Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2003, 113 pagina 17Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling vergoedingen OPTA 2003

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 13 juni 2003, nr. WJZ/03/02524, houdende wijziging van de Regeling vergoedingen OPTA 2003

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 4, vierde lid, 5 en 7 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;

Besluit:

Artikel I

De Regeling vergoedingen OPTA 2003 wordt gewijzigd als volgt:

A. In de tabel van artikel 1 wordt na categorie 7 een nieuwe categorie 7a ingevoegd:

stcrt-2003-113-p17-SC40374-1.gif

B. In artikel 5 wordt na `1 tot en met 5' ingevoegd: en 7a.

Artikel II

1. De certificatiedienstverlener die na inwerkingtreding van deze regeling geregistreerd wordt in de subcategorie `certificatiedienstverlener die niet in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing', wordt op diens aanvraag, indien een geldig bewijs van toetsing wordt overgelegd, geregistreerd in de subcategorie `certificatiedienstverlener die in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing'.

2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden niet opnieuw registratiekosten in rekening gebracht, wordt voor het jaar 2003 de vergoeding voor toezicht in rekening gebracht die hoort bij de subcategorie `certificatiedienstverlener die in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing', en wordt het teveel betaalde bedrag voor toezichtkosten gerestitueerd.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 21 mei 2003.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 13 juni 2003.
De Minister van Economische Zaken,L.J. Brinkhorst.

Toelichting

I.1 Algemeen

Met ingang van 21 mei 2003 is de Wet elektronische handtekeningen (Stb. 2003, 199) in werking getreden. Deze wet schept onder meer de verplichting voor certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten aan het publiek aanbieden of afgeven zich te laten registreren bij de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie-Autoriteit (OPTA). Van deze certificatiedienstverleners wordt door OPTA een openbaar register bijgehouden. Certificatiedienstverleners, hun klanten die elektronische handtekeningen willen zetten en derden die niet zeker weten of zij op die elektronische handtekeningen kunnen vertrouwen, hebben de mogelijkheid om het openbare register te raadplegen. Hiermee wordt beoogd het vertrouwen in elektronische handtekeningen met een gekwalificeerd certificaat te vergroten en het elektronisch zakelijk verkeer te vergemakkelijken.

OPTA ziet erop toe dat deze certificatiedienstverleners en de door hen uitgegeven gekwalificeerde certificaten voldoen aan de wettelijke eisen. Voor de werkzaamheden van OPTA voor de registratie en het toezicht zijn de geregistreerde certificatiedienstverleners kostendekkende vergoedingen verschuldigd. De certificatiedienstverleners vormen een aparte categorie. In verband hiermee wordt aan de Regeling vergoedingen OPTA 2003 een nieuwe categorie toegevoegd met de daarbij behorende tarieven.

Aangezien de Wet elektronische handtekeningen met ingang van 21 mei 2003 in werking is getreden, zijn de bedragen voor toezicht opgenomen voor de resterende zeven maanden van 2003. Hierin zijn geen kosten verwerkt voor de eerste vijf maanden van 2003.

I.2. Onderscheiden tarieven

Ten aanzien van de certificatiedienstverleners is het van belang om een onderscheid te maken tussen certificatiedienstverleners die in het bezit zijn van een geldig bewijs van toetsing van een organisatie die is aangewezen op grond van artikel 18.16, eerste lid, Telecommunicatiewet, en certificatiedienstverleners die niet over zo'n bewijs beschikken. Certificatiedienstverleners kunnen bij de aanvraag van de registratie een informatiedossier overleggen waaruit blijkt dat zij aan de wettelijke eisen voldoen. Zij kunnen zich ook vrijwillig laten certificeren door een organisatie die daartoe door de Minister van Economische Zaken is aangewezen. De werkzaamheden van OPTA voor registratie en toezicht ten aanzien van certificatiedienstverleners zonder bewijs van toetsing zijn naar verwachting omvangrijker dan voor certificatiedienstverleners met bewijs van toetsing.

I.3. Tussentijdse wijzigingen in de registratie

Het is niet uitgesloten dat certificatiedienstverleners in 2003 tot de markt toetreden zonder bewijs van toetsing van een organisatie die is aangewezen op grond van artikel 18.16, eerste lid, Telecommunicatiewet, maar gedurende het kalenderjaar 2003 alsnog in het bezit komen van een bewijs van toetsing. In dat geval zal voor 2003 de jaarlijkse vergoeding voor toezicht in rekening worden gebracht die hoort bij de categorie waarin de certificatiedienstverlener geregistreerd had moeten worden. Eventueel teveel betaalde vergoedingen voor toezicht worden gerestitueerd.

De eenmalige registratiekosten zijn berekend voor de werkzaamheden die OPTA voor elke afzonderlijke registratie verricht. Indien de registratie van de certificatiedienstverlener in 2003 bij OPTA wordt gewijzigd in een andere subcategorie, dan zal OPTA de eenmalige registratiekosten niet opnieuw in rekening brengen.

In verband met de inwerkingtreding van de Wet elektronische handtekeningen per 21 mei 2003 zal de in de tabel vermelde jaarlijkse vergoeding voor toezicht niet met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 in rekening worden gebracht, maar wordt het voor 2003 verschuldigde bedrag vastgesteld naar rato van het aantal maanden van het kalenderjaar dat die wet in 2003 van kracht is.

I.4. Lasten voor het bedrijfsleven

De in de Regeling vergoedingen OPTA 2003 opgenomen vergoedingen zijn niet gerelateerd aan informatieverplichtingen, en als zodanig niet aan te merken als administratieve lasten. De thans opgenomen vergoedingen zijn gebaseerd op een verwachting over het minimumaantal registraties en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. In het komende jaar gaat het naar verwachting om ten minste drie te registreren certificatiedienstverleners. Zij gaan wellicht gebruik maken van een vrijwillige accreditatieregeling en zullen uit hoofde daarvan beschikken over een geldig bewijs van toetsing. Indien de markt voor certificatiediensten zich ontwikkelt, en er meer certificatiedienstverleners geregistreerd worden, zullen de genoemde vergoedingen voor toezicht per geregistreerde certificatiedienstverlener over enige jaren kunnen dalen.

Het Adviescollege toetsing administratieve lasten heeft laten weten geen advies uit te brengen over deze regeling.

II. Artikelen

Artikel I

Ingevolge artikel 2 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet zijn vergoedingen voor toezicht verschuldigd voor het gehele kalenderjaar waarin zij verschuldigd worden, ongeacht de datum waarop zij in rekening worden gebracht. In het geval van de certificatiedienstverleners is dat anders voor het jaar 2003, aangezien de registratieverplichting niet voor 21 mei 2003 bestond. Zoals in I.1 is aangegeven is voor 2003 een aangepast bedrag opgenomen. Het eenmalige bedrag voor registratie wordt volledig in rekening gebracht.

Artikel II

In onderdeel I.3 is al ingegaan op de mogelijkheid dat een geregistreerde certificatiedienstverlener zich in de loop van 2003 laat onderzoeken door een organisatie die is aangewezen op grond van artikel 18.16, eerste lid, Telecommunicatiewet, en dat hij in het bezit komt van een geldig bewijs van toetsing. In dat geval kan hij de OPTA verzoeken hem in te delen in de andere subcategorie. Zoals hierboven is aangegeven wordt dan voor 2003 het tarief in rekening gebracht dat hoort bij de nieuwe subcategorie. Deze overgangsregel geldt alleen voor 2003. Na deze beginfase van het stelsel van geregistreerde certificatiedienstverleners, waarin certificatiedienstverleners mogelijk een registratie op basis van een informatiedossier aanvragen in afwachting van de afgifte van een bewijs van toesting door een organisatie die is aangewezen op grond van artikel 18.16, eerste lid, Telecommunicatiewet, worden geen tussentijdse verzoeken om wijziging van de subcategorie van registratie meer verwacht.

De Minister van Economische Zaken,

L.J. Brinkhorst.