﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2002-217-p11-SC36993/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>217-1101</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 11 november 2002, nr. 217</tekst>
      <dag>Maandag</dag>
      <datum>11 november 2002</datum>
      <nummer>217</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>VW </mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn Nederland</titel>
    <opschr>Regeling houdende bepalingen met betrekking tot de subsidieverstrekking
aan de Stichting Zeemanswelzijn Nederland (Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn
Nederland) </opschr>
    <bron>
      <datum>5 november 2002</datum>/<kenmerk>HDJZ/SCH/2002-2289</kenmerk><afd>Hoofddirectie Juridische Zaken</afd></bron>
  </frontm>
  <body>
    <al>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</al>
    <al>Gelet op de artikelen 2 tot en met 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer
en Waterstaat;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Besluit: </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
    <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
    <al>a. <nadruk type="cur">de minister:</nadruk> de Minister van Verkeer en Waterstaat;</al>
    <al>b. <nadruk type="cur">de stichting:</nadruk> de Stichting Zeemanswelzijn Nederland, gevestigd
te Amsterdam. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
    <al>1. De minister verstrekt de stichting per boekjaar een subsidie om welzijnsvoorzieningen
en -diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het op
8 oktober 1987 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende het
welzijn van zeevarenden op zee en in de haven (Trb. 1988, 131) in Nederland
in stand te houden.</al>
    <al>2. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
    <al>1. De subsidie bedraagt per boekjaar het bedrag, bepaald door de begroting,
bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
    <al>2. Het subsidieplafond bedraagt per boekjaar € 606.000,-. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
    <al>1. Een aanvraag op grond van deze regeling wordt gericht aan de minister
en ingediend bij de Directeur-Generaal Goederenvervoer, Postbus 20904, 2500
EX Den Haag.</al>
    <al>2. De aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk ingediend op 1 november
van het jaar, voorafgaande aan het boekjaar. De aanvraag voor het boekjaar
2002 wordt ingediend binnen veertien dagen na de inwerkingtreding van deze
regeling. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
    <al>De stichting behoeft voorafgaande toestemming van de minister voor:</al>
    <al>a. het wijzigen van de statuten;</al>
    <al>b. het ontbinden van de stichting. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
    <al>De minister kan de stichting voorschotten verlenen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
    <al>De opdracht, bedoeld in artikel 4:78, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht, strekt tevens tot onderzoek van de naleving van de aan de subsidie
verbonden verplichtingen en voorwaarden, overeenkomstig het in de bijlage
bij deze regeling opgenomen controleprotocol. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 8</tuskop>
    <al>De minister kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening
intrekken of ten nadele van de stichting wijzigen indien een van de overige
subsidieverstrekkers de subsidieverlening heeft ingetrokken of ten nadele
van de stichting heeft gewijzigd. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 9</tuskop>
    <al>1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 januari 2002.</al>
    <al>2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2005. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 10</tuskop>
    <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn
Nederland.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>
      <min>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</min>Roelf H. de Boer.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage behorend bij artikel 7 </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Controleprotocol Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn
Nederland </tuskop>
      <tuskop letat="cur">1. Inleiding</tuskop>
      <al>1.1. Dit controleprotocol heeft betrekking op de reikwijdte en intensiteit
van het in artikel 7 van de Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn Nederland
bedoelde onderzoek van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen
en voorwaarden. Dit controleprotocol is een aanwijzing als bedoeld in artikel
4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
      <al>1.2. Het volgende begrip is van toepassing:</al>
      <al>• derde accountant: de externe accountant van de subsidieontvanger.</al>
      <al>1.3. Naast de genoemde subsidieregeling zijn tevens van toepassing:</al>
      <al>• de Algemene wet bestuursrecht en de Kaderwet subsidies Verkeer
en Waterstaat.</al>
      <al>1.4. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten
en specifieke vereisten gelden bij de controle door de derde accountant ten
behoeve van de onder 1.1. bedoelde subsidie, alsmede op welke wijze de uitkomsten
van deze controle dienen te worden gerapporteerd.</al>
      <al>1.5. Wij wijzen erop dat door accountants van het Ministerie van Verkeer
en Waterstaat of door de minister aangewezen accountants een review kan worden
uitgevoerd bij de fungerende derde accountant ter toetsing op de naleving
van dit controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover
overleg worden gepleegd met de subsidieontvanger. </al>
      <tuskop letat="cur">2. Algemene uitgangspunten voor de controle</tuskop>
      <al>2.1. De controle (het onder 1.1 bedoelde onderzoek) dient de rechtmatige
besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten.</al>
      <al>Van de derde accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de
getrouwheid controleert van het financiële verslag, bedoeld in artikel
4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, maar ook dat hij de naleving van de
subsidieverplichtingen toetst.</al>
      <al>2.2. Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant
geldt, voor wat betreft de rechtmatigheid en/of juistheid, een controletolerantie
van 1% en voor wat betreft de betrouwbaarheid een controletolerantie
van 3%. Beide percentages hebben betrekking op het totale subsidiebedrag,
conform het vastgestelde bedrag in de beschikking. </al>
      <tuskop letat="cur">3. Specifieke vereisten</tuskop>
      <al>3.1. Bij de uitvoering van de controle van de verantwoording dient, met
inachtneming van de onder punt 2 genoemde uitgangspunten, door de derde accountant
te worden vastgesteld dat aan de volgende specifieke vereisten is voldaan:</al>
      <al>a. dat de door de subsidieontvanger gevoerde administratie zodanig is
ingericht dat daaruit door de minister op ieder moment op eenvoudige en eenduidige
wijze de aan de gesubsidieerde activiteiten gerelateerde kosten kunnen worden
afgeleid;</al>
      <al>b. dat er bij het opzetten van de verantwoording is aangesloten bij de
indeling van de goedgekeurde subsidieaanvraag;</al>
      <al>c. ingeval er aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend,
het faillissement van de subsidieontvanger is aangevraagd, dan wel dat er
een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend, dat er tijdig door de subsidieontvanger
aan de minister informatie is verstrekt. </al>
      <tuskop letat="cur">4. Rapportering</tuskop>
      <al>4.1. Een model van de goedkeurende accountantsverklaring in het kader
van deze Subsidieregeling luidt als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>ACCOUNTANTSVERKLARING M.B.T. TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ZEEMANSWELZIJN
NEDERLAND</al>
      <witreg></witreg>
      <al>afgegeven t.b.v. het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, DGG</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wij hebben (in dit rapport/verslag opgenomen) de door ons gewaarmerkte
verantwoording inzake de kosten van de Stichting Zeemanswelzijn Nederland
in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling Zeemanswelzijn Nederland gecontroleerd.
De verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de leiding
van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring
inzake de verantwoording te verstrekken. Deze verantwoording is bestemd voor
de bepaling van de definitieve bijdrage in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling
Zeemanswelzijn Nederland. De gewaarmerkte verantwoording is genummerd van
blad &lt;blad nummer&gt; tot en met blad &lt;blad nummer&gt;.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen
met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze
controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van
zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel
belang bevat. Verder is ons onderzoek verricht met inachtneming van hetgeen
is vermeld in het controleprotocol Ministerie van Verkeer en Waterstaat d.d. &lt;datum&gt;.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wij zijn van oordeel dat de verantwoording voldoet aan de terzake geldende
eisen.</al>
      <plaatje file="stcrt-2002-217-p11-SC36993-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <tuskop letat="vet">Toelichting </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>De zorg voor zeemanswelzijn in Nederland is gestoeld op een rijke maritieme
traditie, waarbij gedurende een eeuw sprake is van zorg voor de zeevarende,
zowel aan boord als aan de wal, waar de bezoekende zeevarende verstrooiing
kan vinden na een lange tijd op zee.</al>
      <al>Het beroep van zeevarende is bijzonder: de gebondenheid voor een langere
periode aan een plek waar weinig ontplooiings- en ontspanningsmogelijkheden
zijn geeft het beroep een extra dimensie. Vergeleken met Nederlanders die
anders dan door zeevaart in het buitenland zijn uitgezonden, hebben zeevarenden
weinig ontplooiings- en ontspanningsmogelijkheden. Dit vanwege de beperkte
mogelijkheden aan boord.</al>
      <al>Dit probleem is universeel en mondiaal en daarom is in het in artikel
2 van deze regeling aangehaalde verdrag de zorg voor zeemanswelzijn voorgeschreven.
Hierop gebaseerd is het streven van de Nederlandse overheid om zorg te (laten)
dragen voor zeemanswelzijn in Nederland.</al>
      <al>De Stichting Zeemanswelzijn Nederland heeft de zorg voor bovengenoemd
zeemanswelzijn op zich genomen. Het geld hiervoor ontvangt zij onder andere
van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en enkele lokale overheden. Deze
regeling voorziet in de benodigde bepalingen omtrent de subsidieverstrekking. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikelsgewijs </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
      <al>Door te bepalen dat afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna
te noemen Awb) van toepassing is, zijn op eenvoudige wijze enkele belangrijke
aspecten van de subsidieverstrekking geregeld. Het betreft hier voorschriften
met betrekking tot de aanvraag (artikelen 4:60-4:65 Awb), de verplichtingen
van de stichting (artikelen 4:68-4:72 Awb) alsmede de subsidievaststelling
(artikelen 4:73-4:80 Awb). Dit laat uiteraard onverlet dat de overige relevante
bepalingen van de Awb eveneens van toepassing zijn. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
      <al>Om een open einde aan de regeling te vermijden is een plafond gesteld,
terwijl de hoogte van het definitieve subsidiebedrag afhankelijk is gemaakt
van de begroting, bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onderdeel b, van de
Algemene wet bestuursrecht. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
      <al>Artikel 4:71 van de Awb biedt de mogelijkheid om de subsidieontvanger
de verplichting op te leggen om voor een aantal rechtshandelingen vooraf toestemming
te vragen aan de minister. Teneinde ervoor te zorgen dat de subsidie overeenkomstig
de doelstelling, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt besteed is ervoor
gekozen van deze mogelijkheid gebruik te maken. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 9</tuskop>
      <al>Gekozen is voor terugwerkende kracht om alsnog een wettelijke grondslag
te creëren voor verstrekking van subsidie in het jaar 2002. Hiertegen
bestaat geen bezwaar aangezien alle betrokkenen hier slechts voordeel bij
hebben.</al>
      <al>Aangezien het in de bedoeling ligt de subsidieverstrekking aan de Stichting
Zeemanswelzijn Nederland per 1 januari 2005 te staken kan hier worden volstaan
met een tijdelijke regeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Minister van Verkeer en Waterstaat,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Roelf H. de Boer.</nadruk>
      </al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>