﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE avvcao PUBLIC "-//SDU//DTD cao xml 1.1//NL" "../../dtd/cao-11.dtd"[]>
<avvcao publtype="caoo">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-101-CAO2961/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="0.7" conv="v2_0__2.7" markup="xa"></versie>
    <ordernr>CAO2961</ordernr>
    <branche>Banden- en Wielenbranche</branche>
    <inzake>Vrijwillig Vervroegd Uittreden</inzake>
    <jaar>2006/2010</jaar>
    <soort>Verbindendverklaring CAO-bepalingen</soort>
    <caonr>UAW Nr. 10480</caonr>
    <bron>
      <bronregel>Bijvoegsel Stcrt. d.d. 24-05-2006 nr. 101</bronregel>
      <stcdat>24-05-2006</stcdat>
      <stcnr>101</stcnr>
    </bron>
    <kop>
      <titel>MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <subtitel>BESLUIT VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 22
MEI 2006 TOT ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE
ARBEIDSOVEREENKOMST INZAKE VRIJWILLIG VERVROEGD UITTREDEN UIT DE BANDEN- EN
WIELENBRANCHE</subtitel>
    </kop>
  </frontm>
  <body>
    <consider>
      <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gelezen het verzoek van PVF Achmea namens partijen bij bovengenoemde collectieve
arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen
van deze collectieve arbeidsovereenkomst;</al>
      <al>Partij(en) te ener zijde: de Vereniging VACO, Bedrijfstakorganisatie voor
de Banden- en Wielenbranche;</al>
      <al>Partij(en) te anderer zijde: FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en de Unie,
Vakbond voor industrie en dienstverlening.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingebracht
door de Stichting Vakraad Metaal &amp; Techniek namens partijen betrokken
bij de CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze bedenkingen kunnen als volgt worden samengevat: De bedenkingen die
zijn ingebracht door de Stichting Vakraad Metaal &amp; Techniek zijn, na aanpassing
van het AVV-verzoek betreffende artikel 2, van de CAO door partijen bij de
CAO inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche
schriftelijk ingetrokken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend
en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten; </al>
    </consider>
    <besluit>
      <al>Besluit:</al>
      <al>Dictum I</al>
      <al>Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde
collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de
dicta II, III, IV, V en VI is bepaald:</al>
    </besluit>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Begripsbepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werkgever:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich uitsluitend,
in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling geheel of gedeeltelijk
bezig houdt met de uitoefening van: het bandenimportbedrijf, het bandengroothandelsbedrijf,
het bandenservicebedrijf, het snelservicebedrijf, het bandeninzamelingsbedrijf,
het bandenproductie- en vernieuwingsbedrijf en het bandenbe- en verwerkingsbedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Werknemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>iedere mannelijke of vrouwelijke werknemer, in dienst
bij een werkgever, voorzover hij/zij de 65-jarige leeftijd nog niet heeft
bereikt, met uitzondering van de niet (langer) voor de verplichte werknemersverzekeringen
verzekerde directeuren-grootaandeelhouder van een N.V. of een B.V. alsmede
hun echtgeno(o)te/partner en familieleden voor zover zij evenmin in vorenbedoelde
zin verzekerd zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Stichting:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden-
en Wielenbranche.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Statuten/Reglement:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de statuten en het reglement van de Stichting die aan
deze overeenkomst zijn gehecht en geacht worden daarvan deel uit te maken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Deelnemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de deelnemer als genoemd in artikel 1 van het Reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Regelingen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de regeling Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden-
en Wielenbranche;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Overgangsregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Suppletieregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>zoals neergelegd in deze CAO, alsmede in de statuten
en het reglement. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Bedrijfspensioenfonds:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Banden-
en Wielenbranche.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Pensioendatum:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de eerste dag van de maand waarin de 65-ste verjaardag
van de deelnemer of gewezen deelnemer valt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>SV-uitkering:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een uitkering krachtens de ZW, WAO/AAW, WIA, WAZ, WW,
WWV of IOAW, dan wel een combinatie van genoemde uitkeringen, of een vergelijkbare
uitkering op grond van een vrijwillige verzekering, één en ander
eventueel aangevuld met (een) uitkering(en) ingevolge de Toeslagenwet of de
RWW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Minimumloon:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>het tot een jaarbedrag herleide bruto wettelijke minimumloon
per maand, inclusief vakantietoeslag, voor de werknemers van 23 jaar en ouder.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Definities en werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Definities:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bepaalde in deze CAO is van toepassing op iedere
werkgever, die zich uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in een
afzonderlijke afdeling geheel of gedeeltelijk bezig houdt met de uitoefening
van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Het Bandenimportbedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandenimportbedrijf wordt verstaan het uitsluitend,
in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling importeren
en/of in voorraad houden en/of verkopen op basis van exclusiviteit van nieuwe
en/of vernieuwde personenautobanden en/of wielen en/of vrachtwagenbanden en/of
wielen en/of landbouwbanden en/of wielen en/of industriebanden en/of wielen
en/of andere banden en/of wielen en/of binnenbanden en/of ventielen en/of
velgen en/of velglinten en/of andere banden-/automaterialen en/of gereedschappen,
het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of eindgebruikers.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Het Bandengroothandelsbedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandengroothandelsbedrijf wordt verstaan
het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling
importeren en/of exporteren en/of in voorraad houden en/of verkopen niet op
basis van exclusiviteit van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of
wielen en/of vrachtwagenbanden en/of wielen en/of landbouwbanden en/of wielen
en/of industriebanden en/of wielen en/of andere banden en/of wielen en/of
binnenbanden en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten en/of andere banden/automateriaal,
het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of (bedrijfsmatige) eindgebruikers.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Het Bandenservicebedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandenservicebedrijf wordt verstaan het uitsluitend,
in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling inkopen, in
voorraad houden en verkopen van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden
en/of wielen en/of vrachtwagenbanden en/of wielen en/of landbouwbanden en/of
wielen en/of industriebanden en/of wielen en/of andere banden en/of wielen
en/of binnenbanden en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten en/of ander
bandenmateriaal en/of het repareren van banden en/of het balanceren van banden
en wielen en/of het corrigeren van sporing en wielstanden, voorzover niet
uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitoefening valt onder
(algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de CAO voor het Motorvoertuigbedrijf
en Tweewielerbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Het Bandensnelservicebedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandensnelsvervicebedrijf wordt verstaan
het uitsluitend of in hoofdzaak inkopen, in voorraad houden en verkopen van
nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of wielen en of andere vervangingsdelen
en/of het repareren van banden en/of het balanceren van banden en wielen en/of
het corrigeren van sporing en wielstanden en/of andere snelservice verrichtingen,
voorzover niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitvoering
valt onder (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de C.A.O voor het
Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>Het Bandeninzamelingsbedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandeninzamelingsbedrijf wordt verstaan het
uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling
inkopen, importeren, in voorraad houden, keuren, vervoeren, opslaan, verkopen,
exporteren van gebruikte afgesleten personenautobanden en/of vrachtwagenbanden
en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of andere banden en/of binnenbanden
en/of velglinten en het doorleveren van niet meer bruikbare karkassen aan
bandenverwerkingsbedrijven en/of daartoe aangewezen recyclingdepots.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>Het Bandenproductie-en vernieuwingsbedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandenproductie en vernieuwingsbedrijf wordt
verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke
afdeling, het geheel of gedeeltelijk produceren/vernieuwen, in voorraad houden,
verkopen, exporteren van personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of
landbouwbanden en/of industriebanden en/of vliegtuigbanden en/of andere banden
en/of delen daarvan en/of binnenbanden en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>Het Bandenbe- en verwerkingsbedrijf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder het Bandenbe- en verwerkingsbedrijf wordt verstaan
het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling
het voor hergebruik be- of verwerken tot granulaat, regeneraat of anderszins
van afgekeurde of afgesleten nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of
vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of andere
banden en/of delen daarvan en/of binnenbanden en/of velglinten en/of ander
bandenmateriaal. Het keuren, selecteren, in voorraad houden en verkopen van
deze grondstoffen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Werkingssfeer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>De bepalingen van deze CAO zijn van toepassing op alle werkgevers
en werknemers als bedoeld in artikel 1 sub 1 en 2.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien naast een onder artikel 2 sub 1 onder a tot en met g
bedrijf tevens een ander bedrijf wordt uitgeoefend, geldt voor de toepasselijkheid
van deze CAO het volgende:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>indien elk bedrijf in een afzonderlijke afdeling wordt uitgeoefend
is deze CAO van toepassing ten aanzien van de werknemers in de afdeling zoals
gedefinieerd in artikel 2, sub 1 onder a tot en met g.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>indien in een afzonderlijke afdeling meerdere bedrijven worden
uitgeoefend en het aantal werknemers, werkzaam in een functie van een bedrijf
zoals gedefinieerd in artikel 2 sub 1 onder a tot en met g, overweegt, geldt
deze CAO voor alle werknemers in de betreffende afdeling.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>indien er geen afzonderlijke afdelingen zijn en het aantal
werknemers, werkzaam in een functie van een bedrijf zoals gedefinieerd in
artikel 2, sub 1 onder a tot en met g, overweegt, geldt deze CAO voor alle
werknemers in de betreffende onderneming.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Met het begrip „in hoofdzaak’’ wordt bedoeld
de bedrijfsuitoefening van een onderneming die zich voornamelijk beperkt tot
de bedrijven als gedefinieerd in artikel 2 sub 1 onder a tot en met g.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Met het begrip „in belangrijke mate’’ wordt
bedoeld dat de bedrijfsuitoefening van een onderneming als gedefinieerd in
artikel 2 sub 1 onder a tot en met g een wezenlijk deel uitmaakt van de totale
bedrijfsuitoefening.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Met het begrip „afzonderlijke afdeling’’
wordt bedoeld dat in de totale bedrijfsuitoefening van een onderneming een
bedrijf wordt uitgeoefend als gedefinieerd in artikel 2 sub 1 onder a tot
en met g dat organisatorisch los staat van andere afdelingen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Uitvoering</titel>
    </artkop>
    <al>De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt volgens de bepalingen van
de van toepassing zijnde reglementen en statuten welke aan deze overeenkomst
zijn gehecht en geacht worden daarvan deel uit te maken.</al>
    <al>De uitvoering van de regeling Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Bandenen
Wielenbranche is opgedragen aan de Stichting.</al>
    <al>De uitvoering van de Overgangs- en Suppletieregeling is opgedragen aan
de Stichting, de taak van het innen van bijdragen die voor de uitvoering van
de Overgangs- en Suppletieregeling benodigd zijn en het uitkeren van de overgangssuppletie-uitkeringen
zoals die door de Stichting zijn bepaald, is opgedragen aan het Bedrijfspensioenfonds.
De uitvoering van de Overgangs- en Suppletieregeling – inclusief de
inning van de bijdragen en het doen van uitkeringen – gebeurt geheel
voor rekening en risico van de Stichting.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De Stichting kan de uitvoering delegeren aan een administrateur onder
verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>VUT-, Overgangs- en Suppletieregeling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De VUT-regeling wordt gecontinueerd teneinde de staartverplichtingen
van de VUT-regeling, zoals deze is neergelegd in hoofdstuk II van het reglement
en van kracht was tot en met  31 december 2000, te regelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De tot 1 januari 2006 geldende Overgangsregeling blijft van
toepassing op de overgangsuitkering van degenen die vóór genoemde
datum gebruik hebben gemaakt van de Overgangsregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Van de Suppletieregeling, als voortzetting van de Overgangsregeling,
kunnen met ingang van 1 januari 2006 alleen de werknemers die vóór
1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt nog gebruik maken. De
voorwaarden en hoogte van de suppletie-uitkering zijn nader omschreven in
hoofdstuk III van het reglement. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Financiering en bijdrageheffing</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is de bijdrage verschuldigd aan de Stichting en
het Bedrijfspensioenfonds. De betaling van de bijdrage geschiedt op de wijze
en op de tijdstippen als bepaald in of krachtens het reglement. De werkgever
is gerechtigd het werknemersaandeel in de bijdrage in te houden op het loon
van de werknemer bij iedere loonbetaling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de bijdragen wordt vastgesteld door partijen,
nadat hierover advies is ingewonnen bij het bestuur van de Stichting respectievelijk
het Bedrijfspensioenfonds. Voor de in artikel 4, lid 1 bedoelde regeling worden
geen bijdragen meer geïnd. De bijdragen ten aanzien van de in artikel
4, lid 2 en lid 3 bedoelde regelingen bedragen per werknemer 5,5% van
de krachtens het pensioenreglement van het Bedrijfspensioenfonds vastgestelde
pensioengrondslag. Hiervan komt 60% ten laste van de werkgever en 40%
komt ten laste van de werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De inning van de bijdrage ten behoeve van de regeling zoals
neergelegd in hoofdstuk III van het reglement is opgedragen aan het Bedrijfspensioenfonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever en werknemers zijn verplicht de inlichtingen te
verschaffen die de Stichting en het Bedrijfspensioenfonds noodzakelijk achten
voor een goede uitvoering van de regelingen. Indien de werkgever of de werknemers,
ook na aanmaning niet aan deze verplichting voldoen, dan zijn de Stichting
dan wel het Bedrijfspensioenfonds bevoegd bedoelde gegevens naar beste weten
vast te stellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel zijn
partijen voor de aanvang van het kalenderjaar bevoegd een korting op de bijdrage
vast te stellen, indien de financiële toestand van de fondsen dit mogelijk
maakt en nadat hiervoor advies is ingewonnen bij het bestuur van de Stichting
respectievelijk het Bedrijfspensioenfonds. De korting komt in evenredigheid
met de in lid 2 van dit artikel bedoelde verdeling van de financiering ten
goede aan de werkgever en de werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De Stichting respectievelijk het Bedrijfspensioenfonds kan
subsidies, donaties en andere bijdragen ontvangen van derden ter financiering
van de regelingen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Vrijstelling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting is bevoegd aan een werkgever vrijstelling
te verlenen van de toepassing van de bepalingen van één of meer
regelingen van de Stichting. Aan een vrijstelling kunnen door het bestuur
nadere voorwaarden worden verbonden. Bepalingen van deze CAO waarvoor geen
vrijstelling is verleend blijven onverminderd van kracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Werknemers in dienst van een vrijgestelde werkgever kunnen
geen rechten ontlenen aan de regeling(en) van de Stichting waarvoor vrijstelling
is verleend. Evenmin kunnen zij rechten ontlenen aan de regeling(en) van de
Stichting, waarop het verzoek om vrijstelling betrekking heeft, zolang op
het verzoek om vrijstelling niet afwijzend is beslist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting kan de vrijstelling intrekken.
Aan de intrekking kunnen door het bestuur voorwaarden worden verbonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De jaren in dienstverband doorgebracht bij de vrijgestelde
werkgever tellen niet als dienstjaren als bedoeld in de regeling van de Stichting
waarvoor vrijstelling is verleend. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Statuten Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit
de Banden- en Wielenbranche</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <al>De Stichting draagt de naam: Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden
uit de Banden- en Wielenbranche (VUBAN), verder te noemen de Stichting. De
Stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>Het doel van de Stichting is om:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>aanvullende uitkeringen te verstrekken aan en ten behoeve
van werknemers geboren vóór 1 januari 1950, die in aanmerking
komen voor een aanvulling op hun vervroegd pensioen ingevolge de in de collectieve
arbeidsovereenkomst regelende het vrijwillig vervroegd uittreden voor de Banden-
en Wielenbranche vastgelegde Suppletieregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>uitkeringen te verstrekken aan werknemers die vóór
1 januari 2006 van de in de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vrijwillig
vervroegd uittreden uit de Banden- en Wielenbranche geboden mogelijkheid om
vervroegd uit het arbeidsproces te treden gebruik hebben gemaakt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting bestaat uit zes leden, waarvan
worden aangewezen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>3 leden door Vereniging VACO, Bedrijfstakorganisatie voor
de Bandenen Wielenbranche in Nederland, statutair gevestigd te Leiden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>1 lid door FNV Bondgenoten, statutair gevestigd te Amsterdam;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>1 lid door CNV Dienstenbond, statutair gevestigd te Hoofddorp;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>1 lid door De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening,
statutair gevestigd te Culemborg. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De genoemde organisaties benoemen voor elk bestuurslid een
plaatsvervangend bestuurslid dat zitting zal nemen in het bestuur bij ontstentenis
van het zittend bestuurslid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De leden en plaatsvervangende leden worden aangewezen voor
onbepaalde tijd. De genoemde organisaties hebben te allen tijde het recht
de door haar aangewezen bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden te
vervangen door anderen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het (plaatsvervangende) bestuurslidmaatschap eindigt door:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bedanken,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>vervanging overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dit artikel.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Bevoegdheden van het bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur kiest jaarlijks uit zijn midden een voorzitter,
een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en een plaatsvervangend secretaris.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De functies van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden
in de even kalenderjaren vervuld door een werkgeverslid en in de oneven kalenderjaren
door een werknemerslid. Omgekeerd worden de functies van secretaris en plaatsvervangend
secretaris in de oneven kalenderjaren vervuld door een werkgeverslid en in
de even kalenderjaren door een werknemerslid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen gezamenlijk
de Stichting in en buiten rechte. Bij ontstentenis of belet van de voorzitter
respectievelijk de secretaris treedt in zijn plaats de plaatsvervangend voorzitter
respectievelijk de plaatsvervangend secretaris op.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten
en het reglement van de Stichting. Het is bevoegd tot alle daden van beheer
en beschikking binnen de kring van de doelstelling van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid
van het bestuur en met inachtneming van een door het bestuur vastgestelde
instructie gevoerd door een door het bestuur tot wederopzegging benoemde administrateur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bestuur dient te zorgen dat de gelden op solide wijze worden
belegd. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Vergaderingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur vergadert jaarlijks en voorts zo dikwijls de voorzitter
of ten minste twee bestuursleden dit nodig achten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit
geregeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde
vergadering van het bestuur een jaarlijks door het bestuur vast te stellen
vacatiegeld. Reis- en verblijfkosten, door de leden van het bestuur in hun
functie gemaakt, worden vergoed volgens door het bestuur vast te stellen regelen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Besluitvorming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet ten minste één
van de door de werkgeversorganisatie aangewezen bestuursleden en één
van de door de werknemersorganisaties aangewezen bestuursleden, als genoemd
in artikel 3, aanwezig zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De besluiten van het bestuur worden, voor zover in deze statuten
niet anders is bepaald, genomen bij meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte
stemmen beschouwd. Elk werkgeverslid heeft evenveel stemmen als het aantal
aanwezige werknemersleden. Elk werknemerslid heeft evenveel stemmen als het
aantal aanwezige werkgeversleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering
opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het
voorstel geacht te zijn verworpen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd.
Bij onzekerheid over de vraag of het om een zaak, respectievelijk om een persoon
gaat, beslist in laatste instantie de voorzitter.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan besluitvorming
door het bestuur ook schriftelijk tot stand komen. Schriftelijke besluitvorming
vindt alleen plaats bij algemene stemmen. Mocht op deze wijze geen besluit
tot stand komen dan wordt het voorstel in de eerstkomende vergadering aan
de orde gesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Financiën</titel>
    </artkop>
    <al>De financiële middelen van de Stichting worden verkregen uit:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>de door de werkgevers en de werknemers te storten bijdragen
bepaald in de in artikel 2 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>de te kweken rente;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>andere baten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Beheer geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De geldmiddelen als bedoeld in artikel 7 worden aangewend:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>tot het doen van uitkeringen als bedoeld in artikel 2 onder
inhouding van, ten laste van de uitkeringsgerechtigde komende, premies en
loonbelasting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>tot het betalen van de premies, die ten laste komen van de
Stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>tot betaling van casu quo reservering voor kosten, verband
houdende met de uitvoering van de werkzaamheden van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor zover gelden van de Stichting voor belegging beschikbaar
zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in
redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risico-verdeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur.
De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenis worden
bewaard in de kluis van de administrateur. De effecten en andere waardepapieren
worden zoveel mogelijk in bewaring gegeven bij algemene handelsbanken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en
de wijze van verrekening van die kosten vaststellen. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Boekjaar, verslag, rekening, verantwoording en begroting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt
het bestuur een door een externe registeraccountant of een accountant-administratieconsulent
met certificerende bevoegdheid gecontroleerde balans, rekening van baten en
lasten en verslag over de financiële toestand van de Stichting vast.
Het verslag moet overeenkomstig de in artikel 2 genoemde bestedingsdoelen
zijn gespecificeerd. Uit het verslag en de accountantsverklaring moet blijken
dat de uitgaven conform de bestedingsdoelen zijn gedaan. Ten blijke van de
vaststelling worden deze stukken door de voorzitter en de secretaris van de
Stichting ondertekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur legt in het verslag rekenschap af van het gevoerde
beleid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage voor
de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van de Stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op één of meer door de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag
aan de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen
betaling van de daaraan verbonden kosten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Voorafgaand aan ieder jaar stelt het bestuur een begroting
voor het eerstvolgende boekjaar vast. Deze begroting is gespecificeerd overeenkomstig
de in artikel 2 genoemde bestedingsdoelen. De begroting is beschikbaar voor
de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Statutenwijziging en ontbinding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Besluiten tot wijziging van de statuten respectievelijk ontbinding
van de Stichting kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een
vergadering waarin tenminste vier bestuursleden aanwezig zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het ontbindingsbesluit duidt tevens de bestemming van een eventueel
batig saldo van de vereffening aan. Deze bestemming zal zoveel mogelijk in
overeenstemming zijn met het doel van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Reglement</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt een reglement vast. De bepalingen van het
reglement mogen niet in strijd zijn met deze statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van
het reglement is het bepaalde in artikel 10, eerste lid van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Deponering bij de griffie van het kantongerecht</titel>
    </artkop>
    <al>De in statuten en reglement aangebrachte wijzigingen zullen eerst in werking
treden, als een door het bestuur ondertekend volledig exemplaar van die stukken
onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin voor een ieder ter inzage is neergelegd
ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Reglement van de Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden
uit de Banden- en Wielenbranche</tuskop>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK I</nr>
      <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>CAO:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>CAO inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden-
en Wielenbranche.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Stichting:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de
Banden- en Wielenbranche.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bestuur:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Reglement:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het reglement van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Regeling:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De regeling inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit
de Banden- en Wielenbranche, de Overgangsregeling en de Suppletieregeling,
zoals omschreven in de CAO, alsmede in de statuten en in het reglement van
de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bpf:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Banden-
en Wielenbranche</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Administrateur:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>PVF Achmea</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Werkgever:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de
CAO. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Werknemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de
CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Deelnemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer op wie de regeling van toepassing is en
wiens verzoek om aan de regeling te mogen deelnemen door de Stichting is ingewilligd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>Vaste salaris:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het vaste salaris in geld op grond van de arbeidsovereenkomst.
Niet tot het vaste salaris worden gerekend niet regelmatig weerkerende overwerkvergoedingen,
winstdelingsuitkeringen en alle andere uitkeringen die afhankelijk zijn van
het bedrijfsresultaat.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
      <al>SV-uitkering:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een uitkering krachtens de ZW, WAO/AAW, WIA, WAZ of
WW, dan wel een combinatie van genoemde uitkeringen of een vergelijkbare uitkering
op grond van een vrijwillige verzekering, een en ander eventueel aangevuld
met (een) uitkering(en) ingevolge de Toeslagenwet of de RWW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>Dienstjaren:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De jaren gedurende welke een werknemer op grond van
een arbeidsovereenkomst werkzaam is geweest in dienst van een werkgever in
de Banden- en Wielenbranche.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
      <al>Minimumloon:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het tot een jaarbedrag herleide bruto wettelijke minimumloon
per maand, inclusief vakantietoeslag, voor werknemers van 23 jaar en ouder.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>15.</nr>
      <al>Pre-vutregeling:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een door een werkgever met een werknemer van 56 jaar
of ouder overeengekomen non-activiteitsregeling direct voorafgaand aan deelneming
aan de vutregeling van de Stichting. De pre-vutregeling dient te voldoen aan
nader door het bestuur van de Stichting te stellen voorwaarden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>16.</nr>
      <al>Uittredingsrichtdatum:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De eerste dag van de maand waarin de 62-ste verjaardag
valt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>17.</nr>
      <al>Pensioendatum:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De eerste dag van de maand waarin de 65-ste verjaardag
van de deelnemer of gewezen deelnemer valt. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Uitvoering</titel>
    </artkop>
    <al>De uitvoering van de regeling Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Bandenen
Wielenbranche is opgedragen aan de Stichting.</al>
    <al>De uitvoering van de Overgangs- en Suppletieregeling is opgedragen aan
de Stichting, met dien verstande dat de taak van het innen van bijdragen die
voor de uitvoering van de Overgangsen Suppletieregeling benodigd zijn en het
uitkeren van de overgangs- en suppletie-uitkeringen zoals die door de Stichting
zijn bepaald, is opgedragen aan het Bpf. De uitvoering van de Overgangs- en
Suppletieregeling – inclusief de inning van de bijdragen en het doen
van uitkeringen – gebeurt geheel voor rekening en risico van de Stichting.</al>
    <al>De Stichting kan de uitvoering delegeren aan een administrateur onder
verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Vaststelling betaling van de bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en
over de tijdvakken als door de Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting
bepaald, de gegevens te verstrekken die de Stichting, dan wel Bpf nodig heeft
om de door de werkgever volgens de CAO verschuldigde bijdrage en het door
de Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting te heffen voorschot op
de bijdrage vast te stellen. Indien de werkgever niet, niet tijdig of onvolledig
de benodigde gegevens aan de Stichting, dan wel aan Bpf verstrekt, is de Stichting,
dan wel Bpf namens de Stichting bevoegd de hoogte van de bijdrage of het voorschot
naar beste weten zelf vast te stellen. De kosten van het vergaren en verstrekken
van de door de Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting gewenste informatie
komen voor rekening van de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de over een kalenderjaar verschuldigde
bijdrage te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van de desbetreffende nota
van de Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting. De Stichting, dan
wel Bpf namens de Stichting, is bevoegd van de werkgever een voorschot te
vorderen ter grootte van de bijdrage die vermoedelijk over het kalenderjaar
verschuldigd zal zijn. Het voorschot moet, tenzij het bestuur van de Stichting
anders bepaalt, worden voldaan in ten hoogste vier gelijke kwartaaltermijnen,
te betalen op de eerste van ieder kwartaal, met dien verstande dat de eerste
termijn niet eerder vervalt dan 14 dagen na de dagtekening van de voorschotnota.
Bij niet tijdige betaling van een voorschottermijn wordt het gehele resterende
bedrag van de voorschotnota opeisbaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij niet-tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage of
het van hem gevorderde voorschot is de werkgever door het enkele verloop van
de termijn in verzuim. De Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting,
is dan bevoegd te vorderen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>rente over het verschuldigde bedrag vanaf de dag volgend
op de dag dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten,
onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke
interessen bedoeld in artikel 6:119 jo 120 van het Burgerlijk Wetboek, dat
geldt op de datum waarop de rente door de Stichting, dan wel door Bpf namens
de Stichting, wordt gevorderd. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden
gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van €
50,–.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK II</nr>
      <titel>VUT-REGELING</titel>
    </hfdkop>
    <al>De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de lopende VUT-uitkeringen
per 31 december 2000 en de werknemers die per genoemde datum gebruik hebben
gemaakt van de pre-vutregeling.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Mogelijkheid tot uittreding</titel>
    </artkop>
    <al>Partijen bij de CAO zijn overeengekomen dat met ingang van 1 oktober 1984
de mogelijkheid bestaat tot vrijwillig vervroegd uittreden van werknemers
die de minimum-uittredingsleeftijd als bedoeld in artikel 5 van dit reglement
bereikt hebben. Werknemers die van deze mogelijkheid gebruik maken worden
deelnemer in de regeling, indien zij voldoen aan alle voorwaarden, uitgezonderd
de voorwaarden als omschreven in hoofdstuk III van dit reglement.</al>
    <al>Ook de werknemers die op 31 december 2000 gebruik maken van een pre-vutregeling
en tijdens de looptijd van de CAO aan alle voorwaarden in hoofdstuk I, II
en IV voldoen, kunnen uittreden. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Voorwaarden van deelneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Om aan de VUTregeling te kunnen deelnemen moet de betrokken
werknemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt dan wel bereiken in
de maand met ingang waarvan de werknemer uittreedt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>of de leeftijd van 59 jaar hebben bereikt dan wel bereiken
in de maand met ingang waarvan de werknemer uittreedt en feitelijk aantoonbaar
35 jaren als werknemer in de banden- en wielenbranche hebben gewerkt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>of de leeftijd van 57½ jaar hebben bereikt dan
wel bereiken in de maand met ingang waarvan de werknemer uittreedt en feitelijk
aantoonbaar 40 jaren als werknemer in de banden- en wielenbranche hebben gewerkt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>gedurende de laatste 5 jaar, direct voorafgaande aan het moment
van deelneming, ononderbroken als werknemer krachtens een arbeidsovereenkomst
werkzaam zijn geweest in dienst van één of meer werkgevers,
als bedoeld in lid 8 van artikel 1, behoudens:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een onderbreking van 1 jaar of minder wegens arbeidsongeschiktheid
of werkloosheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>andere onderbrekingen van beperkte duur, ter beoordeling
van het bestuur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Daarbij worden de jaren welke de betrokken werknemer
een arbeidsovereenkomst had met een werkgever die van het besluit tot Algemeen
Verbindend Verklaring van bepalingen van de Collectieve Arbeidsovereenkomst
inzake Vrijwillige Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche gedispenseerd
en/of uitgezonderd is, niet meegerekend;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>niet in aanmerking komen voor een volledige SV-uitkering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>niet in aanmerking te komen voor loondoorbetaling tijdens ziekte
als bedoeld in artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>niet onder een afvloeiingsregeling of non-activiteitsregeling
vallen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>de arbeidsovereenkomst op grond waarvan een uitkering wordt
verstrekt beëindigd hebben;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>ook overigens voldoen aan alle in het reglement gestelde voorwaarden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De deelnemer die krachtens de voor hem geldende ondernemingspensioenregeling
wordt gepensioneerd voor de eerste van de maand waarin hij de 65-jarige leeftijd
bereikt, heeft slechts recht op een uitkering indien en zolang zijn pensioen
en elke andere hem terzake van zijn pensionering van zijn werkgever toekomende
uitkering wordt overgemaakt aan de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werknemer die gebruik wenst te maken van de regeling dient
zich daartoe tenminste 3 maanden voor de gevraagde uittredingsdatum bij de
werkgever aan te melden onder opzegging van zijn arbeidsovereenkomst. De werknemer
ingedeeld in funktiegroep V en volgende, als bedoeld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst
inzake Arbeidsvoorwaarden voor de Bandenbranche, dient tenminste 6 maanden
voor de mogelijke uittredingsdatum bij de werkgever kenbaar te maken dat hij
wenst uit te treden. Indien zijn verzoek om uitkering door de Stichting niet
wordt ingewilligd zal de arbeidsovereenkomst ongewijzigd worden voortgezet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de werkgever dient ervoor te zorgen dat in de derde maand voor
de gevraagde uittredingsdatum het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de
administrateur wordt ingediend. Eerder ingediende aanvraagformulieren worden
niet in behandeling genomen en aan de betrokkenen geretourneerd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>indien de benodigde gegevens niet twee maanden vóór
de gevraagde uittredingsdatum in het bezit zijn van de administrateur, kan
dit een latere uittreding ten gevolge hebben;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>de deelneming kan uitsluitend aanvangen aan het begin van een
kalendermaand, nadat aan alle voorwaarden is voldaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>de laatst mogelijke uittredingsdatum is 6 maanden vóór
de eerste van de maand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5A</nr>
      <titel>Deelneming na gebruikmaking van de pre-vutregeling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op de werknemer
van 56 jaar of ouder die gebruik is gaan maken van een pre-vutregeling en
direct aansluitend aan deze pre-vutregeling wil gaan deelnemen aan de vutregeling
van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in het eerste lid bedoelde werknemer kan bij het bereiken
van de minimum-uittredingsleeftijd als bedoeld in artikel 5 van dit reglement
deelnemen aan de regeling van de Stichting indien:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de mogelijkheid van deelneming aan de regeling van de Stichting
aansluitend aan een periode waarin gebruik is gemaakt van een pre-vutregeling,
wordt vastgelegd in een overeenkomst te sluiten tussen de betreffende werknemer,
zijn werkgever en de Stichting en aan de voorwaarden opgenomen in deze overeenkomst
wordt voldaan. In deze overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd dat wanneer
de minimum-uittredingsleeftijd gedurende de pre-vutperiode wordt verhoogd,
de pre-vutregeling wordt geacht voort te duren tot dat de geldende minimum-uittredingsleeftijd
is bereikt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>gedurende de periode dat de werknemer gebruik maakt van een
pre-vutregeling, de voormalige werkgever voor de werknemer de bijdrage als
bedoeld in artikel 4 van de CAO blijft betalen, als ware deze werknemer nog
werkzaam op grond van een arbeidsovereenkomst met werkgever;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>voldaan wordt aan de overige voorwaarden opgenomen in dit reglement,
met uitzondering van het bepaalde in hoofdstuk III, voorzover daar in dit
artikel en in de onder a bedoelde overeenkomst niet van wordt afgeweken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Grondslag voor de verschuldigde bijdrage gedurende de periode
dat gebruik gemaakt wordt van een pre-vutregeling is het brutoloon SV als
bedoeld in artikel 4 van de CAO, dat voor de betreffende werknemer gold direct
voorafgaande aan het gebruik maken van de pre-vutregeling. De aldus vastgestelde
heffingsgrondslag wordt aangepast aan de algemene salarisstijgingen in de
bedrijfstak gedurende de pre-vutperiode.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Grondslag voor de door de Stichting te betalen uitkering voor
de werknemer die gebruik heeft gemaakt van een pre-vutregeling, is de volgens
artikel 6 van dit reglement vastgestelde uitkeringsgrondslag, die voor de
betreffende werknemer gegolden zou hebben wanneer hij op het moment waarop
hij gebruik is gaan maken van een pre-vutregeling, zou zijn gaan deelnemen
aan de regeling van de Stichting. De aldus vastgestelde uitkeringsgrondslag
wordt aangepast aan de algemene salarisstijgingen in de bedrijfstak gedurende
de pre-vutperiode.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werknemer die gebruik maakt van een pre-vutregeling, wordt
voor de regeling van de Stichting, gedurende de pre-vutperiode, beschouwd
als werknemer zoals bedoeld in dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder e, is niet van
toepassing op werknemers die gebruik maken van een pre-vutregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De jaren gedurende welke gebruik gemaakt wordt van een pre-vutregeling
tellen als jaren zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, eerste alinea,
van dit reglement. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Uitkeringsgrondslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als grondslag voor de uitkering geldt het laatst geldende vaste
salaris op jaarbasis.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien de beloning van de deelnemer ten dele uit provisie bestond,
wordt het volgens het eerste lid vastgestelde bedrag verhoogd met de provisiebedragen
over de 12 maanden voorafgaande aan het tijdstip gelegen 3 maanden voor de
datum van uittreding.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien de uitkeringsgrondslag die is vastgesteld met inachtneming
van de voorgaande leden meer bedraagt dan het hierna genoemde maximum, wordt
deze uitkeringsgrondslag beperkt. Als maximum geldt het bedrag dat als uitkeringsgrondslag
zou zijn vastgesteld, indien de datum van uittreding drie jaar eerder zou
liggen dan de gevraagde uittredingsdatum, verhoogd met de verhogingen die
vanaf dat tijdstip op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake
arbeidsvoorwaarden voor de Banden- en Wielenbranche hebben gegolden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Met ingang van 1 maart 1996 is de uitkeringsgrondslag maximaal
gelijk aan 2 maal het maximum-dagloon voor de premieheffing ingevolge de Werkloosheidswet,
herleid tot een jaarbedrag, dat geldt ten tijde van de ingang van de uitkering.
Indien minder is gewerkt dan de gebruikelijke arbeidsduur wordt de maximum-uitkeringsgrondslag
naar evenredigheid verlaagd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het voor de vaststelling van de grondslag voor de uitkering
mee in aanmerking te nemen bedrag van de toeslag voor regelmatig weerkerend
overwerk is gelijk aan het gemiddelde bedrag van de toeslag berekend over
de twaalf maanden voorafgaande aan de uittreding. Het regelmatig weerkerend
overwerk dient in de 24 maanden voorafgaande aan het vervroegd uittreden minimaal
12 maanden aantoonbaar in de salarisadministratie te zijn verwerkt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De Stichting willigt het verzoek tot deelneming in als naar
het oordeel van de Stichting aan alle voorwaarden is voldaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bruto-uitkering bedraagt bij de aanvang van de deelneming
80% van de uitkeringsgrondslag, herleid tot een maandbedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Alle volgens het voorgaande lid van dit artikel vastgestelde
bruto-uitkeringen worden aangepast bij een algemene wijziging van de lonen
in de bedrijfstak. De aanpassingen worden door het bestuur van de Stichting
vastgesteld overeenkomstig de hiervoor bedoelde algemene wijziging en met
inachtneming van eventuele overheidsmaatregelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De netto-uitkering bedraagt tenminste 100% van het netto-bedrag
dat de deelnemer zou ontvangen indien deze een loon zou hebben ontvangen gelijk
aan het wettelijk minimum-loon van een werknemer die de 57-jarige leeftijd
nog niet heeft bereikt, vermeerderd met het percentage van de vakantietoeslag
dat geldt in de bedrijfstak. Indien minder is gewerkt dan de gebruikelijke
arbeidsduur wordt de minimum-uitkering naar evenredigheid verlaagd. Een eventuele
maatregel van de overheid zal prevaleren, in welk geval het minimum-bedrag
overeenkomstig wordt aangepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De uitkering wordt in maandelijkse termijnen (in de tweede
helft van de maand) uitbetaald. De betaling van de uitkering vangt aan op
de eerste van de maand waarin de deelname is begonnen en blijft – behoudens
het elders in het reglement bepaalde – voortduren tot de eerste van
de maand, waarin de deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Financiële verplichtingen</titel>
    </artkop>
    <al>De Stichting neemt de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet
voor haar rekening.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Vermindering, respectievelijk wijziging van rechten</titel>
    </artkop>
    <al>Wanneer de deelnemer bij het begin van of tijdens zijn deelnemerschap
in aanmerking komt voor een SV-uitkering dan wel voor een pensioen of uitkering
als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan dient hij zulks te melden aan de
Stichting. De SV-uitkering dan wel het pensioen of de andere uitkering als
bedoeld in artikel 5, tweede lid wordt in mindering gebracht op de door de
Stichting te verstrekken uitkering. De deelnemer is verplicht elke wijziging
in zijn SV-uitkering dan wel zijn pensioen of zijn andere uitkering als bedoeld
in artikel 5, tweede lid, direct aan de Stichting te melden.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Beëindiging van de uitkering</titel>
    </artkop>
    <al>De uitkering krachtens dit hoofdstuk wordt beëindigd:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>indien de deelnemer opnieuw een arbeidsovereenkomst aangaat;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>op de eerste van de maand, waarin de deelnemer de leeftijd
van 65 jaar bereikt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>bij overlijden van de deelnemer.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK III</nr>
      <titel>SUPPLETIEREGELING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Vervallen.</titel>
    </artkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Voorwaarden van deelneming en hoogte van de aanvulling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De suppletieregeling, neergelegd in dit artikel en in de artikelen
die met dit artikel samenhangen, heeft een strikt voorwaardelijk en tijdelijk
karakter. Een recht op suppletie wordt slechts verleend in de periode van
1 januari 2006 tot en met 31 december 2010.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De suppletieregeling is alleen van toepassing op de werknemer
die vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt
en die tijdens de looptijd van de CAO aan alle voorwaarden voldoet.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zijn:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de werknemer moet in de in lid 1 genoemde periode gebruik maken
van de pensioenregeling van het Bpf; én</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de werknemer moest op 31 december 2000 als werknemer in dienst
zijn bij een aangesloten werkgever en vanaf 1 januari 2001 tot en met 31 december
2005 onafgebroken deelnemer zijn geweest in de prepensioenregeling van het
Bpf en voorts vanaf  1 januari 2006 tot de uittredingsrichtdatum onafgebroken
deelnemer zijn in de pensioenregeling van het Bpf; én</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de werknemer moet in de vijf jaar direct voorafgaand aan de
uittredingsrichtdatum ononderbroken als werknemer werkzaam zijn geweest bij één
of meer aangesloten werkgevers; én </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>de werknemer moet zijn ouderdomspensioen vervroegen tot de
uittredingsrichtdatum.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Aan de werknemers, die aan de in het derde lid gestelde voorwaarden
voldoen wordt een recht op een aanvullende uitkering (suppletie) toegekend
bij het bereiken van de uittredingsrichtdatum.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De aanvullende uitkering gaat in op de uittredingsrichtdatum
en wordt aan betrokkene uitgekeerd tot de pensioendatum, doch uiterlijk tot
de eerste dag van de maand volgend op het overlijden van betrokkene.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De jaarlijkse aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil
tussen enerzijds,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>•</nr>
      <al>de uitkeringsgrondslag waarover volgens het op 31 december
2000 geldende reglement van de Stichting de VUT-uitkering zou zijn vastgesteld,
vermenigvuldigd met het uitkeringspercentage als bedoeld in lid 7, en anderzijds,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>•</nr>
      <al>het voor de betrokken werknemer op grond van het pensioenreglement
tot de uittredingsrichtdatum vervroegde ouderdomspensioen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het in lid 6 bedoelde uitkeringspercentage is afhankelijk van
de burgerlijke leeftijd van de deelnemer op 1 januari 2001 en wordt bepaald
aan de hand van onderstaande tabel: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="57mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="37mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Leeftijd op 1 januari 2001</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uitkeringspercentage </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">55 jaar of ouder</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">80 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">51 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">75</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Uittreding vóór de uittredingsrichtdatum</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werknemers die op 31 december 2004 de leeftijd van 55 jaar
hebben bereikt en vóór de uittredingsrichtdatum willen uittreden,
hebben recht op een jaarlijkse vervroegde uitkering als wordt voldaan aan
de voorwaarden vermeld in artikel 12 lid 3. Daarbij moet, met uitzondering
van de voorwaarde onder d, voor uittredingsrichtdatum worden gekozen de vroegere
uittredingsdatum. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De vroegst mogelijke leeftijd waarop eerder uittreden als bedoeld
in het vorige lid mogelijk is, is voor degene:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>die minder dan 35 jaren in de branche heeft gewerkt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 1e helft van 2006: 60 jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 2e helft van 2006: 60 jaar en 3 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2007: 60 jaar en 6 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2008: 60 jaar en 9 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2009: 61 jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2010: 61 jaar en 3 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>die ten minste 35 jaren doch minder dan 40 jaren in de branche
heeft gewerkt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 1e helft van 2006: 59 jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 2e helft van 2006: 59 jaar en 3 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2007: 59 jaar en 6 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2008: 59 jaar en 9 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2009: 60 jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>die ten minste 40 jaren in de branche heeft gewerkt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 1e helft van 2006: 57 jaar en 6 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in de 2e helft van 2006: 57 jaar en 9 maanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>•</nr>
      <al>in 2007: 58 jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De jaarlijkse vervroegde uittreding is gelijk aan het product
van de uitkeringsgrondslag waarover volgens het op 31 december 2000 geldende
reglement van de Stichting, de Vut-uitkering zou zijn vastgesteld én
het uitkeringspercentage als bedoeld in artikel 12 lid 7.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De jaarlijkse vervroegde uitkering gaat in op het tijdstip
van vervroegde uittreding en wordt uitgekeerd tot de uittredingsrichtdatum
doch uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgend op het overlijden van
betrokkene.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Gedurende de periode vanaf de vervroegde datum van uittreding
tot aan de uittredingsrichtdatum zal de betaling van de pensioenpremie voor
de betrokkene worden voortgezet op basis van de voor hem vastgestelde pensioengrondslag,
onder inhouding van de het betrokkene toekomende premiegedeelte.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Aanpassing suppletieregeling</titel>
    </artkop>
    <al>De ingevolge dit hoofdstuk verleende uitkeringen worden voor zover de
middelen van de Stichting dit toelaten, gehoord de actuaris, jaarlijks op
1 januari aangepast overeenkomstig de aanpassing van de pensioenuitkeringen
voortvloeiende uit het pensioenreglement van het Bpf. Het al dan niet verlenen
van procentuele verhogingen is een bevoegdheid van het bestuur. Er bestaat
geen recht op verhoging van de ingevolge dit hoofdstuk verleende uitkeringen. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Beperking suppletieregeling</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de uitkeringen krachtens dit hoofdstuk geldt de navolgende beperking.
Indien de som van:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de uitkeringen uit hoofde van de collectieve WAO-hiaat verzekering,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de uitkeringen terzake van arbeidsongeschiktheid ingevolge
andere wettelijke regelingen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>het uit te keren vervroegd ouderdomspensioen, als omschreven
in het pensioenreglement van het Bpf, en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>de aanvullende uitkering uit hoofde van de suppletieregeling,
in enig jaar meer bedraagt dan 80% van het laatst geldende reglementair
in acht genomen jaarsalaris waarop de pensioenuitkering is gebaseerd, wordt
de aanvulling uit hoofde van de suppletieregeling zodanig verminderd dat de
som van de onder a,b, c en d bedoelde uitkeringen gelijk is aan 80%
van het bedoelde jaarsalaris.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Vervroeging en uitstel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de werknemer in de zin van artikel 13 geen gebruik maakt
van de mogelijkheid tot vervroeging van het ouderdomspensioen tot vóór
de uittredingsrichtdatum dan wordt de suppletie op het tot de uittredingsrichtdatum
vervroegd ouderdomspensioen zodanig vastgesteld dat bij de berekening hiervan
de aanspraken op ouderdomspensioen welke kunnen worden opgebouwd tussen de
vroegst mogelijke datum van uittreding in de zin van artikel 13 en de uittredingsrichtdatum
buiten beschouwing gelaten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien een werknemer de uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk
later laat ingaan dan de uittredingsrichtdatum dan wel de minimum leeftijd
volgens de staffels in artikel 13, lid 2, dan geldt dat de uitkering wordt
vastgesteld alsof de ingangsdatum onveranderd de uittredingsrichtdatum respectievelijk
de minimum leeftijd volgens de staffels zou zijn en vervolgens op zijn vroegst
vanaf 1 januari 2006 herrekend met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële
grondslagen. De uitgestelde uitkering kan slechts ingaan indien de werknemer
tijdig een aanvraag doet, zoals bedoeld in artikel 17 en op dat moment nog
voldoet aan alle voorwaarden voor deelneming. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien de uitkering door het bepaalde in het derde lid uitkomt
boven 100% van het laatstelijk voor uittreden geldende vaste salaris,
wordt het meerdere overgeheveld naar het Bpf ten behoeve van het ouderdomspensioen.
Alsdan wordt rekening gehouden met het fiscale maximum voor ouderdomspensioen
zoals aangegeven in artikel 18a, lid 7, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Dit betekent dat het ouderdomspensioen op het tijdstip van ingang niet uit
mag gaan boven 100% van het laatst geldende vaste salaris. Het meerdere
wordt met inachtneming van wettelijke inhoudingen als eenmalige uitkering
vlak voor ingang van het ouderdomspensioen uitgekeerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Behoudens het bepaalde in artikel 13 kan een uitkering als
bedoeld in dit hoofdstuk slechts ingaan tegelijk met het vervroegde ouderdomspensioen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Aanvraag uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer dient het verzoek om een uitkering krachtens de
regelingen in dit hoofdstuk tezamen met het verzoek tot een pensioenuitkering
uiterlijk 3 maanden voor de (beoogde) pensioeningang bij de werkgever in te
dienen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bedoeld verzoek wordt door de werknemer gedaan onder opzegging
van zijn arbeidsovereenkomst.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever dient ervoor te zorgen dat in de derde maand voor
de pensioeningang het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de administrateur
wordt ingediend. Eerder ingediende aanvraagformulieren worden niet in behandeling
genomen en aan de betrokkenen geretourneerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de benodigde gegevens niet twee maanden vóór
de uittredingsdatum in het bezit zijn van de administrateur, kan dit er toe
leiden dat de in dit hoofdstuk bedoelde uitkering later dan op bedoelde datum
ingaat.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IV</nr>
      <titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Aanvang en einde uitkering; tijdstip betaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De eerste uitkering geschiedt over de maand waarin de deelneming
is begonnen. Het tijdstip van de betaling ligt in de tweede helft van de maand
waarover de uitkering verschuldigd is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bij overlijden van de deelnemer eindigt de uitkering uit hoofde
van Hoofdstuk II op de laatste dag van de maand waarin het overlijden plaatsvond.
In dit geval wordt een uitkering, die gelijk is aan een bedrag van twee maal
de hoogte van de uitkering over de maand waarin het overlijden van de deelnemer
plaatsvond verstrekt aan de nagelaten betrekkingen zoals bedoeld in artikel
7:764 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De uitkering uit hoofde van Hoofdstuk III wordt ingeval van
overlijden uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgend op het overlijden
van de deelnemer verstrekt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Terugvordering</titel>
    </artkop>
    <al>Indien ten onrechte een uitkering is betaald, of indien te veel is betaald,
kan het bestuur de uitkering beëindigen of verminderen en het teveel
betaalde terugvorderen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Inhoudingen</titel>
    </artkop>
    <al>Door de Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting worden op de uitkeringen
ingehouden:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de verschuldigde loonheffing;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het eventuele werknemersaandeel in de pensioenpremie voor
de deelnemer krachtens de eventuele bij zijn laatste werkgever geldende pensioenregeling.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Verrichten van arbeid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de deelnemer tegen beloning werkzaamheden gaat verrichten,
al dan niet op grond van een arbeidsovereenkomst, is hij verplicht dit te
melden bij de Stichting. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid wordt, indien
de deelnemer werkzaamheden verricht op grond van een nieuwe arbeidsovereenkomst,
de hem krachtens deze regeling toekomende uitkering beëindigd tegen een
door het bestuur vast te stellen datum.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werknemer die gebruik maakt van de suppletieregeling kan
gedurende de periode dat hij de suppletie ontvangt werken zonder dat de uit
dat werk voortvloeiende inkomsten op de suppletie in mindering wordt gebracht
indien aan alle van de hieronder genoemde voorwaarden is voldaan. Het voorgaande
geldt alleen indien de som van de uit het werk voortvloeiende inkomsten, de
suppletie en indien van toepassing het vervroegde ouderdomspensioen niet uitstijgt
boven 100% van het laatst geldende vaste loon van de werknemer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werknemer heeft met een werkgever een schriftelijke arbeidsovereenkomst
in de zin van artikel 7: 610 van het Burgerlijk Wetboek gesloten die er op
gericht is de specifieke vakkennis behorend bij functies in de banden- en
wielenbranche te behouden voor de werkgever en de branche. Met „de
overeenkomst’’ wordt in dit lid steeds de overeenkomst bedoeld
die in de vorige volzin is omschreven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De overeenkomst moet zijn gesloten met de eigen werkgever of
met een nieuwe werkgever. Onder „eigen werkgever’’ wordt
in dit verband bedoeld de werkgever met wie laatstelijk voor het vervroegd
uittreden of het prepensioen een arbeidsovereenkomst was gesloten. Onder „nieuwe
werkgever’’ wordt in dit verband verstaan een werkgever in de
zin van dit reglement die niet de eigen werkgever is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Indien de overeenkomst is gesloten met een nieuwe werkgever
dan is voorafgaand schriftelijke toestemming vereist van de eigen werkgever.
Indien geen toestemming wordt verkregen dan is het bepaalde onder a niet van
toepassing;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>De tijd die volgens de overeenkomst gewerkt moet worden mag
per week niet meer dan in totaal 2 werkdagen beslaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De uit de werkzaamheden anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst
genoten inkomsten worden op de door de Stichting, dan wel de door Bpf namens
de Stichting te verstrekken uitkering in mindering gebracht op de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>in Hoofdstuk III bedoelde uitkeringen voorzover deze neveninkomsten
uitstijgen boven 100% van het pensioengevend salaris waarop de pensioenuitkering
is gebaseerd; dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op de krachtens Hoofdstuk II toegekende uitkeringen voor zover
de som van deze neveninkomsten en de uitkering meer bedraagt dan 100%
van de in Hoofdstuk II bedoelde uitkeringsgrondslag,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>tenzij deze inkomsten reeds voor de aanvang van de
onder a en b bedoelde uitkering bestonden. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De deelnemer is verplicht wijzigingen in de hierboven bedoelde
neveninkomsten onverwijld aan de Stichting te melden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22</nr>
      <titel>Geschillen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de deelnemer of aspirant deelnemer meent niet akkoord
te kunnen gaan met een beslissing van de Stichting dan wel een beslissing
van het Bpf namens de Stichting betreffende toelating, uitkering dan wel vervallen
van deelnemerschap, of indien de deelnemer of aspirant deelnemer meent dat
hij op andere wijze in het nadeel is door een genomen beslissing, kan hij
binnen een maand na dagtekening van schriftelijke beslissingen in beroep gaan
bij de Commissie van Beroep.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De behandeling van een geschil als bedoeld in lid 1 geschiedt
volgens een reglement, dat wordt vastgesteld en zo nodig gewijzigd door de
organisaties betrokken bij de CAO en wordt als bijlage daaraan gehecht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 23</nr>
      <titel>Verplichting tot opgave van gegevens en controle</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer die een verzoek tot deelneming aan de regeling
in de zin van dit reglement indient is evenals zijn werkgever verplicht de
door de Stichting, dan wel de door Bpf namens de Stichting voor de behandeling
van de aanvraag benodigde gegevens te verstrekken. De werknemer, die een uitkering
ingevolge de regeling geniet, is verplicht om aan de Stichting, dan wel aan
Bpf optredend namens de Stichting, opgave te doen van die gegevens, die de
Stichting, dan wel Bpf optredend voor de Stichting voor de uitvoering van
dit reglement behoeft.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De Stichting, dan wel door Bpf namens de Stichting, zal controle
uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van dit reglement. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 24</nr>
      <titel>Vrijstelling</titel>
    </artkop>
    <al>Het Bestuur kan werkgevers en werknemers vrijstelling verlenen tot het
betalen van bijdrage en deelneming aan de regeling. Aan het verlenen van deze
vrijstelling kan het bestuur nadere voorwaarden stellen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 25</nr>
      <titel>Slotbepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In gevallen waarin toepassing van de regeling tot onbillijkheden
leidt, kan het bestuur een beslissing nemen die afwijkt van de bepalingen
van dit reglement. Voor zover het zaken betreft verband houdende de taken
welke het Bpf zijn toebedeeld met betrekking tot de uitkeringen uit hoofde
van Hoofdstuk III, beslist het bestuur van het Bpf namens de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Dit reglement vormt een onafscheidelijk geheel met de CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien een uitkering uit hoofde van dit reglement tezamen met
een pensioenuitkering meer bedraagt dan ingevolge de Wet op de Loonbelasting
1964 is toegestaan, dan wordt het meerdere op de suppletieuitkering door het
Bpf,namens de Stichting in mindering gebracht. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Reglement voor de Commissie van Beroep</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Commissie</titel>
    </artkop>
    <al>De Commissie van Beroep zal hierna genoemd worden „De Commissie’’.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Samenstelling van de Commissie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De Commissie bestaat uit 3 leden, waarvan 1 lid wordt aangewezen
door de werkgeversorganisatie, partij bij de cao ter ene zijde en 1 lid door
de werknemersorganisaties, partijen bij de cao ter andere zijde, gezamenlijk.
Deze beide leden kiezen gezamenlijk een onafhankelijk derde lid, dat als voorzitter
van de Commissie zal fungeren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De organisaties benoemen een plaatsvervangend lid voor het
lid dat zij benoemen. Het plaatsvervangende lid neemt zitting in de Commissie
in geval van ontstentenis van het zittende lid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij ontstentenis van de voorzitter benoemen de beide overige
commissieleden een nieuwe onafhankelijke voorzitter.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Geen der leden of plaatsvervangende leden mag rechtstreeks
bij het geschil betrokken zijn.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Duur van het lidmaatschap</titel>
    </artkop>
    <al>De leden en plaatsvervangende leden van de Commissie hebben zitting voor
de duur van het geschil.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel>
    </artkop>
    <al>Het lidmaatschap van de Commissie eindigt door:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het einde van het geschil; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>bedanken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>overlijden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>de verklaring van de organisatie, welke de benoeming deed,
dat de betrokkene niet langer als lid fungeert.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Secretariaat</titel>
    </artkop>
    <al>De Commissie benoemt een secretaris.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het secretariaat van de Commissie is gevestigd bij</al>
    <witreg></witreg>
    <al>PVF Nederland N.V.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Postbus 9251</al>
    <witreg></witreg>
    <al>1006 AG Amsterdam</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Beraadslaging en stemming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De Commissie is slechts bevoegd tot het nemen van besluiten,
indien alle leden van de Commissie aanwezig zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De Commissie neemt haar besluit bij meerderheid van stemmen
en geeft adviezen schriftelijk en met redenen omkleed. De leden handelen daarbij
als goede mannen naar billijkheid.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Behandeling van geschillen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Geschillen, als bedoeld in artikel 14 van het reglement, behorende
bij de cao, inzake Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche
worden door de meest gerede partij schriftelijk bij het secretariaat van de
Commissie aanhangig gemaakt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Dit schrijven dient te zijn voorzien van een behoorlijke toelichting
waarin is vermeld de naam en het adres van de wederpartij, de feiten en omstandigheden
die tot het geschil aanleiding hebben gegeven, de conclusies die daaruit naar
de mening van klager getrokken moeten worden en het advies dat op grond daarvan
van de Commissie wordt gevraagd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het secretariaat stelt terstond de wederpartij op de hoogte
van het geschil, door toezending van een afschrift van het schrijven van de
klagende partij.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De wederpartij is bevoegd binnen 14 dagen na verzending door
secretariaat van het in het voorgaande lid bedoelde schrijven, schriftelijk
van zijn zienswijze kennis te geven, daarbij aangevende de gronden waarop
het gevraagde advies wordt betwist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het secretariaat zendt terstond een afschrift van het in het
voorgaande lid bedoelde verweerschrift aan de partij die het geschil aanhangig
heeft gemaakt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Schriftelijke procedure in tweede termijn</titel>
    </artkop>
    <al>Partijen in het geschil zijn bevoegd na de wisseling van de in het voorgaande
artikel bedoelde stukken nogmaals met inachtneming van de termijn van 14 dagen
hun zienswijze aan het secretariaat kenbaar te maken, waarna de schriftelijke
uiteenzetting van het wederzijdse standpunt wordt gesloten.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Afwijking van termijnen</titel>
    </artkop>
    <al>De Commissie is bevoegd afwijkingen toe te staan van de in de artikelen
7 en 8 genoemde termijnen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Nadere mondelinge toelichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Elk der geschil hebbende partijen heeft het recht binnen 14
dagen na de beëindiging van de uitwisseling der schriftelijke stukken
aan de Commissie mede te delen, dat hij prijs stelt op een nadere mondelinge
toelichting van het ingenomen standpunt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In dat geval stelt de Commissie plaats, datum en uur voor de
mondelinge behandeling vast. Het secretariaat geeft daarvan kennis aan beide
partijen, alsmede aan de leden en plaatsvervangende leden der Commissie. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Meebrengen getuigen en/of deskundigen</titel>
    </artkop>
    <al>Elk der partijen in het geschil is bevoegd een of meer getuigen en/of
deskundigen bij de mondelinge behandeling van het geschil mede te brengen,
opdat dezen door de Commissie worden gehoord. De naam, woonplaats en functie
van de mede te brengen getuigen of deskundigen dienen tenminste 6 dagen tevoren
aan het secretariaat te worden bericht.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Inwinnen nadere inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De Commissie is bevoegd, alvorens een beslissing te nemen,
nadere inlichtingen in te winnen zowel van partijen als van derden. Zij is
bevoegd partijen, getuigen en deskundigen ter nadere toelichting op te roepen
om in haar vergadering te verschijnen. Een dergelijke oproep dient te geschieden
met inachtneming van een termijn van een week.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Uit de weigering van partijen om gevraagde inlichtingen te
verstrekken of om ter vergadering te verschijnen zal de Commissie de conclusies
trekken welke haar geraden voorkomen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Kennisgeving van advies</titel>
    </artkop>
    <al>Het advies van de Commissie wordt schriftelijk ter kennis van partijen
gebracht, ondertekend door alle leden der Commissie. Een afschrift van het
advies wordt toegezonden aan de leden van de Commissie.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Kosten</titel>
    </artkop>
    <al>De Commissie is bevoegd de kosten van de behandeling van het geschil geheel
of gedeeltelijk ten laste van de verliezende partij te brengen. Worden partijen
over en weer op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kan de Commissie
de kosten geheel of gedeeltelijk tussen partijen verdelen. Kosten die zonder
noodzaak zijn aangewend of veroorzaakt kan de Commissie voor rekening laten
komen van de partij die deze aanwendde of veroorzaakte. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Wijziging reglement</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan door partijen bij de Vut-cao voor de Banden- en Wielenbranche
te allen tijde in gezamenlijk overleg worden gewijzigd. </al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dictum II</al>
    <al>De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard
tot en met 31 december 2010.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dictum III</al>
    <al>Voorzover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of
krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dictum IV</al>
    <al>Het besluit van 26 november 2003 (Stcrt. 2003, nr. 231) tot algemeen verbindendverklaring
van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vrijwillig Vervroegd
Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche, wordt ingetrokken.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dictum V</al>
    <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van
1 januari 2011 en heeft geen terugwerkende kracht.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Dictum VI</al>
    <al>Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst.
Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.</al>
  </body>
  <backm>
    <plaats>'s-Gravenhage, </plaats>
    <datum>22 mei 2006</datum>
    <iszwonder>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Minister van sociale Zaken en Werkgelegenheid</nadruk>
      </al>
      <al>Names deze,</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving,</nadruk>
      </al>
      <naam>Mr. M. H. M. van der Goes. </naam>
    </iszwonder>
  </backm>
</avvcao>