﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-147-p10-SC81716/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>147-1001</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 2 augustus 2007, nr. 147</tekst>
      <dag>Donderdag</dag>
      <datum>2 augustus 2007</datum>
      <nummer>147</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>LNV</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Beslissing op bezwaar van Stichting Natuur en Milieu m.b.t. vrijstellingen
gewasbeschermingsmiddelen</titel>
  </frontm>
  <body>
    <al>
      <nadruk type="cur">Aan:</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Stichting Natuur en Milieu</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">t.a.v. mevr. M. de Rijk, directeur</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Donkerstraat 17</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">3511 KB Utrecht</nadruk>
    </al>
    <witreg></witreg>
    <al>
      <nadruk type="cur">Uw brief van: 24 jan. 2007</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Uw kenmerk: 070124.01</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Ons kenmerk: DRR&amp;R/2007/4052</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Datum: 30 juli 2007</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Onderwerp: Bestrijdingsmiddelenwet 1962, vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007, beslissing</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Bijlagen: diversen</nadruk>
    </al>
    <witreg></witreg>
    <al>Geachte mevrouw De Rijk,</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Bij brief van 24 januari 2007 hebt u bezwaar ingediend tegen mijn besluit
van 5 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
voor het teeltseizoen 2007, alsmede tegen mijn wijzigingsbesluit van 13 december
2006, nr. TRCJZ/2006/3933, houdende eerste wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Uw bezwaarschrift voldoet aan de vereisten van artikel 6:5 van de Algemene
wet bestuursrecht (hierna: Awb) en is tijdig ingediend.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>U hebt erop gewezen dat ingevolge artikel 6:19 Awb het bezwaar zich tevens
richt op het wijzigingsbesluit van 13 december 2006.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het bezwaar richt zich ingevolge artikel 6:19 Awb tevens op het tweede
wijzigingsbesluit van 23 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/570.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>U bent uitgenodigd voor de hoorzitting van 25 juni 2007. Van deze gelegenheid
hebt u - met kennisgeving - geen gebruik gemaakt. Namens respectievelijk
LTO Nederland en Agrichem BV zijn op de hoorzitting verschenen de heer J.T.W.
Verhoeven en mr. W.J.G. Maas.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Op basis van uw bezwaarschrift heb ik mijn besluiten opnieuw beoordeeld.
In deze brief vindt u mijn beslissing op uw bezwaarschrift en de overwegingen
die tot deze beslissing hebben geleid. Aan het einde van deze brief staat
hoe u beroep kunt aantekenen tegen deze beslissing. Als bijlage 1 bij deze
beslissing vindt u een opsomming van de belangrijkste wettelijke regels die
voor mijn beslissing van belang zijn.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Teneinde meer inzicht te geven in de toetsing van de vrijstellingen in
het licht van de verplichting rekening te houden met de effecten die het gebruik
van de vrijgestelde middelen kunnen hebben op de gezondheid van mens, dier
en milieu, maak ik in bijlage 2 bij deze beslissing voor de resterende vrijstellingen
inzichtelijk hoe het eindadvies van het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen
luidde, op basis waarvan ik tot mijn primaire beslissing ben gekomen. Tevens
is in het kader van deze herbeoordeling meer recente informatie, indien van
toepassing, meegewogen. </al>
    <tuskop letat="vet">Beslissing op het bezwaarschrift</tuskop>
    <al>Ik verklaar uw bezwaarschrift deels gegrond en overigens ongegrond. Hierna
kunt u lezen op grond van welke overwegingen ik tot deze beslissing ben gekomen. </al>
    <tuskop letat="vet">Uw bezwaren</tuskop>
    <al>U hebt aangegeven waarom u het niet eens bent met het besluit. Daartoe
hebt u aangevoerd dat de besluiten genomen zijn op basis van artikel 16aa
Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (hierna: Bmw), welk artikel naar uw mening in
strijd is met de Europese Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG. U
hebt daarbij gewezen op een (ten tijde van de indiening van uw bezwaarschrift)
te verwachten uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
in een vergelijkbare zaak, waarin prejudiciële vragen zijn gesteld aan
het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In uw brief van 23 februari 2007 hebt u uw bezwaren aangevuld. Deze aanvulling
komt er op neer dat de grondslag voor het verlenen van de vrijstelling van
een aantal gewasbeschermingsmiddelen gevormd wordt door artikel 16aa Bmw.
Deze bepaling noemt als enig criterium voor het verlenen van een vrijstelling
dat de middelen voor de landbouw dringend vereist zijn.</al>
    <al>Deze grondslag voor toelating acht u in strijd met de Europese richtlijn
91/414/EEG. U wijst erop dat in de overwegingen bij de richtlijn is vastgelegd
dat met deze richtlijn een hoog beschermingsniveau van het milieu wordt nagestreefd.
Uitdrukkelijk wordt dit uitgewerkt in de doelstelling ’voorkomen dat
middelen op de markt worden gebracht die nog niet voldoende onderzocht zijn’.
Voorts wordt overwogen dat de bescherming van het milieu voorrang heeft boven
een betere productie in de landbouw.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In zijn uitspraak van 14 september 2006 heeft het Hof van Justitie van
de Europese Gemeenschappen in de zaak C-138/05, onder verwijzing naar de daarin
aangehaalde overwegingen, uitdrukkelijk bepaald waartoe de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn
een lidstaat verplicht. Het Hof geeft in zijn overwegingen 44 en 45 een aantal
concrete eisen aan die voortvloeien uit de doelstelling van de richtlijn 91/414/EEG,
waaraan blijkens overweging 46 artikel 13, lid 6 van de richtlijn 91/414/EEG
niet kan afdoen:</al>
    <al>• Er moet een beoordeling plaatsvinden van de milieuschadelijkheid
van de middelen (en dus niet alleen van stoffen).</al>
    <al>• De kwaliteit van de beoordeling moet ‘naar behoren’
zijn, hetgeen gezien de considerans gelezen moet worden als een beoordeling
die adequaat is om een hoog niveau van bescherming van het milieu en volksgezondheid
te bereiken, waarbij de bescherming van het milieu en de volksgezondheid voorrang
heeft boven verbetering van de plantaardige productie.</al>
    <al>• De beoordeling moet gebaseerd zijn op een dossier dat de nodige
informatie bevat om de beoordeling daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Deze
eis van voldoende kwaliteit is absoluut, want artikel 13 lid 6 van de richtlijn
kan er niet aan afdoen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>• De aanvragers dienen er zorg voor te dragen dat een voldoende volledig
dossier wordt ingediend.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>U hebt voorts aangevoerd dat uit vaste jurisprudentie valt af te leiden
dat de bepalingen in het nationale recht voldoende duidelijk moeten zijn om
te verzekeren dat de doelstellingen van de richtlijn bereikt worden. Van belang
is volgens het Hof dat de richtlijnbepalingen ‘onbetwistbaar dwingende
kracht’ hebben. Het resultaat van de toepassing van nationale regelgeving
met welke de richtlijn geïmplementeerd is, mag niet afhangen van een
administratieve praktijk (of zoals hier een beleidsverklaring). Deze is naar
uw mening volgens het Hof onvoldoende zeker in zijn toepassing en tevens onvoldoende
gepubliceerd.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Nu iedere uitwerking van de milieubeoordeling in de regelgeving naar uw
oordeel ontbreekt, zijn de besluiten alleen al op die grond in strijd met
de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn.</al>
    <al>Daar komt nog bij dat het enige in artikel 16aa Bmw genoemde criterium
voor vrijstelling (= toelating), ‘voor de landbouw dringend vereist
zijn’, een criterium introduceert dat lijnrecht in strijd is met de
milieu- en volksgezondheidsdoelstellingen van de richtlijn 91/414/EEG. Tevens
is het criterium ‘voor de landbouw dringend vereist zijn’ in strijd
met de voorrang die milieu- en volksgezondheidsbelangen volgens de overwegingen
bij richtlijn 91/414/EEG dienen te hebben boven het belang van een ‘betere
plantaardige productie’.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De bestreden besluiten leiden naar uw mening ook tot schade aan het milieu
en kunnen zodoende niet de uitkomst zijn van ‘naar behoren beoordelen’
van de milieueffecten.</al>
    <al>Met name worden in het besluit van 13 december 2006 een aantal toepassingen
vrijgesteld van het middel Actellic 50, op basis van de actieve stof pirimifos-methyl
(knelpunten II-O, II-P, II-Q, II-S en II-T), die zeker zullen leiden tot aanzienlijke
overschrijding van milieucriteria. Het betreft hier het toestaan van gebruik
in kassen van pirimifos-methyl. Deze stof is zeer vluchtig en zal door gebruik
snel buiten de kas raken en in het oppervlaktewater terechtkomen. Pirimifos-methyl
is zeer giftig voor waterorganismen. In het verleden zijn de nu vrijgestelde
toepassingen beëindigd wegens de zeer aanzienlijke overschrijding van
de milieucriteria.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>U concludeert dat de bestreden besluiten in strijd zijn met de Europese
regelgeving inzake het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
Nu de besluiten niet door eventuele wijziging alsnog in overeenstemming te
brengen zijn met de Gewasbeschermingsrichtlijn, verzoekt u de bestreden besluiten
in te trekken. </al>
    <tuskop letat="vet">Feiten en omstandigheden</tuskop>
    <al>Bij de totstandkoming van de bestreden besluiten heb ik onder meer het
volgende overwogen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Artikel 16aa Bmw is gebaseerd op artikel 8, tweede lid, van de Richtlijn
91/414/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1991 betreffende het
op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (hierna: de richtlijn).
Op grond van laatstgenoemde bepaling mag een lidstaat gedurende de nader gedefinieerde
overgangsperiode toelaten dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage
I opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na kennisgeving van
de richtlijn reeds op de markt zijn, op zijn grondgebied op de markt worden
gebracht.</al>
    <al>Artikel 16aa Bmw biedt de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen voor
de toepassing van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het georganiseerde bedrijfsleven, waaronder onder meer LTO Nederland,
het Hoofdproductschap Akkerbouw en de Nederlandse Fruittelers Organisatie,
heeft in de maanden juli en september van 2006 voor de combinatie van bepaalde
teelten en bepaalde plagen of ziektes, waartegen volgens het bedrijfsleven
geen goed bestrijdingsmiddel voorhanden is, aanvragen tot vrijstelling ingediend
voor een aantal middelen. De Plantenziektenkundige Dienst heeft onderzocht
of er daadwerkelijk sprake is van een landbouwkundig knelpunt in de teelt.
De beginselen van geïntegreerde teelt hebben hierbij als uitgangspunt
gediend. Slechts voor erkende knelpunten kon een vrijstelling worden verleend.</al>
    <al>Vervolgens hebben het RIVM, Notox en EPP Consultancy, onder coördinatie
van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen advies uitgebracht
over de vraag of het beoogde gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de gestelde
eisen inzake arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu. Er zijn geen feiten
of omstandigheden naar voren gekomen die een vrijstelling in de weg staan.
Daarna heeft de Plantenziektenkundige Dienst op basis van de concrete aanvraag
beoordeeld of het beoogde gewasbeschermingsmiddel, gelet op de voorliggende
adviezen en de aanvraag, het gestelde probleem op een aanvaardbare manier
ondervangt. Indien het beoogde gewasbeschermingsmiddel niet, slechts marginaal
of op een onaanvaardbare wijze het gestelde probleem onderving, kon geen vrijstelling
worden verleend.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Een middel kon bovendien slechts worden vrijgesteld als de werkzame stof
in het middel voor 26 juli 1993 op de markt is gekomen en is opgenomen in
een werkprogramma van de Europese Commissie voor onderzoek als bedoeld in
artikel 8, tweede lid, van de richtlijn.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Toetsing van de ingediende aanvragen aan artikel 16aa Bmw heeft uitgewezen
dat er geen beletselen waren om voor de betrokken gewasbeschermingsmiddelen
vrijstelling te verlenen van de verboden genoemd in de artikelen 2 en 10 Bmw. </al>
    <tuskop letat="vet">Overwegingen</tuskop>
    <al>Ofschoon enkele verleende vrijstellingen inmiddels zijn geëxpireerd
doet dit blijkens de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
(hierna: het College) van 22 maart 2005, AWB 04/876, overweging 6.1. niet
het belang vervallen, zodat ook inzake deze vrijstellingen nog steeds sprake
is van een ontvankelijk bezwaarschrift.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Bij het verlenen van de bestreden vrijstellingen is naar mijn oordeel
rekening gehouden met de effecten die het gebruik van de desbetreffende gewasbeschermingsmiddelen
kunnen hebben op de gezondheid van mens en dier, en op het milieu. Dat is,
mede blijkens de toelichtingen op de bestreden besluiten, staande praktijk,
die als zodanig evenwel niet in een bepaling van de Bestrijdingsmiddelenwet
is vastgelegd.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Als vervolg op het arrest van het Hof van Justitie van 14 september 2006
in zaak C-138/05, heeft het College op 4 mei 2007 uitspraak gedaan inzake
het beroep dat was ingesteld tegen het besluit strekkende tot ongegrondverklaring
van bezwaren tegen het met toepassing van artikel 16aa Bmw verlenen van vrijstelling
met betrekking tot bij dat besluit aangeduide gewasbeschermingsmiddelen (het -
gewijzigde - besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004).</al>
    <al>Het College overweegt in de uitspraak van 4 mei 2007 (LJN: BA4402) onder
meer dat namens mij weliswaar is betoogd dat bij het verlenen van de vrijstellingen
een zorgvuldige procedure is gevolgd, doch dat het hierbij gaat om een gehanteerd
beleid en niet om de toepassing van een bij wet gestelde norm inzake het naar
behoren rekening houden met de effecten op de gezondheid van mens en dier,
alsmede op het milieu.</al>
    <al>Het College overweegt dat volgens de tekst van artikel 16aa Bmw vrijstelling
zou kunnen worden verleend, zonder dat naar behoren rekening is gehouden met
deze effecten. Het College is gezien deze laatste gevolgtrekking van oordeel
dat de wijziging van het toelatingsregime van de Bmw die het gevolg is van
de invoering van artikel 16aa, een wijziging betreft die de verwezenlijking
van het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar brengt.
Het College concludeert dat artikel 16aa Bmw niet in overeenstemming is met
het bepaalde in artikel 8, lid 2, van de richtlijn, zoals dit voorschrift
gezien het arrest van Hof moet worden verstaan.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De uitspraak van het College noopt mij ertoe bij de heroverweging van
de thans bestreden besluiten vast te stellen, dat de bestreden besluiten gebaseerd
zijn op artikel 16aa Bmw, in welk artikel geen uitdrukkelijk voorschrift is
opgenomen dat waarborgt dat bij de vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel
naar behoren rekening wordt gehouden met de effecten van het middel op de
gezondheid van mens en dier en op het milieu. In zoverre is uw bezwaar gegrond.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dit leidt evenwel niet tot het oordeel dat het door het College vastgestelde
formele gebrek in artikel 16aa Bmw aan de bestreden besluiten in de weg staat.
Het door het College vastgestelde formele gebrek in artikel 16aa Bmw wordt
gerepareerd (met het wetvoorstel Aanpassing overgangsrecht Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden, Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 31 067, nrs.1-3; op 5 juli
2007 met algehele stemmen door de Tweede Kamer aanvaard; behandeling door
Eerste Kamer is voorzien in september) en doet niet af aan de gehanteerde,
zorgvuldige praktijk, op grond waarvan in de feitelijke beoordeling van de
aanvragen tot vrijstelling de betreffende gewasbeschermingsmiddelen getoetst
zijn aan de gestelde eisen inzake arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu.
Ik ben van mening dat, nu het door het College geconstateerde formele gebrek
zal zijn hersteld op het moment dat de nieuwe Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden in werking treedt (voorzien op 1 oktober 2007), het gebrek van
artikel 16aa Bmw tijdelijk kan worden geheeld door deze bepaling in de tussentijd
uit te leggen en toe te passen in het licht van artikel 8, lid 2, van de richtlijn
en de door het Hof in dat kader aan artikel 10 EG ontleende waarborgen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dit betekent dat ik de bevoegdheid tot het verlenen van een vrijstelling
richtlijnconform kan toepassen wanneer, op basis van een dossier dat de nodige
informatie bevat om die effecten daadwerkelijk te kunnen onderzoeken, naar
behoren rekening wordt gehouden met de effecten die het middel kan hebben
op de gezondheid van mens en dier, alsmede op het milieu. Aangezien mijn ambtsvoorganger
bij de totstandkoming van artikel 16aa Bmw heeft aangegeven dat gelet op de
milieubelangen die in het geding kunnen zijn, voorschriften en beperkingen
kunnen worden verbonden aan de vrijstellingen (Nota naar aanleiding van het
nader verslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003, 28 358, nr. 6, blz. 4,
tweede alinea en nr. 8, blz. 8, laatste alinea eerste zin en blz. 10, eerste
alinea, blz. 12, vijfde alinea, blz. 14, een na laatste alinea, blz. 16, derde
alinea), kan niet worden gezegd dat deze praktijk niet kenbaar was voor de
aanvragers van de vrijstellingen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In het kader van de heroverweging van de bestreden besluiten constateer
ik dat de gehanteerde praktijk in overeenstemming is met het aldus richtlijnconform
uitgelegde artikel 16aa Bmw en het door de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn
voorgeschreven resultaat niet ernstig in gevaar brengt.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In dat verband is van belang dat conform de kenbaar gemaakte procedure
(zie Tweede Kamer 27 858, nrs. 38, 39, 44 en 51) aanvragen zijn ingediend
en geconstateerd is dat sprake is van landbouwkundige knelpunten. Voorts zijn
de vrijstellingen verleend aan de hand van een dossier dat de nodige informatie
bevat zodat naar behoren rekening is gehouden met de effecten van de middelen
in de gevraagde toepassing(en) voor mens, dier en milieu.</al>
    <al>In de bestreden besluiten is aangegeven dat bij toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen
onder de daarbij gestelde voorwaarden geen sprake is van onaanvaardbare effecten
voor het milieu. Steun voor dit standpunt kan gevonden worden in de adviezen
van RIVM, Notox en EPP Consultancy, onder coördinatie van het College
voor de toelating bestrijdingsmiddelen (hierna: Ctb). Daar waar zij risico’s
signaleren kunnen deze naar mijn mening tot een aanvaardbaar niveau worden
teruggebracht met de voorgeschreven gebruiksvoorschriften en gebruiksaanwijzingen,
bijvoorbeeld omdat de betreffende gewasbeschermingsmiddelen gedurende korte
tijd en op kleine schaal (d.w.z. in een kleine teelt en/of in een bepaalde
dosering) mogen worden toegepast. Bovendien zijn waar mogelijk risicoreducerende
maatregelen voorgeschreven. Bijvoorbeeld het gebruik van spuitapparatuur en
windschermen boven op maatregelen die op grond van het Lozingenbesluit open
teelt en veehouderij (Besluit van 27 januari 2000, Stb, 2000, 43, zoals daarna
gewijzigd) reeds gelden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Geheel
in lijn met de uitgangspunten van de Bmw en de richtlijn zijn de effecten
zo tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>U stelt dat de verleende vrijstellingen leiden tot schade aan het milieu.
U onderbouwt dit standpunt slechts voor één vrijgesteld middel.
Aangezien mij niet is gebleken dat de overige vrijgestelde middelen leiden
tot schade aan het milieu en u uw bezwaar op dit punt niet onderbouwt concludeer
ik dat uw bezwaar in zoverre ongegrond moet worden verklaard.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Met betrekking tot het middel Actellic 50 betoogt u dat de vrijgestelde
toepassingen: II.O, II.P, II.S en II.T zeker zullen leiden tot aanzienlijke
overschrijding van milieucriteria. U licht toe dat het gaat om het gebruik
in kassen van de werkzame stof pirimifos-methyl, een zeer vluchtige stof die
snel buiten de kas raakt en in oppervlaktewater terecht komt. U voegt daar
nog aan toe dat pirimifos-methyl zeer giftig is voor waterorganismen.</al>
    <al>Uw mening dat de vrijgestelde toepassingen zeker zullen leiden tot aanzienlijke
overschrijding van milieucriteria deel ik niet. Het middel mag conform de
geldende gebruiksvoorschriften in voornoemde toepassingen niet toegepast worden
in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht komt. Verder
moeten na afloop van de behandeling luchtramen minimaal 4 uur gesloten blijven.
Deze voorschriften voorkomen verspreiding van het middel buiten de kas en
naar het oppervlaktewater. Dat betekent dat de door u geschetste risico’s
voor waterorganismen zich niet voordoen bij een juist gebruik van het middel.
Dat juiste gebruik wordt bevorderd door via het gebruiksvoorschrift de gebruiker
op de hoogte te stellen van de gevaren die het middel bij onjuist gebruik
kan veroorzaken voor waterorganismen en het aquatisch milieu. Voorts wordt
de gebruiker opgedragen om lozing in het milieu te voorkomen.</al>
    <al>Ik concludeer dat ook dit deel van uw bezwaar ongegrond moet worden verklaard. </al>
    <tuskop letat="vet">Conclusie</tuskop>
    <al>Ik verklaar het bezwaar gedeeltelijk gegrond en herroep het besluit van
5 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
voor het teeltseizoen 2007, het besluit van 13 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3933,
houdende eerste wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007, alsmede
het besluit van 23 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/570, houdende tweede wijziging
Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007, zoals aangegeven in artikel
I van bijgevoegd Wijzigingsbesluit. Voor zover in dat verband ten aanzien
van de middelen een nieuw besluit is genomen, is dat besluit opgenomen in
het wijzigingsbesluit. Het wijzigingsbesluit is als onderdeel van deze beslissing
op bezwaar aan deze beslissing gehecht.</al>
    <al>Voor het overige verklaar ik uw bezwaren ongegrond en handhaaf ik de bestreden
besluiten. </al>
    <tuskop letat="vet">Beroepsmogelijkheid</tuskop>
    <al>Een belanghebbende kan, binnen zes weken na verzending van deze brief
een beroepschrift indienen. Stuur het beroepschrift in dat geval naar het
College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA</al>
    <al>’s-Gravenhage. Voor de behandeling van het beroep brengt het College
griffierecht in rekening. Voor natuurlijke personen bedraagt dit € 143,-
en voor andere dan natuurlijke personen € 285,-.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>
      <min>De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</min>voor
deze, <nl></nl>de secretaris-generaal, <nl></nl>A.N. van der Zande.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Wijzigingsbesluit (onderdeel van de beslissing op bezwaar)</tuskop>
      <al>Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, houdende
derde wijziging van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007</al>
      <witreg></witreg>
      <al>in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening
en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister
van Sociale zaken en Werkgelegenheid</al>
      <witreg></witreg>
      <al>gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962</al>
      <witreg></witreg>
      <al>besluit: </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel I</tuskop>
      <al>De bijlage bij het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
van 5 december 2006, TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007<sup>1</sup> wordt als volgt gewijzigd:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>A</al>
      <al>In deel I van de bijlage vervallen de onderdelen I.A, I.B, I.E, I.F en
I.I.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>B</al>
      <al>In deel II van de bijlage vervallen de onderdelen II.C, II.J, II.K, II.N,
II.V en II.AA.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>C</al>
      <al>In deel II van de bijlage komen de onderdelen II.F, II.G, II.Y, II.Z,
en II.AC te luiden als volgt: </al>
      <tuskop letat="vet">II. F. Knelpunt Boomkwekerijgewassen ‐ gal- en roestmijt </tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Vertimec</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10020 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Boomkwekerijgewassen - gal- en roestmijt </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschriften</tuskop>
      <al>Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel met
maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de onbedekte teelt van
boomkwekerijgewassen vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 oktober 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In verband met het risico voor waterorganismen is de toepassing op percelen
die grenzen aan watergangen uitsluitend toegestaan:</al>
      <al>• In het geval van hoge boomkwekerijgewassen (opwaarts spuiten; gewassen
hoger dan 2,5m): dient gebruik gemaakt te worden van de volgende driftreducerende
maatregelen: 5 meter teeltvrije zone, tenminste 90% driftreducerende doppen
en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.</al>
      <al>• in geval van lage boomkwekerijgewassen (gewassen tot en met 2,5
meter hoog) dient gebruik te worden gemaakt van minimaal 90% driftreducerende
doppen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing
in bloeiende gewassen of in gewassen wanneer deze bezocht worden door bijen
of hommels. Niet toegestaan is de toepassing van het middel wanneer bloeiende
onkruiden aanwezig zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel
is irriterend voor de ogen en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact
met de huid. Het middel is zeer vergiftig voor in water levende organismen
en kan in het aquatische milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kan de vruchtbaarheid en het ongeboren kind schaden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het volgende moet daarom in acht worden genomen:</al>
      <al>• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel
voor de ogen.</al>
      <al>• Spuitnevel niet inademen.</al>
      <al>• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een
arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).</al>
      <al>• Blootstelling vermijden- vóór gebruik speciale aanwijzingen
raadplegen.</al>
      <al>• Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.</al>
      <al>• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksaanwijzing</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Het maximale effect tegen mijten wordt drie tot vijf dagen na behandeling
bereikt. Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale
verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken. Gebruik
minimaal 0,5 liter middel per hectare. Het is niet nodig om een uitvloeier
toe te voegen. </al>
      <tuskop letat="cur">Toepassingen</tuskop>
      <al>In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen, ter bestrijding van gal-
en roestmijten (<nadruk type="cur">Eriophyidae</nadruk>).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling
zonodig eenmaal herhalen met een interval van minimaal 7 dagen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">Dosering:</nadruk> 0,025% (25 ml per 100 liter water). </al>
      <tuskop letat="vet">II. G. Knelpunt Aardbei onder glas - trips</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Vertimec</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10020 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection</al>
      <al>Knelpunt: Aardbei onder glas - trips </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschriften</tuskop>
      <al>Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met
maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de bedekte productieteelt
van aardbei vanaf 1 februari 2007 tot en met 31 oktober 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de bedekte teelt mag het middel uitsluitend worden toegepast door middel
van:</al>
      <al>• een gewasgerichte behandeling met hydraulische spuitapparatuur
(hogedrukspuit) mits per hectare minimaal 250 liter spuitvloeistof wordt toegepast
met een druk bij de pomp die niet hoger is dan 25 bar (d.d. 2500 kPa of 25
kgf/cm<sup>3</sup> of 25 atm),</al>
      <al>• een ruimtebehandeling met een Laag Volume vernevelaar (Low Volume
Misters)</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het middel mag uitsluitend worden toegepast onder strikte in achtneming
van het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen.</al>
      <al>Het middel mag uitsluitend worden toegepast indien er geen andere personen
in de desbetreffende ruimte aanwezig zijn, tenzij deze personen het gestelde
onder veiligheidsaanbevelingen strikt in acht nemen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing
in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen indien bijen of hommels
actief zijn op deze planten. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende
onkruiden aanwezig zijn. Gebruik op bloeiende planten onder glas is wel toegestaan
mits er geen bijen of hommels in de kas aanwezig zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de in het water levende organismen te beschermen mag het middel niet
toegepast worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater
terecht kan komen. Na afloop van een behandeling dienen de luchtramen minimaal
4 uren gesloten te blijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond, irriterend
voor de ogen en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.
Het is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch
milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het kan de vruchtbaarheid
en het ongeboren kind schaden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het volgende moet daarom in acht worden genomen:</al>
      <al>• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel
voor de ogen.</al>
      <al>• Spuitnevel niet inademen.</al>
      <al>• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een
arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).</al>
      <al>• Blootstelling vermijden- vóór gebruik speciale aanwijzingen
raadplegen.</al>
      <al>• Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren</al>
      <al>• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidsgegevenskaart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="cur">Veiligheidstermijn</tuskop>
      <al>De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn
dan 3 dagen. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksaanwijzing</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling
over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken. Gebruik minimaal
0,5 liter middel per hectare. Het is niet nodig om een uitvloeier toe te voegen. </al>
      <tuskop letat="cur">Toepassingen</tuskop>
      <al>In de bedekte productieteelt van aardbei, ter bestrijding van larven van
trips (<nadruk type="cur">Frankliniella occidentalis</nadruk>).</al>
      <al>Toepassen zodra larven worden waargenomen. De behandeling indien nodig
herhalen. Het middel maximaal 3 maal per teelt toepassen met een interval
van minimaal 7 dagen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">Dosering:</nadruk> 0,05% (50 ml per 100 liter water) in maximaal 1500
liter water per hectare. </al>
      <tuskop letat="cur">Attentie</tuskop>
      <al>Gezien de inherente risico’s van de ontwikkeling van resistentie
tegen enigerlei product wordt sterk aanbevolen Vertimec toe te passen in een
goed programma om resistentie tegen te gaan, waaronder begrepen het gebruik
van andere producten met andere werkingsmechanismen. </al>
      <tuskop letat="vet">II. Y. Knelpunt grondgebonden snijbloemen onder glas -
wortelduizendpoot</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Curater vloeibaar</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7823 N</al>
      <al>Toelatingshouder: FMC Chemical</al>
      <al>Knelpunt: grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot </al>
      <tuskop letat="cur">Restrictie</tuskop>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007)
2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
13 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder
glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 december 2007. In verband met voornoemde
beschikking van de Europese Commissie is na de datum van inwerkingtreding
van onderhavig besluit slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben
of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit,
die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit Curater
vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk
31 december 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts tweemaal
toepassen in de teelt van snijbloemen onder glas bij de bestrijding van wortelduizendpoot. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschriften</tuskop>
      <al>Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel op
klei-, veen- en zavelgronden met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen
met dien verstande dat voor het laden en mengen maximaal een hoeveelheid voor
een te behandelen oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon aangemaakt mag
worden in de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen door middel van een
grondbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te
beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen.
Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel
zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige
blootstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen.
Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de
huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in
het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie
veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het volgende moet daarom in acht worden genomen:</al>
      <al>• Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen.</al>
      <al>• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en
zeep.</al>
      <al>• Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.</al>
      <al>• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.</al>
      <al>• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een
arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.</al>
      <al>• Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.</al>
      <al>• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksaanwijzing </tuskop>
      <al>Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld
om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden. </al>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of
het betreffende gewas de behandeling verdraagt. </al>
      <tuskop letat="cur">Toepassingen</tuskop>
      <al>In de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen, ter bestrijding van
wortelduizendpoot (<nadruk type="cur">Scutigerella immaculata</nadruk>).</al>
      <al>Het middel toedienen via de regenleiding; meteen na toepassing enkele
minuten naregenen. Bij zware aantasting de behandeling na ca. 14 dagen herhalen.
In chrysanten is schade in de vorm van blad- of wortelverbranding niet uitgesloten.
Op grond met een hoog organische stofgehalte kan de werking van Curater Vloeibaar
middels een grondbehandeling tegen de wortelduizendpoot tegenvallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">Dosering:</nadruk> 2 ml per m<sup>2</sup>, opgelost in 2 tot 3 liter
water </al>
      <tuskop letat="vet">II. Z. Knelpunt Boomkwekerijgewassen en vaste planten
- gegroefde lapsnuitkever</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Curater vloeibaar</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7823 N</al>
      <al>Toelatingshouder: FMC Chemical</al>
      <al>Knelpunt: Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever </al>
      <tuskop letat="cur">Restrictie</tuskop>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007)
2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. Ingevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
13 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt boomkwekerijgewassen
en vaste planten/gegroefde lapsnuitkever is verleend tot 31 oktober 2007.
In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie is na de datum
van inwerkingtreding van onderhavig besluit slechts vrijgesteld het voorhanden
of in voorraad hebben of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit
Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit,
die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit Curater
vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk
31 oktober 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts eenmaal
toepassen in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten bij de bestrijding
van de gegroefde lapsnuitkever. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschriften</tuskop>
      <al>Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met
maximaal 4 toepassingen per teelt of teeltseizoen die machinaal worden toegepast
met gebruikmaking van driftreducerende doppen van minimaal 90% en met een
teeltvrije zone van 150 cm en met dien verstande dat maximaal 1 ha per persoon
per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen
en vaste planten door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 mei 2007 tot
en met 31 oktober 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te
beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen.
Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel
zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige
blootstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen.
Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de
huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in
het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie
veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het volgende moet daarom in acht worden genomen:</al>
      <al>• Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen,
ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.</al>
      <al>• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en
zeep.</al>
      <al>• Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.</al>
      <al>• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.</al>
      <al>• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een
arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.</al>
      <al>• Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.</al>
      <al>• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksaanwijzing </tuskop>
      <al>Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld
om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden. </al>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Het verdient aanbeveling door middel van een proefbehandeling vast te
stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt. </al>
      <tuskop letat="cur">Toepassingen</tuskop>
      <al>In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding
van de volwassen lapsnuitkever (<nadruk type="cur">Otiorhynchus spp</nadruk>).</al>
      <al>Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren en met
een interval van 21 dagen herhalen. Het optimale toepassingstijdstip is ’s
avonds omdat de kevers ’s nachts actief zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">Dosering:</nadruk> 0,1% (100 ml per 100 liter water) </al>
      <tuskop letat="vet">II. AC. Knelpunt onbedekte teelt van oregano ‐ grasachtige
onkruiden</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Gallant 2000</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11592 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Dow Agro-sciences B.V.</al>
      <al>Knelpunt: onbedekte teelt van oregano - grasachtige onkruiden </al>
      <tuskop letat="cur">Restrictie</tuskop>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 19 juni 2007 (C(2007)
2584) besloten dat de werkzame stof haloxyfop-R niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 19 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
19 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Gallant 2000 voor het knelpunt oregano/grasachtige
onkruiden is verleend tot 30 september 2007. In verband met voornoemde beschikking
van de Europese Commissie is na de datum van inwerkingtreding van onderhavig
besluit slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken
als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit,
die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit Gallant
2000 hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 30
september 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2584) nog maximaal éénmaal
toepassen in de onbedekte teelt van oregano voor de bestrijding van grasachtige
onkruiden. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschriften</tuskop>
      <al>Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel ter
bestrijding van grasachtige (monocotyle) onkruiden, met maximaal 1 toepassing
per teelt of teeltseizoen met dien verstande dat maximaal 5 ha per persoon
per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van oregano bestemd voor
de productie van etherische oliën, vanaf 1 april 2007 tot en met 30 september
2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in
grondwaterbeschermingsgebieden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit middel geeft gevaar voor ernstig oogletsel, kan overgevoeligheid veroorzaken
bij contact met de huid en is irriterend voor ademhalingswegen en de huid.
Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Het middel is giftig
voor in water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn
schadelijke effecten veroorzaken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het volgende moet daarom in acht worden genomen:</al>
      <al>• Niet roken tijdens gebruik.</al>
      <al>• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.</al>
      <al>• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel
voor het gezicht.</al>
      <al>• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen
en deskundig medisch advies inwinnen.</al>
      <al>• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksaanwijzing</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Gallant 2000 is een systemisch werkend bladherbicide en bestrijdt kweekgras,
eenjarige grassen en opslag van granen, ook straatgras wordt bestreden. Op
het moment van spuiten moeten de grassen goed aan de groei zijn en voldoende
bladmassa hebben om het herbicide op te nemen (3-5 bladstadium tot begin uitstoeling).</al>
      <al>Wacht met toepassen niet zo lang dat het cultuur gewas het onkruid grotendeels
bedekt.</al>
      <al>Toepassen bij droog en groeizaam weer, als geen regen wordt verwacht binnen
1 uur na toepassing. De groei van de onkruiden stopt binnen enkele dagen na
de bespuiting; afhankelijk van de weersomstandigheden en de onkruiden is de
werking zichtbaar 1 tot 2 weken na de toepassing en is volledig na 3 tot 4
weken. Groeizaam weer bevordert de snelheid van de werking.</al>
      <al>Gallant 2000 bevat een uitvloeier. De toevoeging van een extra hulpstof
is dus niet nodig.</al>
      <al>Niet mengen met groeistoffen. </al>
      <tuskop letat="cur">Toepassingen</tuskop>
      <al>Onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën,
ter bestrijding van grasachtige onkruiden.</al>
      <al>De toepassing kan na opkomst van het gewas plaatsvinden. </al>
      <tuskop letat="cur">Dosering:</tuskop>
      <al>De dosering is afhankelijk van de onkruidsoort. </al>
      <tuskop letat="cur">Opmerkingen:</tuskop>
      <al>Cultuurgrassen (behalve roodzwenk en hardzwenk), granen en maïs zijn
uiterst gevoelig voor dit middel.</al>
      <table frame="topbot" tabstyle="stcrt2">
        <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="3" tgroupstyle="stcrt2">
          <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"></colspec>
          <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"></colspec>
          <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="50*"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>onkruidsoort</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>dosering per ha</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>tijdstip van toepassen</al>
              </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="top">
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Hanepoot</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Duist</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Windhalm</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>als het betreffende onkruid</al>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Wilde haver</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>0,5 l</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>2-3 bladeren heeft tot</al>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Opslag van granen</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>uiterlijk begin doorschieten</al>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Stuifdek van gerst</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Opslag van raaigras</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Kweekgras</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>1 l</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>bij 15-25 cm hoogte (4-6 bladstadium)</al>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>- Straatgras</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>1 - 1,5 l</al>
              </entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <al>op jong straatgras voor de bloei geeft 1 l ha al voldoende werking.</al>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>D</al>
      <al>In deel II van de bijlage worden in de onderdelen II.O, II.P, II.Q, II.S
en II.T telkens vóór het kopje Gebruiksvoorschriften de navolgende
zinnen toegevoegd: </al>
      <tuskop letat="cur">Restrictie</tuskop>
      <al>Naar verwachting zal de Europese Commissie binnenkort bekendmaken dat
de werkzame stof pirimifos methyl geplaatst zal worden op bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG maar uitsluitend voor “post harvest applications”.
Om die reden zal per 1 oktober 2007 niet langer het afleveren of in Nederland
brengen van het middel ten behoeve van gebruik in een kas worden toegestaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Actellic 50 is verleend tot 31 december 2007. In verband
met de te publiceren communautaire maatregel is met ingang van 1 oktober 2007
slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken als
bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen
2007. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel II</tuskop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">voor deze:</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">de secretaris-generaal,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">A.N. van der Zande.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">
        <sup>1</sup> Stcrt. 2006, nr. 243, laatstelijk gewijzigd
bij besluit van 23 februari 2007, Stcrt. 2007, 41. </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Toelichting</tuskop>
      <al>In het kader van de beslissing op bezwaar zijn alle vrijstellingen 2007
herbeoordeeld. Daarbij is rekening gehouden met de feiten en omstandigheden,
zoals bekend kort voor het nemen van onderhavig besluit. In een aantal gevallen
is een werkzame stof geplaatst of niet geplaatst op bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG, hetgeen in die concrete gevallen heeft geleid tot een wijziging
van het vrijstellingsbesluit. Ten aanzien van de vrijgestelde toepassingen
van het middel Vertimec is bij de herbeoordeling gebleken dat aanvullende
voorschriften nodig zijn om het milieu risico tot aanvaardbare proporties
terug te brengen. Voor de kastoepassingen van het middel Actellic 50 wordt
vooruitgelopen op de publicatie van een communautair besluit tot beperkte
plaatsing op bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG, omdat dit besluit elk moment
kan worden gepubliceerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">voor deze:</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">de secretaris-generaal,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">A.N. van der Zande.</nadruk>
      </al>
    </bijlage>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage 1 </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Regelgeving</tuskop>
      <al>In de toepasselijke regelgeving is - voor zover in de onderhavige
zaak van belang - het volgende bepaald. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2, eerste lid, Bmw</tuskop>
      <al>Het is verboden een bestrijdingsmiddel af te leveren, voorhanden of in
voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of te gebruiken, waarvan niet
blijkt dat het ingevolge deze wet is toegelaten of voor zover het een biocide
met een gering risico betreft, is geregistreerd. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3, tweede lid, onder a Bmw</tuskop>
      <al>Een bestrijdingsmiddel wordt voorts slechts toegelaten of geregistreerd
indien:</al>
      <al>voor zover het een bestrijdingsmiddel betreft, de werkzame stof of werkzame
stoffen zijn aangewezen bij een communautaire maatregel die de werkzame stoffen
vermeldt die mogen worden gebruikt als basis voor bestrijdingsmiddelen en
aan de daarbij gestelde voorwaarden wordt voldaan; </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 10, eerste en tweede lid, Bmw</tuskop>
      <al>1. Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de artikelen
5, tweede, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 5a, eerste en tweede
lid, en 9, tweede en derde lid, vastgestelde voorschriften.</al>
      <al>2. Het is een ieder verboden van een bij regeling van Onze betrokken Minister
aangewezen bestrijdingsmiddel een hoeveelheid voorhanden of in voorraad te
hebben, tenzij die hoeveelheid bestemd is voor een gebruik waarvoor het middel
is toegelaten, geregistreerd of ter aflevering. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 16aa Bmw</tuskop>
      <al>1. Onze betrokken Minister kan, wanneer de belangen van de landbouw zulks
dringend vereisen, vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in
de artikelen 2, eerste lid, en 10, eerste en tweede lid, ten aanzien van een
gewasbeschermingsmiddel dat een werkzame stof bevat:</al>
      <al>a. die reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd;</al>
      <al>b. die niet bij een in artikel 3, tweede lid, onder a, bedoelde communautaire
maatregel is aangewezen, en</al>
      <al>c. ten aanzien waarvan het onderzoek, bedoeld in artikel 8, tweede lid,
van Richtlijn nr.91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
15 juli 1991, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
(PbEG L 230), na 26 juli 2003 wordt aangevangen of voortgezet.</al>
      <al>2. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Zij kunnen onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 8, tweede lid, van de Richtlijn 91/414/EEG van
de Raad van 15 juli 1991</tuskop>
      <al>In afwijking van artikel 4 en onverminderd lid 3 en Richtlijn 79/117/EEG
mag een Lid-Staat, gedurende een periode van twaalf jaar na de kennisgeving
van deze richtlijn, toelaten dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage
I opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na de datum van kennisgeving
van de richtlijn reeds op de markt zijn, op zijn grondgebied op de markt worden
gebracht.</al>
      <al>Na de aanneming van deze richtlijn start de Commissie een werkprogramma
om die werkzame stoffen binnen de in de eerste alinea bedoelde periode geleidelijk
te onderzoeken. In het kader van dit programma kan worden geëist dat
de belanghebbenden alle vereiste gegevens binnen een in het programma vastgelegde
termijn aan de Commissie en aan de Lid-Staten meedelen. Alle bepalingen die
voor de tenuitvoerlegging van het programma noodzakelijk zijn, zullen in een
overeenkomstig de procedure van artikel 19 aangenomen verordening worden vastgelegd.</al>
      <al>Tien jaar na de kennisgeving van deze richtlijn legt de Commissie aan
het Europese Parlement en de Raad een verslag voor over de vooruitgang die
met betrekking tot het programma is geboekt. Overeenkomstig de conclusies
van het verslag kan overeenkomstig de procedure van artikel 19 worden besloten
of de in de eerste alinea bedoelde periode van twaalf jaar voor bepaalde stoffen
met een nader te bepalen termijn wordt verlengd.</al>
      <al>Tijdens de in de eerste alinea bedoelde periode van twaalf jaar kan, na
onderzoek in het in artikel 19 bedoelde Comité en volgens de procedure
van dat artikel, worden besloten of een dergelijke werkzame stof in bijlage
I kan worden opgenomen en, zo ja, op welke voorwaarden, of dat een dergelijke
werkzame stof niet in bijlage I wordt opgenomen, in die gevallen namelijk
waarin niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 5 of waarin de vereiste
informatie en gegevens niet binnen de voorgeschreven periode zijn verstrekt.
De Lid-Staten zorgen ervoor dat de betrokken toelatingen binnen een voorgeschreven
periode, naar gelang van het geval, worden verstrekt, ingetrokken of gewijzigd. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:5, eerste lid, Awb</tuskop>
      <al>Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:</al>
      <al>a. de naam en het adres van de indiener;</al>
      <al>b. de dagtekening;</al>
      <al>c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;</al>
      <al>d. de gronden van het bezwaar. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:7 Awb</tuskop>
      <al>De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt
zes weken. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:8, eerste lid, Awb</tuskop>
      <al>De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op
de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:9, eerste lid, Awb</tuskop>
      <al>Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het
einde van de termijn is ontvangen. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:18, eerste lid, Awb</tuskop>
      <al>Het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit brengt geen
verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid
tot intrekking of wijziging van dat besluit. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6:19, eerste lid, Awb</tuskop>
      <al>Indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel
6:18 Awb, wordt het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het
nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet
komt. </al>
    </bijlage>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage 2</tuskop>
      <al>Teneinde meer inzicht te geven in de toetsing van de vrijstellingen in
het licht van de verplichting rekening te houden met de effecten die het gebruik
van de vrijgestelde middelen kunnen hebben op de gezondheid van mens, dier
en milieu, zal ik hierna voor de resterende vrijstellingen inzichtelijk maken
hoe het eindadvies van het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen
luidde, op basis waarvan ik tot mijn primaire beslissing ben gekomen. Tevens
is in het kader van deze herbeoordeling meer recente informatie, indien van
toepassing, meegewogen. </al>
      <tuskop letat="vet">I. C. Knelpunt Biologische perenteelt - perenschurft </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Amicarb 85 SP</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 85 % kaliumbicarbonaat</al>
      <al>Toelatingsnummer: -</al>
      <al>Toelatingshouder: Armand Products Company</al>
      <al>Knelpunt: Biologische perenteelt - perenschurft </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof kaliumbicarbonaat komt van nature in Nederland voor (kalium
als spoorelement en bicarbonaat als voedingssupplement). De huidige beoordeling
is op de toelating van kaliumbicarbonaat op basis van de Regeling Uitzondering
Bestrijdingsmiddelen (RUB) gebaseerd, waarbij een laag milieurisico een voorwaarde
is. Door middel van extrapolatie is de milieu risicobeoordeling voor de toepassing
van dit middel in de biologische perenteelt onderzocht. De blootstelling aan
mens en milieu ligt onder de normale blootstelling.</al>
      <al>Door middel van expert-judgement is beoordeeld dat er geen onaanvaardbare
risico’s voor mens en milieu zijn. </al>
      <tuskop letat="vet">I. D. Knelpunt Biologische teelt van appel ter bestrijding
van regenvlekkenziekte </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Biofa Cocana</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 29,7%</al>
      <al>Toelatingsnummer: -</al>
      <al>Toelatingshouder: Biofa</al>
      <al>Knelpunt: Biologische teelt van appel ter bestrijding van regenvlekkenziekte </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>Biofa Cocana is een middel met een laag risicoprofiel. De huidige beoordeling
is gebaseerd op basis van een aanvraag op basis van de Regeling Uitzondering
Bestrijdingsmiddelen (RUB) in combinatie met expert-judgement.</al>
      <al>Er wordt geen additioneel risico voor de toepassing van Biofa Cocana bij
de biologische teelt van appels voor de aspecten volksgezondheid en toepasser
verwacht. Wel worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter bescherming tegen
huid- en oogirritatie aanbevolen.</al>
      <al>Het, onder coördinatie van het CTB afgegeven, advies inzake milieueffecten
is positief beoordeeld. Het middel is weliswaar schadelijk voor waterorganismen
(kreeftachtigen). Maar dit risico wordt weggenomen door de toepassing op percelen
die grenzen aan watergangen uitsluitend toe te staan, indien het middel in
de eerste 20 meter grenzend aan de watergang toegepast wordt met een windsingel
op de rand van het rijpad en éénzijdige bespuiting van de laatste
bomenrij plaatsvindt, of met een venturidop en éénzijdige bespuiting
van de laatste bomenrij plaatsvindt, of met een tunnelspuit. </al>
      <tuskop letat="vet">I. G. Knelpunt Snijbloemen ‐ emelt </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Talstar 8 SC</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin</al>
      <al>Toelatingsnummer: -</al>
      <al>Toelatingshouder: Belchim Crop Protection</al>
      <al>Knelpunt: Snijbloemen - emelt </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>Het middel Talstar 8 SC komt voor een vrijstelling in aanmerking aangezien
de werkzame stof, bifenthrin, nog in onderzoek is bij de Europese Commissie.
Het CTB heeft de risicobeoordeling gebaseerd op een toepassing in het open
veld. Vanwege risico’s voor in water levende organismen, niet-doelwit
arthropoden en persistentie zijn restricties, zoals een teeltvije zone en
een driftreductie van minimaal 90%, opgenomen om mens en milieu te beschermen
en het risico af te dekken. </al>
      <tuskop letat="vet">I. H. Knelpunt Boomkwekerij en vaste planten ‐ emelten
en ritnaalden </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Talstar 8 SC</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin</al>
      <al>Toelatingsnummer: -</al>
      <al>Toelatingshouder: Belchim Crop Protection</al>
      <al>Knelpunt: Boomkwekerij en vaste planten - emelten en ritnaalden </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>Het middel Talstar 8 SC komt voor een vrijstelling in aanmerking aangezien
de werkzame stof, bifenthrin, nog in onderzoek is bij de Europese Commissie.
Het CTB heeft de risicobeoordeling gebaseerd op een toepassing in het open
veld. Vanwege risico’s voor in water levende organismen, niet-doelwit
arthropoden en persistentie zijn restricties, zoals een teeltvije zone en
een driftreductie van minimaal 90%, opgenomen om mens en milieu te beschermen
en het risico af te dekken. </al>
      <tuskop letat="vet">II.A. Knelpunt Kool ‐ bladluis </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Admire</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11483N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV</al>
      <al>Knelpunt: Rode kool, savooiekool, spitskool, witte kool, Chinese kool,
broccoli, boerenkool en spruitkool - bladluis </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Admire komt voor een vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser
en milieu verwacht, met inachtneming van de aanbevolen restricties om het
risico voor de toepasser bij herbetredingswerkzaamheden af te dekken.</al>
      <al>Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico berekend voor vogels
die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt dit risico gereduceerd
doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld foerageren en hierdoor
slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken. Tevens zijn er
in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelde
percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel. </al>
      <tuskop letat="vet">II.B. Knelpunt kool (broccoli, bloemkool, sluitkool en
spruitkool) ‐ koolgalmug </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Admire</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11483N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV</al>
      <al>Knelpunt: Broccoli, bloemkool en spitskool - koolgalmug </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Admire komt voor een vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser
en milieu verwacht, met inachtneming van de aanbevolen restricties om het
risico voor de toepasser bij herbetredingswerkzaamheden af te dekken.</al>
      <al>Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico berekend voor vogels
die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt dit risico gereduceerd
doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld foerageren en hierdoor
slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken. Tevens zijn er
in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelde
percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel. </al>
      <tuskop letat="vet">II.D. Knelpunt Bloemkool, broccoli en spitskool ‐
koolgalmug </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Gaucho Tuinbouw</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid</al>
      <al>Toelatingsnummer: 12341N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV</al>
      <al>Knelpunt: Bloemkool, broccoli en spitskool - koolgalmug </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Gaucho Tuinbouw komt voor een vrijstelling in
aanmerking.</al>
      <al>Het, onder coördinatie van het CTB afgegeven, advies inzake de effecten
voor milieu is positief. Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico
berekend voor vogels die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt
dit risico gereduceerd doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld
foerageren en hierdoor slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken.
Tevens zijn er in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met
dit middel behandelde percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.</al>
      <al>Er worden ook geen additionele risico’s verwacht voor de aspecten
volksgezondheid en toepasser en milieu. De toepasser dient persoonlijke beschermingsmiddelen
(voor voldoende reductie van de inhalatoire blootstelling dient optimale adembescherming
met verse luchttoevoer effectief te worden gebruikt) te gebruiken. </al>
      <tuskop letat="vet">II.E. knelpunt Boerenkool, broccoli, Chinese kool, sluitkool,
spruitkool ‐ bladluis </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Gaucho Tuinbouw</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid</al>
      <al>Toelatingsnummer: 12341N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV</al>
      <al>Knelpunt: Boerenkool, broccoli, Chinese kool, sluitkool, spruitkool -
bladluis </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Gaucho Tuinbouw komt voor een vrijstelling in
aanmerking.</al>
      <al>Het advies is overgenomen uit het knelpuntadvies voor Gaucho tuinbouw
tegen de koolgalmug op kool, omdat het verschil in aantaster bij een vergelijkbare
GAP (Good Agricultural Practise) geen invloed heeft op het milieuadvies. Vogels
foerageren slechts voor een deel in het koolveld en betrekken ook maar voor
een deel hun voedsel uit koolplanten. Hierdoor is er geen sprake van acuut
risico voor vogels die foerageren op opkomende planten. Tevens zijn er in
het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelden
percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.</al>
      <al>Er worden ook geen additionele risico’s verwacht voor de aspecten
volksgezondheid en toepasser en milieu. De toepasser dient persoonlijke beschermingsmiddelen
(voor voldoende reductie van de inhalatoire blootstelling dient optimale adembescherming
met verse luchttoevoer effectief te worden gebruikt) te gebruiken. </al>
      <tuskop letat="vet">II.F. Knelpunt Boomkwekerijgewassen ‐ gal- en roestmijt </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Vertimec</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10020N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Boomkwekerijgewassen- gal- en roestmijt </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>De risicobeoordeling inzake volksgezondheid, toepasser en werker en milieu
door het CTB is positief. Het middel is schadelijk voor in het water levende
organismen, niet-doelwit arthropoden en bijen en hommels. Tevens kan het middel
op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken in het aquatische milieu.
Om de risico’s voor bijen en hommels af te dekken is een restrictiezin
opgenomen, hetgeen ook is geschied.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1) Lage boomkwekerijgewassen (hoogte onder de 2,5m)</al>
      <al>Hiervoor geldt een normoverschrijding met factor 4,4. Voor deze gewassen
geldt dat alle driftreducerende maatregelen die in de akkerbouw kunnen worden
gebruikt ook hier moeten worden toegepast, inclusief 90% driftreducerende
doppen. Bij toepassing van 90% driftreductie komen is sprake van een acceptabel
risico (factor &lt; 1).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2) Hoge boomkwekerijgewassen (hoogte boven de 2,5m)</al>
      <al>Hiervoor geldt een normoverschrijding met factor 12,2. Hier zijn maatregelen
nodig zoals éénzijdige bespuiting, spuit- of teeltvrije zones.
De spuitinstallatie die nodig is voor deze gewassen is de axiaalspuit en hiervoor
geldt dat er maar beperkte mogelijkheden zijn tot driftreductie. Toepassen
van driftreducerende doppen, éénzijdige bespuiten en een spuit-
of teeltvrije zone kan het risico voor waterorganismen (niet kwantificeerbaar)
verlagen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gelet op dit alles wordt een extra maatregel voorgeschreven, namelijk:</al>
      <al>In verband met het risico voor waterorganismen is de toepassing op percelen
die grenzen aan watergangen uitsluitend toegestaan:</al>
      <al>- In het geval van lage boomkwekerijgewassen (gewassen lager dan
2,5m): als gebruik gemaakt wordt van minimaal 90% driftreducerende doppen.</al>
      <al>- In het geval van hoge boomkwekerijgewassen (opwaarts spuiten; gewassen
hoger dan 2,5m): als gebruik gemaakt wordt van de volgende driftreducerende
maatregelen: 5 meter teeltvrije zone, tenminste 90% driftreducerende doppen
en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij. </al>
      <tuskop letat="vet">II.G. Knelpunt Aardbei onder glas ‐ trips </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Vertimec</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10020N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Aardbei onder glas - trips </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>De belasting van de milieucompartimenten is voor de toegelaten toepassing
(bestrijding van mineervliegen in kasteelt paprika) vergelijkbaar met of hoger
dan die van de knelpunttoepassing in de aardbeienteelt onder glas. Er wordt
geen additioneel risico voor het milieu verwacht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Abusievelijk is onderstaand voorschrift niet opgenomen in de gebruiksvoorschriften:</al>
      <al>Om de in het waterlevende organismen te beschermen mag het middel niet
toegepast worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater
terecht kan komen. Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal
4 uur gesloten te blijven.</al>
      <al>Dit moet alsnog op het etiket worden opgenomen. </al>
      <tuskop letat="vet">II.H. Knelpunt Peer ‐ perenbladvlo </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Vertimec</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10020N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Peer - perenbladvlo </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling CTB</tuskop>
      <al>De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking.
Risicobeoordeling door het CTB heeft uitgewezen dat er geen additioneel risico
voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht worden. Het gebruik
van persoonlijke beschermingsmiddelen, zowel bij toepassen als bij herbetredingswerkzaamheden
dient te worden voorgeschreven om de risico’s af te dekken.</al>
      <al>Met betrekking tot de milieu risicobeoordeling worden risico’s verwacht
voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit arthropoden. Teneinde
de emissie naar oppervlaktewater te beperken dient de toepassing te geschieden
met een windsingel en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij,
of een venturidop en éénzijdige bespuiting van de laatste boomrij,
of een tunnelspuit. Tevens zijn er veiligheidszinnen voorgeschreven vanwege
het geschatte risico voor bijen en hommels.</al>
      <al>De bovenstaande maatregelen zijn opgenomen om mens en milieu te beschermen
en om de risico’s voldoende af te dekken. </al>
      <tuskop letat="vet">II. I. knelpunt Raketblad ‐ éénjarige
breedbladige onkruiden </tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Titus</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 25% rimsulfuron</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11393 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Dupont De Nemours (Nederland) B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Raketblad - éénjarige breedbladige onkruiden </al>
      <tuskop letat="vet">Herbeoordeling</tuskop>
      <al>Ingevolge Richtlijn 2006/39/EG van de Europese Commissie mag een gewasbeschermingsmiddel
bevattende de werkzame stof rimsulfuron slechts toegelaten zijn voor gebruik
als herbicide per 1 februari 2007. Het vrijgestelde middel voldoet hieraan.
Uiterlijk op 31 januari 2011 moet ieder gewasbeschermingsmiddel op basis van
voormelde werkzame stof zijn herbeoordeeld volgens de uniforme beginselen
als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 91/414/EEG. Dat is nu vooralsnog niet
aan de orde.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het middel is onder coördinatie van het CTB beoordeeld op de effecten
voor de gezondheid van mens en dier en op het milieu. Op basis van de beschikbare
informatie is geconcludeerd dat er geen additioneel risico voor de aspecten
volksgezondheid, toepasser en milieu wordt verwacht, zodat Titus in aanmerking
komt voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet
voor dit knelpunt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij dient te worden opgemerkt, dat voor de toepasser persoonlijke
beschermingsmiddelen dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Titus,
hetgeen ook is geschied. </al>
      <tuskop letat="vet">II. L. knelpunt Sperzie- en snijbonen ‐ trips</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Mycotal</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 1010 sporen Verticillium lecanii per gram</al>
      <al>Toelatingsnummer: 10980 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Koppert BV</al>
      <al>Knelpunt: Sperzie- en snijbonen - trips </al>
      <tuskop letat="vet">Herbeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof staat vermeld op lijst 4c bij richtlijn 91/414/EEG en
is nog in onderzoek op communautair niveau. Het eindadvies van het CTB luidde
als volgt: als oplossing voor het knelpunt trips in de teelt van sperzie-
en snijbonen onder glas is het middel Mycotal aangedragen. Er wordt geen additioneel
risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser en milieu verwacht en derhalve
komt Mycotal in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van
de Bestrijdingsmiddelenwet voor dit knelpunt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen
dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Mycotal. Uit voorzorg dient
tevens, overeenkomstig de toepassing op toegelaten teelten van consumptiegewassen,
in het WG/GA te worden opgenomen dat het middel op de dag van de oogst niet
mag worden toegepast, hetgeen ook is geschied. </al>
      <tuskop letat="vet">II. M. knelpunt bloembollen en bolbloemen ‐ emelten
en ritnaalden</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Mocap 20 GS</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 20% ethoprofos</al>
      <al>Toelatingsnummer: 12516 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience BV</al>
      <al>Knelpunt: bloembollen en bolbloemen - emelten en ritnaalden </al>
      <tuskop letat="vet">Herbeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof ethoprophos is geschikt bevonden voor plaatsing op bijlage
I bij richtlijn 91/414/EEG. Een officieel besluit hieromtrent is echter nog
niet gepubliceerd, zodat hieraan nog geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het CTB heeft het volgende eindadvies opgesteld: binnen de teelt van gladiolen
is een knelpunt geïdentificeerd voor de bestrijding van de ritnaalden
door middel van een grondbehandeling in de volle grond. Als oplossing voor
het knelpunt is Mocap 20 GS aangedragen. Er wordt geen additioneel risico
voor de toepasser verwacht en derhalve komt Mocap 20 GS in aanmerking voor
vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet voor
dit knelpunt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen
dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Mocap 20 GS. Er geldt een
restrictie van 10 hectare per persoon per dag voor de behandeling van gladiolen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aangevraagde toepassing heeft in alle opzichten een geringer milieurisico
t.o.v. de toegelaten toepassingen. De aangevraagde toepassing kan voor het
aspect milieu gezien worden als een vereenvoudigde uitbreiding. De vereiste
waarschuwingszinnen zijn opgenomen in het WG/GA. </al>
      <tuskop letat="vet">II. O. Knelpunt Nerine - wolluis </tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Actellic 50</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl</al>
      <al>Toelatingsnummer: 6469 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Nerine - wolluis </al>
      <tuskop letat="cur">Deze herbeoordeling geldt evenzeer voor de knelpunten
II. P. roos ‐ wolluis, II. Q. amaryllis tegen narcismijt, II. S. groene
potplanten - wol-, dop- en schildluizen en II. T. bloeiende potplanten en
orchideeën tegen wol- en schildluizen.</tuskop>
      <al>De werkzame stof levert een risico op voor milieu en speciaal waterorganismen.
Echter, vanwege de daartoe gestelde gebruiksvoorschriften, namelijk slechts
toepassing in gesloten kas, die geen condenswater mag lozen, en slechts tijdens
vegetatieve fase van de plant (dus vóór de bloei), worden de
risico’s tot aanvaardbare proporties teruggedrongen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een nieuwe ontwikkeling is de volgende:</al>
      <al>Op 16 maart 2007 is in het Permanent Comité voor de voedselketen
en de diergezondheid gestemd over de werkzame stof pirimifos-methyl. Mij is
bekend dat het voorstel om de stof alleen toe te laten voor toepassingen na
de oogst, is aanvaard. Een officieel besluit is vooralsnog niet gepubliceerd.</al>
      <al>Naar verwachting zal het besluit inhouden dat na 1 oktober 2007 geen nieuwe
toelatingen voor toepassingen die niet gebaseerd zijn op na-oogst-toepassingen
meer mogen toegestaan. De ervaring leert dat tegelijkertijd aan de Lidstaten
een opgebruiktermijn zal worden toegestaan voor de bestaande toepassingen.
Vooruitlopend op publicatie zullen de vrijstellingen reeds worden aangepast,
in die zin dat handel en uitverkoop vanaf 1 oktober a.s. niet meer is vrijgesteld,
maar nog wel het gebruik. De uiteindelijke publicatie van het Europese besluit
kan leiden tot wijziging van onderhavig besluit. </al>
      <tuskop letat="vet">II. R. Knelpunt lelie - bollenmijt </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Actellic 50</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl</al>
      <al>Toelatingsnummer: 6469 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.</al>
      <al>Knelpunt: lelie - bollenmijt </al>
      <tuskop letat="vet">Herbeoordeling</tuskop>
      <al>Deze toepassing vindt plaats na de oogst van leliebollen. Er is derhalve -
ook in het licht van de stemming van 16 maart 2007 in het Permanent Comité
voor de voedselketen en de diergezondheid - geen reden deze vrijstelling
aan verdere beperkingen te onderwerpen.</al>
      <al>Voor wat betreft de risico’s voor het milieu van de dompelvloeistof
stelt de Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen de
nodige en voldoende eisen aan de verwerking van restanten dompelvloeistof
(met daarin de werkzame stof). </al>
      <tuskop letat="vet">II. U. Knelpunt Wintergraan, graszaad, koolzaad ‐
slakken</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Caragoal Gr</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 6,4 % metaldehyde</al>
      <al>Toelatingsnummer: 4379 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Luxan B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Wintergraan, graszaad, koolzaad - slakken </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof metaldehyde is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Caragoal Gr komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Caragoal
Gr inzake de effecten voor volksgezondheid en toepasser en werker is positief.
Voor het aspect milieu is er een risico voor uitspoeling. De norm voor uitspoeling
is 0,1 μg/L. Het risico is berekend aan de hand van modellen die voor de
onderhavige toepassing uitkomen op waarden van 0,12 μg/L en 0,45 μg/L.
Deze waarden zijn hoger dan de norm, maar het (beperkte) risico kan worden
beperkt door slechts een tweetal toepassingen per teelt in de periode van
1 september tot 31 december toe te staan en toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden
te verbieden. Deze beperkingen zijn daarom voorgeschreven in de gebruiksvoorschriften.
Indien er nieuwe vrijstellingen in 2008 worden verstrekt, zal het aantal toepassingen
in dezelfde teelt in periode tot 28 februari 2008 tot een tweetal toepassingen
beperkt dienen te blijven. Hiermee zal het risico voor het milieu verder worden
beperkt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. W. Knelpunt knolvenkel ‐ breedbladig onkruid</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Centium 360 CS</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 360 g/l clomazone</al>
      <al>Toelatingsnummer: 12148 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Belchim Crop Protection</al>
      <al>Knelpunt: knolvenkel - breedbladig onkruid </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof clomazone is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Centium 360 CS komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Centium 360
CS inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het
milieu is positief. Centium 360 CS komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating
in aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op
het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. X. Knelpunt Ginseng ‐ bodemschimmels</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Shirlan</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l Fluazinam</al>
      <al>Toelatingsnummer: 12205N</al>
      <al>Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection</al>
      <al>Knelpunt: Ginseng - bodemschimmels </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof fluazinam is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Shirlan komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Shirlan inzake
de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor
de bescherming van de toepasser en de werker de huidige etikettering wordt
aangehouden. Dit is gebeurd. Voor het aspect milieu wordt geen additioneel
milieurisico verwacht. Shirlan komt voor de toepassing ginseng voor een vereenvoudigde
uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee en in verband met
de opmerking in het advies inzake toepasser en werker is het gebruiksvoorschrift
gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. Y. Knelpunt grondgebonden snijbloemen onder glas -
wortelduizendpoot</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Curater vloeibaar</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7823 N</al>
      <al>Toelatingshouder: FMC Chemical</al>
      <al>Knelpunt: grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Curater vloeibaar
inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief,
mits voor de bescherming van de toepasser en de werker op het etiket voor
de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven. Voorts
moet worden voorgeschreven dat voor mengen en laden maximaal een hoeveelheid
voor een te behandelende oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon mag worden
aangemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het aspect milieu zijn er grote risico’s voor bijen en niet-
doelwit arthropoden.</al>
      <al>In verband met het risico voor bijen moeten waarschuwingszinnen worden
geplaatst: <nadruk type="cur">“Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen te beschermen mag
u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product
niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product
niet in de buurt van in bloei staand onkruid”.</nadruk></al>
      <al>Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient de volgende zin
op het etiket opgenomen te worden: <nadruk type="cur">“het middel is schadelijk voor
niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling”.</nadruk></al>
      <al>In het advies wordt ook gewezen op grote risico’s voor uitspoeling
naar het grondwater en regenwormen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007)
2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
13 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder
glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 december 2007. In verband met voornoemde
beschikking van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt
brengen van Curater vloeibaar sinds 16 juni 2007 en daarom bij de vaststelling
van dit besluit op bezwaar niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop
zullen niet meer zijn toegestaan.</al>
      <al>Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit besluit
Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot
uiterlijk 31 december 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog
slechts tweemaal toepassen in de teelt van snijbloemen onder glas bij de bestrijding
van wortelduizendpoot. </al>
      <tuskop letat="vet">II. Z. Knelpunt Boomkwekerijgewassen en vaste planten
- gegroefde lapsnuitkever</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Curater vloeibaar</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7823 N</al>
      <al>Toelatingshouder: FMC Chemical</al>
      <al>Knelpunt: Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Curater vloeibaar
inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief,
mits voor de bescherming van de toepasser en de werker op het etiket voor
de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven. Voorts
moet worden voorgeschreven dat voor mengen en laden maximaal een hoeveelheid
voor een te behandelende oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon mag worden
aangemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het aspect milieu zijn er grote risico’s voor vogels, zoogdieren,
bijen en niet- doelwit arthropoden.</al>
      <al>In verband met het risico voor bijen moeten waarschuwingszinnen worden
geplaatst: <nadruk type="cur">“Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen te beschermen mag
u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product
niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product
niet in de buurt van in bloei staand onkruid”.</nadruk></al>
      <al>Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient de volgende zin
op het etiket opgenomen te worden: <nadruk type="cur">“het middel is schadelijk voor
niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling”.</nadruk></al>
      <al>In het advies wordt ook gewezen op grote risico’s voor uitspoeling
naar het grondwater, persistentie en regenwormen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007)
2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
13 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder
glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 oktober 2007. In verband met voornoemde
beschikking van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt
brengen van Curater vloeibaar sinds 16 juni 2007 en daarom bij de vaststelling
van dit besluit op bezwaar niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop
zullen niet meer zijn toegestaan.</al>
      <al>Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit besluit
Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot
uiterlijk 31 oktober 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog
slechts eenmaal toepassen in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten
bij de bestrijding van de gegroefde lapsnuitkever. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AB. Knelpunt Druiven - Meeldauw</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Exact</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 50 g/l triadimenol</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11222 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Druiven - Meeldauw </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof triadimenol is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Exact komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Exact inzake
de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor
de bescherming van de toepasser en de werker in het gebruiksvoorschrift inzake
beschermende kleding en handschoenen wordt voorzien. Dit is gebeurd. Voor
het aspect milieu wordt geen additioneel milieurisico verwacht. Exact komt
voor de toepassing druiven voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in
aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het
gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AC. Knelpunt onbedekte teelt van oregano ‐ grasachtige
onkruiden </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Gallant 2000</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11592 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.</al>
      <al>Knelpunt: onbedekte teelt van oregano - grasachtige onkruiden </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB gegeven advies voor Gallant 2000
inzake de effecten inzake volksgezondheid, toepasser en werker, alsmede het
milieu is positief.</al>
      <al>De Europese Commissie heeft bij beschikking van 19 juni 2007 (C(2007)
2584) besloten dat de werkzame stof haloxyfop-R niet in bijlage I bij richtlijn
91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden
bestaande toelatingen uiterlijk op 19 december 2007 ingetrokken en worden
geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking
toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk
19 december 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijstelling van Gallant 2000 voor het knelpunt oregano/grasachtige
onkruiden is verleend tot 30 september 2007. In verband met voornoemde beschikking
van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt brengen van
Gallant 2000 sinds 23 juni 2007 bij de vaststelling van dit besluit op bezwaar
niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop zullen derhalve niet meer
zijn toegestaan.</al>
      <al>Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit
Gallant 2000 hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk
30 september 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2584) nog éénmaal
toepassen in de onbedekte teelt van oregano voor de bestrijding van grasachtige
onkruiden. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AD. Knelpunt Oregano - breedbladige onkruiden </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Gebruiksvoorschrift</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Goltix WG</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 70% metamitron</al>
      <al>Toelatingsnummer: 8629 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Makhteshim-Agan Holland BV</al>
      <al>Knelpunt: Oregano - breedbladige onkruiden </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof metamitron is nog in onderzoek bij de Europese Commissie.
Het gewasbeschermingsmiddel Goltix WG komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Goltix WG
inzake de effecten inzake volksgezondheid, toepasser en werker, alsmede het
milieu is positief mits er aanvullende maatregelen voor de toepasser en werker
worden voorgeschreven.</al>
      <al>In het gebruiksvoorschrift is opgenomen dat er geschikte beschermende
kleding en handschoenen gedragen moeten worden. Hiermee wordt aan de op pagina
6 en 7 in het advies opgenomen voorstellen voor persoonlijke bescherming voldaan. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AE. Knelpunt Sluitkool ‐ Thrips tabaci</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Mesurol 500 SC</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11720 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Sluitkool - Thrips tabaci </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de
werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn
91/414/EEG.</al>
      <al>De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij
zaadbehandeling, insecticide en molluscicide. Dit geeft geen aanleiding tot
aanpassing van de vrijstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als oplossing voor het knelpunt trips in sluitkool is Mesurol 500 SC aangedragen.
Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid en toepasser
verwacht en derhalve komt Mesurol 500 SC in aanmerking voor vrijstelling op
basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet. Hierbij dient te worden
opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven
op het WG/GA van Mesurol 500 SC.</al>
      <al>Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor
waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen,
bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico
voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden
opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere
bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas
af te sluiten.”</nadruk>
      </al>
      <al>Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient tevens een waarschuwingszin
op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd
onnodige blootstelling.”</nadruk>
      </al>
      <al>De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit
arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.</al>
      <al>Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door
gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden.
De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie.</al>
      <al>Echter, de toepassing van het middel is slechts twee keer toegestaan in
de periode vanaf 1 juli 2007 tot en met 30 september 2007. Daarmee is het
risico voor regenwormen in het algemeen beperkt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AF. Knelpunt Snijbloemen ‐ trips</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Mesurol 500 SC</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11720 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Snijbloemen - trips </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de
werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn
91/414/EEG.</al>
      <al>De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij
zaadbehandeling, insecticide en molluscicide.</al>
      <al>Een en ander geeft thans geen aanleiding tot aanpassing van de vrijstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als oplossing voor het knelpunt trips in snijbloemen is Mesurol 500 SC
aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid
en toepasser verwacht en derhalve komt Mesurol 500 SC in aanmerking voor vrijstelling
op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelen wet. Hierbij dient te
worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn
voorgeschreven op het WG/GA van Mesurol 500 SC.</al>
      <al>Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor
waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen,
bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico
voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden
opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere
bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas
af te sluiten.”</nadruk>
      </al>
      <al>Vanwege het risico voor niet-doelwitarthropoden dient tevens een waarschuwingszin
op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd
onnodige blootstelling.”</nadruk>
      </al>
      <al>De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit
arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.</al>
      <al>Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door
gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden.
De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie.
Echter, de toepassing van het middel is beperkt tot maximaal 2 toepassingen
per teelt of teeltseizoen in het gehele jaar. Daarmee is het risico voor regenwormen
in het algemeen beperkt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AG. Knelpunt Prei productieteelt ‐ trips en prei
veredeling, zaadteelt en opkweek ‐ trips</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Mesurol 500 SC</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb</al>
      <al>Toelatingsnummer: 11720 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience BV</al>
      <al>Knelpunt: Prei productieteelt - trips en prei veredeling, zaadteelt
en opkweek - trips </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de
werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn
91/414/EEG.</al>
      <al>De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij
zaadbehandeling, insecticide en molluscicide.</al>
      <al>Een en ander geeft thans geen aanleiding tot aanpassing van de vrijstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als oplossing voor het knelpunt trips in prei zaadteelt, veredeling en
productieteelt Mesurol 500 SC aangedragen. Er wordt geen additioneel risico
voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht en derhalve komt Mesurol
500 SC in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelen
wet. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke
beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven op het WG/GA van Mesurol 500 SC.</al>
      <al>Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor
waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen,
bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico
voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden
opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere
bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas
af te sluiten.”</nadruk>
      </al>
      <al>Vanwege het risico voor niet-doelwitarthropoden dient tevens een waarschuwingszin
op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd
onnodige blootstelling.”</nadruk>
      </al>
      <al>De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit
arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.</al>
      <al>Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door
gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden.
De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie.
Echter, het middel wordt slechts op een klein areaal in de zaadproductie en
zaadveredeling of twee keer toegepast in de productieteelt van prei vanaf
1 juni tot en met 30 september 2007. Daarmee is het risico voor regenwormen
in het algemeen beperkt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AH. Knelpunt andijvie - voetrot</tuskop>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Previcur N</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7920 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.</al>
      <al>Knelpunt: andijvie ter bestrijding van voetrot </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof propamocarb-hydrochloride is opgenomen in Bijlage I bij
richtlijn 91/414/EEG bij richtlijn 2007/25/EG. Ingevolge artikel 3 van deze
richtlijn moeten toelatingen uiterlijk op 31 maart 2008 worden gewijzigd of
ingetrokken.</al>
      <al>Het gewasbeschermingsmiddel Previcur N komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor previcur
N inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het
milieu is positief. Met name omdat er momenteel een toelating voor PREVICUR
N is met een vergelijkbare wijze van toepassing als het gedefinieerde knelpunt
en met een hogere dosering, wordt geen additioneel risico voor het milieu
verwacht. Previcur N komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in
aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het
gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt. </al>
      <tuskop letat="vet">II. AI. Knelpunt Spaanse peper ‐</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="vet">Phytophthora</nadruk>
      </al>
      <al>Merknaam: <nadruk type="vet">Previcur N</nadruk></al>
      <al>Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride</al>
      <al>Toelatingsnummer: 7920 N</al>
      <al>Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.</al>
      <al>Knelpunt: Spaanse peper - Phytophthora </al>
      <tuskop letat="vet">Knelpunt en risicobeoordeling</tuskop>
      <al>De werkzame stof propamocarb-hydrochloride is opgenomen in Bijlage I bij
richtlijn 91/414/EEG bij richtlijn 2007/25/EG. Ingevolge artikel 3 van deze
richtlijn moeten toelatingen uiterlijk op 31 maart 2008 worden gewijzigd of
ingetrokken.</al>
      <al>Het gewasbeschermingsmiddel Previcur N komt voor vrijstelling in aanmerking.</al>
      <al>Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor previcur
N inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het
milieu is positief. Met name omdat er momenteel een toelating voor PREVICUR
N is met een vergelijkbare wijze van toepassing als het gedefinieerde knelpunt
en met een hogere dosering, wordt geen additioneel risico voor het milieu
verwacht. Previcur N komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in
aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het
gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.</al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>