Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
College Sanering ZiekenhuisvoorzieningenStaatscourant 2006, 122 pagina 18Besluiten van algemene strekking

Mandaterings- en volmachtbesluit College sanering zorginstellingen

1 maart 2006

Het College sanering zorginstellingen,

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Wet: de Wet toelating zorginstellingen

b. instelling: een organisatorisch verband als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder f van de Wet

c. het College: het College sanering zorginstellingen, als bedoeld in artikel 32, lid 1, van de Wet

d. de voorzitter: de voorzitter van het College sanering zorginstellingen, en als zodanig door de minister benoemd op grond van artikel 32, lid 3 jo artikel 20, lid 2, van de Wet

e. de vice-voorzitter: degene die door het College als zodanig is aangewezen

f. de secretaris/directeur van het College: degene als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het bestuursreglement

g. de gemachtigde: een natuurlijk persoon, aangewezen door het College, conform artikel 8.3. lid 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi

h. het secretariaat: het geheel van het ingevolge artikel 32, lid 3, jo artikel 22 van de Wet benoemde personeel

i. sanering: het geheel van maatregelen dat wordt genomen:

1. op grond van een besluit als bedoeld in artikel 17 van de Wet

2. ter uitvoering van een voornemen als bedoeld in artikel 18 van de Wet

3. op grond van een besluit als bedoeld in artikel 12a van de Wet ambulancevervoer.

Artikel 2

De secretaris is bevoegd binnen acht weken na ontvangst van de aanmelding door een instelling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet, te beslissen dat voor het verhuren, vervreemden of aan enig beperkt recht onderwerpen de goedkeuring van het College is vereist en dit bij beschikking te berichten aan de meldende instelling.

Artikel 3

1. De secretaris is bevoegd in spoedeisende gevallen te besluiten dat een beoogd gemachtigde reeds een aanvang maakt met zijn/haar werkzaamheden voordat besloten is tot aanwijzing van een gemachtigde, dan wel bevestiging van een aanwijzing door het College sanering:

a. ten behoeve van de sanering als bedoeld in artikel 1, onder i, van dit besluit

b. ten behoeve van het uitvoeren van taken op uitdrukkelijk verzoek van de minister.

2. De secretaris is bevoegd:

a. in geval van meer dan één aangewezen gemachtigde de onderlinge taakverdeling in overleg te regelen

b. de gemachtigde decharge te verlenen indien een casus via besluitvorming van het College is afgerond

c. tezamen met de voorzitter en/of de vice-voorzitter functioneringsgesprekken te voeren met de gemachtigden.

Artikel 4

1. De directeur is bevoegd tot de ondertekening van de correspondentie en beschikkingen op basis van besluiten genomen door het College, tenzij het College heeft besloten dat ondertekening (mede) dient te geschieden door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, de vice-voorzitter.

2. De directeur is, binnen het kader van de begroting en met inachtneming van door het College vastgesteld beleid, bevoegd namens het College privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

3. De directeur is, in overleg met de voorzitter, bevoegd tot het openen en opheffen van bank- en/of girorekeningen ten name van het College en het stellen van zekerheid voor overeengekomen betalingsverplichtingen.

Artikel 5

De directeur is bevoegd in voorkomende gevallen een beslissing tot het verlenen van een voorschot te nemen, mits het bedrag van het voorschot het in de liquidatiebegroting genoemde bedrag niet te boven gaat zoals bepaald in artikel 18 van het bestuursreglement.

Artikel 6

1. De directeur is verantwoordelijk voor het functioneren van het secretariaat. In dit kader, en binnen de begroting van het College, is de directeur, bevoegd in naam van het College besluiten te nemen tot het aanstellen en bevorderen van medewerkers van het secretariaat van het College.

2. Bij ingrijpende maatregelen zoals het schorsen of ontslaan van medewerkers van het secretariaat van het College besluit, op voordracht van de directeur, het College. In spoedeisende gevallen is de directeur bevoegd, in overleg met de voorzitter, medewerkers van het secretariaat van het College te schorsen en/of te ontslaan.

3. De directeur heeft mandaat om, binnen de grenzen van de arbeidsvoorwaarden, die op basis van de CAO Ziekenhuizen zijn of worden vastgesteld, arbeidsvoorwaarden vast te stellen en arbeidsovereenkomsten aan te gaan met de medewerkers van het secretariaat, en deze te wijzigen.

Artikel 7

De secretaris/directeur is bevoegd, conform artikel 7:10 derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op een ingediend bezwaarschrift met vier weken te verdagen.

Artikel 8

De secretaris/directeur is bevoegd deskundigen in te schakelen voor advies.

Artikel 9

De secretaris/directeur is bevoegd tot:

1. het verzoeken om informatie met betrekking tot lopende casus bij de openbare registers, kadaster, notarissen en dergelijke

2. het geven van voorlichting over het beleid op het terrein van de sanering van instellingen en onroerende zaken en ambulancevervoer, alsmede uitvoering van opdrachten van de minister

3. het desgevraagd verstrekken van inlichtingen aan de minister van VWS, alsmede het aan deze minister verschaffen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden ingevolge artikel 34 van de Wet

4.  het desgevraagd aan de in artikel 33 van de Wet genoemde Colleges verschaffen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.

Artikel 10

De directeur heeft, alleen na daarvoor verkregen instemming van de voorzitter, of bij diens ontstentenis de vice-voorzitter, mandaat tot het verrichten van handelingen, welke in het onder 1 tot en met 10 niet zijn geregeld, maar die in het belang worden geacht voor het goed functioneren van het College.

Artikel 11

De directeur is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en ondervolmacht aan een medewerker van het secretariaat om de bevoegdheden genoemd in artikel 2 tot en met 11 van dit besluit, met uitzondering van artikel 7, uit te oefenen.

Artikel 12

1. Het College behoudt te allen tijde zijn bevoegdheden.

2. De directeur rapporteert minimaal eenmaal per drie maanden aan het College middels een overzicht over het gebruik van het mandaterings- en volmachtbesluit.

Artikel 13

In geval van ontstentenis van de directeur voorziet de voorzitter van het College in (zijn) vervanging.

Artikel 14

Deze regeling vervangt bestaande mandateringsbesluiten dan wel bestaande volmachtbesluiten met ingang van 1 juli 2001.

Artikel 15

Het besluit is in werking getreden op 1 maart 2006 voor onbepaalde termijn.

De voorzitterCollege sanering zorginstellingen, H.A. de Boer.