Wijziging Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot wijziging van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen in verband met de revisie van het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn

7 december 2004

Nr. HDJZ/BIM/2004-2971

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Artikel I

De Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 1 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

B

In artikel 2 van bijlage 3 vervallen N-bepaling vluchtwegen 1.4.2.3.1.d)/1.4.3.3.p) en N-bepaling controlelijst 7.2.4.10/8.6.3 N.

C

Bijlage 4 wordt vervangen door bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel II

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel B, in werking met ingang van 1 juli 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Bijlage 4, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

ERKENDE INSTANTIES

Artikel 1

Bevoegde autoriteiten in bijlage 1 bij het Protocol bij het ADNR zijn op basis van:

a. artikel 3: de Directeur-Generaal Goederenvervoer (Afdeling Lading en Risicobeleid);

b. artikel 4: de Directeur-Generaal Goederenvervoer (Afdeling Lading en Risicobeleid);

c. artikel 4: de Inspecteur-Generaal Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Artikel 2

In de onderstaande tabel zijn de bevoegde autoriteiten opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde nummers van bijlage 1 voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse bevoegde autoriteiten.

Tabel 1

Nummer

Bevoegde autoriteit

1.2.1 Toelating monstername-inrichting

IVW

1.2.1 Erkende veilige elektrische inrichting

IVW

1.2.1 Openingsdruk

IVW/Classificatiebureau

1.5.1.1.1; 1.5.1.2.1; 1.5.1.2.2

DGG/VL

1.5.1.3.1; 1.5.1.3.2; 1.6.7.2.1 Tabel 2;

1.6.7.2.1 Tabel 2

IVW

1.8.1.1; 1.8.1.2

IVW

1.8.1.3

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.14; 1.8.3.16;

SEV

1.10.1.6

KOFS

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria

TNO PML

2.2.1.1.3; 2.2.1.3; Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO PML of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria

2.2.41.13

2.2.51.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria

2.2.52.1.8

TNO PML

2.2.62.1.8; 2.2.62.1.9, Opmerking

LNV of VWS

2.2.9.1.12

VROM

3.1.2.6

LR

3.3.1, bijzondere bepaling 16 en 178

TNO PML of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

3.3.1, bijzondere bepaling 181, 237, 239, 266, 271, 272 en 278

TNO PML

3.3.1, bijzondere bepaling 283

LR

3.3.1, bijzondere bepaling 288, 309 en 311

TNO PML

3.3.1, bijzondere bepaling 645

IVW

3.2.3, Kolom 20, aantekening 12, onder p) en q)

IVW

3.2.3, Kolom 20, aantekening 28, onder b)

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

5.2.2.1.9

TNO PML

5.5.1.2; 5.5.1.3

LNV of VWS

7.1.4.3.5

VROM

SZW

7.1.4.3.6

VROM

SZW

7.1.4.7

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.1.4.8

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.1.4.9

IVW

7.1.4.14.7.1.1, Opmerking; 7.1.4.14.7.3.2; 7.1.4.14.7.3.8; 7.1.4.14.7.5.1; 7.1.4.14.7.6.2; 7.1.4.14.7.7

VROM

SZW

7.1.4.16

IVW

7.1.5.4.2

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.1.5.4.3; 7.1.5.4.4; 7.1.5.5; 7.1.6.14 voor HA06

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.2.2.6

IVW

7.2.3.7.1; 7.2.3.7.3

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.2.4.2

Voor 7.2.4.2.1: IVW

Voor 7.2.4.2.2 en 7.2.4.2.3: in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.2.4.7.1

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

7.2.4.9; 7.2.4.10.1

IVW

7.2.4.15.3

SZW

7.2.4.24; 7.2.5.4.2; 7.2.5.4.3; 7.2.5.4.4

in havens: havenmeester/buiten havens: HID-RWS

8.1.6.1; 8.1.6.2; 8.1.6.3; 8.1.7; 8.1.8.3; 8.1.8.7;

8.1.8.8; 8.1.8.9; 8.1.9.1; 8.1.10

IVW

8.2.1.2

DGG/VL

8.2.1.2; 8.2.1.3; 8.2.1.4

KOFS

8.2.1.5; 8.2.1.6; 8.2.1.7; 8.2.1.8

KOFS

8.2.1.9; 8.2.1.10

IVW

8.2.2.6.1; 8.2.2.6.4; 8.2.2.6.5; 8.2.2.6.7; 8.2.2.7; 8.2.2.8

KOFS

8.3.5

IVW

8.6.3

IVW

8.6.4.2.6

IVW/Classificatiebureau

9.2.0.94.4;

IVW

9.3.1.23.1;

LR/Classificatiebureau

9.3.1.50.2; 9.3.2.12.7

IVW

9.3.2.23.5; 9.3.2.50.2; 9.3.3.12.7;

IVW

9.3.3.23.5; 9.3.3.50.2

IVW

Artikel 3

1. In tabel 1 wordt verstaan onder:

a. Classificatiebureau: een classificatiebureau dat door alle Rijnoeverstaten en België is erkend;

b. Defensie: Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen van het Ministerie van Defensie;

c. DGG/VL: Minister, namens deze het hoofd van de afdeling Lading en Risicobeleid van het Directoraat-Generaal Goederenvervoer;

d. HID-RWS: Minister, namens deze de betrokken hoofdingenieur-directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat;

e. IVW: Minister, namens deze de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

f. KOFS: het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart;

g. LR: Lloyds Register Nederland B.V.

h. LNV: de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

i. SEV: Stichting Exameninstituut Veiligheidsadviseur;

j. SZW: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

k. TNO PML: het Prins Maurits Laboratorium van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

l. VROM: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

m. VWS: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 4

1. In dit artikel wordt verstaan onder:

a. overeenstemming vooraf: het KOFS doet schriftelijk een voorstel aan de Minister, die, indien akkoord, instemt;

b. informatie achteraf: het KOFS informeert schriftelijk achteraf de Minister door toezending van een jaarlijks verslag, houdende aantallen examens, aantallen geslaagden aan wie een ADNR verklaring is verstrekt, alsmede een evaluatie.

2. Bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 van deze bijlage geeft het KOFS toepassing aan tabel 2.

Tabel 2. Specifieke bevoegdheden KOFS

Nummer

Bevoegdheid van KOFS

Overeen-

stemming vooraf

Informatie achteraf

8.2.1.2

Afgifte verklaring ADNR-deskundige

 

X

8.2.1.4

Aantekening herhalingscursus ADNR-deskundige

 

X

8.2.1.5 of 8.2.1.7

Aantekening vervolgcursus Gas of Chemie

 

X

8.2.1.6 of 8.2.1.8

Aantekening verlenging Gas of Chemie

 

X

8.2.2.6

Erkenning opleidingen:

  
 

– vaststellen erkenningsrichtlijn

X

 
 

– feitelijke erkenning opleidingen

 

X

8.2.2.7

Vaststellen verloop van de examens ADNR:

  
 

– opstellen examenreglement

X

 
 

– benoeming examen commissie

 

X

 

Vaststellen inhoud van de examens ADNR:

  
 

– vaststellen nationale examenprogramma

X

 

Toelichting

Algemeen

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG). Deze wijziging is ingegeven door de laatste tweejaarlijkse revisie van het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR). De voorschriften van het ADNR zijn vertaald geïmplementeerd in bijlage 1 van de VBG. De revisie van het ADNR noopt daarom ook tot aanpassing van bijlage 1.

De wijzigingen van het ADNR treden per 1 januari 2005 in werking. Daarbij voorziet het ADNR in randnummer 1.6.1.1 van bijlage 1, in een algemene overgangsbepaling waardoor het tot 1 juli 2005 mogelijk is om zowel het oude ADNR als het nieuwe, geherstructureerde ADNR toe te passen. Bijlage 3 voorziet niet in een overgangsbepaling en is ook indien het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt overeenkomstig de voorschriften van het ADNR die golden voor 1 januari 2005, onverkort van toepassing.

Bijlage 3 van de VBG bevat de voorschriften die alleen gelden voor Nederland. Deze voorschriften (N-bepalingen) worden overeenkomstig de voorschriften in bijlage 1 genummerd. Bijlage 3 bevat technische voorschriften en de wijziging hiervan is op 11 augustus 2004 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2004/0333/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).

Artikelsgewijs

A

Bijlage 1 is de zeer omvangrijke vertaling en tevens implementatie van de internationale voorschriften die zijn opgenomen bij het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de Rijn. Gezien de omvang is het niet doeltreffend deze in de Staatscourant te publiceren. In het slotformulier van de regeling is bepaald dat bijlage 1 bij de regeling wordt bekendgemaakt door terinzagelegging. Terinzagelegging vindt plaats in de bibliotheek van de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Koningskade 4, 2500 EX Den Haag.

B

De N-bepaling N 1.4.2.3.1.d)/1.4.3.3.p) en de N-bepaling 7.2.4.10/8.6.3 N regelden direct en indirect een vrijstelling van de op 1 januari 2003 in werking getreden internationale verplichting, dat gewaarborgd moest zijn dat zowel in de omgeving van het voor- als het achterschip geschikte middelen aanwezig zijn om het schip, ook in noodgevallen, te verlaten (eis van 2 vluchtwegen). Deze randnummers traden in werking op 1 januari 2003, maar dat bood onvoldoende gelegenheid voor het Nederlandse bedrijfsleven om de nodige aanpassingen te verrichten. Daarom werd tijdelijk een vrijstelling geregeld in de VBG. Gedurende deze periode heb ik overleg gevoerd met het bedrijfsleven om te komen tot een goede invulling van de ‘geschikte vluchtmiddelen’. Inmiddels is de praktijk zover dat er geen noodzaak meer is tot het aanhouden van een algehele vrijstelling.

De N-bepalingen komen daarom te vervallen en wel met ingang van 1 juli 2005.

Aan de ‘geschikte vluchtmiddelen’ wordt de volgende invulling gegeven.

De vluchtmiddelen zijn in principe geplaatst buiten de ladingzone, tenzij dit niet mogelijk is, in welk geval het vluchtmiddel maximaal 5 meter binnen de ladingzone is geplaatst.

Met ingang van 1 juli 2005 is de internationale eis van 2 vluchtmiddelen onverkort van toepassing in Nederland. Een aantal bedrijven zal hiermee moeite hebben in verband de nodige verbouwingen, welke zullen noodzaken tot het omleggen van de bedrijfsvoering. Een hogere veiligheidskundige (HVK) kan dan per laad en losplaats bekijken op welke wijze kan worden voldaan aan de hierboven genoemde internationaal gestelde eis van twee vluchtmiddelen. Bij het bestuursrechtelijk optreden zal rekening worden gehouden met deze beoordeling ter plekke van de veiligheid van de aanwezige vluchtmiddelen en de door de HVK aangegeven reële termijn voor de betreffende laad- en losplaats om te voldoen aan de internationale eis. De HVK is gecertificeerd door de Stichting Certificatie voor vakbekwaamheid (SKO) te Zoetermeer, die ook een register bijhoudt van de verleende en verlengde certificaten. Om de drie jaar moet het HVK certificaat worden verlengd. SKO is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie.

Bijlage 4 bevat de erkende instanties die uitvoering moeten geven aan de voorschriften in de randnummers in bijlage 1, en de voorschriften waaraan deze instanties moeten voldoen. Onder andere is de naam Stoomwezen B.V. nu vervangen door Lloyds Register Nederland B.V.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

  • 1

    Stcrt. 1998, 247; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 18 mei 2004, Stcrt. 98.

Naar boven