de rechten genoemd in artikel 49 e.v.

  • 6. Uit het vorenstaande volgt dat voor werknemers die part-time onderwijs volgen kan worden gekozen tussen een werkweek van gemiddeld 38 uren en een kortere werkweek dan gemiddeld 38 uren. Bij een werkweek van gemiddeld 38 uren moet de werknemer tijdens de schoolvakantie volgens zijn dienstrooster werken; bij een werkweek van gemiddeld minder dan 38 uren per week heeft de werknemer tijdens de schoolvakantie vrij op de dagen waarop hij anders les zou hebben gehad.

BIJLAGE 8B ARBEIDSOVEREENKOMST LEERLINGEN

Werkgever ...

Gevestigd te ...

en

De heer/mevrouw..... Geboortedatum.

Wonende te ...

verklaren de volgende arbeidsovereenkomst te zijn aangegaan:

Artikel 1

  • 1. De arbeidsovereenkomst, waarvan de eerste twee maanden als proeftijd zullen gelden, vangt aan op ....., en wordt aangegaan voor de duur van de tegelijkertijd dan wel voor 1 oktober van dit jaar afgesloten (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg zoals bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. De arbeidsovereenkomst eindigt in ieder geval van rechtswege op 1 oktober van dit jaar, indien geen (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst is afgesloten, danwel tegen het einde van de dag waarop de (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst rechtmatig is beëindigd.

  • 2. Ongeacht andere mogelijkheden van tussentijdse beëindiging kan deze overeenkomst tussentijds na verkregen toestemming van de UWV WERKbedrijf worden opgezegd en beëindigd.

  • 3. De arbeidsovereenkomst wordt niet geacht te zijn beëindigd indien de werknemer in overleg met de werkgever een aansluitende beroepspraktijkvormingsovereenkomst heeft afgesloten.

Artikel 2

Partijen zullen naar beste vermogen alle verplichtingen nakomen, welke voor hen voortvloeien uit deze overeenkomst.

Daarnaast zal de werknemer naar beste vermogen de verplichtingen uit de leerovereenkomst nakomen en redelijkerwijs alles doen om de opleiding met goed gevolg te kunnen afsluiten.

Artikel 3

De werktijd bedraagt gemiddeld ..... uren per 2 weken.

Artikel 4

Het overeengekomen salaris voor de in artikel 3 genoemde werktijd bedraagt bruto € per 4 weken/maand.

Aldus gedaan en afgegeven te

dd......20..

(firmastempel)

(handtekening werkgever)

  

Voor akkoord getekend

Voor akkoord getekend

(handtekening werknemer)

(ouder/voogd)

BIJLAGE 9 WERKGELEGENHEID

  • 1. Partijen zijn van mening, dat handhaving en – zo mogelijk – uitbreiding van de werkgelegenheid in de Metaal en Techniek een belangrijke zaak is.

  • 2. Handhaving en uitbreiding van de werkgelegenheid moet niet alleen in kwantitatieve zin worden opgevat, maar ook in kwalitatieve zin.

  • 3. Onder werkgelegenheid in kwalitatieve zin wordt mede verstaan werkgelegenheid voor gehandicapten en andere kwetsbare groepen, zoals daar zijn: jeugdigen, vrouwen, oudere werknemers, langdurig werklozen, enz. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de arbeidsplaatsen en de werkomgeving.

    Bezwarende omstandigheden zullen zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.

    Aandacht zal worden besteed aan gezondheid, veiligheid, gevaar, lawaai, zwaarte van de arbeid, enz.

  • 4. Van even grote waarde achten partijen het, dat de bestaande en toekomstige arbeidsplaatsen op passende wijze worden bezet door daarvoor geschikte werknemers. Het is daarom, dat de partijen een groot belang hechten aan het bestaan van een goede vakopleiding, her-, om- en bijscholing, een voor alle partijen bevredigende opvang van de gevolgen van het natuurlijk verloop, enz.

  • 5. Om aan het in de punten 1 tot en met 4 gestelde meer concrete vorm te kunnen geven, zullen partijen tweemaal per jaar bijeenkomen, teneinde de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Metaal en Techniek in relatie tot de algemene economische ontwikkeling, waaronder investeringen, welke gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, te bespreken.

  • 6. De in punt 5 bedoelde bijeenkomsten zullen zijn vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de Vakraad.

    Deze bijeenkomsten zullen mede tot doel hebben een beter inzicht te verkrijgen in te verwachten ontwikkelingen, opdat tijdig de nodige maatregelen genomen kunnen worden. Daartoe zullen geconstateerde ontwikkelingen en verwachtingen onderwerp van bespreking moeten zijn.

  • 7. In het kader van en ter ondersteuning van het overleg in de Vakraad dienen de Bedrijfsraden zich ondermeer te richten op:

    • a. het verkrijgen van meer inzichten in de economische en werkgelegenheidsontwikkeling in de eigen branche;

    • b. het verschaffen van inzicht aan de Vakraad omtrent produktiviteit, produktiviteitsontwikkeling, werkgelegenheid, opleiding, waaronder scholing en her-, om- en bijscholing, veiligheid en veiligheidsverbetering, het scheppen van werkgelegenheid voor jeugdige werknemers en voor kwetsbare groepen, de ontwikkeling van de branche;

    • c. het opstellen van een prognose over de te verwachten ontwikkeling in de branche, met name voor wat betreft de behoefte aan arbeidskrachten, aanwezige en gevraagde functieniveaus, onderlinge vervangbaarheid (ook ten opzichte van andere branches).

  • 8. De voor het overleg benodigde gegevens zullen door de Vakraad of door de bedrijfsraden, daartoe gemachtigd door de Vakraad, worden opgevraagd bij bestaande instituten. Hierbij denken partijen zowel aan instituten, zoals opleidingsorganen, fondsen en uitvoeringsorganen, als aan instituten met een ruimer bereik, zoals het UWV WERKBEDRIJF, het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau.

    Zonodig zullen in gezamenlijk overleg aanvullende gegevens via andere wegen worden verzameld.

  • 9. In het periodiek overleg in de Vakraad kunnen de hierna volgende punten aan de orde komen, waarbij partijen prioriteit zullen geven aan de punten a, b en f.

    • a. de vakopleidingen in al hun facetten

    • b. her-, om- en bijscholing

    • c. het mobiliteitsvraagstuk

    • d. vacature-melding bij UWV WERKBEDRIJF

    • e. gevolgen van het natuurlijk verloop

    • f. passende arbeid

    • g. verbetering arbeidsomstandigheden

    • h. beperking ziekteverzuim

    • i. bestrijding van beunhazerij

    • j. problemen rond de ontslagverlening.

BIJLAGE 10 REGLEMENT AANVULLING ARBEIDSOVEREENKOMST IN VERBAND MET VERGOEDING VAN DE LIDMAATSCHAPSKOSTEN VAN EEN WERKNEMERSORGANISATIE

Artikel 1

De werknemer kan bij de werkgever een verzoek indienen tot verlaging van het bruto loon in de maand december van 2010 ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek inwilligen in ruil voor een kostenvergoeding gelijk aan de voormelde betaalde lidmaatschapskosten, zoals nader bepaalt in dit reglement.

Artikel 2

  • 1. De werknemer dient schriftelijk kenbaar te maken dat hij van de in artikel 1 bedoelde ruilmogelijkheid gebruik wil maken. Daartoe dient de werknemer uiterlijk op 15 november van het betreffende kalenderjaar het formulier ‘Aanvulling arbeidsovereenkomst’ volledig in te vullen, te ondertekenen en aan de werkgever te overleggen.

  • 2. De werknemer dient via het in lid 1 bedoelde formulier schriftelijk opgave te doen van de werkelijke kosten van het lidmaatschap in het betreffende kalenderjaar. Tevens dient de werknemer bij het in lid 1 bedoelde formulier de originele verklaring van de werknemersorganisatie bij te voegen. Overschrijding van de in lid 1 genoemde datum leidt tot uitsluiting van deelname.

  • 3. De in artikel 1 bedoelde kostenvergoeding wordt vastgesteld op basis van de door de werknemer op het declaratieformulier vermelde gegevens en op basis van de toepasselijke fiscale en premierechtelijke wet- en regelgeving in combinatie met de originele verklaring van de werknemersorganisatie.

  • 4. Indien door de werknemer is voldaan aan de in lid 1 en lid 2 gestelde voorwaarden wordt de in artikel 1 bedoelde kostenvergoeding door de werkgever aan de werknemer betaald tezamen met de salarisbetaling in de maand december van het betreffende kalenderjaar of de laatste vierwekenbetaling van dat kalenderjaar.

Artikel 3

Bij beëindiging van het dienstverband, ongeacht de reden hiertoe, eindigt het recht op vergoeding als bedoeld in artikel 1.

Artikel 4

Indien bij controle door de belastingdienst of de uitvoeringsinstantie voor de werknemersverzekeringen blijkt dat de belasting en premievrije vergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald en dientengevolge naheffing bij de werkgever plaatsvindt, dan komt deze naheffing (inclusief eventuele rente en boete) voor rekening van de werknemer indien de oorzaak van de naheffing aan de werknemer kan worden verweten.

AANVULLING ARBEIDSOVEREENKOMST, VERGOEDING VAN DE LIDMAATSCHAPS-KOSTEN VAN EEN WERKNEMERSORGANISATIE

Door de werknemer uiterlijk 15 november van het betreffende kalenderjaar in te leveren bij de werkgever.

Ondergetekende, ... (naam werknemer)

Burgerservice(Sofi)-nummer: ...

  • a. geeft door invulling, ondertekening en overlegging van dit formulier te kennen dat hij/zij gebruik maakt van de in artikel 39 van de CAO opgenomen mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst aan te vullen. Deze aanvulling betreft het ruilen van een deel van het brutoloon voor een kostenvergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie;

  • b. heeft een arbeidsovereenkomst met .....(naam werkgever);

  • c. is lid van ..... (naam werknemersorganisatie) en betaalt in dit verband kosten voor het lidmaatschap;

  • d. verklaart kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met het gestelde in het Reglement Aanvulling arbeidsovereenkomst in verband met vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie;

  • e. verklaart met overlegging van een originele verklaring van zijn/haar werknemersorganisatie dat de lidmaatschapskosten voor het jaar ........ (2009 of 2010) die krachtens dit reglement voor vergoeding in aanmerking komen als volgt bedragen: € ............;

  • f. verklaart akkoord te gaan met een verlaging van zijn/haar brutoloon in december van het hierboven onder e) genoemde jaar ter grootte van het hierboven onder e) aangegeven bedrag;

  • g. verklaart zich bewust te zijn van het feit dat voor vergoeding van de kosten een tijdige declaratie bij zijn/haar werkgever nodig is (uiterlijk 15 november van het onder e) genoemde jaar;

  • h. verklaart zich ervan bewust te zijn dat aan de onder f) bedoelde verlaging gevolgen (kunnen) zijn verbonden voor onder meer

    • het recht op sociale zekerheidsuitkeringen

    • het vakantiegeld

    • inkomensgerelateerde subsidies

    • de pensioenopbouw

      etc. in die betekenis dat het (lagere) brutoloon van december tot nieuwe berekeningsgrondslagen leidt;

  • i. overlegt als bijlage bij dit formulier betalingsbewijzen als bedoeld in artikel 2, lid 2 van het onder d) bedoelde Reglement.

Datum: ...

Handtekening: ...

BIJLAGE 10A REGELING MET BETREKKING TOT LEVENSLOOP IN DE METAAL EN TECHNIEK

Artikel 1. Definities

Bedrijfstak:

De bedrijfstakken behorende tot de Metaal en Techniek, zoals omschreven in artikel 3 en de artikelen 77 van de CAO(‘s) voor:

  • het carrosseriebedrijf;

  • de goud- en zilvernijverheid;

  • het isolatiebedrijf;

  • het metaalbewerkingsbedrijf;

  • het technisch installatiebedrijf;

CAO:

De Collectieve Arbeidsovereenkomsten in de bedrijfstak;

Deelnameformulier:

Het door de Uitvoerder (eventueel elektronisch) beschikbaar gestelde formulier dat een Deelnemer gebruikt om een Levenslooprekening aan te vragen en om de periodieke inleg van de Deelnemer aan de Uitvoerder door te geven;

Deelnemer:

Degene (werknemer of voormalig werknemer) die door middel van een Levenslooprekening een vorderingsrecht luidende in een economische gerechtigdheid tot participaties en/of in geld op de Uitvoerder heeft;

Inhoudingsplichtige:

Inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6 lid 1, letters a en c van de Wet op de loonbelasting 1964, dan wel de Inhoudingsplichtige als bedoeld in artikel 61c lid 5 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001;

Laatstgenoten loon:

Het loon in geld zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964;

Levensloopinstelling:

Mn Services Levensloop Fonds, een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen in de vorm van een fonds voor gemene rekening waarvan de participaties zijn onderverdeeld in series;

Levensloopregeling:

De regeling als bedoeld in Hoofdstuk IIC van de Wet op de loonbelasting 1964 en Hoofdstuk 5A van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, waarmee een Deelnemer een voorziening in geld kan treffen uitsluitend ten behoeve van het opnemen van een periode van extra verlof;

Levensloopregeling Metaal en Techniek (MT Levensloop):

De binnen de Bedrijfstak met ingang van 1 januari 2006 geldende Levensloopregeling;

Levenslooprekening:

Een geblokkeerde rekening als bedoeld in artikel 19g lid 3 van de Wet op de loonbelasting 1964 bij de Uitvoerder door middel waarvan een Deelnemer kan beleggen in Participaties van de Levensloopinstelling en (i) die de vordering van die Deelnemer op de Uitvoerder in een economische gerechtigdheid tot Participaties en/of in geld weergeeft en (ii) waar voormelde vorderingen voor iedere Deelnemer afzonderlijk worden geadministreerd;

Levenslooptegoed:

De in geld uitgedrukte waarde die het geheel van Participaties van een Deelnemer vertegenwoordigt, welke de Deelnemer kan opeisen bij de Uitvoerder;

Opdrachtformulieren:

De door de Uitvoerder (eventueel elektronisch) beschikbaar gestelde formulieren die een Deelnemer gebruikt om opdrachten tot aankoop, verkoop of omwisseling van Participaties alsmede om andere opdrachten aan de Uitvoerder te geven;

Participaties:

De aanspraken op de Levensloopinstelling;

Pensioeningangsdatum:

De eerste dag waarop de pensioenuitkering op grond van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek ingaat;

Rekening van de Uitvoerder:

De door de Uitvoerder aangewezen bank- of girorekening (in euro) op naam van de Uitvoerder waarop de door de Inhoudingsplichtige ingehouden lonen gestort dienen te worden;

Tegenrekening:

Een lopende bank- of giro(betaal)rekening (in euro) op naam van de Inhoudingsplichtige waarover hij vrij kan beschikken bij een in Nederland gevestigde kredietinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

Uitvoerder:

Mn Services Fondsenbeheer B.V. dan wel de Stichting Mn Services Levensloop, beide entiteiten vallende onder Mn Services N.V.;

Werkgever:

Een werkgever in de Metaal en Techniek als gedefinieerd in artikel 4a van de CAO van de bedrijfstak;

Werknemer:

Een ieder die in dienst van een Werkgever tegen salaris werkzaam is, waaronder begrepen (statutaire) directeuren van een Werkgever.

Artikel 2 Algemene bepalingen

  • 1. Het doel van de MT Levensloop is het treffen van een voorziening in geld uitsluitend ten behoeve van het opnemen van een periode van extra verlof.

  • 2. De aanspraken van Deelnemers als gevolg van de MT Levensloop kunnen niet worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, behoudens voorzover hierna uitdrukkelijk anders aangegeven, en kunnen formeel noch feitelijk voorwerp van zekerheid worden.

  • 3. De MT Levensloop wordt uitgevoerd door de Uitvoerder van de Levensloopinstelling, die de Werknemers in de gelegenheid stelt een Levenslooprekening te openen, waarop de door de Deelnemers opgebouwde Levenslooptegoeden, inclusief de daarop gekweekte inkomsten en de daarmee behaalde rendementen, afzonderlijk worden geadministreerd.

  • 4. Indien op enig tijdstip ten aanzien van de MT Levensloop zich één van de in de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde gronden voor beëindiging van de levensloopregeling voordoet, wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak als gevolg van de MT Levensloop aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de Deelnemer dan wel, indien deze is overleden, van de nabestaande(n).

  • 5. De Levensloopregeling in de Metaal en Techniek geeft de deelnemer de keuze uit een rekening met gegarandeerd rendement (bij een korte inleghorizon) of beleggingsrekening (bij een lange inleghorizon, bijvoorbeeld voor (vroeg)pensioen:

    Bij de beleggingsrekening heeft de deelnemer toegang tot een leeftijdsafhankelijke mix tussen een viertal fondsen, of een keuze op maat in deze fondsen. De beleggingsfondsen kenmerken zich door een aflopend rendement en risico door middel van een aflopend belang in aandelen en obligaties en een oplopend belang in het geldmarktfonds. Standaard wordt de werknemer een leeftijdsafhankelijke mix aangeboden. In totaal kan de deelnemer kiezen uit vier beleggingsfondsen. Als standaard wordt een leeftijdsafhankelijke mix aangeboden:

    Fonds

    Leeftijd

    % geldmarktfonds

    % obligatiefonds Europa

    % aandelenfonds Europa

    Platina Metaal & Techniek

    Tot 40 jaar

    0%

    40%

    60%

    Goud Metaal &

    Techniek

    40-55 jaar

    15%

    45%

    40%

    Zilver Metaal &

    Techniek

    55-61 jaar

    30%

    60%

    10%

    Brons Metaal &

    Techniek

    61 jaar-OP

    60%

    40%

    0%

    In afwijking hiervan kan de deelnemer ook zelf een individuele mix op maat samen stellen uit de volgende drie Beleggingsfondsen van Mn Services Vermogensbeheer B.V.:

    Mn Services Beleggingsfonds Aandelen Europa II

    Mn Services Beleggingsfonds Obligaties Europa II

    Mn Services Levensloop Garantiefonds

Artikel 3 Opbouwen van levenslooptegoed

  • 1. Het opbouwen van een voorziening als gevolg van de MT Levensloop vindt plaats door inhouding met inachtneming van de regels van de Wet op de loonbelasting 1964 door de Werkgever bij de Werknemer van het op het Deelnameformulier c.q. Opdrachtformulier vermelde vast bedrag of percentage van het loon ten behoeve van het overboeken van het ingehouden loon naar de Rekening van de Uitvoerder, wat zal worden aangewend ter storting op de Levenslooprekening van de Werknemer.

  • 2. Ten behoeve van de uitvoering van de CAO levensloopregeling doet de Werkgever aan de Uitvoerder opgave van de bij hem in dienst zijnde Deelnemers, waaronder de bij die Deelnemers behorende jaarsalarissen en naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

  • 3. Het ingehouden loon wordt door de Uitvoerder aangewend voor de aankoop van Participaties ten behoeve van de Werknemer (Deelnemer). De Deelnemer verkrijgt hierdoor een aanspraak op het daaruit resulterende Levenslooptegoed ten behoeve van de betaling van loon gedurende de verlofperiode.

  • 4. Een deelnemer kan een mutatie in het bedrag of percentage van zijn loon dat hij wil inleggen in de levensloopregeling doorgeven aan de Uitvoerder door middel van het Opdrachtformulier. Deze mutatie zal twee maanden na ontvangst van het Opdrachtformulier door de Uitvoerder zijn verwerkt.

  • 5. De Uitvoerder zal achteraf ten onrechte of teveel geïncasseerde bedragen terstond terugstorten naar de Tegenrekening van de Werkgever (Inhoudingsplichtge), die dit als loon aan de Werknemer zal uitbetaald.

  • 6. De Deelnemer verklaart jaarlijks uiterlijk op 1 maart schriftelijk aan de Werkgever dat hij geen aanspraken als gevolg van een Levensloopregeling heeft bij een of meer gewezen Inhoudingsplichtigen of, zo hij deze wel heeft, wat de omvang daarvan is op 1 januari van het kalenderjaar van de ondertekening van de verklaring;

  • 7. De Deelnemer verklaart jaarlijks uiterlijk op 31 december schriftelijk aan de Werkgever dat hij geen voorziening als gevolg van een Levensloopregeling zal opbouwen in het komende kalenderjaar waarin hij bij een Inhoudingsplichtige loon zal sparen als gevolg van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 4 Levenslooprekening

  • 1. De Werkgever vraagt ten behoeve van de Werknemer een Levenslooprekening aan bij de Uitvoerder door het indienen van het Deelnameformulier en geeft daarbij namens de Werknemer opdracht tot het inleggen van een bedrag gelijk aan een vast bedrag of een percentage van het loon. De Uitvoerder opent na ontvangst van het Deelnameformulier een Levenslooprekening op naam van de Werknemer (Deelnemer) en doet opgave aan de Werkgever en de Deelnemer van het nummer van de Levenslooprekening.

  • 2. De Uitvoerder ontvangt periodiek een bedrag gelijk aan het op het Deelnameformulier vermelde bedrag of percentage van het loon van de Tegenrekening van de Werkgever. De Uitvoerder wendt de aldus ontvangen bedragen aan voor de aankoop van Participaties en behoeve van de Deelnemer. De Uitvoerder administreert het daaruit voor de Deelnemer resulterende Levenslooptegoed op de Levenslooprekening.

  • 3. Op overeenkomstige wijze ontvangt de Uitvoerder eenmalig een bedrag gelijk aan het percentage van het loon vermeld op een van de Deelnemer door tussenkomst van de Werkgever te ontvangen Opdrachtformulier voor een eenmalige extra storting en wendt dit aan voor de aankoop van Participaties ten behoeve van de Deelnemer.

  • 4. De door een Deelnemer op enig moment opgebouwde aanspraak op Levenslooploon is gelijk aan de tegenwaarde in geld van zijn Levenslooptegoed op dat tijdstip, waarbij het aantal Participaties van de Deelnemer wordt vermenigvuldigd met de intrinsieke waarde van die Participatie.

  • 5. De Uitvoerder maakt het Levenslooptegoed over naar de Werkgever ter betaling van het loon van de Werknemer gedurende de periode van extra verlof voorzover de Werkgever en de Werknemer samen daarvoor toestemming hebben verleend. In afwijking hiervan maakt de Uitvoerder het Levenslooptegoed op verzoek van de Werknemer over naar de Werknemer indien geen Inhoudingsplichtige kan worden aangewezen; in dit geval wordt de Uitvoerder als Inhoudingsplichtige aangemerkt.

Artikel 5 Beschikken over het Levenslooptegoed

  • 1. Over de als gevolg van de MT Levensloop opgebouwde voorziening mag worden beschikt ten behoeve van loon tijdens een verlofperiode dat, samen met het daarnaast van de Inhoudingsplichtige genoten loon, niet uitgaat boven het Laatstgenoten loon.

  • 2. In geval van overlijden van de Deelnemer zal de tegenwaarde van de aanspraak als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van de Werknemer ter beschikking van de erfgenamen van de Werknemer worden gesteld.

  • 3. Bij aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking zullen de aanspraken als gevolg van de MT Levensloop op verzoek van de Deelnemer worden ingebracht in een Levensloopregeling van de Inhoudingsplichtige bij wie de Deelnemer in dienstbetrekking treedt.

  • 4. Indien de Deelnemer uitkeringen ontvangt in overeenstemming met de Levensloopregeling, worden deze als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in aanmerking genomen. In afwijking van de eerste volzin wordt in geval van afkoop bij beëindiging van de dienstbetrekking de uitkering aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

  • 5. Indien in strijd met de Levensloopregeling geheel of gedeeltelijk over het Levenslooptegoed wordt beschikt, wordt de gehele aanspraak als gevolg van de Levensloopregeling aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de Deelnemer.

  • 6. Voorzover een aanspraak als gevolg van de MT Levensloop uiterlijk twee dagen voordat de Pensioeningangsdatum is bereikt, wordt deze aanspraak omgezet in een aanspraak als gevolg van een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde begrenzingen.

  • 7. Behalve in de situaties beschreven in lid 5 en lid 6 van dit artikel wordt de als gevolg van de MT Levensloop opgebouwde voorziening op de dag voorafgaande aan de Pensioeningangsdatum aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

  • 8. Het opnemen van het Levenslooptegoed ten behoeve van verlof kan alleen geschieden conform het bepaalde in artikel 63a CAO.

Artikel 6 Maximale opbouw in een jaar

  • 1. De maximale inhouding per kalenderjaar als gevolg van de MT Levensloop bedraagt:

    • a. indien aan het begin van het kalenderjaar het Levenslooptegoed minder bedraagt dan 2,1 maal het loon op jaarbasis gerelateerd aan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon: ten hoogste 12% van het loon in het kalenderjaar;

    • b. indien aan het begin van het kalenderjaar het Levenslooptegoed gelijk is aan of meer bedraagt dan 2,1 maal het loon op jaarbasis gerelateerd aan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon: nihil.

  • 2. Voor zover het als gevolg van de MT Levensloop ingehouden bedrag uitgaat boven wat als gevolg van lid 1 is toegestaan en deze inhouding in hetzelfde kalenderjaar door de Uitvoerder wordt teruggestort naar de Inhoudingsplichtige en deze de terugstorting als loon uitkeert aan de Werknemer, wordt aangenomen dat is gebleven binnen de begrenzingen van lid 1.

  • 3. Voor de toepassing van lid 1 mag een loonsverlaging buiten beschouwing blijven, voorzover deze het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie dan wel het terugtreden naar een lager gekwalificeerde functie, in de periode die aanvangt 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum. De eerste volzin is bij een loonsverlaging die het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie uitsluitend van toepassing, voor zover de omvang van het dienstverband na het aanvaarden van de deeltijdfunctie niet lager is dan 50% van de omvang van het dienstverband aan het eind van de periode direct voorafgaande aan de aanvang van de in de eerste volzin bedoelde periode.

  • 4. Indien de aanspraken als gevolg van een Levensloopregeling die door de Deelnemer zijn opgebouwd bij een gewezen Inhoudingsplichtige niet zijn ingebracht in de MT Levensloop van de Werkgever bij wie de Deelnemer in dienstbetrekking is, worden die aanspraken voor de toepassing van de in dit artikel gestelde grenzen mede in aanmerking genomen.

  • 5. De Uitvoerder mag bij de bepaling van het in de vorige artikelleden bedoelde plafond afgaan op de haar daaromtrent door de Werkgever verstrekte informatie.

  • 6. De Uitvoerder zal zowel de Werknemer als de Werkgever op de hoogte stellen van het bijna bereiken van de in lid 1 vermelde maximale inleg.

Artikel 7 Toegestane aangroei boven de maximale inleg

Ook indien bij het begin van het kalenderjaar de in artikel 6 bedoelde begrenzing op basis waarvan wordt beoordeeld of in het kalenderjaar nog aanspraken als gevolg van de MT Levensloop kunnen worden opgebouwd is bereikt, leiden nadien op het Levenslooptegoed gekweekte inkomsten en daarmee behaalde rendementen niet tot de constatering dat de regeling niet meer voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een Levensloopregeling.

Artikel 8 Verhoging maximale opbouw aanspraken als gevolg van een levensloopregeling

  • 1. In afwijking van artikel 6 kan voor de Deelnemer die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar maar niet de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voor zover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken, een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.

  • 2. In afwijking van artikel 6 kan voor de Deelnemer die met toepassing van artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet prepensioenaanspraken afkopen en deze afkoop aanwenden voor het opbouwen van een voorziening als gevolg van een levensloopregeling, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voor zover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken, een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.

Artikel 9 Overgangsregeling verlofsparen

Aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd als gevolg van een tussen Werkgever en Werknemer geldende verlofspaarregeling worden aangemerkt als aanspraken opgebouwd als gevolg van de MT Levensloop. De Werkgever maakt daartoe de tegenwaarde in geld van het saldo van de verlofspaarregeling over naar de Uitvoerder, die dit bedrag zal aanwenden voor de aankoop van Participaties en het daaruit resulterende Levenslooptegoed zal bijschrijven op de Levenslooprekening van de Deelnemer.

Voor nadere details over de Levensloopregeling wordt verwezen naar de documentatie opgesteld door de Uitvoerder. Deze documentatie kunt u bij Mn Services telefonisch opvragen op nummer 070 3 160 160 of via www.mtlevensloop.nl.

HANDBOEK FUNCTIE-INDELING VOOR DE METAAL EN TECHNIEK

1. uitklapblad

stcrt-2010-2265-006.png

3. Inleiding

Dit handboek vormt de derde, herziene druk van het HANDBOEK FUNCTIE-INDELING VOOR DE METAAL EN TECHNIEK.

Als zodanig is dit Handboek als instrument voor de functie-indeling in de plaats gekomen van de Functielijst voor de Metaalnijverheid 1977. Die Functielijst vertoonde diverse tekortkomingen, zowel in het licht van de technologische ontwikkelingen als in het licht van de noodzakelijk gebleken herwaardering van de grondslagen van die Functielijst.

Per 1 juli 1997 is de CAO – bepaling van kracht, waarin staat dat de functies in alle bedrijven die onder de werkingssfeer van de CAO voor de Metaal en Techniekvallen, moeten zijn ingedeeld met behulp van het Handboek functie-indeling.

Deze CAO’s zijn:

  • CAO voor het Carrosseriebedrijf

  • CAO voor het Elektrotechnisch bedrijf

  • CAO voor het Goud- en Zilverbedrijf

  • CAO voor het Isolatiebedrijf

  • CAO voor het Loodgieters-, Fitters-, Centrale Verwarmingsbedrijf en Koeltechnisch Installatiebedrijf

  • CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf

  • CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf.

Sinds die datum is in brede kring ervaring opgedaan met het nieuwe indelingsinstrument. Dit heeft er toe geleid dat opmerkingen verzameld konden worden inzake uitgebreidheid, toepasbaarheid en systematiek van het Handboek, maar ook inzake redactie en uitvoering.

Het Handboek functie-indeling is gebaseerd op een integraal systeem van functiewaardering, de CATS® – methode, ontwikkeld door en in beheer van De Leeuw Consult B.V., HRM – adviseurs te Leerdam.

CATS® is de afkorting van Commercieel, Administratief, Technisch en Sociaal.

Het Handboek functie-indeling gaat uit van functiefamilies met daarbij behorende functiekarakteristieken. Functies die voldoende gemeenschappelijke kenmerken hebben, behoren tot dezelfde functiefamilie. Vrijwel alle in de Metaal en Techniek voorkomende functies kunnen op die wijze bij een functiefamilie worden ondergebracht. Vervolgens kan met behulp van de niveaukarakteristieken bepaald worden op welk niveau – lees: in welke functiegroep – de functie thuis hoort.

Beslissend voor de indeling is de feitelijke inhoud van de functie. De uiteindelijke vaststelling van de van toepassing zijnde functiegroep dient plaats te vinden met behulp van de niveaukarakteristieken, verwoord op de niveaubladen.

De indeling naar niveau vindt plaats aan de hand van karakteristieken die aan de CATS® methode ontleend zijn:

  • complexiteit

  • zelfstandigheid

  • afbreukrisico

  • fysieke aspecten.

Een nadere beschrijving van deze karakteristieken wordt gegeven in hoofdstuk 4, met name in paragraaf 4.3. Begrippenkader (pagina 6).

Daarnaast bevat het Handboek een Index van veel in de Metaal en Techniekvoorkomende functiebenamingen, gerangschikt naar bedrijfstak, met vermelding van de toepasselijke functiefamilie(s). Aan de hand van deze index kan een eerste oriëntatie worden verkregen.

De functiebenamingen in de Index sluiten zo goed mogelijk aan bij de namen die in de bedrijfstak worden gehanteerd. Enige voorzichtigheid blijft daarbij geboden omdat men in de praktijk niet altijd consequent is geweest. Functies met dezelfde naam kunnen in de praktijk een verschillende inhoud hebben. En omgekeerd kunnen functies met dezelfde inhoud een verschillende benaming hebben.

De functies kunnen uiteraard zowel door mannen als vrouwen worden vervuld.

Rijswijk, 2003

4. Toelichting

4.1. Uitgangspunten en CAO-bepaling

Het doel van functiewaardering is een zo objectief mogelijke vaststelling van de zwaarte van een functie, mede in vergelijking met andere functies.

Het HANDBOEK functie-indeling bevat de uitgangspunten en normen voor de functie-indeling van de functies in de Metaal en Techniek.

Artikel 10 van de Collectieve Arbeidsovereenkomsten in de Metaal en Techniekbepaalt dat de werkgever de functie van elke werknemer van 22 jaar of ouder dient in te delen met behulp van het Handboek functie-indeling. Daarmee maakt dit Handboek deel uit van de CAO’s in de Metaal en Techniek.

De functiegroepen van het Handboek corresponderen met de salarisgroepen in de CAO’s:

Functiegroep 2 = salarisgroep A

Functiegroep 3 = salarisgroep B

Functiegroep 4 = salarisgroep C

Functiegroep 5 = salarisgroep D

Functiegroep 6 = salarisgroep E

Functiegroep 7 = salarisgroep F

Functiegroep 8 = salarisgroep G

Functiegroep 9 = salarisgroep H

functiegroep 10 = salarisgroep I

functiegroep 11 = salarisgroep J

4.2. De totstandkoming van het handboek

Voor het tot stand brengen van het Handboek Functie-indeling werden representatieve functies gekozen die in concrete bedrijfssituaties zijn onderzocht. Het functie-onderzoek hield in dat de functies zo nauwgezet mogelijk werden beschreven in functieprofielen en dat de functiekenmerken – vanuit de gezichtspunten van de methode CATS® – werden onderzocht. Nadat accordering door de betrokkenen had plaats gevonden, werden de functies gegradeerd, dat wil zeggen van een puntenwaarde voorzien.

Vervolgens zijn de niveau-grenzen in punten CATS® uitgedrukt, zijn handzame functie-karakteristieken ontwikkeld vanuit de gezichtspunten van de methode en is de structuur van de functiefamilies nader gedefinieerd.

Uiteindelijk zijn per functiefamilie en per niveau genormeerde teksten opgesteld, die in rechtstreekse verbinding staan met het uitgebreide studiemateriaal (± 320functieprofielen) èn met de gehanteerde CATS®-methode. Deze genormeerde teksten vormen de grondslag van de niveaubladen voor elke functiefamilie. De functiegroepen (niveaus) zijn op elk niveaublad onderscheiden met behulp van de niveaukenmerken:

complexiteit, zelfstandigheid, afbreukrisico en fysieke aspecten.

4.3. Begrippenkader
Functiebeschrijving, -analyse, -waardering en -classificatie

Functiebeschrijving (of functieprofiel)

Het op methodische wijze vastleggen van activiteiten, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen elke functie.

Functieanalyse

Het beschrijven van alle zwaartebepalende factoren van een functie, gerangschikt in een samenhangend geheel van gezichtspunten of karakteristieken.

Functiewaardering

Het toekennen van punten aan de onderscheiden gezichtspunten volgens een genormeerd stelsel van waardeschalen en het plaatsen van meerdere functies in een rangorde.

Functie-indeling (of functieclassificatie)

Het rangordenen van de functies in klassen/functiegroepen.

Methode van functiewaardering

De methode CATS® is een methodisch instrument ter bepaling van de wezenlijke kenmerken en de relatieve waarde van functies in punten. De methode is ontwikkeld door en in beheer van De Leeuw Consult te Leerdam. De methode is universeel toepasbaar, dat wil zeggen in allerlei typen organisaties en voor lage en hoge functies, van welke aard dan ook. Er is sprake van éénduidige en strakke formulering van de gezichtspunten/karakteristieken. Ook voldoet de methode aan een aantal voorwaarden van psychologische aard: herkenbaar, evenwichtig en redelijk aansluitend op het doorvoelde onderscheid tussen functies. Een functie wordt geanalyseerd op een aantal gezichtspunten, d.w.z. dat wordt bekeken welke eisen de functie op elk van deze gezichtspunten stelt (denk aan kennis). Vervolgens wordt per gezichtspunt een score toegekend, afhankelijk van de gestelde functie-eisen. Tot slot geeft een sommatie van deze scores de totale waardering van de functie in CATS®-punten aan.

Karakteristieken

De karakteristieken zijn logische samenvoegingen van de gezichtspunten van de methode van functiewaardering (CATS®)

Complexiteitis de samenvoeging van 2 gezichtspunten:

  • Heterogeniteit, de aard en indringendheid van de omschakelingen die structureel eigen zijn aan de functie en

  • Kennisde voor de functieuitoefening vereiste kennis van schoolse en cursorische aard.

Zelfstandigheidis de samenvoeging is de samenvoeging van 3 gezichtspunten:

  • Zelfstandigheid, de vrijheid in handelen, mede bepaald door het niveau van de vereiste probleemoplossing en de vereiste ervaring,

  • Contacten intern, de aard en de diepgang van de te leggen en te onderhouden contacten binnen de eigen bedrijfsorganisatie,

  • Gezag, structureel vereist formeel leiding geven, zowel direct als indirect via anderen.

Afbreukrisicois de samenvoeging van 3 gezichtspunten:

  • Afbreukrisico,het risico dat er iets misloopt in de functieuitoefening en het bedrijf daardoor schade oploopt,

  • Contacten extern,het risico dat haperingen komen in de te leggen en te onderhouden contacten met relaties van het bedrijf en met andere derden,

  • Speciale eisen, dein acht te nemen discretie en andere bijzondere voorwaarden.

Fysieke aspecten heeft betrekking op:

  • Bezwaren aan de arbeid verbonden: omgevingsfactoren, inspanning, persoonlijk risico en extra bewegingsprecisie.

Het indelingsinstrument en zijn onderdelen

Van het indelingsinstrument maken deel uit:

  • Wegwijzer functiefamilies,die een hoofdindeling bevat in Commerciële, Administratieve, Technische en Sociale functies, die zich weer vertakt in gegroepeerde functie-families en vervolgens uitwaaiert naar de onderscheiden functiefamilies.

  • Functiefamilies,die zich van elkaar onderscheiden naar aard van de werkzaamheden en/of naar verschil in opbouw van de functiewaardering.

  • Niveaubladen,die niveau-aanduidingen van alle functiegroepen bevatten (= niveaus)waarin functies in die familie voorkomen. Deze niveau-aanduidingen concentreren zich in een viertal karakteristieken.

  • Karakteristieken,die dienen voor een eenduidige formulering van het niveau-onderscheid tussen functiegroepen (= niveaus). Zoals eerder is toegelicht betreft het:

    • complexiteit

    • zelfstandigheid

    • afbreukrisico

    • fysieke aspecten.

Overzicht reikwijdte functiefamilies (paragraaf 6.2), dat in de vorm van een blokkenschema een duidelijk inzicht geeft in de spreiding in functiefamilies en de reikwijdte binnen elke functiefamilie.

Index per branche (paragraaf 6.4.), die veel voorkomende functiebenamingen bevat, met verwijzing naar de meest in aanmerking komende functiefamilies, vergemakkelijkt het zoeken.

De functiegroepen, genoemd op de niveaubladen, corresponderen met de salarisschalen in de CAO (zie paragraaf 4.1.).

4.4. Gebruik van het handboek functie-indeling

Dit indelingsinstrument is zodanig ingericht dat de verschillende gebruikers de functies in hun bedrijf eenduidig kunnen indelen.

Het verdient aanbeveling om grondig kennis te nemen van de Handleiding (hoofdstuk 5.). Daarin wordt een opsomming gegeven van de vereiste informatie (5.1) over een functie. Het verdient aanbeveling om deze informatie vast te leggen in een functieprofiel (zie bijgevoegd model, paragraaf 5.5.).

Ook de Werkwijze bij het indelen wordt uitvoerig besproken (paragraaf 5.2.).

Voor continue raadpleging is deze werkwijze eveneens weergegeven op deSchema’s (Werkwijze en Spelregels), zie uitklapblad achterin.

Op dat uitklapblad staan eveneens de in acht te nemen Spelregels summier weergegeven. Een uitvoerige uiteenzetting van deze spelregels (paragraaf 5.3) maakt eveneens deel uit van de Handleiding. Indien het bepalen van de functiefamilie problemen op mocht leveren, kan nog kennis worden genomen van een uitgewerkt Voorbeeld (paragraaf 5.4.).

Bij het hanteren van de niveaubladen kan men stuiten op verschillen tussen niveaus die zijn aangegeven in kwantitatieve of kwalitatieve termen. Een aantal van deze termen is gedefinieerd en/of toegelicht in de Woordenlijst (paragraaf 5.6.).

5. Handleiding bij het indelen van functies

5.1. Vereiste informatie en aandachtspunten
Zorg voor een scherp beeld van de functie
  • Verzamel voldoende informatie over de functie zelf. Als hulpmiddel hierbij kunt u gebruik maken van het hierbij gevoegde modelvan een CATS®-functieprofiel (paragraaf 5.5).Op dit model is de vereiste informatie globaal aangegeven (of reeds concreet ingeleid).

  • Het kan belangrijk zijn, niet alleen over de betrokken functie, maar ook over de ‘belendende’ functies informatie te verzamelen, waarbij met name gelet moet worden op de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden.

Ga uit van de feitelijke functie-inhoud
  • Kijk naar de functie zoals deze feitelijk in de onderneming voor komt, los van de persoonlijke beoordeling van degene die de functie vervult.

  • Ga bij de indeling niet af op de persoonlijke functiebenaming of niveau-aanduiding, maar op de werkelijke inhoud van de functie, de constateerbare werkzaamheden en verantwoordelijkheden.

  • Het salarisniveau, de capaciteit of de persoonlijke mogelijkheden van de functievervuller(s), of andere soortgelijke aspecten dienen geen rol te spelen bij het proces van functieindeling.

Let op de verschillen tussen de functieniveaus
  • De tekst van de karakteristieken van een bepaald niveau is niet een functiebeschrijving in het kort, maar een typerende weergave van de zwaartebepalende factoren. Bij het opstellen van de niveaubladen is uitgegaan van de verschillen die gemeten zijn over het complete samenstel van de niveaukarakteristieken. Dat wil zeggen dat kleine verschillen in de uitgeoefende taken niet automatisch leiden tot een ander functieniveau. Een trefzekere indeling is mogelijk door goed te letten op de verschillen met de beide omringende niveaus.

Raadpleeg de woordenlijst
  • De tekst van de karakteristieken bevat een aantal termen van kwalitatieve en kwantitatieve aard. Teneinde subjectieve interpretatie te vermijden is het raadzaam om in de woordenlijst (paragraaf 6.5) na te gaan welke term in een concrete situatie van toepassing is.

Ga zorgvuldig te werk
  • Het verdient aanbeveling om zowel functiefamilie als functieniveau zorgvuldig vast te stellen. Het kan daarbij raadzaam zijn om meerder niveaubeschrijvingen (en eventueel ook meerder niveaubladen) door te nemen.

Lees compleet
  • Er gelden meerdere criteria binnen een karakteristiek. Er moet van al deze criteria kennis worden genomen om deze te overwegen of te vergelijken met de in te delen functie.

5.2. Werkwijze bij het indelen van een functie

In alle gevallen is het raadzaam om het volledige Indelingsinstrument te hanteren. Dit voorkomt latere discussies of onenigheid over de procesgang en/of over de indelingsresultaten.

Het verdient aanbeveling om alle min of meer samenhangende functies in de organisatie in één indelingsproces te behandelen.

Ondernemingen met een complexe organisatie of met een aantal specifieke functies kunnen het Handboek eveneens hanteren. Indien een bedrijf behoefte heeft aan een gehele of gedeeltelijk ‘bedrijfseigen functielijst’ kan daartoe via de bedrijfstakorganisatie contact worden opgenomen met de systeemhouder van het CATS®-systeem (De Leeuw Consult te Leerdam).

Bij het indelingsproces kan gebruik worden gemaakt van het hierna volgende Stappenplan en/of van het schema dat hieromtrent is opgesteld en als uitklapblad achterin is toegevoegd.

Het op datzelfde uitklapblad afgedrukte schema van de Spelregels (paragraaf 5.3) kan dan eveneens geraadpleegd worden.

Stappenplan bij het indelen van functies
Zet bij het indelen de volgende stappen

STAP 1

:

Verzamel informatie over de functie.

STAP 2

:

Stel een functieprofiel op (zie model paragraaf 5.5.).

STAP 3

:

Bepaal de van toepassing zijnde functiefamilie via de Wegwijzer Functiefamilies (uitklapblad voorin) of via de Index.

STAP 4

:

Lees het desbetreffende niveaublad.

STAP 5

:

Bepaal het niveau dat het meest overeenkomt met de in te delen functie.

STAP 6

:

Stel vast dat de niveaukarakteristieken van het naast-lagere niveau inderdaad lager zijn en van het naast-hogere niveau inderdaad hoger.

STAP 7

:

Neem de indelingsbeslissing

5.3. Spelregels bij het indelen
Wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen
  • Indien bij het verifiëren van de niveaukarakteristieken twee van de eerste drie niveaukarakteristieken (te weten Complexiteit, Zelfstandigheid en Afbreukrisico) naar één niveau verwijzen, dan is dat doorslaggevend, ook al tendeert de derde van deze drie karakteristieken naar een ander niveau.

  • Het belang dat gehecht is aan de fysieke factoren, zorgt er in een aantal twijfelsituaties voor dat de vierde niveaukarakteristiek (Fysieke Aspecten) doorslaggevend is.

Hoe de vereiste kennis is verworven, doet nauwelijks ter zake
  • Bij de niveaukarakteristiek Complexiteit is het kennisniveau tot uitdrukking gebracht dat voor de uitoefening van de functie vereist is. In het algemeen is bij het indelen niet relevant hoe de functievervuller zich de kennis eigen heeft gemaakt en ook niet de feitelijke duur van de kennisverwerving.

Een bevoegdheidsvereiste staat buiten de indeling
  • Een wettelijk vereiste bevoegdheid is in feite een selectie-eis die als zodanig niet in een functie-indelingsmethode thuishoort, maar afzonderlijk moet worden toegepast. De eventueel vereiste kennis telt wel mee.

Vervangen van de directe chef heeft veelal geen invloed op de indeling
  • Vervangen van de directe chef vormt soms een integraal onderdeel van de functie, maar betreft dan tijdelijk vervangen (enkele uren, dagen, weken) en beperkt vervangen (niet alle bevoegdheden). De invloed op de functie valt in die situaties te verwaarlozen.

  • Indien vervanging van de chef meeromvattend is, dient deze op zijn inhoudelijke merites te worden beoordeeld en zijn consequenties voor de functie-indeling niet uitgesloten.

  • Langdurige vervanging vereist een aparte regeling, eventueel buiten de functie-indeling. In feite verricht de vervanger dan gedurende de vervangingstijd een andere functie dan zijn eigen functie.

Bij mengfuncties telt het zwaarste bestanddeel
  • Bij structurele meng- of combinatiefuncties kan de functie elementen bevatten die volgens afzonderlijke niveaubladen worden ingedeeld. In dat geval is de hoogste van die indelingen van kracht, mits dat zwaarste element van de functie – over langere tijd gemiddeld – gedurende 25 % of meer van de normale arbeidsduur wordt uitgeoefend.

Niet altijd zijn de zwaarste fysieke factoren maatgevend
  • Is er in het werk structureel sprake van twee verschillende niveaus in de fysieke aspecten (gelet op onaangenaam, fysiek zwaar, inspannend, risicovol e.d.) en zou dit leiden tot een niveauverschil, dan geldt de hoogste van die twee indelingen indien de zwaardere fysieke factoren gelden gedurende 25% of meer van de normale arbeidsduur. Met name kan dit het geval zijn bij functies ‘binnen’ en ‘buiten’ die voor het overige gelijksoortig zijn (bijvoorbeeld Service Monteurs in een werkplaats, resp. op locatie).

Leentjebuur spelen bij een andere functiefamilie mag, mits....
  • In het algemeen dient men voor de niveaubepaling binnen één functiefamilie te blijven. Lukt dit niet en geeft een andere functiefamilie wel uitsluitsel voor de indeling, dan mag deze gehanteerd worden, mits alle niveau karakteristieken overeenstemmen.

In grensgevallen opnieuw informatie inwinnen
  • Indien de indeling niet eenduidig kan plaatsvinden, dient eventueel opnieuw informatie over de functie te worden verzameld. In ieder geval dient de relevante functie-inhoud expliciet te worden vastgesteld, gericht op de factoren die niveauverschillen vertonen.

5.4. Voorbeeld bepaling functiefamilie

Stel dat de functiefamilie moet worden bepaald van een Medewerker Afwerkerij/Lakkerij.

Het betreft een functie met een aantal eenvoudige bewerkingen aan producten die van een lopendebandsysteem gehaald moeten worden en na bewerking weer opgehangen moeten worden. Voor de functie is geen vaktechnische opleiding vereist.

Bepaling functiefamilie:

Het uitklapblad ‘Wegwijzer functiefamilies’ verschaft een overzicht van alle functiefamilies. Van links naar rechts en van boven naar beneden lezend, kan via de wegwijzertjes telkens de ingang worden gekozen die van toepassing is.

  • het betreft – van links naar rechts kijkend – uiteraard de kolom ‘Technisch’ en binnen die kolom de rubriek ‘technisch uitvoerend;

  • men kiest – van links naar rechts lezend – de functiekolom ‘Werkplaats’;

  • het werk betreft geen ‘Leidinggeven’;

  • op de onderliggende regel kan geen relevante keuze gemaakt worden, maar verder naar beneden treft het wegwijzertje ‘Diverse bewerkingen’ aan;

  • van de daaronder gerangschikte functiefamilies komen er enkele zeker niet in aanmerking; een snelle raadpleging van de resterende functiefamilies maakt duidelijk dat de onderhavige functie thuishoort onder de functiefamilie 31 ‘Productiemedewerking’.

5.5. Model CATS® functieprofiel

Opdrachtgever / Bedrijf

Afdeling / Groep

Naam van de functie

   

Datum:

Status:CONCEPT/DEFINITEF

Code:

Positie van de functie in de organisatie
  • Werkt onder leiding van...

  • Geeft leiding aan............

Doel van de functie

Welke bijdrage wordt verwacht, welk doel wordt gediend.

Typering van de activiteiten
  • A. Algemeen

    • Het werk betreft......

    • Ontvangt opdracht...

  • B. Werkzaamheden

    • (Verricht....).

    • (Maakt/Stelt op/Beoordeelt/Geeft/Zorgt...).

    • (Beoordeelt/Onderzoekt/Controleert...).

    • (Registreert/Houdt bij....).

  • C. Overig

    • (Is tevens verantwoordelijk voor/Zorgt ook voor....).

    • Is gehouden aan (en/of ziet toe op) de naleving van voorschriften/procedures op het gebied van kwaliteit, Arbo, milieu en veiligheid.

Cats® Functieprofiel

Bovenstaande beschrijving is slechts een typering van de werkzaamheden en niet een uitputtende opsomming. De vervuller van deze functie is dan ook gehouden alle voorkomende en in redelijkheid opgedragen werkzaamheden uit te voeren.

Beschrijving per karakteristiek

Complexiteit

Typeer de breedte en gemêleerdheid (diversiteit, variatie) van het werkterrein. Vermeld de werkaard, de product(ie)-soort(en), de soorten bemoeienis e.d.

Geef een indicatie van de frequentie waarmee zaken zich afwisselen (of verstoord worden).

Vermeld eventueel onvermijdbare bezwarende accuratesse en/of tijddwang.

Noteer de voor een goede functie-uitoefening noodzakelijke opleiding(en), van schoolse en/of cursorische aard.

Zelfstandigheid

Typeer de vrijheid in tijdsindeling. Typeer de vrijheid in aanpak en vormgeving; noteer gebondenheid door voorschriften, regels, procedures e.d.; vermeld de te maken keuzen, te nemen beslissingen e.d. Typeer de invloed die van het toezicht uitgaat,

tracht de relatie weer te geven tussen het probleemniveau, de opleiding en de vereiste ervaring.

Geef aan welke contacten binnen de organisatie noodzakelijk zijn voor het functioneren. (geef een typering van het eventueel opgedragen geven van leiding: aantal, tijdsbeslag, e.d.).

Afbreukrisico

Typeer de schade die het gevolg kan zijn van menselijke fouten in de functie (eventueel meerdere soorten), het effect van controle(s), de mogelijkheden voor zelfcontrole etc.

geef aan welke contacten met derden noodzakelijk zijn voor het functioneren (ook frequentie, te realiseren zaken, te overwinnen weerstand e.d.).

typeer de eventueel opgedragen geheimhouding. Vermeld de eventueel aanwezig kans dat in de functie weerstand moet worden geboden tegen druk van buiten.

Fysieke Aspecten

Noteer (belangrijke) hinderlijke factoren in de werkomgeving. Vermeld lichamelijk zware elementen in het werk. Typeer de kans op gevaar voor lijf en leden.

Omschrijf de eventueel noodzakelijke bewegingsprecisie (vereiste fijne motoriek).

5.6. Woordenlijst bij de niveaubepaling

Ad Complexiteit

  

Omschakelfrequentie

  

matig’ of ‘af en toe’

=

Gemiddeld elk uur van onderwerp veranderen.

‘regelmatig’ of ‘vrij frequent’

=

Gemiddeld elke 20 tot 40 minuten.

‘voortdurend’ of ‘hoog’ of ‘frequent’

=

Gemiddeld elke 5 tot 15 minuten.

Opleiding

  

‘schoolsoort’ + ‘niveau’

=

diploma-eisen staan niet vermeld, die zouden slechts dienen als indicatie; niet de vooropleiding als zodanig staat centraal maar de (op welke wijze dan ook verworven) kennis en vaardigheden staan centraal.

bedrijfsopleiding’

=

Een gestructureerde, geprogrammeerde en begeleide opleidingsperiode in de specifieke eigenheden van het bedrijf, processen, procedures, bewerkingen, e.d.

‘ervaring’

=

wordt beschouwd als een aspect dat mede de zelfstandigheid bepaalt (zie aldaar).

Ad Zelfstandigheid

  

Niveau van de problemen

  

‘normaal’

=

vereist een denkniveau dat equivalent is aan MAVO of gedegen VBO-niveau.

‘aanmerkelijk’

=

Vereist en denkniveau dat equivalent is aan een flink MBO- tot HBO-niveau

‘moeilijk en vergaand’

=

vereist een denkniveau dat equivalent is aan ruim HBO- tot semi-academisch niveau.

‘Betekenis van contacten’

  

‘normaal’

=

men moet uit kunnen gaan van een ongehaperd lopen van de stroom van goederen of informatie, in tijd, kwaliteit en kwantiteit.

‘belangrijk’

=

De samenwerking is gericht op het tijdig tot stand brengen van juiste beslissingen van de hoogste leiding met betrekking tot forse delen van de capaciteit.

Gezag

  

‘leidinggeven’

=

over het vermelde aantal ondergeschikten (direct en indirect via lagere leidinggevenden) wordt functioneel, operationeel en disciplinair gezag uitgeoefend.

‘functioneel leidinggeven’

=

Bindende aanwijzingen geven over het werk aan niet-hiërarchisch ondergeschikten.

Ad Afbreukrisico

  

Kans op tijdig ontdekken en herstellen

  

‘groot’

=

bij toepassing van de normale procedures en uitoefening van de vereiste verantwoordelijkheid wordt de fout vrijwel zeker tijdig (=niet naar buiten het bedrijf tredend) ontdekt.

‘redelijk tot matig’

=

Bij goede zelfcontrole kan de fout tijdig ontdekt worden, hiertoe zijn de omstandigheden normaal gesproken aanwezig, maar er moet wel extra inspanning voor geleverd worden.

Ad Fysieke Aspecten

  

‘normale kantooromstandigheden’

=

rustig kantoor, samen met enkele collega’s, de gebruikelijke kantoorgeluiden.

‘normaal schoon fabriekswerk’

=

Goed geklimatiseerde omstandigheden, incidenteel onaangename factoren.

5.7. Opleiding, wettelijke eisen, normalisering, certificering en andere bijzondere eisen
5.7.1. Beroepsonderwijs; aansluitend op voorbereidend beroepsonderwijs (VBO)

Vanaf 1 augustus 1997 zijn in het beroepsonderwijs twee leerwegen ingevoerd:

  • de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), voorheen het Leerlingwezen en

  • de beroepsopleidende leerweg (BOL), voorheen het MBO.

BBL omvat meer dan 60% beroepspraktijkvorming (B.P.V.)

BOL omvat 20 – 60% beroepspraktijkvorming (B.P.V.)

Beide wegen leiden op tot de niveaus 1 t/m 4.

niveau 1 assistentopleiding;

niveau 2 basisberoepsopleiding;

niveau 3 vakopleiding;

niveau 4 middenkaderopleiding;

niveau 4 specialistenopleiding.

Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de kwalificaties per beroepsgroep wordt verwezen naar de desbetreffende instituten voor vakopleidingen.

In het algemeen kan gebruik worden gemaakt van het navolgende overzicht.

niveau

aanduiding opleiding

typering

duur

1

assistentopleiding

eenvoudige uitvoerende werkzaamheden

een nieuw niveau van kwalificeren

0,5 – 1 jaar

2

basisberoepsopleiding

uitvoerende werkzaamheden

vergelijkbaar met de vroegere primaire opleiding Leerlingwezen en de korte MBO

2 – 3 jaar

3

vakopleiding

zelfstandige uitvoering van werkzaamheden

vergelijkbaar met de vroegere secundaire opleiding Leerlingwezen en de tussenopleiding/lange vakopleiding MBO

2 – 4 jaar

4

middenkaderopleiding

zelfstandige uitvoering van werkzaamheden

met brede inzetbaarheid

vergelijkbaar met de vroegere lange opleiding MBO

3 – 4 jaar

 

of

  

4

specialistenopleiding

zelfstandige uitvoering van werkzaamheden met specialisatie

vergelijkbaar met de vroegere tertiaire opleiding Leerlingwezen

1 – 2 jaar

5.7.2. Wettelijke eisen, normalisering, certificering en andere bijzondere eisen

Voor een aantal sectoren gelden extern bepaalde eisen, regels of afspraken die van invloed (kunnen) zijn op de zwaarte van functies, tot uiting komend in de onderscheiden karakteristieken van de indelingsmethode van dit Handboek.

Het betreft een reeks van wettelijke eisen, normaliseringsafspraken, erkenningsregelingen, bevoegdheidsafspraken, certificeringseisen en andere gevolgen van convenanten tussen overheid en bedrijfsleven, e.d.

Binnen het kader van de zo noodzakelijke juiste beeldvorming inzake concrete functies, kan het van belang zijn kennis te nemen van de belangrijkste gegevenheden op dit gebied.

Let wel: de regelingen op zich geven geen uitsluitsel over de functie-indeling.

De consequenties van de regelingen zijn bij de opzet van het Handboek verwerkt in het eigenlijke indelingsinstrument: de niveaubladen.

5.7.2.1. STEK-eisen

Achtergrond

Door de Minister van VROM en het bedrijfsleven is overeengekomen om het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten (CFK’s, HCFK’s en HFK’s) aan banden te leggen. Dit heeft met name gevolgen voor bedrijven waar gewerkt aan koelinstallaties met een koudemiddel, waaraan per 1 januari 1993 extra eisen worden gesteld.

Koeltechnische Installatiebedrijven kunnen in aanmerking komen voor een erkenningsregeling, die door een stichting (STEK) wordt beheerd. Alleen ‘STEK-erkende ondernemingen’ mogen Monteurs handelingen laten verrichten aan installaties op het gebied van CFK’s, HCFK’s en HFK’s.

Voor garagebedrijven e.d. waar gewerkt wordt aan airconditioning in personenauto’s (dus koelinstallaties met een koudemiddelinhoud van minder dan drie kilogram) geldt een aparte regeling. Ook voor deze bedrijven geldt de eis van een STEK-erkenning.

Functies

Concreet gelden voor een Koeltechnisch Monteur die werkt aan installaties op het gebied van CFK’s, HCFK’s en HFK’s (inbedrijfstelling, reparatie, preventieve controle, periodiek onderhoud en het verwijderen van koudemiddel) de volgende eisen:

  • 1. in het bezit zijn van een CFK-diploma;

  • 2. op de hoogte zijn van het CFK-beleid van de onderneming;

  • 3. aantoonbaar kunnen beschikken over en werken conform werkvoorschriften;

  • 4. handelingen aan een koelinstallatie registreren;

  • 5. beschikken over een passende en in goede staat verkerende technische uitrusting.

Voor de Autotechnicus Personenwagens die bij een STEK-erkend bedrijf CFK-handelingen verricht aan installaties voor comfortkoeling in personenauto’s met een koudemiddelinhoud van minder dan drie kilogram, geldt de eis dan men in het bezit is van een CFK-certificaat, verkregen na het met goed gevolg afgelegd hebben van een Auto-airco examen.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van Koeltechnische Monteurs (c.q. Autotechnicus Personenwagens) die bij een STEK-erkende onderneming werken dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van de functiefamilie 54 en 16B is bij de relevante niveaus (niveau 5 en hoger) rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2.2. EuroVISA

Achtergrond

Teneinde te voldoen aan de behoefte aan specialistische kennis van gastoestellen en gastechnische basiskennis, gericht op het veilig functioneren en gebruik van gastoestellen in de utiliteitssector en/of een industriële omgeving, heeft GASTEC te Apeldoorn een opleidingstraject van onderhoud- en inspectiecursussen ontwikkeld. Dit traject kent een modulaire opbouw waarvan EuroVISA de laatste stap is.

De opleiding voldoet aan de eindtermen die gelden voor de EuroVISA-inspecteur (EBI), zoals genoemd in de certificeringsregeling voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties. Certificering op basis van deze regeling leidt tot een certificaat volgens NEN-EN-ISO 9002.

Functies

De opleiding is bestemd voor Inspecteurs en Servicetechnici die het inspectiebeleid bepalen bij energiebedrijven, installatie- en onderhoudsbedrijven en fabrieken. De inhoud van de opleiding richt zich op het beoordelen van elektrische werkingsschema’s en elektronicatoepassingen, beveiligingsfilosofie, inspectie en op het verkrijgen van inzicht.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van functies op dit vlak, met name leidinggevenden op buitenprojecten dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van functiefamilie 13 is bij de relevante niveaus (niveau 10 en 11) rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2.3. Veiligheids certificaat aannemers (VCA* en/of VCA**)

Achtergrond

VCA is een formeel certificeerbaar veiligheidsbeheerssysteem dat veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) zo goed mogelijk moet waarborgen. VCA is gewenst of vereist voor bedrijven (aannemers) die werkzaamheden verrichten op bedrijfsterreinen van hun opdrachtgevers.

Het VCA* en VCA** certificaat wordt op ondernemingsniveau afgegeven en is drie jaar geldig (bij een jaarlijkse controle) en er dient een ongevallenstatistiek aantoonbaar te zijn over de afgelopen drie jaar.

Functies

VCA* is, in tegenstelling tot VCA**, bedoeld voor VGM-coördinatoren bij onderaannemers met niet meer dan 35 medewerkers op de ‘bouwplaats’.

Voor VCA* en voor VCA** dient de operationeel leidinggevende op de bouwplaats een opleiding Veiligheid Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) te hebben gevolgd. Het bijbehorende certificaat is persoonsgebonden en tien jaar geldig.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van functies op dit vlak, met name van VGM-functionarissen en leidinggevenden op buitenprojecten dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van functiefamilie 13 (Leiding op Buitenprojecten) is bij de relevante niveaus (niveau 6 en hoger) en bij functiefamilie 46 (Zorgsystemen) bij alle niveaus rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2.4. Kwalificatiestructuur lassen

Opleiding, certificering en functiewaardering

Vakbekwaamheid

De vereiste mate van bekwaamheid en handvaardigheid bij het lassen wordt bepaald door :

  • de vorm van de te lassen delen (plaat en/of pijp)

  • de toe te passen lastechniek(en) / lasproces(sen)

  • de te lassen materialen, gerangschikt in materiaalgroepen (Stoomwezen, ASME en dergelijke)

  • de lasstand, afhankelijk van plaat- en pijpposities

  • de wijze van kwalitatief onderzoek

De in de praktijk voorkomende combinaties van deze factoren resulteren in

  • een praktijkniveau dat, voorzover het gekwalificeerd is, uitmondt in

  • een erkend Europees EN-287 certificaat.

Eventueel kan sprake zijn van een beperkte geldigheidsduur en is opfrissing vereist.

Opleidingen

Voor Lassers die zich willen kwalificeren worden cursussen gegeven, die afgesloten worden met een erkend Europees EN – certificaat. Desgewenst kan een cursus ook met een diploma van het organiserend instituut worden afgesloten.

In alle gevallen geldt minimaal een vooropleiding VBO, gevolgd door een BBL (Beroeps – Begeleidende Leerweg).

Lascertificaten

Er bestaan lascertificaten van onder andere de navolgende lastechnieken/lasprocessen:

  • OP (automaat-/ machinelassen)

  • Autogeen Lassen Pijp Autogeen Lassen Plaat

  • Elektrisch Lassen Pijp en Elektrisch Lassen Plaat

  • MIG/MAG-lassen Pijp en MIG/MAG-lassen Plaat

  • TIG-(Argon)-lassen Pijp en TIG-(Argon)-lassen Plaat

  • CO² (MIG/MAG) STT-lassen (speciale vorm van CO²-lassen).

Niveaus van vakbekwaamheid

Nagenoeg al deze certificaten (Elektrisch, Autogeen, MIG/MAG en TIG) kunnen behaald worden via een lesprogramma dat cursussen bevat voor4 niveaus die op elkaar aansluiten (zie hulpschema pag 22).

De niveaus van vakbekwaamheid verschillen naar:

  • lasstand (positie van de las), in combinatie met positie van plaat (of pijp) en specifieke pijppositie

  • soorten naad (buitennaad, binnennaad, I-naad en V-naad)

  • wijze van onderzoek (visueel, niet-destructief of destructief).

Materiaalgroepen

Uiteraard bestaat er een nauwe relatie tussen lastechniek/lasproces en materiaalsoort (bijvoorbeeld MIG voor roestvrij staal en MAG voor koolstofhoudend staal). Elke materiaalsoort omvat een groot aantal specifieke materialen. De materialen zijn ondergebracht in materiaalgroepen.

Per keuringsinstantie bestaan verschillende coderingen voor materiaalgroepen.

  • Het Stoomwezen werkt met cijfers ‘1’ t/m ‘5’ en als onderverdeling ‘A’ t/m ‘G’.

  • ASME (American Society of Mechanical Engineers) werkt met ‘P’ gevolgd door een cijfer.

Relatie tussen kwalificaties en functiezwaarte

Met betrekking tot de relatie tussen bovengenoemde kwalificaties en de functiezwaarte (en dus de groepsindeling) van die functies waarbij lassen duidelijk onderdeel uitmaakt van de functie-uitoefening zijn enkele opmerkingen te maken.

  • 1. Wanneer bij een functie wordt geconstateerd dat er sprake is van werken onder begeleiding, impliceert dat een groepsindeling die niet hoger is dan groep 4.

  • 2. Indien vermeld moet worden repeterend werk verrichten,houdt dat in dat de indeling niet uit zal komen boven groep 5.

  • 3. Voor de functiezwaarte is de toegepaste lastechniek nauwelijks van invloed. Nagenoeg elke techniek kan uitgeoefend worden op het niveau van functiegroep 3 als van 7.

  • 4. Wel moet gelet worden op bepaalde eigenheden van een techniek in relatie tot de vereiste kwaliteit. Een mooie, zichtbare, niet bij te werken las leggen met de MIG-techniek, in weerbarstig en taai RVS, vereist (mede in verband met de voorspanning) meer gevoel voor de materiaaleigenschappen, terwijl autogeen lassen, met de brander in de hand, meer zelfstandig en inventief werken vereist. En zo zal bij toepassing van de TIG-techniek (voor het meer fijne werk in veelal korter materiaal, hoge eisen stellen aan het gevoel voor nauwkeurigheid.

  • 5. De aard van het werk heeft een grotere invloed dan de lastechniek op zich. In de mate dat inzicht en technisch gevoel noodzakelijk is, zal sprake zijn van een ‘zwaardere functie’ dus een hogere groepsindeling.

  • 6. Onder moeilijke omstandigheden moeten kunnen werken verzwaart de functie.

  • 7. Ook zullen zaken als tekening lezen en materiaalkennis, beheersen van verschijnselen van krimp en trek en foefjes kunnen toepassen, indicaties vormen voor een hogere groepsindeling.

  • 8. Een aparte invloed gaat uit van de houding die ingenomen moet worden bij het lassen, in relatie tot de positie van plaat en/of pijp.

  • 9. Een zeer specifieke en belangrijke invloed gaat met name uit van de snelheid van werken, in combinatie met de mate waarmee een beroep wordt gedaan op snelheid van inzicht in de techniek. De ontwikkeling van de functie ‘leerling’ tot de functie ‘allround’ is duidelijk waarneembaar aan deze beide factoren. De groepsindeling van deze – en de tussenliggende – functies zal zich parallel aan deze ontwikkeling moeten manifesteren.

Functie-indeling met de methode CATS®

Met CATS® , de methode voor functiewaardering die ten grondslag ligt aan dit Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Techniek, wordt aan alle bovengenoemde invalshoeken recht gedaan.

Bij de aspecten Complexiteit, Zelfstandigheid, Afbreukrisico en Fysieke Aspecten wordt rekening gehouden met bovengenoemde zwaartebepalende factoren.

Getracht is de belangrijkste factoren en aspecten weer te geven in een indicatief schema.

Voor de indeling blijft de feitelijke tekst van de relevante niveaubladen,metname 22A, 22B, 37A, 37B, doorslaggevend voor de indeling.

Indicatief schema functie-indeling Lassen

Criteria

Functiegroep

 

3

4

5

6

7

8

Gebruikelijk predicaat

Vakman Lasser

1e Lasser

‘Fotolasser’

Allround Lasser

Vereiste opleiding na VBO

primaire opleiding BBL

primaire opleiding BBL

primaire + bij voorkeur voortgezette opleiding BBL

voortgezette opleiding BBL

voortgezette opleiding BBL

voortgezette opleiding BBL

Aantal toe te passen lastechnieken

3

3

3

4

minimaal 4

6

Vereiste certificaten

2 gevorderden

1 beginners

2 gronddiploma’s

1 gevorderden

3 vakdiploma’s

4 vakdiploma’s

4 vakdiploma’s

6 vakdiploma’s

Herhaling van proeve van bekwaamheid

elk half jaar

elk half jaar

Werkterrein

Werkplaats

werkplaats

+

buiten projecten

werkplaats

+

buiten projecten

werkplaats

+

buiten projecten

(werkplaats)

+

buiten projecten

buitenprojecten

Objecten / soorten werk

Lichte staal-constructies

binnen: lichte staalconstructies

buiten: assistentie van ervaren collega

binnen: constructies van hoge technische kwaliteit

buiten: constructies met eenduidige aanpak

samenbouw volgens tekening

hoogwaardig laswerk van zeer uiteenlopende aard;

eigen aanpak

ook exclusieve materialen lassen + gespecialiseerde lastechnieken

Extra eisen van bekwaamheid

ruimtelijk inzicht

eigen acceptatie van voorwerk

– eigen acceptatie van voorwerk

– instructies geven (voorwerk)

Controle

100% röntgen

100% röntgen

Snelheid van lassen

niet hoog

niet hoog

soms tamelijk hoog

tamelijk hoog

hoog

hoog

Bezwarende Factoren

Houding bij het werken

Staand

eventueel ook in andere houdingen

met inbegrip van in andere houdingen

in alle andere houdingen (H.L045)

– in alle andere houdingen (H.L045)

– ook op hoogte werken

– in alle andere houdingen (H.L045)

– ook op hoogte werken

Vereiste bewegingspresisie

enigermate

enigermate

vrij hoog

hoog

aanmerkelijk hoog

Vereiste concentratie en accuratesse

enige tijddwang

af en toe tijddwang

duldt geen tijddwang

duldt geen tijddwang

6. INDELINGSINSTRUMENT

6.1. Wegwijzer functiefamilies

stcrt-2010-2265-005.png

6.2. Overzicht reikwijdte functiefamilies

Ondersteunende functies

 

Functiegroep

Functiefamilie

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

1

Commerciële Binnendienst

   

 x

x

x

x

x

x

X

2

Administratie / Boekhouding

 x

x

 x

 x

x

x

x

x

x

x

3

Informatica

   

 x

x

x

x

x

x

x

4a

Secretariaat

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

4b

Receptie / Telefoon

  

x

x

      

4c

Technische Receptie

    

x

x

    

5

Bedrijfsbureau

   

x

x

x

x

x

x

X

6

Tekenkamer

  

 x

x

x

x

x

x

x

X

7

Ontwerp Automatisering

    

 x

x

x

x

x

x

8

Kwaliteitsbeheer Productie

 

x

x

x

x

x

x

x

x

X

40

Essaaieren / Keuren Edelmetalen

    

 x

x

X

   

59

Interne Technische Dienst

    

 x

x

X

   

46

Zorgsystemen KAM

     

 x

x

x

x

x

10

Algemene / Facilitaire Dienst

x

x

x

x

x

x

x

x

x

X

9

Personeelszaken

     

 x

x

x

x

x

45

Training / Opleiding

     

 x

x

x

x

x

12

Leiding Werkplaats

   

 x

x

x

x

x

x

X

13

Leiding op Locatie

    

 x

x

x

x

x

X

11

Magazijn / Logistiek

x

x

x

x

x

x

x

x

x

X

Technisch uitvoerende functies

 

Functiegroep

Functiefamilie

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

14a

Besturen Rijdend Materieel

 

x

x

x

x

x

    

14b

Besturen Mobiele Kraan

   

 X

x

     

16a

Onderhoud / Reparatie Tweewielers

 

 x

x

x

x

X

    

16b

Onderhoud / Rep. Personenwagens

 

 x

x

x

x

X

    

16c

Onderhoud / Rep. Bedrijfswagens

 

 X

 x

x

 x

 x

    

15

Bedienen Tankstation

 x

x

x

x

X

     

17

Schadeherstel Carrosserie

  

x

x

X

     

18

Bekleden / Stofferen

 x

x

x

X

      

49

Breed-techn. Adaptie Voertuigen

   

x

x

x

x

   

20

Conventioneel Verspanen

 

 X

x

x

x

x

    

21

CNC Verspanen

 

 x

x

x

x

X

    

22a

Constructie/Bankwerk/Plaatw./Pijpw.

 

 x

x

x

x

X

    

23

Gereedschap-/Instr.-/Stempelmaken

  

 x

x

x

X

    

24

Speciaal Graveren

   

 x

x

X

    

22b

Speciaal Lassen

    

x

X

    

19

Spuiten / Schilderen

 x

x

x

x

X

     

50

Industrieel Afwerken

    

 x

X

    

51

Grafisch Bewerken

 

 x

x

X

      

29

Operating Proces / Machinestraat

 

 x

x

x

X

     

31

Productiemedewerking

 x

x

X

       

41

Gieten Non-Ferro

 

 x

x

x

      

28

Modelmaken

  

x

x

x

x

x

x

  

30

Handmatig Bewerken Edelmetalen

 

 x

x

x

x

X

    

42

Houtbewerken

 

x

x

x

X

     

43

Kunststof Verwerken / Bewerken

 

 x

x

x

X

     

25

Montage van Apparatuur (Binnen)

 

 x

x

x

x

X

    

26

Kasten / Panelenbouw Elektro

 x

x

x

x

X

     

27

Wikkelen Motoren

   

x

x

x

    

44

Orthopedisch Instrumentmaken

     

 x

x

X

  

48a

Productie Zonwering

 

 x

x

x

      

56A

Passieve ICT-infrastr. Advies/ontwerp

     

x

x

X

  

56B

Passieve ICT-iInfrastr. Realisatie

  

x

x

x

x

X

   

56C

Passieve ICT-infrastr. Beheer&onderhoud

    

 x

x

X

   

32

Meet- en Regeltechniek E&W

     

 x

x

x

x

 

33

Prod./Montage/Service Elektronica

  

 x

x

x

x

x

X

  

57A

Actieve ICT-infrastr./werkpl.aut.advies/ontwerp

       

 x

x

X

57B

Actieve ICT-infrastr./werkpl.aut.realisatie

      

 x

x

X

 

57C

Actieve ICT-infrastr./werkpl.aut.beh.&onderhoud

     

 x

x

x

  

58

Veiligheidsinspectie

     

 x

x

x

X

 

34

Nettenbouw

  

 x

x

X

     

35

Elektromontage (Aansluitingen)

 

 x

x

x

x

x

    

53

Beveiligingsinstallatie

  

 x

x

x

x

x

X

  

37a

Constr./Plaat-/Pijpwerken (op Loc.)

  

 x

x

x

x

    

37b

Speciaal Lassen (op Locatie)

    

 x

x

x

   

38

Mont./Service Apparatuur (Buiten)

  

 x

x

x

x

x

x

  

48b

Montage Zonwering

  

 x

x

x

     

52

Dakdekking

  

 x

x

x

X

    

55

Dak-en Wandbeplating

  

 x

x

x

X

    

36

Mont./Service Werktuigk. Installatie

 

 x

x

x

x

x

x

X

  

54

Koudetechnische Installatie

  

 x

x

x

x

X

   

39

Demonteren / Slopen

  

x

x

x

     

Toelichting schema:

Bovenstaand reikwijdte schema correspondeert met het uitklapvel voor in het Handboek en de wegwijzer (6.1). De eerst genoemde functiefamilies in het reikwijdte schema worden in het blokschema van links naar rechtsboven genoemd. Vervolgens worden de functiefamilies verderop in het reikwijdte schema in het onderste deel van het blokschema vermeld (ook van links naar rechts).

6.3. Niveaubladen per functiefamilie

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 1

BETREFT: COMMERCIËLE BINNENDIENST

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op administratieve en andere ondersteuning van de commerciële afdeling en omvat registreren, intern en extern informeren, administratief afhandelen e.d. Omgaan met prijzen e.d. vereist accuratesse. Tijddwang treedt op bij spoedbestellingen e.d.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO/MBO-niveau, (eventueel MAVO plus PD-Boekhouden) gevolgd door enkele cursussen (1 à 2 jaar).

De functie is gericht op het bijhouden van beheerssystemen ten behoeve van de commerciële aangelegenheden en omvat talrijke deelaspecten. Moet de aandacht verdelen over diverse onderwerpen. Hoge accuratesse vereist bij invoeren en controleren van gegevens en/of bestanden. Er kan soms sprake zijn van extra tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door enkele cursussen en aangevuld met bijblijven op (product)technisch gebied (± 2 jaar).

De functie is gericht op taken met betrekking tot commerciële aangelegenheden en betreft onderwerpen van verschillende aard (assistentie Inkoper/Verkoper, bewaking procedures/ bestellingen/orderverwerking/ retourafhandeling/administratieve bewaking). Schakelt regelmatig om. Vaak is sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (of HAVO met pakketeisen) gevolgd door een op de functie gerichte opleiding (2 jaar), alsmede technische oriëntatie.

De functie is gericht op commerciële taken en verantwoordelijkheden in combinatie met technische onderwerpen en administratieve taken en betreft een aantal aandachtsvelden. Heeft soms meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden en schakelt zeer regelmatig om. Er is regelmatig sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door op de functie gerichte cursussen (2-3 jaar).

Zelfstandigheid

Is bij het indelen van de eigen tijd gebonden aan gestelde prioriteiten. Houdt zich aan de geldende administratieve procedures, modellen en overige voorschriften. Bepaalt de concrete handelwijze zelf. Moet snel kunnen handelen hetgeen inzicht in de materie vereist. Werkt onder regelmatig toezicht.

De frequente contacten binnen de afdeling en met diverse andere afdelingen zijn gericht op het vlot doorstromen van concrete gegevens.

Is voor het indelen van de tijd gebonden aan zich aandienende zaken. Stelt prioriteiten zelf, eventueel in overleg. Houdt zich aan gegeven richtlijnen en procedures. Neemt een aantal praktische beslissingen op basis van afweging. Kan bij problemen boven zijn opleidingsniveau terugvallen op de chef, die ook indirect toezicht uitoefent.

De contacten met diverse afdelingen zijn gericht op optimale doorstroming van gegevens en beheer van bestanden.

Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen binnen richtlijnen en markante gegevenheden. Ontvangt voor de aanpak en vormgeving instructies op essentiële punten. Eigen initiatief is nodig bij de contactafhandeling. De probleemoplossing vereist inzicht in bedrijfsprocessen en enige ervaring.

De veelvuldige contacten binnen en buiten de afdeling zijn gericht op een vlotte doorgang en afhandeling van bestellingen/orders.

Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen, ook in de zich opdringende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een zekere mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de (noodzakelijke) beperktheid van instructies, bijvoorbeeld voor contactafhandeling.

De probleemoplossing vereist inzicht, onder meer in bedrijfsprocessen, op basis van enige ervaring verkregen.

De veelvuldige contacten met andere afdelingen (ook van andere aard) zijn gericht op een vlotte doorgang en afhandeling van bestellingen/orders. Eventueel is sprake van een assistent(e).

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden leiden tot verkeerde bestellingen, extra kosten, te late levering, stagnaties e.d. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust voornamelijk op zelfcontrole.

De regelmatige contacten met leveranciers zijn gericht op de afwikkeling van (bestel) procedures, reclameren e.d.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (soms hoge) kosten (retouren, financiële nazorg, productiestilstand e.d.). De kans op tijdig ontdekken en herstellen berust voornamelijk op zelfcontrole.

De incidentele contacten met klanten en leveranciers zijn gericht op een juiste en snelle afwikkeling en op de financiële nazorg.

Geheimhouding van bedrijfsgegevens en prijzen.

Fouten of onachtzaamheden leiden tot stagnatie/productieverlies/tijdverlies in andere afdelingen. Ook de goede naam ondervindt schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk tot groot en berust op zelfcontrole en soms ook op terugkoppeling van anderen.

De regelmatige contacten met klanten/ leveranciers betreffen veelal normale situaties in de relatie en zijn gericht op een snelle afhandeling of probleemoplossing.

Geheimhouding van bedrijfsgegevens en prijzen.

Fouten of onachtzaamheden kunnen betrekking hebben op belangrijke zaken en/of meeromvattende transacties. Omzetverlies en schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot.

De regelmatige contacten met klanten/ leveranciers betreffen veelal normale situaties in de relatie. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan.

Geheimhouding van bedrijfsgegevens en prijzen.

Fysieke Aspecten

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 1

BETREFT: COMMERCIËLE BINNENDIENST

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op commerciële taken en verantwoordelijkheden in combinatie met technische onderwerpen en administratieve taken en betreft een aantal aandachtsvelden. Heeft soms meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden en schakelt voortdurend om. Er is regelmatig sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door op de functie gerichte cursussen (3-4 jaar).

De functie is gericht op commerciële beheersverantwoordelijkheden, een brede technische gerichtheid, in combinatie met administratieve beheerstaken. Het betreft een groot aantal aandachtsvelden. Heeft dikwijls meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Schakelt regelmatig tot voortdurend om. Er is geregeld sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO tot HBO-niveau gevolgd door enkele specifieke op functieaspecten gerichte cursussen (1-2 jaar).

De functie is gericht op commerciële beheersverantwoordelijkheden in combinatie met administratieve beheerstaken. Het betreft een groot aantal aandachtsvelden, waaronder ook een aantal technische. Heeft bijna steeds meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Schakelt regelmatig tot voortdurend om. Er is geregeld sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau gevolgd door enkele specifieke op functieaspecten gerichte cursussen (1-2 jaar).

 

Zelfstandigheid

Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen ook in de zich opdringende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een zekere mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de beperktheid van instructies, bijvoorbeeld voor contactafhandeling en relatiebeheer.

De probleemoplossing vereist ook inzicht, onder meer in bedrijfsprocessen, op basis van ruime ervaring (3-5 jaar) verkregen.

De veelvuldige contacten met andere afdelingen (voornamelijk van andere functiesoort) zijn gericht op zaken die meer betreffen dan de normale afwikkeling van zaken.

Coördineert en controleert eventueel het werk van één of meer assistent(en).

Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen, ook in de zich opdringende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een vrij grote mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de beperktheid van instructies met name voor contactafhandeling en relatiebeheer. Het betreft daarbij zaken die duidelijk uitstijgen boven normale afwikkeling. De probleemoplossing vereist onder meer ook inzicht in de bedrijfsprocessen, op basis van ruime ervaring (3-5 jaar) verkregen.

De veelvuldige contacten met andere afdelingen (voornamelijk van andere functiesoort) zijn gericht op zaken die meer betreffen dan de normale afwikkeling van zaken.

Coördineert en controleert eventueel het werk van één of meer assistent(en).

Is vrij om de eigen tijd in te delen. Voor de inhoudelijke werkwijze gelden slechts globale instructies. Overlegt inzake ontwikkelingen. Bewaakt, evalueert en rapporteert de performance van de buitendienst. Het probleemniveau kan complex zijn en stijgt uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en ruime ervaring.

De frequente en intensieve contacten met andere afdelingen betreffen meestal belangrijke, beleidsmatig zaken die persé communicatie en afstemming vereisen.

Geeft (in het algemeen) leiding aan 3 tot 7 medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen betrekking hebben op zaken van wezenlijk belang voor het in stand houden van de relatie. Belangrijk omzetverlies en forse schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot.

De frequente externe contacten betreffen naast normale situaties in de relatie ook meeromvattende transacties. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan.

Geheimhouding van bedrijfsgegevens en prijzen.

Fouten of onachtzaamheden hebben al snel betrekking op zaken die van wezenlijk belang zijn voor het in stand houden van de relatie. Ook andere aspecten van de binnendienst staan in dat relatieverband en kunnen schade oplopen. Belangrijk omzetverlies en forse schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot.

De frequente externe contacten betreffen naast normale situaties in de relatie ook meeromvattende transacties. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan.

Geheimhouding van bedrijfsgegevens en prijzen.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan meeromvattende transacties en/of zaken van wezenlijk belang voor behoud van de relatie. Fouten daarin kunnen leiden tot belangrijk omzetverlies. De kans dat zulke fouten tijdig worden ontdekt is niet groot.

Legt ook zelf contacten met relaties.

Geheimhouding van vrijwel alle gegevens (ook intern) is vereist.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

Werkt onder kantooromstandigheden. Werkt regelmatig aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2

BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op administratieve hulpdiensten (data-invoer, postverwerking). Het werk is homogeen en routinematig van aard, soms uren achtereen hetzelfde. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau.

De functie is gericht op assistentie bij administratieve werkzaamheden. Het werk is tamelijk homogeen van aard, bestaat overheersend uit routinearbeid en is soms uren achtereen hetzelfde. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau, gevolgd door een cursus tekstverwerken.

De functie is gericht op een verscheidenheid aan administratieve taken, die heterogeen van samenstelling kunnen zijn. Het werk is overheersend routinearbeid maar omvat ook onverwachte zaken. Af en toe omschakelen op ander werk. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO- tot HAVO-niveau, gevolgd door een cursus tekstverwerken.

De functie is gericht op een verscheidenheid aan administratieve taken die betrekking hebben op enkele onderwerpen. Ook komen routinematige zaken voor. Enkele keren per uur omschakelen, mede als gevolg van vrij frequente onderbrekingen. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO-niveau (of op HAVO-niveau met pakketeisen, of MAVO met Praktijk Diploma Boekhouden.

Zelfstandigheid

De volgorde van werken staat vast. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke en sluitende voorschriften, die maar weinig vrijheid laten. Het toezicht vindt vrijwel onafgebroken plaats. De instructie biedt ook een oplossing voor de optredende problemen.

De vrij regelmatige contacten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informatie over de te verwerken of verwerkte gegevens.

De volgorde van werken is opgedragen. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke voorschriften, die maar weinig vrijheid laten. Het toezicht vindt niet onafgebroken plaats. De instructie biedt ook een oplossing voor de meest optredende problemen.

De vrij regelmatige contacten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informatie over de te verwerken of verwerkte gegevens.

De volgorde van werken is opgedragen of dringt zich op. De werkwijze is neergelegd in richtlijnen die een zekere mate van vrijheid van handelen toelaten (navragen, interpreteren e.d.). De meeste optredende problemen dienen zelf opgelost te worden, de chef is bereikbaar voor vragen.

De vrij regelmatige contacten op de afdeling en incidenteel daarbuiten betreffen probleemaspecten van gegevens of verwerking.

De volgorde van werken is globaal opgedragen of dringt zich op. De werkwijze is neergelegd in richtlijnen die een zekere mate van vrijheid toelaten, zoals navragen, achterhalen van fouten, interpreteren en op eigen wijze rangschikken. Vrijwel alle problemen dienen zelf opgelost te kunnen worden, mede op basis van ervaring. De chef is niet altijd bereikbaar voor vragen.

De veelvuldige contacten binnen de administratieve sfeer, ook buiten de afdeling betreffen probleemaspecten van gegevens of verwerking.

Afbreukrisico

Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwarring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan.

Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwarring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan.

Fouten in het werk vertragen de voortgang in de gegevensverwerking hetgeen ook buiten de administratie vervelende gevolgen heeft. Ook kan de relatie met derden ongunstig beïnvloed worden.

Bedrijfsgegevens moeten op de afdeling blijven.

Fouten in het werk leiden tot financiële schade en/of tot aantasting van het imago naar derden toe.

De vrij regelmatige contacten met derden zijn gericht op lopende zaken en niet op nieuwe of ingewikkelde zaken.

Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens.

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2

BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op administratieve zaken die overheersend betrekking hebben op gevarieerde onderwerpen, die wel aan elkaar verwant zijn. Ook routinezaken komen voor. Er moet vrij frequent omgeschakeld worden. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MEAO-diploma.

De functie is gericht op administratief werk dat betrekking heeft op gevarieerde onderwerpen, met een gekende gedragslijn. Moet frequent omschakelen. Accuratesse blijft daarbij vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO-diploma (of MBA).

De functie bestrijkt gevarieerde onderwerpen langs het gehele traject van de administratieve verslaglegging. Is gericht op een verscheidenheid aan administratieve taken die betrekking hebben op enkele onderwerpen. Ook komen routinematige zaken voor. Enkele keren per uur omschakelen, mede als gevolg van vrij frequente onderbrekingen. Accuratesse blijft vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO (of HAVO met pakketeisen, of MAVO met Praktijk Diploma Boekhouden).

De administratieve functie is gericht op gevarieerde onderwerpen en complexe situaties. Er is sprake van veel deelonderwerpen die voortdurend omschakelen betekenen (± elk kwartier), waarbij accuratesse vereist blijft.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO- of MBA-diploma en op de bedrijfstechniek gerichte cursussen (2-3 jaar).

Zelfstandigheid

Heeft zich bij het indelen van de tijd te houden aan opgedragen prioriteiten. Vorm en middelen zijn nagenoeg geheel voorgeschreven, voor de concrete handelwijze gelden richtlijnen. Het toezicht is vrij intensief, maar indirect van aard. Moet zelf problemen oplossen die naast de opleiding ook vrij ruime ervaring met het bedrijfseigene vereisen (1 jaar).

De veelvuldige contacten op het administratieve vlak, ook buiten de afdeling, betreffen de vlotte uitwisseling van juiste gegevens.

De prioriteiten zijn bekend of aangegeven. Vorm, middelen en systemen zijn gegeven. De concrete handelwijze gelden richtlijnen die eigen interpretatie en initiatief vereisen. Het toezicht is vrij intensief, maar indirect van aard.

Moet zelf problemen oplossen die naast de opleiding ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen (1-2 jaar).

De regelmatige contacten op meerdere niveaus, ook met beleidsfunctionarissen uit andere sectoren betreffen het uitwisselen van soms belangrijke gegevens of toelichting.

Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan tijdkaders. Is gebonden aan het administratieve systeem, maar bepaalt zelf de aanpak van probleemsituaties en het patroon van werken. Er is slechts summier toezicht. De probleemoplossing vereist ervaring in verband met het beroep op feeling en durf.

De regelmatige contacten onder meer met alle sectorhoofden in het bedrijf zijn belangrijk voor de doorstroming van relevante informatie en vereisen veelal tact.

Eventueel is sprake van assistentie (1-2).

Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan grove tijdkaders. Het administratieve systeem is bepalend voor frequenties en vormgeving. Eigen inbreng is nodig voor verfijningen en initiatief inzake controles, attenderingen en nader onderzoek. Het toezicht is indirect van aard. Mogelijke probleemsituaties kunnen soms alleen op basis van de opgedane ervaring worden opgelost.

De regelmatige contacten betreffen vrijwel iedereen in het bedrijf en zijn gericht op tijdig en feilloos boeken.

Coördineert en controleert het werk van assistenten (1-3).

Afbreukrisico

Fouten in het werk hebben betrekking op dagelijkse maar vitale gegevens voor belangrijke sectoren of het gehele bedrijf en leiden tot financiële schade en/of aantasting van het imago.

Regelmatige contacten met externe betrekkingen kunnen vrij snel negatief beïnvloed worden.

Discrete omgang met gegevens is daarbij een vereiste.

Fouten in het werk of vertraagde of onvolledige informatie naar bedrijfssectoren of relaties tasten het imago van het bedrijf aan.

De regelmatige contacten met relaties zullen veelal de financiële afhandeling van transacties betreffen.

Discretie is vereist inzake transacties, resultaten e.d.

Fouten in het werk vertragen de voortgang in de gegevensverwerking hetgeen ook buiten de administratie vervelende gevolgen heeft. Ook kan de relatie met derden ongunstig beïnvloed worden.

De regelmatige contacten met relaties betreffen de financiële afhandeling van transacties.

Bedrijfsgegevens moeten op de afdeling blijven.

Fouten in het werk, zoals laten ontsnappen aan de noodzakelijke controle, veroorzaken vertraging of fouten in de verslaglegging of afhandeling en brengen ernstige schade aan het imago naar derden toe.

De vrij regelmatige contacten met derden (relaties, banken, instanties e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer.

Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens inzake de gang van zaken.

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2

BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie bestrijkt het gehele traject van de administratieve verslaglegging. Het werk omvat gevarieerde tot duidelijk van elkaar verschillende onderwerpen. Ook totaal nieuwe problemen en situaties komen voor. In- en externe vragen en situaties leiden tot voortdurend omschakelen. Vrij regelmatig is hoge accuratesse vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HEAO of SPD I (of MBA plus informatica-cursussen (1-2 jaar).

De functie is gericht op het gehele financieel-economische beheer en beleid. Ook andere aspecten komen in het werk voor (commercie, productie, techniek). In- en externe vragen en situaties leiden tot voortdurend omschakelen. Vrij regelmatig is hoge accuratesse vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HEAO of SPD (meer dan 6 modules), gevolgd door informatica-opleiding (AMBI-modules) of Belastingrecht e.d. (1-2 jaar).

 

Zelfstandigheid

Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan grove tijdkaders. Het administratieve systeem fungeert als gegeven voor vormgeving, frequenties e.d. Initiatief is vereist voor verfijningen, controles, onderzoek e.d. Het toezicht is indirect van aard. De probleemoplossing vereist regelmatig een ruime ervaring.

De regelmatige contacten betreffen vrijwel alle afdelingen en functionarissen in het bedrijf en zijn gericht op tijdig en feilloos boeken en een ter zake doende verslaglegging (bijvoorbeeld over sectoren).

Coördineert en controleert het werk van medewerkers (2-4).

Is vrij om de eigen tijd in te delen. Richt in afstemming met directie en accountant de administratieve procedures en (hulp)systemen in.

Rapportages en signaleringen vereisen initiatief. Neemt beslissingen uit hoofde van beoordelings- en/of tekenbevoegdheid. De probleemoplossing vereist brede ervaring en inzicht.

De regelmatige contacten betreffen alle sectoren/afdelingen en functionarissen en zijn gericht op een tijdige en ter zake doende verslaglegging over het geheel en de sectoren.

Coördineert en controleert het werk van medewerkers (3-7).

 

Afbreukrisico

Fouten in het werk, zoals incompleetheid en laten ontsnappen aan controle kunnen door mankementen in de verslaglegging aspecten van beleid aantasten.

De vrij regelmatige contacten met derden (relaties, banken, instanties e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer en beïnvloeden het noodzakelijke prestige van de onderneming.

Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens inzake de gang van zaken en het beleid (intern en extern).

Fouten in het werk, zoals niet-optimale systemen en procedures, onterecht doorglippen van orders of betalingen leiden tot financiële schade; mankementen in de verslaglegging kunnen het beleid aantasten.

De vrij regelmatige contacten met derden (relaties, banken, accountant, verzekeraars e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer en een optimaal prestige van de onderneming.

Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens inzake de gang van zaken en het beleid (intern en extern).

 

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 3

BETREFT: INFORMATICA

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het bedienen van een systeem en betreft diversiteit in output die betrekking heeft op gevarieerde onderwerpen. Volgt in beginsel dezelfde gedragslijn. Hoge accuratesse vereist, ook bij tijddwang door strakke tijdschema’s.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door enkele cursussen (± 2 jaar).

De functie is gericht op het bedienen en/of het beheer van een systeem. Diversiteit in output en eventueel talrijke deelaspecten. Moet de aandacht verdelen over diverse procedures. Hoge accuratesse vereist. Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/HAVO-niveau, gevolgd door enkele cursussen en aangevuld met zelfstudie (onder andere oriëntatie op programmeren), 2 tot 3 jaar.

De functie is gericht op systeembeheer en betreft diverse soorten programma’s, uiteenlopende apparatuur en verscheidenheid in gebruikers. Heeft veelal een aantal aspecten gelijktijdig onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO-niveau + enkele AMBI-modules (of MBO-Infomatica), gevolgd door systeemgerichte opleiding en technische oriëntatie. Volgt door de leveranciers ingerichte (bedrijfs)opleidingen.

De functie is gericht op óf het operationeel beheren van de computersystemen óf op het opstellen van (uiteenlopende) programma’s en vertoont een aantal aandachtsvelden (die voort kunnen vloeien uit databeheer, netwerkbeheer, troubleshooting, operating en programmeren. Heeft soms meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Er is regelmatig sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door AMBI-modules (2 jaar) en systeemgerichte opleidingen (1-2 jaar).

Zelfstandigheid

Houdt zich bij het indelen van de eigen tijd aan tijdschema’s of markante tijdstippen. Het systeem is bepalend voor bijna alle gegevenheden; ook de procedures staan vast. Voor de concrete handelwijze bestaat een zekere mate van vrijheid, met name bij niet-optimale out-put. Bij problemen is de chef snel bereikbaar.

De intensieve contacten binnen de afdeling en met functionarissen van andere afdelingen. Zijn gericht op de (routine)procedures en een vlotte doorstroming van informatie.

Werkvolgorde en/of prioriteiten zijn veelal aangegeven of voor de hand liggend. Het systeem bepaalt een groot aantal gegevenheden; procedures staan vast. Terugkoppeling naar de chef kan snel plaatsvinden. Het probleemniveau stemt overeen met het opleidingsniveau. Het handelen (controle op apparatuur, al of niet ingrijpen bij onvolkomenheden) vereist feeling en inzicht in verwikkelingen.

De contacten door het hele bedrijf heen zijn gericht op overdracht van en toelichting op input/output en staan in dienst van kwaliteit, serviceniveau en voortgang van de uitvoering.

De werkvolgorde staat globaal vast. Is vrij om de eigen tijd in te delen binnen het kader van de output-eisen. Is voor de aanpak gebonden aan de (on)mogelijkheden van het systeem en de administratieve eisen. Moet met inventiviteit probleemoplossingen genereren en (onder enig toezicht) nieuwe programma’s ontwikkelen. De probleemoplossing kan meer eisen dan het opleidingsniveau.

De frequente en vrij intensieve contacten met gebruikers zijn gericht op het operationeel blijven van het systeem en het snel oplossen van problemen.

Is vrij om de eigen tijd in te delen rond de zich opdringende zaken en prioriteiten te stellen. Aanpak en vormgeving zijn voor een groot gedeelte voorgeschreven door de systeemstructuur. Moet zelfstandig zaken signaleren/ initiëren en programma’s schrijven. Troubleshooting kan meer eisen dan het opleidingsniveau en grondige praktijkervaring vereisen.

De frequente en intensieve contacten met gebruikers op alle niveaus zijn gericht op optimale functionaliteit van de operationele systemen.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling en kunnen stagnatie op andere afdelingen veroorzaken. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot door systeemcontrole en zelfcontrole.

De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op onderhoud en vereisen goede verstandhouding.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot stilstand, extra systeemtijd en/of kosten en ook productiestagnatie is niet uitgesloten. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op zekerheden in het systeem en op zelfcontrole.

De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op vlotte voortgang van onderhoud e.d.

Geheimhouding van verwerkte gegevens is vereist.

Fouten of onachtzaamheden leiden tot stagnatie/productieverlies (enkele uren). De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole als aanvulling op de in systeem en procedures ingebouwde zekerheden.

De vrij regelmatige contacten met leveranciers(-medewerkers) zijn gericht op het snel oplossen van problemen.

Geheimhouding van verwerkte gegevens (en eventueel systeemkennis) is vereist.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot verstoring van de informatievoorziening (beoordelen, beslissen, ingrijpen, niet ingrijpen, gegevensverlies e.d.). Problemen kunnen doordringen tot de klant. Verkeerde aanschafadviezen kosten geld. De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole als aanvulling op de ingebouwde zekerheden en logica.

De contacten met diverse leveranciers zijn gericht op verkrijgen van optimale service en ondersteuning.

Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.

Fysieke Aspecten

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 3

BETREFT: INFORMATICA

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het operationeel beheren van computersystemen met inbegrip van programmeren en productie begeleiden en vertoont onderwerpen van duidelijk verschillende aard en ook totaal nieuwe onderwerpen in de output-problematiek. Zeer wisselende omschakelfrequentie. Heeft meestal meerdere zaken tegelijk onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Er is regelmatig sprake van tijd-dwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door een reeks van cursussen (AMBI-) en systeemgerichte opleidingen (4-5 jaar).

De functie is gericht op de coördinatie van het opereren van computersystemen in dienst van administratieve procedures en verslaglegging. Zeer gevarieerde en ook totaal nieuwe onderwerpen vanuit de gebruikerswensen. Talrijke deelaspecten. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Hoge accuratesse is vereist bij diverse onderwerpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een reeks AMBI-modules (4-5 jaar). Moet op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.

De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functioneren van de Informaticaafdeling. Vertaalt op flexibele wijze gebruikerswensen. Alle programma’s en de daaraan verbonden onderwerpen komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Hoge accuratesse is vereist bij diverse onderwerpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een reeks AMBI-modules (min. 5 jaar). Moet op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.

Zelfstandigheid

Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen, ook in de zich opdringende zaken. Aanpak en vormgeving worden deels bepaald door de gegeven systeemstructuur en configuratie. Dient, op grond van geformuleerde eisen en wensen, deze middelen optimaal te benutten. Moet problemen oplossen die regelmatig meer eisen dan het opleidingsniveau en ruime ervaring vereisen.

De frequente en intensieve contacten met andere afdelingen zijn gericht op de functievervulling van de Informaticaafdeling en stijgen uit boven normale afwikkeling.

Geeft eventueel leiding aan 1-2 medewerkers.

Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het functioneel inrichten en onderhouden van het systeem. Ontvangt directieven inzake ontwikkelingslijnen. Evalueert continue de aansluiting op de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Het probleemniveau stijgt manifest uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en zeer ruime ervaring.

De frequente en intensieve contacten met andere afdelingen zijn gericht op optimale benutting van de systeemmogelijkheden en stijgen uit boven normale afwikkeling.

Geeft eventueel leiding aan 1-2 medewerkers.

Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelfstandig uitwerken en operationeel maken en houden van informaticaprojecten. Overlegt inzake ontwikkelingslijnen. Evalueert continue de afwijkingen en de aansluiting op de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Adviseert bij aanschaf van systemen. Het probleemniveau kan complex zijn en stijgt manifest uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en grondige ervaring.

De frequente en intensieve contacten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op systematisering van het werk en de uitvoerbaarheid van projecten.

Geeft leiding aan afdeling Informatica (1-5 medewerkers). Vaardigt functionele richtlijnen uit voor input/output.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in systeembeheer of het adequaat reageren verstoren het (tijdig) toestromen van (eventueel vitale) gegevens naar andere afdelingen en eventueel naar de klant. De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole als aanvulling op de in het systeem ingebouwde logica en veiligheid.

De contacten met diverse leveranciers zijn gericht op verkrijgen van optimale service en ondersteuning en moeten zeer vlot verlopen.

Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan het bedrijf door foutieve of te late vorderingen, betalingen, verslaglegging van vitale gegevens e.d. Ook ernstige productiestagnatie is niet uitgesloten. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot.

De contacten met diverse leveranciers zijn van belang voor een optimale dienstverlening en tijdige doorstroming van informatie over en weer en moeten zeer vlot verlopen.

Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan het bedrijf door foutieve of te late vorderingen, betalingen, verslaglegging van vitale gegevens e.d. Het imago wordt negatief beïnvloed. De kans op tijdig ontdekken en herstellen zal veelal vrij groot zijn.

De contacten met diverse leveranciers zijn van belang voor een optimale dienstverlening en tijdige doorstroming van informatie over en weer en moeten zeer vlot verlopen.

Geheimhouding van vrijwel alle gegevens (ook intern) is vereist.

Fysieke Aspecten

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A

BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op vastomlijnde secretariële hulpdiensten van eenvoudige aard. Is telkens met één onderwerp bezig, overheersend routinematig van aard. Enkele keren per dag wisselen van werk. Accuratesse blijft vereist

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau.

De functie is gericht op typen en/of invoeren van gegevens. Variatie in aanbod naar vorm, naar taal en naar ingewikkeldheid. Het betreft overheersend routinezaken die elkaar regelmatig afwisselen. Accuratesse blijft vereist. Werkt zeer incidenteel onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-/LEAO-niveau. Een typediploma/cursus tekstverwerken zijn vereist.

De functie is gericht op typen en/of invoeren van gegevens. Vrij grote uiteenlopendheid van te verwerken gegevens/stukken. Deels betreft het routinezaken, deels gevarieerde zaken, die elkaar regelmatig afwisselen. Werkt incidenteel onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-/LEAO-/ MEAO-niveau. Een typediploma is vereist, alsmede oriëntatie op de gebruikte systemen.

De functie is gericht op secretariële werkzaamheden als stenotypen (Nederlands en één vreemde taal) met een grote variatie (naar aard, taal en stijl) in de te verwerken stukken. Schakelt regelmatig tot frequent om. Grote accuratesse is vereist, ook bij het incidenteel werken onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO-niveau (met pakket-/niveau-eisen), aangevuld met cursussen (½-1 jaar).

Zelfstandigheid

De volgorde van werken is opgedragen. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke voorschriften, die nauwelijks enige vrijheid laten. Het toezicht vindt vrijwel onafgebroken plaats. De instructie biedt ook een oplossing voor de optredende problemen.

De vrij regelmatige contacten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informatie over de te verwerken of verwerkte gegevens.

Werkt aan de hand van duidelijke voorschriften voor de volgorde in het werk, de aanpak, de uitvoering, de systemen en de te volgen procedures. Optredende problemen sluiten aan op het opleidingsniveau.

De vrij regelmatige contacten binnen de afdeling en met medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op een vlotte gang van zaken.

Stelt binnen ontvangen tijdschema’s zelf de urgentie vast. Heeft een zekere mate van vrijheid om het werk in te richten en problemen op te lossen, aan de hand van voorgeschreven procedures en systemen. De problemen stemmen overeen met het opleidingsniveau.

De regelmatige contacten binnen de afdeling en met andere afdelingen zijn gericht op een soepele communicatie en een ongestoord verloop van de informatiestromen.

De tijdsindeling dringt zich veelal op. Deelt zelf de tijd in voor de andere werkzaamheden. Voor de vormgeving gelden bepaalde voorschriften, maar is ook een bepaalde vrijheid aanwezig voor eigen vormgeving en aanpak. Ondervindt niet-permanent of nauwelijks aanwezig toezicht. Moet zelf de voorkomende problemen oplossen, die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau, verrijkt met enige ervaring met betrekking tot het bedrijfseigene, de vereiste snelheid e.d.

De regelmatige contacten met andere afdelingen zijn gericht op het veilig stellen van infostromen.

Afbreukrisico

Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwarring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan.

Fouten in het werk leiden tot vertraging en tot onnauwkeurige of onvolledige informatie. Ontdekking en herstel berusten op zelfcontrole en terugkoppeling door anderen.

Fouten in het werk leiden tot complicaties bij de verdere verwerking en/of verstoren de normale voortgang.

Eventueel vinden sporadisch externe contacten plaats, die beperkt blijven tot standaardsituaties. Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake bepaalde gegevens.

Fouten verstoren de voortgang van het werk, ook van andere functionarissen, leiden tot tijdverlies en tot irritatie in- en extern.

Er kan af en toe tot regelmatig sprake zijn van externe contacten, die standaardsituaties betreffen.

Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake vertrouwelijke informatie.

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A

BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

   

Complexiteit

De functie is gericht op de secretariële aspecten van een (commerciële, administratieve, technische of sociale) afdeling. Uiteenlopende onderwerpen en grote verscheidenheid in taken. Grote accuratesse is vrijwel continu vereist. Af en toe kan sprake zijn van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO/VWO-niveau en een secretaresse opleiding.

De functie is gericht op de secretariële werkzaamheden binnen één of twee managementsectoren. Zeer veel deelonderwerpen, confrontatie met onverwachte situaties en veelvuldige interrupties. Hoge omschakelfrequentie

Hoge accuratesse is continu vereist. Spoedeisende gevallen komen regelmatig voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan ófwel VWO-niveau, gevolgd door een secretaresse opleiding, ófwel MEAO-niveau, gevolgd door enkele cursussen. Specifieke bedrijfskennis kan vereist zijn.

De functie is doorgaans gericht op de secretariële werkzaamheden ten behoeve van het algemeen management van de organisatie. Veel en sterk uiteenlopende hoofdonderwerpen. Organisatorische aspecten. Zeer veel deelonderwerpen, soms van onverwachte aard en de veelvuldige interrupties leiden tot een hoge omschakelfrequentie.

Specifieke gevallen vereisen extra hoge accuratesse en concentratie. Spoedeisende gevallen komen regelmatig voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO-niveau, gevolgd door een secretaresse opleiding. Specifieke bedrijfskennis en kennisaspecten met betrekking tot het management van de onderneming.

Zelfstandigheid

Voor de tijdsindeling gelden richtlijnen of tijdschema’s. Organiseert het werk zelfstandig met een zekere mate van vrijheid (rond geldende procedures en bestaande routines). Neemt ook zelf initiatieven in overleg met betrokkenen of met de leiding. De voorkomende problemen corresponderen met het opleidingsniveau.

De vrij frequente contacten met andere afdelingen (ook van andere functiesoort), moeten vlot verlopen voor het adequaat functioneren van beide afdelingen.

Voor tijdsindeling, urgentiebepaling, vormgeving en aanpak gelden algemene richtlijnen. In specifieke gevallen dient sprake te zijn van eigen werkorganisatie en initiatieven. De voorkomende problemen corresponderen met het opleidingsniveau.

De contacten binnen de organisatie betreffen veelal afdelingen met een ongelijke functiesoort en de directie. Deze moeten vlot verlopen voor het adequaat functioneren van de organisatie.

Vorm en middelen staan vast. Er gelden algemene richtlijnen die in specifieke gevallen toegepast moeten worden. Veel zaken moeten doorzien worden en vereisen eigen beslissingen. De meeste problemen corresponderen met het opleidingsniveau, soms kan sprake zijn van onverwachte complicaties.

De contacten binnen de organisatie betreffen alle functionarissen in het bedrijf, waarbij sprake moet zijn van duidelijke, correcte en snelle informatie-overdracht, in dienst van het adequaat functioneren van de organisatie.

Afbreukrisico

Fouten verstoren de voortgang van het werk, leiden tot tijdverlies en tot irritatie in- en extern, maar kunnen ook andere schadelijke gevolgen hebben voor de organisatie of het imago. Herstel berust meestal op zelfcontrole, controle door anderen komt veelal te laat.

De regelmatige contacten met relaties zijn medebepalend voor de presentatie van het bedrijf.

Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake vertrouwelijke informatie.

Fouten, onachtzaamheden, niet correct, snel en duidelijk afhandelen ten aanzien van min of meer vitale gegevens kunnen de goede naam van de organisatie aantasten of tot duidelijke vertraging leiden.

De frequente contacten met klanten, leveranciers, instanties en instituten betreffen het afhandelen van diverse aspecten.

Veelal zal sprake zijn van opgelegde geheimhouding omtrent diverse zaken.

Fouten, onachtzaamheden, incorrect afhandelen of optreden kunnen leiden tot gebrek aan efficiency in het beleid, kunnen schade toebrengen en de goede naam van de organisatie aantasten. Sommige fouten kunnen lang doorwerken en zich pas later manifesteren.

De frequente contacten met veelal hoge functionarissen binnen een breed scala van relaties betreffen het vlot en correct afhandelen en snelle informatie-overdracht.

Veelal zal sprake zijn van hoge discretie omtrent diverse zaken.

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A

BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op secretariële werkzaamheden, met diverse aspecten met betrekking tot organisatie, public relations, representatie e.d. Zeer veel deelonderwerpen, waarvan er een aantal in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Onophoudelijk omschakelen op onderwerpen en personen.

Dikwijls is extreme accuratesse vereist. In veel gevallen is sprake van haastwerk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO-niveau, gevolgd door een secretaresse opleiding. Specifieke bedrijfskennis en kennisaspecten met betrekking tot het management en/of public relations van de onderneming.

De functie is gericht op assistentie van het directie- en managementteam (en bestuur). Het werk vertoont aspecten van organiseren, assisteren, ordenen en regelen, verzamelen, communiceren, vertalen e.d. Schakelt zeer frequent om. Vrij regelmatig is erg hoge accuratesse vereist (voorbereiden beslissingen).

Tijddwang komt regelmatig voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO, gevolgd door secretaresse opleiding op Europees niveau en applicatiecursussen informatica.

De functie is gericht op assistentie/ondersteuning van de directie (en bestuur). Het werk vertoont veel uiteenlopende elementen die aansluiten op de beleidsaspecten van de directie en op de bedrijfsactiviteiten en vereisen veel inlevings- en opnamevermogen. Schakelt frequent om. Vrij regelmatig is erg hoge accuratesse vereist (voorbereiden beslissingen). Tijddwang komt regelmatig voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO, aangevuld met bijscholing/grondige oriëntatie in management en financiele/sociale/juridische aspecten.

Zelfstandigheid

Een aantal procedures, methoden en programma’s staan vast. Voor het overige is veel inzicht, aanvoelen en adequaat reageren vereist bij het afhandelen en oplossen van zich aandienende zaken. Zelfstandig beoordelen en beslissen komt regelmatig voor. Een aantal problemen zal in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau, vrij regelmatig echter zal er sprake zijn van onverwachte complicaties.

De contacten binnen de organisatie betreffen alle functionarissen, waarbij sprake moet zijn van duidelijke, correcte en snelle informatieoverdracht. Soms vereisen deze contacten talenkennis.

Bepaalt geheel zelf de eigen tijdsindeling. Voor een aantal zaken liggen procedures en vormgeving vast, voor andere zaken is alleen het doel aangegeven. Bepaalt zelf inhoudelijke aanpak en werkorganisatie. Van toezicht is nauwelijks sprake (door afwezigheid directie). Wordt soms met zeer ingewikkelde problemen geconfronteerd die een grondige ervaring vereisen.

De regelmatige intensieve contacten met directie (en hoofdkantoor/zusterbedrijven) en met alle echelons in de organisatie zijn van belang voor het functioneren van MT en directie, efficiënte vergaderingen en communicatiestromen.

Plant zelf de werkzaamheden en bepaalt urgenties. Is bij de aanpak gebonden aan algemene kaders, maar heeft de vrijheid om zelf inhoudelijke aanpak en werkorganisatie te bepalen. Moet veel zaken doorzien en beslissen. Van toezicht is nauwelijks sprake (door afwezigheid directie). Wordt soms met zeer ingewikkelde problemen geconfronteerd die veel inzicht en een grondige ervaring vereisen.

De regelmatige intensieve contacten met directie (en hoofdkantoor/zusterbedrijven) en met alle echelons in de organisatie zijn van belang voor het functioneren van de directie, efficiënte vergaderingen en communicatiestromen. Actieve benadering en tact zijn vereist.

Afbreukrisico

Fouten in optreden, afhandelen, follow-up, representatie, overdracht van beslissingen e.d. kunnen leiden tot verstoring of negatieve beïnvloeding van een efficiënt directiebeleid. Ook schade aan het imago van het bedrijf is denkbaar. Sommige fouten kunnen lang doorwerken en zich pas later manifesteren.

De frequente contacten met veelal hoge functionarissen binnen een breed scala van relaties gaan soms gepaard met commerciele en/of p.r.-aspecten. Vlot en correct afhandelen en snelle informatie-overdracht is vereist.

Een hoge mate van discretie is vereist.

Fouten, onachtzaamheden en/of incorrecte of niet tijdige afhandeling kunnen leiden tot tijdverlies directieleden, tot foutieve directiebeslissingen en tot fors imagoverlies leiden.

De zeer frequente, zeer uiteenlopende externe contacten zijn van belang voor het efficiënt functioneren van de directie en de tijdige uitwisseling van informatie, ook in vreemde talen.

Geheimhouding vereist inzake alle vertrouwelijke zaken (beleid en privacy, intern en extern).

Fouten en/of incorrecte of niet tijdige afhandeling, onjuiste selecties of inschattingen kunnen de relatie-opbouw bemoeilijken en leiden tot tijdverlies directie, tot foutieve directiebeslissingen en tot fors imagoverlies.

De veelal actieve, zeer frequente, zeer uiteenlopende externe contacten zijn van belang voor het efficiënt functioneren van de directie en de tijdige uitwisseling van informatie, ook in vreemde talen.

Geheimhouding vereist inzake alle vertrouwelijke zaken (beleid en privacy, intern en extern).

Fysieke Aspecten

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. Eventueel is er sprake van reizen in verband met p.r. of representatie.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. Moet soms ook (mee) reizen.

Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4B

BETREFT: RECEPTIE / TELEFOON

Functiegroepen

Functiegroep 4

Functiegroep 5

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het bedienen van de telecommunicatie-apparatuur/ontvangst gasten, verzorgen inkomende/uitgaande post en verrichten van administratieve hulptaken. Hoge afwisseling van een beperkt aantal onderwerpen. Vaak is sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een opleiding Telefoniste/Receptioniste en een cursus tekstverwerken.

De functie is gericht op het bedienen van de telecommunicatie-apparatuur/ontvangst gasten, regelen van allerlei zaken (bijvoorbeeld reis en verblijf van gasten/directie/medewerkers), verzorgen inkomende/uitgaande post en verrichten van administratieve hulptaken. Hoge afwisseling van een beperkt aantal onderwerpen. Vaak is sprake van tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een opleiding Telefoniste/Receptioniste, cursussen computergebruik en training in een vlot gebruik van Engels/Frans/Duits.

 

Zelfstandigheid

Deelt de eigen tijd in op basis van vaste gegevens en de noodzakelijke reactie op meldingen. Is voor aanpak/vormgeving gebonden aan duidelijke instructies. De chef is bereikbaar. Het oplossen van problemen vergt naast het kennisniveau enige maanden ervaring.

De frequente contacten met iedereen in het bedrijf zijn gericht op een vlotte afwerking, waartoe een goede verstandhouding nodig is.

Deelt de eigen tijd in op basis van vaste gegevens en de noodzakelijke reactie op meldingen. Is voor aanpak/vormgeving gebonden aan duidelijke instructies. Regelt een aantal zaken zelf op optimale wijze. De chef is meestal bereikbaar. Het oplossen van problemen vergt naast het kennisniveau een jaar ervaring.

De frequente contacten met iedereen in het bedrijf zijn gericht op een vlotte afwerking, waartoe een goede verstandhouding nodig is.

 

Afbreukrisico

Fouten in telefoonafhandeling en omgang met bezoekers kunnen een goede representatie van het bedrijf aantasten en tijdverlies, irritatie en misverstanden veroorzaken.

Fouten in de regelmatige externe contacten leiden tot verlies aan imago.

Fouten in correcte telefoonafhandeling, omgang met bezoekers, regeling van zaken e.d. kunnen een goede representatie van het bedrijf aantasten en tijdverlies, irritatie (intern en extern) en misverstanden veroorzaken.

Fouten in de regelmatige en brede externe contacten leiden tot verlies aan imago.

 

Fysieke Aspecten

Kantoor- en balie-omstandigheden met eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

Kantoor- en balie-omstandigheden met eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4C

BETREFT: TECHNISCHE RECEPTIE

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op voorbereiding, planning en facturering van werkplaatsverrichtingen. In de contacten met klanten komen ook commerciële elementen voor. Schakelt regelmatig om mede in verband met interrupties door klanten. Verhoogde accuratesse is vereist bij klachtenafhandeling en facturering.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-niveau, gevolgd door enkele cursussen. Moet bijblijven op het terrein van autotechniek.

De functie is gericht op het coördineren, sturen en bewaken van voorbereiding, planning en facturering van werkplaatsverrichtingen. In de contacten met klanten komen ook commerciële elementen voor. Schakelt regelmatig om mede in verband met interrupties door klanten. Verhoogde accuratesse is vereist bij klachten afhandeling en facturering.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-niveau, gevolgd door enkele cursussen. Moet bijblijven op het terrein van autotechniek.

 

Zelfstandigheid

Moet zich bij het indelen van de eigen tijd houden aan de zich opdringende zaken. Is voor de aanpak en vormgeving gebonden aan procedures en (administratieve) richtlijnen. Geeft zelf vorm aan klantenbenadering. Ondervindt veelal indirect toezicht. Moet zelf problemen oplossen die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau en enige ervaring.

De intensieve contacten binnen de afdeling en met functionarissen van andere afdelingen zijn gericht op het tijdig en soepel verlopen van werkzaamheden.

Moet zich bij het indelen van de eigen tijd grotendeels houden aan voorkomende dwingende omstandigheden. Is voor de aanpak en vormgeving grotendeels gebonden aan procedures en (administratieve) richtlijnen. Geeft zelf vorm aan klantenbenadering. De zelf op te lossen problemen vereisen naast het opleidingsniveau, 4-5 jaar autotechnische ervaring.

De veelvuldige contacten binnen de afdeling en met andere afdelingen zijn gericht op het tijdig en soepel verlopen van werkzaamheden.

Geeft leiding aan één of meer medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling, kunnen stagnatie op andere (holding)afdelingen veroorzaken alsmede financiële schade. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op alertheid van anderen en op zelfcontrole.

De vele contacten met klanten en verzekeringsmaatschappijen vereisen tact, overtuigingskracht en servicegerichtheid.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling, kunnen stagnatie op andere (holding)afdelingen veroorzaken alsmede financiële schade. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op alertheid van anderen en op zelfcontrole.

De frequente contacten met klanten en verzekeringsmaatschappijen vereisen tact, overtuigingskracht en servicegerichtheid.

 

Fysieke Aspecten

Werkt meestal aan de balie, komt ook in de werkplaats met enige hinder van ongunstige factoren. Werkt veel aan de PC.

Werkt meestal aan de balie, komt ook in de werkplaats met enige hinder van ongunstige factoren. Werkt veel aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 5

BETREFT: BEDRIJFSBUREAU

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op werkvoorbereiding, met deelaspecten op uiteenlopende terreinen zoals tekenen, berekenen, plannen, bestellen e.d. Heeft een aantal opdrachten tegelijkertijd onderhanden die onderling behoorlijk kunnen verschillen. Schakelt regelmatig om, mede door de vele storingen. Accuratesse vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijkwaardig te zijn aan VBO en een relevante vakopleiding (niveau 3), eventueel MBO-niveau.

De functie is met name gericht op werkvoorbereiding en kan daarnaast ook andere werkzaamheden omvatten zoals tekenen, berekenen, plannen, controleren en begeleiden van de productie. Schakelt regelmatig om tussen enkele opdrachten, wisselende werkzaamheden en de veelvuldige telefonische onderbrekingen. Tijddwang komt voor. Accuratesse is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door cursussen op uiteenlopende terreinen (1-2 jaar).

De functie is gericht op werkvoorbereiding, calculatie, arbeidstechniek, programmering van machines, calculatie. Daarbij is nauwelijks sprake van routine, maar zijn veel initiatieven nodig. De aandacht dient voortdurend verlegd te worden, ook door de veelvuldige telefonische onderbrekingen. Veelal is een hoge accuratesse vereist. Tijddwang komt voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door een aantal functiegerichte cursussen (2-3 jaar). (Eventueel een MAVO/HAVO met 4-5 jaar cursussen).

De functie is gericht op werkvoorbereiding, calculatie, machineprogrammering, uitbesteden, bestellen, bestandsopbouw, arbeidstechniek, e.d. Daarbij moeten ook commerciële overwegingen worden gehanteerd. Het werk bevat een groot aantal deeltaken, de aandacht dient voortdurend verlegd te worden, ook door de veelvuldige telefonische onderbrekingen. Veelal is een hoge accuratesse vereist, ook onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door een reeks functiegerichte cursussen (3-4 jaar). Systematisch bijblijven (vakliteratuur) vereist.

Zelfstandigheid

Is bij het indelen van de eigen tijd gebonden aan gestelde prioriteiten/planningsvolgorde. Heeft binnen de voorgeschreven procedures enige vrijheid in benaderingswijze. De chef is niet altijd te raadplegen. De problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau.

De frequente contacten met uitvoerende functionarissen zijn gericht op doorstroming en kwaliteit en dienen vlot en ongestoord te verlopen.

Bepaalt werkvolgorde binnen de gegeven planning of afspraken met de klant. De vormgeving staat volledig vast, middelen en doel zijn voorgeschreven. Organiseert het werk op basis van bedrijfservaring en inzicht. Overleg of afstemming met de chef is meestal mogelijk. Voor het overige stemt het probleemniveau overeen met het opleidingsniveau en de ervaring (1 jaar).

De regelmatige tot frequente contacten met de uitvoerende afdelingen zijn gericht op overleggen en van belang voor afstemming, kwaliteit en voortgang van de uitvoering.

Deelt de eigen tijd in binnen het aangegeven pakket, de gegeven planning of afspraken met de klant. De vormgeving ligt meestal vast in eisen van de klant, technische voorschriften e.d. Kiest eigen aanpak, op basis van ervaring. Organiseert bepaalde onderdelen van het werk zelfstandig. Levert voorstellen voor het optimaal gebruik van mens- en machinecapaciteit e.d. Het probleemniveau stemt overeen met het opleidingsniveau en de ervaring (2 jaar).

De dagelijkse contacten met leiding en personeel van uitvoerende afdelingen en overige staforganen e.d. zijn gericht op een optimale productie.

Regelt zelf de indeling van het werk, rekening houdend met prioriteiten of afspraken. Bereidt binnen vastgestelde richtlijnen, zelfstandig de orders voor, voert berekeningen uit, completeert bestanden, organiseert uitbesteed werk, geeft prijzen af, stelt tijdnormen vast, initieert voorstellen voor machinegebruik e.d. Overlegt met de chef. Het probleemniveau stemt overeen met het opleidingsniveau en de ruime ervaring (4-5 jaar).

De intensieve contacten met staf- en uitvoerende afdelingen zijn gericht op overtuigende en beargumenteerde informatie en adviezen, die van belang zijn voor een optimale productie.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in tekeningen en berekeningen kunnen leiden tot vertraging in de realisatie van de planning. In beperkte mate vindt controle plaats door andere functionarissen op de afdeling en bij de uitvoering, de rest berust op zelfcontrole.

De regelmatige contacten met leveranciers (informatief) en eventueel met klanten zijn gericht op de realisatie van de gewenste planning en uitvoering.

Normale discretie vereist inzake gegevens.

Fouten in tekeningen, berekeningen of programma’s leiden tot vertraging in de uitvoering, verkeerde bestellingen, geen optimaal gebruik van de capaciteit etc. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk, controle door anderen is niet altijd mogelijk of sluitend.

Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leveranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering.

Normale discretie vereist inzake gegevens.

Fouten in werkmethoden, berekeningen, machineprogramma’s e.d. leiden tot verliezen van uiteenlopende aard. Mankementen in doelmatigheid of efficiency kunnen geruime tijd doorwerken. Fouten kunnen door zelfcontrole ontdekt worden, controle door anderen blijft beperkt tot wat schijnbaar klopt.

Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leveranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering.

Normale discretie vereist inzake gegevens.

Fouten in voorbereiding, berekeningen, normen, prijzen, adviezen of informatie kunnen leiden tot capaciteits- en materiaalverlies, te dure bewerkingen, grote problemen bij de productiebesturing e.d. Alleen zelfcontrole is mogelijk, schade wordt veelal pas achteraf geconstateerd.

Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leveranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering.

Normale discretie vereist inzake gegevens.

Fysieke Aspecten

Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 5

BETREFT: BEDRIJFSBUREAU

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op calculatie of werkvoorbereiding van gecompliceerde systemen, installaties of producten, met technisch-administratieve en/of technisch-commerciële aspecten. Regelmatig vindt confrontatie plaats met geheel andere en totaal nieuwe terreinen of problemen. Onophoudelijk moet de aandacht verlegd worden naar andere deelaspecten. Accuratesse is in hoge mate vereist bij gecompliceerde en breed samenhangende systemen. Vaak is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfsoriëntatie.

Moet bijblijven inzake ontwikkelingen via vakliteratuur.

De functie is met name gericht op werkvoorbereiding van gecompliceerde systemen, installaties of producten, met technisch-administratieve en/of technisch-commerciële en organisatorische aspecten. Het geheel moet in onderlinge samenhang worden gezien, ook als geheel andere en totaal nieuwe aspecten of problemen aan de orde komen. Onophoudelijk moet de aandacht snel verlegd worden naar andere deelaspecten. Accuratesse is in hoge mate vereist bij gecompliceerde systemen, analyses, begrotingen e.d. Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfsoriëntatie.

Moet bijblijven inzake ontwikkelingen via vakliteratuur.

De functie is met name gericht op technische organisatie, waarbij het hanteren van commerciële overwegingen en het administratief meedenken van belang zijn. Alle producten, productieplaatsen en productiemiddelen moeten in onderlinge samenhang worden overzien. In dat licht moet snel gereageerd en gehandeld worden.

Extra hoge accuratesse wordt vereist bij analyses, begrotingen en eindcontrole van complexe zaken.

Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfsoriëntatie.

Moet bijblijven inzake ontwikkelingen via vakliteratuur.

Zelfstandigheid

Deelt zelf de tijd in op basis van informatie over prioriteiten. Bepaalt zelf de aanpak, volgt daarbij bekende procedures. Neemt zelfstandig beslissingen op basis van bedrijfsnormen e.d. Geeft adviezen aan andere stafafdelingen. Overlegt met de chef. Het probleemniveau komt overeen met het opleidingsniveau.

De intensieve contacten met leiding en medewerkers van diverse afdelingen zijn gericht op overleggen, adviseren, instrueren en eventueel overtuigen en zijn van groot belang voor de vereiste doorstroming van informatie, gericht op een optimale productie of uitvoering.

Instrueert en controleert eventueel het werk van toegevoegde collega’s.

Deelt zelf de tijd in op basis van informatie over prioriteiten. Werkt met weinig instructies, maar met vaststaande procedures, bedrijfsnormen e.d. Neemt zelfstandig een groot aantal beslissingen, mede aan de hand van inzicht en ruime ervaring. Adviseert andere afdelingen. Initieert eventueel onderzoeken, brede contacten e.d. Overlegt met de chef. Het probleemniveau komt globaal overeen met het opleidingsniveau, maar de vaktechnische problemen kunnen soms vrij complex zijn en breed overleg vergen.

De intensieve contacten met leiding en medewerkers van diverse afdelingen zijn gericht op belangrijke technische, kostprijstechnische of kwalitatieve aspecten.

Geeft leiding aan enkele medewerkers.

Werkt binnen het kader van zelf opgestelde tijdsindeling rond een aantal gegevenheden. Werkt met weinig instructies. Met name aanpassingen aan bijzondere situaties vereisen veel inzicht en initiatieven en regelmatig is improviseren vereist. Initieert onderzoeken, adviezen, brede contacten, bedrijfsbesprekingen en eventueel tussentijds overleg. De zelf op te lossen vaktechnische problemen kunnen soms vrij complex van aard zijn en breed overleg vergen.

De intensieve contacten met andere hoofden zijn gericht op het verzekeren van de productievoortgang en het bereiken van één visie.

Geeft leiding aan enkele (2-5) medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten kunnen leiden tot capaciteits- en materiaalverlies, machineschade, organisatorische verwarring. Niet-optimale uitvoering door mankementen in de voorbereiding kan leiden tot schade aan de goede naam van het bedrijf. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot door zelfcontrole.

De regelmatige contacten met leveranciers, klanten en andere bedrijven zijn gericht op vlotte uitwisseling van informatie over technische, kostprijstechnische of kwalitatieve aspecten en zijn van groot belang voor optimale productie/ uitvoering.

Fouten of onzorgvuldigheden in planning, berekening, voorbereiding e.d. kunnen leiden tot stagnatie in productie of projectrealisatie en eventueel tot flinke financiële schade leiden. Verkeerde informatie kan consequenties hebben voor het beleid of kan de goede naam van het bedrijf schaden.

De regelmatige contacten met leveranciers, klanten en andere bedrijven zijn gericht op vlotte uitwisseling van informatie over technische, kostprijstechnische of kwalitatieve aspecten en zijn van groot belang voor optimale productie/ uitvoering.

Onzorgvuldigheden in planning, berekening, voorbereiding e.d. kunnen leiden tot aanmerkelijke stagnatie in productie of projectrealisatie en eventueel tot forse financiële schade leiden. Verkeerde indicaties of adviezen kunnen consequenties hebben voor het beleid. Zelfcontrole, voortgangssignalering en tegenspel van de uitvoerende afdelingen zorgen meestal voor tijdige ontdekking van fouten.

De contacten met opdrachtgevers, leveranciers, adviseurs en andere bedrijven zijn van groot belang voor optimale productie/uitvoering.

Fysieke Aspecten

Werkt onder normale kantooromstandigheden.

Werkt onder normale kantooromstandigheden.

Werkt onder normale kantooromstandigheden. Er kan sprake zijn van een redelijk grote mobiliteit.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 6

BETREFT: TEKENKAMER

Functiegroepen

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het vervaardigen van technische tekeningen. Enkele vrij eenvoudige administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. De tijd dat aan een opdracht wordt gewerkt kan uiteenlopen van enkele uren tot enkele weken. Daarbinnen variëren de werkzaamheden. Volgt in beginsel dezelfde gedragslijn. Het werk moet accuraat uitgevoerd worden. Incidenteel kan sprake zijn van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma, gevolgd door ± 2 jaar interne opleiding op een tekenkamer.

De functie is gericht op het vervaardigen van technische tekeningen. Enkele vrij eenvoudige administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. Bij de diverse opdrachten variëren de onderwerpen, maar de gedragslijn kan in beginsel dezelfde zijn. De tijd dat aan een opdracht wordt gewerkt kan uiteenlopen van enkele uren tot enkele weken. Het werk moet accuraat uitgevoerd worden. Incidenteel kan sprake zijn van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van ½ – 1 jaar op een tekenkamer.

De functie is gericht op ontwerpen en tekenen. Enkele administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. Enige licht commerciële aspecten kunnen een rol spelen, bij onder meer de keuze van materialen. Werkt aan een aantal projecten tegelijkertijd, waarvan lengte en complexiteit kunnen variëren, maar de gedragslijn in beginsel dezelfde kan zijn. Wordt regelmatig gestoord, waardoor het aantal omschakelingen stijgt en tijddwang klemmend kan gaan werken. Accuraat werken blijft geboden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van 2-3 jaar.

De functie is gericht op ontwerpen en tekenen van constructies of installaties van uiteenlopende aard. Naast enige administratieve aspecten kunnen ook meerdere technische elementen aanwezig zijn. Heeft verschillende projecten tegelijkertijd, waarvan lengte en complexiteit sterk variëren.

Wordt regelmatig, soms zelfs vaak, gestoord, waardoor tijddwang extra klemmend kan gaan werken. Accuraat werken blijft geboden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van 3-4 jaar.

Zelfstandigheid

Ontvangt opdrachten in de vereiste volgorde. Het werk is nauw omschreven en behoeft nauwelijks eigen interpretatie. Bij problemen is de chef snel bereikbaar. Al het werk wordt door de leiding nagelopen. Het probleemniveau is in overeenstemming met de externe en interne opleiding.

De regelmatige contacten met collega’s over het werk en incidenteel met medewerkers van andere afdelingen (onder meer voor dienstverlening) bevorderen een vlot verloop van het werk.

Houdt zich aan de ontvangen planning en prioriteiten. Werkt deels volgens duidelijke voorschriften. Voor een ander deel zijn de materiële middelen voorgeschreven maar geldt een zekere mate van vrijheid in de toepassing. Het probleemniveau is in overeenstemming met de externe en interne opleiding/ervaring.

De regelmatige contacten met collega’s over het werk en incidenteel met medewerkers van andere afdelingen (onder meer voor dienstverlening) bevorderen een vlot verloop van het werk.

Bepaalt binnen de planning de eigen volgorde. Werkt volgens gangbare tekenmethode/programma’s. Het grootste deel van het werk is in overeenstemming met het opleidingsniveau en de ervaring (2-3 jaar), een deel is van meer ingewikkelde aard en vereist overleg met leiding of collega’s.

De regelmatige contacten met productieleiding en Bedrijfsbureau zijn van belang voor voortgang en kwaliteit en vereisen goede overdracht van informatie.

Begeleidt incidenteel tijdelijke krachten en/of stagiaires.

Bepaalt zelf de volgorde van werken, rekening houdend met de gemaakte afspraken. De vormgeving ligt meestal vast in de eisen van de opdrachtgever. Aanpak gebeurt op basis van ervaring. De problemen kunnen oplopen tot moeilijk en toch meteen een oplossing vergen. Regelmatig overleg met de leiding is dan geboden.

De intensieve contacten met diverse afdelingen zijn van belang voor een goede afstemming gericht op voortgang en kwaliteit.

Coördineert het werk van enkele Tekenaars.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden betekenen enkele uren extra tekenwerk. Goede zelfcontrole is mogelijk en kan zorgen voor ontdekking in een vroeg stadium.

De incidentele contacten met derden zijn gericht op vereiste toelichting.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang, niet alleen op de Tekenkamer maar mogelijk ook in de Productie/Installatie. Ook kunnen zij leiden tot situaties waarvan het herstel kosten vergt die in geen verhouding staan tot de te behalen resultaten. Zelfcontrole kan zorgen

voor ontdekking in een vroeg stadium.

De incidentele contacten met derden zijn gericht op vereiste toelichting of uitwisseling van informatie.

Fouten in tekeningen, onnauwkeurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de voortgang, niet alleen op de Tekenkamer maar mogelijk ook in de Productie/Installatie. Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdekking.

De vrij regelmatige contacten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen.

Fouten in tekeningen, onnauwkeurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de algemene voortgang.

Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdekking.

De vrij regelmatige contacten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen.

Fysieke Aspecten

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist.

Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 6

BETREFT: TEKENKAMER

Functiegroepen

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op (leiding en coördinatie van) ontwerpen en tekenen van constructies of installaties. Administratieve zaken en commerciële elementen spelen een rol. Heeft (ook zelf) meerdere projecten tegelijkertijd onderhanden, welke afwisselend de aandacht vragen. Binnen elk project zijn de werkzaamheden gevarieerd. Wordt vaak gestoord en werkt soms onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, en aanvullende cursussen (1-2 jaar). Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden.

De functie is gericht op leiding geven aan en coördineren van ontwerpen en tekenen (en eventueel calculeren) van constructies of installaties. Administratieve en commerciële elementen (materialen, specificaties, eisen) spelen een rol. Verschillende projecten en diverse vragen kunnen tegelijkertijd de aandacht opeisen. Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, en aanvullende functiegerichte cursussen (2-3 jaar). Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden.

De functie is gericht op leiding geven aan het ontwerpen (en calculeren) van constructies, apparaten of installaties. Naast zeer veel technische onderwerpen spelen ook commerciële aspecten een rol bij het opstellen van pakketten van eisen en van ontwerpen. Krijgt veel vragen te beantwoorden. Bepaalde aspecten vereisen een hoge accuratesse en concentratie, ook als er sprake is van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, gevolgd door een functiegerichte opleiding van enkele jaren. Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden.

De functie is gericht op leiding geven aan het ontwerpen (en calculeren) van constructies, apparaten of installaties. In het werk komen onderwerpen van duidelijk verschillende aard voor. Telkens spelen nieuwe aspecten van technische en van commerciële aard. Krijgt veel vragen te beantwoorden en heeft tegelijkertijd bemoeienis met verschillende projecten. Hoge tot zeer hoge accuratesse is vereist. Tijddwang komt regelmatig voor.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, gevolgd door een functiegerichte opleiding van enkele jaren. Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden.

Zelfstandigheid

Maakt een eigen planning en werkindeling aan de hand van de ontvangen begin- en eindtijden. Overlegt de hoofdlijnen van ontwerp en constructie met de leiding, werkt de detaillering zelfstandig uit. De directe controle op het werk is gering. Overlegt nu en dan met de leiding over technische of kostentechnische problemen, voor zover deze uitstijgen boven eigen kennisniveau of competentie.

De intensieve contacten met productieleiding en bedrijfsbureau zijn van groot belang voor voortgang en kwaliteit.

Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (3-5).

Maakt een eigen planning en werkindeling en organiseert het werk aan de hand van tijdschema’s of data. Bepaalt de aanpak op grond van aangegeven doel, vormgeving en middelen. Overlegt zo nodig met de leiding over technische of commerciële problemen, die soms tamelijk moeilijk kunnen zijn en uit kunnen stijgen boven eigen kennis, competentie en ervaring.

De intensieve contacten met de leiding van diverse sectoren zijn van zeer groot belang en soms bepalend voor kwaliteit en prijs.

Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (6-10).

Bepaalt de organisatie van het werk aan de hand van vastgestelde data. Bepaalt de aanpak op grond van aangegeven doel van de constructie/installatie en gegevens over de middelen. Zorgt zelf voor invulling en detaillering. De deelname aan overlegvergaderingen vormt het toezicht op zijn werk. Problemen kunnen nogal complex van aard zijn en inventiviteit vereisen.

Contacten voor overleg, met name op directieniveau en met leidinggevenden van uitvoerende en stafafdelingen kan eventueel afgedwongen moeten worden.

Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (10-15).

Bepaalt de organisatie van het werk aan de hand van vastgestelde data. Organiseert al het overige. Bepaalt de aanpak op grond van aangegeven doel. Organiseert (of neemt deel aan) de periodiek geregelde raadpleging van of overleg met de leiding. Problemen kunnen complex van aard zijn en inventiviteit en ruime ervaring vereisen.

Contacten voor overleg, met name op directieniveau en met leidinggevenden van uitvoerende en stafafdelingen kan eventueel afgedwongen moeten worden.

Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (10-20).

Afbreukrisico

Fouten in tekeningen, onnauwkeurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de algemene voortgang.

Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdekking.

De vrij regelmatige contacten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen.

Geheimhouding kan vereist zijn.

Fouten verstoren de algemene voortgang.

Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot grote schades (van enkele duizenden tot zelfs tienduizenden guldens) leiden. Naast zelfcontrole vindt ook controle op belangrijke elementen plaats. Maar veelal blijkt pas in de uitvoeringsfase wat er mis is en hersteld moet worden vóór op- of aflevering.

De contacten met leveranciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) kunnen van groot belang zijn voor de voortgang en moeten vlot verlopen.

Geheimhouding zal vereist zijn.

Fouten in berekeningen of principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot grote schades (van enkele duizenden tot zelfs tienduizenden guldens) leiden. Naast zelfcontrole vindt ook controle op belangrijke elementen plaats. Maar veelal blijkt pas in de uitvoeringsfase wat er mis is en hersteld moet worden vóór op- of aflevering.

De contacten met leveranciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) kunnen van groot belang zijn voor de voortgang en moeten vlot verlopen.

Geheimhouding zal vereist zijn.

Fouten in berekeningen, systemen of principes hebben altijd belangrijke gevolgen en leiden tot grote schades (tienduizenden guldens). Legt verantwoording af aan de Directie. Veelal blijkt pas bij uitvoering of aflevering wat er mis is en hersteld moet worden.

De contacten met leveranciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) zijn van groot belang voor de realisatie van de planning en calculatie en het eventueel binnenhalen van opdrachten.

Geheimhouding zal vereist zijn.

Fysieke Aspecten

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 7

BETREFT: ONTWERP AUTOMATISERING

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen, al dan niet met behulp van geautomatiseerde systemen. Het werk bevat bureau- en computerwerk hetgeen accuratesse en concentratie vereist. Eventueel is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma plus een specifieke vakgerichte cursus (max. 1 jaar).

De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen van elektronica en/of met behulp van geautomatiseerde systemen, meet- en regeltechniek of instrumentatie. Het werk bevat een aantal facetten dat accuratesse en concentratie vereist. Regelmatig is sprake van werken onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma plus specifieke vakgerichte cursussen (± 2 jaar).

De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen van elektronica en/of met behulp van geautomatiseerde systemen, meet- en regeltechniek, besturingstechniek, instrumentatie. Regelmatig moet de aandacht ook gericht zijn op het overzien van consequenties. Het werk bevat een aantal facetten dat grote accuratesse en concentratie vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma plus bedrijfsoriëntatie of MTS gevolgd door specifieke vakgerichte cursussen (3-4 jaar).

De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen betreffende elektronica en/of de applicatie van andere specifieke technieken (meet- en regeltechniek, besturingstechniek, instrumentatie). Regelmatig moet de aandacht ook gericht zijn op het overzien van consequenties. Het merendeel van het werk vereist grote accuratesse en hoge concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma plus specialistische opleiding(en) en cursussen (2-3 jaar).

Zelfstandigheid

Kan enigszins variëren binnen een vastgesteld schema. Bepaalt gedeeltelijk zelf de uiteindelijke vormgeving door een aantal keuzes te maken op basis van inzicht en (een jaar) praktische ervaring. De ontwerpproblematiek ligt op MBO-niveau en vereist zeer gespecialiseerde kennis van het systeem.

De contacten binnen de afdeling en met betrokken functionarissen van andere afdelingen zijn van belang voor de ontwerpkwaliteit.

Is binnen het kader van het vastgestelde tijdschema, tamelijk vrij in eigen tijdsindeling. De vormgeving wordt grotendeels zelf bepaald. De te gebruiken materialen/middelen zijn aangegeven. Stelt op basis van inzicht en (enkele jaren) ervaring de aanpak vast. De ontwerpproblematiek stijgt regelmatig uit boven MBO-niveau en vereist grondige kennis van de systemen.

De contacten met (leidinggevende) functionarissen van andere betrokken afdelingen zijn van groot belang voor de ontwerpkwaliteit.

Werkt binnen de projectplanning. Globaal ontwerp en een vaste leidraad zijn gegeven. Moet alles goed doordenken. Kan bij eigen producten of revisiewerk met eigen initiatief en inventiviteit te werk gaan. Het niveau van de zelf op te lossen problemen ligt vrij hoog en vereist specialistische kennis op HTS-niveau.

Frequente en intensieve contacten met leiding en medewerkers van betrokken afdelingen zijn van groot belang voor voortgang en kwaliteit van het project.

Deelt de eigen tijd in binnen de projectplanning. De globale afspraken (met de klant) over het ontwerp vormen het gegeven. Heeft daarbinnen een grote mate van vrijheid in uitvoering. Veranderingen vergen overleg. Zaken moeten tot in detail worden doordacht. Aanpak en vormgeving vereisen inzicht, inventiviteit en (jaren) ervaring. Het probleemniveau is hoog in verband met de specialisatie.

De contacten met leiding en medewerkers van andere afdelingen zijn belangrijk in verband met de rol die de afdeling is toegedacht.

Geeft functioneel leiding aan assistent(en).

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling en kunnen stagnatie op andere afdelingen veroorzaken. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot door systeemcontrole en zelfcontrole.

De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op onderhoud en vereisen goede verstandhouding.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de realisatie van de planning op de afdeling. Eventueel kunnen fouten in de ontwerpkwaliteit kosten veroorzaken (bijvoorbeeld door reactie van klanten) die verder reiken dan de te behalen resultaten. Het eindresultaat wordt gecontroleerd.

De eventuele contacten met klanten en leveranciers zijn gericht op een goede informatieuitwisseling.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de realisatie van de planning op de afdeling. Indien de gebreken zich pas na langere tijd manifesteren kan dat leiden tot forse schadeclaims. Zelfcontrole kan de meeste fouten voorkomen. Eventueel worden tussenfasen gecontroleerd of vindt een testfase plaats. Ontdekte fouten zijn goed te herstellen.

De (eventuele) contacten met klanten en leveranciers zijn van groot belang voor het welslagen van het project en de reputatie van het bedrijf.

Eventueel is geheimhouding vereist.

Fouten in beoordeling, adviezen of interpretatie berokkenen grote financiële schade aan het bedrijf, zeker bij fouten die zich op langere termijn (bij samenloop van omstandigheden) manifesteren. Dat kan leiden tot forse schadeclaims en tot ernstige schade aan het imago van het bedrijf. Zelfcontrole en herhaalde controle door anderen kan de meeste fouten voorkomen. Ontdekte fouten zijn goed te herstellen.

De contacten met klanten en leveranciers en keuringsinstanties zijn van groot belang voor het welslagen van het project en de reputatie van het bedrijf. Eventueel is geheimhouding vereist.

Fysieke Aspecten

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden.

Werkt langdurig aan de PC.

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden.

Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 7

BETREFT: ONTWERP AUTOMATISERING

Functiegroepen

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op ontwerpen of ontwikkelen betreffende elektronische besturingstechniek (hard- en software). Grote variatie in omvang, complexiteit en eisen. Werkt veelal aan meerdere projecten tegelijkertijd en dient vrijwel continue vragen te beantwoorden. Er is sprake van voortdurende omschakeling.

Vrijwel continue dient sprake te zijn van hoge concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HTS-diploma, gevolgd door vakgerichte applicatie en cursussen (± 3 jaar).

De functie is gericht op ontwerpen of ontwikkelen betreffende besturingsinstallaties, waarbij met diverse technieken wordt gewerkt. Naast technische is er eventueel ook sprake van commerciële aspecten. Grote variatie in omvang, complexiteit en eisen. Werkt veelal aan meerdere projecten tegelijkertijd en dient vrijwel continue vragen te beantwoorden. Er is sprake van voortdurende omschakeling.

Vrijwel continue dient sprake te zijn van hoge concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HTS-diploma, gevolgd door vakgericht applicatie en cursussen (minimaal 3 jaar).

 

Zelfstandigheid

Stelt eigen planning op binnen het kader van de project- of orderplanning. Houdt zich aan de (globale) afspraken met de klant. Heeft voor het overige een grote mate van vrijheid, waarbij creativiteit en eigen initiatief in ruime mate vereist zijn. Beheert het ontwikkelingssysteem eventueel geheel zelfstandig. Bevordert ingebouwde controlesystemen en standaardisatie. In het algemeen is het probleemniveau in overeenstemming met opleiding en (enkele jaren) ervaring.

De contacten met vooral de leiding van andere afdelingen (ook van ongelijke functiesoort) zijn belangrijk in verband met de rol die aan de afdeling is toegedacht.

Instrueert en controleert de voor een project toegevoegde medewerkers.

Is binnen het kader van de planning van de uit te voeren projecten vrij in eigen tijdsindeling, aandachtgerichtheid. Wijze van aanpak, keuze van technieken en materialen e.d. Creativiteit en eigen initiatief zijn in hoge mate vereist, temeer omdat geen twee projecten identiek zijn. Beheert het ontwikkelingssysteem geheel zelfstandig. De leiding fungeert als klankbord. Het probleemniveau is in overeenstemming met opleiding en (jarenlange) ervaring, maar soms vindt confrontatie plaats met problemen die daar boven uitstijgen.

De contacten met de leiding van vrijwel alle andere afdelingen zijn van groot belang.

Instrueert en controleert de voor een project toegevoegde medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten die de planning verstoren kunnen ernstige gevolgen hebben, ook indirect door verlies van goodwill. Fouten die eventueel op langere termijn leiden tot falen van de producten of systemen kunnen onoverzienbare schades veroorzaken. Fouten in beheer e.d. verstoren de gang van zaken in ernstige mate.

Vooral de contacten met klanten, gericht op overdracht van informatie, specificaties, componenten e.d. zijn van groot belang voor project en imago. In een aantal gevallen is geheimhouding van gegevens een absolute vereiste.

Fouten die de planning verstoren kunnen ernstige gevolgen hebben, ook indirect door verlies van goodwill. Fouten in de detailengineering kunnen voorkomen maar worden vrij snel ontdekt. Systeemfouten kunnen niet altijd tijdig worden ontdekt. Ontoereikende analyse van de faalkans kan leiden tot grote risico’s voor het bedrijf (eventueel vele tonnen).

Vooral de contacten met klanten, gericht op intensief overleg zijn van groot belang voor project en imago. Met instanties en instituten moet een goede contactsfeer opgebouwd worden. In een aantal gevallen is geheimhouding van gegevens een absolute vereiste.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden. Werkt soms intensief aan de PC.

Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden. Werkt soms intensief aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8

BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op assistentie bij kwaliteitscontrole en betreft uiteenlopende materialen/producten, controle- en registratiemethodieken die elkaar soms afwisselen. Het werk omvat uitsluitend routineprocedures.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan vervulde leerplicht, gevolgd door bedrijfsoriëntatie en training in testtechnieken.

De functie is gericht op kwaliteitscontrole en betreft uiteenlopende materialen/producten, controle- en registratie-elementen, er is sprake van enige verscheidenheid in testtechnieken. Eventueel moet de samenhang onderkend worden tussen procedures die op zich routinematig van aard zijn.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma, gevolgd door een cursus uitvoerende kwaliteitscontrole en interne oriëntatie op testtechnieken.

De functie is gericht op kwaliteitscontrole. Het werk bevat uiteenlopende elementen waartussen continue omgeschakeld moet worden. Soms moet enige systematische samenhang worden onderkend. Eventueel kan sprake zijn van tijddwang. Voortdurende accuratesse is vereist, soms in extra mate.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO- of MAVO-niveau, gevolgd door cursussen kwaliteitsanalyse en bedrijfsoriëntatie.

De functie is gericht op controle (en eventuele bewaking) van kwaliteit. Bij analyse van verschijnselen of problemen is het nodig dat onderlinge samenhang wordt onderkend. Eventueel kan sprake zijn van tijddwang. Voortdurende accuratesse is vereist, soms is extra concentratie vereist bij visuele aspecten of bij grensgevallen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een niveau tussen VBO- en MBO, gevolgd door cursussen kwaliteitsanalyse en warenkennis (1-2 jaar).

Zelfstandigheid

Houdt zich aan de nauwkeurig voorgeschreven tijdsindeling en werkvolgorde. Het werk betreft exact voorgeschreven controleprocedures en test- of meettechnieken, normen en toleranties. Er is sprake van vrij intensief toezicht. Er komen problemen voor van eenvoudige aard.

De vrij regelmatige contacten met productiemedewerkers zijn gericht op vlotte afwikkeling van de procedures.

Houdt zich aan de voorgeschreven tijdsindeling en werkvolgorde. Bepaalt zelf tijdstippen. Het werk betreft geschreven normen en toleranties en voorgeschreven controle-procedures en test- of meettechnieken. Er is sprake van niet- intensief toezicht. Er komen problemen voor die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau en enige ervaring (¼-½ jaar).

De contacten met productiemedewerkers zijn gericht op optimale kwaliteit van bewerkingen.

Rond de routineprocedures is er enige vrijheid om het werk zelf in te delen. Controle-principes, procedures en afkeurrichtlijnen zijn gegeven en of precies in uitvoering voorgeschreven. Initiatief en improvisatie kunnen soms nodig zijn. Er is sprake van indirect toezicht. De problemen zijn van praktische aard en in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Vlotte contacten met vrijwel iedereen in de productie zijn vereist voor een soepele samenwerking.

Eventueel moeten één of meer assistenten begeleid worden.

Binnen vaste schema’s is er enige vrijheid om de eigen tijd zelf in te delen. Het merendeel van de metingen en proeven is qua uitvoering voorgeschreven, maar soms is enige eigen interpretatie en creativiteit van belang. Bij problemen is de leiding meestal bereikbaar. De zelf op te lossen problemen zijn van praktische aard, betreffen technische aspecten en zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Vlotte contacten met vrijwel iedereen in de productie zijn vereist voor een soepele samenwerking.

Eventueel moeten één of meer assistenten begeleid worden.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang in de productie of leiden tot doorslippen van fouten binnen het verdere productieproces (of zelfs naar de klant toe). Zelfcontrole en controle door de leiding leiden vrijwel zeker tot tijdige ontdekking.

Fouten of onachtzaamheden leiden tot niet gesignaleerde incidentele of structurele fouten hetgeen behoorlijke schade tot gevolg kan hebben. Verkeerde uitspraken leiden tot overbodige afkeur, productiestagnatie of tot klachten van klanten. Het effect van controle door anderen is niet groot, goede zelfcontrole kan echter leiden tot tijdige ontdekking.

Fouten of onachtzaamheden ontregelen de productievoortgang en leiden indien zij tot de klant doordringen tot irritatie en mogelijk ook tot problemen. Tekortkomingen kunnen door zelfcontrole en gedeeltelijk ook door controle door de leiding en door tegenspel van anderen worden ontdekt.

De eventueel (vervangend verzorgde) contacten met derden vereisen een goede sfeer en vlotte afwerking.

Fouten of onachtzaamheden resulteren tot productiestagnatie; indien zij tot de klant doordringen veroorzaken zij extra werk en leiden tot irritatie en mogelijk ook tot problemen. Tekortkomingen kunnen door zelfcontrole en enig tegenspel van anderen worden ontdekt.

De eventueel (vervangend verzorgde) contacten met derden vereisen een goede sfeer en vlotte afwerking.

Fysieke Aspecten

Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel.

Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel.

Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel.

Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8

BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op kwaliteitscontrole en vertoont ook administratieve aspecten. Er moet voortdurend worden omgeschakeld op andere artikelen of producten en kwaliteitsaspecten. Extra concentratie kan vereist zijn bij visuele aspecten of bij grensgevallen. Soms is er sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een niveau tussen VBO- en MBO, gevolgd door opleiding kwaliteitscontrole en grondige warenkennis (2-3 jaar).

De functie is gericht op kwaliteitscontrole en vertoont ook administratieve aspecten. Er is sprake van een zeer hoge omschakelfrequentie in verband met de grote gevarieerdheid van taakonderdelen en de grote aantallen artikelen. Extra concentratie kan vereist zijn bij visuele aspecten of bij grensgevallen. Regelmatig is er sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door cursussen kwaliteitscontrole en grondige specifieke warenkennis (2-3 jaar).

De functie is gericht op kwaliteitscontrole van stromen input en output, alsmede van productiefasen en -condities. Dient constant de procedures inzake kwaliteitsbeheer in het oog te houden. Wordt daarbij geconfronteerd met veel interrupties. Extra concentratie kan vereist zijn bij werken onder spanning en bij het werken onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door cursussen met betrekking tot kwaliteit, management en techniek(en) (± 3 jaar).

Zelfstandigheid

Reageert binnen de vrij strakke tijdschema’s (onmiddellijk) op zich aandienende situaties en productstromen. De procedures staan in beginsel vast. In een aantal gevallen moeten consequenties overzien worden, verbanden gelegd worden en afweging van belangen plaatsvinden. Daarbij kan initiatief en feeling vereist zijn. Raadplegen van de leiding is mogelijk en regelmatig gewenst. De problemen zijn van praktischtechnische aard, de oplossing komt overeen met het opleidingsniveau.

De contacten met de uitvoerende afdelingen zijn gericht op doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit en moeten vlot en vooral snel verlopen.

Begeleidt eventueel één of meer assistenten.

Reageert binnen de vrij strakke tijdschema’s (onmiddellijk) op zich aandienende situaties en productstromen. De procedures staan in beginsel vast. In een aantal gevallen moet een afweging van belangen plaatsvinden. Daarbij kan initiatief en feeling vereist zijn. Raadplegen van de leiding is dan eventueel mogelijk en soms intensief vereist. De problemen zijn van praktisch-technische aard, de oplossing komt overeen met het opleidingsniveau.

De contacten met de uitvoerende afdelingen en stafafdelingen zijn vereist voor de doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit en moeten vlot en vooral snel verlopen.

Geeft eventueel leiding aan enkele medewerkers.

Reageert op de gang van zaken en stelt daarbij zelf prioriteiten vast. Neemt in een groot aantal situaties beslissingen die feeling en inzicht in de consequenties vereisen. Overleg met de leiding is mogelijk, vooral als zich complexe situaties voordoen. Voor het overige zijn de problemen van praktisch-technische aard, de oplossing komt vrijwel altijd overeen met het opleidingsniveau.

De contacten met de leiding van uitvoerende afdelingen en stafafdelingen zijn van groot belang voor doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit.

Geeft leiding aan de medewerkers van de kwaliteitscontrole (1-4 medewerkers).

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden bij controles kunnen op schadelijke tot zeer schadelijke wijze doorwerken tot bij de klant en aanleiding zijn tot klachten of problemen. Vertraging in de verwerking kan rechtstreeks de productie en aflevering negatief beïnvloeden. Alleen door zelfcontrole kunnen fouten tijdig worden ontdekt en hersteld, in moeilijke gevallen is raadplegen van de leiding mogelijk.

De vrij regelmatige contacten met derden (leveranciers, instanties e.d.) vereisen goede verstandhouding.

Fouten of onachtzaamheden bij instructies en controles kunnen op zeer schadelijke wijze doorwerken tot bij de klant en aanleiding zijn tot klachten of problemen. Vertraging in de verwerking beïnvloedt rechtstreeks de productie en aflevering. Directe controle door anderen is niet mogelijk maar voor belangrijke of moeilijke gevallen is raadplegen van de leiding mogelijk.

De vrij regelmatige contacten met derden (leveranciers, instanties, afnemers) vereisen snelle en correcte afhandeling op straffe van aantasting van het imago.

Fouten of onachtzaamheden kunnen ernstige schade veroorzaken, omdat de consequenties meestal doorwerken tot bij de klant en aanleiding kunnen zijn tot grote problemen in de relatie. Een grote mate van zelfcontrole is vereist. Er wordt tegenspel ondervonden van andere afdelingen.

De regelmatige contacten met leveranciers en klanten vereisen tact en gevoel voor verhoudingen, in verband met de belangen die op het spel staan.

Eventueel is discretie vereist inzake gegevens van klanten.

Fysieke Aspecten

Werkt onder (eventueel minder gunstige) omstandigheden in magazijn of productie. Veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enige kans op letsel.

Werkt op kantoor, in magazijn of productie. Veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enige kans op letsel.

Werkt op kantoor en ook in magazijn of productie.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8

BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op uitvoering van het kwaliteitsbeleid met werkterreinen op bedrijfskundig, technisch en statistisch gebied. Constant dient de aandacht uit te gaan naar een groot aantal onderwerpen. Wordt daarbij geconfronteerd met veel interrupties. Eventueel kan extra concentratie vereist zijn bij werken onder spanning en bij het werken onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-niveau, gevolgd door goede bedrijfsoriëntatie. Bijblijven op het vakgebied is vereist.

De functie is gericht op inhoud en uitvoering van het kwaliteitsbeleid en bestrijkt werkterreinen op bedrijfskundig, technisch en statistisch gebied. De aandacht dient constant uit te gaan naar een groot aantal onderwerpen. Wordt daarbij voortdurend gestoord. Een aantal onderwerpen dient met grote accuratesse te worden uitgevoerd en er kan extra concentratie vereist zijn, met name bij het werken onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-niveau. Een grondige kennis van de in het bedrijf toegepaste technieken is nodig. Bijblijven op het vakgebied is vereist.

 

Zelfstandigheid

Bepaalt zelf prioriteiten in het licht van een optimale kwaliteitszorg. Realiseert zelfstandig het bereiken van de gestelde kwaliteitsdoelen. Zorgt ervoor dat de toevertrouwde projecten tot een goed einde worden gebracht. Werkt volgens gangbare procedures. Legt conflicten met productie en andere afdelingen ter beslissing voor aan de directie. Voor het overige is het probleemniveau in overeenstemming met het opleidingsniveau.

De contacten met de directie en afdelingshoofden zijn van groot belang voor de realisatie van het geformuleerde kwaliteitsbeleid.

Geeft leiding aan de medewerkers van de kwaliteitscontrole (2-5 medewerkers).

Bepaalt prioriteiten en tijdsindeling in het licht van een optimale kwaliteitszorg. Realiseert het bereiken van de gestelde kwaliteitsdoelen door inschakeling van de juiste mensen en middelen. Zorgt ervoor dat de toevertrouwde projecten tot een goed eind worden gebracht. Rapporteert en onderbouwt conclusies en adviezen. Legt conflicten met productie en andere afdelingen ter beslissing voor aan de directie. Kan op relationeel terrein op soms lastige problemen stuiten. Voor het overige is het probleemniveau in overeenstemming met het opleidingsniveau.

De contacten met de directie en afdelingshoofden zijn van groot belang voor inhoud en realisatie van het kwaliteitsbeleid.

Geeft leiding aan de kwaliteitscontrole (2-5 medewerkers).

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen ernstige schade veroorzaken door aantasting van het kwaliteitsimago van het bedrijf. Ernstige fouten in de uitvoering van projecten zullen snel ontdekt en hersteld worden, maar principiële fouten in de klantenbenadering niet.

Vooral de contacten met klanten zijn van groot belang en in belangrijke mate bepalend voor het imago van het bedrijf. Tact en gevoel voor verhoudingen zijn van groot belang.

Eventueel is discretie vereist inzake gegevens van klanten.

Fouten of onachtzaamheden kunnen bijna fatale schade veroorzaken door aantasting van het kwaliteitsimago van het bedrijf. Grove fouten zullen snel ontdekt en hersteld worden, andere slechts door zelfcontrole.

Vooral de contacten met klanten zijn van groot belang voor een juist beeld van en de juiste wijze van realisatie van de vereiste kwaliteit die in zeer belangrijke mate bepalend is voor het imago van het bedrijf. Tact en gevoel voor verhoudingen zijn van groot belang.

Veelal is discretie vereist inzake gegevens van klanten.

 

Fysieke Aspecten

Werkt op kantoor en ook in magazijn of productie.

Werkt op kantoor en zo nodig ook in magazijn of productie.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 9

BETREFT: PERSONEELSZAKEN

Functiegroepen

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op (assistentie bij) de uitvoering van het sociaal beleid, met een aantal deeltaken en (veel) administratieve en secretariële aspecten. De gedragslijn kan in principe hetzelfde blijven. Er moet voortdurend worden omgeschakeld, mede als gevolg van de vele interrupties en deeltaken.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een aantal functiegerichte cursussen (1-2 jaar) en het paraat houden van kennis van voorschriften e.d.

De functie is gericht op de uitvoering van het sociaal beleid, met enkele administratieve aspecten en veel deeltaken. Deze hebben een (soms onverwachte) samenhang, waardoor tegelijkertijd rekening moet worden gehouden met een complex van factoren. Hoge omschakelfrequentie door de hoeveelheid deeltaken, die gefaseerd afgewerkt moeten worden en de vele interrupties.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaal-pedagogische opleiding op MBO-niveau, gevolgd door een aantal functiegerichte cursussen (± 1 jaar), het regelmatig volgen van cursussen en het bijhouden van literatuur.

De functie is gericht op de uitvoering van het sociaal beleid, met een aantal administratieve aspecten en veel deeltaken. Er moet telkens met een complex van factoren rekening worden gehouden, ook in hun onderlinge samenhang. Er is sprake van een hoge tot zeer hoge omschakelfrequentie door het grote aantal interrupties (voor consult e.d.). Het grote aantal deeltaken moet gefaseerd en soms met grote accuratesse worden afgehandeld, ook bij de (regelmatig) aanwezige tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaal-pedagogische opleiding op MBO-niveau, gevolgd door (2-3 jaar) volgen van functiegerichte cursussen en het bijhouden van ontwikkelingen door cursussen en vakliteratuur.

Zelfstandigheid

Deelt de eigen tijd in binnen tijdschema’s, markante tijdstippen en zich aandienende zaken. Ontvangt deels instructies, deels algemene richtlijnen die een zekere mate van vrijheid van invulling en vormgeving toelaten. Het toezicht is gering en/of indirect van aard. Er komen veel praktische problemen voor. Moet ongewone of moeilijke problemen die uitstijgen boven het opleidingsniveau voorleggen aan de leiding.

De contacten worden onderhouden met vrijwel iedereen in het bedrijf en betreffen veelal tijdige en adequate doorstroming van informatie. Soms is de functie van de afdeling in het geding.

Deelt de eigen tijd in binnen markante tijdstippen en zich aandienende kwesties (van directie en personeel). Binnen de algemene richtlijnen van het geformuleerde sociaal beleid is eigen invulling, mede op basis van invoelen en eigen initiatief vereist. Er is sprake van indirect toezicht (via overleg). Veel praktische problemen betreffen de toepassing van voorschriften en bepalingen, echter ook zuiver sociaal getinte problemen. Deze kunnen uitstijgen boven het opleidingsniveau en ervaring vereisen.

De effectiviteit van de contacten met de leidinggevende niveaus, het CAO-personeel en de andere afdelingen is van groot belang voor de arbeidsrust en de productiviteit.

Eventueel wordt toezicht gehouden op een assistent.

Deelt de eigen tijd geheel zelf in binnen markante tijdstippen en zich aandienende kwesties (van directie en personeel). Het geformuleerde sociaal beleid is in richtlijnen neergelegd. Dat dient te leiden tot eigen invulling, mede op basis van inzicht en invoelen, waarbij veel initiatief en overleg nodig zijn. Naast praktische problemen komen ook zuiver sociaal getinte problemen voor, die naast de opleiding veel ervaring vereisen.

De effectiviteit van de contacten met de leidinggevende niveaus, het CAO-personeel en de andere afdelingen is van groot belang voor arbeidsrust, productiviteit en wervingskracht.

Eventueel wordt toezicht gehouden op één of meer assistenten en/of functionarissen van de algemene dienst.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden hebben een negatieve invloed op de betrekkingen, betreffen min of meer vitale gegevens voor beslissingen van de leiding of hebben een negatief effect op stemming en sfeer in het bedrijf.

Bij de contacten met derden dient de doorstroming van informatie hoe dan ook ongestoord te verlopen en mag de relatie niet verstoord worden. Het imago van de afdeling en het bedrijf kan daarbij in het geding zijn.

Discretie vereist inzake persoonlijk getinte gegevens en problemen.

Fouten of onachtzaamheden in de interne en externe invulling van het sociaal beleid schaden het aanzien van het bedrijf, waardoor ontevreden stemming, demotivatie of arbeidsonrust kan ontstaan of werving moeilijker kan worden.

De vrij intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behartiging van pr-belangen.

Discretie vereist inzake persoonlijk getinte gegevens en problemen.

Fouten of onachtzaamheden in de interne en externe invulling van het sociaal beleid schaden het aanzien van het bedrijf, waardoor ontevreden stemming, demotivatie of arbeidsonrust kan ontstaan of werving moeilijker kan worden.

De vrij intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behartiging van pr-belangen.

Grote discretie vereist, met name ten aanzien van zaken in de privacysfeer en ook inzake beleid(svoornemens).

Fysieke Aspecten

Kantooromstandigheden. Komt ook in de werkplaats. Werkt veel aan de PC.

Kantooromstandigheden. Komt ook in de werkplaats. Werkt veel aan de PC.

Werkt op kantoor. Werkt ook aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 9

BETREFT: PERSONEELSZAKEN

Functiegroepen

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

 

Complexiteit

De functie is gericht op het sociaal beleid, met een groot aantal uiteenlopende taken, een aantal administratieve aspecten (en eventueel op het hanteren van economische overwegingen). De onderwerpen hangen nauw samen met de aard van het bedrijf en met menselijke of functionele situaties. Moet telkens de samenhang overzien en consequenties inschatten. Er is sprake van een wisselende omschakelfrequentie. Soms treedt plotseling grote tijddwang op voor bepaalde onderdelen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaal-pedagogische opleiding op MBO-niveau, gevolgd door een groot aantal functiegerichte cursussen 3-4 jaar, of een opleiding op HBO-niveau en enkele maanden grondige bedrijfsoriëntatie. Bijhouden van ontwikkelingen door cursussen en vakliteratuur is vereist.

De functie is gericht op het sociaal beleid, met administratieve aspecten en het hanteren van economische overwegingen. Grote diversiteit aan te behandelen aspecten, mede in verband staande met de aard van het bedrijf en met menselijke of functionele situaties. Moet bij beslissingen of adviezen het gehele veld van consequenties overzien. Er is sprake van een wisselende omschakelfrequentie. Een deel van het werk wordt soms onder extreme tijddruk verricht.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaal-pedagogische opleiding op HBO-niveau, gevolgd door aanvullende opleidingen inzake praktische aspecten of actuele ontwikkelingen van het personeelsbeleid. Grondig bijhouden van maatschappelijke en vaktechnische ontwikkelingen door cursussen en vakliteratuur is vereist.

 

Zelfstandigheid

Deelt de eigen tijd geheel zelf in. Ook de vrijheid van handelen inzake vormgeving en aanpak is vrij hoog in verband met de beperktheid van instructies. Is gebonden aan wettelijke voorschriften, CAO, bedrijfseigen procedures en financiële kaders. Bij moeilijke problemen wordt de leiding/ directie geraadpleegd. De zelf op te lossen problemen vereisen naast de opleiding een grote ervaring.

De effectiviteit van de contacten met alle geledingen en organen in het bedrijf is van groot belang voor de effectuering van het personeelsbeleid en de bewaking en coördinatie van een adequate bezetting en de arbeidsrust.

Eventueel wordt toezicht gehouden op één of meer assistenten en/of functionarissen van de algemene dienst.

Deelt de eigen tijd geheel zelf in. Ontvangt globale directieven van de ondernemingsleiding. Is gebonden aan wettelijke voorschriften, CAO, bedrijfseigen procedures en budgetten. Adviezen vereisen eigen verkenningen en initiatief. Wordt geconfronteerd met problemen van een aanmerkelijk niveau die veel overleg en afstemming vereisen en een zeer grote ervaring vergen.

De effectiviteit van de contacten met alle geledingen en medebeslissingsorganen in het bedrijf en met de individuele personeelsleden is van groot belang voor de effectuering van het personeelsbeleid en de bewaking en coördinatie van een adequate bezetting en de arbeidsrust.

Eventueel wordt leiding gegeven aan een of meer assistenten en/of functionarissen van de algemene dienst.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in voorbereiding en uitvoering van het sociaal beleid verstoren de arbeidsverhoudingen, beïnvloeden het aanzien van afdeling en bedrijf, hebben eventueel consequenties voor de arbeidsvoorwaarden of kunnen leiden tot foutieve keuzen of beslissingen in het beleid. Er is daarbij sprake van veel intern en extern tegenspel.

De intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behartiging van pr-belangen.

Grote discretie vereist, met name ten aanzien van zaken in de privacysfeer en ook inzake beleid(svoornemens).

Fouten of onachtzaamheden in voorbereiding en uitvoering van het sociaal beleid kunnen ernstige gevolgen hebben voor de arbeidsverhoudingen, het aanzien van afdeling en bedrijf, eventueel voor de arbeidsvoorwaarden of kunnen leiden tot foutieve beleidskeuzes. Er is sprake van tegenspel van directie en sectorhoofden en van externe controle.

De regelmatige en intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behartiging van pr-belangen.

Grote discretie vereist, met name ten aanzien van zaken in de privacysfeer en ook inzake beleid(svoornemens).

 

Fysieke Aspecten

Kantooromstandigheden. Werkt veel aan de PC.

Kantooromstandigheden. Werkt ook veel aan de PC.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10

BETREFT: ALGEMENE / FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op één of een beperkt aantal deeltaken van eenvoudige aard. Enige aanpassing aan zich voordoende situaties kan vereist zijn.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele uren of een dag.

De functie is gericht op verschillende deeltaken binnen de algemene dienst. Taken van vrij eenvoudige aard in een redelijk afwisselend werkpatroon, veelal binnen een vast patroon per dag (of per week).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele dagen.

De functie is gericht op de algemene dienst en belast met een pakket van verschillende deeltaken van vrij eenvoudige aard. Enkele elementen kunnen belangrijk zijn. Het kan voorkomen dat bepaalde taken nauwgezet of met waakzaamheid moeten worden vervuld en/of binnen een beperkte tijd afgehandeld moeten worden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO/MAVO, gevolgd door diverse gerichte cursussen.

De functie is gericht op de algemene dienst en bestaat uit een veelheid van regelende, toezichthoudende en/of registratieve elementen in een steeds terugkerend maar wisselend (en eventueel weinig samenhangend) patroon. Telkens vragen veel zaken de aandacht, enkele vergen veel accuratesse (of extra waakzaamheid).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO/MAVO, gevolgd door enkele gerichte cursussen (1-2 jaar) en een grondige oriëntatie op de gang van zaken.

Zelfstandigheid

Houdt zich bij de tijdsindeling aan een vast patroon, reagerend op zich voordoende situaties of strikte instructies. Volgt vaste procedures en voorgeschreven handelwijze. Enig initiatief of aanvoelen van sfeer e.d. kan nuttig zijn. Gering direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard.

Oppervlakkig contact met alle medewerkers van het bedrijf.

Houdt zich bij de tijdsindeling aan een vast patroon en zich aandienende zaken. Het handelingenpatroon is door de aard van het werk bepaald. Moet af en toe beslissen over noodzakelijke of handige afwijkingen van de standaardwerkwijze. Er is nauwelijks toezicht, achteraf vindt controle plaats op de uitvoering. Komt eenvoudige problemen tegen van praktische aard.

Het contact met andere medewerkers moet in een prettige sfeer verlopen.

Voor de tijdsindeling en de vormgeving en aanpak gelden globale instructies die enige vrijheid van handelen toelaten en ruimte bieden voor de eerste beslissingen. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. Het betreft praktische problemen, raadplegen van de chef is mogelijk. Een aantal weken meelopen volstaat om de functie te leren beheersen.

De contacten met andere medewerkers zijn nodig voor een soepele afwerking en moeten in een prettige sfeer (eventueel met enige tact) verlopen.

Moet zelf de eigen tijdsindeling bepalen rond zich aandienende zaken. De handelwijze is soms voorgeschreven, soms begrensd, maar laat soms ruimte voor initiatief of eerste beslissingen. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. Gedeeltelijk betreft het routinematige zaken, gedeeltelijk problemen waarvoor ervaring nodig is, mede voor het inzicht in het effect van de acties.

De contacten met andere medewerkers zijn nodig voor een soepele en effectieve taakvervulling van de algemene dienst. Eventueel is daarbij tact en enig overwicht nodig.

Eventueel is sprake van (functioneel) gezag over enkele medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten zijn van geringe betekenis, maar beïnvloeden eventueel de sfeer op de afdeling of het aanzien van het bedrijf voor bezoekers.

Fouten kunnen wrevel bij andere medewerkers veroorzaken. Verkeerd gebruik van productiemiddelen kan schade veroorzaken. In extreme gevallen kan er sprake zijn van ernstige (productie)stagnatie.

Het eventueel aanwezige contact met derden is oppervlakkig van aard, maar moet in een prettige sfeer verlopen.

Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden, in extreme gevallen tot ernstige schade. Veelal is alleen sprake van zelfcontrole.

Niet-frequente contacten met derden zijn noodzakelijk maar niet intensief van aard en betreffen meestal standaardzaken.

Fouten of onachtzaamheden of niet-alerte reacties kunnen tot grote schade leiden, in extreme gevallen tot (het niet voorkomen van) zeer ernstige schade. De effectiviteit van verzorging, bewaking, veiligheid e.d. kan in het geding zijn. Veelal is slechts sprake van steekproefsgewijze controle (of achteraf).

Contacten met derden (in voorkomende gevallen ook met instanties) zijn van belang voor een correcte afhandeling (of inschakeling).

Fysieke Aspecten

Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en eventueel tillen.

Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en eventueel tillen.

Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en eventueel tillen.

Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en eventueel tillen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10

BETREFT: ALGEMENE / FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op uiteenlopende taken binnen het algemeen onderhoud (voorzieningen regelen, bewaken, apparatuur plaatsen/inschakelen, kleine reparaties verrichten, uitgifte verzorgen e.d.). Er is sprake van veel aandachtspunten en een zeer wisselend patroon van werken. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist bij diverse zaken. Er kan sprake zijn van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, gevolgd door enkele cursussen (± 2 jaar).

De functie is gericht op algemeen onderhoud van het gebouw en omvat storingsopheffing, reparaties, onderhoud en aanpassingen. Past diverse technieken toe (werktuigkundig, elektrotechnisch) en voert uiteenlopende bewerkingen uit. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist, ook wanneer er sprake is van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-opleiding, aangevuld met cursussen (bijvoorbeeld een aantal VEV-opleidingen).

De functie is gericht op coördinatie en sturing van de interne dienstverlening, met aspecten van registratie/administratie, commercie en enige technische aspecten. Ook advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist, ook wanneer er incidenteel sprake is van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met enkele specifieke cursussen en trainingen.

Zelfstandigheid

Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan bepaalde frequenties/tijdstippen. Is gebonden aan interne procedures. Soms is de handelwijze voorgeschreven, soms moet die zelf bepaald worden. Inzake de concrete handelwijze bestaat een zekere mate van vrijheid. Bij problemen is de chef snel bereikbaar. De probleemoplossing vereist ervaring, ook voor het benodigde inzicht in het effect van de acties.

De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een vlotte en correcte uitvoering van het werk.

Deelt de tijd zelfstandig in binnen wat zich aandient. Stelt op eigen oordeel prioriteiten. Is gebonden aan een aantal interne (veiligheids)procedures. Voert het werk grotendeels naar eigen inzicht en vindingrijk uit. Stemt bij complexe problemen en bij werk door derden af met de chef. De voorkomende praktisch-technische problemen vereisen brede praktische ervaring.

De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een vlotte en correcte uitvoering van het werk.

Er kan sprake zijn van (functioneel) gezag over enkele medewerkers.

Is veelal vrij om de eigen tijd in te delen, houdt rekening met ad hoc zaken. Is voor de aanpak gebonden aan interne richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen. Moet initiërend optreden. Er is sprake van indirect toezicht (overleg). De voorkomende problemen vereisen inzicht en jarenlange ervaring.

De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden en een vlotte dienstverlening.

Geeft leiding aan een aantal (1-3) – verspreid werkende – medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen stagnatie op andere afdelingen veroorzaken of zelfs tot grote schade leiden. Ook kan de effectiviteit van verzorging, bewaking, beveiliging of veiligheid in het geding zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot door zelfcontrole, soms kan er van tijdige ontdekking geen sprake zijn.

De contacten met derden (-medewerkers) en met instanties zijn gericht op een correcte afhandeling of inschakeling en vereisen een goede verstandhouding.

Fouten in het werk of nalatigheden in de verantwoordelijkheden leveren materiële schade, vertragingen, herstelwerk en schade aan installaties op, naast irritatie. Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten openbaren zich direct.

Contacten met leveranciers (bestellingen) en afstemming met externe bedrijven (diensten) zijn gericht op een goede voortgang.

Fouten of onachtzaamheden in beheer en uitvoering kunnen leiden tot stagnatie/productieverlies, interne/externe irritaties en schade aan de representativiteit van de organisatie. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en het meekijken door anderen.

De regelmatige contacten met externe dienstverleners en met leveranciers inzake inkoop en uitvoering dienen zakelijk afgehandeld te worden.

Discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist.

Fysieke Aspecten

Werkt onder wisselende omstandigheden, binnen en eventueel ook buiten. Kan daarbij enige hinderlijke omstandigheden ondervinden (stof, stank, lawaai). Kan moeten tillen. Moet veel lopen en staan. Werkt soms in ongemakkelijke houding en eventueel op ladders. Persoonlijk risico hangt samen met werken met gereedschap, aan op spanning staande apparaten (en eventueel bij geldtransport).

Werkt onder wisselende omstandigheden, binnen maar ook buiten. Kan daarbij hinderlijke omstandigheden ondervinden (stof, stank, lawaai, enge ruimten). Veel lopen en staan. Werkt deels in gewrongen of gebukte houding, rekt, knielt, werkt boven het hoofd en op ladders. Persoonlijk risico hangt samen met werken op hoogte, met gereedschap, aan op spanning staande machines (en eventueel bij geldtransport).

Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10

BETREFT: ALGEMENE / FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de leiding, organisatie en administratie van de interne dienstverlening, met een aantal technische maar ook commerciële elementen. De functie vertoont regelende, bewakende en optimaliserende aspecten, inclusief advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, er zijn veel onderbrekingen en ad hoc zaken. Accuratesse is met name bij de administratieve afhandeling vereist. Incidenteel kan flinke tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een aantal specifieke cursussen op aspecten van het facilitair management.

De functie is gericht op leiding en organisatie van de facilitaire dienst met een grote hoeveelheid onderwerpen; de kern ligt op het regelende, bewakende en optimaliserende vlak en vertoont technische (onderhoud, verbouw), administratieve (budget) en enkele commerciële elementen. Schakelt frequent om, veel onderbrekingen en ad hoc zaken. Accuratesse is met name bij de administratieve afhandeling vereist. Incidenteel kan forse tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een cursus Facilitair Management. Moet bijblijven inzake ontwikkelingen (veiligheid, milieu).

De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functioneren van de Facilitaire Dienst. Vertaalt op flexibele wijze wensen en beleid van directie en staf in concrete maatregelen, voorzieningen of investeringsvoorstellen. Alle onderwerpen en aspecten van het beheer van de facilitaire voorzieningen komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Hoge accuratesse is vereist bij diverse onderwerpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau Facilitair Management. Moet grondig op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.

Zelfstandigheid

Is vrij om de eigen tijd in te delen rond de ad hoc zaken. Is voor de aanpak gebonden aan interne richtlijnen en procedures. Moet in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen en initiërend optreden. Is daarbij gebonden aan wettelijke regelingen, interne richtlijnen en procedures. Verzorgt beheerstaken nagenoeg zelfstandig. Er is sprake van indirect toezicht (overleg). De probleemoplossing vereist inzicht in de organisatie door enige jaren ervaring.

De contacten met medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden en een vlotte dienstverlening.

Geeft leiding aan een aantal (3-5) – verspreid werkende – medewerkers.De voorkomende problemen vereisen inzicht en jarenlange ervaring.

Deelt de tijd zelfstandig in binnen wat zich ad hoc aandient. Stelt op eigen oordeel prioriteiten, rekening houdend met strakke tijdslimieten (projecten). Is gebonden aan wettelijke regelingen, interne richtlijnen en procedures. Verzorgt beheerstaken zelfstandig. Stelt praktische uitvoering vast. Lost problemen inventief op. Optimaliseert, initieert verbeteringen. Toezicht in de vorm van informeel overleg met de chef. De probleemoplossing vereist inzicht in de organisatie door enige jaren ervaring.

De contacten met medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden en een vlotte dienstverlening en advisering.

Geeft leiding aan een aantal (3-6) – verspreid werkende – medewerkers.

Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelfstandig uitwerken en operationeel maken en houden van facilitaire systemen, voorzieningen en projecten. Adviseert en overlegt inzake ontwikkelingslijnen. Evalueert continue de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Adviseert bij aanschaf van systemen. Toezicht in de vorm van informeel overleg met de chef. Het probleemniveau kan complex zijn en uitstijgen boven het opleidingsniveau en inzicht en grondige ervaring vereisen.

De frequente en intensieve contacten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op optimalisering van de dienstverlening.

Geeft leiding aan 3-8 medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in beheer, onderhoud, verzorging, coördinatie, beveiliging en uitvoering leiden tot stagnatie in processen en mogelijk tot aantasting van de kwaliteit van de facilitaire organisatie. Er kan intern en extern flinke irritatie ontstaan. Eventueel kunnen fouten verregaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak).

De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en het meekijken door anderen.

De regelmatige contacten met externe dienstverleners en met leveranciers inzake inkoop en uitvoering dienen zakelijk afgehandeld te worden.

Discretie inzake gegevens over bedrijf en systemen is vereist.

Fouten en/of onzorgvuldigheden in beheer, onderhoud, verzorging, coördinatie, beveiliging en uitvoering leiden tot aantasting van de kwaliteit van de facilitaire organisatie en tot forse irritatie intern en extern. Eventueel kunnen fouten verregaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak).

Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten openbaren zich direct of worden door anderen gesignaleerd.

Contacten met externe dienstverleners/leveranciers inzake inkoop, afspraken en uitvoering, moeten zakelijk verlopen en zijn van groot belang voor de facilitaire organisatie.

Discretie is vereist inzake beveiliging en overige proces- of systeeminformatie.

Fouten in beheer, bewaking van de optimale dienstverlening, beveiliging, uitvoering en advisering leiden tot forse aantasting van de kwaliteit van de facilitaire organisatie en tot forse aantasting van het imago, intern en extern. Ook kunnen fouten verregaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak).

Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten openbaren zich direct of worden door anderen gesignaleerd.

Contacten met externe dienstverleners/leveranciers inzake inkoop, afspraken en uitvoering, moeten zakelijk verlopen en zijn van groot belang voor de facilitaire organisatie.

Discretie is vereist inzake alle beheers-, beveiligings- en privacy-aspecten.

Fysieke Aspecten

Kantooromstandigheden. Afwisselend zitten, lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11

BETREFT: MAGAZIJN / LOGISTIEK

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op eenvoudige magazijnwerkzaamheden die zich volgens een vast patroon herhalen. Enige aanpassing aan zich voordoende situaties kan vereist zijn

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele uren, reeds na enkele dagen is men ingewerkt.

De functie omvat enkele (verschillende) magazijnwerkzaamheden en ook enkele neventaken die alle overheersend routinematig van aard zijn. Voor bepaalde aspecten of onderdelen van het werk kan concentratie en/of grote oplettendheid nodig zijn.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan enkele jaren voortgezet onderwijs, een bedrijfsopleiding van enkele dagen en eventueel een Rijbewijs Heftruck.

De functie omvat alle voorkomende magazijnwerkzaamheden, met inbegrip van ontvangst en afgifte van goederen en materialen. Routine speelt daarbij een belangrijke rol. Het werk is soms sterk afwisselend, maar soms ook urenlange karweien. Bepaalde onderdelen van het werk vereisen concentratie en/of grote oplettendheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO, een Rijbewijs Heftruck en een bedrijfsopleiding van enkele weken.

De functie is gericht op het totale gebeuren in het magazijn, waarbij een aantal aspecten een rol speelt. Het werk is gedeeltelijk van gevarieerde aard. Routine speelt nog een bescheiden rol. De zich aandienende zaken veroorzaken regelmatig tot voortdurend omschakelen. Met name de registraties vereisen accuratesse. Regelmatig is sprake van enige tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO, een Rijbewijs Heftruck en eventueel een op de functie gerichte cursus (van enkele maanden).

Zelftandigheid

De aanwijzingen en instructies laten nauwelijks ruimte voor eigen interpretatie. Het werk bevat nauwelijks probleemsituaties en de controle op het werk is praktisch volledig of zit ingebouwd in de gang van zaken.

Contact met de naaste collega’s is gericht op informatie over het werk.

Ontvangt deels algemene instructies, deels directe opdrachten. Is gebonden aan duidelijke voorschriften en aan de vermelde gegevens. De aanpak wordt feitelijk bepaald door het aanwezige materieel en/of door omstandigheden. Alert reageren kan vereist zijn. Het patroon van samenwerken is een vorm van vrij direct toezicht.

Naast contact met collega’s is contact met de andere medewerkers bevorderlijk voor een vlotte goederenbeweging.

Voor de tijdsindeling en de aanpak gelden globale instructies die enige vrijheid van handelen toelaten om zelf optimale combinaties of indelingen te maken. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. Het betreft praktische problemen van vrij eenvoudige aard die soms raadplegen van de chef noodzakelijk maken. Een aantal weken samenwerken volstaat om de functie te leren beheersen. Het omgaan met apparatuur of materieel vereist iets langere ervaring.

De contacten met leiding en collega’s en met medewerkers van andere afdelingen zijn nodig voor een soepele afwerking van de goederenbeweging.

Voor het werk gelden tijdschema’s en markante vaste tijdstippen. Regelt daarbinnen het werk. Er gelden vaste procedures (formulieren e.d.) die de aanpak van het werk grotendeels bepalen. Heeft vrijheid van handelen inzake werkorganisatie en -indeling. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. De problemen zijn van eenvoudige aard en in overeenstemming met het opleidingsniveau en enige maanden ervaring.

De contacten met de technische leiding, eventueel ook met niet-technische afdelingen zijn van belang voor de vervulling van de functies in de goederenbeweging.

Afbreukrisico

Eventuele fouten zijn van geringe betekenis, maar beïnvloeden het werk van anderen nadelig.

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang op andere afdelingen of in verzending e.d. Eventueel kan schade berokkend worden aan materieel of aan de gezondheid van anderen.

Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden.

Fouten als gevolg van onachtzaamheid of onvoorzichtigheid kunnen problemen in het magazijn veroorzaken. Ook kan de productie of verzending zodanig verstoord worden dat de gevolgen tot buiten het bedrijf kunnen doordringen. Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden.

Fouten als gevolg van onachtzaamheid of onvoorzichtigheid kunnen flinke problemen in het magazijn veroorzaken of tot schade leiden. Ook kan de productie of verzending zodanig negatief beïnvloed worden dat de gevolgen tot de relaties kunnen doordringen.

Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden.

Fysieke Aspecten

Werkt onder wisselende omstandigheden in magazijn of werkplaats, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai, temperatuur (-wisselingen). Het werk is regelmatig inspannend van aard als gevolg van tillen, traplopen, reiken e.d.

Werkt onder wisselende omstandigheden in magazijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, handmatig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig.

Werkt onder wisselende omstandigheden in magazijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, handmatig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig.

Werkt onder wisselende omstandigheden in magazijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, handmatig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11

BETREFT: MAGAZIJN / LOGISTIEK

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het beheren van een magazijn, het verzorgen van ontvangst, intern transport en uitgifte van goederen en het verzenden van uitgaande goederen. Eventueel is ook directe verkoop toegevoegd. Werkzaamheden, telefoon e.d. dienen zich aan en veroorzaken voortdurend omschakelen. Enige tijddwang treedt op. Registraties e.d. vereisen accuratesse.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een functiegerichte cursus en enige praktische conversatiekennis van enkele vreemde talen.

De functie is gericht op de coördinatie van de (geautomatiseerde) magazijnwerkzaamheden en de optimalisatie van registratie, uitgifte en inkoop van alle materialen, grondstoffen, onderdelen, toeleveringen e.d. De uiteenlopende werkzaamheden, commerciële elementen en de veelvuldige verstoringen veroorzaken voortdurend omschakelen. Er treedt tijddwang op. Registraties e.d. vereisen accuratesse.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door functiegerichte cursussen (1 jaar), enige praktische conversatiekennis van enkele vreemde talen en uitvoerige technische oriëntatie.

De functie is gericht op coördinatie, organisatie en uitvoering van bedrijfseigen transport, opslag en/of fysieke distributie met leidinggevende en bedrijfseconomische aspecten.

Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Regelmatig is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door enkele voor de functie relevante cursussen.

Zelfstandigheid

Is vrij om de werkzaamheden zelf in te delen en te regelen aan de hand van (gegevens over) de concrete goederenstroom. Het grootste deel van het werk is bepaald door formulieren, vaste procedures, bestelinstructies en voorschriften voor opslag, verzorging e.d. Bepaalt zelf een aantal aspecten als wijze van verzending, praktische magazijninrichting e.d. Problemen kunnen iets ingewikkeld zijn, uitstijgen boven het opleidingsniveau en ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen.

De contacten met leiding en medewerkers van Productie en met de niet-technische afdelingen betreffen uiteenlopende zaken van de doorstroming.

Geeft leiding aan 1-2 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Is vrij om de werkzaamheden zelf in te delen en te regelen aan de hand van algemeen gestelde prioriteiten en vast voorgeschreven tijdstippen. Werkt volgens vaste procedures (bestellingen e.d.), maar moet regelmatig improviseren en organiseren rond de concrete goederenstroom. Direct toezicht ontbreekt. Mede daardoor kunnen problemen uitstijgen boven het opleidingsniveau en zeer ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen.

De regelmatige tot voortdurende contacten met functionarissen van andere technische en niet-technische afdelingen betreffen alle aspecten van de doorstroming.

Geeft leiding aan 1-3 medewerkers. Gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Is veelal vrij om eigen tijd in te delen, rond dwingende zaken. Is voor de aanpak gebonden aan richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen. Terugkoppeling naar de chef kan snel plaatsvinden. Er is sprake van indirect toezicht (overleg). De voorkomende problemen vereisen inzicht in de organisatie en enige ervaring.

De contacten met diverse afdelingen en medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden teneinde de logistieke processen vlot en efficiënt te laten verlopen.

Geeft leiding aan 3-6 medewerkers. Gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden verstoren de gang van zaken in Magazijn en Productie in ernstige mate, verstoren de verstrekking van juiste gegevens, beïnvloeden eventueel de verhouding met leveranciers of afnemers en kunnen leiden tot verlies aan goodwill. Ook eventuele claims zijn denkbaar. De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole.

De contacten met de bij het vervoer betrokkenen moeten gericht zijn op efficiënte afhandeling en het opbouwen/continueren van een goede relatie. Bij directe verkoop zijn de contacten met afnemers gericht op commercieel verantwoorde afhandeling.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang in het Magazijn en veroorzaken duidelijke productiestagnatie elders. Er kunnen moeilijkheden ontstaan door fouten in de gegevensverstrekking, waardoor ook de relatie met derden negatief beïnvloed kan worden.

De regelmatige contacten met klanten zijn gericht op een goede dienstverlening, die van belang is voor het imago van het bedrijf.

Eventueel moet weerstand geboden worden tegen pogingen tot verleiding in verband met inkoop.

Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie kunnen leiden tot stagnatie in logistieke programma’s of processen op de eigen afdeling en eventueel ook daarbuiten, interne en externe irritaties en/of financiële schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen.

De regelmatige contacten met derden zijn gericht op vlotte voortgang van logistieke processen e.d.

Enige discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist.

Fysieke Aspecten

Zijn òfwel gelijk aan niveau 5 òfwel gelijk aan niveau 7.

Werkt in diverse ruimtes met wisselende omstandigheden als temperatuur e.d. Er is sprake van regelmatig tillen e.d.

Kans op kleine verwondingen.

Grotendeels kantooromstandigheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11

BETREFT: MAGAZIJN / LOGISTIEK

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de leiding, organisatie en administratie van transport, opslag en/of fysieke distributie met commerciële aspecten. De functie vertoont regelende, bewakende en optimaliserende aspecten, inclusief advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, er zijn veel onderbrekingen. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een aantal specifieke cursussen gericht op specifieke managementaspecten van transport, logistiek en/of fysieke distributie.

De functie is gericht op een groot aantal aspecten en onderwerpen van leiding en organisatie van transport, opslag en/of fysieke distributie. De kern van de functie ligt op het regelende, bewakende, optimaliserende en adviserende vlak. De functie omvat technische, administratieve en ook enkele commerciéle elementen. Schakelt vrijwel voortdurend om. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een cursus Management inzake transport, opslag en/of fysieke distributie.

De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functioneren van de Afdeling/Dienst belast met de transport, opslag en/of fysieke distributie. Vertaalt op flexibele wijze wensen en beleid van directie en staf in concrete maatregelen, voorzieningen of investeringsvoorstellen. Alle onderwerpen en aspecten van het beheer van de Afdeling/Dienst komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Moet hierbij vrijwel voortdurend omschakelen. Diverse aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau Logistiek Management. Moet op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.

Zelfstandigheid

Is grotendeels vrij om de eigen tijd in te delen, rond incidenteel optredende dwingende zaken. Is voor de aanpak gebonden aan richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen. Moet initiërend optreden. Veelal is er sprake van indirect toezicht (overleg). De probleemoplossing vereist inzicht in de organisatie door enkele jaren ervaring.

De contacten met diverse afdelingen en medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden teneinde logistieke processen vlot en efficiënt te laten verlopen.

Geeft leiding aan ongeveer 8 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Is binnen enkele markante gegevenheden vrij om de eigen tijd in te delen en naar eigen oordeel prioriteiten te stellen rond de incidenteel optredende dwingende zaken. Stelt praktische uitvoering vast maar is daarbij gebonden aan richtlijnen en procedures. Lost problemen inventief op. Optimaliseert en initieert verbeteringen. Toezicht vindt plaats in de vorm van informeel overleg met de chef. De probleemoplossing vereist inzicht in de organisatie door enkele jaren ervaring.

De contacten met leiding en medewerkers op alle niveaus in diverse afdelingen zijn noodzakelijk voor een goede afstemming van werkzaamheden en een vlot en efficiënt verloop van de logistieke processen.

Geeft leiding aan ongeveer 10 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Is binnen enkele markante gegevenheden vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelfstandig uitwerken en operationeel maken en houden van logistieke systemen en voorzieningen. Houdt hierbij rekening met dwingende zaken. Evalueert continu de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Gaat innovatief om met het logistieke proces. Toezicht in de vorm van informeel overleg met de chef. Het probleemniveau kan complex zijn en vereist grondige ervaring. De frequente en intensieve contacten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op optimalisering van de het logistieke proces.

Geeft leiding aan ongeveer 12 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie veroorzaken duidelijke stagnatie in logistieke programma’s of processen op eigen afdeling en eventueel ook daarbuiten, interne en externe irritaties en/of financiële schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen.

De regelmatige contacten met afnemers of leveranciers over soms ingewikkelder en/of belangrijke logistieke transacties bestendigen de relatie en een vlotte voortgang van logistieke processen e.d. Hierbij is af en toe sprake van een onderhandelingspositie.

Discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist.

Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie veroorzaken ernstige stagnatie en/of verstoren op ernstige wijze logistieke programma’s of processen op eigen afdeling en eventueel ook daarbuiten, interne en externe irritaties en/of financiële schade danwel gedeeltelijke omzetverlies. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen.

De regelmatige contacten met afnemers of leveranciers over belangrijke en meestal ingewikkelde logistieke transacties zijn gericht op bestendigen van de relatie en een adequate overdracht van informatie, teneinde tijdig en op juiste wijze beslissingen te kunnen nemen ter realisatie van doelstellingen. Bij deze contacten is sprake van een onderhandelingspositie.

Discretie inzake tamelijk belangrijke bedrijfsgegevens is vereist.

Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie verstoren op ernstige wijze logistieke programma’s of processen en hebben betrekking op de eigen afdeling dan wel belangrijke commerciële relaties wat irritatie als gevolg heeft. Hierdoor is belangrijk omzetverlies mogelijk. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust voornamelijk op zelfcontrole.

De regelmatige contacten met soms belangrijke afnemers of leveranciers over meestal ingewikkelder logistieke transacties en/of belangrijke logistieke transacties zijn gericht op het behalen van de logistieke afdelingsdoelstellingen en het verkrijgen en verstrekken van zeer belangrijke informatie teneinde tijdig en op juiste wijze beslissingen te kunnen nemen. Hierbij is sprake van een adviserende en onderhandelende positie.

Discretie inzake zeer belangrijke bedrijfsgegevens is vereist.

Fysieke Aspecten

Grotendeels kantooromstandigheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

Grotendeels kantooromstandigheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

Grotendeels kantooromstandigheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 12

BETREFT: LEIDING WERKPLAATS

  

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de coördinatie van de praktische, technische en doorstromingsaspecten in de werkplaats. De aspecten zijn gevarieerd, maar aan elkaar verwant. Oplettendheid voor het gehele proces is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aantal vakgerichte cursussen.

De functie is gericht op leiding geven en omvat naast een aantal coördinerende elementen enkele duidelijk uiteenlopende technische aspecten. Een en ander moet in samenhangen worden overzien. De omschakeling in opdrachten, objecten en technieken vereist kennis van normen e.d. Extra oplettendheid voor het gehele proces is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3).

De functie is gericht op het leiding geven aan en het coördineren van werkzaamheden in een werkplaats waarin uiteenlopende bewerkingen plaatsvinden die een goede kennis van en vaardigheid in de diverse technieken vereisen. De toepassing van hoge kwaliteitsnormen in wisselende situaties vereist voortdurende aandacht.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfseconomisch gebied.

De functie is gericht op het leiding geven aan en het coördineren van een breed scala aan werkzaamheden in een werkplaats waarin uiteenlopende bewerkingen plaatsvinden die een grondige kennis van en vaardigheid in de diverse technieken vereisen. De controle op de toepassing van hoge kwaliteitsnormen in wisselende situaties vereist voortdurende aandacht en omschakelen tussen de verschillende aspecten. Vaak is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfseconomisch gebied.

Zelfstandigheid

Programma en richtlijnen voor de volgorde staan vast. Bepaalt telkens zelf de aandachtsaspecten. Vormgeving en aanpak zijn veelal voorgeschreven. Heeft een zekere mate van vrijheid in handelwijze. Legt ongewone problemen voor aan de leiding. Lost overige problemen die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau zelf op. Gering direct toezicht.

Praktische contacten met omringende afdelingen zijn gericht op doorstroming.

Geeft leiding aan 3-8 medewerkers.

Planning is maatgevend, kan programma eventueel bijstellen. Er is sprake van een vrij eenduidige vormgeving en aanpak die, zoals ook de probleemoplossing, in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau. De leiding is niet steeds te bereiken.

Praktische contacten met omringende afdelingen zijn gericht op kwantiteit, kwaliteit en voortgang.

Geeft leiding aan 6-9 medewerkers.

Planning is maatgevend, deelt zelf de eigen tijd in. Voor vormgeving en aanpak bestaat een forse mate van vrijheid voor eigen visie. Het daarbij optredende probleemniveau is in overeenstemming met het opleidingsniveau. De leiding is in beperkte mate aanwezig/ bereikbaar.

De contacten met omringende afdelingen en stafafdelingen zijn soms van praktische aard, maar omvatten ook overlegsituaties.

Geeft leiding aan 8-15 medewerkers.

Is betrokken bij het, samen met de leiding, bepalen van de werkplanning. Stelt zelf prioriteiten in de uitvoering. Bepaalt zelf de detailuitvoering. De leiding is te raadplegen maar houdt normaal alleen het eindresultaat in de gaten. Het probleemniveau is in overeenstemming met opleiding en ervaring.

De contacten met omringende afdelingen en stafafdelingen zijn van wezenlijk belang voor het goed functioneren van de afdeling.

Geeft leiding aan 12-20 medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle) leiden tot productieverlies of tot incomplete informatie (voor planning, kostenoverzicht e.d.). Negatieve invloed op de relatie met klanten kan nauwelijks voorkomen.

Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in instructie en controle) leiden tot productiefouten of tot andere schade, tot incomplete informatie. Soms is er geen tijd meer voor herstel van de fout en moet overleg worden gepleegd met de klant. Verstoring van de relatie met anderen kan de voortgang van de productie negatief beïnvloeden.

Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling of leiden tot overmaken. Ook andere kosten kunnen het gevolg zijn, mede in het licht van eventuele reactie van klanten.

Verstoringen in de contacten met derden kunnen de belangen van het bedrijf negatief beïnvloeden.

Fouten of onachtzaamheden kunnen problemen in de uitvoering, verkeerde uitvoering, kwalitatief minder werk of foutief werk opleveren. Daarbij zijn schades tot enkele duizenden guldens mogelijk.

In de contacten met derden kan het niet goed dienen van de klanten/opdrachtgevers direct en op termijn schade opleveren.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, temperatuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, temperatuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, temperatuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, temperatuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 12

BETREFT: LEIDING WERKPLAATS

Functiegroepen

Functiegroep 9

Functiegroep 10

Functiegroep 11

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle voorkomende werkzaamheden in een werkplaats. Eventueel spelen ook commerciële elementen een rol (prijsafspraken e.d.). De aandacht dient constant gericht te zijn op het gehele proces. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspecten. Vaak is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfseconomisch gebied.

De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle werkzaamheden in een werkplaats. Ook duidelijk commerciële (prijsafspraken e.d.) en beheers-technische aspecten zijn aanwezig (in verband met kostencontrole, efficiency-bewaking e.d.). De aandacht dient constant gericht te zijn op het gehele proces. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspecten. Vaak is sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma aangevuld met bedrijfsgerichte cursussen.

De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle werkzaamheden in een werkplaats. Er vindt confrontatie plaats met alle bedrijfseconomische aspecten. Is betrokken bij het formuleren van het productiebeleid. De aandacht wordt continue gebonden door planning en proces en bij administratie. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspecten. Werkt vaak onder tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma en een specialistische opleiding, gevolgd door diverse bedrijfsgerichte cursussen plus een op management gerichte opleiding (of een opleiding op HBO-niveau).

Zelfstandigheid

Werkt de opdrachten zelfstandig af binnen de planning, stelt deze zo nodig bij. Bepaalt de werkvolgorde en bestuurt zelfstandig de gehele werkplaats binnen de gestelde eisen. De technische uitvoering is meestal eenduidig van aard. Eindresultaat en nacalculatie vormen criteria voor het welslagen. De leiding is te raadplegen, eventueel via werkbesprekingen.

De contacten met directie, staf- en omringende afdelingen zijn van wezenlijk belang voor het goed functioneren van de afdeling.

Geeft leiding aan 15-25 medewerkers.

Werkt met een grote mate van zelfstandigheid binnen de globale planning en gegeven richtlijnen. Bepaalt bewerkingen en werkvolgorde zelf. Bestuurt zelfstandig de gehele werkplaats. Eindresultaat en nacalculatie vormen criteria voor het welslagen. Overleg is gereguleerd, eventueel via werkbesprekingen.

De contacten met directie, staf- en omringende afdelingen zijn van wezenlijk belang voor het goed functioneren van de afdeling.

Geeft leiding aan 15-25 medewerkers.

Stelt zelf, geholpen door de stafafdelingen e.d., planning en prioriteiten op. Lost zelf de soms complexe problemen van vaktechnische, organisatorische, financiële en personele aard op. Neemt in deze alle vereiste maatregelen en initiatieven.

Legt en onderhoudt (al of niet gereguleerd) contact met vrijwel iedereen in het bedrijf teneinde de productie kwantitatief en kwalitatief ongestoord te laten verlopen.

Geeft leiding aan 20-30 medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen problemen veroorzaken met betrekking tot langere termijn afspraken, leiden tot foutieve beslissingen of tot forse schadeclaims e.d.

Verstoring van de contacten met derden kan het imago van het bedrijf blijvend schaden of een vlot verloop van het werk ernstig aantasten.

Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.

Door fouten of onachtzaamheden in beslissingen of controle kunnen de belangen van het bedrijf ernstig geschaad worden (stilstand, leegloop e.d.).

In de contacten met derden kunnen belangrijke financiële aspecten foutief behandeld worden of het imago van het bedrijf blijvend geschaad worden.

Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.

Fouten in planning of calculaties leiden tot forse schade. Fouten of nalatigheden in afspraken of onderhandelingen eveneens. Onvoldoende of falende coördinatie of bewaking van de productie en de doorstroming kunnen verstoringen veroorzaken in de relaties met (ook ‘vaste’) opdrachtgevers.

In de contacten met derden brengen verstoringen het ongehaperd lopen van de productie in gevaar.

Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een veelheid aan aspecten.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met mogelijk enige hinder van lawaai e.d. Loopt en staat voor het grootste gedeelte van de dag. Neemt eventueel deel aan het werk en ervaart dan de bezwarende aspecten daarvan. Loopt enige kans op lichamelijk letsel.

Verricht het werk grotendeels op kantoor maar komt ook in de productie-afdelingen, waar enige hinder van lawaai e.d. wordt ondervonden en enige kans bestaat op lichamelijk letsel. Is zowel binnen als buiten het bedrijf erg ambulant/mobiel.

Verricht het werk grotendeels op kantoor maar komt ook in de productie-afdelingen, waar enige hinder van lawaai e.d. wordt ondervonden en enige kans bestaat op lichamelijk letsel. Is zowel binnen als buiten het bedrijf erg ambulant/mobiel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 13

BETREFT: LEIDING OP LOCATIE

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Functiegroep 8

Functiegroep 9

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de praktische aspecten van het installeren en monteren op (buiten) projecten, met inbegrip van meewerken en deelnemen aan werkvergaderingen. Moet eventueel staten bijhouden. Wordt veelvuldig gestoord en dient de aandacht telkens snel te verleggen naar uiteenlopende aspecten van het werk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een aantal vakgerichte cursussen (1-2 jaar).

De functie is gericht op alle aspecten van het feitelijk installeren en monteren op (buiten) projecten. Dient onophoudelijk de aandacht snel te verleggen naar uiteenlopende aspecten van het werk. Er wordt een beroep gedaan op de kennis van de uitvoering en de coördinatie. Wordt regelmatig geraadpleegd door de hogere leiding (en soms van het werk gehaald).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele vakgerichte cursussen (2 jaar).

De functie is gericht op het coördineren van alle aspecten van de aanleg of montage van installaties e.d. op (buiten) projecten. Wordt geconfronteerd met een veelheid van technische aspecten, naast veiligheid, kwaliteit, maatvoering, kosten e.d. Er wordt een beroep gedaan op een commerciële instelling. Fungeert als vraagbaak en moet regelmatig afstemmen met anderen. Soms is tijddwang aanwezig.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, aangevuld met minimaal 2 jaar vakgerichte cursussen.

De functie is gericht op het coördineren van de praktische aanleg of montage van installaties e.d. op (buiten) projecten. Wordt geconfronteerd met veel technische aspecten, naast kwaliteit en veiligheid. Er wordt een flink beroep gedaan op een commerciële instelling. Fungeert als vraagbaak en moet regelmatig het totale verloop en alle aspecten van het project afstemmen met anderen. Soms is verhoogde tijddwang aanwezig.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, aangevuld met vakgerichte cursussen (2-3 jaar).

Zelfstandigheid

Planning is gegeven. Doel en middelen zijn aangegeven. Bepaalt regelmatig zelf de eigen aanpak ten aanzien van praktische aangelegenheden. De leiding is grotendeels afwezig, maar wel bereikbaar.

Ook praktische contacten met toeleverende afdelingen zijn nodig en gericht op doorstroming.

Geeft, afhankelijk van het project, (functioneel) leiding aan een ploeg van 1-5 medewerkers.

Planning is gegeven. Doel en middelen zijn aangegeven. Plant voor het overige zelf in en bepaalt de eigen aanpak. De leiding is in principe zelden op het project, maar is bereikbaar voor zaken die de voortgang betreffen.

Ook contacten met toeleverende afdelingen zijn nodig en gericht op de doorstroming.

Geeft, afhankelijk van het project, (functioneel) leiding aan een ploeg van 2-8 medewerkers.

Bepaalt binnen het kader van de opdracht zelf de wijze en volgorde van uitvoeren. Beslist over alle details in de uitvoering volgens wensen van de klant. Soms is sprake van moeilijke problemen als ingrijpen in de werksituatie vereist is. De leiding houdt zich op de hoogte en komt op verzoek langs.

Onderhoudt uiteenlopende contacten binnen het bedrijf (tekeningen, aanvoer, planning).

Geeft, afhankelijk van het project, leiding aan 10-25 verspreid werkende medewerkers.

Bepaalt binnen het kader van de opdracht zelf de wijze en volgorde van uitvoeren, mede volgens de wensen van de klant (of hoofdaannemer). Daarbij doen zich regelmatig moeilijke problemen voor als directe beslissingen vereist zijn. Voor ingrijpende zaken is de leiding bereikbaar.

Onderhoudt uiteenlopende contacten binnen het bedrijf, ook met sectorhoofden.

Geeft, afhankelijk van project(en), leiding aan 15-30 verspreid werkende medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle op kwaliteit en voortgang) en toezicht op de condities (veiligheid e.d.) kunnen in principe leiden tot vrij omvangrijke schades.

Haperingen in een soepele communicatie en verstandhouding met andere bij het project betrokkenen en/of met keurende instanties verstoren de voortgang.

Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle op kwaliteit en voortgang) en toezicht op de condities (veiligheid e.d.) kunnen in principe leiden tot forse schades.

Haperingen in communicatie en verstandhouding met hoofdaannemer/ opdrachtgever en met keurende instanties verstoren de voortgang.

Fouten in of tekortschieten van toezicht en controle op kwaliteit, voortgang en veiligheid leiden tot duidelijke stagnatie en beïnvloeden ook de relatie met opdrachtgevers, hoofdaannemers of anderen.

Haperingen in communicatie en verstandhouding verstoren de voortgang van de stroom van goederen en informatie hetgeen een forse invloed kan hebben.

Fouten in of tekortschieten in toezicht en controle veroorzaken duidelijke stagnatie en beïnvloeden ook de relatie met opdrachtgevers, hoofdaannemers of anderen.

Haperingen in communicatie en verstandhouding verstoren normale doorstroming van goederen en informatie. Ook ingewikkelder zaken kunnen in geding komen, waarbij in een ‘afhankelijke’ positie toch medewerking moet worden verkregen.

Fysieke Aspecten

Werkt binnen en buiten, afhankelijk van het weer. Werkt in verschillende houdingen (ook liggend, geknield of gebukt) en boven schouderhoogte. Tilt soms zware voorwerpen. Er is kans op verwondingen aan de handen, kans op vallende voorwerpen en kans op vallen (op hoogte werken). Het dragen van oog-, oor-, en mondbescherming kan regelmatig nodig zijn. Eventueel wordt gewerkt bij of met chemische stoffen.

Werkt binnen en buiten, afhankelijk van het weer. Werkt in verschillende houdingen (ook liggend, geknield of gebukt) en boven schouderhoogte. Tilt soms zware voorwerpen. Er is kans op verwondingen aan de handen, kans op vallende voorwerpen en kans op vallen (op hoogte werken). Het dragen van oog-, oor-, en mondbescherming kan regelmatig nodig zijn. Eventueel wordt gewerkt bij of met chemische stoffen.

Idem als bij 7, maar de onaangename, inspannende en gevaarlijke aspecten gelden minder langdurig in verband met de coördinerende bezigheden.

Werkt incidenteel tot vrij regelmatig onder minder aangename tot hinderlijke omstandigheden als klimaat, lawaai, stank e.d. Ongemakkelijke houding en/of tillen en/of traplopen komt af en toe tot regelmatig voor. Loopt een lichte kans op blessures.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 13

BETREFT: LEIDING OP LOCATIE

Functiegroepen

Functiegroep 10

Functiegroep 11

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de totale begeleiding van de uitvoering van aanleg of montage van installaties, waarbij aspecten aan de orde zijn van planning, werkorganisatie, controle, uitvoering, veiligheid en kwaliteit. Ook vindt confrontatie plaats met enige commerciële aspecten (meerwerk e.d.) en bedrijfseconomische zaken (kostencontrole). Bezoekt, afhankelijk van de situatie, elke dag de (1-3) projecten. Rapporteert mondeling en schriftelijk over de projecten. Werkt soms onder tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, gevolgd door een 4-tal jaren vakgerichte cursussen volgen.

De functie is gericht op de totale begeleiding van de uitvoering van aanleg of montage van installaties, waarbij aspecten aan de orde zijn van planning, werkorganisatie, controle, uitvoering, veiligheid en kwaliteit. Ook commerciële aspecten spelen een rol (acquisitie, meerwerk e.d.) en bedrijfseconomische aspecten (kostencontrole). Bezoekt, afhankelijk van de situatie, elke dag de (1-5) projecten. Rapporteert mondeling en schriftelijk over de projecten. Werkt vaak onder tijdsdruk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-diploma, gevolgd door op vaktechnieken toegespitste cursussen (1-2 jaar).

 

Zelfstandigheid

Deelt het werk in aan de hand van ontvangen opdracht en globale planning. Bepaalt aspecten van de uitvoering, zo nodig in overleg met de leiding/directie en specialisten in het bedrijf. Begeleidt, controleert en corrigeert de uitvoering. Overlegt met de leiding over de voortgang en de optredende problemen die uitstijgen boven zijn competentie. Het komt regelmatig voor dat problemen moeten worden opgelost waarvoor een langdurige ervaring vereist is.

De contacten met directie, staf- en omringende afdelingen bevatten overlegsituaties en zijn van wezenlijk belang voor een effectieve afwikkeling van de projecten.

Geeft, afhankelijk van de situatie, leiding aan 25-40 medewerkers.

Deelt het werk in aan de hand van ontvangen opdracht en globale planning. Bereidt het project voor en bepaalt alle aspecten van de uitvoering. Begeleidt, controleert en corrigeert de uitvoering. Rapporteert over de voortgang en de ervaren en/of te verwachten problemen. Moet nu en dan terugvallen op specialisten in het bedrijf. De probleemoplossing vergt een langdurige ervaring.

De contacten met directie en specialisten bevatten overlegsituaties en zijn van wezenlijk belang voor een effectieve afwikkeling van de projecten.

Geeft, afhankelijk van de situatie, leiding aan 30-60 medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten in projectorganisatie, afspraken en beslissingen, materiaalkeuze e.d., alsmede tekortschietende controle kunnen schades tot enkele duizenden guldens veroorzaken.

Verstoring van de contacten met opdrachtgevers, hoofdaannemers, controlerende instanties e.d. hebben invloed op de normale afwikkeling of op het soepel lopen van de goederen- en informatiestroom.

Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.

Fouten in projectorganisatie, afspraken en beslissingen, alsmede tekortschietende controle kunnen aanzienlijke schade veroorzaken (geen nieuwe opdrachten e.d.).

Verstoring van de contacten met opdrachtgevers, architecten, hoofdaannemers, uitvoerders en overheidsinstanties e.d. hebben een directe invloed op de normale afwikkeling en op het imago van het bedrijf.

Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder wisselende omstandigheden, waarbij nu en dan onaangename factoren optreden die inherent zijn aan de functie (stof, vuil, vet, klimaat, lawaai, stank e.d.).

Ongemakkelijke lichaamshouding en/of enig tillen en/of traplopen komen af en toe tot regelmatig voor. Lichte kans op blessures.

Werkt onder wisselende omstandigheden, waarbij nu en dan onaangename factoren optreden die inherent zijn aan de functie (stof, vuil, vet, klimaat, lawaai, stank e.d.).

Ongemakkelijke lichaamshouding en/of enig tillen en/of traplopen komen af en toe voor. Lichte kans op blessures.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14A

BETREFT: BESTUREN RIJDEND MATERIEEL

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op autorijden met een klein aantal componenten die elkaar afwisselen (koeriersdiensten, boodschappen bezorgen of afhalen, wagens halen en brengen e.d.). Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht en een relevant rijbewijs.

De functie is gericht op autorijden met een aantal componenten die elkaar afwisselen (laden, rijden, bezorgen/lossen, onderhoud). Afwisseling in lengte van de ritten. Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau en een relevant rijbewijs.

De functie is gericht op autorijden met een aantal uiteenlopende componenten (laden, rijden, lossen, eventueel takelen of hijsen, onderhoud, papieren afwikkelen). Afwisseling in lengte van de ritten en gecompliceerdheid van omringende situaties. Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau en een relevant rijbewijs (BCDE).

De functie is gericht op autorijden en omvat verschillende werkzaamheden maar de nadruk ligt op berging van alle soorten voertuigen in uiteenlopende situaties (exclusief tunnelsituaties). Er is altijd spoed vereist. Voert, als er geen berging is, diverse garagewerkzaamheden uit. Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer en extra bij ongevalsituaties.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een rijbewijs BCDE en een opleiding brandbestrijding.

Zelfstandigheid

Werkt aan de hand van duidelijke instructies en vraagt raad bij afwijkingen. Bij de verkeersdeelname is initiatief en vindingrijkheid vereist. Gedurende de (veelal korte) ritten ontbreekt toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard.

De contacten binnen het bedrijf zijn gericht op de taken van de functionaris.

Werkt aan de hand van duidelijke instructies voor volgorde e.d., overlegt bij afwijkingen. Bij de verkeersdeelname is initiatief en vindingrijkheid vereist. Onderweg ontbreekt toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard. Brengt mondeling of schriftelijk sluitend verslag uit.

De contacten binnen het bedrijf zijn gericht op de taken van de functionaris en een vlotte voortgang.

Werkt op basis van tijdschema’s. Is in zekere mate vrij in de aanpak. Bij verkeersdeelname en documentafhandeling is vindingrijkheid en initiatief vereist. Onderweg ontbreekt toezicht. Voorkomende problemen kunnen na enige ervaring (enkele maanden) opgelost worden. Verstrekt sluitende verslaglegging.

De contacten binnen het bedrijf zijn nodig voor een soepele afwikkeling.

Bergingswerk dient zich onverwacht aan en vereist ogenblikkelijk reactie. Er gelden duidelijke richtlijnen, maar er dient ingespeeld te worden op situaties. Toezicht ontbreekt maar bij minder eenvoudige situaties is contact met de meldkamer mogelijk en gewenst.

Soepel contact en goede verstandhouding zijn strikt vereist.

Afbreukrisico

Fouten en onachtzaamheden kunnen tot ongenoegen leiden. Veroorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden.

Fouten en onachtzaamheden kunnen tot ongenoegen en eventueel tot claims leiden. Veroorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden.

Contacten met derden moeten correct verlopen.

Fouten en onachtzaamheden kunnen leiden tot ongenoegen van de klant, verstoring van de relatie en eventueel tot claims. Veroorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden.

Contacten met klanten en derden moeten correct verlopen; enige tact kan vereist zijn.

Fouten in de aanpak dringen direct door naar de betrokkenen. Bij aanwezigheid van gewonden of doden moet eventuele emotionele weerstand wijken voor een juiste en snelle berging.

Contacten met betrokkenen en medische of politiefunctionarissen moeten soepel verlopen voor een goede samenwerking, een adequate hulpverlening en een juiste aanpak.

Extra tact kan vereist zijn.

Fysieke Aspecten

Werkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoonmaken van de auto. Soms enig tillen.

Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen.

Werkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoonmaken van de auto. Soms enig tillen.

Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen.

Werkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Incidenteel (zeer) lange ritten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoonmaken van de auto. Soms enig tillen.

Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen.

Gelijk aan niveau 5 of aan niveau 7.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14A

BETREFT: BESTUREN RIJDEND MATERIEEL

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie heeft een allround karakter en omvat diverse werkzaamheden maar de nadruk ligt op de berging van alle soorten voertuigen, ook en met name in tunnels en/of op drukke snelwegen. Daarbij is altijd grote spoed vereist. Voert, als er geen berging is, diverse soorten garagewerkzaamheden uit.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, een rijbewijs BCDE, gevolgd door diverse opleidingen (brandbestrijding, EHBO, reanimatie e.d.).

 

Zelfstandigheid

De bergingswerkzaamheden dienen zich onverwacht aan en vereisen ogenblikkelijke en adequate reactie. Er is sprake van globale richtlijnen maar de feitelijke aanpak vereist voortdurend inspelen op de situatie en vindt plaats op basis van inzicht en ervaring. Bij gecompliceerde ongevallen kunnen zich uitgesproken moeilijke problemen voordoen.

Contact met de meldkamer (via mobilofoon) is altijd mogelijk en ook van belang voor een veilige en snelle berging.

 

Afbreukrisico

Fouten in de aanpak dringen direct door naar de betrokkenen. Bij ongevallen op snelwegen of in tunnels kan een collega nodig zijn. Bij aanwezigheid van gewonden of doden moet eventuele emotionele weerstand wijken voor een juiste en snelle berging.

Contacten met betrokkenen en medische of politiefunctionarissen moeten soepel verlopen voor een goede samenwerking, een adequate hulpverlening en een juiste aanpak. Ook de reputatie van het bedrijf staat op het spel. Extra tact kan vereist zijn.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in alle weersomstandigheden, ‘s nachts en overdag en in het weekend. Is bijna voortdurend onderweg met diverse voertuigen. Moet bij berging regelmatig tillen.

Persoonlijk risico is in hoge mate aanwezig (tunnel, snelweg, brand, hijswerkzaamheden e.d.).

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14B

BETREFT: BESTUREN MOBIELE KRAAN

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het als kraanbestuurder verzorgen van fysieke ontvangst, opslag, inslag en uitslag van artikelen, materialen en constructies van sterk uiteenlopende aard in de buitenopslag. Ook omvang en kwetsbaarheid verschillen sterk. Werkzaamheden vereisen eenzelfde denkpatroon. Enige administratieve elementen verzorgen. Accuratesse is geboden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding Kraanmachinist.

De functie is gericht op werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedienen van de kraan (rijden, hijsen, onderhoud verzorgen en kleine administratieve handelingen verrichten). Er is sprake van geringe omschakeling. Accuratesse is vereist bij deelname aan het verkeer (omvang van kraan en objecten, hijswerkzaamheden in ongewone situaties e.d.). Tijddwang kan voorkomen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding Vakbekwaamheid Machinist Mobiele Kranen en groot rijbewijs.

 

Zelfstandigheid

Tijdsbesteding is gerelateerd aan de vraag. Ontvangt opdrachten die ruimte laten voor eigen invulling. Voor de aanpak gelden globale richtlijnen en een inrichtingsstramien voor de opslag. Kiest zelf optimale werkmethode. Toezicht in de vorm van vrij regelmatig overleg. Ontmoet praktisch technische problemen die artikel-, materiaal- en proceskennis vereisen.

De contacten met interne opdrachtgevers zijn gericht op vlotte afstemming en informatie-uitwisseling.

Tijdsbesteding is bepaald door de planning. Kan hierbinnen vrij zelfstandig rekening houden met de marges van veiligheid en techniek. Werkt bij aanpak en uitvoering volgens instructies van de kraanbeheerder. Oefent hierop zelf invloed uit door adviezen aan opdrachtgevers. Improviseert in ongewone situaties. Toezicht in de vorm van vrij regelmatig overleg met kraanbeheerder of opdrachtgever via portofoon. Problemen kunnen na ruime ervaring (2 jaar) tegemoet worden getreden.

De contacten met leiding en interne opdrachtgevers zijn gericht op informatie-uitwisseling, correct gebruik en goed onderhoud.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden in de afhandeling (schadevrij opslaan/beheren, afhandelen van vrijgekomen zaken of retouren, juiste materialen aanleveren e.d.) leiden tot ernstige vertragingen, aanzienlijke extra kosten en tot irritatie bij vervoerder en klant.

De contacten met transporteurs, leveranciers en derden moeten correct en vlot verlopen. De veiligheid vereist direct contact met mensen in de buurt van de kraan.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot gevaarlijke situaties die tot ernstig letsel, imago verlies en schadeclaims kunnen leiden.

Tijdige ontdekking en herstel berust voornamelijk op zelfcontrole en op terugkoppeling door anderen.

De contacten met klanten en met Keuringsdienst zijn nodig voor een vlotte informatie uitwisseling en gericht op optimaal en veilig inzetten van materieel.

 

Fysieke Aspecten

Werkt buiten en in de kraancabine. Verricht soms til- en sjouwwerk. Persoonlijk risico is verbonden aan werken op hoogte en de mogelijkheid van vallende objecten.

Werkt voornamelijk in de kraancabine en eventueel buiten onder diverse weersomstandigheden. Hinder van motorlawaai, vuile en vette materialen. Kracht uitoefenen, bukken, klimmen, duwen en trekken komen vrijwel dagelijks voor. Langdurig in dezelfde houding zitten. Beschermende middelen dragen. Loopt het risico op ernstige (verkeers) ongevallen.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 15

BETREFT: BEDIENEN TANKSTATION

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het werk op een (klein) vulstation, verloopt volgens een vast patroon en is bijna geheel routinematig van aard.

Sporadisch kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplettendheid en accuratesse zijn continue vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen.

De functie omvat het werk op het voorterrein en aan de kassa van een vulstation en vertoont over het algemeen een vast patroon, waarbij routine een overheersende rol speelt. Af en toe kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplettendheid en accuratesse zijn continue vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen.

De functie omvat werk aan de kassa van een vulstation en verloopt over het algemeen volgens een vast patroon, waarbij routine een belangrijke rol speelt. Af en toe kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplettendheid en accuratesse zijn continue vereist. Het werk aan de kassa wordt regelmatig afgewisseld met andere werkzaamheden (schoonmaken, bijvullen schappen e.d., opheffen kleine storingen e.d.). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen.

De functie omvat werk in de shop en op kantoor. Voert voornamelijk operationele taken uit (kassa bedienen, schoonmaken, bijvullen winkel) maar ook coördinerende en administratieve werkzaamheden uit. Er kunnen zich probleemsituaties voordoen. Ook kan er sprake zijn van tijddwang. Oplettendheid en accuratesse zijn continue vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO C-niveau, gevolgd door praktische trainingen en een cursus Algemeen Management.

Zelfstandigheid

De tijdsindeling wordt bepaald door het aanbod van klanten en de overige omstandigheden. De vormgeving is strikt bepaald.

Enkele dagen inwerken volstaat om de dagelijkse problemen aan te kunnen. Schakelt bij ingewikkelder situaties de leiding in.

De tijdsindeling wordt bepaald door het aanbod van klanten en de overige omstandigheden. De vormgeving is strikt bepaald. Leiding of collega zijn vrijwel continue aanwezig.

Enkele weken meedraaien volstaat om de dagelijkse problemen aan te kunnen.

Een goede afstemming met collega is nodig.

Buiten de mogelijkheid van een eigen aanpak en volgorde bij de overige werkzaamheden biedt het werk weinig vrijheid in tijdsindeling of vormgeving. De leiding is beperkt aanwezig. Een maand meedraaien met een ervaren collega volstaat om de problemen aan te kunnen.

Een goede samenwerking met collega is nodig om het station goed te laten functioneren.

Deelt het werk in binnen vaste kaders (administratie). Richtlijnen en formulierenstroom bepalen grotendeels de aanpak. Reageert voor het overige op zich aandienende zaken. Sommige zaken kunnen enig initiatief vereisen. Voor een goed laten functioneren van het station is enige ervaring met de dagelijkse gang van zaken en de coördinatie vereist.

Handelt de frequente contacten met de (centrale) leiding en de administratie vlot af. Geeft leiding aan enkele medewerkers, bij meerploegendiensten oplopend tot 6 medewerkers.

Afbreukrisico

Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelfcontrole voorkomen worden. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar.

Bij de contacten met de (veelal vaste) klanten (en standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen.

Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelfcontrole voorkomen worden. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar.

Bij de contacten met de klanten (afrekenen tegen standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen.

Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelfcontrole voorkomen worden. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar.

Bij de contacten met de klanten (afrekenen tegen standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen.

Fouten of onachtzaamheden bij de diverse werkzaamheden kunnen klanten irriteren, eventueel de voortgang verstoren, de motivatie van de medewerkers negatief beïnvloeden en ook tot imagoverlies leiden. Ontdekken van fouten berust voornamelijk op zelfcontrole.

De contacten met de klanten vereisen optimale dienstverlening. De overige externe contacten zijn gericht op een vlotte voortgang.

Fysieke Aspecten

Werkt voornamelijk buiten. Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm.

Werkt zowel buiten als binnen (onder goede omstandigheden). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm.

Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm.

Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 15

BETREFT: BEDIENEN TANKSTATION

Functiegroepen

Functiegroep 6

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie omvat werk in de shop en op kantoor. Wordt soms geconfronteerd met probleemsituaties en/of geheel nieuwe werkzaamheden. De coördinerende, personele en administratieve taken worden afgewisseld met kassa bedienen, bijvullen/ordenen winkel, presentatie en ordelijkheid in de shop verzorgen. Daarbij kan er sprake zijn van tijddwang. Oplettendheid en accuratesse blijven continue vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, aangevuld met enkele praktische trainingen en een cursus Algemeen Management.

 

Zelfstandigheid

Deelt de tijd zelf in en bepaalt prioriteiten in de zich aandienende zaken en het vaste stramien van de administratieve taken. Richtlijnen en formulierenstroom vormen leidraad voor de aanpak. Bepaalde zaken kunnen eigen initiatief vereisen. Voor een goed laten functioneren van het station is een ruime ervaring met de dagelijkse gang van zaken vereist. De coördinatie vereist een goed inzicht.

Handelt de frequente contacten met de (centrale) leiding en de administratie vlot af.

Geeft leiding aan enkele medewerkers, bij meerploegendiensten oplopend tot 6 à 10 medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden bij de diverse werkzaamheden kunnen klanten irriteren, de voortgang verstoren, de motivatie van de medewerkers negatief beïnvloeden en tot imagoschade leiden. Ontdekken van fouten berust voornamelijk op zelfcontrole.

De contacten met de klanten vereisen optimale dienstverlening. De overige externe contacten zijn gericht op een vlotte voortgang.

 

Fysieke Aspecten

Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm.

  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16A

BETREFT: ONDERHOUD / REPARATIE TWEEWIELERS

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van hulpwerkzaamheden in onderhoud en reparatie van tweewielers en leidt tot enige variatie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van tweewielers. Variatie in werk, dat per opdracht kan verschillen, maar ook veel routinematige aspecten vertoont.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van tweewielers. Moet zeer regelmatig omschakelen op andere typen, andere aspecten en andere werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele (leveranciers)cursussen.

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van tweewielers met een grote variatie in technische aspecten. Moet zeer regelmatig omschakelen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, registratie en commercie.

Zelfstandigheid

Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is terstond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het opleidingsniveau.

Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Zoekt zelf storingen op en herstelt deze naar eigen inzicht, dan wel in overleg met de chef. Bepaalt wat gerepareerd en wat vervangen moet worden. Verneemt eventuele klachten van klanten. Het technische niveau van de problemen is in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Regelmatig contact met collega’s dient een vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Verneemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het motortype, gekende montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Analyseert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het motortype, (gekende) montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet voor complexe mankementen of reparaties beschikken over ruime ervaring.

Regelmatig contacten binnen het bedrijf zijn van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer.

Afbreukrisico

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar.

Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen.

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot schades die op kunnen lopen tot enkele honderden guldens. Zij tasten ook de goede naam van het bedrijf aan.

Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden.

Fouten of onachtzaamheden (afstellen, bouten en moeren vastzetten) kunnen direct of indirect leiden tot (levens)gevaarlijke situaties voor bestuurder en anderen.

Mankementen in het klantvriendelijke karakter van de vrij regelmatige contacten met klanten tasten klantenbinding en imago van het bedrijf aan.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (levens) gevaarlijke situaties voor berijder en anderen (afstellen, moeren en bouten vastzetten).

De intensieve contacten met klanten zijn van grote invloed op klantenbinding en op het imago van het bedrijf.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt ondervonden van uitlaatgassen en lawaai.

Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van enige damp en geluid van draaiende motoren. Overwegend staand werk. Af en toe is (kortstondig) veel kracht nodig. Eventueel is sprake van nauwkeurig afstelwerk.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van enige damp en geluid van draaiende motoren.

Overwegend staand werk. Af en toe is (kort-stondig) veel kracht nodig. Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete motor. Eventueel is sprake van nauwkeurig afstelwerk.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van enige damp en geluid van draaiende motoren.

Overwegend staand werk. Af en toe is (kortstondig) veel kracht nodig. Eventueel is sprake van nauwkeurig Afstelwerk.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16A

BETREFT: ONDERHOUD / REPARATIE TWEEWIELERS

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van tweewielers. Wordt geconfronteerd met technische onderwerpen van verschillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden.

De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, registratie en commercie.

 

Zelfstandigheid

Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montage-eisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Overlegt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing vereist veel ervaring, alsmede inventiviteit en improvisatie.

De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming.

Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met testapparatuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfsrecht op APK-keuringen.

Contacten met klanten en anderen zijn gericht op behoud van een goede relatie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aantasting van de goede naam van het bedrijf. Eventueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoeiende gewrongen houdingen werken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren.

Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16B

BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE PERSONENWAGENS

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van hulpwerkzaamheden in onderhoud en reparatie van personenwagens en leidt tot enige variatie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van voertuigen. Variatie in werk, dat per opdracht kan verschillen, maar ook veel routinematige aspecten vertoont.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van personen-auto’s (incl. de gewenste bijkomende installaties). Moet zeer regelmatig omschakelen tussen werkzaamheden van verschillende aard.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van personenwagens met een grote verscheidenheid aan werkzaamheden. Moet zeer regelmatig omschakelen op technische aspecten van gevarieerde aard.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, registratie en commercie.

Zelfstandigheid

Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is terstond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het opleidingsniveau.

Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Voert het werk grotendeels volgens instructies uit. Overlegt wat gerepareerd en vervangen moet worden. Verneemt eventuele klachten van klanten. Het technische niveau van de problemen stijgt vaak uit boven het opleidingsniveau. Dient over vindingrijkheid te beschikken.

Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Verneemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, gekende montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Analyseert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, (gekende) montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet voor complexe mankementen of reparaties beschikken over ruime ervaring.

Regelmatig contact met iedereen in het bedrijf is van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer.

Afbreukrisico

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/ of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar.

Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen.

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot kleine materiële schades en enige afbreuk doen aan de goede naam van het bedrijf.

Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot aanzienlijke schade en of tot gevaarlijke situaties voor bestuurder en anderen.

Mankementen in het klantvriendelijke karakter van de incidentele contacten met klanten en anderen tasten klantenbinding en imago van het bedrijf aan.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot gevaarlijke situaties voor berijder en anderen en tot het vervallen van het recht voor APK-keuringen. Er is uitsluitend sprake van zelfcontrole.

Een klantvriendelijke opstelling bij de regelmatige contacten met klanten is van belang voor een snelle goede diagnose en bepalend voor het imago van het bedrijf.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt ondervonden van uitlaatgassen en lawaai.

Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van lawaai. Soms erg vuil/vet werk. Overwegend staand werk, ook in vermoeiende gewrongen houding werken. Tillen (takels en pompen). Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen vereist bij in- en uitbouwen van componenten.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van olie en vet, uitlaatgassen en lawaai van draaiende motoren, plaatwerken en gebruik van mechanisch gereedschap.

Overwegend staand werk, soms in gewrongen houding werken. Geregeld tillen van onderdelen. Afstelwerk vereist nauwkeurige bewegingen.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van uitlaatgassen en lawaai van draaiende motoren.

Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Af en toe is (korte tijd) veel kracht nodig. Kans op verwondingen (onder motorkap, bij draaiende, hete motor e.d.). Afstelwerk vereist nauwkeurige bewegingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16B

BETREFT: ONDERHOUD / REPARATIE PERSONENWAGENS

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van personenwagens. Wordt geconfronteerd met technische onderwerpen van verschillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden.

De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, registratie en commercie.

 

Zelfstandigheid

Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montage-eisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Overlegt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing vereist veel ervaring, alsmede inventiviteit en improvisatie.

De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming.

Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met testapparatuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfsrecht op APK-keuringen.

Contacten met klanten en anderen zijn gericht op behoud van een goede relatie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aantasting van de goede naam van het bedrijf. Eventueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoeiende gewrongen houdingen werken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren.

Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16C

BETREFT: ONDERHOUD / REPARATIE BEDRIJFSWAGENS

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van hulpwerkzaamheden in onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen en leidt tot enige variatie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen. Variatie in werk, dat per opdracht kan verschillen, maar veel routinematige aspecten vertoont.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen (inclusief afleveringsgereed maken en verrichten van nawerk). Schakelt regelmatig om op andere typen werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele cursussen.

De functie is gericht op een verscheidenheid aan werkzaamheden in onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen. Moet zeer regelmatig omschakelen op technische aspecten van gevarieerde aard.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, registratie en commercie.

Zelfstandigheid

Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is terstond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het opleidingsniveau.

Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Voert het werk grotendeels volgens instructies uit. Overlegt wat gerepareerd en vervangen moet worden. Het technische niveau van de problemen stijgt vaak uit boven het opleidingsniveau. Dient over vindingrijkheid te beschikken.

Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Verneemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, gekende montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau.

Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.

Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Analyseert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, (gekende) montage-eisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet voor complexe mankementen of reparaties beschikken over ruime ervaring.

Regelmatig contact met iedereen in het bedrijf is van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer.

Begeleidt eventueel 1 à 2 leerlingmonteurs.

Afbreukrisico

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/ of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar.

Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen.

Fouten in aanpak of afhandeling van het werk leiden tot kleine materiële schades en enige afbreuk doen aan de goede naam van het bedrijf.

Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden.

Fouten of onachtzaamheden in montage of afstellen kunnen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is uitsluitend sprake van zelfcontrole. Risicovolle werkzaamheden krijgen een eindcontrole.

Mankementen in de goede, klantvriendelijke contacten met chauffeurs kunnen een juiste informatie-uitwisseling verstoren.

Fouten of onachtzaamheden in montage, afstelling e.d. kunnen fatale gevolgen hebben. Zij kunnen ook leiden tot het vervallen van het recht voor APK-keuringen. Er is sprake van zelfcontrole. Wagens worden getest op testbank en op de weg.

Een klantvriendelijke opstelling bij de vrij intensieve contacten met klanten is van belang voor een snelle en goede diagnose. Vertegenwoordigt op die momenten het bedrijf.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt ondervonden van uitlaatgassen en lawaai.

Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van lawaai. Soms erg vuil/vet werk. Overwegend staand werk, ook in vermoeiende gewrongen houding werken. Tillen (takels en pompen). Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen vereist bij in- en uitbouwen van componenten.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms erg vuil werk (olie en vet). Overwegend staand werk, soms in zeer vermoeiende gewrongen houding werken. Tillen van takels en pompen. Kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen bij in- en uitbouwen van componenten.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms erg vuil werk (olie en vet). Overwegend staand werk, soms in zeer vermoeiende gewrongen houding werken. Tillen van takels en pompen. Kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen bij in- en uitbouwen van componenten.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16C

BETREFT: ONDERHOUD / REPARATIE BEDRIJFSWAGENS

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van bedrijfswagens. Wordt geconfronteerd met technische onderwerpen van verschillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden.

De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, registratie en commercie.

 

Zelfstandigheid

Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montage-eisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Overlegt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing vereist veel ervaring, alsmede inventiviteit en improvisatie.

De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming.

Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met testapparatuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfsrecht op APK-keuringen.

Contacten met klanten en anderen zijn gericht op behoud van een goede relatie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aantasting van de goede naam van het bedrijf. Eventueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.

 

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoeiende gewrongen houdingen werken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren.

Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 17

BETREFT: SCHADEHERSTEL CARROSSERIE

Functiegroepen

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

 

Karakteristieken

 

Complexiteit

De functie is gericht op het herstellen van, meestal eenvoudige, carrosserieschades, waarbij ook de bijkomende bewerkingen als monteren en demonteren worden verricht. Schakelt om tussen de opdrachten en bewerkingen. Accuratesse is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aangevuld met en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op het herstellen van carrosserieschades, inclusief de bijkomende bewerkingen als monteren en demonteren. Verricht ook in- en uitbouwwerk. Schakelt om tussen de opdrachten en bewerkingen en de assistentieverlening. Accuratesse is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aangevuld met de relevante vakopleiding (niveau 3).

De functie is gericht op het herstellen van alle voorkomende carrosserieschades inclusief het verrichten van alle voorkomende in- en uitbouwwerk. Schakelt frequent om tussen de opdrachten en bewerkingen en de begeleiding. Hoge accuratesse is vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau en de relevante vakopleiding (niveau 3), aangevuld met op de functie toegespitste cursussen (1-2 jaar).

 

Zelfstandigheid

De volgorde van opdrachten staat vast. Ontvangt veelal adviezen voor en assistentie bij de aanpak van het werk. Verricht minder eenvoudige werkzaamheden onder direct toezicht van een ervaren collega of de directe chef die gewoonlijk aanwezig is.

De contacten met medewerkers in eigen en andere afdelingen moeten vlot verlopen om een vlotte doorgang van het werk te bevorderen.

De prioriteiten worden medegedeeld. Herstelt schades grotendeels volgens eigen inzicht, mede op basis van ervaring, bepaalt meestal zelf de aanpak. Er vindt regelmatig controle plaats. Bij problemen die uitstijgen boven het opleidingsniveau kan altijd worden teruggevallen op de chef.

De dagelijkse contacten met medewerkers in de eigen en in andere afdelingen zijn gericht op een vlot verloop van het werk.

Verneemt de prioriteiten. Herstelt schades volgens eigen inzicht, mede op basis van ervaring, bepaalt zelf de complete aanpak. Er vindt alleen eindcontrole plaats. De problemen komen in het algemeen overeen met het opleidingsniveau en een aantal jaren ervaring. Kan voor moeilijke problemen terugvallen op de chef.

De regelmatige contacten binnen de eigen en met alle andere afdelingen zijn gericht op de vereiste kwaliteit en doorstroming.

Adviseert/assisteert 1-5 minder ervaren collega’s.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen schade berokkenen aan het bedrijf door extra verbruik van onderdelen en tijd. Zelfcontrole is vereist en zeer wel mogelijk. Fouten worden door die zelfcontrole of door controle van anderen ontdekt en kunnen snel hersteld worden.

Fouten of onachtzaamheden kunnen schade berokkenen aan het bedrijf door extra verbruik van onderdelen of het opnieuw moeten repareren. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk. Voor de aflevering vindt eind-controle plaats.

De incidentele contacten met klanten voor verstrekken van summiere informatie moeten ongestoord verlopen.

Fouten of onachtzaamheden in aanpak van eigen reparaties en de adviezen aan collega’s, kunnen fikse schade berokkenen aan het bedrijf. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk en hierdoor zal het doorwerken van de schade voorkomen kunnen worden. Voor de aflevering vindt eindcontrole plaats.

De incidentele contacten met klanten voor verstrekken van summiere informatie moeten ongestoord vlot en klantvriendelijk verlopen.

 

Fysieke Aspecten

Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Incidenteel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moeilijke houdingen worden gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefeningskracht het resultaat sterk beïnvloedt.

Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Incidenteel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moeilijke houdingen worden gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefeningskracht het resultaat sterk beïnvloedt.

Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Incidenteel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moeilijke houdingen worden gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefeningskracht het resultaat sterk beïnvloedt.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 18

BETREFT: BEKLEDEN / STOFFEREN

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op verrichten van enkele eenvoudige werkzaamheden op het terrein van stofferen of bekleden. Is bezig met het aanleren van andere werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op bekleden en/of stofferen. Werkt met uiteenlopende materialen en verricht een aantal bewerkingen die elkaar afwisselen. Bepaalde bewerkingen moeten met grote accuratesse worden verricht. Eventueel moet onder tijddwang worden gewerkt.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is voornamelijk gericht op het compleet bekleden en/of stofferen. Werkt met alle voorkomende materialen en verricht alle voorkomende bewerkingen die elkaar steeds afwisselen. Een vrij groot aantal bewerkingen moet met extra grote accuratesse worden verricht. Eventueel moet onder tijddwang worden gewerkt.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en/of gestructureerde bedrijfsopleiding van 2 jaar.

De allround functie is gericht op het compleet bekleden en/of stofferen. Werkt met alle voorkomende materialen en verricht alle voorkomende bewerkingen die elkaar steeds afwisselen. Werkt met een groot aantal verschillende typen en uitvoeringen. Adviseert inzake mogelijkheden en verschaft globale calculaties (materiaal en tijd). Een vrij groot aantal bewerkingen moet met extra grote accuratesse worden verricht. Eventueel moet onder tijddwang worden gewerkt.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en/of gestructureerde bedrijfsopleiding van 2 jaar.

Zelfstandigheid

Het werk wordt voorgelegd. Voert het werk uit in volledige overeenstemming met de verschafte richtlijnen en instructies. De leiding is steeds aanwezig en controleert regelmatig het werk. Nieuwe taken worden onder (bege)leiding aangeleerd.

De contacten met collega’s zijn gericht op informatie-uitwisseling over de uitvoering van het werk.

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Volgt vaste werkwijze en procedures. Heeft daarbinnen enige vrijheid, onder toezicht van een meer ervaren collega of de chef. Kan het meeste werk en de voorkomende problemen aan met de gevolgde opleiding en een ervaring van enkele maanden.

Het contact met andere medewerkers moet in een prettige sfeer verlopen.

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Deelt daarbinnen zelf zijn werk in. Moet bij de aanpak van het werk nu en dan improviseren en overleg plegen over nieuwe zaken. Kan de voorkomende problemen aan met de gevolgde opleiding en een ervaring van 1-2 jaar.

Het contact met diverse collega’s/afdelingen die andere bewerkingen verrichten zijn gericht op kwaliteit, speciale eisen en de voortgang.

Begeleidt eventuele leerlingen. Vervangt de afdelingsleiding inzake de dagelijkse dingen.

Ontvangt indicatie over planvolgorde. Deelt daarbinnen zelf het werk in. Verricht het werk volledig zelfstandig. Bepaalt eventueel zelf de kleuren e.d. Improviseert bij de aanpak van het werk. De chef is bereikbaar maar deze let voornamelijk op het eindresultaat. Kan de voorkomende problemen aan met de gevolgde opleiding en een langdurige ervaring.

De regelmatige contacten, ook met ongelijksoortige afdelingen zijn van belang voor kwaliteit en doorstroming.

Geeft eventueel (functioneel) leiding aan enkele assistenten. Vervangt de afdelingsleiding inzake de dagelijkse dingen.

Afbreukrisico

Fouten leiden tot schades aan een onderdeel en kunnen veelal zonder materiaalverlies hersteld worden.

Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Snijfouten zijn niet te herstellen.

Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn die fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Fouten bij het snijden van stapels stof kunnen tot aanzienlijke en onherstelbare schade leiden.

Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn die fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Fouten bij het snijden van stapels stof kunnen tot aanzienlijke en onherstelbare schade leiden.

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield.

Kans op kleine verwondingen.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen.

Eventueel is een goede handvaardigheid vereist met een grote mate van nauwkeurigheid.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen.

Meestal is een goede handvaardigheid vereist met een grote mate van nauwkeurigheid.

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen.

Er wordt een goede handvaardigheid vereist met een grote mate van nauwkeurigheid.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 19

BETREFT: SPUITEN / SCHILDEREN

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4 afwerken/schilderen

Functiegroep 4 beschermingsmiddel

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op schuren, plamuren en eenvoudig (vlak) spuitwerk. Werkzaamheden wisselen elkaar af.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht via VBO gevolgd door interne training van enige dagen.

De functie is gericht op spuiten voor conservering of bescherming. Werkt met enkele uiteenlopende materialen en verricht een aantal bewerkingen die elkaar afwisselen, met name in het voortraject. Routine speelt een grote rol.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een bedrijfsopleiding van enkele weken.

De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (reinigen, voorbereiden, schuren, plamuren, schilderen e.d.). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Bepaalde bewerkingen vereisen extra concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (reinigen, voorbereiden, schuren, plamuren, aanbrengen beschermingsmiddelen e.d.). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Bepaalde bewerkingen vereisen extra concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

Zelfstandigheid

Werkt volgens nauwkeurige voorschriften inzake werkvolgorde en werkwijze, die nauwelijks eigen interpretatie toelaten. Heeft enige vrijheid in de wijze van aanpak. De chef houdt regelmatig toezicht op het werk en is bij problemen snel bereikbaar.

De contacten met collega’s zijn gericht op informatie-uitwisseling over de uitvoering van het werk.

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Volgt in principe vaste procedures. Beoordeelt, aan de hand van voorschriften, moeilijke situaties die aanpassing vereisen van enige eenvoudige vaktechnische variabelen (dikte, snelheid e.d.). Deze vereisen praktisch inzicht en enige ervaring (enkele weken).

De contacten met chef en andere medewerkers moeten in een prettige sfeer verlopen.

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Werkt volgens voorschriften die weinig ruimte laten voor eigen interpretatie. Het aanpassen van vaktechnische variabelen aan moeilijke situaties vergt ervaring (enkele maanden).

De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk.

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Werkt volgens vaste voorschriften. Beoordeelt aspecten van het resultaat en past werkwijze en resultaat aan op basis van inzicht en interpretatie. Het betreft praktische problemen en vaktechnische variabelen. Eventueel kan de chef geraadpleegd worden.

De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk.

Afbreukrisico

Fouten leiden tot overdoen van het werk. Door zelfcontrole kunnen de meeste fouten worden verholpen.

Fouten maken overdoen noodzakelijk hetgeen ook elders tot vertraging leidt. Moet erg attent zijn op de veiligheidseisen. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Door anderen vindt controle op het eindresultaat plaats.

Fouten kunnen schades opleveren die beperkt blijven tot extra werk, waardoor ook elders vertraging optreedt. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Door anderen vindt controle plaats op het eindresultaat.

Fouten kunnen leiden tot een flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen. Ook kunnen zij leiden tot schades die moeilijk herstelbaar zijn en de relatie met de klant kunnen aantasten.

Contacten met klanten (afspraken en aflevering) zijn van belang voor kwaliteit en planning.

Fysieke Aspecten

Werkt onder omstandigheden van spuitcabine met enige hinder van lawaai. Bij schuurwerk en spuiten is het dragen van mondmaskers verplicht. Overwegend staand werk, soms gebukt of geknield.

Kans op kleine verwondingen.

Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mond-masker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist.

Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mond-masker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist.

Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mond-masker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 19

BETREFT: SPUITEN / SCHILDEREN

Functiegroepen

Functiegroep 4 spuiten/lakken

Functiegroep 5 spuiten/lakken

Functiegroep 6

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (reinigen, voorbereiden, schuren, plamuren, spuiten). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Spuitwerk vereist extra concentratie en accuratesse.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op alle technische facetten van het (lak)spuiten. Per object kunnen de werkzaamheden verschillen in relatie tot kwaliteit en prijsstelling. Een aantal elementen vereist extra concentratie en accuratesse (mengen, spuiten, controleren).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door enkele cursussen op het vakgebied.

De functie is gericht op alle technische facetten van het (lak)spuiten en bevat ook enkele coördinerende elementen. Per object kunnen de werkzaamheden verschillen in relatie tot kwaliteit en prijsstelling. Een aantal elementen vereist extra concentratie en accuratesse (mengen, spuiten, controleren).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aantal cursussen op diverse terreinen binnen het vakgebied.

 

Zelfstandigheid

Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. De te gebruiken middelen en het te bereiken resultaat zijn strak voorgeschreven. Past de aanpak aan op basis van eigen inzicht en ervaring. Het betreft praktische problemen en vaktechnische variabelen. Eventueel kan de chef geraadpleegd worden.

De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk.

Deelt binnen het ontvangen programma het werk in naar te leveren kwaliteit, complexiteit van de behandeling e.d. Bepaalt grotendeels zelf de werkwijze in relatie tot kwaliteitseisen, op basis van vaardigheid in technieken, inzicht en ervaring. Pleegt zo nodig overleg met de chef.

De contacten met leiding en omringende afdelingen zijn gericht op technische informatie.

Begeleidt één of twee assistenten.

Deelt binnen het ontvangen programma het werk in naar te leveren kwaliteit, complexiteit van de behandeling e.d. Bepaalt grotendeels zelf de werkwijze in relatie tot (soms moeilijk te realiseren) kwaliteitseisen, op basis van vaardigheid in technieken, inzicht en ervaring. Pleegt in moeilijke gevallen overleg met de chef.

De contacten met andere (omringende) afdelingen zijn gericht op technische informatie en nodig voor een goede gang van zaken.

Coördineert het werk van meerdere assistenten.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen.

Verstoringen in de incidentele contacten met klanten of leveranciers kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (uren) overdoen van werk en dus tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen.

Verstoringen in de regelmatige contacten met klanten (en leveranciers) kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten of tegemoetkoming in de kosten.

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (uren) overdoen van werk en dus tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen.

Verstoringen in de regelmatige contacten met klanten (en leveranciers) kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten of tegemoetkoming in de kosten.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij spuiten (en stralen) is bewegingsprecisie vereist.

Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij spuiten is grote bewegingsprecisie vereist.

Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.).

Bij spuiten is grote bewegingsprecisie vereist.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 20

BETREFT: CONVENTIONEEL VERSPANEN

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op verspanende bewerking van eenvoudige werkstukken. Enige variatie in materiaal, product en bewerking. De aandacht moet gericht blijven op het werk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op een verspanende bewerking. Variatie in product, materiaal (ook non ferro) en bewerking komt voor. Telkens moet de aandacht gericht worden op ander aspecten van het werk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3).

De functie is gericht op alle aspecten van een verspanende bewerking met een precisiekarakter, dan wel op alle bewerkingen die op een verspanende machine mogelijk zijn (inclusief zelf vervaardigen van gereedschap). Schakelt regelmatig om op orders en bewerkingen. Werkt met grote accuratesse en aandachtsgebondenheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3).

De functie is gericht op alle aspecten van een verspanende bewerking met een precisiekarakter, dan wel op alle bewerkingen die op een verspanende machine mogelijk zijn (inclusief zelf vervaardigen van gereedschap). Soms vindt confrontatie plaats met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken. Schakelt regelmatig om op orders en bewerkingen. Werkt met grote accuratesse en aandachtsgebondenheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele specifieke opleidingen.

Zelfstandigheid

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen programma. Volgt voorgeschreven werkwijze, gebruik van gereedschap e.d. Om eventueel de handelwijze op de juiste wijze aan te passen is enige ervaring met verspaningseigenschappen vereist. Weinig direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard. Kan altijd de chef raadplegen.

De contacten met collega’s en incidenteel met andere functionarissen moeten vlot verlopen.

De tijdsindeling is opgedragen. Combineert zelf de werkstukken optimaal naar urgentie en omstelling. Kiest zelf juiste gereedschap, bewerkingsvolgorde en optimale werkwijze richting vereiste eindresultaat, op basis van technisch inzicht en ervaring met verspaningseigenschappen. Er is nauwelijks direct toezicht, kan eventueel de chef raadplegen. Komt vrij eenvoudige problemen tegen van praktische aard.

De contacten met collega’s en incidenteel met andere medewerkers moeten vlot verlopen.

De tijdsindeling en werkvolgorde liggen vast. Maten en toleranties zijn gegeven. Bepaalt zelf de aanpak en de werkwijze op basis van inzicht en veel ervaring met verspaningseigenschappen.

Het werk vraagt een hoge mate van materiaal- en machinegevoel om een optimale bewerking te realiseren en een trefzeker ingrijpen bij afwijkingen. Er is weinig direct toezicht. Raadplegen van de chef is mogelijk

De contacten met omringende en stafafdelingen zijn van belang voor een goede doorstroming.

De tijdsindeling en werkvolgorde liggen vast. Bepaalt zelf aanpak en werkwijze voor het gewenste resultaat. Het werk vraagt een hoge mate van materiaal- en machinegevoel om een optimale bewerking te realiseren, een trefzeker ingrijpen bij afwijkingen en inspelen op nieuwe gegevenheden. Er is weinig direct toezicht, maar wel vooroverleg en afstemming gedurende het werk.

De contacten met omringende en stafafdelingen zijn van belang voor een goede doorstroming.

Afbreukrisico

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang, waardoor productieverlies optreedt.

De eindcontrole sluit doorslippen van de fout naar de klant vrijwel uit.

Fouten of onoplettendheden kunnen leiden tot schade aan machine, gereedschap of product (tot enkele duizenden guldens schade). Ook kan de levertijd in gevaar komen. De eindcontrole sluit doorslippen van de fout naar de klant vrijwel uit.

Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereedschap of werkstuk. Kan resulteren in enkele dagen extra werk en tot extra kosten. De eind-controle zorgt voor ontdekking van de fouten vóór aflevering.

Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereedschap of werkstuk. Kan resulteren in dagen extra werk, moeilijkheden met de klant en extra hoge kosten. Er vindt eindcontroleplaats vóór aflevering.

Eventueel vinden contacten met klanten plaats over uitvoering, kwaliteit e.d.

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen zijn aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen zijn aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwezig). Veiligheidsbril dragen. Loopt kans op verwondingen.

Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereedschap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie.

Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.

Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereedschap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 20

BETREFT: CONVENTIONEEL VERSPANEN

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie heeft een allround karakter en is gericht op gecompliceerde verspanende bewerkingen. Past een groot aantal technieken toe (voor vervaardiging van hulpstukken e.d.). Werkt met een grote verscheidenheid in werkstukken, materialen en bewerkingen. Regelmatig vindt confrontatie plaats met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken of unieke werkstukken. Werkt met zeer grote accuratesse en aandachtsgebondenheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele specifieke opleidingen.

 

Zelfstandigheid

Bepaalt grotendeels zelf de volgorde van werken en de optimale weg naar het gewenste resultaat. Kiest of maakt zelf gereedschap en hulpstukken. Bepaalt zelf optimale voeding en snelheden. Het werk vraagt een hoge mate van technisch inzicht.

Het toezicht beperkt zich tot vooroverleg en controle op gereed werkstuk.

De contacten met leiding en collega’s en met stafafdelingen zijn van belang voor een goede voortgang van het werk.

 

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereedschap of werkstuk. Werkstukken zijn vaak zeer kostbaar en eventueel ook moeilijk vervangbaar. Gemaakt fouten kunnen veelal niet of met zeer veel moeite hersteld worden.

De eventuele contacten met klanten kunnen van groot belang zijn voor de betreffende uitvoering en kwaliteit.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.

Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereedschap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie. Het werk kan ook zwaar zijn.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 21

BETREFT: CNC VERSPANEN

 

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het bedienen van NC/CNC gestuurde bewerkingsmachines en de diverse werkzaamheden en aspecten die de apparatuur vereist. Af en toe tot regelmatig (gemiddeld 1 tot 2 keer per uur) omschakelen in werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op het bedienen van een (eventueel gecompliceerde) NC/CNC gestuurde bewerkingsmachine. Confrontatie met diverse aspecten die de apparatuur vereist (zoals hydrauliek, pneumatiek, elektronica e.d.). Verricht voorbereiding, instellen/afstellen en controles.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aanvullende opleiding (in eigen bedrijf of bij de machineleverancier).

De functie is gericht op het bedienen van een (eventueel gecompliceerde) NC/CNC gestuurde bewerkingsmachine, inclusief berekenen en programmeren. Moet regelmatig omschakelen door wisseling in opdrachten en werkzaamheden. Alertheid tijdens het werk blijft vereist en extra accuratesse bij het afstellen. Eventuele tijddwang bij spoedopdrachten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aanvullende opleiding (in eigen bedrijf of bij de machineleverancier).

De functie is gericht op het stellen, programmeren en bedienen van een (eventueel gecompliceerde) NC/CNC gestuurde bewerkingsmachine. Moet regelmatig tot voortdurend omschakelen door verscheidenheid in producten en opdrachten, wisseling in werkzaamheden en controles en met name door de bediening van meerdere machines tegelijkertijd. Accuratesse is bij vrijwel alle werkzaamheden vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau dan wel een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een functiegerichte bedrijfsopleiding en cursussen.

Zelfstandigheid

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen programma. Richtlijnen voor stellen en bedienen liggen vast. Daarbinnen is er enige vrijheid. De problemen zijn met het opleidingsniveau en enkele weken of maanden ervaring op te lossen. Weinig direct toezicht. Kan altijd de chef raadplegen.

De contacten met collega’s en omringende afdelingen moeten vlot verlopen.

De opdrachtvolgorde staat vast. Ook de vormgeving staat vast, het instelschema geeft alle bindende instructies. Combineert eventueel zelf de werkstukken optimaal naar urgentie en omstelling. Er is nauwelijks direct toezicht, kan de chef altijd (eventueel telefonisch) raadplegen. Kan bij grotere problemen de programmeur of de machineleverancier raadplegen.

De contacten met verschillende afdelingen moeten vlot verlopen en leiden tot vlotte doorstroming en goede kwaliteit.

Prioriteiten zijn gesteld. Moet zelf aanpak en werkvolgorde bepalen binnen het kader van de vaststaande vormgeving (eisen van de klant) op basis van wiskundig inzicht en inzicht in verspanende bewerkingen en mogelijkheden van de machine, een en ander door ervaring verkregen. Kan de chef bereiken voor het mede oplossen van moeilijke problemen.

De contacten met de technische staf en hulpafdelingen zijn van belang voor het realiseren van planning en kwaliteit.

Prioriteiten zijn gesteld. Moet zelf volgorde bepalen mede met het oog op het onbemand draaien ‘s nachts. Vormgeving staat vast (eisen van de klant). Bepaalt werkwijze, instelling en hulpgereedschap op basis van inzicht in verspanende bewerkingen en mogelijkheden van de machine. Het oplossen van de daarbij optredende moeilijke problemen vereist naast de opleiding een forse ervaring.

De intensieve contacten met collega’s, technische staf en hulpafdelingen zijn van belang voor snelle overdracht van informatie en werkstukken.

Afbreukrisico

Fouten in controlemetingen kunnen tot afkeur van het product leiden. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de vereiste kwaliteit en kwantiteit.

Fouten in controlemetingen betekenen afkeur van het product. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de vereiste kwaliteit en kwantiteit en in extreme gevallen tot onherstelbare schade aan bank of gereedschap. Productfouten worden ontdekt vóór aflevering.

Fouten in controlemetingen betekenen afkeur van het product. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de vereiste kwaliteit en kwantiteit en in extreme gevallen tot onherstelbare schade aan bank of gereedschap. Productfouten worden ontdekt vóór aflevering.

Fouten in berekening, voorbereiding, programmering, in-/afstellen en controle en het niet overzien van de totale samenhang leiden in het algemeen tot afkeur van het product (dure productietijd). Fouten die zich ‘s nachts manifesteren zijn nog funester. Zelfcontrole en eindcontrole zijn gericht op een foutloos eindproduct (zero defects).

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereedschap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereedschap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereedschap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereedschap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 21

BETREFT: CNC VERSPANEN

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op werkvoorbereiding en programmering van NC/CNC gestuurde verspaningsmachines. Aspecten van voorbereiding, werkverdeling, programmering, begeleiding en controle. Moet tegelijkertijd aandacht schenken aan verschillende opdrachten op diverse machines. Moet voortdurend omschakelen (veel keren per uur), hetgeen niet ten koste mag gaan van de hoge accuratesse. Er kan confrontatie plaatsvinden met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door diverse cursussen (programmeren, CAM e.d.).

 

Zelfstandigheid

Bepaalt zelf eigen tijdsindeling, rekening houdend met complexiteit van de order, levertijd etc. Bepaalt zelf aanpak en werkvolgorde op basis van inzicht (volgorde van verspanende bewerkingen, wiskundig inzicht, mogelijkheden van machines en personeel, programmering e.d.) en een forse ervaring. De zelf op te lossen problemen kunnen oplopen tot moeilijk, de leiding is echter altijd bereikbaar.

De intensieve contacten met leiding en de omringende en stafafdelingen zijn van groot belang voor een kwalitatief juist product en een tijdige aflevering van het gereed product.

 

Afbreukrisico

Fouten in berekening, voorbereiding, programmering in/ afstelling en controle, dan wel het niet overzien van de gehele samenhang leiden in het algemeen tot afkeur van het product (dure productietijd). Fouten die zich ‘s nachts manifesteren werken nog funester uit. Zelfcontrole en eindcontrole moeten gericht zijn op een foutloos eindproduct (zero defects).

De eventuele contacten met klanten zijn gericht op optimale informatie.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereedschap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product.

Bij het bedienen van knoppen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22A

BETREFT: CONSTRUCTIE / BANKWERKEN / PLAAT- & PIJPWERK

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het verrichten van diverse werkzaamheden binnen licht (staal-) constructiewerk. Er is sprake van wisseling in de werkzaamheden die enkele keren per dag omschakelen met zich mee brengt. Het betreft min of meer routinematige bewerkingen op enkele eenvoudige technische deelterreinen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele lascursussen (autogeen en elektrisch van pijp en/of plaat op niveau 2 en eventueel MIG/MAG of TIG op niveau 1).

De functie is gericht op het verrichten van een veelheid van werkzaamheden binnen licht (staal) constructiewerk. Opdrachten verschillen in een aantal opzichten van elkaar. Binnen een opdracht is vrij regelmatig sprake van wisseling in de werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele lascursussen, ook voor gevorderden (bijvoorbeeld autogeen en elektrisch van pijp en/of plaat op niveau 3 en eventueel MIG/MAG of TIG op niveau 2).

De functie is gericht op het verrichten van een veelheid van werkzaamheden binnen licht (staal) constructiewerk, waarbij een goed totaaloverzicht op de (telkens onderling verschillende opdrachten) vereist is. Moet lastechnieken van hoge technische kwaliteit toepassen. Eventueel betreft het kortdurende werkzaamheden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basis-beroepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1-2 jaar). De vereiste lascursussen betreffen voornamelijk niveau 3 (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat) en daarnaast een enkele hogere of lagere kwalificatie (op niveau 2 of 4).

Zelfstandigheid

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werkprogramma. Er gelden procedures en voorschriften die enige vrijheid in de aanpak laten. De uitvoering vindt plaats in overleg met de leiding. Zelf eenvoudige problemen van praktische aard oplossen, zwaardere problemen aan de leiding voorleggen.

De contacten met collega’s en met andere afdelingen moeten vlot verlopen.

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werkprogramma. Vormgeving en gebruik van middelen liggen vast. Bepaalt aanpak en uitvoering op basis van ervaring. Overlegt bij twijfel met de leiding.

De contacten met toeleverende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen (ook in verband met kwaliteitsborging).

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werkprogramma. De aanpak wordt meestal door de situatie bepaald of in een bespreking vooraf verklaard of toegelicht. Heeft vervolgens een eigen inbreng in de werkwijze. Moet zelf problemen oplossen op basis van inzicht en (enkele jaren) ervaring. De leiding is meestal bereikbaar voor vragen.

De contacten met toeleverende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen (ook in verband met kwaliteitsborging bij bijvoorbeeld afwijkende tekeningen). Geeft eventueel (functioneel) leiding aan toegevoegde monteurs.

Afbreukrisico

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang op de afdeling en/of veroorzaken tijd- en materiaalverlies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot.

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang op de afdeling en/of veroorzaken tijd- en materiaalverlies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot.

Fouten van uiteenlopende aard verstoren de voortgang op de afdeling. Leiden tot extra werk (tot één mandag) en/of tot materiaalverlies. Zelfcontrole dient de kans op ontdekken groot te maken.

Eventuele contacten met klanten zijn gericht op een vlotte overdracht van informatie.

Fysieke Aspecten

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai van diverse metaalbewerkingen. Moet regelmatig tillen (tot 25 kg.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen (en een verhoogd risico als eventueel en bij uitzondering buitenmontage wordt verricht).

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai van diverse metaalbewerkingen. Moet òf frequenter tillen òf ook werken in een afwijkende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen.

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai. Moet òf frequent tillen òf ook werken in een afwijkende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen.

Regelmatig wordt bewegingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen).

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22A

BETREFT: CONSTRUCTIE / BANKWERKEN / PLAAT- & PIJPWERK

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op ombouw-, constructie- en reparatiewerk van uiteenlopende aard, waarbij zich soms totaal nieuwe aspecten voordoen of bijvoorbeeld een goed ruimtelijk inzicht wordt vereist. Moet diverse technieken toepassen en hiertussen regelmatig (enkele keren per uur) omschakelen. De lastechnieken betreffen een erg hoog kwaliteitsniveau.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1-2 jaar). De vereiste lascursussen betreffen voornamelijk niveau 4 en een enkel lager niveau (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat), volgens eisen van het NIL.

De functie is gericht op opdrachten en technieken van zeer uiteenlopende, eventueel duidelijk verschillende, aard. Soms vindt confrontatie plaats met nieuwe en geheel andere problemen. Van routinewerk is nauwelijks meer sprake. Het werk bestaat uit steeds wisselende elementen. Schakelt hiertussen regelmatig om en wordt ook nog regelmatig gestoord.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door 2-3 jaar cursussen, met name in hoogwaardige lastechnieken: niveau 4 (elektrisch, autogeen, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat) volgens eisen van het NIL.

 

Zelfstandigheid

Bepaalt binnen de planning zelf de volgorde. Voert de werkstukken zelfstandig uit volgens tekening. Er kan òf een goed ruimtelijk voorstellingsvermogen vereist zijn òf vindingrijkheid en improvisatievermogen. De leiding is meestal bereikbaar voor het bespreken van problemen.

De regelmatige contacten met diverse andere afdelingen zijn gericht op een vlot verloop van het werk. Geeft eventueel (functioneel) leiding aan toegevoegde monteurs.

Opdrachten en middelen zijn gegeven. Vervaardigt de werkstukken zelfstandig volgens tekening. Lost vrijwel alle problemen zelf op, op basis van een langdurige ervaring. Speelt in op situaties door middel van een goed ruimtelijk inzicht, vindingrijkheid en improvisatievermogen. Overlegt over moeilijke problemen met de leiding.

De contacten de overige technische afdelingen, maar ook met niet-technische afdelingen, zijn van belang voor een optimale kwaliteit en doorstroming.

Geeft (functioneel) leiding aan enkele toegevoegde medewerkers.

 

Afbreukrisico

Fouten van uiteenlopende aard (verkeerde aanpak, onjuiste materiaalkeuze, fouten in uitslagen e.d.) leiden tot vertraging, materiaalverlies en soms tot aanzienlijke schade. Zelf-controle dient de kans op ontdekken groot te maken.

Contacten met klanten (en ook leveranciers) zijn gericht op een vlotte uitwisseling van informatie.

Fouten in werkaanpak, materiaalkeuze e.d. leiden niet alleen tot vertraging in de eigen afdeling, tot materiaalverlies en schade, maar beïnvloeden ook de relatie met de klant/opdrachtgever.

De meeste fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt geen verdere controle meer.

De contacten met derden zijn gericht op een soepel lopen van de stroom van goederen of informatie.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai. Moet òf frequent tillen òf ook werken in een afwijkende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen.

Regelmatig wordt bewegingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen).

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Moet òf frequent tillen òf ook werken in een afwijkende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen.

Regelmatig wordt bewegingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen).

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22B

BETREFT: SPECIAAL LASSEN

Functiegroepen

Functiegroep 6

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het lassen van bankwerk, constructiewerk en plaatwerk (RVS e.d.) en betreft het toepassen van gespecialiseerde lastechnieken (TIG/MIG) waarbij voldaan moet worden aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het lassen vergt vrij grote accuratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1-2 jaar). De vereiste lascursussen betreffen voornamelijk niveau 4 en een enkel lager niveau (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat).

De functie is gericht op constructiebankwerken en het maken van hoogwaardige lasverbindingen. De functie omvat het toepassen van gespecialiseerde lastechnieken (voornamelijk MIG) waarbij voldaan moet worden aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het fotolassen vergt zeer grote accuratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd 2-3 jaar cursussen, met name in hoogwaardige lastechnieken: niveau 4 op elektrisch, autogeen, MIG/MAG of TIG van pijp of plaat.

 

Zelfstandigheid

Is binnen een tijdplanning en vaste volgorde van opdrachten vrij om de eigen tijd in te delen. De vormgeving wordt bepaald door eisen van klanten en/of keurende instantie. Bepaalt bij de aanpak zelf de werkmethode en volgorde van samenbouw. Richt, controleert en merkt. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die meestal snel bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau en ervaring (1-2 jaar) inzake lastechnieken.

De contacten met collega’s, directe chef en medewerkers van een andere afdeling (voornamelijk controlerende) zijn gericht op het soepel verlopen van het werk en informatie inzake kwaliteit

Is binnen een tijdplanning en vaste volgorde van opdrachten vrij om de eigen tijd in te delen. De vormgeving wordt bepaald door eisen van klanten en/of keurende instantie. Werkt aan ontvangen opdrachten na eigen acceptatie van het voorafgaande werk. Pakt het werk zelfstandig aan. Houdt hierbij rekening met voorgeschreven lastechnieken. Ondervindt indirect toezicht van de directe chef die op locatie meestal niet direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau en een ruime ervaring (minimaal 3 jaar) inzake diverse lastechnieken en materialenkennis.

De contacten met collega’s, directe chef en medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op soepel verlopen van het werk en informatie inzake kwaliteit en techniek.

 

Afbreukrisico

Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, procedures, laswerk en controle kunnen leiden tot vertraging in de voortgang, materiaalverlies met financiële schade. Tijdig ontdekken en herstel berust op zelfcontrole, en controle van chef en/of keurende instantie.

De incidentele contacten met derden zijn meestal gericht op een vlotte gang van zaken inzake de uitvoering.

Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, procedures, laswerk en controle kunnen leiden tot productiestagnatie van eigen en andere afdelingen, materiaalverlies met financiële schade en tot problemen met klanten/keurende instanties. Tijdig ontdekken en herstel berust grotendeels op zelfcontrole.

De incidentele contacten met klanten zijn gericht op informatie overdracht inzake de uitvoering.

 

Fysieke Aspecten

Werkomstandigheden kunnen uiteenlopen en gaan eventueel gepaard met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt.

Werkomstandigheden kunnen uiteenlopen en gaan eventueel gepaard met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 23

BETREFT: GEREEDSCHAPPEN- / INSTRUMENTEN-/ STEMPELMAKEN

Functiegroepen

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op vervaardiging van eenvoudige gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen e.d. waarbij uiteenlopende technieken en/of bewerkingen voorkomen. De werkstukken vertonen wel verschillen, maar de werkwijze kan in beginsel telkens dezelfde blijven. Routine speelt nog een rol. Grote nauwkeurigheid vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3).

De functie is gericht op vervaardiging van minder eenvoudige gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen e.d. waarbij uiteenlopende technieken en/of bewerkingen voorkomen. De werkstukken verschillen bijna steeds, hetgeen invloed heeft op de werkwijze. Moet soms geconcentreerd werken vanwege de vereiste nauwkeurigheid en de complexiteit van het werkstuk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de primaire en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een productgerichte bedrijfsopleiding (1 jaar).

De functie is gericht op het vervaardigen van moeilijke gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen, stempels e.d., waarbij een grote verscheidenheid van technieken en/of bewerkingen voorkomt. De werkstukken verschillen steeds, hetgeen de werkwijze beïnvloedt. Moet soms zeer geconcentreerd werken vanwege de vereiste nauwkeurigheid en de complexiteit van het werkstuk. Soms kan ook tijddwang optreden.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een uitgebreide bedrijfsopleiding (2 jaar).

De allround functie is gericht op het vervaardigen van gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen, stempels e.d. van gecompliceerde aard (meestal eindproducten), waarbij een verscheidenheid aan montagewerk, fijnmechanisch werk en diverse verspanende bewerkingen voorkomt. Wordt veel gestoord. Maatnauwkeurigheid en complexiteit van het werkstuk vereisen concentratie en grote accuratesse. Soms tijddwang.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een zeer uitgebreide bedrijfsopleiding (3 jaar) en een cursus bedrijfsvoering.

Zelfstandigheid

Houdt zich voor de tijdsindeling aan het opgedragen programma. Volgt nauwgezet de op tekening of in instructies vastgelegde aanpak en bewerkingsvolgorde. Er vindt controle plaats op tussenfasen en eindproduct. Kan altijd de chef of ervaren collega raadplegen.

De contacten met medewerkers van andere afdelingen moeten gericht zijn op juiste informatie-uitwisseling en onderlinge afstemming.

Houdt zich voor de tijdsindeling globaal aan het opgedragen programma. Volgt in het algemeen de op tekening of op andere wijze vastgelegde aanpak en bewerkingsvolgorde. Wijkt hier zo nodig om praktische redenen van af. De chef controleert het resultaat. Kan bij moeilijke werkstukken altijd de chef raadplegen.

De contacten met medewerkers van andere afdelingen moeten gericht zijn op juiste informatie-uitwisseling en onderlinge afstemming.

De tijdsindeling hangt af van het opgedragen programma. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en bewerkingsvolgorde. De chef houdt zich op de hoogte, bij moeilijke werkstukken vindt regelmatig overleg plaats, ook over afwijkende bewerkingen. De vaktechnische problemen kunnen in het algemeen met opleiding en ervaring (1-2 jaar) worden opgelost.

De contacten met collega’s, ook op andere afdelingen, zijn van groot belang voor een goede doorstroming van het werk.

Bepaalt zelf de volgorde binnen de levertijden. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en bewerkingsvolgorde, waarbij inventiviteit en een flink flexibele benadering nodig zijn om de vereiste vormgeving en/of werkwijze te bereiken.

De contacten met andere afdelingen en met de leiding zijn gericht op regeling van het werk, ontwikkeling van nieuwe ideeën e.d. en zijn van groot belang.

Geeft eventueel (functioneel) leiding aan 1-6 medewerkers (eventueel vervangend).

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden veroorzaken schade in de vorm van extra werk, waardoor productieverlies optreedt. Sluitende eindcontrole zorgt voor het niet verder doorwerken van de fout.

Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk, waardoor productieverlies optreedt. De meeste fouten moeten door zelfcontrole worden ontdekt en tijdig hersteld. Veelal vindt eindcontrole plaats.

Eventuele contacten met klanten inzake de uitvoering van het werk, moeten vlot verlopen.

Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk hetgeen kan oplopen tot een manweek werk. De meeste fouten moeten door goede zelfcontrole worden ontdekt en tijdig hersteld. Veelal vindt eindcontrole plaats. Bij bepaalde aspecten van het werk of bij bepaalde werkstukken is sprake van werken op ‘zero defects’.

Eventuele contacten met klanten inzake de uitvoering van het werk, moeten vlot verlopen.

Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk hetgeen kan oplopen tot 2 manweken werk. De meeste fouten moeten door goede zelf-controle worden ontdekt en tijdig hersteld, sommige fouten kunnen doordringen tot de klant en het imago ernstig schaden. Op ‘zero defects’ werken komt voor.

De intensiteit van het contact met de klant en het risico op afbreuk zijn negatief gecorreleerd.

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 24

BETREFT: SPECIAAL GRAVEREN

Functiegroepen

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Functiegroep 7

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op het graveren van minder eenvoudige werkstukken, waarbij enkele technieken en bewerkingen voorkomen (handgraveren reliëf, machinegraveren vlak en reliëf). De werkstukken verschillen bijna steeds. Schakelt regelmatig om op andere technieken/bewerkingen. Enkele elementen van het werk vereisen geconcentreerd werken in verband met de vereiste nauwkeurigheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en een gestructureerde bedrijfsopleiding (½ jaar).

De functie is gericht op het vervaardigen van (precisie-) stempels, met een sterk accent op handwerk of reliëf-graveren. Werkt het werkstuk in het algemeen tot het einde af. Moet tijdens de vervaardiging voortdurend omschakelen op andere facetten. Een aantal elementen van het werk vereist grote concentratie in verband met de vereiste nauwkeurigheid, ook als er sprake is van haastwerk.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma (plus eventueel een specialistisch jaar) en de relevante vakopleiding (niveau 3), alsmede een gestructureerde bedrijfsopleiding (1½ jaar).

De allround functie is gericht op het handmatig en/of machinaal (3-dimensionaal) graveren, onder meer voor het vervaardigen van precisiestempels (of het handmatig graveren van allerlei voorwerpen). Verricht diverse werkzaamheden vanaf het ontwerpen en fabriceren van modellen tot en met beoordelen en controleren van werk van anderen. Diverse elementen van het werk vereisen grote accuratesse. Werkt regelmatig onder tijddwang (productiestempels, laatste productieschakel).

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-diploma (of opleiding industriële vormgeving), gevolgd door een gestructureerde bedrijfsopleiding (2 jaar) voor handvaardigheid en routine.

Zelfstandigheid

Heeft binnen de gestelde plantijden enige vrijheid voor het kiezen van een optimale volgorde. Volgt in het algemeen ook de vastgestelde bewerkingsvolgorde, maar mag hier zo nodig van afwijken. De chef controleert vrij regelmatig, voornamelijk het resultaat. Het probleemniveau stemt overeen met opleiding en ervaring, moeilijk werk wordt overgedragen aan een meer ervaren collega.

De regelmatige contacten met collega’s, ook van andere afdelingen is gericht op werkafstemming en vlotte doorstroming.

Heeft binnen de gestelde plantijden enige vrijheid voor het kiezen van een optimale volgorde. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en de bewerkingsvolgorde. De chef komt bij moeilijke werkstukken regelmatig kijken, bij eenvoudige werkstukken nauwelijks. Het probleemniveau gaat soms uit boven opleiding en ervaring, pleegt dan overleg met de leiding of allround collega’s.

De regelmatige contacten met collega’s, ook van andere afdelingen is gericht op werkafstemming en een goede stroomlijning van het werk (ook in andere afdelingen).

Bepaalt binnen de gestelde plantijden de keuze voor een optimale volgorde. Bepaalt zelf de wijze van aanpak richting het door de eisen van de klant bepaalde eindresultaat, op basis van ruimtelijk inzicht en ervaring (ook voor het aantal tussenstappen). Werkt onder indirect toezicht. In verband met de complexiteit van de opdrachten kunnen de problemen oplopen tot moeilijk, maar dienen toch door de functionaris opgelost te worden.

De dagelijkse tot vrij regelmatige contacten met stafafdelingen en belendende afdelingen zijn van belang voor het bereiken van een optimaal resultaat.

Afbreukrisico

Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot extra werk en vertraging in de aflevering. De meeste fouten worden ontdekt door zelfcontrole; tevens vinden tussentijdse en eindcontroles plaats.

Bij bepaalde aspecten van het werk dient sprake te zijn van werken op ‘zero defects’.

Fouten of onachtzaamheden veroorzaken correcties en vertraging in de aflevering. De kans dat door een onjuiste interpretatie van de tekening of door foutief beoordelen van materiaaleigenschappen een werkstuk overgemaakt moet worden is uiterst gering door het effect van zelfcontrole en de bemoeienis van anderen. Uitschieten kan wel leiden tot verlies van het werkstuk.

Incidenteel is er sprake van contact met de opdrachtgever voor toelichtend contact.

Integriteit kan vereist zijn (edelmetalen, keurstempels e.d.) en/of discretie (defensie-opdrachten).

Fouten of onachtzaamheden kunnen (tijd en geld kostende) correcties veroorzaken. Ook is de kans aanwezig dat door een onjuiste interpretatie van de tekening of door foutief beoordelen van materiaaleigenschappen een werkstuk overgemaakt moet worden, waarbij de schade zeer hoog kan oplopen. Voornamelijk effect van zelfcontrole en eventuele steekproefsgewijze controle door de leiding. Bij specialistisch werk vindt 100 % controle plaats.

Een enkele maal is er sprake van contact met de opdrachtgever voor het gezamenlijk vaststellen van mogelijkheden e.d.

Integriteit kan vereist zijn (edelmetalen, keurstempels e.d.) en/of discretie (defensie-opdrachten).

Fysieke Aspecten

Werkt onder werkplaatsomstandigheden met soms enige geluidshinder en soms last van stof. Staand en zittend werk. Geen grote lichamelijke inspanning vereist. Kans op kleine verwondingen.

Een aantal werkzaamheden vereist, in verband met goed gecoördineerde bewegingen en een grote nauwkeurigheid, een zekere bewegingsprecisie.

Werkt onder werkplaats-/atelier-omstandigheden met eventueel enige geluidshinder. Staand en zittend werk. Enige lichamelijke inspanning vereist bij handmatige bewerkingen, ooginspanning (voortdurend accommoderen van de ogen bij afwisselend kijken door microscoop en naar het model).

Handmatig graveren vereist een grote beheersing van bewegingen (soms bemoeilijkt door snelheid en inspanning). Machinaal graveren vereist een grote bewegingsprecisie voor een vloeiende gecoördineerde voortbeweging van de pantograaf.

Werkt onder werkplaats-/atelier-omstandigheden met eventueel enige geluidshinder. Staand en zittend werk. Enige lichamelijke inspanning vereist bij handmatige bewerkingen, ooginspanning (voortdurend accommoderen van de ogen bij afwisselend kijken door microscoop en naar het model).

Handmatig graveren vereist een grote beheersing van bewegingen (soms bemoeilijkt door snelheid en inspanning), bij machinaal graveren is een vloeiende gecoördineerde voortbeweging van de pantograaf noodzakelijk.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 25

BETREFT: MONTAGE VAN APPARATUUR (BINNEN)

Functiegroepen

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Functiegroep 6

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op montagewerkzaamheden van minder complexe aard aan apparaten. Het betreft min of meer routinematige bewerkingen op enkele technische deelterreinen, voornamelijk van eenvoudig mechanische aard.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en eventueel de basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op montage van apparaten en omvat een diversiteit aan bewerkingen op enkele technische deelterreinen (mechanisch, hydraulisch, motorisch e.d.). Opdrachten en uitvoeringen verschillen op een aantal facetten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en eventueel een op het werk gerichte cursus.

De functie is gericht op montage van apparatuur en omvat voornamelijk mechanisch, hydraulisch, pneumatisch, motorisch en eenvoudig elektrisch werk, naast controleren, meten en afstellen als belangrijke elementen. Het werk is gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1 jaar).

De functie is gericht op montage-werkzaamheden van uiteenlopende en soms gedetailleerde aard op mechanisch, hydraulisch, pneumatisch, motorisch en eenvoudig elektrisch terrein, naast controleren, meten en afstellen en testen als belangrijke elementen. Het werk is erg gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen. Wordt daarbij regelmatig gestoord.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1-2 jaar).

Zelfstandigheid

De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werkprogramma. Er gelden procedures en voorschriften die enige vrijheid in de aanpak laten. Daarvoor is enige bedrijfservaring vereist (enkele weken), mede in verband met de handelwijze bij afwijkingen. Vrij gering direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard.

De contacten met collega’s en incidenteel met andere afdelingen moeten vlot verlopen.

Werkt volgens vastgestelde planning. Vormgeving en het gebruik van machines en gereedschappen staan grotendeels vast. Er dient sprake te zijn van de vaardigheid om de mogelijk nodige variaties toe te passen. Deze vaardigheid berust op enige maanden ervaring. Overlegt bij twijfels met de chef.

De contacten met collega’s en met toeleverende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen en zijn gericht op een vlotte doorstroming.

Werkt volgens vastgestelde planning. Werkt volgens een vastgesteld patroon dat enige ruimte laat voor een eigen aanpak die berust op (enkele) maanden ervaring. Ook improvisatievermogen is daarbij vereist. Overleg met de leiding is steeds mogelijk.

De contacten met collega’s en met stafafdelingen moeten vlot verlopen en zijn gericht op een vlotte doorstroming.

Eventueel is sprake van (functioneel) leiding geven aan een collega.

Werkt volgens vastgestelde planning. Voor de grote lijnen van het montageproces gelden richtlijnen. Is op basis van enkele jaren ervaring redelijk vrij in het bepalen van werkwijze, gereedschap, hulpstukken e.d. Voor het oplossen van moeilijke problemen is steeds overleg met de leiding mogelijk.

De contacten met collega’s, toeleverende en stafafdelingen zijn van belang voor een optimale doorstroming.

Eventueel wordt aan een aantal medewerkers (functioneel) leiding gegeven.

Afbreukrisico

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang op de afdeling en/of veroorzaken tijd- en materiaalverlies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot.

Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kunnen leiden tot vertraging, extra kosten en materiaalverlies. Bijna alle fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole.

Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kunnen leiden tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het apparaat. Bijna alle fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole.

Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kunnen leiden tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het apparaat. Bijna alle fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole.

Eventueel is af en toe sprake van contact met de klant, gericht op specifiek technische informatie.

Fysieke Aspecten

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen.

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen.

Bij bepaalde werkzaamheden is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij incidenteel sprake is van beheerste krachtsinspanning.

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen.

Bij bepaalde werkzaamheden is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij incidenteel sprake is van beheerste krachtsinspanning.

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen, eventueel ook zittend, knielend en kruipend in kleine ruimtes. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen.

Soms is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij sprake kan zijn van beheerste krachtsinspanning.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 25

BETREFT: MONTAGE VAN APPARATUUR (BINNEN)

Functiegroepen

Functiegroep 7

 

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op de coördinatie van montage van apparatuur en op de combinatie van mechanische, hydraulische, pneumatische, motorische en eenvoudig elektrische terreinen, naast controleren, meten en afstellen en testen als belangrijke elementen. Het werk is erg gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen. Wordt daarbij regelmatig gestoord.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1-2 jaar).

 

Zelfstandigheid

Ontvangt informatie over prioriteiten. Richtlijnen voor vormgeving en aanpak zijn voorhanden. Vaak moet ingespeeld worden op de situatie op basis van jaren ervaring en improvisatievermogen. Is vrij in de keuze van werkwijze, gereedschap, hulpstukken e.d. Moeilijke en nieuwe situaties overleggen met de leiding.

De contacten met alle overige betrokken afdelingen zijn van belang voor een optimale kwaliteit en doorstroming.

Eventueel wordt aan een aantal (3-8) medewerkers (functioneel) leiding gegeven.

 

Afbreukrisico

Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kunnen leiden tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het apparaat. Fouten in de controle kunnen een verder reikende schade veroorzaken. De meeste fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt geen verdere controle meer.

Eventueel is af en toe sprake van contact met de klant, gericht op specifiek technische informatie.

 

Fysieke Aspecten

Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen, eventueel ook zittend, knielend en kruipend in kleine ruimtes. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen.

Soms is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij sprake kan zijn van beheerste krachtsinspanning.

 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 26

BETREFT: KASTEN / PANELENBOUW ELEKTRO

Functiegroepen

Functiegroep 2

Functiegroep 3

Functiegroep 4

Functiegroep 5

Karakteristieken

Complexiteit

De functie is gericht op eenvoudige montage- en assemblagewerkzaamheden die zich volgens een vast patroon herhalen. Er is verscheidenheid in onderdelen en producten.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan vervulling van de leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele uren en een inwerkperiode van enkele dagen.

De functie is gericht op vrij eenvoudige montage- en assemblagewerkzaamheden. Er is verscheidenheid in bewerkingen en onderdelen. Van aandachtsgebondenheid is continu sprake.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een bedrijfsopleiding (dagen of weken).

De functie is gericht op montage, assemblage, bekabeling op elektra/elektronicaterrein. Het betreft een verscheidenheid aan bewerkingen en een zeer grote verscheidenheid aan onderdelen. Schakelt regelmatig om. Er is continu sprake van aandachtsgebondenheid.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een gerichte opleiding binnen het bedrijf (maandenlang) en deelname aan de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2).

De functie is gericht op het zelfstandig assembleren, monteren, bekabelen van elektrotechnische of elektronische apparatuur. Verricht ook enige bijkomende werkzaamheden van eventuele andere aard. Schakelt regelmatig over op andere technieken. Bepaalde elementen van het werk vereisen grote accuratesse en hoge concentratie.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) (VEV-Monteur Panelenbouw), eventueel gevolgd door een cursus PLC-besturing.

Zelfstandigheid

Voor tijdsindeling, werkvolgorde, aanpak en vormgeving gelden dwingende instructies. Er is enige vrijheid in de praktische organisatie van het werk. Bij afwijkingen kan en moet de leiding geraadpleegd worden. Het betreft eenvoudige praktische montageproblemen. Geen continu direct toezicht.

De contacten met naaste collega’s en incidenteel met toeleverende afdelingen moeten vlot verlopen.

Tijdsindeling, werkvolgorde en vormgeving staan vast. De methode van werken berust op praktisch inzicht en enige ervaring (in weken uit te drukken). Er is vrij direct toezicht, achteraf vindt controle plaats op de uitvoering. Komt eenvoudige problemen tegen van praktische aard. Moeilijke problemen worden door anderen opgelost.

De contacten met collega’s en incidenteel met andere afdelingen moeten vlot verlopen.

Montagevolgorde is gegeven. De opdracht bevat bindende gegevens voor vormgeving en aanpak. Is vrij om zelf ‘handig werken’ te organiseren. De problemen stemmen overeen met het opleidingsniveau, maar ook is vrij langdurige ervaring vereist. De chef is steeds te raadplegen.

De contacten met toeleverende en stafafdelingen moeten vlot verlopen.

Geeft eventueel functionele instructies aan enkele collega’s.

De volgorde van de opdrachten staat vast. Werkt volledig volgens tekening en instructies, is attent op fouten hierin en corrigeert deze in overleg met de leiding. Heeft de vrijheid om de volgorde in de uitvoering, die op zich logisch van aard is, aan te passen voor handig werken. Problemen kunnen overleg met de leiding of met stafafdelingen wenselijk maken.

De contacten met leiding of stafafdelingen zijn van belang voor een vlot verloop van het werk.

Geeft eventueel functionele instructies aan enkele collega’s.

Afbreukrisico

Fouten zijn van geringe betekenis, maar kunnen het werk van anderen op de afdeling negatief beïnvloeden of tot afkeur van onderdelen leiden.

Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang waardoor productieverlies optreedt. Fouten blijven binnen de afdeling.

Fouten veroorzaken tijd- en materiaalverlies of afkeur van dure onderdelen. Er is nauwelijks kans dat fouten doordringen tot de klant.

Fouten kunnen tijdverlies veroorzaken of tot schade aan dure onderdelen leiden. Nauwkeurig werken voorkomt de meeste fouten. Controleert zelf het eindresultaat, anderen testen het geheel. Gemaakte fouten kunnen veelal worden hersteld.

Er kan eventueel sprake zijn van sporadische contacten met klanten, gericht op goede informatie-overdracht.

Fysieke Aspecten

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen.

Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 26

BETREFT: KASTEN / PANELENBOUW ELEKTRO

Functiegroepen

Functiegroep 6 (toezicht)

Functiegroep 6 (specialisme)

 

Karakteristieken

 

Complexiteit

De functie is gericht op het coördineren van de assemblage, montage, bekabeling van elektrotechnische of elektronische apparatuur. Verricht ook enige administratieve en andere bijkomende werkzaamheden. Schakelt veelvuldig om op diverse technieken, uiteenlopende werkzaamheden en aandachtsterreinen. Wordt veel gestoord. Grote accuratesse is regelmatig vereist.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) (VEV-Monteur Panelenbouw) en een cursus PLC-besturing.

De specialistische functie is gericht op diverse aspecten van assemblage, montage, bekabeling van elektrotechnische of elektronische apparatuur, inclusief controle, testen en fouten herstellen. Schakelt veelvuldig om op diverse technieken en uiteenlopende werkzaamheden. Het geheel vereist continu een grote mate van accuratesse. Soms speelt ook tijddwang een rol.

De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau en een interne opleiding (½ jaar).

 

Zelfstandigheid

Bepaalt in overleg de optimale volgorde. Werkt volgens tekening en instructies, overlegt met staf of leiding over aanpassingen. De volgorde in de uitvoering is logisch, maar laat enige vrijheid voor een optimale keuze voor handig werken. Regelmatige contacten met de leiding en met stafafdelingen zijn van groot belang voor de organisatie van het werk.

Coördineert het werk van enkele collega’s.

Ontvangt opdrachten. Overlegt zo nodig. Werkt volgens afgesproken planning. Voert het werk zelfstandig uit, waarbij regelmatig inventiviteit vereist is. Direct toezicht is niet steeds aanwezig. Raadpleegt tekeningen en instructies en is attent op aan te brengen correcties.

De contacten met stafafdelingen en gespecialiseerde colleg