Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
College voor ZorgverzekeringenStaatscourant 2001, 197 pagina 17Besluiten van algemene strekking

Wijziging Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen

Het College voor zorgverzekeringen;

Gelet op Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 6.4 van het Bestuursreglement College voor zorgverzekeringen,

Heeft in zijn vergadering van 27 september 2001 besloten:

Artikel I

Het Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, eerste lid, worden een onderdeel e, f, g en h toegevoegd als volgt:

e. Dienstencentrum: Dienstencentrum, bedoeld in het Besluit van het college van 27 september 2001 tot instelling van een gezamenlijk dienstencentrum met het College van toezicht op de zorgverzekeringen;

f. directieraad van het Dienstencen-trum: directieraad, bedoeld in het onder e genoemde besluit;

g. manager van het Dienstencentrum: manager, bedoeld in het onder e genoemde besluit;

h. begroting van het Dienstencen-trum: de delen van de begroting van het college en van het College van toezicht op de zorgverzekeringen die betrekking hebben op de uitgaven voor gezamenlijke rekening in het kader van het Dienstencentrum.

B

Artikel 5, tweede lid, onder a wordt vervangen door:

a. voor besluiten die betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot zijn directie, waaronder begrepen aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum, is hij bevoegd tot het verlenen van ondermandaat. Daarbij kan hij aan de manager van het Dienstencentrum de bevoegdheid verlenen tot verder ondermandaat. Verder ondermandaat aan niet-afdelingshoofden van het Dienstencentrum wordt slechts verleend na goedkeuring van de algemeen directeur.

C

Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

1. De algemeen directeur is binnen het kader van de begroting en met inachtneming van door het college vastgesteld beleid bevoegd namens het college privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten met uitzondering van rechtshandelingen die betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum.

2. Het derde lid, onder a, wordt vervangen door:

a. voor het verrichten van rechtshandelingen die betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot zijn directie, waaronder niet begrepen aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum, is hij bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht;

3. Aan het artikel wordt een vierde lid toegevoegd dat als volgt luidt:

4. De ondervolmacht en verdere ondervolmacht kan gebonden worden aan een budget.

D

Artikel 16 wordt vervangen door:

Artikel 16

1. De algemeen directeur en de algemeen directeur van het College van toezicht op de zorgverzekeringen tezamen zijn bevoegd binnen het kader van de begroting van het Dienstencentrum en met inachtneming van door het college en het College van toezicht op de zorgverzekeringen vastgesteld beleid namens het college privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum.

2. De algemeen directeur en de algemeen directeur van het College van toezicht op de zorgverzekeringen tezamen zijn bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht van de in het eerste bedoelde bevoegdheden aan de manager van het Dienstencentrum. Daarbij kan hem de bevoegdheid worden verleend tot verdere ondervolmacht. Verdere ondervolmacht aan niet-afdelingshoofden wordt slechts verleend na goedkeuring van de algemeen directeur en de algemeen directeur van het College van toezicht op de zorgverzekeringen tezamen. De ondervolmacht en verdere ondervolmacht kan gebonden worden aan een budget.

E

Na artikel 19 wordt een artikel 19a ingevoegd dat als volgt luidt:

Artikel 19a

De algemeen directeur en de algemeen directeur van het College van toezicht op de zorgverzekeringen tezamen zijn bevoegd namens het college handelingen, andere dan besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen, te verrichten of te doen verrichten die betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum en behoren tot het normale takenpakket van het secretariaat, de dagelijkse gang van zaken betreffende.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop het besluit van het College voor zorgverzekeringen van 27 september 2001 tot instelling van een gezamenlijk dienstencentrum1 met het College van toezicht op de zorgverzekeringen in werking treedt.

L. de Graaf, voorzitter.
J.L.P.G. van Thiel, algemeen directeur.

1 Inwerkinggetreden op 1 oktober 2001.

Toelichting

De wijziging bij dit besluit van het Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen houdt verband met de instelling door het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ) van het Dienstencentrum. Het Dienstencentrum verricht ondersteunende diensten voor beide colleges. Het Dienstencentrum is opgezet als een gezamenlijke organisatorische eenheid binnen de secretariaten van beide colleges. Het Dienstencentrum kent een directieraad, bestaande uit de algemeen directeuren van beide colleges. De directieraad heeft op basis van het instellingsbesluit de algemene taak te zorgen dat het Dienstencentrum naar verwachting van beide colleges functioneert. Daarnaast kent het Dienstencentrum een manager, die met de titel van directeur kan voeren, en diverse andere personeelsleden die ten behoeve van beide colleges werkzaam zijn. Vooralsnog zal het personeel echter in dienst zijn van alleen het CVZ.

De instelling van het Dienstencen-trum maakt het nodig het Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen te wijzigen omdat in de tekst van het besluit op diverse plaatsen rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van het Dienstencentrum en de eigen plaats die het Dienstencentrum in de organisatie als geheel inneemt.

In onderdeel A van artikel I van het onderhavige besluit zijn aan aantal begripsomschrijving met betrekking tot het Dienstencentrum opgenomen. Deze worden toegevoegd aan de begripsomschrijvingen in artikel 1, eerste lid, van het Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen.

Omdat, zoals hiervoor reeds vermeld, het personeel vooralsnog in dienst is van alleen het CVZ, blijft evenals voor het overige personeel van CVZ gelden dat het aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan en het vaststellen van de salarissen gebeurt door de algemeen directeur van het CVZ en in bijzondere situaties door de voorzitter van CVZ en de algemeen directeur tezamen. In al deze gevallen wordt beslist namens CVZ. In geval van bezwaar tegen een beslissing uit hoofde van de genoemde bevoegdheden beslist de voorzitter van CVZ namens CVZ op het bezwaar en in bijzondere gevallen neemt het CVZ zelf de beslissing op bezwaar.

Met uitzondering van de genoemde bevoegdheden kan de algemeen directeur voor de bevoegdheden waarvoor hij in het kader van de rechtspositieregelingen van het personeel van CVZ mandaat heeft, ondermandaat verlenen of doen verlenen. De wijziging van artikel 5, tweede lid, onder a van het Besluit mandaten en volmachten College voor zorgverzekeringen (art. I onderdeel B van het wijzigingsbesluit) biedt hem de mogelijkheid dit ondermandaat ook te verlenen aan de manager van het Dienstencentrum voor het personeel dat daar werkzaam is. Bovendien kan hij hem de bevoegdheid van verder ondermandaat verlenen voor bijvoorbeeld afdelingshoofden van het Dienstencentrum. In geval van bezwaar tegen een beslissing van een afdelingshoofd of van de manager blijft de bestaande regeling gelden wie op dat bezwaar beslist. Dat is de algemeen directeur van CVZ en in bijzondere gevallen de voorzitter of het college zelf.

De onderdelen C en D van artikel I brengen wijzigingen aan in de volmachtregeling voor privaatrechtelijke rechtshandelingen. Van de gelegenheid is bovendien gebruik gemaakt het bestaande artikel over budgethouders (art. 16) te schrappen. Het aanwijzen door de algemeen directeur van budgethouders en het geven van ondervolmacht voor privaatrechtelijke rechtshandelingen hangen namelijk zozeer met elkaar samen dat afzonderlijke regeling problemen kan geven. De instelling van het Dienstencentrum zou dit mogelijk nog versterken. Er is daarom voor gekozen het budgethouderschap op te nemen in de regeling voor (onder)volmacht en verder ondervolmacht door in die regeling toe te voegen dat deze kunnen worden gekoppeld aan een budget.

In het nieuwe artikel 16 wordt volmacht en de mogelijkheid van (verdere) ondervolmacht geregeld voor het verrichten namens het CVZ van privaatrechtelijke rechtshandelingen in aangelegenheden die behoren tot het Dienstencentrum. De algemeen directeur van CVZ en de algemeen directeur van CTZ, die samen de directieraad van het Dienstencentrum vormen, krijgen tezamen hiervoor volmacht. Een volmacht voor het verrichten van deze handelingen namens het CTZ is opgenomen in het besluit van CTZ over mandaten en volmachten. Het ligt voor de hand dat beide algemeen directeuren in het kader van de directieraad de manager van het Dienstencentrum ondervolmacht verlenen en deze kan op zijn beurt de afdelingshoofden verder ondervolmacht verlenen.

Onderdeel E tenslotte voorziet in een overeenkomstige regeling, specifiek voor het Dienstencentrum, voor de machtiging voor feitelijke handelingen die behoren tot de normale taken van een secretariaat en die betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken.

Het onderhavige besluit treedt in werking op hetzelfde tijdstip als het besluit waarbij het Dienstencentrum wordt ingesteld. De instelling is voorzien per 1 oktober 2001.