Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Buitenlandse ZakenStaatscourant 2001, 113 pagina 17Besluiten van algemene strekking

Besluit identiteitsvaststelling bij afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf door Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen in probleemlanden

13 juni 2001

DJZ/BR/0490-01

De Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie;

Gelet op het Souverein besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten1,

Besluit:

De beoordeling van een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf heeft mede betrekking op de identiteit van de aanvrager. Ten aanzien van personen, afkomstig uit een van de landen die door de Minister van Buitenlandse Zaken als probleemland op het gebied van het schriftelijk bewijs zijn aangewezen2, vindt de beoordeling van de identiteit niet slechts plaats aan de hand van een paspoort maar tevens aan de hand van een na 1 april 1996 gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte, onverminderd de overige vereisten die gelden voor de behandeling en beoordeling van een dergelijke aanvraag en de voorbereiding van de beschikking.

Toelichting

Dit besluit is ingegeven door de volgende overwegingen. Gebleken is dat onduidelijkheid bestaat over de beoordeling van aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) door personen afkomstig uit een van de door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen probleemlanden - Ghana, Nigeria, Pakistan, India, Dominicaanse Republiek - met name indien met het oog op een dergelijke aanvraag de zogenaamde referentprocedure is doorlopen. Deze publicatie strekt ertoe om de door de Minister van Buitenlandse Zaken tot dusverre gevolgde en te continueren bestendige gedragslijn bekend te maken.

Een mvv is een door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of in het land van bestendig verblijf, dan wel door het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of door het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, na voorafgaande machtiging door de minister van Buitenlandse Zaken, afgegeven visum voor een verblijf in

Nederland langer dan drie maanden.

De vreemdeling die in aanmerking wenst te komen voor een mvv dient een daartoe strekkende aanvraag in bij de desbetreffende Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging (hierna: de post).

Teneinde voorafgaand aan de indiening van een dergelijke aanvraag een inschatting te kunnen maken van de uitkomst van de beoordeling van de aanvraag en om de afwikkeling daarvan door de post te bespoedigen, kan ten behoeve van de betrokken vreemdeling een zogenaamde referentprocedure worden doorlopen. Deze procedure houdt in dat een derde, in Nederland woonachtig of gevestigd, aan de Visadienst verzoekt om een beoordeling in het licht van de voor verlening van een mvv geldende criteria, die voorafgaat aan de daadwerkelijke indiening van een aanvraag. De uitkomst van deze procedure geldt in voorkomend geval als `voorafgaande machtiging' en stelt de post in staat om een mvv-aanvraag zonder verdere tussenkomst van Nederlandse instanties af te wikkelen.

De referentprocedure treedt echter niet in de plaats van de indiening van een aanvraag door de vreemdeling zelf en de beoordeling daarvan door de post. Indien in de referentprocedure niet gebleken is van bezwaren tegen toelating, deelt de Visadienst de uitkomsten van de referentprocedure aan de betrokken derde dan ook mee onder het voorbehoud dat `nader bekend geworden feiten en omstandigheden aan de afgifte van een visum in de weg kunnen staan'.

Voordat de post een mvv afgeeft, zal de aanvraag derhalve in het licht van alle relevante criteria beoordeeld moeten worden. De uitkomsten van de referentprocedure zijn niet zonder meer doorslaggevend.

Het is de vaste gedragslijn van de Minister van Buitenlandse Zaken dat de beoordeling van een mvv-aanvraag mede de vaststelling van de identiteit van de aanvrager omvat. Het is immers ongewenst dat personen onder een andere dan de eigen naam of hoedanigheid deelnemen aan het grensoverschrijdend personenverkeer. Daarmee zijn niet slechts de Nederlandse belangen gediend, maar ook de belangen van de internationale rechtsgemeenschap. In de landen die door de minister als probleemland op het gebied van het schriftelijk bewijs zijn aangemerkt, kan bij de beoordeling van de identiteit niet worden volstaan met de overlegging van een paspoort door de aanvrager, maar dient betrokkene een na 1 april 1996 gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte over te leggen. De ervaring leert dat de door aanvragers uit de aangewezen landen overgelegde geboorteakten, mits gelegaliseerd en geverifieerd, als brondocument de meeste waarborgen bieden om de identiteit van de aanvrager met zekerheid vast te stellen. Dit klemt te meer aangezien de houder van een mvv een langdurig verblijf in Nederland voor ogen heeft, uit dien hoofde zal worden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en derhalve een meer bestendige en meer omvattende intrede in de Nederlandse rechtsorde zal maken, dit in tegenstelling tot de vreemdeling die een visum voor een kortdurend verblijf aanvraagt. Een gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte strekt tot een extra - en uit oogpunt van fraudebestrijding - noodzakelijke waarborg dat de identiteit van de aanvrager overeenstemt met de in de aanvraag vermelde identiteit.

Als een gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte ontbreekt is het voor de post niet mogelijk om de identiteit van de aanvrager met voldoende mate van zekerheid vast te stellen en komt de mvv-aanvraag niet voor inwilliging in aanmerking.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken,namens deze,
De Directeur-Generaal Europese Samenwerking,
Th. De Bruijn.

1 Stcrt. 1814, nr. 4

2 Circulaire van 7 maart 1996, nr. DAZ/JZ/WvA/66671; Stcrt 1996, nr. 49.