﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-190-p24-SC77101/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>190-2401</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 29 september 2006, nr. 190</tekst>
      <dag>Vrijdag</dag>
      <datum>29 september 2006</datum>
      <nummer>190</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>VW </mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Bestuursovereenkomst realisatie van werken Zuid-Willemsvaart</titel>
    <opschr>Bestuursovereenmonst tussen de Staat der Nederlanden, de Provincie
Noord-Brabant, de gemeenten Eindhoven, Veghel, ’s-Hertogenbosch, Laarbeek,
Son en Breugel en SRE, betreffende de realisatie van werken in en aan de Zuid-Willemsvaart </opschr>
  </frontm>
  <body>
    <al>De ondergetekenden,</al>
    <al>1. mw. drs. K.M.H. Peijs, minister van Verkeer en Waterstaat, handelende
als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden,
hierna genoemd ‘de Staat’;</al>
    <al>2. de heer dr. E.J. Janse de Jonge, gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant,
handelende ter uitvoering van het besluit van Provinciale Staten van 1 oktober
2004 inzake de vaststelling van de ‘Provinciale visie Brabantse vaarwegen
2004-2050’ en met gebruikmaking van de hem verleende machtiging ingevolge
artikel 176, tweede lid, van de Provinciewet, hierna genoemd ‘de Provincie’;</al>
    <al>3. de heer drs. H.J.A. van Merrienboer, wethouder verkeer en vervoer van
de gemeente Eindhoven en gevolmachtigd op basis van artikel 171, tweede lid,
van de Gemeentewet ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad d.d.
20 juni 2005,</al>
    <al>4. de heer J.R.M. Kerkhof, wethouder ruimtelijke ordening, verkeer- en
vervoersbeleid van de gemeente Veghel en gevolmachtigd op basis van artikel
171, tweede lid, van de Gemeentewet ter uitvoering van het besluit van de
gemeenteraad d.d. 16 december 2004,</al>
    <al>5. de heer dhr. G.J. Snijders, wethouder van de gemeente ’s-Hertogenbosch
en gevolmachtigd op basis van artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet
ter uitvoering van de besluiten van de gemeenteraad d.d. 21 december 2004
en 5 juli 2005,</al>
    <al>6. de heer drs. J.H. Vereijken, wethouder financiën van de gemeente
Laarbeek en gevolmachtigd op basis van artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet
ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad d.d. 3 februari 2005,</al>
    <al>7. de heer ir. J.C.H. Overbeek, wethouder ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting,
verkeer en vervoer van de gemeente Son en Breugel en gevolmachtigd op basis
van artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet ter uitvoering van het besluit
van de gemeenteraad d.d. 24 februari 2005. (onder de voorwaarden c.q. voorbehouden
opgenomen in het bijbehorende raadsvoorstel d.d. 8 februari 2005 van het college
van burgemeester en wethouders)</al>
    <al>De partijen als bedoeld onder 3 tot en met 7 worden hierna genoemd: ‘de
Gemeenten’;</al>
    <al>8. de heer drs. H.J.A. van Merrienboer, portefeuillehouder verkeer en
vervoer van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en gevolmachtigd op basis
en ter uitvoering van het besluit 23 juni 2005 van de Regioraad, van het Samenwerkingsverband
Regio Eindhoven, hierna genoemd ‘SRE’;</al>
    <al>De partijen als bedoeld onder 1 tot en met 8 worden hierna genoemd: ‘de
Partijen’;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Overwegende dat:</al>
    <al>- de Staat en de Provincie op 7 juli 2005 een ‘memorandum van
overeenstemming’ (bijlage 1) hebben afgesloten, waarbij geconstateerd
is dat de Staat en de Provincie ieder de intentie hebben uitgesproken maximaal €
30 miljoen in hun begroting te reserveren, en de Gemeenten, het Waterschap
Aa en Maas en het bedrijfsleven langs de Zuid-Willemsvaart maximaal €
30 miljoen bijdragen aan de uitvoering van werken ter vervanging van de sluizen
4, 5 en 6 naar klasse IV, aanpassing van de Erpse brug, aanleggen van passageplaatsen
en zwaaikommen;</al>
    <al>- de Provincie, de Gemeenten, SRE, en het bedrijfsleven, het ondertekenen
van een uitvoeringsconvenant ter uitvoering en financiering van de werken
afhankelijk hebben gesteld van het standpunt over een opwaardering van de
Zuid-Willemsvaart op het gedeelte tussen de Maas en Den Dungen tot een klasse
IV vaarweg door de ministers van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;</al>
    <al>- de minister van Verkeer en Waterstaat op 10 maart 2006 mede namens
de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een
standpunt heeft ingenomen inzake het project ‘Zuid-Willemsvaart, gedeelte
Maas-Den Dungen’;</al>
    <al>- de initiatieven omschreven in artikel 5 en 7 van het ‘memorandum
van overeenstemming van 7 juli 2005’ voor Partijen in voldoende mate
zijn genomen;</al>
    <al>- Partijen hebben afgezien van de in artikel 5, lid c van het memorandum
genoemde marktverkenning om inzicht te verkrijgen in de benodigde kosten van
de werken. Partijen conformeren zich aan de door de Staat (Rijkswaterstaat,
Dienst Noord-Brabant) opgestelde projectraming.</al>
    <al>- het bedrijfsleven via intentieverklaringen aan de provincie Noord-Brabant
heeft aangegeven te willen bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid
via de Zuid-Willemsvaart. De bedrijven Bavaria NV te Lieshout, Van Nieuwpoort
Grint en Zand BV te Gouda, Ferm-O-Feed BV te Zeeland, A. Jansen BV te Nuenen,
MBI te Veghel, Cehave Landbouwbelang Voeders BV te Veghel, Sondag Voeders
BV te Veghel, Regionaal Overslag Centrum Veghel, ACR Logistics Netherlands
BV te Veghel, Exel Groep Holding (Nederland) BV te Veghel zullen daarvoor
gedurende10 jaar € 0,25 per via het water verplaatste ton (prijspeil
1 januari 2005) afdragen (bijlage: intentieverklaringen bedrijfsleven). De
inning van de gelden zal plaatsvinden via de gemeentelijke havengelden.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Zijn als volgt overeengekomen: </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 1. De Werken.</tuskop>
    <al>1. Onder ‘de Werken’ worden de volgende projecten en maatregelen
verstaan:</al>
    <al>- reconstrueren van de sluizen 4, 5 en 6 in de Zuid-Willemsvaart
naar klasse IV;</al>
    <al>- bouw van spuiwerken met een capaciteit van 18 m<sup>3</sup>/s,
onder voorwaarde dat de Staat hiertoe een overeenkomst heeft gesloten met
het Waterschap Aa en Maas.</al>
    <al>2. De Staat zal zich inspannen tot het voorbereiden en uitvoeren van de
Werken. De Staat streeft ernaar om de Werken zo spoedig mogelijk aan te vangen,
met inachtneming van het bepaalde in deze overeenkomst. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 2. Uitvoering van de werken</tuskop>
    <al>1. Het opdrachtgeverschap van de Werken, alsmede het beheer en onderhoud
berust bij de Staat.</al>
    <al>2. De Staat zal de aanbestedingsdocumenten opstellen.</al>
    <al>3. De Staat zal de aanbestedingsprocedure onder zijn (eind)verantwoordelijkheid
voeren.</al>
    <al>4. De Staat zal in haar aanbestedingsdocumenten een uiterste realisatietermijn
opnemen. De Werken dienen uiterlijk 31 december 2014 gerealiseerd te zijn.</al>
    <al>5. De Staat zal voorafgaand aan de biedingprocedure het conceptcontract
en het programma van eisen ter goedkeuring aan de Provincie voorleggen. De
Staat zal de biedingprocedure niet eerder starten dan na schriftelijke goedkeuring
door de Provincie van het conceptcontract en het programma van eisen. De Provincie
zal binnen drie weken op het verzoek om schriftelijke goedkeuring reageren. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 3. Financiering van de Werken</tuskop>
    <al>1. De kosten van de Werken (inclusief BTW) worden als volgt verdeeld:</al>
    <al>a. De Staat: € 30 miljoen (prijspeil 1 januari 2005);</al>
    <al>b. De Provincie: € 30 miljoen (prijspeil 1 januari 2005);</al>
    <al>c. De Gemeenten en SRE tezamen: € 15,3 miljoen (prijspeil 1 januari
2005).</al>
    <al>2. De onder de Werken vallende spuiwerken worden gefinancierd op grond
van een afzonderlijk te sluiten overeenkomst tussen de Staat en Waterschap
Aa en Maas.</al>
    <al>3. De Provincie zal haar bijdrage en de bijdrage van de Gemeenten en SRE,
waartoe Gemeenten en SRE zich hierbij verplichten tot betaling aan de Provincie
in de maand maart van ieder genoemd jaar van de bijdrage, betaalbaar stellen
aan de Staat. De bijdragen bedragen:</al>
    <al>- De Provincie : € 30 miljoen;</al>
    <al>- De gemeente Eindhoven: € 6 miljoen;</al>
    <al>- De gemeente Veghel: € 3 miljoen;</al>
    <al>- De gemeente ’s-Hertogenbosch: € 3 miljoen;</al>
    <al>-De gemeente Laarbeek: € 0,8 miljoen;</al>
    <al>- De gemeente Son en Breugel: € 0,5 miljoen;</al>
    <al>- SRE: € 2 miljoen.</al>
    <al>4. De Gemeenten en SRE dragen er zorg voor dat hun in lid 3 opgenomen
bijdrage aan de Provincie zullen worden betaald.</al>
    <al>5. De Provincie zal zorgdragen voor de ontvangst en doorbetaling van de
bijdragen van de gemeenten en SRE aan de Staat.</al>
    <al>6. De bedragen zoals genoemd in lid 3 zullen beschikbaar worden gesteld
in een dusdanig ritme, dat Partijen ernaar streven dat de realisering van
de Werken ongestoord voortgang kan vinden. Op basis van de resultaten van
de gunning en de daarbij behorende masterplanning zullen Partijen gezamenlijk
de hoogte van de jaarlijks te betalen bijdrage en het daarbij behorende betalingsritme
vaststellen.</al>
    <al>7. De betalingen van de Provincie aan de Staat worden verricht in het
desbetreffende jaar, binnen een termijn van 30 dagen na daartoe van de Staat
een declaratie te hebben ontvangen, onder verrekening van de IBOI index voor
de grond-, weg- en waterbouw en overige overheidsinvesteringen vanaf 1 januari
2005.</al>
    <al>8. De betalingen van de Gemeenten en SRE aan de Provincie worden verricht
in het desbetreffende jaar, binnen een termijn van 30 dagen na daartoe van
de Provincie een declaratie te hebben ontvangen.</al>
    <al>9. Onverlet het bepaalde in deze overeenkomst is, indien de Provincie
niet tijdig tot betaling overgaat van de in lid 3 genoemde bedragen, de Provincie
aan de Staat de wettelijke rente verschuldigd.</al>
    <al>10. Onverlet het bepaalde in deze overeenkomst is, indien de Gemeenten
en SRE niet tijdig tot betaling overgaat naar de Provincie van de in lid 3
genoemde bedragen, de genoemde gemeenten en het SRE aan de Provincie wettelijke
rente verschuldigd.</al>
    <al>11. In het geval er financieel voordeel optreedt bij of ten gevolge van
de aanbesteding van de Werken dan wel anderszins in de projectkosten dan zal
het financiële voordeel binnen een half jaar na oplevering van de werken
naar rato van de bijdrage van de Staat en de Provincie (de Gemeenten en SRE
daaronder begrepen) aan hen worden terugbetaald.</al>
    <al>12. De Staat zal de Provincie op diens verzoek alle inzichten verschaffen
van het financiële verloop van het project. De Staat zal de Provincie
halfjaarlijks rapporteren over de stand van zaken van het project in het bijzonder
wat betreft de aspecten tijd/planning, geld en risicomanagement.</al>
    <al>13. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich na gunning overschrijdingen
van het beschikbare budget voordoen. Zij zullen in goed overleg bezien welke
maatregelen noodzakelijk zijn en zullen zonodig deze overeenkomst daaraan
aanpassen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 4. Beheer en onderhoud en bijkomende infrastructurele
voorzieningen</tuskop>
    <al>De Staat en de Provincie zullen zich ertoe inspannen dat er, vóór
beëindiging van deze overeenkomst, met het betrokken bedrijfsleven in
een separate overeenkomst nadere afspraken worden vastgelegd over financiering
van het beheer en onderhoud en bijkomende infrastructurele voorzieningen (waaronder
de vervanging van de Erpse brug en het aanleggen van passageplaatsen en zwaaikommen)
op en in het vaarweggedeelte tussen Veghel en Helmond. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 5. Planologische inpassing en vergunningen</tuskop>
    <al>1. De Provincie en de Gemeenten zullen voor zover passend binnen haar
taken en bevoegdheden, bestuurlijke planologische medewerking verlenen aan
het realiseren van de Werken.</al>
    <al>2. De Staat, Provincie en gemeenten zullen zich, voor zover passend binnen
hun taken en bevoegdheden, inspannen voor het tijdig beschikbaar stellen van
benodigde vergunningen en overige besluiten ten behoeve van de Werken, behoudens
overmacht door bezwaren van derden. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 6. Planschade en nadeelcompensatie</tuskop>
    <al>De Staat draagt het risico voor planschade en nadeelcompensatie, voor
zover direct verband houdend met de uitvoering van de Werken. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 7. Onvoorziene omstandigheden</tuskop>
    <al>1. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden
voordoen welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst niet mag worden
verwacht. Zij zullen in goed overleg bezien voor wiens rekening de onvoorziene
omstandigheden behoren te komen en zullen zonodig deze overeenkomst daaraan
aanpassen.</al>
    <al>2. Partijen merken als onvoorziene omstandigheid in elk geval aan de situatie
dat formele regelingen of besluiten leiden tot de niet of slechts gedeeltelijke
goedkeuring, de schorsing of de vernietiging van besluiten die uit deze overeenkomst
voortvloeien, één en ander met inbegrip van wijzigingen van
regelingen, beleidswijzigingen of onherroepelijke beslissingen van een overheid
of rechterlijke instantie. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 8. Ontbindende voorwaarde</tuskop>
    <al>1. Indien de Staat na overleg met de Provincie tot de door de private
partijen gedane biedingen besluit dat de aanleg van de Werken niet haalbaar
is binnen het beschikbare budget, is de Staat gerechtigd tot ontbinding van
de overeenkomst. Dit kan echter alleen dan plaatsvinden, nadat er overleg
heeft plaatsgevonden tussen de Partijen.</al>
    <al>2. Elk der Partijen is gerechtigd deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk
buiten rechte te ontbinden wanneer onvoorziene omstandigheden als bedoeld
in artikel 7 ertoe leiden dat de nakoming van de in deze overeenkomst aangegane
verplichtingen geheel of gedeeltelijk redelijkerwijs niet van hen kan worden
gevergd. Partijen treden voordat hiertoe wordt overgegaan eerst in overleg
met elkaar. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 9. Geschillenregeling</tuskop>
    <al>1. Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing.</al>
    <al>2. Alle geschillen welke mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst
zullen worden beslecht door de bevoegde burgerlijke rechter te Den Haag. Er
is sprake van een geschil zodra één van de Partijen dit schriftelijk
aan de andere partijen meldt. Partijen dienen hierop met elkaar in overleg
te treden teneinde te bezien of in der minne een oplossing voor dit geschil
kan worden bereikt. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 10. Looptijd van de overeenkomst</tuskop>
    <al>1. Deze overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening van
deze overeenkomst en eindigt uiterlijk op de datum dat de financiële
afwikkeling conform het bepaalde in deze overeenkomst heeft plaatsgevonden,
maar niet eerder dan nadat de Werken, met inachtneming van de onderhoudstermijnen
van de aannemer, zijn opgeleverd.</al>
    <al>2. Rechtsgevolgen welke voortvloeien uit deze overeenkomst en die naar
hun aard geacht worden door te werken of eventueel ontstaan na de beëindiging
van deze overeenkomst, worden afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in deze
overeenkomst. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 11. Slotbepalingen</tuskop>
    <al>1 Indien bepalingen uit deze overeenkomst afwijken van of strijdig zijn
met eerder ten aanzien van tussen de partijen gemaakte afspraken, hoe ook
genaamd, gelden de bepalingen uit deze overeenkomst.</al>
    <al>2. Alle correspondentie tussen partijen zal in beginsel worden gericht
aan:</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Provincie Noord-Brabant</al>
    <al>t.a.v. directie Economie &amp; Mobiliteit</al>
    <al>Postbus 90151</al>
    <al>5200 MC ’s-Hertogenbosch</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Ministerie van Verkeer en Waterstaat</al>
    <al>t.a.v. Hoofd-ingenieur Directeur van de regionale Directie Noord-Brabant
van de Rijkswaterstaat</al>
    <al>Postbus 90157</al>
    <al>5200 MJ ’s-Hertogenbosch</al>
    <witreg></witreg>
    <al>3. De bijlagen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integraal onderdeel.*
Ingeval van strijdigheid tussen het bepaalde in een bijlage en de overeenkomst
prevaleert de overeenkomst.</al>
    <al>4. Indien een bepaling van deze overeenkomst in enige mate als nietig,
vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden
beschouwd, zal die bepaling, voorzover nodig, uit deze overeenkomst worden
verwijderd en worden vervangen door een bepaling die wél bindend en
rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel als mogelijk
benadert. Het overige deel van de overeenkomst blijft in een dergelijke situatie
ongewijzigd.</al>
    <al>5. Binnen tien werkdagen na ondertekening van deze overeenkomst wordt
de zakelijke inhoud daarvan door de Staat gepubliceerd in de Staatscourant.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>
      <nadruk type="cur">Aldus opgemaakt en in achtvoud ondertekend,</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">te Oss, 22 september 2006.</nadruk>
    </al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>De Staat, <nl></nl><min>de minister van Verkeer en Waterstaat,</min>K.M.H.
Peijs.  <nl></nl>De Provincie, <nl></nl>gedeputeerde Infrastructuur en Mobiliteit, <nl></nl>E.J.
Janse de Jonge.  <nl></nl>De gemeente Eindhoven, <nl></nl>de wethouder verkeer en vervoer, <nl></nl>H.J.A.
van Merrienboer.  <nl></nl>De gemeente Veghel, <nl></nl>de wethouder ruimtelijke ordening,
verkeers- en vervoersbeleid, <nl></nl>J.R.M. Kerkhof.  <nl></nl>De gemeente ’s-Hertogenbosch, <nl></nl>de
wethouder verkeer en vervoer, <nl></nl>G.J. Snijders.  <nl></nl>De gemeente Laarbeek, <nl></nl>de
wethouder financiën, <nl></nl>J.H. Vereijken.  <nl></nl>De gemeente Son en Breugel, <nl></nl>de
wethouder ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, <nl></nl>J.C.H.
Overbeek.  <nl></nl>Samenwerkingsverband <nl></nl>regio Eindhoven, <nl></nl>de portefeuillehouder
verkeer en vervoer, <nl></nl>H.J.A. van Merrienboer.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <al>* Bijlage 1, Memorandum van overeenstemming tussen de Staat der Nederlanden
en de provincie Noord-Brabant, d.d. 7 juli 2005, is gepubliceerd in Staatscourant
2005, nr. 220.</al>
      <al>Bijlage 2, Intentieverklaringen bedrijfsleven, wordt hier niet opgenomen.</al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>