Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2009, 10485Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 juli 2009, nr. Z/VU-2939209, houdende wijziging van de Regeling subsidies AWBZ in verband met herverdeling van de financiële middelen 2009 aan de MEE-organisaties alsmede wijziging met betrekking tot het persoonsgebonden budget

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling subsidies AWBZ wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2.5.4, zesde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de na toepassing van onderdeel a en artikel 2.5.3., derde lid, nog resterende middelen voor het verstrekken van subsidie worden als volgt aangewend:

    • 1°. de subsidie voor de MEE-organisaties die minder dan 100% maar meer dan 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner ontvangen, waarbij wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar, wordt met een percentage van 3,65% verhoogd;

    • 2°. met de middelen die na toepassing van subonderdeel 1° resteren wordt voor de MEE-organisaties die minder dan 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner ontvangen, waarbij wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar, de subsidie verhoogd tot maximaal 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner. Indien er onvoldoende middelen zijn om de subsidie van alle MEE-organisaties die minder dan 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner ontvangen te verhogen tot 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner, worden de middelen die na toepassing van subonderdeel 1° resteren zo verdeeld dat de subsidie van deze MEE-organisaties wordt verhoogd tot een gelijk gemiddeld subsidiebedrag per inwoner.

B

Artikel 2.6.6, eerste lid, onderdelen i, j en k, komen te luiden:

  • i. begeleiding in uren:

    1e klasse 1: € 1 952

    2e klasse 2: € 5 855

    3e klasse 3: € 10 734

    4e klasse 4: € 16 589

    5e klasse 5: € 22 444

    6e klasse 6: € 28 299

    7e klasse 7: € 35 129

    8e klasse 8: € 43 912

    9e klasse 9: het bedrag genoemd bij klasse 8, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 8 overschrijdt en een bedrag van € 1 952;

  • j. begeleiding in dagdelen:

    1e klasse 1: € 2 412

    2e klasse 2: € 4 825

    3e klasse 3: € 7 237

    4e klasse 4: € 9 651

    5e klasse 5: € 12 063

    6e klasse 6: € 14.475

    7e klasse 7: € 16 888

    8e klasse 8: € 19 301

    9e klasse 9: € 21 713

    10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2 412;

  • k. begeleiding in dagdelen, inclusief vervoer:

    1e klasse 1: € 2 701

    2e klasse 2: € 5 402

    3e klasse 3: € 8 104

    4e klasse 4: € 10 803

    5e klasse 5: € 13 508

    6e klasse 6: € 15 920

    7e klasse 7: € 18 333

    8e klasse 8: € 20 746

    9e klasse 9: € 23 158

    10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2 412;

C

Aan artikel 2.6.10 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 4. Het zorgkantoor maakt het voorschot uitsluitend over op de bankrekening van de verzekerde of als hij een wettelijke vertegenwoordiger heeft, op diens rekening.

  • 5. In afwijking van het vierde lid betaalt het zorgkantoor op verzoek van de verzekerde die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt of diens wettelijk vertegenwoordiger, het voorschot uit op een bankrekening van een organisatie die belast is met de ondertoezichtstelling op de verzekerde of die een reclasseringsmaatregel uitoefent krachtens een uitspraak van de rechter of het Openbaar Ministerie op grond artikel 14d, artikel 15b, tweede lid, of Boek I, Titel VIII A Bijzondere bepalingen voor jeugdige personen, van het Wetboek van Strafrecht.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt met betrekking tot artikel I, onderdelen A en B, terug tot en met 1 januari 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Bussemaker.

TOELICHTING

1. Algemeen

Met deze regeling is de Regeling subsidies AWBZ aangepast. De aanpassingen betreffen wijzigingen in de subsidieparagraaf MEE-organisaties alsmede in de subsidieparagraaf Persoonsgebonden budget. In de artikelsgewijze toelichting wordt op deze wijzigingen nader ingegaan.

2. Artikelsgewijs

Onderdeel A

De budgetten van de MEE-organisaties omgerekend in bedragen per inwoner verschillen onderling sterk. Deze verschillen zijn grotendeels ontstaan in 2004, voorafgaand aan de omvorming van de SPD Nieuwe Stijl bij het aanvragen van middelen voor wachtlijsten. De verschillen in de budgetten tussen de MEE-organisaties leiden tot ongewenste verschillen in de kwaliteit en de kwantiteit van de dienstverlening. MEE Nederland, het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben naar aanleiding van deze verschillen gesproken over een herverdeling van de subsidies op basis van een betrouwbare verdeelsleutel. Er is geconcludeerd dat onderzoek naar een nieuwe verdeelsleutel noodzakelijk is. Onderzoeksbureau SEO zal, op basis van de factoren die de vraag naar de ondersteuning van MEE-diensten bepalen, een betrouwbare verdeelsleutel vaststellen. SEO zal daarbij ook een voorstel doen voor een verantwoorde implementatie van de verdeelsleutel. De uitkomsten van het onderzoek leiden met ingang van 2010 en verdere jaren tot een herverdeling van de budgetten.

In overleg met MEE Nederland en het CVZ wordt in 2009 al een eerste stap in de herverdeling van de budgetten gezet. De middelen die overblijven door de subsidie voor de individuele diensten in eerste instantie op hetzelfde niveau te houden als in 2008, worden aangewend om eerst de subsidie van de MEE-organisaties die meer dan 80% maar minder dan 100% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner ontvangen te indexeren met een percentage van 3,65%. Het percentage van 3,65% is afgeleid van: 0,9% voor 2008 (nacalaculatie 2008 (3,65%)-voorcalculatie 2008 (2,75%) én 2,75% voor 2009 (voorcalculatie 2009).

Met de middelen die dan nog resteren, wordt de subsidie van de MEE-organisaties die minder dan 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner ontvangen verhoogd tot (maximaal) 80% van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner.

Om dit te regelen is artikel 2.5.4, zesde lid, onderdeel b, aangepast.

Onderdeel B

Met deze bepaling zijn de bedragen voor begeleiding aangepast. Bij de berekening van deze bedragen, zoals die bij ministeriële regeling van 12 december 2008, Z/VU-2899284 (Stcrt. nr. 2573) per 1 januari 2009 vastgesteld waren, waren enkele fouten gemaakt, waardoor de bedragen te laag waren vastgesteld. Deze fouten zijn nu gecorrigeerd.

Onderdeel C

Met de toevoeging aan artikel 2.6.10 van een vierde lid is geregeld dat zorgkantoren het toegekende persoonsgebonden budget alleen mag overmaken aan de verzekerde of diens wettelijke vertegenwoordiger. Daarmee is uitvoering gegeven aan de motie van de Tweede Kamerleden Wolbert en De Vries (Kamerstukken II 2008/09, 30 597, nr. 55). Overigens handelen zorgkantoren ondertussen in het algemeen al in de lijn van de motie om op deze wijze oneigenlijk gebruik van het persoonsgebonden budgetten te voorkomen.

Als er sprake is van ondertoezichtstelling van of van een reclasseringsmaatregel met betrekking tot een jeugdige verzekerde is het niet altijd gewenst om het voorschot op de rekening van de verzekerde of diens wettelijke vertegenwoordiger over te maken. Het gaat daarbij om verzekerden tot de leeftijd van 23 jaar. Het kan dan de voorkeur verdienen het voorschot over te maken op de bankrekening van de organisatie die belast is met het toezicht dan wel met de uitvoering van de reclasseringsmaatregel. Het nieuwe vijfde lid regelt daarom een uitzondering op het vierde lid.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De met artikel I, onderdeel A, geregelde hogere bedragen voor begeleiding worden al door zorgkantoren op de pgb’s voor 2009 toegepast. De herverdeling van de budgetten voor de MEE-organisaties (artikel I, onderdeel B) hebben betrekking op heel 2009. De onderdelen A en B van artikel I werken daarom terug terug tot en met 1 januari 2009.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Bussemaker.