﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-202-p25-SC82687/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>202-2501</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 18 oktober 2007, nr. 202</tekst>
      <dag>Donderdag</dag>
      <datum>18 oktober 2007</datum>
      <nummer>202</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>VW</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Ontheffing VFR-vluchten</titel>
    <opschr>Ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum
VFR-vlieghoogte alsmede het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode</opschr>
    <bron>
      <datum>16 oktober 2007</datum>/<kenmerk>IVW TBE 45.1.a +44.1.a - 2007 - 82
- NHV</kenmerk></bron>
  </frontm>
  <body>
    <al>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</al>
    <al>Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;</al>
    <al>Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 08-10-2007, ontvangen op 11-10-2007
van Noordzee Helikopters Vlaanderen; t.a.v.: dhr. Frank Oosterlynck; adres:
Kalkaertstraat 101, 8400 Oostende, België (Vlaanderen);</al>
    <al>Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van het Nederlandse Loodswezen voor het uitvoeren van
beloodsingsvluchten;</al>
    <al>Gelet op artikel 44, vijfde lid, alsmede artikel 45, vijfde lid, van het
Luchtverkeersreglement;</al>
    <al>Besluit: </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
    <al>Deze beschikking is van toepassing op de helikopters van het type AS 365
N2 en AS 365 N3, in gebruik bij Noordzee Helikopters Vlaanderen, waarmee VFR-vluchten
worden uitgevoerd boven de Noordzee tussen Oostende (Vlaanderen) en de Pistoolhaven
(Rotterdam) en IJmuiden, ten behoeve van het uitvoeren van beloodsingsvluchten,
in opdracht van het Nederlandse Loodswezen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 2. VFR-vliegen beneden de minimum VFR-vlieghoogte</tuskop>
    <al>Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde helikopters wordt van
01-11-2007 tot en met 31-10-2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd
in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten
uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, om
naderingen uit te voeren op de locaties Pistoolhaven en IJmuiden, met inachtneming
van de volgende voorschriften en beperkingen:</al>
    <al>a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;</al>
    <al>b. de minimum toegestane vlieghoogte boven de grond of het water, bedraagt
500 ft, doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een
afstand van 600 m van het luchtvaartuig;</al>
    <al>c. afzonderlijke gebouwen ingericht voor het verblijf van personen worden
vermeden;</al>
    <al>d. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:</al>
    <al>1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;</al>
    <al>2. vee niet wordt verstoord;</al>
    <al>3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;</al>
    <al>4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G,</al>
    <al>in acht worden genomen:</al>
    <table frame="topbot" tabstyle="stcrt1">
      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="2" tgroupstyle="stcrt1">
        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"></colspec>
        <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>Vliegzicht (m)</al>
            </entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>Adviessnelheid (kts)</al>
            </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="top">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>800 - 1500</al>
            </entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>&lt; 50</al>
            </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>1500 - 2000</al>
            </entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>&lt; 100</al>
            </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>2000 - 5000</al>
            </entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
              <al>&lt; 120</al>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <al>e. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;</al>
    <al>f. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:</al>
    <al>de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:</al>
    <al>- naam gezagvoerders, registratie en model / type helikopter;</al>
    <al>- route en periode van de voorgenomen vlucht;</al>
    <al>g. er wordt niet gevlogen in gebieden waar reddingsacties met behulp van
luchtvaartuigen worden uitgevoerd;</al>
    <al>h. vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, worden vermeden;</al>
    <al>i. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;</al>
    <al>j. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;</al>
    <al>k. voor vluchten boven water waarbij de afstand tot land zodanig is dat
in geval van een noodlanding het land niet tijdig kan worden bereikt:</al>
    <al>- wordt de helikopter voorzien van een drijfinrichting;</al>
    <al>- is er voor iedere inzittende een zwemvest aan boord;</al>
    <al>l. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de Supervisor van MilATCC Nieuw Milligen en met de operationele helpdesk en
Rotterdam CTR; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;</al>
    <al>m. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het uitvoeren van de werkzaamheden daadwerkelijk noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 3. Laagvliegen buiten de daglichtperiode</tuskop>
    <al>1. Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde helikopters wordt
van 01-11-2007 tot en met 31-10-2008 ontheffing verleend van het verbod tot
het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, onder de in artikel
4 genoemde voorschriften en beperkingen naderingen uit te voeren op de locaties
Pistoolhaven en IJmuiden buiten de daglichtperiode.</al>
    <al>2. De operator is in het bezit van een JAR-OPS 3 AOC met autorisatie Helicopter
Hoist Operations (E13).</al>
    <al>3. Voor het visueel uitgevoerde gedeelte van de IFR-nadering bedraagt
het vliegzicht ten minste 5 kilometer en de wolkenbasis 1500 ft gevlogen met
voortdurend zicht op grond of water en is de wolkenbasis gelegen op 1500 ft
of hoger, dit in afwijking van artikel 4, zesde en zevende lid, van deze beschikking. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 4. Eisen aan het luchtvaartuig en vluchtuitvoering</tuskop>
    <al>1. De voorschriften en beperkingen, gesteld in deze beschikking, blijven
voor deze vluchten onverminderd van kracht.</al>
    <al>2. De gezagvoerder en copiloot beschikken over een geldige CPL(H) met
een bevoegdverklaring blindvliegen.</al>
    <al>3. Voor de vlucht wordt een vliegplan ingediend, tenzij met de plaatselijke
luchtverkeersleidingsdienst anders overeen wordt gekomen.</al>
    <al>4. Voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met
de instrumenten, zoals deze staan genoemd in de Subparts K &amp; L van JAR-OPS
3.</al>
    <al>5. Tijdens het uitvoeren van de vluchten is een tweezijdige radioverbinding
tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend
op de aangewezen radiofrequentie geluisterd.</al>
    <al>6. De helikopter is uitgerust met een werkende transponder mode S of mode
A en C.</al>
    <al>7. Het vliegzicht bedraagt ten minste 3 kilometer en de afstand van het
luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1500 meter horizontaal of 300 meter
verticaal, tenzij voortvloeiend uit de classificatie van luchtverkeersdienstverleningsgebieden
zwaardere eisen van toepassing zijn. In het laatste geval gelden de zwaarste
eisen.</al>
    <al>8. Tijdens een vlucht buiten de daglichtperiode wordt niet gevlogen beneden
de 100 ft, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van
de werkzaamheden noodzakelijk is.</al>
    <al>9. De te vliegen route is tevoren bij daglicht verkend, of is de gezagvoerder
reeds bekend, wat betreft de obstakelsituatie.</al>
    <al>10. Na beëindiging van de vlucht wordt de betrokken luchtverkeersleidingsdienst
hiervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 5. Bekendheid besluit</tuskop>
    <al>De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
    <al>Bij het niet of niet volledig nakomen van de in artikelen 2, 3 en 4 genoemde
voorschriften en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te
trekken. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
    <al>Deze beschikking treedt in werking met ingang van 01-11-2007 en vervalt
met ingang van 01-11-2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>
      <min>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</min>namens deze,<nl></nl>de
unitmanager Unit Kennis,<nl></nl>Advies en Berichtgeving,<nl></nl>Toelating/Continuering
Luchtruim,<nl></nl>R.J. Putters.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bezwaarmogelijkheid</tuskop>
      <al>Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:</al>
      <al>- de naam en het adres van de indiener;</al>
      <al>- de dagtekening;</al>
      <al>- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;</al>
      <al>- de gronden van het bezwaar.</al>
      <al>Het bezwaarschrift kunt u richten aan:</al>
      <al>Inspectie Verkeer en Waterstaat</al>
      <al>Toezicht Beheereenheid</al>
      <al>Unit Juridische Zaken</al>
      <al>Postbus 90653</al>
      <al>2509 LR Den Haag</al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>