﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2002-242-p10-SC37589/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>242-1001</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 16 december 2002, nr. 242</tekst>
      <dag>Maandag</dag>
      <datum>16 december 2002</datum>
      <nummer>242</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>EZ </mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Uitvoeringsregeling Bsik</titel>
    <opschr>Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 december 2002,
nr. WJZ 02044665, houdende nadere regels inzake de verstrekking van subsidies
ten behoeve van investeringen in de kennisinfrastructuur (Uitvoeringsregeling
Bsik) </opschr>
  </frontm>
  <body>
    <al>De Minister van Economische Zaken,</al>
    <al>Handelende in overeenstemming met de Ministers van Financiën, van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer;</al>
    <al>Gelet op de artikelen 1, derde en vierde lid, 4, derde lid, 6, 7, eerste
en tweede lid, 8, vijfde lid, 11, onderdeel e, 18, 19, vierde lid, 20, tweede
en derde lid, en 22, tweede en vierde lid, van het Besluit subsidies investeringen
kennisinfrastructuur;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Besluit: </al>
    <tuskop letat="cur">§ 1. Algemene bepalingen </tuskop>
    <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
    <al>In deze regeling wordt verstaan onder `besluit': het Besluit subsidies
investeringen kennisinfrastructuur. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
    <al>Als kennisgebieden als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het besluit
worden de volgende kennisgebieden aangemerkt, waarbij het kennisproject dat
past binnen een van deze kennisgebieden, naar verwachting betrekking heeft
op een of meer van de daarbij genoemde zwaartepunten:</al>
    <al>a. duurzame systeeminnovatie, met de zwaartepunten:</al>
    <al>- kennis en competenties van duurzame systeeminnovaties,</al>
    <al>- systeeminnovatie in bouwprocessen,</al>
    <al>- transitie naar duurzame mobiliteit,</al>
    <al>- transitie naar duurzame landbouw,</al>
    <al>- transitie naar duurzame energiehuishouding en</al>
    <al>- duurzame chemie en grondstoffen;</al>
    <al>b. informatie- en communicatietechnologie, met de zwaartepunten:</al>
    <al>- breedbandtechnologie,</al>
    <al>- informatica en software,</al>
    <al>- embedded and distributed systems,</al>
    <al>- multimedia en</al>
    <al>- ICT-netwerken en grids;</al>
    <al>c. hoogwaardig ruimtegebruik, met de zwaartepunten:</al>
    <al>- systeeminnovatie in ruimtegebruik,</al>
    <al>- water en ruimte,</al>
    <al>- klimaat en ruimte,</al>
    <al>- geo-informatie,</al>
    <al>- duurzaam gebruik van de ondergrond en</al>
    <al>- verbonden netwerken;</al>
    <al>d. microsysteem- en nanotechnologie, met het zwaartepunt microsysteem-
en nanotechnologie;</al>
    <al>e. gezondheids-, voedings-, gen- en biotechnologische doorbraken, met
de zwaartepunten:</al>
    <al>- genomics,</al>
    <al>- voeding en voedselintegriteit en</al>
    <al>- biomedische technologie. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
    <al>Als regieorgaan in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel l, en vierde
lid, van het besluit wordt aangewezen het door de Nederlandse organisatie
voor wetenschappelijk onderzoek opgerichte en in stand gehouden Nationaal
Regieorgaan Genomics. Dit regieorgaan bundelt aanvragen op het zwaartepunt
genomics van het kennisgebied gezondheids-, voedings-, gen- en biotechnologische
doorbraken. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
    <al>1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen dien
zijn ontvangen in de in artikel 5 genoemde periode wordt op basis van het
wetenschappelijke en het maatschappelijk-economische belang van de aanvragen
vastgesteld en bedraagt maximaal € 802 000 000.</al>
    <al>2. Het subsidieplafond wordt door de bevoegde ministers gezamenlijk verdeeld
over de perioden 2003-2006 en 2007-2010 met inachtneming van artikel 3, vierde
lid, van het besluit en gelet op de uitkomsten van de adviezen van de Commissie
van Wijzen ICES/KIS, bedoeld in artikel 12, tweede, derde en vierde lid, van
het besluit. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
    <al>1. Als periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit, waarin
aanvragen om subsidie op grond van dat besluit moeten zijn ontvangen, wordt
vastgesteld de periode met ingang van twee dagen na publicatie in de Staatscourant
tot en met 17 februari 2003.</al>
    <al>2. Als datum als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het besluit, waarop
aanvragen door het regieorgaan moeten zijn ontvangen, wordt vastgesteld 3
februari 2003. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
    <al>1. Het in artikel 4, derde lid, van het besluit bedoelde uurtarief bedraagt €
65.</al>
    <al>2. Het in artikel 11, onderdeel e, van het besluit bedoelde bedrag bedraagt €
5 000 000.</al>
    <al>3. Het in artikel 19, vijfde lid, van het besluit bedoelde bedrag bedraagt €
100 000.</al>
    <al>4. Het in artikel 20, tweede lid, van het besluit bedoelde bedrag bedraagt €
100 000. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
    <al>1. Het in artikel 7, tweede lid, van het besluit bedoelde formulier wordt
vastgesteld in bijlage 1 van deze regeling.</al>
    <al>2. Het in artikel 20, derde lid, van het besluit bedoelde formulier wordt
vastgesteld in bijlage 2 van deze regeling.</al>
    <al>3. Het in artikel 22, tweede lid, van het besluit bedoelde formulier wordt
vastgesteld in bijlage 3 van deze regeling. </al>
    <tuskop letat="cur">§ 2. Nadere regels voor het toezicht op de uitvoering
van een kennisproject </tuskop>
    <tuskop letat="cur">Artikel 8</tuskop>
    <al>Het activiteitenplan, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het besluit:</al>
    <al>a. bevat een overzicht van de activiteiten die de subsidieontvangers in
het desbetreffende jaar zullen uitvoeren ter uitvoering van het kennisproject
waarvoor de subsidie is verleend, en van de resultaten die zij daarmee nastreven
en</al>
    <al>b. vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
middelen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 9</tuskop>
    <al>1. De begroting, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het besluit bevat
een overzicht van de voor het desbetreffende jaar geraamde inkomsten en uitgaven
van de subsidieontvangers, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten
waarvoor subsidie is verleend.</al>
    <al>2. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke inkomstenposten
vermeld:</al>
    <al>a. de eigen inbreng van ieder van de deelnemers aan het kennisconsortium,</al>
    <al>b. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen,</al>
    <al>c. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van Nederlandse
bestuursorganen, waarbij in ieder geval wordt aangegeven welk deel daarvan
is verstrekt op grond van het besluit, welk deel is verstrekt als basissubsidie
en welk deel is verstrekt als doelsubsidie,</al>
    <al>d. overige inkomsten, zoals inkomsten uit rechten van intellectuele eigendom
en rente.</al>
    <al>3. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke uitgavenposten
vermeld:</al>
    <al>a. de geraamde loonkosten,</al>
    <al>b. de kosten van aan te schaffen machines en apparatuur,</al>
    <al>c. de kosten van gebruik van machines en apparatuur, verschuldigd aan
een niet aan het kennisconsortium deelnemende universiteit of onderzoeksinstelling,</al>
    <al>d. de kosten van te verbruiken materialen en hulpmiddelen,</al>
    <al>e. de kosten die zullen worden gemaakt voor de verspreiding en overdracht
van de te verkrijgen of verkregen kennis en</al>
    <al>f. de kosten voor de verwerving en instandhouding van intellectuele eigendomsrechten
op de resultaten van het kennisproject.</al>
    <al>4. Bij de inkomstenposten en uitgavenposten wordt aangegeven of deze betrekking
hebben op fundamenteel of industrieel onderzoek, dan wel op preconcurrentiële
ontwikkeling.</al>
    <al>5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.</al>
    <al>6. Vanaf het tweede jaar waarin het kennisproject wordt uitgevoerd, bevat
de begroting tevens een vergelijking met de begroting van het lopende jaar
en de jaarrekening van het jaar, voorafgaand aan het lopende jaar. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 10</tuskop>
    <al>1. De inrichting van het verslag, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van
het besluit komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan, bedoeld
in artikel 8 van deze regeling.</al>
    <al>2. Het verslag:</al>
    <al>a. bevat een overzicht van de werkzaamheden die in het desbetreffende
jaar zijn verricht voor de uitvoering van het kennisproject waarvoor de subsidie
is verleend, en van de daarmee bereikte resultaten en</al>
    <al>b. vermeldt per verrichte werkzaamheid de daarvoor benutte personele en
materiële middelen.</al>
    <al>3. In voorkomend geval bevat het verslag een analyse van de verschillen
tussen de volgens het activiteitenplan voorgenomen activiteiten en beoogde
resultaten en de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en bereikte resultaten,
alsmede tussen de volgens het activiteitenplan benodigde middelen en de daadwerkelijk
benutte middelen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 11</tuskop>
    <al>1. De inrichting van de jaarrekening, bedoeld in artikel 16, eerste lid,
van het besluit komt overeen met de inrichting van de begroting, bedoeld in
artikel 9 van deze regeling.</al>
    <al>2. De jaarrekening:</al>
    <al>a. geeft voor het desbetreffende jaar inzicht in het feitelijke verloop
van de inkomsten, met inbegrip van alle vermogenstoenames, en de uitgaven
van de subsidieontvangers, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten
waarvoor subsidie is verleend en</al>
    <al>b. vermeldt het saldo op 31 december van dat jaar. </al>
    <tuskop letat="cur">§ 3. Nadere regels voor het accountantsonderzoek
en de accountantsverklaring </tuskop>
    <tuskop letat="cur">Artikel 12</tuskop>
    <al>Het onderzoek op grond waarvan een accountant een verklaring als bedoeld
in artikel 22, derde lid, van het besluit afgeeft, voldoet aan de nadere regels,
opgenomen in het accountantsprotocol dat als bijlage 4 van deze regeling is
vastgesteld. </al>
    <tuskop letat="cur">§ 4. Slotbepalingen </tuskop>
    <tuskop letat="cur">Artikel 13</tuskop>
    <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 14</tuskop>
    <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Bsik.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering
van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal
mededeling worden gedaan in de Staatscourant.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>'s-Gravenhage, 10 december 2002. <nl></nl><min>De Minister van Economische
Zaken,</min>J.F. Hoogervorst.<nl></nl></ondtek>
  </backm>
</stcart>